Generatie 15 — Kwartierstaten Marcel Wissenburg

Generatie 1   < Generatie 14   Generatie 16 >   Generatie 145IndexNamen

19.648   Arend RIETKERKEN

FamilienaamIndex 19.648 • Vader onbekend • Moeder onbekend

Geboren De Kaag ca. 1535

Hypothetische naam; de familienaam wordt pas in Leiden vanaf ca. 1625 aangetroffen.

Niet geplaatst in dit overzicht: Leendert Paulusz van Brederoode (appelkruier) huwt Leiden NG ot 27-5-1627 Maritgen Gerridts van Rietkerck (*Kaag ca.1605); dNG Leiden 7-10-1631 zoon Maerten; hij huwt (2) Leiden NG ot 16-11-1635 Jannetgen Pietersdr; zij huwt (2) Leiden NG ot 7-7-1646 Cornelis Banchert (Rietkerk) (*Kaag), schippersgezel…


Huwt

19.649   N.N.

Index 19.649 • Vader onbekend • Moeder onbekend

Kinderen

  1. Anthonis Zie 9.824
  2. Leentgen, getuige bij huwelijk Anthonis. Waarschijnlijk de Lyntgen Adriaens uit De Kag die Leiden NG (ot Stadhuis) 2-1-1582 trouwt met Willem Claesz [Buijtentuijn], warmoesknecht te Leiden (+na 1603). Getuigen zijn Lijsbeth Jansdr, zijn moeder (weduwe van Claes Willemsz, vermeld 1579; zij testeert 1595), en Toontje Cornelisdr, haar nicht. Leentje en Willem zijn ouders van Claes Willemsz Buijtentuijn, die huwt Leiden NG (ot) 25-1-1603 met Gooltje Simons.
  3. N. (hypothetisch), vader van Pieter (*ca. 1610), op zijn beurt vader van Jan Pietersz Riedkerk (*aen de Kaech; huwt Capelle a/d IJssel 13-12-1664 Aechtje Ariens), Engel Pietersen van Rietkerk (van Leiderdorp, huwt Hoogmade 22-11-1664 Neeltje Pieters van Hoorn), en Huijbert Pietersz van Rietkerck (+Hazerswoude 1669). Bron genealogie Pieter van Rietkerck
  4. Cornelis (hypothetisch) (*voor 1580, woont te Valkenburg), huwt voor 1606 N.N. (bron: Bert van der Wagt) – hij zou ook heel wel een broer van Jan Simon Aelbertsz Booy kunnen zijn.

  5. Kinderen
    1. Maerten Cornelisz (*Valkenburg), brouwersknecht aan de Rijn in de Roscamp, huwt Leiden NG ot 28-3-1630 Maertgen Jansdr (*Woerden), wonende Vrouwencamp; getuigen zijn Jacob Willemsz, zijn toekomstig zwager, hoedemaker; en Trijntgen Jansdr haar zuster (NB: Jacob Willemsz, weduwnaar Heytgen Andries, huwt Leiden NG ot 6-10-1625 Trijntgen Jansdr, weduwe Pieter Vrericxz)
    2. Willem Cornelisz Boy (*Valckenburch +Leiden 1637), schippersgezel, huwt Leiden NG ot 28-10-1633 Susannatgen Jansdr (*Leiden, wonend buiten de Zijlpoort) Getuigen zijn Maerten Cornelisz, zijn broer, en Sara Leupes haar moeder. Susanna Leupe (weeskamerarchief Kleine bewijzen D158v) is in 1637 weduwe van Willem Cornelisz. van Rietkercke, schippersknecht, en moeder van Lijntje; zij hertrouwt 18-9-1637; ze is een dochter van Jan Leupe en ook nicht van een Jan Leupe; de familie Leupe stamt oorspronkelijk uit Colchester.
    3. Lenaert Cornelisz van Rietkercke (Valckenburgh), varensgezel, woont Vrouwencamp, huwt Leiden NG ot 23-6-1638 (Warmond NG 18-7-1638) Neeltgen Jansdr (*Leiden), wonend Vrouwencamp. Getuigen bij huwelijk zijn Jacob Willemsz zijn bekende en Lijsbeth Gerritsdr haar stiefmoeder.
TerugBegin van generatie

19.650   Jan Simon Aelberts BOOY

FamilienaamIndex 19.650Vader 39.300Moeder 39.301

Geboren De Kaag ca. 1535


Huwt voor 1560

19.651   N.N.

Index 19.651 • Vader onbekend • Moeder onbekend

Vermoedelijk een Ysbrants, zuster van Jannetgen Ysbrantsdr (+na 1586: de moeye die bij het huwelijk van Grietje Jansdr Booy getuigde) en waarschijnlijk zuster van de Cornelis Ysbrants (*ca. 1528 +na 1609) die in 1609 een verklaring over Grietjes afstamming afgeeft.

ONA Leiden (87:9 dd 26-2-1612) Testament van Jannetgen Ysbrands, weduwe Maerten Pietersz, gezond van lichaam en geest, wonende aan het St Jans Hofje bij de Zijlepoort. Ze laat fl.200 na aan Claes Cornelisz, scheepmaker in Leiden, en fl. 25 aan Willem Willemsz, schoenmaker in Wassenar, beiden wegens geleend geld. Universeel erfgenam is haar nicht Grietje Jans, vrouw van Thonis Arentsz, schipper aan het Amsterdamse Veer. Getuigen zij Hans Jansz, schipper opt Amsterdamsche veer binnen deser Stede, en Gerrit Reijertsz Schenaert, waert inde geldersche blom optzelve veer.

Jannetgen Isbrant op Marendrop werd begraven Hooglandse Kerk 2-1-1615.

NB: In het Repertorium op de lenen van de Hofstad Oud-Alkemade te Warmond komt voor (p. 6) op 22-6-1599: Isbrant Dammasz. te Leyden, oud 90 jaar, na overdracht van Cornelis Petersz. Als vader en voogd van Bouwijn Cornelisz., leenvolger bij dode van zijn moeder Gilchert Bouwen; 6-6-1600: Isebrant Dammasz. voornoemd (octrooi); 7-1-1608: Henrick Isebrantsz., oud 60 jaar, na dode van zijn vader Isebrant Dammasz.; 29-11-1608: Aelbregt Cornelisz. de Visscher, oud omtrent 54 jaar, wonende in de Kaghe, na overdracht door Henrick Isebrantsz. (rep. fol. 13). Ook op p. 11 op 7-1-1564: Lenert Willemsz. na overdracht door Jannetje Heijnrixdochter, man en voogd Ysbrant Dammasz.

Ysbrand Dammasz, zuivelkooper uit De Kaag wonende te Leiden, weduwnaar Jannetgen Hendricks, testeert 19-7-1585 ten gunste van Gerrit(je), Martijntje en Kunera, zijn dochters; Cornelis en Hendrik (IJsbrandsz Boot) zijn zoons, Gerrit Claes zijn zwager (=schoonoon) en Neeltje, dochter van wijlen Dammas Ysbrands zijn zoon. Hij is dus geen verwant.

Kinderen

  1. Grietje Zie 9.825
TerugBegin van generatie

19.652   Dirck Jans JONGEDORST

FamilienaamIndex 19.652Vader 39.304Moeder 39.305

Geboren ca. 1550
Overleden Leiden na 1603


Huwt voor 1575

19.653   N.N.

Index 19.653 • Vader onbekend • Moeder onbekend

Kinderen

  1. Jan Zie 9.826
TerugBegin van generatie

19.746   Cornelis Cornelisz DOENS

FamilienaamIndex 19.746Vader 39.492Moeder 39.493

Overleden voor of in 1591

Volgt in 1575 zijn neef (broederszoon) Cornelis Antheunisz op in de leengoederen in Poortugaal (dijk langs molen of kruisdijk). Neef Dirk Gerritsz, bode te Poortugaal, erft deze voor of in 1591.


Huwt voor 1550

19.747   Aleijt DIRVEN

FamilienaamIndex 19.747Vader 39.494Moeder 39.495

Geboren Breda voor 1530

Kinderen

  1. Annetje (c. 1550 - na 1619) Zie 9.873
  2. Maartje (+1616)
  3. Neeltje, leenvrouw van Putten; huwt Hendrik Dirven
  4. Catharina; getuige bij doop in Breda van Cornelis Queborn in 1586
  5. Johannes (hypothetisch), getuige bij doop van nichtje Bette Queborn in Breda, 1588
TerugBegin van generatie

19.752   Merten Claesz van ALPHEN

FamilienaamIndex 19.752Vader 39.504Moeder 39.505

Geboren Etten ca 1520
Overleden Etten voor 1592

Kerkmeester te Etten


Huwt ca 1545

19.753   Neelcken EIJCK

FamilienaamIndex 19.753Vader 39.506Moeder 39.507

Overleden na 1592

Kinderen

  1. Godert (c. 1551- 1592) Zie 9.876
TerugBegin van generatie

19.754   Jan Aerts van den VOIRSTBOSCH

FamilienaamIndex 19.754Vader 39.508Moeder 39.509

Overleden Breda voor 1571

Brouwer


Huwt voor 1550

19.755   Adriane ROEVERS (ROOVERS)

FamilienaamIndex 19.755Vader 39.510Moeder 39.511

Overleden Breda voor 1598

Kinderen

  1. Cathelijn (+1604) Zie 9.877
TerugBegin van generatie

19.808   Hugo Jacobsz van den EYNDE JUD

FamilienaamIndex 19.808Vader 39.616Moeder 39.617

Geboren Delft 1488
Overleden Delft tussen 15-1-1566 en 20-10-1567

In 1518 licentiaat in de rechten, later gepromoveerd, vermoedelijk te Leuven. Secretaris (1536) en Pensionaris van Delft (in 1544 met zijn zoon Jacob?) van 1537 tot na 26-7-1555 (Zie ook Meilink, 'De verdediging van Mr Jacob van den Eynden'). Onder de regeerders van Schiedam (sic) komt een gelijknamige (maar niet identieke) Mr Huigh van Eynde voor in 1547, 1550-1 en 1553-4 als vischvinder (viskeurder) (Wapenheraut 1899:31).

Noemde in 1523 als lid van de Staten van Holland de inquisiteur Frans van der Hulst (die niet alleen een plakkaat van de Keizer tegen ketterij wilde uitvoeren, maar ook een pauselijke bul tegen de Lutheranen) “een bigamist, moordenaar, en verrader van het vaderland”. Stuurde eind januari 1535 (aan de vooravond van een Anabaptistenopstand in Amsterdam) een dringend bericht naar de Staten: een van ketterij bekeerde bediende van hem had verteld dat zij 3500 ‘broeders’ Anabaptisten in Amsterdam had gekend; voor de Staten bevestigde ze bovendien dat er 32 ‘leraren’ rondliepen. (Tracy 1990)

Graf in de Grote Kerk, middenschip, 15e plein nummer 1, aangekocht (ver) na 1470) (17de plein eerste graf: Wapenheraut 1910:257).

Op 4-8-1517 betrokken bij de verdeling van de erfenis van zijn schoonvader Van der Sluijs (OV 1983:411), en op 19-10-1521 als erfgenaam (via zijn vrouw) van land in Ijsselmnonde (OV 1985:210) (Gielis Schellaert, stadhouder van de lenen van Altena, beleent mr.Huych van Eynde, gehuwd met Elysabeth Jansdr. van der Sluys, met de halve koren-en smaltienden van West-IJsselmonde, haar aangekomen door overlijden van haar broeder Willem Jansz.; GA Rotterdam inv nr 1828; regesten IJsselmonde nr 27).

Archief Vicarieen Sint Pieter (Den Haag) en Sint Michiel (Rotterdam), inv.nr 40: George van Egmont, bisschop van Utrecht geeft vergunning wegens de geringe inkomsten om twee vicarieën door Jan de Witt en Dodo Jansz. van der Sluys gesticht op St. Michielsaltaar in de parochiekerk te Rotterdam te verenigen, op verzoek van Pieter Pietersz., rector, der ene vicarie en van Huyck van den Eynde, als voogd van Elisabeth Jansd. van der Sluys zijne huisvrouw, patrones der beide vicarieën, waarvan de tweede vacant is door het overlijden van den vicaris Dirck Ysbrantsz. en confirmeert Pieter Pietersz. als vicaris dier combinatie, 1535 october 17. Perkament, het uithangend zegel verloren.

Hugo heeft in 1529 (OV 1997:789) 10 morgen land in Delft onderverhuurd aan Jan Symonsz.

Vermeld in 1532 in het Verzweerboek van Delft met overdracht van 17 morgen land aan het Convent van St Agnieten (aangekocht in 1492). Op 4-5-1552 verkocht hij een jaarrente van 600 pond aan het Oude Gasthuis te Delft, in 1568 deels afgelost door zijn erven Jan en Jacob. Oorspronkelijk was deze op 31-7-1534 verzekerd met 22 morgen land te Rijswijkerbroek (OV 1988:581).

Vermeld als betaler van tienden (3 schild 5 groten 18 m.) in Brielle (1545; OV 1959:38), als eigenaar van land in de Kolk in Charlois (18-3-1558; OV 1972) en in Kethel (OV 1980), als betaler van de tiende penning in IJsselmonde voor een huis daar (OV 1995:436), in 1563 voor de 9e hoeve in het Oostambacht, gekocht van Joris Damasz (id: 437), en in 1561 voor 2.5 morgen in 's Gravenland, 1.5 morgen in de Harchpolder bij Schiedam (OV 1981; OV 1980:336 in 2.5 morgen groot, met Willem Cleasz gedeeld). Verder genoemd in 1561 als eigenaar van een boomgaard van 4 morgen in Overschie (OV 1990:529), helft van een leen van 13 morgen in Ruiven (Popswoude) bij Overschie (1518), overgedragen aan zoon Jacob (20-10-1567) en diens zoon Jacob (1572); (OV 1998:202); in 1565 met 1.5 morgen in Voorburg (OV 1994:415) en 17.5 morgen in Voorburg (OV 1994:417), in 1569 met 3 morgen in Schipluiden (OV 1994:314) en 4 hond in Vrouwenrecht (OV 1994:362).

Sluit op 18-8-1538 samen met zijn broer Pieter huwelijkse voorwaarden voor zijn dochter Cornelia en Dirk van Alkemade, schepen van Delft (OV 1971, NL 1918:258). Op 26-2 en 4-5-1552 opgetreden als executeur van de erfenis van zijn broer Pieter (OV 1987:478-81). Genoemd op 10-1-1566 als schoonvader van Sasbout Boekels van den Burch bij huwelijkse voorwaaeden (OV 1971:296).

Op 9-1-1576 verklaren de erven van Huijgh van den Eynden de boedelscheiding na zijn overlijden (sic - vermoedelijk 8 jaar eerder) geregeld (Den Haag RA 333:310, nr 470). De erven zijn jkvr Ysabeau van Nijenlant voor wijlen Jacob van den Eynde; Cornelia van den Eynde weduwe Dirck van Alckemade; Sasbout Boeckelsz voor Petronella van den Eynde; Martin Dassegny als gevolmachtigde voor Michiel van den Eynde.

Op 2-3-1611 (RA 357:118 nr V:585) kopen diverse partijen diverse rentebrieven van Petronella en Magdalena van Alckemade te Haarlem. Hieronder is een rente van 28 pond 4 stuiver ten name van Huygh van den Eynde gedateerd 1-2-1561, rustend op de zes grote steden van Holland. Ook genoemd wordt een rentebrief voor 18 pond van Jacob Dircksz van den Eijnde (een neef?) te Delft op de stad Delft.

Memorieboek Voorburg noemt hem onder no. 108 (omstreeks 1508 of later) als zuiderbuur van een kamp van 4 morgen aan de molensloot in Voorburg, geschonken aan de Kerk van Voorburg; noorderbuur is het klooster van Sion. Ergens na 1503 (?) als 'meester Hughe genoemd als erfpachter van zes morgen in Zoeterwoudenambacht (nr. 288).

GA Den Haag (0350-01, oud archief nr 173) 4-12-1527, Het Hof van Holland bevestigt het accoord voor commissarissen uit den Hove op 14 October 1527 gemaakt tussen Heer Symon Willemsz, priester, pater van St. Agnieten binnen Den Haag met Mr. Balthasar van Hogelande, advocaat, en Jan Stapel, procureur, enerzijds, en Aernt Pietersz., Adriaen Gerritsz, Huych Aerntsz, Kors Pietersz, schepenen en Pouwel Dircksz. gedeputeerde van Den Haag met Mr. Huych van Eijnden anderzijds betreffende het geschil over zekere vuilnis of brandput, strekkende aan de muur van het convent en uitgaande in de Torenstraat, welke die van Den Haag zullen onderhouden, doch die een waterlozing zal hebben door het erf van het convent.

OV 1971:279, Huwelijkse voorwaarden Delft 18-8-1538 Dirck van Alkemade (zoon van Costijn Dirksz en Marietje Michiels van Santen) en Cornelia van den Eynde, vergezeld van haar vader Huych en oom Pieter.

Idem 293, 15-5-1560, Pieter Jacobsz en Aeltje Pieter Sasbout, vergezeld van vader Pieter, en voogden (oa) Huych Jacobsz en Huych Cornelisz de Groot

Idem 10-8-1562 Dirck Aerentsz van der Hooch en Maritje Pieters Sasabout, met vader Pieter en voogden (oa) Huych Jacobsz en Pieter Jacobsz.

Idem 10-1-1566 Tielman Fransz van Werlandt en Magdalena Melchior Gerarts; Tielman vertegenwoordigd door o.a. Sasbout Boeckels van der Burch die zijn schoonvader Mr Huych van den Eynde vertegenwoordigt.

Erfenis van zijn vrouw zie ook OV 1987:652; Lijfrente convent ook vermeld OV 1986:560; Genoemd als belender van grond in Delft in 1562 (OV 1988:458).

Cohier van de Tiende Penning van Voorburg (1565): Pieter Pietersz Post gebruikt een halve morgen land van Mr Huych van Ende (Navorscher 1940:135),Jan Dircks Clover gebruikt 18.5 morgen land van hem en Dirck Dircks Clover (vermoedelijk) nog 7.5 morgen (idem p. 137).

Als broer van Dirk te Amsterdam vermeld in processen voor de Grote Raad in Mechelen, aangespannen (n.a.v. vonnis 14-7-1540; Schölvinck p. 121, 278) door Sipken Olfertsz de Vries (3-2-1543, Schölvinck p. 285); op 13 april 1543 (Schölvinck p. 286) verbindt Huych zich mede voor zijn broer en diens vrouw aan Olfertsz en de erven van zijn inmiddels overleden vrouw 2600 caroli gulden te betalen, plus kosten, inzake de processen tegen Dirk.

Verder vermeld als getuige (pensionaris van Delft in 1530) in een proces van Jan Jacobsz, schout van Blinkvliet tegen de weduwe Cornelis Hughensz Verburch te Delft (Schölvinck p. 119-20), als ondertekenaar van een vonnis van het gerecht van Delft (27-5-1544) waartegen in 1545-7 een appèl liep in Mechelen (vonnis 22-1-1547; p. 134), en als lasthebber voor de zes grote steden van Holland (4-3-1545) in een proces tegen Hans die Cuyper en burgemeesters en regeerders van Vlaardingen (vonnis 20-3-1546, p. 207).

Samen met Jan de Heuyter, schout van Delft, en Pieter Dierick Woutersz, als executeurs van de erfenis van Pieter Jansz van Buyten appellanten in een proces tegen de zoon Willem Pietersz van Buyten (vonnis, verloren, eisers veroordeeld tot betaling van 50 caroli gulden per jaar elk aan Van Buyten; 25-6-1541, Schölvinck p. 280) en een vervolgproces 15-2-1561 (p. 336). Appelleerde tegen een vonnis ten gunste van Willem Cornelisz vander Bronchorst en zijn zuster Marie dat hem gebood een (volgens Huych, pensionaris van Delft, niet) afbetaalde schuldbrief terug te geven; vonnis in zijn nadeel op 31-10-1556 (Schölvinck p. 327).

Het overzicht van Hypotheken Zuid-Holland (GA Den Haag) noemt hem op 24-3-1523 als belender ten Oosten van een huis genaamd 'de Sterre aan de noordzijde van De Plaats in Den Haag, overgedragen door Jan aan Pieter Olijslager.

Idem, aankoop voor ruim 1710 gulden op 31-7-1534 door Mr Huych vanden Eynde van Ph. Van Uytwijck als curator van Anthonis van den Bronckhorst van 22 morgen land en nog 16 morgen land in Rijswijkerbroek, na veling te Delft op 18-9-1533. Op het land rusten liefst twintig renten, tijnzen etc. Bij dezelfde verkoop blijkt Hugo ook een rente van 4 pond te houden uit een woning in drie stukken met 9 morgen grond aan de zuidzijde van de Haghehorst. Hugo biedt ook nog op 16 morgen 1 hout en 20 roeden land, leengoed van de graaf van Nassau (370 gulden) in Rijswijk maar verkoop vindt niet plaats 'door oppositie'.

Idem, 12-12-1544, Huych is eigenaar van grond waarop het Ursulaconvent in Delft een rente heeft, en van drie renten uit een huisje van Cornelis van den Bronckhort aan De Plaats in Den Haag (zuidwestzijde), nu verkocht aan Klaas Jans Persijn


Huwt circa 1515

19.809   Elisabeth Jan Doesdr van der SLUYS

FamilienaamIndex 19.809Vader 39.618Moeder 39.619

Geboren Rotterdam ca. 1490
Overleden Delft voor 1-10-1541

Ook genoemd Van Bulgersteijn, Van Bulgersteijn van Zijl. Voor haar kwartieren en kinderen vgl. OV Zuidholl. Gen. II (1991: 222). NB: in de afscheidsbrief van Jacob II noemt hij alleen nog twee levende zusters.

Kinderen

  1. Jonkheer Jacob II van den Eynde Zie 9.904
  2. Cornelia, huwt 1538 Dirk van Alkemade (+voor 1576), in 1571 burgemeester van Den Haag; Cornelia wordt met grondbezit te Delft vermeld (OV 1986:724, 730, 732)
  3. Petronella huwt Sasbout Boeckelsz van der Burch, in 1571 burgemeester van Delft
  4. Elisabeth, huwt Jonkheer Johan van Passenroode (vermeld 1583; OV 1995:439); niet genoemd in boedelscheiding 1576
  5. Michiel (+voor 1586), schepen van Middelburg in 1573; huwt jkvr. Adriana van der Goes, vermeld als zijn weduwe te Middelburg op 18-3-1586 (OV 1990:331, 1987:481); vermeld ook in testament Delft (ONA 1516:124 dd 13-2-1585) van Hendrick Dircksz Bogge en zijn vrouw Trijntje Jansz Sasbout; hield een lijfrente in Delft (OV 1992:521). Vermeld als oom bij het huwelijkscontract van Trijntje Jans Sasbout (de nicht) met Hendrick Dirx Bugge op 13-2-1585 (GHB 1911:291); waarschijnlijk moet dit gelezen worden als oudoom.
  6. Jan (hypothetisch), waaruit kleinzoon Karel Jansz (+voor 1575, begraven Grote Kerk Dordrecht, Wapenheraut 1917:330) wiens weduwe Belyken (Mabelia) Adriaens Coels alias van Beveren (moeder van een Jan, vermeld 1572 met een rente aan het weeshuis en 1600 als getuige burgemeesterverkiezing) in 1575 moeder van het weeshuis in Dordrecht is (Balen p. 178, 181, 257). Karel is tresorier-generaal van de oorlogen, ook vader van Emerentia (+18-8-1632), gehuwd te Dordrecht op 23-8-1565 met Willem Cornelis van Beveren (Balen p. 960).
  7. Bartholomeus (hypothetisch), JUD, procureur voor Mr Willem Claesz, priester te Delft, in een appèl bij de Grote Raad te Mechelen (13-1-1556, Schölvinck p. 151).
TerugBegin van generatie

19.810   Olivier van NIEUWLAND JUD

FamilienaamIndex 19.810Vader 39.620Moeder 39.621

Geboren 9-9-1496
Overleden Dendermonde 10-7-1554

Heer van Gaverinxhove, verschillende keren burgemeester van Dendermonde (Termonde) tussen 1523 en 1551. Bronnen voor zijn kwartieren: genealogie d'Udekem en homepage Sabine Orsel, gecombineerd met ANB 1857; verder Gaillard, Herckenrode.

Schepen van Dendermonde (31-8-1520 - 5-8-1521, 6-10-1522 - 28-7-1523, 18-8-1523 - 11-6-1524, 1-8-1524 - 30-6-1525, 26-9-1527 - 1-8-1528). Burgemeester (15-12-1534 - 3-7-1535, 15-11-1535 - 11-5-1536, 12-8-1538 - 29-7-1539, 1539 - 13-5-1540, 27-9-1540 - 1541; 7-11-1541- 15-5-1542, 19-5-1545 - 1546, 20-5-1551 - 1552) 

Oudheidskundige Kring Dendermonde, p. 175, beschrijft het woonhuis van de familie rond 1600: Olivier en Anselmus Nieulant of van den Nieuwenlande, beiden te Dendermonde geboren uit eenen achtbaren stam, die verscheidene schepenen aan de stad heeft gegeven, worden onder de vermaardste rechtsgeleerden huns tijds gerekend. De familie Nieulant bewoonde op den Koornaard een prachtig gebouw met eenen toren in vorm van koepel versierd. Ditzelfde huis diende eenigen tijd tot vergaderplaats aan de hoofdschepenen, voor de opbouwing van het nieuw Jandhuis.


Huwt (1) 22-4-1518

19.811   Catharina van HECKE

FamilienaamIndex 19.811Vader 39.622Moeder 39.623

Bron voor haar kwartier: ANB 1857:161


Huwt (2) 13-12-1529

Jossine van EESSENE

FamilienaamIndex

Overleden voor 1543

Vrouwe van Ruddervoorde en Goebroeck, dochter van Josse van Eessene en Catharina van Eckere


Zij huwt (1)

Jean de PLUMCOOPERE

FamilienaamIndex


Huwt (3) 4-10-1543

Aldegonde MAES

FamilienaamIndex

Alias Aleyde, dochter van Arnold Maes en Clara van der Linden (alias Arnould Maes en Claire van der Linden)


Zij huwt (1)

Franciscus van LOGHENHAGHE

FamilienaamIndex

Overleden voor 1543

Kinderen

  1. (uit 1) Isabeau Zie 9.905
  2. (uit 1) Anna, huwt (1) Franciscus Serventi; huwt (2) Leonard Broucx
  3. (uit 3) Olivier (*20-9-1546), échevin (1574-77) de Bruges, greffier de la "Vierschaere" du Franc de Gruges (1578), conseiller pensionnaire et greffier (1587/99) du pays de Waes. Huwt (1) Adrienne Wyts (+7-6-1592); voorouders van Mathilde d'Udekem d'Acoz; huwt (2) Catherine de Sorre
  4. (uit 3) Philippe, advocaat van de raad van Vlaanderen, heer van Betoigne en Barlincourt
  5. (uit 3) Jean (*1549 +31-5-1591), secretaries van Brugge 1587-8, thesaurier 1590, huwt (1) 28-12-1579 Claudine Wyts; huwt (2) Marie du Mont de Buret

  6. Kinderen
    1. (uit 1) Jean, militair
    2. (uit 1) Jacques, monnik
    3. (uit 2) Jean, huwt Anne Roussaert
    4. (uit 2) Philippe, kapitein, ongehuwd
    5. (uit 2) Jacques (+28-5-1648), kapitein, ongehuwd
    6. (uit 2) Marie, huwt (1) Hugues de Wavre; huwt (2) Jacques de Gaverelles
    7. (uit 2) Catharina, huwt (1) Diego de Savella; huwt (2) Diego de Zuniga
  7. (uit 3) Antoine, stamvader van de tweede tak Van Nieuwland, hoogschepen van het land van Dendermonde; huwt Jacqueline Berwouts
  8. (uit 3) Anselmus (+augustus 1602), pensionaris van Brugge, raad en procureur generaal van de Raad van Vlaanderen; huwt (1) (contract 1578) Eleonora Van den Heede (hieruit zoon Ghislain Nieulandt +9-4-1641, geridderd 18-3-1634; gehuwd met Adriane Triest, kinderloos); huwt (2) Marie Wijts (+Mechelen 18-1-1613; Vgl VS 1992:30), dochter van Jan Wijts en Marie de Boodt; hieruit acht kinderen waarvan een met nageslacht
  9. (uit 3) Catharine (+16-6-1616), huwt 1571 Jacques Canin (+11-4-1614), advocaat van de Raad van Vlaanderen; voorouders van Mathilde d'Udekem d'Acoz
  10. (uit 3) Josse, kloosterling in de abdij van Baudeloo te Gent
  11. (uit 3) Philippine (*1548 +Dendermonde 6-5-1584), kloosterlinge
TerugBegin van generatie

19.812   Gerrit van LOO

FamilienaamIndex 19.812Vader 39.624Moeder 39.625

Geboren ca. 1495
Overleden Leeuwarden 28-12-1562 bOldenhove

Eerst vermeld als hoofd van de schutterij van St. Joris in Den Haag in 1519 en 1520. Klerk van de Rekenkamer in Den Haag (1526), 1530 secretaris van de raad van Holland (en komt dan uit Friesland; Navorscher 1865:378), 1535-42 grietman, later rentmeester-generaal van Friesland voor keizer Karel V, gedeputeerd naar Brussel als getuige van de overdracht van de kroon aan Filips II. Treedt regelmatig op bij overdrachten lenen als zaakgelastigde (o.a. OV 1983:557 in 1529)

Vader van zeven zonen en zes dochters (NL 1918:362; NB: geboorteplaats kan ook Den Haag zijn, het egodocument meldt dit niet), voorouder van een aanzienlijk deel van de Friese adel. Voor huwelijk vgl. Navorscher 1890:122 en CBG 1973, voor kinderen ook zijn egodocument afgedrukt in Navorscher 1855 en Jaarboek CBG 1981. Het (familie)graf van Gerrit in Den Haag werd door zijn achterkleinzoon Van den Eynde verkocht in 1686 aan jonker Van Texel. Kwartieren o.a. ontleemd aan Navorscher 1890:121, 1865:93.

OV 1986:579: op 26-11-1563 verkoopt Pauwels van Loo, kastelein van Muyden en baljuw van Ghoyland aan het heilige geestzusterhuis te Delft een rente op het huis van Soete Bom aan de Pontemarct, die hij heeft geërfd van zijn ouders meester Gerrit van Loo en jonkvrouwe Margriete van Beest. In een overzicht van renten van Delft uit 1472 (Wapenheraut 1912:52) en latere jaren wordt Gerrit van Loo genoemd met een rente van 24 pond, als opvolger van (zijn schoonvader) Dirk van Beest, die weer opvolger was van zijn schoonzuster Catharina Vranck van Diemendochter (de bagijn, die de rente in 1472 moet hebben verkregen).

Hypotheekboek Den Haag (30-6-1541) noemt het erf van Gerijt van Loo, rentmeester in Friesland, als belender ten westen van een huis en erf aan de westzijde van de Schoolstraat in Den Haag, verkocht door Catharina Dircksdr, weduwe Wessel Lantsinck, aan Cornelis Aerts van Dordrecht. Ten oosten van het pand ligt de Heerstraat.

Gerrits functioneren als rentmeester-generaal van Friesland en (tijdelijk) Groningen is uitgebreid gedocumenteerd; veel daarvan is terug te vinden in het Ryksargyf in Fryslân. Allereerst is er zijn eigen administratie, de Rekeningen van de Rentmeester-generaal (1531-56, 13 banden; de deels overlappende rekeningen van zijn opvolger Boudewijn bestaan 1554-75, 16 banden). Dat beiden tegelijk werkten, blijkt o.a. uit het losse stuk 93 (14-6-1558) waarin Gerryt van Loo. raad des Konings in de Hove van Vrieslandt, verklaart schuldig te zijn aan Boudewijn van Loo, rentmeester-generaal van Vrieslandt, de somma van 30648-7-10 pond Vlaems, door dezen uit de ontvangsten vander Bildt voor hem betaald aan Matheus Ortel, gecommitteerde van Anthonie Foucker, en aan Robert de Bouloingne, ontvanger-generaal der financiën. Gerrit verzoekt de Rekenkamer van Hollandt zijn zoons Bildtrekening van dit bedrag te ontlasten en het op zijn zijn eigen domeinrekening van 1555/56 te zetten.

In dit verband past ook los stuk 69, 13-8-1544: Mr. Marten van Naerden, stadhouder van Groningen etc., kan wegens vertrek naar Utrecht niet alle artikelen van de nieuwe Biltverpachting in (15)35 verifiëren, maar bevestigt dat alle verpachtingen overeenkomstig het cohier gehouden zijn.

Andere losse stukken zijn rekeningen (stuk nr. 51, rekening wegens 40.000 Car. gld., de Keizer door de Landdag 17-9-1539 toegestaan; afgehoord 10-12-1541; nr. 52, idem, 10-1-1551), of stukken rond bijzondere heffingen (72, 7-7-1545, commissie van keizer Karel aan Gerrit 'om van de grietmannen te innen hunne bijdragen in de gratuïteit van 60000 Car. glds., hem door de Staten van dat gewest toegestaan'; nr. 84, 15-6-1551, Gerrit verzoekt de hoofden, tresorier-generaal en gecommitteerden van de Financiën hem wegens bewezren diensten, namelijk het innen over 4 jaren van deze 60000 gulden, de 1000 gulden uit te keeren die de Rekenkamer in de Hage hem bij gebreke van ordonnantie moest weigeren; nr. 86, 3-10-1555, hat antwoord uit Brussel: toekenning van 'de gevraagde vergoeding toe ten bedrage van de 70en penning van de inkomsten zijner bede-rekening'.) (NB: Archief van de Staten van Friesland voor 1580, nr. 1066, rekening over deze 60.000 gulden, afgehoord 10-1-1551; nr. 1079 (1554, afgehoord 2-12-1568), rekening 'van de heffing gedurende zes jaar van 31/2 groot Vlaams op de gulden rente, omgeslagen over heel Friesland ter betaling van 60.000 Carolus guldens door de Staten aan de Koning toegestaan'.)

In het Archief van de Staten van Friesland voor 1580 bevinden zich verdere rekeningen over deze belastingen. In 1546 (nr. 1063) legt Gerrit de rekening over van 'de ontvangst van de omslag van 12 stuivers op de gulden rente, uitgeschreven tot betaling van de bede van 60.000 Carolus guldens aan de Keizer en 10.000 Carolus guldens aan de landvoogdes' (bijlage nr. 1065 is een kwitantie van Maximiliaan van Egmond voor 1400 Carolus guldens 'tot een bede ontvangen' hieruit, 12 juli 1546).

Een aantal losse stukken in de Rentmeesterrekeningen hebben betrekking op twee grote problemen, een rond Dokkum, een rond zijn klerk, Jacob van Grootveld. Op 1-4-1544 (nr. 68) bericht Gerrit de Rekenkamer in Den Haag 'dat hij hun met zijn klerk Jacob van Grootvelt zendt de domeinrekeningen van Vrieslant en de Biltrekeningen van de jaren (15)40/41 en (15)41/42 alsmedede gegevens over (15)42/43, kondigt de overzending over enige maanden van de rekeningen van Groeningen aan en deelt de laatste berichten over de troepen in het land van Holsten, op Fuynen en Zeelant mede'. Dat lijkt het begin te zijn van een conflict met de Rekenkamer. Stuk nr. 80, 5-11-1548: de Rekenkamer in Den Haag zoekt een oplossing voor 'de moeilijkheden gerezen naar aanleiding van het innen van de jaartax in Dockum in zijn rekening van Oistvrieslant van (15)46'; nr. 81 van dezelfde datum, Rekenkamer aan de Heeren van de Financiën; wil aan de hand van een geschiedkundig overzicht over de jaren 1523- 1546 een bespreking met Gerit van Loo, en een beslissing over al of niet navordering over de jaren 1531-1534 van het 'appointement van de stadhouder Toutenburg' uit 1536, over betaling over de jaren 1540-1545 en over het nieuwe concept-appointement uit 1545.

Van Grootveld overlijdt voor 1556, en zijn weduwe doet vervolgens een greep in de kas. Nr. 89, 19-5-1556: het Hof van Vrieslandt in de zaak van Mr. Gerryt van Loocontra Cornelia Lucasdr., wed. van zijn klerk Jacob Harmansz. van Grootvelt, gedaagde, terzake van restitutie uit den door haar eigenmachtig ontzegelden boedel van de hem verschuldigde gelden als saldo der laatste domein- en bederekeningen, veroordeelt de gedaagde tot betaling van 4231 Keizersgld. 3 st. 1/2 braspenn. met kosten, schaden en interessen, behoudens aftrek van een nader te bewijzen aan haar verschuldigdbedrag en onverminderd hare actie terzake van achterstallig salaris. Gerrits zoon Boudewijn lijkt zijn vaders zaak te hebben waargenomen: volgens nr. 92, 14-6-1558, krijgt Gerrit van Boudewijn 150 pond Vlaems, zijnde 4 jaar rente over 1552-1556, uit de som 'tot welker betaling Cornelia Lucasdr. mede voor haar kinderen bij w. Jacob Harmansz. van Groetuelt door de Hove veroordeeld is'.

Het is blijkbaar moeilijk goed personeel te vinden. In de "Collectie microfiches van stukken betreffende het bestuur van Friesland, (1498) 1524-1581 (1598), waarvan de originelen in het Algemeen Rijksarchief te Brussel berusten", onder nummer 755, treffen we de stukken betreffende het proces voor het Hof van Friesland tegen Arend van der Does, klerk van Gerrit van Loo, de rentmeester van Friesland, in 1539.

De meeste losse stukken zijn (uiterst informatieve) kwitanties:

Nr 60, 24-8-1532: Crucebroeders te Franeker, ontvangen van Gerrit van Loo 30 goudguldens, zijnde 1 jaar rente uit het Bildt, verschenen Martini 1531 en Petri 1532, hun destijds toegelegd door hertog Joris van Zaxen en door de keizer bevestigd in (15)21.

Nr 61, 12-9-1533: Pastoor Johannes te Wier, 31-10 pond van 40 grooten, zijnde 1/2 jaar rente uit de Biltlanden

62, 1534, Pastoor Jan te Barlicum, 16-4 pond van 40 grooten, 1 jaar rente uit de Biltlanden

63, 28-2-1535, Jan Geritss. Kuycken, kerkmeester te St.-Annenprochie op `t Bild, 60 pond, zijnde 1 jaar toelage voor de kerk ad 50 pond en voor de koster ad 10 pond

65, 15-10-1541, Epo van Martena, executeur van het sterfhuis van heer Kempo van Martena, Doctor en raad des Keizers in Vrieslant, van Geryt van Loo, raad en rentmeester-generaal van Vrieslant en Groeningen (sic), 150 pond Vlaems, zijnde 1 /2 jaar pensioen van wijlen zijn broeder

70 en 71, 2-3-1545, Douwe van Bourmania 140 pond Vlaems, zijnde een jaar pensioen, resp. 100 pond Vlaems, zijnde een jaartermijn van de 600 pond hem toegelegd. Op 16-3-1546 (nr. 75) krijgt hij nog eens 140 pond van 40 grooten, zijnde 1 jaar pensioen.

74, 20-2-1546, Heer Epo Gerbrandi, prebendarius te Berlicum, 6 pond van 40 grooten uit `s Keizers Biltlanden

76, 1-10-1547, Georgen van Ollum, controleur des Keizers van de haven van Kollum en Achtkarspel, 15 pond van 40 grooten, zijnde 1/4 jaar wedde.

77, 31-1-1548, Philippes de Lalaing, graaf van Hoochstraten, heer van Vile etc., ridder van de Orde, stadhouder en kapitein-generaal des Keizers in het hertogdom Geldres en het graafschap Zutphen, 500 Car. glds., zijnde 2 jaar pensioen.

78, 21-6-1548, Pieter van Groeningen, excysmeester des Keizers te Leeuwarden, 160 pond Vlaems, zijnde 1/2 jaar wedde.

82, 23-9-1549, Peter van Holte (te Deventer), 140 pond Vlaems of 140 Car. glds., zijnde 1 jaar rente uit 42 morgen Byllanden des Keizers in Sant-Annen-Parrochye.

85, 1-7-1552, Robert de Bouloingue, raad en ontvanger-generaal der Financiën des Keizers, 1294 pond Viaams, zijnde een restsaldo van zijn rekening van de bede van 60000 pond.

88, 21-2-1556, Jacob Splinter, auditeur van 'De luyden van de Rekeningen in de Hage', 142-17-1 pond, als bedoeld in de ordonnantie (nr. 87, zelfde datum), waarop deze is gesteld: het het eindsaldo van zijn rekening der door de Staten van Vrieslant in 1545 toegestane bede.

Het archief "Collectie microfiches van stukken betreffende het bestuur van Friesland, (1498) 1524-1581 (1598), waarvan de originelen in het Algemeen Rijksarchief te Brussel berusten" vermeldt Gerrit van Loo als ontvanger en rentmeester van Friesland in 1530 en 1532 (stuk 429, 435), en grietman van Het Bildt in 1536 en 1550 (nr. 436-7). Als rentmeester wordt hem met anderen door de landvoogdes Maria van Hongarije in 1554 opgedragen 'enige Bildtlanden' te verkopen ter financiering van de oorlog (nr. 444); en in 1555 nogmaals (nr. 409). Het archief bevat ook andere correspondentie met de landvoogdes (nr. 525 uit 1535; 703, 1540, over de soldaten te Genemuiden) en instructies van haar (666, 1537; 702, 1540, opdracht de dijken in Het Bildt te controleren; 761, 1543, opdracht om kopers van lijfrenten te werven; 804, 1550-1551, opdracht kopers van renten op de domeingronden in Friesland te vinden om uit de opbrengst deels de aankoop van het graafschap Lingen te betalen; Gerrit het het Hof van Friesland stellen voor de Friese geestelijkheid ook een deel van de kosten van deze aankoop te laten betalen - de Hervorming roert zich blijkbaar al.)

De landvoogdes gebruikt Gerrit ook als boodschappenjongen. In het Archief van de Staten van Friesland voor 1580 vinden we onder nummer 515 een brief van 25-2-1544 waarin zij 'de Prelaten, Edelen en gemene Steden van Friesland' meedeelt 'dat zij mr. Everard Nicolai en Gerrit van Loo heeft gecommitteerd om hun enige zaken van gewicht voor te dragen'.

Gerrit neemt met ruzie afscheid van zijn Rentmeesterschap. Dossier 185 in het Archief van de Staten van Friesland voor 1580 is een resolutie van de Staten van 25-4-1558 'waarbij aan enige heren commissie wordt verleend om hetzij goed-, hetzij kwaadschiks rekening en verantwoording te verlangen van mr. Gerrit van Loo, de oude Rentmeester, en van Boudewijn van Loo, de nieuwe Rentmeester, van het beloop van de jaartaxen, beden en andere penningen, door de Gedeputeerden van het gemene land (Friesland) omgeslagen en ten behoeve daarvan opgebracht; alsmede rekening en verantwoording te verlangen van al degenen en hun erfgenamen, die enige ontvangsten, uitgaven of beheer van 's Lands gelden hebben gehad; verder alle landsschulden te betalen en ten behoeve daarvan omslagen over de floreenrente uit te schrijven.' Dossier nr. 186 bevat het antwoord van Gerrit. (NB: in stuk 146 uit het Familiearchief Van Burmania-Van Eysingawordt commissie gegeven ter vordering van rekenschap van Gerryt en van Boudewijn van Loo, den vorigen en den nieuwen rentmeester; 1558.) Blijkbaar slaan Gerrit en zijn erfgenamen terug met een proces over zijn bezoldiging dat tot ver na zijn dood in 1562 doorwerkt. Dossier 1026 is een verzoek uit 1566 van heer Isbrandt van Harderwijck, abt van Lidlum, c.s., Gecommitteerden tot de Rekening van de penningen, omgeslagen over de Floreenrente, aan de Stadhouder en aan de President en Raden, om het proces tussen hen en de oud-Rentmeester, mr. Gerrit van Loo, over zijn bezoldiging, dat voor jaren al geregeld was, zo spoedig mogelijk te doen eindigen.

Een drietal dossiers in het Ryksargyf verdient nog nader onderzoek: uit het archief van de Familie Van Loo de stukken 11 (stamboom van Loo) en 12 (aantekeningen betreffende het geslacht van Loo); en uit de Verzameling H. Sannes nummer 14 (Aantekeningen en afschriften betreffende Henrich graaf von Stollberg (Saksische stadhouder in Friesland), de familie Rataller en Van Loo, afschriften van stukken uit het archief te Dresden (alles Saksische periode), aantekeningen van het Bildt.)

(Correpondentie van Willem van Oranje online:)

Brief van Diederik Sonooy aan Willem, 21-11-1575, Aanbeveling op aandringen van de verdrevenen uit Naarden om Paulus van Loo wegens begane wreedheden niet zonder meer vrij te laten (origineel in Koninklijk Huisarchief Den Haag A 11/XIV C/S-30).

Brief van de Gecommitteerde Raden van het Noorderkwartier, 18-3-1577, Bezwaar tegen het verzoek van Paulus van Loo om commissie voor een in Muiden te legeren vendel soldaten (Rijksarchief in Noord-Holland, Gecommitteerde Raden Noorderkwartier 238, f. 29 v-30 r)

Brief van Jan van Nassau te Utrecht aan Willem, 9-8-1579, Aanbeveling van Diederik Sonoy als drost van Muiden in plaats van Paulus van Loo die de Staten van Holland willen afzetten (Kon. Huisarchief A 3, 897/7, ontwerp).

Brief van Willem aan Pouwels van Loo, 31-12-1580, Benoeming tot meester super-numerair en honorair van de Rekenkamer omdat jonkheer Willem van Zuylen van Nyevelt is aangesteld in zijn plaats tot baljuw van Gooiland (Nationaal Archief Den Haag, copie, Grafelijkheidsrekenkamer Registers 27, f. 212 r).

(Correpondentie van Willem van Oranje online:)

Brief van Willem vanuit Gent aan de Staten van Utrecht, 15-11-1581, Aanbeveling de vordering van de weduwe van George Rataller (Jouffrouwe Margriete van Loo) te voldoen (Het Utrechts Archief, Staten van Utrecht 278, origineel)

(Correpondentie van Willem van Oranje online:)

Brief van Willem uit Antwerpen aan de Staten van Friesland, 11-2-1583, Bevel onverwijld rentmeester-generaal Boudewijn van Loo vrij te laten en in het vervolg bij beschuldigingen de daartoe geëigende procedure te volgen (Historisch Centrum Leeuwarden, Leeuwarder placaetboeken IV, 47, copie)

Brief van Willem uit Antwerpen aan de Staten van Friesland, 25-3-1583, Verzoek het zilverwerk gekomen uit een voor Friesland gestrand schip uit Calais door rentmeester-generaal Boudewijn van Loo te doen restitueren aan de eigenaar de Farnacques (Tresoar Leeuwarden, Staten van Friesland 1580-1795, 270 (charterfoto nr. 1583) origineel)

(Correpondentie van Willem van Oranje online:)

Brief van Willem uit Antwerpen aan magistraat en eerste schepen van Gent, 30-3-1583, Aanbeveling Jehan van Loo ter wille te zijn in zijn verzoek als sergeant-majoor van Dendermonde te worden gehandhaafd. (Stadsarchief Gent, Reeks 94 bis, 29, nr. 74 (oud 124-125), origineel)

Brief van Jehan van Loo (sargeant major de la ville de Termonde) aan Willem, 30-3-1583, Verzoekt voortzetting van zijn dienst na het vertrek van de Fransen (Stadsarchief Gent, Reeks 94 bis, 29, nr. 75 (oud 126), origineel).

Brief van Jehan van Loo aan Willem, 6-4-1583, Verzoekt herstel in zijn oude ambt van sergeant-majoor van Dendermonde (Stadsarchief Gent, Reeks 94 bis, 29, nr. 78 (oud 127bis), origineel)

Brief van Willem aan de Vier Leden van Vlaanderen, 6-4-1583, Toezending van een rekest van Johan van Loo om advies (Stadsarchief Gent, Reeks 94 bis, 29, nr. 77 (oud 127-128), origineel).

Quaclappen Hof van Friesland 1527-1620 (Archief Hof van Friesland, quaclappen Toegang 14), uit index (nog niet nagezocht): Vermelden Mr. Gerryt van Loo, gehuwd met Jvr. Margriete van Beest (+na 1560), raad en rentmeester-generaal, in 1550 (inv. nr. 16690 (v/h deel YY4), blad 69), 1551 (idem 139, 144), 1555 (inv. nr. 16691 (v/h deel YY5), blad 82), 11-5-1555 (idem: 100), 5-11-1555 (idem: 127), 1559 (inv. nr. 16692 (v/h deel YY6), blad 17); 1560 (inv. nr. 16692 (v/h deel YY6), blad 86). Vermelden hem als vader en voor zoon Dirck, 1553 (inv. nr. 16690 (v/h deel YY4), blad 296, 299, 304).

(Duplicaten Collectie Stukken, afkomstig van de Vereeniging Beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis, RA Overijssel:) Akte van volmacht van de erfgenamen van wijlen Gerard van Loo en Margareta van Beest voor Cornelis Hermans van Naerden en Cornelis Pieters Pous om aan Pieter Pieters Sasbout te Delft over te dragen hun aandeel in een rente te Rijswijk, 1563. Afschrift, 1614

Oorkondenboek Groningen en Drenthe KLA 1025 (11-6-1530, 31-11-1530 oude stijl): ten huize van Jan Rattaler, rentmeester-generaal van Friesland, akkoord over onderhoud van de dijk bij Kollum tussen het Gerytgenklooster (=Gerarda) enerzijds, anderzijds de kelner van Groot Auwert, de eigengeërfden van het nieuwe land in Kollum en Gerrit van Loo, ‘Commissaris vanwegen den Keyserlicke Maiesteit’.

Ambtswoning: huidige Stadhouderlijk hof, Hofplein 29, Leeuwarden. Oorspronkelijk eigendom van de familie Rolkama, aangekocht door Gerrit van Loo, door zoon Boudewijn van Loo in 1564 geheel vernieuwd (overwelfde kelders zijn bewaard bleven). In 1587 werd het huis, hof en schuur aan de Gedeputeerde Staten verkocht om als residentie van de stadhouder Willem Lodewijk van Nassau (Us Heit) te dienen; in latere jaren herhaaldelijk uitgebreid en gemoderniseerd; in 1796 nog residentie van Willem, de latere koning.


Huwt Delft 25-6-1518

19.813   Margriette van BEEST VAN HEEMSKERK

FamilienaamIndex 19.813Vader 39.626Moeder 39.627

Overleden 1560

Graf in Oldehoofsterkerk, Leeuwarden, volgens fiches Tresoar.

Kinderen

  1. Aelbrecht Zie 9.906
  2. Boudijn (*Delft 27-12-1520 (0730), doopgetuige o.a. Huych van Diemen; +Haarlem 17-3-1596), raad en rentmeester van Friesland na zijn vader (1557), grietman van 't Bildt in 1554-5 (NL 1978:405, 1999:459), gehuwd met Jacomijne van Kerckwerve. In 1584 vraagt Boud(ew)ijn ontslagen te worden van zijn verplichtingen als voogd voor zijn neven Arent en Dammas van Loo (CBG 1979:116). Had twee natuurlijke kinderen Jan en Marijken (oud 5 en 9) voor wie hij op 1-7-1554 een lijfrente registreert (NL 1999:459); Jan was vader van o.a. Gerrit, gehuwd met Hiske van Uijlenburg, zo zwager van Saskia, financier van Saskia's bruiloft in zijn huis, zaakwaarnemer voor Rembrandt van Rijn in Friesland, en peetvader van Titus van Rijn (CBG 1981). Maria (Marijken) wordt gelegitimeerd in 1563 (CBG 1987:133). Verder waren Gerrit en Jacomijne ouders een wettige dochter Hester, gehuwd met Jan van Aylva (Navorscher 1865:216), en dochters Machteld, Margriet en Maria. Tussen de verdwaalde charters in het Rijksarchief: Akte van toezegging door de gevolmachtigden van St Annaparochie,St Jacobsparochie en Onzer Vrouweparochie in het Bildt,om voor het verleende octrooi voor het houden van diverse markten,aan de rentmeester-generaal Boudewijn van Loo,jaarlijks vier pond te betalen (1575).
  3. Quaclappen Hof van Friesland 1527-1620 (Archief Hof van Friesland, quaclappen Toegang 14), uit index (nog niet nagezocht): Boudewijn van Loo, gehuwd met Jacobuyne van Kerckwerue, raad en rentmeester-generaal van Friesland, in 1552 (inv. nr. 16690 (v/h deel YY4), blad 239), 1556 (inv. nr. 16691 (v/h deel YY5), blad 102), 11 december 1563 (inv. nr. 16692 (v/h deel YY6), blad 472), 1570 (inv. nr. 16694 (v/h deel YY8), blad 126 en 226), 1579 (inv. nr. 16698 (v/h deel YY12), blad 106), 1586 (inv. nr. 16702 (v/h deel YY16), blad 103). Idem met volmacht van Herman Frans van Suytphens (1555: inv. nr. 16691 (v/h deel YY5), blad 71). Boudewyn van Loo, curator over Caerl van Decama, 1585 (inv. nr. 16701 (v/h deel YY15), blad 133). Boudewyn van Loo namens Jan Hendricks, 1585 (inv. nr. 16701 (v/h deel YY15), blad 215). Dr. Christophorus van Arentsma namens Boudewyn van Loo, 1589 (inv. nr. 16703 (v/h deel YY17), blad 192). Boudewyn van Loo, broer van Boudewyn van Loo, met volmacht van hem, op 3 april 1555 (inv. nr. 16691 (v/h deel YY5), blad 86). Boudewijn, met zus Beatrix, 1582 (inv. nr. 16700 (v/h deel YY14), blad 59). Boudewyn van Loo, vader van Jan, namens zijn zoon Jan (klerk van het bisdom Utrecht), 1560 (inv. nr. 16692 (v/h deel YY6), blad 76). Quaclappen Hof van Friesland 1527-1620 (Archief Hof van Friesland, quaclappen Toegang 14), uit index (nog niet nagezocht): betreft vermoedelijk Boudewijns bastaardzoon. Dr. Jan (van) Loo, verpachter van de accijnzen (1581), secretaris van Leeuwarderadeel (1585), gehuwd met Syouck Abbes (erfgenaam van Ulrich Abbes, 1583/4/5, 1590 en diens zoon Melchior 1587; dochter en erfgenaam van Tiets (Taets) Pieters, 1583/4; erfgenaam van Abbe Wdes 29-1-1588); 1590 te Huizum/onder Leeuwarden. Beiden + na 1591. 1580 (inv. nr. 16698 (v/h deel YY12), blad 353). 1581 (inv. nr. 16699 (v/h deel YY13), blad 181). 1582 (inv. nr. 16699 (v/h deel YY13), blad 214). 1583 (inv. nr. 16700 (v/h deel YY14), blad 149, 177, 255, 257). 1584 (inv. nr. 16701 (v/h deel YY15), blad 57, 334). 1585 (inv. nr. 16701 (v/h deel YY15), blad 72, 94, 130, 137, 149, 197). 1586 (inv. nr. 16702 (v/h deel YY16), blad 42, 66, 126, 141, 159). 22 maart 1587 (inv. nr. 16702 (v/h deel YY16), blad 208). 1587 (inv. nr. 16702 (v/h deel YY16), blad 212, 221, 299). 1588 (inv. nr. 16703 (v/h deel YY17), blad 107, 108, 488). 29 januari 1588 (inv. nr. 16702 (v/h deel YY16), blad 422). 1589 (inv. nr. 16703 (v/h deel YY17), blad 185. 1590 (inv. nr. 16703 (v/h deel YY17), blad 469, 479. 1591 (inv. nr. 16704 (v/h deel YY18), blad 362, 404. 14 juli 1591 (inv. nr. 16704 (v/h deel YY18), blad 365).
  4. Catharina (*Delft 1-7-1522 (2130), getuigen Marij van Diemen en Vranck van Beest; +Leeuwarden 4-11-1581), huwt Pieter van Donema (+Leeuwarden 17-8-1568), vgl NL 1884:359. Volgens dossier 99 van 25-8-1552 in het archief van de Schoterlandse Veencompagnie (Decama-, Cuyck- en Foeyts Veencompagnie) heet haar man Pieter van Dekema; het echtpaar koopt dan 8 roeden land in Oldehorne voor 175 philipsgulden van Hendrick Jansz.
  5. Cornelis (*Delft 23-11-1523 +Delft 23-11-1523, enkele uren oud), getuigen Aelbrecht van Loo (vader), Frank van Beest (zwager), Geertruid van Diemen (schoonmoeder).
  6. Maria (*Delft 18-2-1525 (oude telling: 1524)), huwt Adriaen van Leyden (+26-11-1562), pensionaris van Delft, maakt testament in 1557 (vgl ook GHB 1914:473)
  7. Aelberth (de jongere) (*Delft 26-5-1526, getuigen Reynier Bint, Adriaen van Cranenbroek en grootmoeder Maria Zwinters). Volgens CBG dossier Van Loo +Den Haag, begraven 26-11-1599
  8. Ida (*Delft 19-9-1527 +februari 1609), huwt Jan van Rattaler (+voor 1602), grietman van Tietjerksteradeel, zoon van Johan Ratteler sr, rentmeester van Friesland voor Karel V en Geertruid Sonck, broer van George. Het Stadhouderlijk Archief van Friesland (i.c. van Willem Lodewijk; nr. 428, 1602, 1603, 1610) bevat verzoekschriften van de weduwe en twee dochters aan stadhouder Willem Lodewijk van N. te L. om zijn invloed aan te wenden om hun processen in klein revies tegen Gedeputeerde Staten, de procureur-generaal en de rentmeester der Domeinen, af te doen. Vgl ook Nav. 1904:58, 1898:1-11.
  9. Beatrijs (*Delft 14-12-1528 (0300), getuigen Cornelis van Beest, de vrouw van Vranck van Beest en Maria Ruysch vrouw van mr. Vincent Cornelissen (van Myrop, ridder) +na 1589); huwt Albert (Allart) Siericxma.
  10. Quaclappen Hof van Friesland 1527-1620 (Archief Hof van Friesland, quaclappen Toegang 14), uit index (nog niet nagezocht): Beatrix van Loo, gehuwd met Allert Feckes (Allert van Siercxma, officier in de compagnie van Van Dekema 1589). 1581 (inv. nr. 16699 (v/h deel YY13), blad 155). Met broer Boudewijn: 1582 (inv. nr. 16700 (v/h deel YY14), blad 59). Met broer Paulus, erven van Vnys (?) van Loo: 1589 (inv. nr. 16703 (v/h deel YY17), blad 194); namens de erfgenamen en kinderen van Vnys van Loo treedt op Jacob Alberts, deurwaarder van het "cantoere". Een Jacob Alberts te Harlingen wordt ook vermeld in 1590 (inv. nr. 16704 (v/h deel YY18), blad 67).
  11. Paulus (*Delft 25-1-1530 (volgens oude telling Nieuwjaar: 1529) +27-3-1596, tien dagen na zijn broer Boudewijn, b30-3 in Den Haag); huwt Anna Rossel (Rochel, Roussel) (bDen Haag 7-1-1603). Zijn vrouw was een dochter van Jacob Roussel, Heer van Hornettes, Raad Hof van Fryslân 1538-1577 (*Bergen in Henegouwen 1508 +Ljouwert na 16 maart 1577, zoon van Jacob * ca. 1482 + na 1525 en Martina Giffroy * ca. 1485 + na 1525) uit zijn eerste huwelijk met Isabella van Cranevelt (+ 1559). Volgens Batavia Illustrata (p. 1462) was Paulus sinds 5-1-1581 raad der Domeinen; in 1558 kastelein van Muiden en Gooiland (van Nierop 276, OV 1989). Had een zoon Aelbert (b Den Haag 26-11-1599) die een leen in Nigtevecht erft bij de dood van zijn vader 17-2-1597, dat bij zijn dood weer overgaat (11-2-1600) op zijn tante Ida, gehuwd met een Ratteler (NL 1996:472).
  12. Quaclappen Hof van Friesland 1527-1620 (Archief Hof van Friesland, quaclappen Toegang 14), uit index (nog niet nagezocht): Paulus van Loo, gehuwd met Anna van Rossell (Rosseau); Met broer Jan: 1581 (inv. nr. 16699 (v/h deel YY13), blad 153). 1582 (inv. nr. 16700 (v/h deel YY14), blad 34). 1583 (inv. nr. 16700 (v/h deel YY14), blad 253). Namens wijlen broer Jan: 1585 (inv. nr. 16701 (v/h deel YY15), blad 146). Met zus Beatrix, erven van Vnys (?) van Loo: 1589 (inv. nr. 16703 (v/h deel YY17), blad 194); namens de erfgenamen en kinderen van Vnys van Loo treedt op Jacob Alberts, deurwaarder van het "cantoere". Een Jacob Alberts te Harlingen wordt ook vermeld in 1590 (inv. nr. 16704 (v/h deel YY18), blad 67).
  13. Margaretha (*Delft 20-2-1531 (was 1530)), huwt George Rattaler, president van het hof van Utrecht in 1569-81, broer van Johan Jr.
  14. Dirk (*Delft 28-9-1532 +1562 (volgens egodocument Gerrit van Loo: 1563)), president raad van Holland 1562-4 (Navorscher 1865:216; Batavia Ill: 1476), ongehuwd overleden.
  15. Geertruida (*Delft 5-1-1535 +februari 1536, een jaar en 6 weken oud)
  16. Magdalena (*Delft 27-2-1536 (oude stijl: vastenavond 1535) +1536, een half jaar oud).
  17. Jan (*Delft 2-4-1537 +tussen 1581 en 1585), nog onmondig in 1563
  18. Geertruida (*Den Haag 2-8-1539 +voor 1546)
  19. Geertruida (*Den Haag 14-5-1546), huwt Mr. Arnold Noyte, schepen van het vrije van Vlaanderen te Brugge.
  20. Boudewijn (bastaard), vermeld 1555 als broer van de 'echte' Boudewijn (CBG 1981)
TerugBegin van generatie

19.814   Arent Cornelisz van der MIJLE

FamilienaamIndex 19.814Vader 39.628Moeder 39.629

Geboren Dordrecht ca. 1501
Overleden Dordrecht 1580, naar verluidt 79 jaar oud.

Schildknaap, heer van der Mijle, Dubbeldam, St. Anthonispolder (na de dood van zijn vrouw, OV 1979:47, 22-6-1564, na zijn dood over op zoon Cornelis op 18-8-1580), herhaaldelijk burgemeester van Dordrecht tussen 1541 en 1572 (Batavia Illustrata, Navorscher 1865, OV 1987:657, Balen p. 251), vader van Klooster Mariënborn in 1550 (Balen p. 145), hinderde de beeldenstorm in 1566. Veroordeelde in 1570 (met schout en negen rechters) tien anabaptisten tot de brandstapel, QED. Kwartieren op basis NL 2001:571, verdere genoemde bronnen en eigen onderzoek.

Behoorde in januari 1567 tot de edelen en leenmannen die (in zijn geval schriftelijk) trouw zwoeren aan de landvoogdes (Margaretha van Parma), en daarmee afstand namen van het Verbond van Edelen (d’Yvoy van Mijdrecht 1825: 245).

Volgens Van der Aa (Biografisch Woordenboek dl 12/2 p 1207ff.) reisde hij na zijn schoolopleiding door Frankrijk, Duitsland en Italië, en voltooide hij onderweg zijn studie rechten. Hij was raad (1554) en schepen (1557), en werd een record van 21 keer tot burgemeester van Dordrecht gekozen.

Meldt van der Aa: “Ook in den aanvang van den opstand tegen Spanje stond hij aan het hoofd der regering. Schoon ijverig catholiek en opregt koningsgezind, verzette hij zich, zooveel hij vermogt, tegen de gestrenge uitvoering der plakaten, doch tevens trachtte hij het prediken buiten de stad te voorkomen en haar tegen de beeldstormerij te behoeden, 't geen Philips erkende, door hem tot den adelstand te verheffen. Toen de graaf van Bossu, nadat Treslong en Roobol zijne schepen en schuiten verbrand hadden, voor Dordrecht was gekomen, van plan om aldaar zijne afgematte, natte en beslijkte soldaten te verfrisschen, en het volk, in den waan, dat hij met geweld den tienden penning kwam halen, in rep en roer geraakte, en de poort sloot, onder het geschreeuw dat het de Spanjaarden niet in wilde hebben, begaf zich van der Myle naar buiten, en raadde den stadhouder af haar binnen te trekken, met belofte hem van het noodige te zullen voorzien. Bossu, in zijn voornemen gedwarsboomd, barstte in gramschap los, en beet, op den baard van den grijzen burgemeester wijzende, de zijnen toe: ‘Deze oude is mede ontrouw aan den koning,’ waarop van der Myle antwoordde: ‘dat hij de stad, nu ook wel, gelijk hij zoo dikwijls en lang gedaan had, in de gehoorzaamheid aan den koning zou bewaren,’ en, na belast te hebben, hen van nooddruft en schepen te voorzien om naar Rotterdam te varen, van daar ging. In weerwil het de stad den graaf aan niets liet ontbreken, overvloed van wijn, bier en brood en de noodige vaartuigen verschafte, verlieten zij haar onder het uitbraken van verwenschingen en bedreigingen, verbrandden moedwillig het klooster Eemstein, en kwamen, deels over land, deels over water, te Rotterdam, waar zij listig binnen geraakt,’ hunnen toornigen moed met het bloed der ingezetenen verradelijk koelden, hetwelk de burgers van Dort niet en deed berouwen, dat zij de Spanjaarden uitgehouden hadden.”

Van der Mijle vluchte naar Delft toen de Watergeuzen kort daarna Dordrecht innamen; kennelijk overleed hij daar.

Geadeld bij adelsbrief van Philips II, 15 december 1570; de laatste Nederlander ooit die legitiem geadeld werd (vgl ANF 1883:60) als men latere usurpaties negeert. De adelbrief noemt als gronden enerzijds de afstamming van Arent uit adelijke voorouders, zowel aan moeders- als vaderszijde, waarbij aangetekend is dat deze (impliciet: de vaderskant) deels onbekend zijn door het gebruik van patroniemen en niet meer te reconstrueren door het verlies van archiefmateriaal. Anderzijds word als belangrijkste argument genoemd: dank voor de steun en het uitzonderlijke werk van Arent ten tijde van de recente trubbelen in de Nederlanden. Vgl. boven onder ketterverbrandingen. Adeldom werd verleend aan Arent en "zijn kinderen ende naecomelingen, mans ende vrouwen persoonen gebooren ende die gheboren sullen worden in wettelicke huwelicke." Merkwaardig genoeg heeft ook iedere wettige nazaat (ongeacht geslacht) van Arent volgens deze brief het recht de naam en het wapen Van der Myle te voeren.

(Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie:) Afgebeeld op “De brand van de Nieuwe of St Nicolaaskerk te Dordrecht” (22-1-1568) door Jan Doudijn; in het midden de schout Adriaen II van Blyenburg en burgemeester Arent van der Mijle, gevolgd door drie stadshellebaardiers. Museum Mr Simon van Gijn, Dordrecht. LINK http://www.rkd.nl/rkddb/dispatcher.aspx?action=search&database=ChoiceImages&search=priref=44290

Hield grond in o.a. Mijnsherenland (OV 1985:150-5, 362) en in het Nieuweland van Mijnsheerenland (in 1553; vgl. OV 2008: 361, 8 morgen; 365, 4 morgen 4 hond 37 roeden en 4.2.26; 367, 7 morgen en 72 roeden), verder (OV 1979: 48) twee kwart van het leen van Gerard van Muijlwijk, na de dood van zijn schoonvader (21-11-1541), en de rest (12-7-1558) na de dood van zijn tante Margriet (OV 1979:49). Sinds 19-3-1560 ook beleend met de helft van de ambachtsheerlijkheid van Kijfhoek (OV 1978:19), in 1580 over op zijn zoon Jan.

Verder bezat hij het recht van visserij en vogelarij in het land van Pieter Dammasz. in het ambacht Oistbarendrecht, binnen- en buitendijks, sinds 25-6-1556: Aernt heer Cornelisz., ambachtsheer van der Mijle en Dubbeldam, burgemeester van Dordrecht, hulde door Joost van der Bije Jacobsz., procureur voor het Hof van Hollandt, volgens machtiging op 15-6-1556 verleden voor het gerecht van Dordrecht, bij dode van zijn vader Cornelis Cornelis Dammaszoonsz., nadat de belening meerdere malen was geweigerd door wijlen Jan Splinter, rentmeester en stadhouder van de lenen van Wassenaer.die deze visserij met consent van de vorige leenman samen met die van de heer van Wassenaer en die van Adriaen Monnenz. verpachtte.(OV 1978:58).

Beleend met het Schoutambacht Hodenpijl en drie percelen land op 11-12-1557 bij verkoop, op 13-8-1558 overgedragen aan zijn dochter en Albert van Loo (OV 1973:87, 89).

Cohier tiende penning 1558 (SvH 929), fol 43: Arent Cornelisz. borgemeester, huys met een sydelcamer daeran, eygenaer, getaxeert op LX Rinsgulden, beloopt den Xen penning VI Rinsgulden (Wijnstraat Nieuwbrug - De Boom) Ende den wijnkelder onder de sijdelcamer gelt te huyer XLII Rinsgulden, beloopt den Xen penning IIII Rinsgulden IIII stuvers. Folio 64v: Twee huyskens toebehorende Arent Cornelisz., borgemeester, worden bewoent om goidtswillen (Nieuwkerksplein); folio 67v Twee huyskens van Arent Cornelissoen, borgemeester, t een gelt te huyer L stuvers ende t ander wordt bewoent om niet (Heer Heymansuysstraat 1ste brug - Vest).

Overleden voor 31-7-1580, als de leen in Alblas overgaat op zijn zoon Cornelis (OV 1980:264).

In een keur van 1552 (Fruin 1:160) aangeduid als 'burgemr vander Myle, heer Cornelisz.'

In het Stadsarchief Dordrecht (inv.nr.3 no 460) komt voor (uit 1594) een rekening en verantwoording van de gemaakte kosten door procureur J. de Coninck inzake het geschil tussen de diakenen en erfgenamen van A. van der Mijle

In het archief van de Dordtse gilden en confrérieën (inv.nr. 16 no 240, 1567): akte van verhuur door het gilde aan de ambachtsheer van De Mijl van twee hellingen gelegen achter het Bakkerswaakhuis. (Idem no 262, 1549) Akte waarbij door Aernt Cornelisz., ambachtsheer van De Mijl, en het gilde het maken en exploiteren van twee hellingen wordt geregeld.

Archief Beheerders van de Sint-Odulphuskapel, alsmede van het Burgemeesterspoortje (inv.nr. 142, no 2, 1544) Schepenakte van verkoop en transport door Gheert Henrick Mickaerts van Asten aan Wouter Baerthoutsz. van Gouthoeven en Arendt Cornelisz. van der Mijl van een losrente ten laste van de Staten van Brabant; (Idem no 3, 1544) Memorie betreffende de aankoop van een losrente ten laste van de Staten van Brabant door Wouter Baerthoutsz. van Gouthoeven en Arendt Cornelisz. van der Mijl, erfgenamen van Pieter Damasz., van Gerrit Heinderick Muchaerts

Archief van Zalmvisserij 'De volharding', alsmede de visserij van Dordtsmonde (inv. nr. 117 no 59, 1542) Kaart van de Oude Maas van Dordrecht tot Puttershoek vervaardigd in verband met een geschil tussen Cornelis van de Mijle en de procureur-generaal van het Hof van Holland enerzijds en de dijkgraaf en heemraden van Bonaventura anderzijds.


Huwt ca. 1520

19.815   Cornelia van ALBLAS

FamilienaamIndex 19.815Vader 39.630Moeder 39.631

Geboren ca. 1495
Overleden Dordrecht 3-6-1564

Vgl OV 1977, Navorscher 1855, 1865, Batavia Illustrata 1018). Vrouwe van der Mijle sinds 1541 (v. Nierop 287). Haar overlijdensdatum wordt soms foutief als 3 juli gegeven, maar volgens OV 1980: 264 neemt haar weduwnaar haar land in Alblas na haar dood over, en wel op 2 juli 1564...

Zij had volgens Balen (p. 920) 15 kinderen, waarvan de meesten jongestorven zijn.

Kinderen

  1. Maria Zie 9.907
  2. Cornelis (+1605), huwt (1) Catharina Joachimsdr Hoppers, huwt (2) Adriana Jacobusdr van der Does. Samen met zijn broer Adriaen in 1557 ingeschreven als student in Dôle, Bourgondië (NL 1966:8). Baljuw van Strijen (1556). Ambachtsheer van de Myl, Dubbeldam en St. Anthonij-polder; baljuw van Strijen (1556), kastelein,baljuw en schout (tegelijk) van Gouda (1564-1571), verhuisde 1572 naar Leiden. Kinderloos.
  3. Adriaen (*1538 +16-7-1590, oud 52 en een half), doodsbericht overgenomen in Balen (p. 287-8), huwt Magdalena van Egmond van Nijenburg (+1593), ouders (vgl ook Taxandria 1941:243) van Cornelis (*Den Haag 1578, begraven 's-Gravenhage (Hofkapel) 25-11-1642), gehuwd Den Haag 4-2-1603 met Maria van Oldenbarneveldt (begraven Den Haag 23-2-1657, dochter van de raadspensionaris Johan van Oldenbarneveldt en Maria van Utrecht), heer van de Mijle, Dubbeldam, Backum, Alblas, Bleskensgraaf en St. Anthonispolder, raad van Prins Maurits (1603), lid Ridderschap van Holland en West-Friesland (1613), gecommitteerde in de Raad van State (1614), bij de Staten van Hollland, bij de Generaliteits-Rekenkamer, ambassadeur te Venetië en Parijs, hoogheemraad van Schieland, curator der Leidse Hogeschool (= universiteit, 1603-19 en 1640-2) en sedert 1640, ridder geslagen door de Koning van Frankrijk (1609). Als remonstrant lange tijd uit genade geweest (vgl NL 1966). Cornelis publiceerde een genealogie van der Mijle (in 'Ontdeckinge van de valse Spaensche Jesuytische Practycken ..' uit 1618, een antwoord op een smaadschrift tegen hem en zijn adelijke pretenties.)
  4. Johan (+Antwerpen 1609), huwt (1) Agatha van der Burg uit Zierikzee; huwt (2) Christina Huygensdr van Blijenburg (+1601), vgl Balen p. 924; opvolger (1605) van zijn broer Cornelis als Ambachtsheer van de Myl, Dubbeldam en St. Anthonij-polder.
TerugBegin van generatie

19.928   Wourick van STEENHUIJSE

FamilienaamIndex 19.928Vader 39.856Moeder 39.857

Geboren ca. 1520
Overleden Dordrecht 13-5-1571 bAugustijnenkerk in de kapel van Willem van Drenckwaard

Vermeld in Rhoon 1542, 1553-55; had land samen met Bouwen van Drenckwaard, burgemeester van Dordrecht; had ook land in Nieuw Rhoon en Oud Rhoon (1562), bezit een deel van de Zwiigende Tol te Dordrecht (1548).

Schepen van Dordrecht 1568, 1569.

Nog onmondig in 1531, wanneer hij leengoed erft van zijn vader; mondig in 1544 wanneer hij zelf hulde brengt.

ONA Rotterdam (Jacob Symonsz, inv no 22 fol 280 no 96 dd 3-9-1620) testament van Cornelia Wouwericx van Steenhuijsen, ongehuwd, ten gunste van (universele erven) Rochus Wouwerix van Steenhuijsen, haar broer; de kinderen en kleinkinderen van haar overleden zuster Adriana Wouwerixdr; en Annitgen, dochter van de overleden Wouwerich Pietersz, zoon van haar overleden zuster Grietgen Wouwerixdr van Steenhuijsen. Er zijn legaten voor Maria Rochusdr van Steenhuijsen; halfbroer Cornelis Wouwerixz van Steenhuijsen; Maria van Thol, halfzuster van moederszijde; en Wouter Claesz, laeckenbereijder, en zijn vrouw, bij wie zij woont. (NB: Cornelia testeerde eerder in Rotterdam 23-7-1620 en 12-2-1602. In het testament van juli 1620 is er een legaat voor “de kinderen van haar overleden cousijn Simon”)


Huwt

19.929   Cornelia van SLINGELAND

FamilienaamIndex 19.929Vader 39.858Moeder 39.859


Zij huwt (1)

Everaert N.

Index


Huwt (2)

Maria ADRIAENS

FamilienaamIndex

Zuster van Dieuwertje, gehuwd met Lenert Jacobsz van Schilperoord, laatste Spaansgezinde burgemeester van Rotterdam. Maria is zelf kennelijk ook gehuwd geweest met N. van Thol, en bij hem moeder van Maria, vermeld 1620.

Kinderen (Everaerts)

  1. Marieken

Kinderen (Van Steenhuijse)

  1. (uit 1) Cornelis Zie 9.964
  2. (uit 1) Petronella (+tussen 23-11-1591 en 1-12-1591), huwt Breda iuli 1572 Willem Joosten (+29-4-1581), secretaris van de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland 1570, notaris te Dordrecht, weduwnaar van Maritie Gerrits. In de Houthaek en van Neetie van Strijen
  3. (uit 1) Cornelia
  4. (uit 2) Cornelis
  5. (uit 2) Rochus (+Rotterdam voor 1649)

  6. Kinderen
    1. Catelijntje (+na 1656), huwt Jan Claessen van der A geseyt Kivit (+Rotterdam voor 23-4-1649)
    2. Maria (+na 14-5-1660), huwt 29-6-1637 Doe Jansz van den Heuvel (+Rotterdam voor 23-4-1649)
    3. Adriana, huwt Crijn Andriesz (+Rotterdam voor 23-4-1649)
    4. Elisabeth (+Rotterdam na 31-1-1669, voor 22-4-1670), huwt Joris Cornelisz Plat (+Rotterdam na 23-4-1649, voor 13-5-1656)
  7. (uit 2) Adriana (+voor 1620); huwt (1) voor 17-9-1575 Dierck de Leuwe; huwt (2) voor 23-7-1620 Davidt Verdonck Baltensz., lakenkoper.

  8. Kinderen
    1. Dirck de Leeuw “die tegenwoordig (1620) in Indië is”
    2. Frans de Leeuw (niet vermeld in testament, beiden vermeld als uitlandig ONA Rotterdam 16-2-1647; beheerder van hun goederen is Henrick Verdonck, neef van Balthasar, drapier te Leiden in 1647)
    3. Maria Verdonck
    4. Balthasar Verdonck
    5. Helena Verdonck
    6. Clara Verdonck (+voor 1620);
  9. (uit 2) Cornelia (Neeltie), poorteresse van Rotterdam, testeert 1620
  10. (uit 2) Margriet, huwt (1) Wouwerich Pieters van Steenhuijse (achterneef), ouders van Annitgen (+na 1620); huwt (2) Pieter Jansz. Nytker alias Nicker
  11. (uit 2) Elisabeth (+voor 23-7-1620); huwt Hendric Corstiaenz. Christiaansz; haar kinderen hadden in juli 1620 wel, in september niet langer een legaat van hun tante Cornelia jr.
TerugBegin van generatie

19.930   Daniel N.

Index 19.930 • Vader onbekend • Moeder onbekend

Te Dordrecht; vgl. OV 1962:122ff.


Huwt

19.931   N. LAPPAN

FamilienaamIndex 19.931Vader 39.862Moeder 39.863

Kinderen

  1. Commertje Zie 9.965
  2. Marycken Daniels, huwt (1) Cornelis N., vader van Daniel Cornelisz; huwt (2) Dordrecht 18-11-1576 Claes Fransz. Duyst
TerugBegin van generatie

19.934   Simon Pieters BEAUMONT

FamilienaamIndex 19.934Vader 39.868Moeder 39.869

Geboren Wateringen ca. 1520
Overleden ca. 1570

Volgens genealogie Biemond


Huwt ca. 1540

19.935   Maria CORNELIUS

FamilienaamIndex 19.935 • Vader onbekend • Moeder onbekend


Zij huwt (1)

Willem Pieters SMIT

FamilienaamIndex

Kinderen

  1. Gerrit (+Wateringen 30-3-1596), huwt mogelijk Pietertje Willems den Brasser
  2. Pieter
  3. Maria Zie 9.967
TerugBegin van generatie

20.704   Ott van den KOLCK

FamilienaamIndex 20.704 • Vader onbekend • Moeder onbekend

Geboren ca. 1500

Guido van Benthem meldt een gezin Van den Kolck (14 februari 1548, Huis Aerdt): Ott van den Kolck en zijn vrouw Henrisken en hun kinderen Derick, Met en Wylhemken erkennen overgedragen te hebben aan Derick van der Horst 1 1/2 morgen land, de Kalverkamp genaamd, gelegen bij de Windmolen te Aerd. Met het zegel van Ott van den Kolck en de erfpachter Geerloch van den Kolck.


Huwt

20.705   Henrisken N.

Index 20.705 • Vader onbekend • Moeder onbekend

Geboren ca. 1505

Kinderen

  1. Theodorus Zie 10.352
  2. Margaretha
  3. Wilhelmina
TerugBegin van generatie

20.928   Henrick VERWAIJEN

FamilienaamIndex 20.928Vader 41.856Moeder 41.857

Geboren rond 1493

Bron http://home.wxs.nl/~verwayen/pagina10.htm


Huwt

20.929   N.N.

Index 20.929 • Vader onbekend • Moeder onbekend

Geboren rond 1490.

Kinderen

  1. Petrus (*rond 1515) Zie 10.464
  2. Johan (*rond 1520)
TerugBegin van generatie

25.600   Adriaen Gerit Vranck SCHREPPERS

FamilienaamIndex 25.600 • Vader onbekend • Moeder onbekend

Geboren voor 1560
Overleden na 1605, voor 1648

Geïdentificeerd dankzij Henk Coolen. Vader van Digna (doopgetuige van een kind van haar neef Adriaen Jan), via patroniemen ook herkenbaar als vader van Jan Adriaen Schreppers. Kinderen ook volgens Collectie Van Dijck.

Mogelijk verwant aan Dirck Willem Sceppers: RA Tilburg 8-4-1537 (284:1v) Dirck zoon van wijlen Willem Sceppers verkoopt aan Willem zoon van wijlen Willem Laureijs Anssems een jaarlijkse en erfelijke pacht van 10 lopen rogge uit een pacht van 20 lopen rogge jaarlijks uit huis, hof, grond en toebehoren en uit goederen, die Willem Laureijs Anssems eertijds bezat en verkregen had van Dirck Willem Sceppers als man en momber van Katherijn, dochter van Willem Sceppers, gelegen te Tilburg in Oerle. Dirck Willem Sceppers had die 20 lopen rogge gekocht van Willem laureijs Anssems. De 10 lopen rogge staan te los.

Verder komt nog voor te Oisterwijk Daniel Jan Sceppers gehuwd met Aleijt Jan Corst Bonte, ouders van Jan (van Dijk: Oisterwijk R 147 - 1430 - 54v en 55.). Oisterwijk, kommerboek 1636, meldt nog: [56v]I derffgenamen Henrick de Scheper; 1186. eenen bempt in de DIESE, bij GOOSSEN VAN DER BORCHT SCHOIR, 3 L 13" R, 1" ..

RA Tilburg 362:19 (11-2-1649), Digna Adriaen Schreppers met zoon Goijert (Jan Hendrick Jan Denijs) Meijnerts en anderen voor kinderen en kleinkinderen Meijnerts, volgens akte voor notaris in Breda van 2-2-1649, erfenis verkocht aan Goyerd Thomas de Beer.

Vermeld in schepenbankakte 1611 Tilburg (inventarisnummer 348, pagina 179r) (vergelijk akte 1644 bij zoon Adriaen): Adriaen Gerit Vrancken en Peeterke Jan Peeter Papen met kinderen Catharina Adriaen Gherit Vrancken, Dingna Adriaen Gerit Vrancken, Jan Adriaen Gerit Vrancken, Willem Adriaen Gherit Vrancken; verder Cornelis Cornelis Wouterssoon met kinderen Anna Cornelis Cornelis Wouterssoon, Barbara, Cornelis, Geerit en Jan Cornelis Cornelis Wouterssoon; ten slotte Jan Hendrick Jan Denijs Meynaerts (e.v. Digna), Jan Jan Hendrick Wouterssoon en Willem Laureys Willemssoon.

Vermeld in schepenbankakte 1595 (?) Tilburg (inventarisnummer 341, pagina 32r): Adriaen Jan Vrancken met Adriana Adriaen Jan Vrancken, Catharina Adriaen Jan Vrancken en Jan Adriaen Jan Vrancken; verder Adriana Dirck Peeters van Son, Corstiaen Anthonis Corstiaenszn van Baerdwijck, Geetruijdt Willem van Spaendonck, Gerit Gheret Adriaen Maessoon, Jacob Adriaen Daniels, Jan Cornelis Cornelis Peeter Mutsaerts, Jenneken Adriaen Jan Vrancken, Lucretia Adriaen Crillaerts, Peeter Huijbert Peters en Peeter van Son.

Criminele procesdossiers Tilburg:

1187v. Jacop Janss. Hoorevoorts contra Ariaen Gerit Vrancken, betreft betaling van een mud rogge, 1585.

1357. Adriaen Gerit Vrancken contra Peeter Anthonis Bruijnen en Jan Crijnen de Smet te Loon op Zand, betreft haaflijk gericht (?), 1592-1593.

1411a. Wouter Cornelis de Ruijter contra Adriaen Gerit Vrancken, betreft kwestie over het timmeren van een schuur, 1595-1596.

1557u. Dionijs Lenaerts contra Peter Peter Leijten en Adriaen Gerit Franssen, betreft betaling van gedane verteringen, 1600.

1563. Lambert Jan sBeckers contra Adriaen Gerit Vrancken (van Ghestel), betreft betaling van huur voor een beemd, 1600-1601.

1566. Claes Jan Claes Goijaerts contra Adriaen Gerit Vrancken, betreft betaling van hout, 1601.

1652ag. Corstiaen Marcus van Gestel contra Adriaen Gerit Vrancken, 1602-1603.

2454b. Adriaen Gerit Vrancken, later zijn erfgenaam Gerit Janssen van de Loo, contra Denijs Jan Denijs, betreft betaling van een schuld, 1644-1645, 1648.

Mogelijk nog in een akte NA Tilburg 115 nr 6 fol 78-80 dd 1631

Schepenbank 340 fol 22r (1594; Adriaen Gheret Vrancken); inv 347 fol 158r (1608) Adriaen Geeridt Vrancken de jonge; idem 303v (1609); 348 fol 179 (1611, met Papen), 351 fol 182 (1622), 352 fol 110v (1626); 355 fol 71r (1636); 358 fol 74r (1640) Adriaen Gerart Vrancken; 358 fol 141v (1641)


Huwt (1)

25.601   Peterke Jan Peter SPAPEN

FamilienaamIndex 25.601Vader 51.202Moeder 51.203

Overleden Tilburg bJanuari 1605


Huwt (2) 2-4-1606 (ot RK Tilburg)

Henricxken Thomas GIELIS

FamilienaamIndex

Hypothetisch.

Kinderen

  1. Digna (+na 1649), huwt Jan Hendrick Jan Denijs Meijnerts (+voor 1649)
  2. Catharina Adriaen Gerit Vrancken
  3. Willem Adriaen Gerit Vrancken
  4. Jan Zie 12.800
  5. Adriaen (hypothetisch): Jenneke Adriaen Schreppers huwt Tilburg 15-10-1624 met Jan Cornelis van Beurden.
TerugBegin van generatie

25.604   Jan Jan SOMERS

FamilienaamIndex 25.604Vader 51.208Moeder 51.209

Geboren ca. 1535

Te Besoijen, vermeld 1614-15 (ook als Jan Jan Jan). Bron Isis Tilburg; identificatie op basis naamgeving (klein)kinderen en uitsluiting alternatieven; nog niet geheel zeker.


Huwt ca. 1565

25.605   Adriana Cornelis Simon REIJNEN

FamilienaamIndex 25.605Vader 51.210Moeder 51.211

NB: Henk Coolen geeft een andere afstamming van Jans vrouw.

Kinderen

  1. Jan (+Tilburg b20-5-1622), huwt Anneke Jan Anthonis Vermee
  2. Adriaen Zie 12.802
  3. Anthonis
TerugBegin van generatie

25.606   Antonis Antonis Antonis WIJVENS

FamilienaamIndex 25.606Vader 51.212Moeder 51.213

Overleden Tilburg voor 1594

Molenaar van de Korvelse Molen, vermeld vanaf 1574. Gestorven aan de pest (volgens ISIS in 1599)? Diverse vermeldingen in archief dorpsbestuur Tilburg, eenmaal Hilvarenbeek 1616, nog niet nagezocht.

Niet duidelijk is of hij of zijn vader in de volgende processen verwikkeld waren: 1567 (gedaagde) inzake een obligatie; 1573 idem inzake maaien van hei; 1587 idem, lening; 1587 idem, koopsom.

In 1594, 1597 en 1599 wordt zijn weduwe (sic - zie het pestverhaal) gedaagd wegens het niet betalen van de pacht op de molen. In 1605 wordt de voogd van de wezen aangeklaagd wegens niet betalen van 'seemen boxen' en bier; dezelfde wordt met Adriaen Somers aangeklaagd in 1607-8 voor niet-betaling van een molensteen en niet terugbetalen van een lening.


Huwt

25.607   Digna Laureys Aert LEYTEN

FamilienaamIndex 25.607Vader 51.214Moeder 51.215

Overleden Tilburg 1599
Overleden aan de pest (?).

Kinderen

  1. Anna Zie 12.803
  2. Cornelis
  3. Laureijs
  4. Catharina
TerugBegin van generatie

25.608   Gerit Gerits BROCK

FamilienaamIndex 25.608Vader 51.216Moeder 51.217

Overleden voor 1576

Uit een brief van zijn broer Isebrand aan de bekende broer Wouter (19-2-1577; vgl BL 1999:209) blijkt dat Adriana al weduwe van Gerrit is in november 1575.

Vgl. Brabantse Leeuw 1999. Een van de zonen (Gerrit Gerrits junior of senior) was in 1615 burgemeester van Tilburg. Vgl voor nageslacht ook BL 2002:78 ff.

RA Tilburg 9-12-1553 (299:27v) Erven Jan Peter Laureijs van Ghestel aan Gherit de zoon van Gherit Jan Brocken: Peter voors. voor 2 zesde delen en Aert, Gherit, Jan en Jan elk voor 1 zesde deel hen toebehorende in de helft van een stuk bemd, de hele beemd stijf ca 1 bunder groot, gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd aan die Branden.

RA Tilburg 17-2-1551 (296:65) Kond zij eenieder dat gekomen en gestaan zijn geweest voor schepenen Cornelis zoon van wijlen Jan van Boerden ter ener zijde en Gherit zoon van Gherit Jan Brocken als man van Adriana dochter van wijlen Jan van Boerden voors. ten anderen zijde en ze hebben een zekere erfdeling en erfscheiding gedaan en gemaakt van de erfelijke goederen, die hen na de dood van Jan van Boerden voors., hun vader en schoonvader, aangekomen en verstorven waren en waarin Gheritke weduwe van Jan van Boerden, hun moeder en schoonmoeder, nu onlangs van haar tocht had afgezien en die overgegeven had aan haar zoon en schoonzoon voornoemd (...) Cornelis voors. zal bezitten een huis, hof, schuur met de grond en toebehoren en erfenis daaraan liggende en daartoe behorende, gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd in Oerl aan het Heerhecken (belend o.a. erfenis van Gherit zoon van Gherit Jan Brocken), met diverse pachten belast; Item hiertoe nog, dat Cornelis voors. aan Gheritke zijn moeder jaarlijks haar leven lang zal uitreiken en betalen de helft van een jaarlijkse lijfpacht van 3 mud en 4 lopen rogge en daarbij, dat zij haar leven lang zal behouden het gebruik van de uitkamer staande aan het voors. huis, en daarbij een stoel in de haard, 5 roeden hof in de voors. hof en het vierde deel van het fruit, dat er zal groeien, en daartoe haar nog jaarlijks een voeier turf te bezorgen of dat hij voor de voors. uitkamer, stoel in de haard, 5 roeden hof en het vierde deel van het fruit haar jaarlijks zal betalen 2 Philippus guldens, alles volgens de brief, die zij daarvan heeft. (idem fol. 65v) Hiertegen zal Gherit in de naam van zijn huisvrouw bezitten een stedeke te weten een huis met de hof, grond met toebehoren en erfenis daaraan liggen de en daartoe behorende en met een schop nu ter tijd nog staande op de oude stede en grond aan Cornelis voors. toebedeeld, welk huis etc. gelegen is in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd Oerl aan het Heerhecken aldaar aan de andere kant van de Oude Stede; Nog een stuk land naast de Oude Stede voors. (belend o.a. erfenis van Cornelis zoon van wijlen Jan van Boerden); Nog een stuk land gelegen in de parochie voors. ter plaatse genaamd Corvel Acker. Dit alles is belast met diverse pachten (1 mud rogge erfpacht in een erfpacht van 2 mud rogge aan de Heilige Geest van Oisterwijk, 4 lopen rogge erfpacht in een half mud rogge erfpacht aan de Heilige Geest van Tilburg, 1 Philippus gulden of 25 stuivers erfcijns aan Jan Huijbrecht Smitten, te los staande met 20 karolus gulden volgens de brieven die daarvan zijn, zoals hij zeide, ca 2 stuivers erf grondcijns aan de Heer van Tilburg). En nog dat Gherit voors. aan Gheritke weduwe van Jan van Boerden, zijn schoonmoeder, jaarlijks haar leven zal uitreiken en betalen de helft in 3 mud en 4 lopen rogge lijfpacht en daartoe dat hij haar jaarlijks zal bezorgen en geven een voeier turf, alles volgens de brief, die zij daarvan heeft. (etc.)


Huwt

25.609   Adriana Jans van BEURDEN

FamilienaamIndex 25.609Vader 51.218Moeder 51.219

Kinderen

  1. Gheridt Gheridt Brock de Oude Zie 12.804
  2. Gheridt Gheridt Brock de Jonge (+na 1634)
TerugBegin van generatie

25.610   Jan Joost Berijs EELKENS

FamilienaamIndex 25.610Vader 51.220Moeder 51.221

Geboren ca. 1527


Huwt

25.611   Marij Bartholomeus Willems VERLIJNDEN

FamilienaamIndex 25.611Vader 51.222Moeder 51.223


Zij huwt (2)

Lenaert Jans van RIEL

FamilienaamIndex

Kinderen

  1. Lijsbeth Zie 12.805
  2. Marij
TerugBegin van generatie

25.612   Jan Gerrit Jan de BONT

FamilienaamIndex 25.612Vader 51.224Moeder 51.225

Geboren Tilburg ca. 1520
Overleden Tilburg na 1604

Bron van zijn kwartieren: ISIS Tilburg. Diverse vermeldingen in archief dorpsbestuur, nog niet alle nagezocht.

Vermeld in diverse criminele dossiers RA Tilburg:

Crimineel: 1152e. Jan Geeritssoone de Bont en Geerit Adriaen Corneliss. van Spaendonck, als voogd en toeziend voogd van de kinderen van Peeter Geeritss. die Bont, contra Sijmon Corneliss., betreft kwestie over de betaling van een som geld, 1582.

1155. Cornelis Claess. van Gierll contra Jan Gerritss. die Bont, betreft betaling van gedane verteringen, 1583.

1198. Handrick Steven Cauwenberch, namens de heer, contra Jan Vranck Lenaers, Ariaen Wouter Ariaen Gherit Mijsen, Jaepik Willem Denis, Jan Gherits de Bont, Handrick "op die stede van" (?), Peter Peter Mutssaers, Gherit Jansen de Cock, Wouter Cornelis de Ruijter en Gherit Willems, betreft het maaien en weghalen van hei en groes en het onderhollen (?) van een dam, 1586.

1225. Handrick Steven Cauwenberch contra Gherit Antoenis Gherits en Jan Gherits de Bont, betreft het maaien van hei en het niet verschijnen met een wagen "op die ghemeijne werck", (1586).

1252a. Jan Cornelis Danijels contra Jan Geritss. de Bont, betreft betaling van een jaarlijkse erfcijns, 1588.

1438. Cornelis Jan Thonis Jan Adriaens contra Jan Gerits de Bont, Henrick Denijs de Ber en Gerit Willemss. Veramelvoert c.s., betreft kwestie over een "voerhoot" (?), 1596.

1509. Adriaen Cornelis Anthoniss. contra Jan Gerarts de Bont, betreft betaling van haver, 1599.

1559. Gerit Willemss. Veramervoirt en Jan Geritss. de Bont, namens zijn vrouw, contra Martten Jan Marttens, als man van Willemke, dr. van Denijs de Beir en Adriaenke, dochter van Willem Veramervoirt, betreft kwestie over de nalatenschap van Cornelis Willemss. Veramervoirt en van Aert Veramervoirt, 1600-1601. N.B. Zie ook inv. nr. 1654m.

1591. Jan Geridts de Bont contra Peter Geridts van Hove, betreft kwestie over de eigendom (?) van een huis, schuur, hof, gronden en erven gelegen aende velthoven, 1601.

1654m. Jan Gerardts de Bont c.s. contra Marten Jan Martens, betreft betaling van o.a. pacht voor diverse erven, 1604. N.B. Zie ook inv. nr. 1559.

Vermeld Kommerboek Tilburg (Veldhoven) 1575 (212:22), 1580 (212a:28), 1583 (212b:22v) volgens van Dijk - nog niet teruggevonden.

Vermeld 12-11-1561 (RA Tilburg 307:21v) als belender van zeven lopensaet beemd in Tilborch ter plaatse genaamd aende Hooch Brugge, uit de nalatenschap van Peter Jan Adriaen Smoelders en Marie wijlen Michiel Jan Soffaerts.

RA Tilburg 303:58 (2-3-1558): Cornelis en Gherit, gebroeders, zonen van wijlen Willem Jan Veramelvoirt, Jan zoon van wijlen Gherit de Bont als man en momber van Jenneke suae uxoris (zijn huisvrouw) en Denijs zoon van wijlen Henrick Wouter Mariën als man en momber van Adriana suae uxoris (zijn huisvrouw, dochters van wijlen Willem Jan veramelvoirt voors, (... verkopen...) aan Jan de Vet Jans zoone, met afgaan en vertijen etc, al alzulk vijfde deel zoals dat hun aangekomen en verstorven is van wijlen Peter, hun broer en zwager, zoon van wijlen Willem Jan Veramelvoirt voors in een stuk land (...)aen die Hasselt in die Langhstraet.

Verkoop (RA Tilburg 301:40v, 24-1-1556) door Cornelis Cornelis Wouters als man van Margriet wijlen Willem Jan Veramelvoirt, Peter, Cornelis en Gherit, gebroeders, en Jan zoon van wijlen Gherit de Bont als man en momber van Jenneke sue uxoris (zijn huisvrouw), hun zuster, allen kinderen van wijlen Willem Jan Veramelvoirt uit het tweede huwelijk elk voor een vijfde deel in de andere helft van een huis, hof, schuur met de grond en toebehoren en de erfenis daaraan liggende en daartoe behorende, gelegen in de parochie van Tilburg ad locum dictum (ter plaatse genaamd) aen die Hasselt; (...) En nog in en uit een stuk erf in land en weiland aan Dionijs zoon van wijlen Henrick Wouter Goeens, hun zwager (blijkbaar via tweede huwelijk). Dionijs betaalt de drie broers jaarlijks een erfelijke cijns van 5-8-0, eventueel af te lossen met 90-0-0 ineens (idem, fol. 41-41v).

Idem, fol. 41v: de vijf erven en Dionijs zoon van wijlen Henrick Wouter Goeens als man en momber van Adriana sue uxoris (zijn huisvrouw), dochter van wijlen Willem voors. uit het tweede huwelijk voor de andere helft (sic), verkopen aan Korstiaen zoon van wijlen Willem Stelaerts een stukje beemd in Tilburg aen die Blootbeempden.

RA Tilburg 1-2-1556 (301:49) Peter Willem Veramelvoirt, Jan zoon van wijlen Gherit de Bont als man en momber van Jenneke zijn huisvrouw en Dionijs zoon van wijlen Henrick Wouter Goeens als man en momber van Adriana zijn huisvrouw, verkopen aan Jan Jan de Vet elk een vijfde deel in een stuk land in Tilburg aen die Hasselt Jan Gherit de Bont (fol. 49v) verkoopt hem bovendien een vijfde deel in een stuk land aan die Hasselt in die Langhstraet. Jan en Dionijs verkopen aan Peter Willem Veramelvoirt (fol. 49v) elk een vijfde deel in een stuk land in die Creijenvenschestraet. Peter Veramelvoirt en Jan de Bont verkopen tenslotte (fol 50) aan Dionijs elk een vijfde deel in een stuk erf in weide aen die Hasselt in die Hoevensche Strate.

Belender van 1 lopensaet land van een stuk land genaamd de Lipsacker eertijds toebehorende aan Margriet weduwe van Godevaert genaamd Michiel Sterts, nu Snellaert zoon van wijlen Jan Snellen als man en voogd van Aleijd dochter van Peter Berijs Eelkens, weduwe van Cornelis Goeijaerts vanden Gheijn (RA Tilburg 297:48v, 11-1-1552).

Vermeld 21-6-1550 (296:21-21v), evenals zijn broer Peter aan de andere zijde, als belender van een stuk akkerland genaamd de Hagers Acker groot ca 3 lopensaet ter plaatse genaamd die Tetenbraeck, verkocht door Jan zoon van wijlen Ghijsbrecht van Ghierl aan Ghijsbrecht zijn natuurlijke zoon. NB: dit stuk land was al eigendom van grootvader Jan de Bont.

RA Tilburg 3-3-1545 (291:51v-52) Verkoop door Anna Jan Jan Leijten weduwe Peter zoon van wijlen Peter zoon van wijlen Jan Zwagemakers van de helft van een stuk land, het gehele stuk groot ca 3 lopensaet min 6 roeden, gelegen te Tilburg in die Schijve, welk geheel stuk land Joest en Jan, gebroeders, zonen van wijlen Gherit Jan sBonten voor henzelf en voor Aerd en Peter, hun broers, en voor Aleijd hun zuster, onmondigen, verkocht hadden aan Peter zoon van wijlen Jan Zwagemakers en Jan zoon van wijlen Mijs Jans.


Huwt voor 1556

25.613   Jenneke Willem Jan VERAMELVOIRT

FamilienaamIndex 25.613Vader 51.226Moeder 51.227

Geboren Tilburg ca. 1525
Overleden Tilburg na 1558

Kinderen

  1. Cornelis
  2. Willem
  3. Engela
  4. Alijdt
  5. Geritkem
  6. Aert Zie 12.806
TerugBegin van generatie

25.614   Jan Goijaert CRILLAERTS

FamilienaamIndex 25.614Vader 51.228Moeder 51.229

Geboren ca 1530

Hypothetisch; samenvoeging van diverse gegevens Van Dijk, Kommerboek 1575, 1580, 1583: Tilburg Berkdijk. (Gekocht door zijn vader voor hem in 1555.)

RA Tilburg 308:11v (5-7-1562): Adriaen zoon van wijlen Dionijs Meijnairts en Corneliske zijn tegenwoordige huisvrouw, weduwe van Berthelmeeus Ghijsbrechts haar eerste man, hebben bekend gemaakt dat aan hen is afgelost en gekweten door Jan zoon van Goiairt Peter Crillairts alle alzulke twee en zestig en een halve stuiver per jaar loscijns, zoals de voors Jan Goiairt Crillairts aan Cornelia voors uit zkere erfenissen van hem jaarlijks op Onze Vrouwendag Lichtmis placht te vergelden, waarvan zij Adriaen en Cornelia voornoemd bekend maakten en opnbaar verklaarden, dat ze geen hefbrieven wisten te vinden. (etc.)

RA Tilburg 31-1-1562 (307:83v) Marten zoon van wijlen Adriaen Dionijs Mutsairts als weduwnaar van Hadewich zijn eerste huisvrouw, dochter van wijlen Jan Gerit Reijnen, (...) verkopen aan Goiairt zoon van wijlen Peter Crillairts een half mud rogge jaarlijkse en erfelijke pacht, hem toebehorende, te vergelden elk jaar erfelijks op Onze Vrouwedag Purificatio [=Lichtmis] uit en van een stuk land genaamd den Geloect Acker, groot ongeveer 2 lopensaet, gelegen in de parochie van Tilborch (...) Item nog uit en van een huis en hoeve met de grond en toebehoren en uit een lopensaet land daaraan liggende, gelegen in de parochie voors (...) Welk half mud rogge per jaar erfpacht voors aan de voors Hadewich van Jan haar vader en hem van wijlen haar moeder dochter van wijlen Gerit Peter Eelkens voors in recht van versterven aangekomen en bestorven was (etc.)

RA Tilburg 24-3-1561 (306:88) Andries zoon van wijlen Laureijs Jan Berthouts (...)aan Goiairt zoon van wijlen Peter Crillaerts een jaarlijkse en erfelijke cijns van zestig stuivers, (...) uit en van een stuk akkerland, groot ongeveer vier lopensaet, gelegen in de parochie van Tilborch ter plaatse genaamd Oerll (...) Te mogen lossen ten schoonste altijd met Lichtmis met 50 karolus gulden of de waarde etc

RA Tilburg 27-6-1560 (306:88v) Henrick vanden Laer zoon van wijlen Claes vanden Laer, (...mede namens anderen ...) verkoopt aan Goiairt zoon van wijlen Peter Crillaerts (...) een jaarlijkse en erfelijke pacht van een half mud rogge uit een pacht van een mud rogge (...)uit en van een huis, hof met zijn grond en toebehoren en uit de erfenis daaraan liggende en daartoe behorende, groot ongeveer 15 lopensaet, gelegen in de parochie van Tilborch (...)

Belender (2-3-1560, 305:76) van een stuk land in beemd en heide liggende, groot in het geheel ongeveer een bunder, gelegen binnen de parochie van Tilborch ter plaatse genaamd bij Maesdijck, overgedragen door Dingen weduwe van Henrick Peter Goiairt Celen aan haar wettige kinderen

Belender (RA Tilburg 9-9-1559, 305:26) van stuk land van ongeveer vier lopensaet in die Schijve "waar echter een gemeijn voetpad tussendoor loopt een zijde" van Adriaen zoon van wijlen Herman Peter Hermans in een erfdeling met Joest zoon van wijlen Jan Leijten.


Huwt 1555 (?)

25.615   Wouterken Jan VERHOEVEN

FamilienaamIndex 25.615Vader 51.230Moeder 51.231

Kinderen

  1. Marie Zie 12.807
  2. Aert
  3. Jenneken
TerugBegin van generatie

25.624   Jan Adriaen Peter ANDRIES

FamilienaamIndex 25.624Vader 51.248Moeder 51.249

Vermeld 1606-35, had land te Gilze en Oosterhout bij Vijf Eijken


Huwt

25.625   Aleijd Jan GERRITS

FamilienaamIndex 25.625 • Vader onbekend • Moeder onbekend

Kinderen

  1. Catarina
  2. Adriaen sr.
  3. Peter
  4. Jan Zie 12.812
  5. Adriaen jr
  6. Antonis
TerugBegin van generatie

25.664   Mathijs Willem Willem Laureijs ANCEMS

FamilienaamIndex 25.664Vader 51.328Moeder 51.329

Geboren voor 1522
Overleden Tilburg voor 1560

Vgl. zijn vader voor de Tiende van Tongeren (1553).

Van Dijk: R 310 - 1565 - 60; R 313 - 1568 - 31; R 316 - 1570 - 32; R 323 - 1577 - 18v; R 343 - 1597 - 1; R 346 - 1601 - 61v.

Gezinssamenstelling in een overdrachtsakte van zijn vader uit 1563; members van de kinderen zijn Mathijs' broer Michiel en zwaher Willem Joost Berijs. Vergelijk ook de erfdeling Eelkens in 1560.

Tilburg ORA 308:67, 12-2-1563: Willem zoon van wijlen Mathijs zoon van Willem Willem Laureijs Anssems, door deze Mathijs en uit wijlen Katherijna zijn huisvrouw, dochter van wijlen Joost Berijs Eelkens samen verwekt en verkregen en Michiel zoon van Willem Willem Laureijs Anssems en Willem zoon van wijlen Joost Berijs Eelkens als door de Heer aangestelde momber en toeziener van Jan, Berijs, Peter, Joost en Adriaen en Cornelia, broers en zuster, onmondige en minderjarige kinderen van wijlen Mathijs en Catherijna beiden voornoemd, daar de momber en toeziener voors in tegenwoordigheid en met toestemming en goedvinden van Jan, Beris, Peter, en Joost voors voor instonden en gelofte deden, legitime et hereditarie vendiderunt et supportaverunt (hebben wettelijk en erfelijk verkocht en overgegeven) aan Mathijs zoon van Jan Willem van Gorp, met afgaan en vertijen etc, een stede te weten huis, hof, schuur, schaapskooi met de grond en erfenis daaraan liggende en daartoe behorende in weide liggende, groot ongeveer 15 lopensaet en daarbij nog vier stukken erf samen en in het geheel 471/2 lopensaet met de maat bevonden zijnde, het voors huis met de erfenis daaraan liggende voornoemd gelegen in de parochie van Tilborch ter plaatse genaamd aende Brouckzijde, aldaar tussen erfenis zoals in de deelbrief, nog een stuk land genaamd de Rijacker zoals in de deelbrief, nog een stuk land groot 10 lopensaet zoals in de deelbrief, de helft in de Mallacker zoals in de deelbrief, nog een stuk land genaamd de Nouwelijn zoals in de deelbrief zoals ze zeiden. (...) behalve dat Mathijs koper voornoemd hieruit moet gelden de helft van acht stuivers en 11/2 ort per jaar gewincijns te betalen aan de Heer van Tilborch, drie of vier halve braspenningen per jaar erfcijns te betalen aan de Prelaat van Tongerloo, zes lopen rogge per jaar erfpacht te betalen aan de Provisoren van de Taeffelen des Heijligen Geests in Tilborch, nog uit de voors 10 lopensaet 2 lopen rogge per jaar erfpacht te betalen aan de Persoonschap van Tilborch, vier lopen rogge per jaar erfpacht te betalen aan de Rector van Onze Vrouwe Altaar ter Noot Gods in de kerkcke van Tilborch, 15 lopen rogge per jaar erfpacht te betalen aan de weduwe van Anthonis Dionijs Meijnairts en nog een mud rogge per jaar erfpacht te betalen aan aan de erfgenamen van Michiel Michiel van Ghoerll en daartoe nog uit alle goederen 5 karolus gulden per jaar loscijns te betalen aan de Heren van het Kapittel ten Bosch ter kwijting staande met 100 karolus gulden; nog een cijns van drie karolus gulden en een stooter te betalen aan Cornelis Jan Hooven ter kwijting staande met 50 karolus gulden, alles volgens inhoud en begrip van de losbrieven, die daarvan zijn.

Belending (19-12-1552, 298:48v): een stuk heiveld gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd aan Maesdijck, erfenis van Mathijs Willem Laureijs een zijde.

Idem (22-5-1551, 297:11v) een stuk beemd hem toebehorende, gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd Achter Mall, erfenis van Mathijs Willem Laureijs een zijde.

RA Tilburg 9-1-1551 (296:42v) Dierck Back zoon van Gherart Back, weduwnaar van jonkvrouwe Mechteld, dochter van wijlen Jan Ghijsels, heeft uit kracht van zeker testament en uiterste wil, door de voors. Dierck en jonkvrouwe Mechteld samen voor schepenen van Tilburg en Goirle gemaakt, hetwelk wij schepenen hebben ge zien en horen lezen, wettelijk en erflijk verkocht en overgegeven aan Mathijs en Michiel, gebroeders, zonen van Willem Willem Laureijs, met afgaan en vertijen, een stuk heideveld hem toebehorende groot ca 25 lopensaet en 18 roeden gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd tussen Maesdijck en Lievegoer, (...) dat kopers voors. daaruit moeten betalen 3 schellingen en 1 penning nieuwe grondcijns aan de Hoge Rent meester van den Bosch op sint Thomaesdag in Oisterwijk te betalen en dat dat stuk heideveld voors. ligt en zal blijven liggen ter nature en op de wijze zoals dat van rechtswege moet liggen.

RA Tilburg 15-1-1551 (296:45v) Erven Peter Peter Zegers verkopen aan Mathijs en Michiel, gebroeders, zonen van Willem zoon van wijlen Willem Laureijs met afgaan en ver tijen, een stuk land de voornoemde kinderen van wijlen Peter Peter Zegers voors. toebehorend, groot ca 10 lopensaet, gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd aan het Voertveken bij die Donckerstraet (...) behalve dat Mathijs en Michiel, gebroeders en kopers, daaruit moeten betalen: 15 lopen rogge erfpacht aan Anthonis Denijs Meijnaerts; 1 mud rogge erfpacht aan Heijlwig weduwe van Michiel Michiel van Goerl met haar kinderen; 4 lopen rogge erf¨pacht aan de rector van Onze Lieve Vrouwe ter Nood Gods altaar in de kerk van Tilburg; 2 lopen rogge erfpacht aan de persoonschap van Tilburg.

RA Tilburg 22-9-1550 (296:22v) Erven Jan Crillaerts verkopen aan Mathijs en Michiel, gebroeders, zonen van Willem zoon van wijlen Willem Laureijs, welk stuk beemd voors. gelegen is in de parochie van Til burg ter plaatse genaamd die Broecksijde aan die Branden

RA Tilburg 4-2-1550 (295:45v) erfgenamen van wijlen Jan Aerdt Smits verkopen aan Mathijs en Michiel, gebroeders, zonen van Willem zoon van wijlen Willem Laureijs, met afgaan en vertijen, een stuk beemd de voornoemde erfgenamen van wijlen Jan Aerts Smits voors. toebehorende gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd in die Broecksijde aan die Branden (belender o.a. Willem Willem Laureijs ander zijde).

RA Tilburg 26-10-1546 (293:35) Steven zoon van wijlen Claeus Steven Reijnen heeft geloofd als schuldenaar te betalen aan Anthonis Jan Ariaen Smolders als gecommiteerde beheerder en administrateuran de goederen van Jan de zoon van Steven voors., door kracht van zekere brieven van indicatie, hem met Mathijs Willem Laureijs uit het Hof van Brabant daarop verleend en dat ten behoeve van zijn administratie, een jaarlijkse en erfelijke cijns van 51/2 karolus gulden van 20 stuivers uit een stuk land genaamd de Bockhamer, groot ca 13 lopensaet, gelegen te Tilburg aan die Hoeven. Idem, fol. 35: Dezelfde Steven zoon van wijlen Claeus Steven Reijnen voornoemd heeft geloofd als schuldenaar te betalen aan Anthonis Jan Ariaen Smolders als gecommiteerde door het Hof van Brabant tot de administratie van de goederen van Jan de zoon van Steven voors. door kracht van zekere brieven van interdictie aan hen Anthonis voors. met Mathijs Willem Laureijs uit het Hof van Brabant daarop verleend en dat ten behoeve van zijn voors. administratie, een jaarlijkse en erfelijke cijns van 51/2 karolus gulden van 20 stuivers uit een stuk land genaamd de Bockhamer, groot ca 13 lopensaet, gelegen te Tilburg aan

die Hoeven.

Tilburg ORA 292:48-57 (30-1-1546), erfdeling tussen Elijsabet de weduwe van Joest Berijs Eelkens ter ener zijde en de kinderen. Mathijis en Kathelijn krijgen hieruit een stuk beemd gelegen te Tilburg in Achtermal; een jaarlijkse en erfelijke pacht van 4 lopen rogge uit huis en hoeve met toebehoren gelegen te Tilburg, wat van wijlen Gherit de Bruijn was, gelegen achter de Hoevel; 10 lopen rogge jaarlijkse en erfelijke pacht in een erfpacht van 2 mud en 10 lopen rogge uit huis, hof, grond met toebehoren en erfenis daaraan liggende en met de Cromme Acker, samen groot ca 3 mudsaet min 2 lopensaet, gelegen te Tilburg in die Heijdsijde; een jaarlijkse en erfelijke pacht van een half mud rogge uit huis, hof, grond en erf daaraan liggende, ca 111/2 lopensaet groot, gelegen te Tilburg aan die Rijt; 1/3 deel in een jaarltkse ene rfelijke cijns van 48 stuivers, waarvan de andere twee delen toebehoren en ten deel gevallen zijn aan Jan Ghijsbrecht Beerten en de kinderen van Huybrecht Henrick Ariaens voornoemd (...)


Huwt voor 1546

25.665   Catelijn Joost Beris EELKENS

FamilienaamIndex 25.665Vader 51.220Moeder 51.221

Overleden voor 1560

Kinderen

  1. Willem (*ca. 1537), volwassen in 1563, minderjarig in 1560.
  2. Joost
  3. Adriaen
  4. Jan
  5. Berijs Zie 12.832
  6. Peter
  7. Cornelia
TerugBegin van generatie

25.666   Peter Peter VRANCKEN

FamilienaamIndex 25.666Vader 51.332Moeder 51.333

Geboren ca. 1525
Overleden na 1565, voor 1616

Bosch Protocol 1233 (8-11-1618 1519:45) Symon Everarts van den Broeck stuck ackerland gent de Groote Bocht 9 L par. Tilborch tpl. Loven t erf Peter Peters Vrancken alias Beris t erf Adam Henrick Dielis v erf Jans Beris t voors. Peter Peters Vrancken leenroerig aan de hertog als Symon bij dl. ouders opgedragen Michiel Dielis Wagemaeckers wnd Tilborch.

NB op 9-1-1557 wordt ook een Peter Peter Vrancken de Jonge vermeld. Evenals een aantal belendingen waarin sprake is van 'wijlen Peter Peter Vrancken' vermoed ik dat dit op een verschijving (verwarring met de vader) berust. In het geval 'de Jonge' blijkt dat uit de belendingen: waar dan hetzelfde stuk land wordt genoemd heet hij gewoon Peter Peter.

Mogelijk is meer te vinden in (Van Dijk) R 272 - 1522 - 35v., R 308 - 1563 - 68., R 313 - 1568 - 26., R 323 - 1577 - 18v., R 333 - 1586 - 23v., R 347 - 1609 - 359v., R 348 - 1612 - 245 en 248v., R 349 - 1613 - 97. Verder R 272 - 1522 - 35v; R 313 - 1568 - 26; R 323 - 1577 - 18v; R 333 - 1586 - 23v; R 347 - 1609 - 359v; R 348 - 1612 - 245 en 248v; R 349 - 1613 - 97.

RA Tilburg 8-5-1562, 308, los blad fol 86 Dit is de uitspraak van de neerslag van Jan Handricus Brabans, overledene, aan de ene zijde en Jan Gherit Brocken. misdadiger, aan de andere zijde, te weten van de zijde van de dode als arbiters heer Willem van Ghemonde kapelaan in Tilborch en Joris Cornelis en Peter Vrancken van de zijde van de levende.

RA Tilburg 10-7-1559 (305:20v) erven Jan Aerdt Henricks Verhoeven verkopen aan Peter zoon van wijlen Peter Vrancken, een huis, hof, grond, schuur met toebehoren in Loven in die Heijstraet (belender o.a. Peter Peter Vrancken); Nog hiertoe een stuk erf nu ter tijd in weide liggende daar; de voors erfenissen gelegen aan het huis en hof voors en het stuk erf voors samen groot ongeveer vijftien lopensaet en acht roeden; Nog hiertoe al alzulk stuk heiveld zoals de voors wijlen Jan Aerdt Henrick Verhoeven en Kathelijn zijn huisvrouw voornoemd haden en bezaten toen zij leefden op die Ruijbraecken; (...) Peter koper voors daaruit moet gelden een half mud rogge erfpacht in de maat van Oesterwijck en te Oesterwijck te leveren te betalen aan de de Heilige Geest aldaar; dertien lopen rogge erfpacht aan de Heilige Geest van Tilborch, een half mud rogge erfpacht aan Gherit Jan Brocken en nog een half mud en 5 lopen rogge te betalen aan Cornelis Claes van Ghierl en twee lopen rogge erfpacht te betalen aan Dingen van Beeck. Item nog drie stuiver en een oirt grondcijns te betalen aan de Heer van Tilborch; nog twaalf penningen, een hoen en een halve Oude Grote grondcijns te betalen aan de nakomelingen van wijlen Lucas van Amerzoijen; nog een halve stuiver ook grondcijns te betalen aan enigen in Oisterwijk uit het voors heiveld gelegen aan die Ruijbraecken. Idem, fol 21v: Dictus Petrus emptor legitime et hereditarie rursus supportavit aan Peter zoon van wijlen Pauwels Melis een huis, hof, grond, schuur met toebehoren en erfenis daaraan liggende en daartoe behorende, hem toebehorende, gelegen in de parochie van Tilborch ad locum dictum (ter plaatse genaamd) Loven aen die Heijstraet, en een stuk erf en weide aldaar

Tilburg ORA 304:50r (17-2-1559): Peter zoon van wijlen Peter Vrancken als man en momber van Margriet suae uxoris (zijn huiusvrouw) en Gherit zoon van wijlen Jan de Cock als man en momber van Joest, suae uxoris (zijn huisvrouw), dochters van wijlen Marten Ghijb Goessens, voor henzelf en Vranck zoon van wijlen Jan Brocken als momber en de voornoemde Peter Peter Vrancken als toeziener van Jan, Heijlwig, Juetke, Corneliske, Jenneke en Marike, broer en zusters, onmondige kinderen van wijlen Adriaen Jan Brocken, door deze Adriaen en uit Deenke sua uxore (zijn huisvrouw), dochter van wijlen Marten Ghijb Goessens voors, tesamen verwekt, waar Vranck en Peter voors als momber en toeziener, door het testament van wijlen Adriaen en Deenke voors gesteld, voor instonden en gelofte deden legitime et hereditarie vendiderunt et supportaverunt (hebben wettelijk, en erfelijk verkocht en overgegeven aan Huijbrecht zoon van wijlen Goijaert Jan Smitten, met afgaan en vertijen etc, twee stukken land hun gezamelijk toebehorende, samen groot ongeveer vier lopensaet min anderhalve roede, gelegen in de parochie van Tilborch ad locum dictum (ter plaatse genaamd) in Loven Acker (...) behalve dat Huijbrecht koper voors over het laatste stuk land moet laten wegen ongeveer elf lopensaet land toebehorende aan de erfgenamen van wijlen Lucas van Amerzoijen voors, gelegen aan het ene einde en nog ongeveer twee en een halve lopensaet land, dat daarnaast ligt en toebehoort aan Peter Peter Vrancken voors en dat op behoorlijke manier. Daartoe moet het eerste stuk land voors onderhouden de gewone voetpad, die daarover gaat. Item hiertoe is er bij gestaan geweest de voornoemde Deenke weduwe van Adriaen Jan Brocken voornoemd cum tutore (met haar voogd) etc en ze gaf over aan haar kinderen voornoemd haar tocht en al haar recht van tochten dat ze had en bezat in de twee stukken land voors, belovende dit overgeven altijd vast en stendig te houden etc en nooit meer van tochtenwege daar aanspraak op te maken etc en alle kommer en calangies van harentwege daarop komende allemaal af etc.

Tilburg 8-2-1563 (ORA 308:64r): Jan zoon van wijlen Peter Vrancken heeft beloofd als een principaal schuldenaar te gelden, te geven en wel te betalen aan Aert zoon van wijlen Roeloff Aerts een jaarlijkse en erfelijke pächt van 12 lopen rogge, te betalen elk jaar erfelijks op Onze Lieve Vrouwedag Lichtmis en voor de eerste termijn en dag van betaling op Onze Vrouwedag Lichtmis nu a.s. over een jaar uit en van een stuk land groot ongeveer 7 lopensaet, gelegen in de parochie van Tilborch ter plaatse genaamd Corvel Acker (...).

Tilburg 9-2-1563 (ORA 308:68r): Jan zoon van wijlen Peter Vrancken door deze Peter en uit wijlen Margriet zijn huisvrouw, dochter van wijlen Jan Leemans de Oude verwekt en verkregen legitime et hereditarie vendidit et supportavit (heeft wettelijk en erfelijk verkocht en overgegeven) aan Jan zoon van wijlen Pauwels Verhoeven, met afgaan en vertijen etc, al alzulk versterf en recht vanwege versterven dat hem aangekomen en verstorven was in alle en eeniegelijke vaderlijke en moederlijke cijnsgoederen (...)

RA Tilburg 9-1-1557 (302:96) Adriaen zoon van wijlen Jan Brocken als man en momber van Daniël suae uxoris (zijn huisvrouw), Peter zoon van wijlen Peter Vrancken als man en momber van Margriet suae uxoris (zijn huisvrouw) en Gherit zoon van wijlen Jan de Cock als man en momber van Joestke suae uxoris (zijn huisvrouw), dochters van wijlen Marten Ghijb Goessensz door deze Marten uit wijlen Heijlwich suae uxoris (zijn huisvrouw) dochter van wijlen Claes Jan Huijb Melis samen verwekt; hebben onder elkaar van de goederen, aan hen nagelaten en gebleven door de voors. Claes Jan Huijb Melis en Jutta diens huisvrouw, (welke goederen) hen tegen hun mede erfgenamen en kinderen van wijlen Daniël Claes Jan Huijb Melis ten deel gevallen waren, wederom een onderverdeling en erfscheiding gedaan en gemaakt.

Adriaen krijgt: een stuk erf in weide en land liggende, genaamd de Bleck, in Loven, Nog hiertoe een stuk land gelegen in de parochie voors. in Loven Acker, Nog hiertoe een stuk land genaamd Hermans Stede, gelegen ter plaatse laatstgenoemd, belast met veertien lopen rogge erfpacht aan Lijsbet weduwe van Joest Berijs Eelkens

Peter krijgt: een huis en hof met het oostelijke einde van de schuur en een schaapskooi met de gehele grond en erfenis daaraan liggende in Loven, Nog een stuk land gelegen in Loven Acker, Nog hiertoe een stuk land groot ca anderhalf lopensaet, gelegen ter plaatse laatstgenoemd; belast met vier lopen rogge aan Dierck Willem Colen, vier lopen aan Cornelis Peter Diercks en nog vier lopen rogge, alle erfpachten, te betalen aan Willem Jan Verschueren. Nog drie stuivers en een halve oirtstuiver grondcijns aan de Heer van Tilburg en drie oirtstuivers grondcijns te betalen aan het klooster vande Baseldonck.

Gerrit krijgt: een stuk erf in land en weide liggendein Loven; Nog een stuk land genaamd de Pass, groot ca een zestersaet en twee roeden, Nog een stuk land gelegen in de parochie voors. in Loven Acker, Nog een stuk land genaamd Haeijen Stuck, Nog een stukje land gelegen in Loven Acker voors, Hiertoe is nog de voors. Gherit ten deel gevallen het westelijke eind van een schuur en daarbij een paardestal staande op de Oude Stede en grond, aan Peter Peter Vrancken in deze deling toebedeeld. Lasten: een half mud rogge erfpacht te betalen aan de Rector van sint Jans altaar in de kerk van Tilburg en daartoe een lopen rogge erfelijks aan de Vier Biddende Orden. Item nog twee blancken min een penning hollantsch erfgrondcijns, te betalen deels in 'sHerthogen cijns op sint Thomasdag in Oisterwijk en deels aan de Heer van Tilburg op sint Stevensdag te betalen.

RA Tilburg 9-1-1557 (302:99v) Adriaen voors als man en momber van Daniëla uxoris voors pro ut supra legitime et hereditarie vendidit et supportavit aan Peter zoon van wijlen Peter Vrancken, zijn medezwager, met afgaan en vertijen etc een stuk erf nu tot weide en land liggende, hem toebehorende, genaamd dat Bleck, in Loven, (...) behalve dat Peter, koper voors, daaruit moet gelden veertien lopen rogge erfpacht te betalen aan Lijsbet weduwe van Joest Berijs Eelkens. Idem, fol. 100: Peter voors heeft gelofte gedaan als eerst aansprakelijke schuldenaar te gelden, te geven en goed te betalen aan Adriaen zoon van wijlen Jan Brocken, zijn medezwager, een jaarlijkse en erfelijke cijns van zes karolus gulden, twintig stuivers of de waarde daarvan in ander goed geld zoals dat ten tijde van de betaling gewoonlijk koers en gang zal hebben en van goede betaling zal zijn, voor elke karolus gulden voors. te rekenen, te vergelden elk jaar gedurende het leven van Jutta weduwe van Claes Jan Huijb Melis, grootmoeder van hun beider huisvrouwen, op Onze Lieve Vrouwedag Lichtmis en voor de eerste termijn van Lichtmis nu a.s. over een jaar, uit en van een stuk erf nu ter tijd in weide en land liggende, genaamd dBleck, groot ca 7 lopeensaet, etc.

RA Tilburg 3-2-1553 (298:78v) Peter zoon van wijlen Peter Vrancken heeft geloofd als schuldenaar te betalen aan Pauwels zoon van wijlen Peter Crillaerts een jaarlijkse en erfelijke cijns van 55 stuivers elk jaar erfelijks op Onze Lieve Vrouwedag lichtmis uit een stuk erf in weiland liggende met 2 heivelden daar achter aan met een steeg daaraan komende, aan Peter voors. toebehorend, groot samen 71/2 lopensaet en 11 roeden gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd Loven (belend erfenis van de weduwe van Claeus Jan Huijb Melis anders genaamd Cleaus Boots met haar kinderen); Nog uit een stuk land groot ca 1 zestersaet gelegen in de parochie en plaats voorschr.

RA Tilburg 21-4-1552 (298:1) Wouter zoon van wijlen Claeus Willem Zegers als man van Michielke dochter van Ghijsbrecht Ariaen (Huijben), door deze Ghijsbrecht uit wijlen Lijsbet diens vrouw dochter van Willem Claeus vanden Gheijn verwekt, heeft wettelijke en erfelijk verkocht en overgegeven aan Peter zoon van wijlen Peter Vrancken met afgaan en vertijen een stuk weiland en twee heivelden daarachter met een steeg aankomende, samen groot ca 71/2 lopensaet en 11 roeden, gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd Loven (naast erfenis van de weduwe van Claeus Jan Huijb Melis anders genaamd Claeus Boots, met haar kinderen)

RA Tilburg rond 1-2-1550 (295:43v) Peter zoon van wijlen Peter Vrancken als man van Margriet dochter van Marten zoon van wijlen Ghijb Goessens, voor de ene helft, en dezelfde Peter voors. als man voors., Adriaen zoon van wijlen Jan Brocken van Haren als man van Daniëla en Gherit zoon van wijlen Jan Cocks als man van Joest, allen dochters van Marten voornoemd, voor henzelf en ook voor Amelis zoon van wijlen Claeus de Meijer, hun zwager, als man van Hadewig dochter van Marten voors., niet tegenwoordig zijnde, waar zij Peter, Adriaen en Gherit gezamelijk voor instaan en geloofd hebben, voor de andere helft, welke kinderen Marten voors. verwekt en verkregen had bij wijlen Heijlwig zijn vrouw dochter van wijlen Claeus Jan Huijb Melis, hebben wettelijk en erfelijk verkocht en overgegeven aan Goijaert zoon van wijlen Gherit Reijnen samen met de brieven en recht, met afgaan en vertijen, het derde deel van 14 lopen rogge jaarlijkse en erfelijke pacht hen toeheborende te betalen elk jaar erfelijks op Onze Lieve Vrouwedag purificatio (lichtmis) uit een stuk land groot ca 51/2 lopensaet gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd Loven Acker (...) Welk derde deel van 14 lopen rogge erfpacht voors. Marten met zijn kinderen voornoemd voor de ene helft en de voors. Margriet zijn dochter voor de andere helft gekocht had van Kathelijn dochter van wijlen Jacop Melis Vrancken, weduwe van Jan Gherits van Roije met Peter zoon van wijlen Robbrecht van Calijs, haar zwager en momber. En welk derde deel van 14 lopen rogge erfpacht voors. eertijds Jan zoon van wijlen Huijbrecht Melis als schuldenaar geloofd en gevest had aan Jacop zoon van wijlen Amelis Vrancken ten behoeve van hemzelf en ten behoeve van zijn kinderen, zoals in diverse brieven van Tilburg. (...) Item hier is bijgestaan Marten zoon van wijlen Ghijb Goessen bovengenoemd en gaf over zijn tocht en recht van tochtenwege, dat hij had en de helft van het derde deel van 14 lopen rogge erfpacht voors., aan zijn kinderen bovengenoemd met afgaan en vertijen, gelovende super se et bona sua etc. dit overgeven, afgaan en vertijen altijd vast etc. en nooit meer van tochtenwege daar aanspraak op te maken etc. In margine: Non passatum ergo vacat (niet gepasseerd dus vervallen).

RA Tilburg 29-12-1547 (294:25) Leonaert zoon van wijlen Sijmon Matheus heeft geloofd als schuldenaar te betalen aan Marten zoon van wijlen Ghijsbrecht Goessens een jaarlijkse en erfelijke cijns van 2 karolus gulden van 20 stuiver per stuk of die waarde in ander goed geld daarvoor, elk jaar met lichtmis, waarvan de eerste termijn zijn zal met lichtmis a.s. over een jaar uit een stuk land groot ca 5 lopensaet gelegen te Tilburg in Loven aan die Broeckstraet. In margine: Item Peter Peter Vrancken, Adriaen Jan Brocken en Gherit Jan de Cock, zwagers van Marten in deze brief begrepen en erfgenamen van deze hebben bekend, dat voor elk 1/4 deel in deze cijns gekweten is. Actum 1 februari anno 52.

Pachten:

12-9-1561 (307:10v) 5 karolus gulden per jaar op Peter Peter Vrancken en zijn goederen gelegen tot Looven, pacht te betalen aan erven Anthonis Dionijs Meijnaerts.

RA Tilburg 16-2-1560: twee diverse erfpachten, de een van acht lopen rogge en de andere van zes lopen rogge, door Peter Peter Vrancken te betalen aan Jan zoon van wijlen Joist Berijs Eelkens.

21-11-1559 (305:34v), vier lopen rogge erfpacht, uit de goederen van wijlen Claes Jan Huijb Melis en van Jutta suae uxoris (zijn huisvrouw), gelegen onder Tilborch onder Loven, die nu ter tijd gebruikt worden door en erfelijk in bezit zijn van Peter Peter Vrancken.

Belendingen:

21-11-1559 (305:34v), erfenis van Peter Vrancken, belending in Loven Acker bij de hoeve van de nakomelingen van Lucas van Amerzoijen; erfenis van Peter Peter Vrancken voornoemd, weide liggende genaamd d'Elsenbosch gelegen in de parochie en in Loven; idem, and en weide liggende gelegen aldaar onder die Heerstraet; stuk groot ongeveer acht lopensaet en een vierdevaetsaet, gelegen in Looven.

Idem, belending in Loven, 24-1-1558 (303:43), 12-6-1546 (293:12)

Idem, Loven, weide liggende nu ter tijd aan Peter Peter Vrancken toebehorende, door de voornoemde Wouter Claeus Willems hem voor 2 jaar geleden verkocht (7-2-1554, 299:45)


Huwt voor 1550

25.667   Margriet Marten Ghijb Goessens van BOERDEN

FamilienaamIndex 25.667Vader 51.334Moeder 51.335

Overleden na 1559

Kinderen

  1. Niclaes Peter, trouwt met Adriana Wijtman Jan de Groot
  2. Marten Peter, huwt voor 10-2-1616 met Margriet Willem Claes Verhoeven. Marten wordt ook genoemd 1594-1601-1603 in civiele procesdossiers RHC Tilburg: (1584) Marten Peter Vrancken; (1599) Marten en Peter Peter Vrancken
  3. Peter Peter, trouwt circa 1560 met Jenneken Niclaes Willem Verhoeven.
  4. Adriana Zie 12.833
  5. Jan (hypothetisch), genoemd in civiele procesdossiers Tilburg. (1584) Willem Jan Mutsaerts e.v. Magdalena Jan Vrancken (sic) over erfenis Hubert van Raeck. Een Jan Peter Peter (Vrancken) trouwde als weduwnaar 1627 met Magdalena Frans Driessen (Laureys Jan Berthouts Sp(ijckers?)); chronologisch laat maar niet onmogelijk.
TerugBegin van generatie

25.668   Cornelis Gerit VERHOEVEN

FamilienaamIndex 25.668Vader 51.336Moeder 51.337

Overleden voor 1612

Kwartieren ontleend aan genealogie Coolen.


Huwt

25.669   Hilleken Henrick LAUREIJS

FamilienaamIndex 25.669 • Vader onbekend • Moeder onbekend

Zwijsen? In Alg Prot Tilburg 1537 en verder. Ook Hoefkens (1542) Adriaens (1554) en Lemmens (1538) komen voor.

Kinderen

  1. Cathelijn
  2. David (+na 1612)
  3. Gerit Zie 12.834
TerugBegin van generatie

25.752   Goijaert Jan de CROM

FamilienaamIndex 25.752Vader 51.504Moeder 51.505

Geboren ca. 1490
Overleden voor 6-4-1548

Vermeld ORA 1539 als getuige in een akte, dan oud circa 50 jaar. Alle verwijzingen ORA Oirschot: bron is de bewerking van J. Toirkens

ORA Oirschot (Toirkens 131a fol 17 no 62-3 dd 27-1-1530) Goijaert Jans Crommen heeft aan Claes Henrick Hoppenbrouwers een huis verkocht, met een tuin, grond en erbij gelegen dijk, gelegen in herdgang Straten, b.p. de erfgenamen van Marcelis Dielis, Geraert die Cuijper, de gemeenschappelijke straat, Peter Ruelens van der Ameijden. Dat huis etc. heeft Goijaert verkregen van Gielis Corsten Gielis en Gielis op zijn beurt weer van Adriaen Peters van den Doeren en van Uman Umans van Keersp als man van Elisabeth dochter van genoemde Peter van den Doeren. Lasten hieruit een Bosch mudde rogge per jaar te leveren aan het klooster van de Wijmelenberg, nog 2 gulden per jaar aan Ardt van Tulden, nog 2 en een halve stuiver Cauwenbergse chijns en 3 penningen hertogelijke grondchijns. Er moet overpad worden verleend over de dijk aan degene die daar recht op hebben. (Idem 63) Genoemde Claes als koper uit de vorige akte heeft beloofd om aan Goijaert Jans Cromme die een jaarlijkse rente van anderhalve gulden te gaan betalen, op onderpand van het huis uit de vorige akte. De rente is aflosbaar tegen betaling van 28 gouden carolus guldens, mit er 3 maanden vooraf is opgezegd. Voetnoot : Goijaert Jans Crommen heeft deze anderhalve gulden weer verkocht aan Aert Joerden Sbrauwers samen met de lopende termijn. Hij belooft alle lasten af t e handelen. De rente is niet aflosbaar. Datum 19 april 1530.

ORA Oirschot 16-8-1532 (idem 22-9-1533), in een pachtkwestie: “Daarop is als onderpand een stuk land aangewezen zijnde nu een huis, dat eerder eigendom was van Willem Zeelmakers en nu wordt bewoond door Goijaert de Crom, gelegen in Oirschot onder Ertbruggen ter Ameijden.”

ORA Oirschot (Toirkens 132a fol 32v no 110 dd 19-2-1534) Jan Gevaerts verkoop hierbij een huis, tuin, grond etc., samen ca. 8 lopenzaad groot, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof aan het Moleneinde daar, b.p. Willem Willem Smetsers, de gemeijnte, Willem Colen, Willem Aelbrechts. Hij had dat huis etc. gekocht van Gijsbrecht Lebbens en Gijsbrecht op zijn beurt had het deels verkregen van Bartholomeus van den Hasenbosch en diens broer Aerden en op hun beurt hadden Bartholoneus en Aerden het gekocht van Gijsbrecht Jan Hacken en Gijsbrecht had het met vonnis uit laten winnen met schepenbrief van Oirschot en op die manier hadden Bartholomeus en Aert het verkregen door de schuldenlast voor hun rekening te nemen en genoemde Bartholomeus en Aert hadden dat bezit verkregen van Willem Loijwichs van Hersel die optradt namens het klooster te Waalwijk en Willem had dat bezit voor een vordering op het onderpand laten uitwinnen en voor het andere deel van dit bezit had Gijsbrecht Lebbens het verkregen van Goijaerd Henrik Goijaerts met meer anderen zoals blijkt uit diverse schepenbrieven van Oirschot. Hij verkoopt het bezit nu aan Jan Corstens Screijnwerker. (…) In marge 1: Jan Corstens schrijnwerker heeft aan Claes Henrik Hoppenbrouwers diet bezit weer doorverkocht zoals hij het zelf had gekocht van Jan Gevarts (16 maart 1534). In marge 2: Claes Henrik Hoppenbrouwers verkoop het huis van hiernaast nu weer door aan Goijaerden Jans Crommen (8 mei 1534).

Idem (fol 59v no 199 dd 8-5-1534) Goijaert Jans Crommen heeft als schuldenaar beloofd om aan Willem Willem Smetsers die 47 Karolusguldens te gaan betalen oper a.s. Maria Lichtmisdag.

ORA Oirschot (Toirkens 132c fol 83 no 266 dd 12-9-1537) Goijaert de Crom heeft als schuldenaar beloofd aan Henrik Antonis Thijssen als rentmeester voor het klooster te Waalwijk, ten behoeve ook van dat klooster, die 3 mud rogge te zullen leveren als vervallen pacht, nog 5 gulden en 14 stuiers en wel als hernieuwde schuld waartegen geen bezwaar kan worden gemaakt, te betalen per a..s Maria Lichtmisdag. Daarvoor verbindt Goijaert zijn persoon en bezit.

ORA Oirschot (136a fol 42 no 191 dd 6-4-1548) Er is een ongeluk en doodslag gebeurd door de persoon van Joosten natuurlijke zoon van wijlen Dirck Hoppenbrouwers die Goijaert die Crom ter dood heeft gebacht. Om inzake deze dood een zoenovereenkomst te maken, zijn voor ons verschenen Corstiaen, Adriaen en Wouter, gebroeders en verder Jan Claessen als man van Anne, wettige kinderen van wijlen Goijaerts die Crom als vermoorde, als partij ter ener zijde en verder Joost als misdadiger partij ter andere zijde. Door bemiddeling van goede mannen hebben de kinderen van wijlen genoemde Goijaert vergiffenis geschonken aan Gijsbrecht en aan Jacop, de gebroeders van genoemde Joost als moordenaar. Joost is verplicht wel uit de dorpen Oirschot, St. Oedenrode, Boxtel en Oosterhout te blijven voor een periode van 16 jaar, maar hij mag er wel als gast komen. Verder beloven genoemde Gijsbrecht en Jacop als broers om binnen nu en 14 dagen 3 pond waskaars te zullen leveren, waarvan er twee voor het H. Sacrament in Oirschot moeten worden gezet en de derde zal worden gegeven aan genoemde Corstiaens te St. Oedenrode om die daar in de kerk te zetten al naar hij dat wenst en daarvoor moet hij dan nog 4 stuivers geven aan heer Daniden van den Broeck om daarvoor vier herdenkingsmissen te laten doen. Verder beloven Gijsbrecht en Jacop van hiervoor vanwege de dokterskosten etc. een bedrag van 20 zoenguldens te zullen betalen van elk 10 stuivers waarvan het derde deel binnen nu en twee drie dagen en het restant in ieder geval voor a.s. Kerstmis. Partijen hebben over en weer beloofd deze zoenovereenkomst na te zullen komen op straffe van de bepalingen van het zoenrecht. (marge: Gijsbrecht Dircks heeft betaald en wel 3 gulden en 5 stuivers en nog een pond was zoals Adriaen, Wouter als kinderen en Jan Claessen hebben verklaard op 8 maart 1549).

ORA Oirschot 1547 no 215 (18-5-1547): Goijaert zoon wijlen Aerts van Tulden verkoopt (…) een jaarlijkse rente van zeven een een halve stuiver per jaar uit een rente van 2 gulden per jaar, welke rente Goijaert Jan Crommen eerder aan wijlen genoemde Aert had beloofd (…). In aktes van diezelfe datum is sprake van ‘...of zijn kinderen’ - is hij dan al dood?

ORA Oirschot (135b fol 25v nos 151-153 dd 2-3-1546) Voor ons is verschenen Goijaert Jans Scrommen en draagt nu aan zijn 4 wettige kinderen verkregen bij zijn vrouw Margriet, het recht van vruchtgebruik over inzake een huis, tuin etc. gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. de straat, Peter Scheers en meer anderen, Henrick Brouwers. (Idem no 152) Voor ons is verschenen Corstiaen zoon van genoemde Goijaerts en deze verkoopt nu aan zijn broer Adriaen zijn erfdeel waarop hij recht heeft vanwege zijn vader en moeder, roerende en onroerende. (Idem no 153) Voor ons zijn verschenen Adriaen, Wouter en Anna allen kinderen van genoemde Goijaert en hebben hun vader Goijaert nu beloofd om die tussen nu en a.s. Allerheiligen een bedrag van 19 gulden te zullen betalen, daarvan zal Adriaen een helft betalen en Wouter en Anna zullen daarvan de andere helft voldoen.

Idem (no 249-250 fol 38v dd 2-8-1546) Voor ons is verschenen Wouter Goijaerts Crommen, verder Jan Claessen als man van Anna en verkopen nu aan Ariaen Goijaerts Crommen hun erfdelen en aanspraken inzake een huis, tuin, grond etc. gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof (…) (Idem no 250) Ariaen Goijaerts Crommen en heeft beloofd om aan Wouter Goijaert Crommen die per a.s. St. Jansdag een bedrag van 9 gulden te zullen gaan betalen.

ORA Oirschot (135a fol 16 no 30 dd 30-1-1544) Goijert Srommen heeft als schuldenaar beloofd om aan Adriaen Lambert Millincks een bedrag van 9 gulden te zullen gaan betalen per a.s. Pasen vanwege de vervallen termijnen van een pacht van een mudde rogge, welke pacht deze Goijaert jaarlijks aan Adriaen moet betalen. (Idem no 31) Goijaert Scrommen heeft als schuldenaar beloofd om aan Adriaen en Lambert Millincks een bedrag van 9 gulden te gaan betalen per heden datum over een jaar en wel vanwege de achterstand van een jaarlijkse pacht van rogge zoals vermeld in de voorgaande brief.

ORA Oirschot (134b fol 89 no 283 dd 17-6-1541) Goijaert zoon wijlen Jans Crommen heeft beloofd om aan Aerden van Tulden die een jaarlijkse rente van twee gulden te gaan betalen, (…) op onderpand van een huis, tuin, grond etc. genoemd de Kemmer, groot ca. 10 of 12 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof aan het Moleneinde aldaar (…).

NB: zijn grootvader is vermoedelijk Goijaert Jan, vermeld ORA Oirschot 1498. Vader of oom zou meester Jan (pastoor) kunnen zijn, vermeld ORA Oirschot 1526, met broer Dirck.


Huwt voor 1525

25.753   Margriet Corsten Gielis CRIJNS

FamilienaamIndex 25.753Vader 51.506Moeder 51.507

Kinderen

  1. Corstiaen
  2. Adriaen Zie 12.876
  3. Wouter (+na 1574, voor 1594), huwt Anna Jan Peter Daniels Blocks (+voor 1559); verkoopt 6-3-1566 (ORA Oirschot 140a no 185) een rente van 3 gulden uit de erfenis van zijn schoonouders dd. 13-2-1553. “Hij verkoopt deze rente vanwege specifieke redenen die hij aan ons heeft verklaard nu aan Adriaen Janssoon Mijns Heeren. Dit gebeurt omdat als hij de rente van 3 gulden niet al had verkocht, hij en zijn vrouw en kinderen honger zouden hebben moeten lijden en nog lijden zoals hij onder eede heeft verklaard.” Verkoopt 23-5-1559 zijn erfdeel van wijlen zijn vrouw (huis, tuin, grond etc. gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof aan de Heuvel) aan Anna dochter van Willem Henrick Matheeus weduwe van Cornelis Jan Peter Daniels, in ruil voor haar huis in Spoordonck onder Boterwijck. Op 5-5-1557 verkoopt hij ook een rente van 3 gulden “vanwege zijn grote financiele nood”. Vader van een Adriaen
  4. Anna, huwt voor 1456 Jan Claessen
TerugBegin van generatie

25.754   Henrick Willem SCHOETMANS

FamilienaamIndex 25.754Vader 51.508Moeder 51.509

Overleden na 3-2-1539, voor 26-2-1539

Vorster, in 1527 met zijn vermoedelijke patroniem vermeld.

Alle verwijzingen ORA Oirschot: bron is de bewerking van J. Toirkens

ORA Oirschot (Toirkens 129b fol 324 nos 189-90 dd 20-6-1523) Philips van den Doeren als gemachtigde voor heer Joest Belaerts heeft zijn achterstallige vordering aangetoond namens de O.L. Vrouwekapel van Oirschot inzake een pacht van 2 en een half mud rogge, die 3 jaar achterstallig is, uit een pacht van 6 mud en 8 lopen rogge, welke pacht Goossen Thomas Goossen Thomas van Oudenhoven eerder had beloofd aan zijn zwager Michiel Jan Neven, op onderpand van al de erven hetzij heide, weiland of zand etc. dat hij heeft geerfd van wijlen zijn vader Thomas, n.l. het 1/3e deel ervan en het andere 1/3e deel op onderpand van het bezit dat hij heeft gekocht van zijn zwager Willem Vos, conform de brief van Oirschot d.d. 2 maart 1470. Daarop heeft de heer (schout) hem een onderpand laten aanwijzen waaruit hij zijn vordering mag verhalen, zijnde een hoeve gelegen in herdgang Verrenbest, nu eigendom van Adriaen Colen. Philips als gemachtigde heeft de uitwinning voortgezet en de koop is gegund aan Henrick Schoetmans voor de pacht van 2 en een halve mud en 3 jaar achterstand en de kosten van de procedure. (Idem 190) Henrick Scoetmans uit de vorige akte verkoopt het bezit weer door aan heer Joest Belaerts.

ORA Oirschot (Toirkens 130a fol 16 no 30 dd 25-6-1526 Elisabeth weduwe van Henrick Lambrechts van Berse en haar wettige dochters Heijlwich en Ijken, verder met haar voogd Gerard Mathijssen, daartoe gemachtigd zijnde met een testament van deze Henrick die haar daarvoor toestemming had gegeven zoals ons is gebleken, verkoopt hierbij een weiland aan Henrick Scoetmans, gelegen in herdgang Hedel, b.p, de gemeenschappelijke straat, Willem Moels, de verkopers zelf.

ORA Oitschot (Toirkens 130a fol 415 no 267 dd 5-6-1527) Henrick Schoetmans heeft hierbij aan Gijsbrecht Gijsbrecht Vlemmincks een bepaalde som kontant geld aangeboden, om daarmee beroep te doen op het recht van vernadering inzake de helft van een stuk land in totaal groot 3 lopenzaad, gelegen onder Ameijden hier, b.p. de gemeenschappelijke straat, genoemde Gijsbrecht. Deze helft had Gijsbrecht Vlemmincks eerder gekocht van Wouter Claesen en van Willem en Godefrida beiden wettige kinderen van genoemde Wouter verwekt bij Katalijn wettige dochter van wijlen Willem Janssen van den Schoet. Genoemde Gijsbrecht erkent dit recht van vernadering en doet daarom afstand van het bezit ten gunste van Henrick Schoetmans inzake de helft van de vermelde akker.

Idem (fol 470 no 327 dd 11-10-1527) Philips Claes heer Philips ( van Geldrop?) heeft eerder van Henrick Schoetmans een perceel verkregen en Henrick op zijn beurt had het verkregen als gemachtigde voor meester Jan de Crom priester, vanweg een achterstallige pacht waarvoor het indertijd was uitgewonnen. Hij verkoopt het perceel nu met de vonnisbrief daarvan aan meester Jan de Crom, priester.

ORA Oirschot (Toirkens 130b fol 100v no 346-7 dd 22-5-1529 en 4-12-1529) Op een genechtsdag voor de gebannen vierschaar voor schout en schepenen is verschenen Philips van den Doeren als gemachtigde voor broeder Laureijs, op zijn beurt weer gemachtigde voor het klooster van Baseldonck nabij Den Bosch en heeft zijn achterstallige vordering aangetoond van een rogpacht van een mudde rogge, die 3 jaar achterstallig is. Dat mudde rogge had Aert Joerden Stockelmans eerder beloofd aan Gerard zoon wijlen Geraert die Mombaer die daarvan het vruchtgebruik kreeg en zijn wettige kinderen daarvan het erfrecht. De pacht werd betaald op onderpand van een huis, tuin etc., gelegen in herdgang Aerle, b.p.de gemeenschappelijke straat, de erfgenamen van Dirck die Leege, Rolof Backs, conform een schepenbrief d.d. 7 maart 1514. Dat zelfde mud rogge had Jan zoon van Gerard die Mombaer als gift tijdens zijn leven aan het genoemde klooster gegeven zoals hij zei. Daarop hebben wij als schepenen met vonnis bepaald dat Philips zijn vordering op het onderpand mag verhalen en vervolgens heeft Philips dat huis etc. doen veilen en het is verkocht aan Henrick Schoetmans voor de achterstalligheid en de kosten van de procedure. (Idem 347) Het bezit uit de vorige akte is door Henrick Schoetmans weer doorverkocht aan Philips van den Doeren ten behoeve van het genoemde klooster van Baseldonck. Indien het bezit in handen blijft van het klooster dan is men onderworpen aan het gebruikelijke landrecht te Oirschot.

ORA Oirschot (Toirkens 131a no 128 dd 24-3-1531) Eerder was er een huis met tuin etc. gelegen in herdgang Hedel, dat eerder eigendom was van wijlen Willem Henrick Willems, in bezit gekomen van Frans van Esch, als hoogste bieder die het van Henrick Schoetmans had gekocht, en Henrick Schoetmans had het gekocht als gemachtigde voor Willem Jans Brouwers die het bezit vanwege een achterstallige pacht van 4 lopen rogge die 6 jaar onbetaald was gebleven, had laten uitwinnen. Frans doet er nu afstand van en verkoopt het aan Willem Jans Brouwers. (marge: de vonnisbrief vindt men einde van het jaar 1530).

Idem (fol 312 no 204 dd 13-6-1531) Vordering van Aert Lenaert Rombouts als man van Katalijn dochter van wijlen Gerit Geerlicks; als gemachtigde van de schout bij een gedwongen verkoop treedt op Henrick Schoetman, vorster.

Idem (fol 330v no 240 dd 5-8-1531) Rutger Gerits als man van Heijlwich dochter van wijlen Jan jongen, verwekt door deze Jan bij Henrieksken Jans Rondendochter, heeft aan Henrick Schoetmans die een bochtje land verkocht genoemd het Heer Jans Rondenbuchtken, gelegen in herdgang de Kerkhof, in de Moelsbroeken daar, b.p. een gemeenschappelijke weg, de erfgenamen van meester Daniel van Herzel, het Tshertogenland. (…) Tot meerdere zekerheid voor deze verkoop heeft Rutgher nog een heiveld in onderpand gegeven genoemd de Langendijk, gelegen in herdgang de Notel, b.p. Jan Celen en meer anderen, verder nog op onderpand van al zijn andere bezit.

ORA Oirschot (Toirkens 131b 1532) vermeldt Hendrik verschillende keren: Jan Wouter Aerts, machtiging aan Henrick Scoetmans en aan Thomas Hoppenbrouwers om voor hem de zaak te behartigen voor schout en schepenen van Oirschot (16-1-1532); als vorster (1-2-1532); als vorster in verband met het huwelijkscontract tussen Goijaert Borcots en Geertruit Jan van Gestel (31-1-1532); als voogd van de broers en zusters van Elisabet Rutger Bierkens, dochter van Rutger en Marie Joirdens de Metser (19-2-1532); en als gemachtigde voor Cornelis Smeets, de beheerder van het gasthuis van Oirschot (22-3-1532).

ORA Oirschot (Toirkens 132a fol 3 no 6 dd 2-1-1534) Gerit Henrik Gerits en Henrick Henricks van Best hebben verklaard dat Henrick Scoetmans aan hen de jaarlijkse pacht van 6 lopen rogge heeft afgelost die ze van hun ouders hadden geerfd zoals ze zeiden en zij of hun ouders jaarlijks plachten te heffenop het bezit dat eerder van de ouders van Henrik Scoetmans was waarvan de ene helft eigendom is van deze Henrick, gelegen in Oirschot onder Ameijden, b.p. Gijsbrecht Vlemmincks de jonge. De brief hierover is in het ongerede geraakt, maar ze doen beiden nu afstand van verdere aanspraken inzake deze pacht van 6 lopen. Indien de oude brief alsnog gevonden zou worden, dan zal die niet meer geldig zijn.

ORA Oirschot (Toirkens 130a fol 67v no 190 dd 25-6-1535) Joest Michiels van der Waerden heeft als schuldenaar beloofd om aan Henrik Scoetmans die een bedrag van 3 en een halve Karolusguldens te gaan betalen per a.s. Maria Lichtmisdag. Het is een hernieuwde schuld en daar kan geen beroep tegen worden ingesteld.

ORA Oirschot (Toirkens 133a fol 47 no 97 dd 29-4-1538) Werner Jans Beeldsnijder verkoopt hierbij de helft of meer dan de helft van een schuur met de grond, en wel aan de oostelijke kant richting het woonhuis daar zoals is afgepaald, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. aan de oostkant Aert Thomas van de Ven, genoemde Werner waarvan is afgedeeld en is afgepaald, de tuin van Werner, de gemeenschappelijke straat. Werner had dat hele bezit van huis en schuur etc. verkregen van Elisabeth Sronden conform een scheenbrief van Oirschot en verkoopt het deel van de schuur en de grond nu aan Henrick Scoetmans als wettige man van Mechteld dochter van Joirden Smetsers en wel deels voor diens kindsdeel dat die namens zijn vrouw had geerfd van genoemde Joerden en Elisabeth en deels ook vanwege een minnelijke overeenkomst hiervan en beiden zijn hier nu tevreden mee. Werner belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen, behalve 6 lopen rogge per jaar aan de erfgenamen van Aerden Dircks door Scoetman te betalen.

ORA Oirschot (139a fol 35 no 141 omstreeks 26-2-1561) Willem van Hersel, verder ( Peeter Eelen Dictis en Joirden die Metser doorgestreept ) Adriaen Roelofs als aangestelde voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Ricalt Scoetmans verwekt bij Grietkenen dochter van Willem van Hersel, nog Peter Eelen Dictis en Daniel die Metser als aangestelde voogden over de minderjarige kinderen van Jan Andriessen verwekt bij Elisabeth dochter van Henrick Schoetmans en verder nog Barbara weduwe van Adriaen Crommen met haar zoon Henrick, verkopen hierbij het vierde deel van de helft van een beemd genoemd de Aelsendoncks gelegen in Oirschot herdgang Hedel, welke beemd ze hebben geerfd bij de dood van Daniel van der Ameijden (…) aan Ijken weduwe van Jan Stockelmans met haar voogd Joirden die Metser.

(Idem no 142) Willem en Adriaen uit de vorige akte en Peter Elis Dictis in diens hoedanigheid, verder Ijken weduwe van Jan Stockelmans met haar voogd Joirden die Metser en Barbara weduwe van Adriaen Scrommen met Roelanden Pieters hebben met elkaar een boedelverdeling gemaakt inzake het bezit dat ze hebben geerfd bij de dood van Henrick Schoetmans en diens vrouw Mechteld. (…) Willem en Adriaen in hun hoedanigheid en Barbara en haar voogd Roelanden Pieters van der Ameijden, een beemd genoemd de Meijenbeemd, gelegen in herdgang Straten, (…) een weiland gelegen in Oirschot herdgang Hedel (…) helft van een akker genoemd de Lerrupt ( = Lerpt, soms Leerput ook) gelegen in herdgang de Notel, (…) een bocht land gelegen in herdgang de Kerkhof 9 (...). Peeter met Ijken en haar voogd Joirden die Metser een huis, tuin, grond etc. groot ca. een zesterzaad, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, (…) de helft van een akker genoemd de Lerpt, gelegen in herdgang de Notel (…) een halve beemd genoemd de Breempt, gelegen onder Audenhoven (…).

ORA Oirschot (136a fol 97v no 383 dd 14-12-1547) Ricalt zoon wijlen Henrick Scoetmans, verder Jan Stockelmans als man van Ijken, Adriaen Scrommen als man van Barbara, Daniel Janszoon van der Ameijden als man van Katalijn en Jan Andriessen van Berze als man van Elisabeth, allen wettige dochters van wijlen genoemde Henrick Scoetmans, hebben beloofd om aan heer Henrick Stockelmans, priester ten behoeve van de celebrantenmis die is ingesteld in de St. Peterskerk te Oirschot daags na St. Franckendag op de dag van het jaargetijde van wijlen Dirk Neven (=Dirck Goessen Neven) en diens vrouw Geertruit, die een jaarlijkse rente van 7 stuivers te gaan betalen. De rente vervalt elk jaar op St. Bavodag en voor de eerste keer per a.s. St. Bavodag op onderpand van de helft van een stuk land genoemd de Soperdonck, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck (…) (marge: Doorgehaald met instemming van heer Antonis Verreijt priester en kapelaan van de St. Peterskerk te Oirschot op 16 februari 1628).

ORA Oirschot (Toirkens 132b fol 118v no 330 dd 27-10-1536) Jan van den Scoet onze collega-schepen verkoopt hierbij een beemd groot ca. een bunder, gelegen in Oirschot onder Ameijden, b.p. de gemeijnte, Wouter Toirkens, Henrick Verbocht. Hij verkoopt het perceel nu aan Henrik Scoetmans en de verkoper belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen, behalve een rente van 3 gouden guldens aan Jan Willem Wouters en een half vuurstaal als grondchijns aan de hertog. Verder dient men de waterloop te onderhouden voor zover dat tot nu gebeurde.

ORA Oirschot (Toirkens 133b fol 15v no 52 dd 26-2-1539) …Vervolgens zijn hier verschenen Rijcken Henrick Scoetmans, Jan Stockelmans als man van Iken en Adriaen Goijaert Scrommen als man van Barbara, dochters van wijlen Henrick Scoetmans en ze beloven alle pachten en rentes van hiernaast genoemd zodanig te betalen dat Thomas Rutgers van Kerkoerle hiervoor verder blijft gevrijwaard.

ORA Oirschot (Toirkens 133b fol 23r no 82 dd 31-12-1538, ingeschreven tussen akten van 3-2-1539) Henrick Scoetmans ziek in zijn bed liggend maar wel in het bezit van zijn verstandelijke vernogens en diens wettige vrouw Mechteld, die gezond van lijf en leden is, hebben met wederzijdse instemming hun testament opgemaakt. Ze bevelen hun ziel zodra ze zijn overleden aan bij de almachtige God en en willen hun lichamen in gewijde grond hebben begraven. Voor begane onrechtvaardigheden vermaken ze aan de fabriek van de St. Lambrechtskerk en de gewone heiligen in de St. Petruskerk te Oirschot en de vier biddende ordes elk van hen ieder zoveel als de langstlevende aan hen wil vermaken. Om bepaalde redenen vernaken de testateurs aan hun dochters Katarina en Margriet die nu beiden bij hen inwonem die 3 koeien en 2 paarden die ze vooraf uit de erfenis zullen krijgen na het overlijden van de eerstoverlijdende en wel vanwege de hulp die ze van hen genieten en het geld uit de verkoop daarvan dient voor hen te worden belegd met hulp van Willem van Meijensvoort en van Willem Daniel Smetsers die ze beiden hebben gevraagd zulks te doen. Verder vermaken ze aan hun zoon Reijken vooraf al hun wollen en linnengoed dat ze in bezit hebben en wel alle kleding die zijn vader placht te dragen en die kleding etc. gaat alleen naar Rijken. En Katalijn en Margriet zullen verder wel in alle andere bezit gelijk meedelen. Verder verklaren ze als testateurs dat ze van hun dochter Elisabeth een bedrag van 50 of 51 Karolusguldens hebben ontvangen maar Henrick verklaart dat hij hiervoor wel kosten heeft moeten maken, en daarom krijgt Elisabeth na de dood van de eerstoverlijdende een bedrag van 42 Karolusguldens. Verder willen de testateurs dat de langstlevende van hen beiden na de dood van de eerstoverlijdende het vruchtgebruik behoudt van alle bezitt maar als de langstlevende van huwelijk verandert, zal in dat geval het bezit wordten verdeeld volgens Oirschots recht daarin. Indien de langstlevende niet hetrouwt en het vruchtgebruik blijft behouden, moet die wel alle schulden, kosten van uitvaart en kerkrechten etc. betalen. Alle andere bezit waar geen melding van is gemaakt en dat ze na hun beider dood zullen achterlaten, vermaken ze aan hun wettige kinderen waarbij de dode partij met de levende moet delen. Indien een van hun kinderen weer kinderen uit twee of drie huwelijken verwekt, zullen al die wettige kinderen in de plaats van hun vader of moeder evenveel erven. De testateurs verklaren dat dit hun laatste wil is en willen het als zodanig hebben uitgevoerd, ook al zou er niet aan alle voorschriften zijn voldaan. Ze behouden zich het recht voor om dit testament geheel of ten delen later te wijzigen.

Idem (fol 40v no 149 dd 26-2-1539) Mechteld weduwe van Henrick Scoetmans met mij als haar voogd, doet hierbij afstand van haar recht van vruchtgebruik in de drie zesde delen van alle roerende en onroerende bezit dat door wijlen haar man werd nagelaten, van welke aard dan ook en waar ook gelegen. Ze doet er afstand van ten behoeve van Rijken, Ijken en Barbara, haar wettige kinderen verwekt bij genoemde Henrick en wel voor zover zij een bedrag aan Thomas Rutgers (van Kerkoerle) vandaag hebben beloofd vanwege de aankoop van een akker gelegen in Oischot nabij de Lerpt.

Idem (fol 71 nos 251-2 dd 29-4-1539) Mechteld weduwe van Henrick Scoetmans met mij als haar voogd hierin, doet hierbij afstand van haar recht van vruchtgebruik inzake een dries, gelegen in Oirschot onder Ameijden hier, b.p. Ansem Goessen Gielissen, Willem Colen, een pad daar, Antonis Hoppenbrouwers. Ze doet er nu afstand van ten behoeve van al haar wettige kinderen verwekt bij wijlen genoemde Henrick. (Idem 252) Jan zoon wijlen Jacop Stockelmans als wettige man van Ijken, verder Adriaen Goijaert Scrommen als wettige man van Barbara, wettige dochters van wijlen Henrick Scoetmans, nog Elisabeth wettige dochter van genoemde Henrick Scoetmans met genoemde Adriaen hierin als haar voogd, verkopen hierbij de drie zesde delen waarop ze rechten hebben in een stuk dries, met recht van overpad door een pad daar zoals van oudsher gebruikelijk, in totaal een krap lopenzaad groot, gelegen zoals beschreven in de vorige akte. Ze verkopen het nu aan Rijken, Katarijn en aan Margriet, hun wettige broer en zusters en de verkopers beloven alle lasten hierin van hun kant af te handelen.

Idem (fol 107 nos 348-9 dd 5-9-1539) Elisabeth en Marie, gezusters en wettige kinderen van Rutger Bierkens verwekt door deze Rutger bij Marie dochter van wijlen Joerden die Metser, met Jan Wouter Aerts als hun voogd en verder hier Servaas ook wettige zoon van genoemde Rutger, en Marie hebben verklaard dat Mechteld weduwe van Henrick Scoetmans en haar beide wettige kinderen aan hen goede verantwoording hebben gegeven en bewijs hebben overlegd voorde betaling van 50 Karolusguldens, die hun voogd wijlen Henrick Scoetmans namens hen heeft ontvangen van Willem van de Velde en ook inzake alle andere beheer dat wijlen Henrick over hun bezit heeft gehad. Ze danken de weduwe etc. namens wijlen genoemde Henrick voor de gevoerde voogdijschap en geven kwijting aan hem en diens kinderen. (Idem 349) Mechteld weduwe van Henrick Scoetmans met mij als haar voogd, verder Ricalt wettige zoon van wijlen genoemde Henrick en Mechteld, Jan zoon wijlen Jacop Stockelmans als wettige man van Ijken, Adriaen Goijaert Scrommen als wettige man van Barbara ook wettige dochters van genoemde Henrick en Mechteld, en nog hun zuster Elisabeth met genoemde Adriaen als haar voogde, voor henzelf handelend en ook voor Katharina en Margriet eveneens hun zusters zijnde, samen als partij ter ener zijde en Henrick zoon van genoemde Jacop Stockelmans als partij ter andere zijde, hebben ermee ingestemd dat Elisabeth, Marie en Servaas, als kinderen van wijlen Rutger Bierkens, of hun erfgenamen na hen en de gebruikers van een stukje land, driehoekig zijnde, thans genoemd het Stertken, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof altijd recht van overpad zullen hebben, b.p. Mechteld weduwe en kinderen van Henrick Scoetmans, een kerkpad daar. Ze zullen altijd overpad houden zoals ze tot nu toe steeds hebben gehad met karren, gaan en staan, tussen hun beide huizen in naar de straat toe daar, tot aan een huisje van O.L. Vrouw daar.


Huwt

25.755   Mechteld Joorden SMETSERS

FamilienaamIndex 25.755Vader 51.510Moeder 51.511

Overleden na 1557, voor 1561

ORA Oirschot (138s fol 22v no 110 dd 18-2-1557) Mechteld dochter van Joerdens die Metsere weduwe van Henrick Scoetmans met Roelanden van der Ameijden als haar hierbij gekozen voogd, doet afstand van haar recht van vruchtgebruik inzake een weiland gelegen in Oirschot herdgang Hedel (…) ten behoeve van Jan Andriessen (van Berse) als man van Lisbeth dochter van genoemde Henrick Schoetmans. (Idem no 111) Jan zoon wijlen Andries van Berze als man van Lisbeth dochter van Henrick Schoetmans verkoopt een weiland gelegen in Oirschot zoals vermeld in voorgaande brief, waarvan Mechteld weduwe van Henrick Schoetmans afstand van haar recht van vruchtgebruik heeft gedaan. Hij verkoopt het perceel nu aan Ricalt zoon van Henrick Schoetmans, aan Adriaen Scrommen en aan Ijken dochter van Henrick Schoetmans.

ORA Oirschot (137a fol 19 no 68 dd 4-2-1552) Mechteld weduwe van Henrick Schoetmans (…) doet hierbij afstand van haar recht van vruchtgebruik inzake een akker genoemd de Lerpt, gelegen in Oirschot herdgang de Notel (…) ten behoeve van Adriaen Goijaert Crommen als man van Barbara, zodanig dat die daarop een rente kan opnemen van 3 gulden per jaar en niet meer dat dat. (Idem no 69) Ariaen Goijaerts Crommen heeft beloofd om aan Corstiaen Willem Aerts en aan Ariaen Dircks van der Heijden die een jaarlijks rente van 3 gulden te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag op onderpand van een stuk akkerland genoemd die Lerpt (…) (Marge: doorgehaald, datum 20 juli 16...).

Idem (no 381-2 dd 4-11-1552) Mechteld weduwe van Henrick Schoetmans met Roelanden van der Ameijden als haar voogd doet hierbij afstand van haar recht van vruchtgebruik inzake het vijfde deel van de helft van een perceel genoemd de Aelsendonck, nog onverdeeld zijnde gelegen in herdgang de Notel, (…) het vruchtgebruik inzake het vijfde deel van de helft en nog eens inzake het vijfde deel uit dat vijfde deel van een perceel genoemd de Spoerdonck, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck (…) ten behoeve van Arien Goijaerts Scrommen als man van Barbara dochter van wijlen genoemde Henrick Schoetmans en genoemde Mechteld. (Idem no 382) Arien zoon wijlen Goijaert die Crom als man van Barbara dochter van wijlen Henrick Schoetmans verwekt bij Mechteld, verkoopt hierbij het vijfde deel van de helft van een perceel genoemd de Aelsendonck (…), het vijfde deel van de helft en daarnaast nog het vijfde deel van een vijfde deel van een perceel genoemd de Spoerdonck, gelegen in herdgang Spoordonck (…), het deel dat hij heeft verkregen zoals hij zei van Jan Andriessen Wouters in het genoemde perceel genoemde de Soeperdonck. Alle genoemde perceelsgedeeltes verkoopt hij nu aan Jan Jacop Stockelmans.

ORA Oirschot (135b fol 40v no 258 dd 16-8 en 15-10-1546) Mechteld weduwe van Henrick Schotmans ( = Schoetmans, ook van de Schoot) met haar voogd Jan Rutgers en doet nu afstand van haar recht van vruchgebruik ten behoeve van haar kinderen inzake een weg over een akker genoemd de Leropt (= Lerpt), gelegen in Oirschot herdgang de Notel, b.p. naast het kerkpad, de kinderen van Beerwinckel. (…) Voor ons zijn verschenen Ricalt Henricks van den Schoet, Jan Andriessen van Berze als man van Elisabeth, Daniel Janssen van der Ameijden als man van Katherinen, Ariaen Goijaerts Crommen als man van Barbara, Jan Jacop Stockelmans als man van Ijken, allen wettige dochters van Henrick van den Schoet verwekt bij Mechteld en verkopen nu aan Librechten Lippen ten behoeve van Ariaenen weduwe van Lippen en haar kinderen, een weg komende vanuit herdgang Straten uitkomend op de kerkpad aldaar, b.p. de kinderen van Beerwinckels, om daarmee te mogen wegen over de akker met aangelijnd vee tot aan hun perceel. Dit gebruiksrecht zal eeuwig blijven duren maar men mag alleen met aangelijnd vee van de weg gebruik maken zodat de verkopers geen nadeel daarvan zullen ondervinden op de vermelde akker. Als er wel schade is dan zullen de verkopers gerechtigd zijn om twee mannen te benoemen die de schade zullen taxeren en dat moet dan door de koper worden betaald. Verder zullen partijen elk deze weg ieder voor de helft aan het einde afsluiten.

Idem (fol 46v no 304 dd 14-12-1546) Ricalt Henricks van den Schoet, Jan Stockelmans als man van Ijken, Ariaen Goijaerts Crommen als man van Barbara, Jan Andriessen als man van Elisabeth, Daniel Janssen van der Ameijden als man van Katharina, hebben samen beloofd om voortaan aan Elisabeth weduwe van Aerts Crommen ten behoeve van haar wettige dochter Anna, die een jaarlijkse rente van 2 gulden te gaan betalen, steeds vervallend op St. Jansdag en voor de eerste keer per a.s. St. Jansdag op onderpand van een stuk akkerland genoemd de Lijropt (Lerpt) gelegen in Oirschot herdgang de Notel (…)

ORA Oirschot (135b fol 71v no 345 dd 3-12-1545) Mechteld weduwe van Henrick Schoetmans met Jan Rutgers haar voogd heeft als haar zaakvoerder benoemd haar zwager Jan Jacop Stockelmans en geeft hem speciale volmacht om namens haar ale haar rentes, pachten etc. te incasseren, daarvoor kwijting te geven, al haar huizen en grond te verhuren, de lasten die erop drukken te betalen etc. etc., de noodzakelijke reparaties aan die huizen te verrichten en deze zaken voor wethouders etc. waar dat nodig is vast te laten leggen. Genoemde Mechteld met haar zoon Henrick Schoetmans (lees: Ricalt, MW), verder Jan Andriessen als man van Elisabeth, verder Adriaen Crommen als man van Barbara, verder Daniel Janssen van der Ameijden als man van Katharina, wettige dochters van genoemde Henrik Schoetmans en van genoemde Mechteld, beloven al hetgeen door deze zaakvoerder gedaan zal worden, te zullen nakomen en hem daarvoor te vrijwaren, behalve dat de gemachtige later wel rekening en verantwoording moet afleggen. Deze machtiging geldt vanaf a.s. St. Jansdag tot wederopzegging. Het salaris van Jan Stockelmans zijnde 7 uitgelode penningen krijgt hij per genoemde St. Jansdag maar niet eerder.

Idem (fol 73 no 351-2 dd 15-12-1545) Mechteld weduwe van Henrick Schoetmans met Johan van Kerkoerle als haar voogd, doet hierbij afstand van haar recht van vruchtgebruik inzake een stuk akkerland, groot ca. 7 en een halve lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang de Notel, (…) ten behoeve van haar 5 wettige kinderen verkregen bij Henrick Schoetmans en ze belooft alle lasten van haar kant af te handelen, zodat deze kinderen daarop geld kunnen lenen zijnde 20 stuivers per jaar om daarmee aan meester Lambrecht zoon Henrick Lambrechts van Berze een schuld af te betalen afkomstig van een weiland dat eerder door Henrick Schoetmans van Elisabeth weduwe van Henrick Lambrechts was gekocht. (Idem no 352) Ricalt zoon Henrick Schoetmans, Jan Andriessen als man van Elisabeth, Daniel Janssen van der Ameijden als man van Katharina, Adriaen Goijaerts Crommen als man van Barbara en Jan Jacop Stockelmans als man van Ijda, zijnde allen wettige kinderen van Henrick Schoetmans verwekt bij Mechteld uit de vorige akte, hebben beloofd aan Jan Jacop Stockelmans ten behoeve van heer Henrick Stockelmans priester die voortaan een jaarlijkse rente van 20 stuivers te gaan betalen.

ORA Oirschot (134b fol 15v nos 56-58 dd 1-2-1541) Mechteld weduwe van Henrick Schoetmans met mij als haar voogd, doet hierbij afstand van haar recht van vruchtgebruik inzake de helft van een stuk akkerland, in totaal groot ca. 3 lopenzaad, nog onverdeeld zijnde gelegen, te Oirschot onder Ameijden aldaar (…) ten behoeve van al haar wettige kinderen die ze heeft verkregen bij genoemde Henrick. (Idem no 57) Ricalt zoon wijlen Henrick Schoetmans, verder Elisabeth dochter van wijlen genoemde Henrick Schoetmans met Adriaen Scrommen als haar voogd, verder Jan Stockelmans als man van IJken, Adriaen Goijaert Scrommen als wettige man van Barbara, Daniel Janszoon van der Meijen als wettige man van Katarijnen, allen wettige dochters van genoemde wijlen Henrick Scoetmans, verkopen hierbij de helft van de akker uit de vorige akte nu aan Adriaen zoon wijlen Rolof Robben (…) (Idem no 58 Elisabeth wettige dochter van wijlen Henrick Schoetmans, met Adriaen Scrommen als haar voogd, verder Jan Stockelmans als man van IJken, Adriaen Goijaert Scrommen als man van Barbara, wettige dochters van wijlen genoemde Henrick Schoetmans, voor wat betreft de drie vijfde delen daarvan en nog een derde deel, verkopen die delen van een stuk land, deels dries zijnde, dat ze rechtstreeks hebben geerfd bij de dood van Margriet Henrick Scoetmans, hun zuster. Het perceel is in totaal groot bijna een lopenzaad, met overpad aldaar, gelegen in Oirschot onder Ameijden (…) Dat derde deel daarvan had wijlen genoemde Margriet verkregen van Jan Stockelmans en van Adriaen Scrommen als echtgenoten en ook van genoemde Elisabeth, conform een schepenbrief van Oirschot. Ze verkopen dit perceelsgedeelte nu aan Ricalt Henrick Schoetmans en aan Daniel van der Meijen als man van Katarijnen.

ORA Oirschot (134a no 299 fol 91v dd 17-8-1540; doorgehaald en niet gepasseerd) Eerder had Aerd die Crom, slootmaker, uit zijn bezit een jaarlijkse pacht beloofd aan de wettige kinderen van wijlen Daniel van der Ameijden en wel 14 lopen rogge waarvan de helft is afgelost en de andere helft van 7 lopen rogge nog wordt betaald door Peter Willems als man van Agneese dochter van wijlen Aert Daniels van der Ameijden, waarvan de ene helft zijnde 3 en een halve lopen staan te betalen door de weduwe en wettige kinderen van Henrik Scoetmans. Hierbij is nu verschenen Mechteld weduwe van Henrik Scoetmans met mij als haar voogd en verder Ricalt Henrik Scoetmans, Elisabeth en Katarijn gezusters en ook wettige kinderen van Henrik Scoetmans met Jan Stockelmans als voogd van zijn vrouw Iken, verder Adriaen Goijaert Scrommen als man van Barbara wettige dochter van Henrik Schoetmans, en hebben beloofd deze 3 en een halve lopen rogge voortaan zodanig te betalen dat genoemde Aert en al zijn bezit daarvoor gevrijwaard blijven.

Kinderen

  1. Barbara Zie 12.877
  2. Ricalt (+na 1547, voor 1551), huwt Grietje Willens van Hersel
  3. Elisabeth (+voor 1561), huwt na 1541 Jan Andriessen van Berse
  4. Ijken, vermeld 1557, huwt Jan Jacop Stockelmans; , vermeld ORA Oirschot (Toirkens 131b 30-12-1532); koopt uit de inboedel van Heijlwich Jan Robilart 2 mouwen en een bonte (…onleesbaar) voor 6 stuivers
  5. Katalijn, huwt Daniel Janszoon van der Ameijden
  6. Margriet (+voor 1541)
TerugBegin van generatie

25.756   Wouter Aerts Lemmens CREMERS

FamilienaamIndex 25.756Vader 51.512Moeder 51.513

Geboren voor 1505
Overleden na 21-5-1540, voor 1542

Alias Wouter Aert Lemmens die Cremere, die men ook Cremer noemt, etc., en eenmaal Van Wolfswinkel.

ORA Oirschot (Toirkens 130a fol 65v no 184 dd 15-4-1528) Jan Henrick Gerarts heeft beloofd om voortaan aan Wouter Aert Lemmens die een jaarlijkse rente van 20 stuivers te gaan betalen, op onderpand van een beemd genoemd de Verdonck, gelegen in herdgang Straten, b.p. Aert die Wit, verder rondom in de gemeijnte daar genoemd de Zenghdonk. De rente is aflosbaar met Pasen, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 16 gouden Karolusguldens.

Idem (fol 95v no 264 dd 8-8-1528) Rutger Rutgers van der Hove heeft beloofd om voortaan aan Wouter Aert Lemmens die een jaarlijkse rente van 20 stuivers te gaan betalen, op onderpand van een akker genoemd den Streep, groot een zesterzaad, gelegen in herdgang Straten, b.p. Aert Roefs waarvan het is afgedeeld, het erf van de schuldenaar zelf, Jan Theeus, de lopende straat. De rente is aflosbaar, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 16 gouden Karolusguldens.

Idem (fol 118v no 347 dd 6-12-1528) Aert Lenart Rombouts heeft beloofd om aan Wouter Aert Lemmens die 18 gouden Karolusguldens te gaan betalen per a.s. St. Jansdag samen metde rente voor een heel jaar tegen de penning 18 danwel per a.s. St. Jansdag over een jaar samen met twee jaar rente.

Idem (130b fol 87v no 310 dd 29-11-1529) Nicolaes Joerden Harnismakers heeft aan Wouter Aert Lemmens ten behoeve van Jenneken en Marieken, gezusters en kinderen van genoemde Aert Lemmens die een jaarlijkse rente verkocht van 25 stuivers, met de lopende termijn, welke rente Jan Ghijb Quants deze Nicolaes had verkocht, op onderpand van een huis, tuin, grond etc. gelegen in herdgang Straten, b.p. Henrick Erven, Aert die Wit, de gemeenschappelijke straat.

Idem (131b fol 91 no 294 dd 21-9-1532) Aert en Joerden, broers en kinderen van wijlen Aert Smetsers, verder hun zuster Elisabeth met Willem Smetsers als haar voogd, nog Jan Quants als man van Mechteld, Claes Hernick Hoppenbrouwers als man van Berten, zijnde allen dochters van genoemde wijlen Aert Smetsers,voor henzelf optredend en nog voor Thomas minderjarige zoon van wijlen Aert Smetsers en ook namens Aertken minderjarige zoon van wijlen Willem Aerts Smetsers, verder Baet Jan Heesters als weduwe van wijlen genoemde Willem Aert Smetsers met haar vader Jan hierbij, hebben met een schepenbrief van Den Bosch en nog een van Oirschot aan Wouter Aert Lemmens van Wolfswinkel, die een jaarlijkse pacht verkocht van 8 lopen rogge met de lopende termijn, uit een pacht van 10 lopen rogge. De oorspronkelijke pacht hadden zij als verkopers zoals ze zeiden van hun vader Aert Daniel Smetsers geerfd en Aert had die verkregen van heer Bartholomeus de Brouwer, priester en heer Bartholomeus weer verkregen van Goijaerden Bartholomeus Jan Eessen als man van Heijlwich dochter van wijlen Marcelis van der After en was Goijaert Bartholomeus Jan Eessen in de deling met de andere erfgenamen toebedeeld geweest. Deze pacht van 10 lopen rogge had Henrick Peter Agneesen beloofd aan Marcelis van der After die daarvan het vruchtgebruik kreeg en zijn wettige kinderen daarvan het erfrecht, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag op onderpand van een stuk land met een schuur daarop, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. Henrick van den Chaem, Henrick Agnesen, de gemeenschappelijke straat, alles conform schepenbriven van Den Bosch en van Oirschot. De verkopers beloven alle lasten hierin van hun kant af te handelen. Hierbij is ook nog aanwezig Willem Willem Smetsers en heeft nog nadrukkelijk verklaard dat hij die jaarlijkse pacht van de 8 lopen verschuldigd is uit zijn huis, tuin etc., gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof aan het Moleneinde, b.p. Benedictus van Berendonk, Jan Gevarts, de gemeijnte daar. Willem verklaart ook nog dat hij toen hij dat huis en de grond had gekocht, dat daarbij toen die rogpacht was vermeld geweest en dat het een goede pacht is en zal de pacht blijven betalen.

ORA Oirschot (Toirkens 131b fol 90 no 291-294 dd 19-4-1532) Voor de rechter en voor ons schepenen is verschenen Jan Wouters van de Ven en heeft met schepenbrieven zijn achterstallige vordering aangetoond inzake een pacht van 2 lopen rogge per jaar die 4 jaar onbetaald is gebleven zoals hij zei. Deze pacht van 2 lopen had Jan na de dood van zijn vader Wouter toebedeeld gekregen in de deling met zijn broers en zusters. En zijn vader Wouter had de pacht verkregen van heer Jan Mengelen, priester en de pacht was oorspronkelijk door Godevaert die Riemsleger beloofd aan Eessen Godevaert Smollers ten hare behoeve en ten behoeve van haar natuurlijke kinderen die ze had verkregen bij genoemde heer Jan Mengelen. De pacht vervalt steeds op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin, grond etc., gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. het erf van Schavaerts, de H. Geest van Oirschot, de straat daar conform een schepenbrief van Den Bosch en een van Oirschot d.d. St. Thomasdag anno 1431. Daarop hebben wij op aanwijzing van de rechter een vonis afgegeven zodat Jan zijn vordering op het onderpand kan verhalen. Dat betreft het huis, en tuin etc. zoals hiervoor vermeld in herdgang de Kerkhof waar nu de weduwe van Michiel Geerlincks woont en zoals men beweert nu eigendom is van Philips Claessen en voor de uitwinning is gemachtigd Philips van den Doeren en daarna is het perceel in het openbaar voor 3 herbergen geveild. Daar is verschenen genoemde Wouter Aert Lemmens en heeft een bod uitgebracht voor de achterstand etc. van de rogpacht en de kosten van de procedure en heeft vervolgens de koop verworven. Er is bij de finale niemand meer met een hoger bod gekomen. De verkoop is ook in Den Bosch op het raadhuis daar bekend gemaakt zoals blijkt uit een certificatie van Gerit Kuijst als dienaar van de groene roede. (Idem 292 dd 27-4-1532) Het bezit in de vorige akte is door Wouter Aert Lemmens (van Wolfswinkel) weer doorverkocht aan Jan Wouters van de Ven en de verkoper belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen. (Idem 294 dd 21-9-1532) Aert en Joerden, broers en kinderen van wijlen Aert Smetsers, verder hun zuster Elisabeth met Willem Smetsers als haar voogd, nog Jan Quants als man van Mechteld, Claes Hernick Hoppenbrouwers als man van Berten, zijnde allen dochters van genoemde wijlen Aert Smetsers (hadden ze ook nog een moeder dan? is hier niet vermeld!, JT),voor henzelf optredend en nog voor Thomas minderjarige zoon van wijlen Aert Smetsers en ook namens Aertken minderjarige zoon van wijlen Willem Aerts Smetsers, verder Baet Jan Heesters als weduwe van wijlen genoemde Willem Aert Smetsers met haar vader Jan hierbij, hebben met een schepenbrief van Den Bosch en nog een van Oirschot aan Wouter Aert Lemmens van Wolfswinkel, die een jaarlijkse pacht verkocht van 8 lopen rogge met de lopende termijn, uit een pacht van 10 lopen rogge. (…)

ORA Oirschot (Toirkens 131c fol 14v no 47 dd 29-1-1533) Peter Denis Peters als man van Mechteld dochter van wijlen Goijaert Persoens verkoopt hierbij met een schepenbrief van Oirschot, aan Wouter Aert Lemmens die een jaarlijkse pacht van een mud rogge maat van Oirschot met een halve mud vervallen termijn, welke pacht hij heeft geerfd van wijlen Goijaert Jan Persoens en wijlen Goijaert had verkregen van Jacop Wouters van den Dijck. De pacht was eerder door Gijsbrecht Jans van den Dijck en Dirck Jan Stockelmans beloofd aan genoemde Wouter Jacops van den Dijck, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin etc., gelegen in Oirschot herdgang Aerle, b.p. de kinderen van Gerit Geits, de gemeijnte, alles volgens de brief van Oirschot. De verkoper belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen.

ORA Oirschot (Toirkens 130a fol 506 no 355 dd 25-11-1527) Jan Gijsbrecht Quants heeft beloofd om voortaan aan Wouter Aert Lemmens van Wolfswinkel, die een jaarlijkse rente van 20 stuivers te gaan betalen, steeds op St. Andriesdag, op onderpand van een huis, tuin, grond etc., groot een half mudzaad, gelegen in herdgang Aerle, genoemd dat Maerselaer, b.p. Henrick van den Maerselaer, de gemeijnte, Jacop Lupprechts van den Schoet, heer Thomas van den Snepschuet, de gemeenschappelijke straat. De rente is aflosbaar, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 18 gouden Karolusguldens.

Idem (fol 518 no 369 dd 13-12-1527) Henrick Elen Mortels heeft beloofd om voortaan aan Wouter Aert Lemmens die een jaarlijkse rente van 4 gouden Karolusguldens te gaan betalen, op onderpand van een beemd genoemd de Blaeckenbeemd, gelegen bij Ertbruggen ter Ameijden hier, b.p. Willem Sdeckers, Rutger van den Velde, Henrick van Gheenen. Ook nog op onderpand van een akker genoemd de Heijekker, groot 3 lopenzaad, ter zelfder plaatse gelegen, b.p. het erf van de schuldenaar zelf, Dielis Corstens, Denis Jan Daniels. De rente is altijd aflosbaar, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 64 gouden Karolusguldens.

ORA Oirschot (Toirkens 130b fol 11 no 39-41 dd 19-1-1529) Goijart Jan Hoppenbrouwers heeft beloofd om aan Wouter Aert Scremers die 48 gouden Karolusguldens te gaan betalen per a.s. Maria Lichtmisdag over 3 jaar. (Idem 40) Henrick Aert Jacops heeft aan Wouter Aert Scremers die een huis met tuin, schuur etc. verkocht gelegen in herdgang Straten, b.p. Goijart Hoppenbrouwers, Aert van Zeelst, de gemeenschappelijke straat. (Idem 41) Wouter Aert Scremers heeft beloofd om voortaan aan Henrick Aert Jacops die een jaarlijkse rente van 6 gouden Karolusguldens te gaan betalen, op onderpand van het bezit uit de vorige akte. De rente is aflosbaar, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 120 gouden Karolusguldens.

ORA Oirschot (Toirkens 131a fol 14 no 52-3 dd 1-2-1531) Wouter Aert Scremers heeft aan Jan Jan Meeus Crommen die een huis met schuur en tuin etc. verkocht, gelegen in herdgang Straten, b.p. Goijaert Hoppenbrouwers, Aert van Zeelst, de gemeenschappelijke straat. Wouter had dat bezit gekocht van Henrick Aert Jacops. De lasten bedragen 6 gouden guldens per jaar aan Henrick Aert Jacops, aflosbaar met 120 guldens. (Idem 53) Jan Aert Jacops en Gerit Henricks van Best hebben beloofd om voor zover Henrick Aert Jacops in leven blijft, dat ze hem alhier voor schepenen zullen laten verschijnen tussen nu en St. Jansdag om aan Jan Jan Meeus (Crommen) met een schepenbrief van Oirschot deze 6 gulden rente uitt de vorige brief over te dragen, welke rente Wouter Aert Scremers had beloofd aan Henrick Aert Jacops op 20 Januari 1529, want Gerit en Jan verklaren hierbij dat Jan Scrommen deze 6 gulden volledig aan hen heeft betaald. Indien Henrick Aert Jacops zou zijn overleden, hebben Gerit en Jan aan Jan als koper beloofd van die 6 gulden goede overdracht te laten plaatshebben.

ORA Oirschot (Toirkens 132a fol 46 no 160 dd 30-3-1534) Dirck Jan Stockelmans voor hemzelf handelend en namens de kinderen van wijlen Gijsbrecht Daniels, heeft verklaard van Wouter Lemmens die men ook de Cremer noemt, vanwege Jan Quants een jaarpacht van 7 lopen rogge te hebben ontvangen, welke pacht Dirck en deze kinderen hebben geheven op het bezit van Jan Quants, welke pacht afgelopen Maria Lichtmis was vervallen uit een pacht van 19 lopen rogge, waarvan de 12 lopen rogge jaarlijks nog onbetaald blijven en welke 12 lopen gecompenseerd worden door een pacht van een mud rogge per jaar, welke pacht Wouter jaarlijks heft op genoemde Dirck en de kinderen van Gijsbrecht, welk mud rogge per jaar eveneens onbetaald blijft openstaan. Dirck geeft nu kwijting voor de 7 lopen rogge per jaar aan Wouter Lemmens en ook aan Jan Quants.

ORA Oirschot (Toirkens 132b fol 9v no 32 dd 19-1-1536) Wouter Aert Lemmens verkoopt hierbij de jaarlijkse rente van 20 stuivers met de lopende termijn, welke rente Jan Gijsbrecht Quants eerder aan genoemde Wouter had beloofd, steeds vervallend op St. Andriesdag, op onderpand van een huis, tuin, grond etc., groot ca. anderhalf mudzaad, gelegen in Oirschot herdgang Aerle, b.p. Henrick van de Maerselaer, de gemeijnte, Jacop Lupprechts van den Scoet, conform schepenbrief van Oirschot d.d. 25 november 1527. Hij verkoopt de rente nu aan Jan Rutgers ten behoeve van Marie Aert Lemmens en de verkoper belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen, behalve wat betreft de aflossing ervan.

Idem (fol 83v no 235 dd 26-7-1536) Wouter Aert Lemmens verkoopt hierbij een jaarlijkse rente van 20 stuivers met een vervallen en de lopende ternijn, welke rente Rutger Rutgers van der Hoeven eerder aan genoemde Wouter had beloofd, steeds vervallend op St. Bartholomeusdag op onderpand van een akker genoemd de Streep, groot ca. een zesterzaad, conform een schepenbrief van Oirschot d.d. 10 augustus 1528. Hij verkoopt de rente nu aan Karle en Corstiaen, broers en natuurlijke kinderen van wijlen heer Dirck van der Meer en de verkoper belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen, behalve wat betreft de aflossing van de rente. Verder is voorwaarde dat als deze beide kinderen komen te overlijden zonder wettig nageslacht te hebben dat dan de rente weer toevalt aan Hillegonden Gijb Smeijers qua vruchtgebruik en wat betreft erfrecht vervalt de rente dan toe aan de fabriek van de St. Peteruskerk te Oirschot.

Idem (fol 86 no 248 dd 11-8-1536) Jan zoon wijlen Gijsbrecht Quants verkoopt hierbij een akker groot ca. 8 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Aerle, b.p. Jan Lambrechts, Willem Wouter Hermans, de gemeijnte daar genoemd de Grootdonk. Hij verkoopt het perceel nu aan Wouter Aert Lemmens en de verkoper belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen, behalve een mud rogge per jaar aan Wouter als koper, nog 7 lopen rogge per jaar aan Dirck Jan Stockelmans, nog een oud schild per jaar aan genoemde Dirk, nog ongeveer twee stuivers als grondchijns per jaar aan de hertog.

ORA Oirschot (Toirkens 133a fol 58v no 129 dd 27-5-1538) Dirck Jan Stockelmans voor hemzelf handelend en voor de kinderen van wijlen Gijsbrecht Daniels, heeft verklaard te zijn betaald door Wouter Aert Lemmens de Cremer, voor een jaarlijkse pacht van 7 lopen rogge, die is vervallen per afgelopen Maria Lichtmisdag en was beloofd door deze Wouter op onderpand van zijn bezit aan genoemde Dirck en de kinderen van vermelde Gijsbrecht. Die 7 lopen rogge zijn weer deel van een pacht van 19 lopen rogge per jaar, en Drick geeft nu kwijting voor de 7 lopen, samen ook voor alle achterstallige termijnen ervan.

ORA Oirschot (Toirkens 133b fol 72v no 256 dd 5-5-1539) Jan zoon wijlen Wouter Thomas van de Ven verhuurt hierbij aan Henrick Jan Quants het huis met tuin, grond, boomgaard, akker en weiland, gelegen in Oirschot herdgang Hedel, zoals de verpachter dat heeft verkregen van de erfgenamen van Margriet Lebbens weduwe van Gijsbrecht Scremers. (…) Indien het zou gebeuren dat de pachter niet betaalt, en als Jan als verpachter niet in staat is om zijn vordering op het bezit van Henrick te verhalen voor wat betreft het laatste jaar van de pachttermijn voor nog onbetaalde restanten daarvan, zijn hiervoor nu verschenen Wouter Aert Lemmens die Cremere en Jan Gijsbrecht Daniels en hebben zich garant gesteld voor de nakoming van hetgene Henrick niet betaald zal hebben inzake de pacht of dat niet uit diens bezit verhaald kan worden. Daarvoor verbindt Wouter zich voor de helft en Jan Gijsbrecht Daniels zich voor de andere helft. Henrick als pachter belooft zijn borgen hiervoor weer te zullen vrijwaren.

Idem (136b fol 28v no 137 dd 25-2-1550) Lambert Jan Lamberts voor wat betreft een helft, verder Aecht, Heijlwich en Jenneken gezusters en wettige kinderen van wijlen genoemde Jan Lamberts met Marten Verheijden als hun voogd, voor wat betreft de andere helft, verkopen hierbij een heiveld en weiland gelegen in herdgang Aerle, b.p. de kinderen van Wouter Aert Lemmens, de gemeijnte genoemd de Grootdonck, de kinderen van Dirk Willems van Dormalen, de gemeijnte. Het perceel wordt nu verkocht aan mij ten behoeve van de kinderen van Wouter Aert Lemmens en de verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen ieder voor diens eigen deel, behalve een halve stuiver als grondchijns aan de hertog en er moet overpad worden verleend aan een beemd die eigendom is van de genoemde verkopers.

ORA Oirschot (Toirkens 137a fol 74 no 272 dd 8-8-1552) Willem zoon wijlen Cornelis van Beerwinckel verkoopt hierbij een huis, tuin, grond etc. gelegen in herdgang Straten onder Ameijden aldaar aan het Snepscheut, b.p. Corstiaen Dielis, de lopende straat, Marten Gijsbert Vlemmincks, het gemeenschappelijke broek. Ook verkoopt hij nog een akker genoemd de Weije ( Of Beije ? ), ter zelfder plaatse gelegen, b.p. Corsten Dielis, de weduwe en kinderen van Jan van den Maerselaer. Hij verkoopt deze bezittingen nu aan Hendrick Lucas Henricks en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen, behalve uit het huis etc. een jaarlijkse pacht van 5 lopen rogge aan de St. Odulphuskapel, nog 7 guldens per jaar aan de weduwe van Cornelis van Beerwinckel, nog 5 gulden per jaar aan de kinderen van Wouter die Cremer, nog een gulden per jaar aan Henrick Michiels, nog 3 gulden per jaar aan Henrick Aerts, nog twee gulden per jaar aan Wernaert Snoecks. Uit de genoemde akker moet jaarlijks 3 lopen rogge worden betaald aan de kinderen van Henrick Verhaegen, verder de gebruikelijke dorpslasten. Datum 8 augustus 1552, getuigen Willem Aelbrechts en Velde.

Idem fol 32v no 119 dd 20-2-1552) Jenneken dochter van Wouter Aert Lemmens met Emken Claes Scepens als haar voogd, verder Aert, Wouter, Lijsken, Pauwels en Cathalijn, met hun voogd Emken Claes Scepens, allen wettige kinderen van Wouter Aert Lemmens, hebben een boedelverdeling gemaakt inzake het bezit dat ze bij de dood van Wouter Aert Lemmens hebben geerfd. Bij deze verdeling krijgt Lisbeth een stuk land gelegen naast het erf genoemd de Gorter, groot ca. twee en een halve lopenaad, gelegen in Oirschot herdgang Aerle, b.p. de genoemde Gorter, de gemeijnte, Peter Dirck Willems. Verder krijgt zijn nog anderhalf lopen rogge per jaar te ontvangen van Willem Zeeldraaiers te Breugel. Datum als voor, getuigen Hoppenbrouwer en Willem Aelbrechts.

ORA Oirschot (Toirkens 137c fol 94 nos 342-4 dd 20-11-1555) Joost zoon wijlen Michiel Jacops als man van Jenneke dochter van wijlen Wouter Aert Lemmens partij ter ener zijde en Emmert zoon Claes Scepens en Lambrecht Aertszoon namens Aerden, Cathalijnen en Pauwelsen, minderjarige kinderen van wijlen genoemde Wouter Aert Lemmens als partij ter andere zijde, hebben een boedelverdeling gemaakt van de navolgende pachten en rentes die ze van hun vader hebben geerfd. Bij deze verdeling krijgt Joost een jaarlijkse pacht van 8 lopen rogge Oirschotse maat te ontvangen van Agneese van der Ameijden, weduwe van Peter Willems. Verder krijgt hij een jaarlijkse rente van 13 stuivers te ontvangen van Lamberten Aerts. Emmert Claes Scepens en Lambrechten Aerts in hun hoedanigheid krijgen hierbij ten behoeve van de 3 minderjarige kinderen een jaarlijkse rente van 5 gulden te ontvangen van Willem Cornelis van Beerwinckel. Verder krijgen ze een jaarlijkse rente van twee en een halve gulden te ontvangen van Joorden Meelis. Genoemde erfgenamen beloven elkaar deze verdeling altijd gestand te zullen doen en dat ieder de lasten op het eigen deel zodanig zal betalen dat de erfdelen van de andere partijen daarvoor gevrijwaard blijven. Indien er op iemands erfdeel meer lasten zouden blijken te drukken dan zullen ze die gemeenschappelijk betalen. (Idem 343) Joost zoon wijlen Michiel Jacops als man van Jenneken dochter van wijlen Wouter Aert Lemmens verkoopt hierbij een jaarlijkse pacht van 8 lopen rogge met 3 vervallen en een lopende termijn, uit een jaarlijkse pacht van 10 lopen rogge, welke 8 lopen hij namens zijn vrouw heeft geerfd en is toebedeeld geweest in de boedelverdeling van wijlen Wouter Aert Lemmens en welke pacht deze Wouter eerder had verkregen van Aerden en Joirdaen, broers en kinderen van wijlen Aerts Smetsers met hun voogden en deze Aert Smetsers had verkregen van heer Bartholomeus die Brouwer, priester en genoemde heer Bartholomeus daarvoor weer had verkregen van Goijaerden Bartholomeus Jan Eessen als man van Heijlwigen dochter van wijlen Marcelis van der After en deze Goijaert toebedeeld was geweest in een boedelverdeling. De oorspronkelijke pacht was eerder door Henrik Peter Agnesen beloofd aan Marcelis van der After die daarvan het vruchtgebruik kreeg en diens wettige kinderen daarvan het erfrecht, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag op onderpand van een stuk akkerland met een schuur die erop staat, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. Henrick van den Cham ( Chaam? ), genoemde Henrick zelf, de gemeenschappelijke straat, conform schepenbrieven van Den Bosch en van Oirschot daarover. Hij verkoopt deze pacht nu aan Jan zoon wijlen Jan Gijsbrechts van Kerkoerle en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen. (Idem 344) Jan zoon wijlen Jan Gijsbrechts van Kerkoerle heeft als schuldenaar beloofd om aan Joosten zoon wijlen Michiel Jacops die een bedrag van 45 gulden en 10 stuivers te zullen gaan betalen per a.s. St. Jacopsdag.

Idem (fol 105v no 371 dd 10-12-1555) Jan zoon wijlen Jan Gijsbrechts van Kerkoerle verkoopt hierbij een jaarlijkse rente van 8 lopen rogge met een lopende termijn uit een grotere pacht van 10 lopen rogge, welke pacht van 8 lopen hij heeft verkregen van Joost zoon wijlen Michiel Jacops als voogd van Jenneken dochter van wijlen Wouter Aert Lemmens, en deze Joost toebedeeld zijn geweest bij de verdeling van het bezit van wijlen deze Wouter Aert Lemmens en welke pacht deze Wouter zelf weer had verkregen van Aerden en Joerdaen broers en kinderen van wijlen Aert Smetsers cum suis en wijlen deze Aert Smetsers zelf weer van heer Bartholomeus die Brouwer, priester en heer Bartholomeus die Brouwer had verkregen van Goijaerden Bartholomeus Essen zoon als man van Heijlwigen dochter van wijlen Marcelis van der After. Deze genoemde pacht van 10 lopen rogge had Henrick Peter Agnesenzoon eerder beloofd aan Marcelissen van der After die daarvan het vruchtgebruik kreeg en diens kinderen daarvan het erfrecht, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag op onderpand van een stuk akkerland met een schuur daarop, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. Henrick van den Cham (Chaem?), de gemeenschappelijke straat, conform schepenbrieven van Oirschot en van Den Bosch daarover. Hij verkoopt deze pacht nu aan Agnese van der Ameijden weduwe van Peter Willems en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen.


Huwt voor 1527

25.757   Beelken Jan QUANTS

FamilienaamIndex 25.757Vader 51.514Moeder 51.515

Overleden na 1547, mogelijk voor 1555


Zij huwt (2) voor 1542

Jan Jan Gijssens van KERCKOERLE

FamilienaamIndex

Overleden na 1547

ORA Oirschot (Toirkens 135b fol 75 no 361 dd 18-12-1545) Andries, Jan en Peter, broers en kinderen van Gijsbrecht Daniels, Jacop Willem Jacops als man van Geertruiden, verder Jan die Cort als man van Marie, Henrick Jan Quants als man van Jutten, verder Antonis Wouter Hermans als man van Margriet, nog Goijaert Henricks van den Maerselaer als man van Lana, allen wettige kinderen van Gijsbrecht Daniels die deze had verkregen bij Margriet dochter van Peter die Keijser, hebben een boedelverdeling gemaakt inzake al het bezit dat ze na het overlijden van hun vader en moeder hebben geerfd. Bij deze verdeling krijgt Andries Gijsbrecht Daniels een stuk land genoemd die Braecken, gelegn in Oirschot herdgang Aerle onder Best, b.p. Mathijs Daniels, Antonis van Best, Bartholomeus Mercks. Verder krijgt hij een jaarlijkse pacht van 3 en een halve lopen rogge te ontvangen van Beelken Jan Quants en haar kinderen die ze heeft verwwekt bij Wouter die Cremer. (…)

Idem (136a fol 22v nos 84-5 dd 17-2-1547) Jan wettige zoon van Jan Gijskens de jonge als man van Beelkenen dochter van wijlen Jan Quants verwekt bij deze Jan Quants en bij Geritden zijn wettige vrouw, verkopen hierbij de helft van een beemd genoemd de Meuwart, met recht van overpad over de andere helft van deze beemd, die eigendom is van Henrick Rutgers, gelegen in Oirschot herdgang Aerle, b.p. genoemde Henrick Rutgers waarvan is afgedeeld, de erfgenamen van Mechteld Hoppenbrouwers en meer anderen, Margriet Verhoeven, de weduwe en kinderen van Claes Willems. Het perceel wordt nu verkocht aan Jan Dirk Sijkens en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen, behalve de helft van een jaarlijkse rente van twee en een halve gulden aan Gerarden die Cuijper in Den Bosch of diens zusters. (Idem 85) Jan Dirck Sijckens heeft beloofd om aan Jan Jan Gijskens de jonge als man van Beelken dochter van wijlen Jan Quants die een jaarlijkse rente van twee gulden te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag op onderpand van de helft van de beemd zoals is vermeld in de voorgaande akte. De rente is altijd aflosbaar op Maria Lichtmisdag van elk jaar, mits er 1 maand vooraf is opgezegd, tegen betaling van 32 gulden en de achterstallige termijnen.

Kinderen

  1. Aert Zie 12.878
  2. Lisbeth Wouter Cremers, vermeld 1541, 1552, ontbreekt 1555
  3. Jenneke, huwt Joost Michiel Jacops
  4. Cathelijn, minderjarig in 1555
  5. Pauwel, minderjarig in 1555
TerugBegin van generatie

25.760   Egidius Henrick van GESTEL

FamilienaamIndex 25.760Vader 51.520Moeder 51.521

Overleden na 7-9-1601

ORA Oirschot (Toirkens, 148d fol 20v no 43 dd 31-1-1617) Peeter zoon Henrick Andriessen als man van Geertruidt dochter van wijlen Reijnder Reiniers van der Muelen, verkoopt hierbij een jaarlijkse rente van 2 gulden en 15 stuivers, welke rente Dielis zoon wijlen Henricks van Gestel en Peeter zoon wijlen Goijaert Eijmbrechts Scepens, als aangestelde voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Aert Henricks van Gestel, op grond van een schepenbankdecreet van Oirschot eerder hadden beloofd aan deze Reijnder Reijnerszoon van der Muelen. De rente vervalt elk jaar op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin, grond etc. gelegen in Oirschot herdgang de Notel, groot ca. 15 lopenzaad, b.p. Willem van den Venne, Roelof Smetsers, de gemeenschappelijke straat, conform een schepenbrief van Oirschot d.d. 1 februari 1588. De rente wordt nu verkocht samen met de lopende termijn die vervalt per Maria Lichtmisdag anno 1617, aan heer Anthonis Verreijt, priester als rentmeester van de fabriek van de kapel van O.L. Vrouw te Oirschot en ook ten behoeve van deze kapel.

ORA Oirschot (Toirkens 153a fol 216 no 156 dd 5-4-1628) Jan en Peter, gebroeders en kinderen van Dielis van Gestel hebben vanwege geleend geld beloofd om aan Jan zoon van Dirk Gijsbert Hoppenbrouwers die per a.s. 1 april anno 1629 een bedrag van 100 gulden te zullen gaan betalen, maar in geen kleinere munten dan in schillingen van elk 6 stuivers en onderwijl steeds een rente van 6 gulden. Indien zij het kapitaal dan niet zullen terugbetalen, moeten ze daarna steeds de zelfde vermelde rente van 6 percent per jaar al naar tijdgelang moeten blijven voldoen, totdat de hoofdsom is voldaan.

ORA Oirschot (Toirkens 140a fol 65v no 42-44 dd 30-6-1565) Aert van Hobbelen doet afstand van zijn recht van vruchtgebruik waarop hij volgens het Oirschots recht aanspraken op heeft inzake een stuk land, deels akker en deels weiland, genoemd de Hofdstad, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck, b.p. Jacops die Metser, genoemde Aert zelf, Daniel Scellekens. Hij doet er nu afstand van ten behoeve van Dielis zoon Henricks van Gestel en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen. (Idem 43) Dielis Henricks van Gestel heeft beloofd om voortaan aan Engelken dochter van Daniel Henrick Daniels die een jaarlijkse rente van 25 stuiver te gaan betalen (…) (Idem 44) Dielis Henricks van Gestel heeft beloofd aan Aerden van Hobbelen dat Dielis deze rente van 35 stuivers per jaar steeds zodanig zal betalen danwel aflossen dat het stuk land waarvoor Aert afstand van het recht van vruchtgebruik heeft gedaan daarvoor steeds gevrijwaard zal blijven.

ORA 1588 (no 4) Dielis zoon wijlen Henricks van Gestel en Peter zoon wijlen Goijaert Eijmbrecht Schepens als voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Aert Henricks van Gestel verwekt bij Iken dochter van genoemde Goijaert Schepens, op grond van een schepenbankdecreet d.d. 26 januari j.l. door schepenen van Oirschot afgegeven, etc.

ORA 1590 (Jaarkroniek sGraets) Op 20 maart zijn Henrick Verhoeven, Dielis van Gestel en vele andere burgers met paarden in de herdgang Straten gevangen genomen door het volk dat in Wageningen was gelegerd en zij zijn naar Tiel gebracht. (Blijkbaarwas hij snel weer vrij, blijkens volgende akte, MW)

ORA Oirschot (Toirkens 143c fol 370 no 94 dd 28-3-1590) Dielis zoon wijlen Henricks van Gestel en diens zoon Peter voor henzelf en samen met Jan Henricks van Gestel en Daniel Aerts van Hobbelen voor de andere kinderen van genoemde Dielis, dragen een stuk akkerland over, genoemd het Breestuck, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck, zijnde de helft van 3 lopenzaad, b.p. Gerart Janssn van der Hoeven, Wouter Jan Gerits, de kinderen van Danel Hoogkoppen. het perceel wordt nu overgedragen aan Jan Aerts van Hobbelen en Dielis cum suis belooft alle lasten van zijn kant af te handelen.

ORA Oirschot (Toirkens 144b fol 293 no 31 dd 11-2-1595) Henrick zoon wijlen Ghijsbrecht Hoppenbrouwers, Jan Henricks, Dirck Beerwinckels, Henrick Aelbrecht Henrickx, Dielis van Gestel, Gijsbert Jan Henrick Gijsbert Goijaertssn., Eijmbrecht Dielen Dircks, Jan in de Haperdonck en Peter Gijsbert Hoppenbrouwers, inwoners van de herdgang Straten, hebben verklaard dat zij voor deze herdgang in hun nood een bedrag van 100 guldens in kontant geld hebben geleend van Jan Antonis van Vessem. Zij zullen dit bedrag per a.s. St. Bavodag terugbetalen, waarbij Jan dan vrijstelling zal krijgen van de betaling van dorpslasten etc. totdat dit bedrag aan hem zal zijn terugbetaald. Het bedrag mag ook na deze vervaldag langer blijven uitstaan als ze dat willen, maar degene die dat niet wil moet een opzegtermijn van 6 weken in acht nemen.

ORA Oirschot (144c fol 528 no 369 dd 4-12-1597) Peter en Margriet, broer en zus en kinderen van Gielis Henricks van Gestel, waarbij deze Margriet begeleid wordt door haar broer Peter als voogd, verkopen hierbij de helft van een hooiveld genoemd de Brelaecken dat nog onverdeeld is met de koper, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck in de Broekstraat, dat ze van hun moeder hebben geerfd, b.p. Ijken weduwe en kinderen van Jacob Thomas van der Ameiden, het erf van de koper, Pauwels Jacops, Cornelis Francken. Het wordt nu verkocht aan Gerard zoon Jan van Gerwen en de verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen, behoudens de dorpslasten, waarvan de eerste termijn per a.s. Maria Lichtmisdag door de koper zal worden betaald. (marge: Henrick Gerits van Dijck als man van Margriet dochter van Gielis Henricks van Gestel, geeft hierbij goedkeuring aan deze verkoop aan Gererd Janssn. van Gerwen. Datum 11 mei 1610).

In 1601 nog voogd van de nagelaten kinderen van een nicht, dochter van zijn broer Jan Henrick van Gestel.


Huwt voor 1550

25.761   Ingen Daniel Henrick DANIELS

FamilienaamIndex 25.761Vader 51.522Moeder 51.523

Overleden voor 1588

ORA Oirschot (Toirkens 139d los stuk 17 uit 1568 in ORA 1565) Anthonis Joost Janssen als man van Marie dochter van Daniel Henrick Daniels, verder Dielis Henricks van Gestel als man van Ingelen ook dochter van genoemde Daniel Henrik Daniels die ook nog optreden voor Henrik .... ...... en machtigen hierbij Jan Willems van Cuijck om hun belangen te behartigen .... Jan en Faes kinderen van Faes Michiels en de zijnen. Datum onvermeld.

Kinderen

  1. Peter (+voor 1634), vermeld 1610-1624
  2. Henrick, vermeld 1624
  3. Joannes Zie 12.880
  4. Margriet, huwt Henrick Gerrits van den Dijck (vermeld 1610)
TerugBegin van generatie

25.762   Willem Peter ROESTEN

FamilienaamIndex 25.762Vader 51.524Moeder 51.525

Overleden na 1629

ORA Oirschot (Toirkens 143c fol 410 no 42 dd 11-2-1591) Gerart zoon wijlen Jans van den Dijck en Jan zoon wijlen Ghijsbert Joordens de Brouwer als voogden over Peter zoon wijlen Peters van Best verwekt bij Marieke dochter van genoemde Gijsbert Joordens de Brouwer, op grond van een schepenbankdecreet d.d. 28 november j.l., verkopen 2 stukken land aan elkaar gelegen, groot ca. in totaal 4 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Straten ter Ameijden, b.p. Willem Henrick Goijaerts, een pad dat eigendom is van de kinderen van Jan Henricks in Heerbeeck waarover deze akkers recht van overpad hebben. De percelen worden nu verkocht aan Willem Peter Roesten en de verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen, behalve een jaarlijkse rente van 2 gulden aan Gijsbert Henrik Gijsberts te Liempde, nog 30 stuivers per jaar aan Jenneke weduwe van Jan Eijssen te Aerle. (Idem 43) De koopsom naast genoemde lasten bedraagt 27 gulden.

ORA Oirschot (Toirkens 144c fol 484 no 141 dd 13-3-1597) Willem zoon wijlen Peter Roesten heeft als schuldenaar beloofd om aan Jan Frans Eijmbrecht een bedrag van 17 guldens te zullen betalen per a.s. Maria Lichtmisdag.

ORA Oirschot (Toirkens 145b fol 171v no 61 dd 8-3-1600) Genoemde Mariken (dochter van Sijmon den Timmerman, MW) weduwe van (Dirck, MW) Jacop Verloijen met haar voogd en Willem Peter Roesten heeft beloofd om aan genoemde Henrick Joost Aerts de Leeuw een bedrag van 25 gulden te betalen per a.s. Pinksteren.

ORA Oirschot (Toirkens 147b fol 189v no 81-82 dd 4-3-1611) Willem Peeters Roesten verkoopt hierbij een akker genoemd het Haverland, gelegen in Oirschot herdgang Straten onder Ameijden aldaar, groot ca. 3 lopenzaad, b.p. Jan Willems van de Maerselaer, Bartelmeus Lenaerts van Gestel, Philips Jaspers van Esch, zoals hij dat perceel heeft gekocht van Jan zoon Rutgers Erven als man van Elisabeth dochter van Henrick Henricks Verbocht, en verder van Anna weduwe van Laureijs Jan Daniels, conform een schepenbrief van Oirschot d.d. 21 december 1610. Hij verkoopt dit perceel met alle rechten en plichten daarin nu aan Henrick Gijsbert Hoppenbrouwers. Willem als verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen en zal ook de dorpslasten betalen tot aan a.s. oogsttijd toe. (Idem 82) Henrick Gijsbert Hoppenbrouwers heeft als schuldenaar beloofd om aan Willem Peeters Roesten uit de vorige akte die een bedrag van 21 gulden en 18 stuivers te zullen betalen en wel meteen nu bij de overdracht.

ORA Oirschot (Toirkens 148a fol 365v no 3 dd 3-1-1614) Adriaen Janssen van Coll, Jan zoon Jan Peeters Loij Claessen en Peeter Aert Dielissen als man van Anneke, dochter van genoemde Jan Peeters Loij Claessen, waarbij genoemde Jan en Peter ook nog optreden voor Lijsken dochter van genoemde Jan Peters Loij Claessen, verkopen hierbij een akkertje groot anderhalf lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Straten, genoemd het Hulsel, b.p. de weduwe en kinderen van Roelof Ariens, de weduwe en kinderen van Niclaes Herberts van Wintelre. Ze verkopen dit perceel nu aan Willem Peeters Roesten en de verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen, behalve een jaarlijkse pacht van een malder rogge aan Huijbrecht Verschout, nog 2 stuivers twee oort per jaar als grondchijns aan de baanderheer van Duffel als heer van Oirschot, verder de dorpslasten. (…)

Idem (fol 367 no 7 dd 13-1-1614) Peeter zoon wijlen Jan Jacobs en Jan Jaspers als man van Catharina, dochter van genoemde wijlen Jan Jacobs, voor henzelf handelend en beiden nog optredend voor Jan Goijaerts als man van Margriet dochter van genoemde Jan Jacobs, verkopen hierbij een vierde deel waarop ze samen recht hebben inzake een huis, tuin, schuur, boomgaard, grond etc. samen aan elkaar gelegen in Oirschot herdgang Straten onder Ameijden aldaar, b.p. Denis Jan Aerts, de gemeenschappelijke pad aldaar, de gemeenschappelijke straat. Ook verkopen ze hun vierde part van een akker nog onverdeeld zijnde en ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, b.p. Jan Dircks, Henrick de Leeuw, Barbara weduwe van Michiel Herberts van Wintelre en haar kinderen, de lopende straat. Ook verkopen ze nog hun part in een weiland genoemd de Buendere, ook nog onverdeeld zijnde, ter zelfder plaatse als hiervoor, b.p. Wouter Ariens Verhoeven, de kinderen van Willem Happen, de gemeenschappelijke straat, Barbara weduwe en kinderen van Michiel Herberts van Wintelre. Nog verkopen ze hun deel in een weiland genoemd het Biesveld, ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, b.p. Aleijt weduwe en kinderen van Pauwels Henricks Haubraekens, Gijsbert Jacobs, Margriet weduwe en kinderen van Willem Happen. Genoemd bezit wordt nu verkocht samen met alle lasten die erop drukken aan Willem Peter Roesten en de verkopers beloven alle lasten van hun kant af te habndelen, behalve de dorpslasten.

ORA Oirschot (Toirkens 148c fol 211 no 251 dd 16-11-1616) Jan Dirck Jacobs en de partijen uit de vorige akte verzoeken hierbij aan heren schepenen om een decreet af te geven om goedkeuring te krijgen over het opgestelde akkoord en daarbij verklaren Willem Peeter Roesten en Peeter Dielis van Gestel, als buren dat ze van oordeel zijn dat e.e.a. de beste oplossing is voor de respectievelijke kinderen. Daarop is dat voorstel geaccepteerd in rechtsprekende vergadering. (Betreft proces tussen Jan zoon wijlen Dirck Jacobs Verloijen als partij ter ener zijde en diens vrouw Peterken eerder weduwe van Willem Gerits in de Haeperdonk met haar voorkinderen als partij ter andere zijde.)

ORA Oirschot (Toirkens 154a fol 5v no 39 dd 3-2-1629) Willem Peter Roesten doet hierbij afstand van zijn recht van vruchtgebruik waarop hij recht heeft zoals hij verklaarde inzake het bezit van wijlen Lijntgen Ariens, zijnde zijn echtgenote, maar uitsluitend wat betreft het kindsdeel daarin van zijn zoon Henrik. Hij draagt die aanspraken nu aan zijn zoon Henrik over en Willem belooft alle lasten van zijn kant af te handelen. (Idem 40) Dirck Gerits van Gestel daartoe gemachtigd zijnde middels een machtiging opgemaakt voor schepenen van de stad Haarlem in het Graafschap van Holland d.d. 18 mei 1628, hem daarin verleend zijnde door Henrick zoon Willem Peter Roesten, zoals ons hier als schepenen is gebleken, verkoopt hier het erfelijk bezit waarop hij recht heeft voor zijn deel vanwege het overlijden van zijn moeder Lijntgen Ariens, en ook het bezit dat nog zal erven van Willem Peters Roesten, zijnde zijn vader, welk bezit is gelegen in Oirschot of elders. Daarvoor heeft Willem Peter Roesten vandaag afstand van zijn recht van vruchtgebruik gedaan en Dirck verkoopt dat erfelijk bezit aan Peter Willems Roesten en aan Jan Dielis van Gestel, zijnde resp. de broer en zwager van deze Henrick Willems Roesten. (…) (Idem 41) Wij, Henrick Aelbrechts en Jan Daniels van de Schoot, schepenen van Oirschot, verklaren hierbij plechtig dat wij een machtiging hebben gezien uitgemaakt door Henrik Willem Roesten aan Dirck Gerits van Gestel voor schepenen van de stad Haarlem in het Graafschap Holland, welke brief volledig intact was en voorzien van het stadszegel aldaar. De inhoud daarvan luidt woordelijk : Wij, burgemeesters en schepenen van de stad Haarlem in het Graaf schap van Holland, verklaren dat voor ons is verschenen Henrick Roesten zoon van Willem Peters Roesten, die is verwekt bij wijlen Lijntgen Ariens, zijnde zijn moeder, welke Henrick in deze stad woont en die verklaart dat volgens het gebruik te Oirschot in het hertogdom Brabant, zijn vader het vruchtgebruik mag blijven bezitten van het bezit dat deze Lijntgen Ariens te Oirschot heeft bezeten of nagelaten. Hij geeft hierbij volmacht aan Dirk Gerits ( van Gestel ), blind zijnde, die in Oirschot woont om namens hem Henrik voor schepenen aldaar in Oirschot te verschijnen ten behoeve van Peter Willems Roesten en ten behoeve van Jan Dielis van Gestel zijnde respectievelijk de broer en schoonbroer van de opdrachtgever ,om daar zijn erfdeel van dat bezit over te dragen afkomstig van zijn overleden moeder en ook het bezit dat hij later nog van zijn vader zal erven als die overlijdt, waarbij zijn vader wel het vruchtgebruik daarvan mag behouden, voor welke overdracht hij verklaart van zijn broer en schoonbroer een bedrag van 200 gulden te hebben bedongen, waarvan 100 gulden direct te voldoen bij overdracht, waarvan hij verklaarde al 70 gulden te hebben ontvangen en de resterende 130 gulden te ontvangen na het overlijden van zijn vader, vrij van alle belas stingen en heffingen. Verder moeten zijn gemachtigden daarbij alles deoen hetgeen hij zelf ook gedaan zou hebben. Hij belooft alles na te zullen komen wat zijn gemachtigden voor hem zullen afspreken en wel zodanig alsof hij het zelf gedaan zou hebben. Als oorkonde opgemaakt en voorzien van het zegel van onze stad Haarlem. Datum 18 mei 1628, (…) (Idem 42) Peter Willems Roesten en Jan Dielis van Gestel dragen hierbij het vruchtgebruik over waarvoor Willem Peter Roesten, zijnde resp. hun vader en schoonvader, afstand heeft gedaan en waarvan vandaag ook het erfrecht daarvan werd overgedragen, ten behoeve van de hiervoor vermelde Henrick danwel ten behoeve van Dirck Gerits van Gestel die daarvoor door Henrik was gemachtigd. Ze dragen deze rechten weer terug over aan deze Willem Peter Roesten en ze beloven deze overdracht altijd gestand te zullen doen.


Huwt ca. 1560

25.763   Catalijntje Adriaen Roelof ROBBEN

FamilienaamIndex 25.763Vader 51.526Moeder 51.527

Geboren ca. 1535
Overleden voor 1628

In ORA Oirschot 1594 eenmaal ten onrechte vermeld als vrouw van Peter Willem Roesten, verder altijd correct.

Kinderen

  1. Catharina Zie 12.881
  2. Henrick, woont 1628 te Haarlem
TerugBegin van generatie

25.766   Dirck Dirck de MESMAKER

FamilienaamIndex 25.766Vader 51.532Moeder 51.533

Geboren Hilvarenbeek ca. 1530

Kwartieren ontleend aan Henk Coolen.


Huwt ca. 1550

25.767   Anna Jan Matheus SBIJEN

FamilienaamIndex 25.767Vader 51.534Moeder 51.535

Kinderen

  1. Elisabeth Zie 12.883
  2. Dirck, ook Dirck Annen (naar zijn moeder)
TerugBegin van generatie

25.768   Jan Anthonis ROOSEN

FamilienaamIndex 25.768Vader 51.536Moeder 51.537

Geboren ca. 1562
Overleden Moergestel ca. 1618

Burgemeester van Moergestel. Verdere kwartieren volgens kwartierstaat Coolen (Vgl BL 1973:132). Volgens Genealogie Van Holten: radmaker, provisoir van de tafel van de H. Geest (1596), burgemeester van Gestel (1610), kerkmeester, schutterskoning, geboren circa 1562, overleden voor 1632.


Huwt ca. 1585

25.769   Ijken Jan Jan BRESSERS

FamilienaamIndex 25.769Vader 51.538Moeder 51.539

Geboren ca. 1565
Overleden Moergestel b18-11-1637

Kinderen

  1. Anthonis Zie 12.884
  2. Jan
  3. Willem
  4. Peter
TerugBegin van generatie

25.776   Goijaert Gijsbrecht HOPPENBROUWER

FamilienaamIndex 25.776Vader 51.552Moeder 51.553

Geboren voor 1474
Overleden na 30-8-1535 (januari 1537?), voor 31-8-1537

Volwassen en wees in 1518. Schepen (1527). Op 31-8-1537 in ORA Oirschot in belendingen vermeld: weduwe en kinderen Goijaert Hoppenbrouwers.

Niet verwarren met Goijaert N. (Henrick?) Hoppenbrouwer, vader van acht kinderen: (1) Gijsbrecht, (2) Marie, gehuwd met Lauwreijs zoon wijlen Gijsbrecht Aerts; (3) Jan; (4) Catalijn; N., huwt Laureijs Daniels. Zij zijn eigenaars van de Hoijdonck (138a fol 5 no 23 dd 22-1557); verkopen huis, tuin, grond etc. nog onverdeeld zijnde, gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. de kinderen van Lauwreijs Daniels waarvan het is afgedeeld, de kinderen van Dielis Peter Dielis, de gemeenschappelijke straat, een kerkweg aan Gooris Antonis van Vessem (138b fol 62v no 220 dd 19-5-1559); bezitten een akker in Huiskens Verdonck (138b no 253 dd 14-3-1559 en 138c fol 50 no 200 14-5-1560).

Alle verwijzingen ORA Oirschot: bron is de bewerking van J. Toirkens.

EIGEN GOED

ORA Oirschot (Toirkens 126b fol 6 no 32 dd 3-2-1499) Peter Jan Bavelmans verkoopt met een schepenbrief van Oirschot aan Goijaert Gijsbrecht Hoppenbrouwers een pacht van een half mud rogge, maat van Oirschot welke pacht Agnees dochter van Ansem Loijen eerder aan deze Peter had beloofd, steeds te betalen op Maria Lichtmisdag, op onderpand van een huis, tuin etc., gelegen in herdgang Straten, b.p. Aert Wouter Thijssen (Backs), Arnt van Esch, de straat.

Idem (fol 19v no 124 dd St Jan, juni 1499) Willem Michiels als man van Agnesen dochter van Ansem Loijen verklaart dat Goijaert Gijsbrecht Hoppenbrouwers per afgelopen Maria Lichtmisdag aan hem een mud rogge, maat van Oirschot heeft afgelost uit een pacht van 2 mud rogge en 9 lopen rogge per jaar. Hij geeft daarvoor nu kwijting.

ORA Oirschot (Toirkens 128a fol 184 nos 18-19 dd 15-2-1513) Goijaert Gijsbrecht Hoppenbrouwers belooft aan Aert Jacop Smollers die voortaan een jaarlijkse rente van 3 rijnsguldens en 5 stuivers te gaan betalen, steeds op Maria Lichtmisdag op onderpand van een stuk land groot 4 lopenzaad genoemd de Witteman, gelegen in herdgang Straten, b.p. de kinderen van Jan de Meijer, de gemeenschappelijke straat. (Idem 19) De rente uit de vorige akte is altijd aflosbaar op Maria Lichtmisdag tegen betaling van 55 rijnsguldens, mits er met Allerheiligen wordt opgezegd.

ORA Oirschot (Toirkens 129b fo 323 nos 180-1 dd St Jacob 1523) Henrick Henricks van de Maerselaer de oude belooft aan Goijaert Gijsbrecht Hoppenbrouwers, die voortaan een rente van 25 stuivers per jaar te gaan betalen, steeds op St. Jansdag, op onderpand van een stuk land groot 6 lopenzaad geleegn in herdgang Aerle, b.p. Dirck van de Maerselaer, Henrick Janssen van best, Aelbrecht van de Maerselaer, Jan Houbraken. (Idem 181) De rente uit de vorige akte is altijd aflosbaar op St. Jansdag tegen betaling van 23 rijnsguldens, mits er een half jaar vooraf is opgezegd.

ORA Oirschot (Toirkens 129b fol 377 nos 151-2 dd 25-2-1524) Roef Peter Roefs heeft beloofd om voortaan aan Goijaert Gijsbrecht Hoppenbrouwers die een jaarlijkse rente van een rijnsgulden te gaan betalen, steeds op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin etc., gelegen in herdgang Aerle, b.p. Willem Stijnen, Henrick van de Maerselaer de jonge, Katelijn weduwe van Daniel Brouwers, de gemeenschappelijke straat. (Idem 152) De rente uit de vorige akte is altijd aflosbaar op Maria Lichtmisdag, tegen betaling van 18 en een halve rijnsguldens, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd.

ORA Oirschot (Toirkens 129b fol 15v no 124-5 dd 3-5-1525; beide doorgehaald) Jan Dircks van de Maerselaer heeft beloofd aan Goijaert Gijsbrecht Hoppenbrouwers die voortaan jaarlijks een rente van 3 rijnsgulden te gaan betalen, steeds op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin, etc., gelegen in herdgang Straten, groot 2 en een halve lopenzaad, b.p. Aert van Zeelst, Goijaert als koper, de gemeijnte. (Idem 125) De rente uit de vorige akte is altijd aflosbaar tegen betaling van 60 rijnsguldens, mits er een half jaar vooraf is opgezegd.

Idem 1526 (130a fol 71 no 110 dd 29-3-1526) Henrick Henrick Scabroecks heeft beloofd om aan Goijaert Gijsbrecht Hoppenbrouwers die een jaarrente van 18 stuivers te gaan betalen, op onderpand van een huis, tuin, grond etc., in herdgang de Notel, groot 2 en een halve mudzaad, b.p. Philips van Herzel, Willem Loijwichs van Hersel, verder rondom in de gemeijnte daar.

Idem (fol 130 no 178 dd 2-2-1526) Pauwels Dirck Jan Timmermans als man van Margriet wettige dochter van wijlen Henrick Scabroeks, heeft aan Goijaert Hoppenbrouwers die een jaarlijkse rente verkocht van 3 Rijnsguldens die deze Margriet had geerfd van haar vader Henrick Scabroeks en van haar moeder Margriet, welke rente Margriet als dochter toebedeeld was geweest in de boedeldeling tussen haar broers en zusters. Deze rente had haar broer Henrick Henrick Scabroeks eerder beloofd op onderpand van een huis tuin ete. genoemd de Teijaert.

ORA Oirschot (Toirkens 130a fol 297 no 112 dd eind maart 1527) Henrick Aert Jacops heeft beloofd om aan Goijaert Hoppenbrouwers, onze college-schepen, die een jaarlijkse rente van 20 stuivers te gaan betalen, op onderpand van een akker genoemd de Molenbraeck, groot 5 en een halve lopenzaad, gelegen in herdgang Straten, b.p. Henrick die Hoppenbrouwer, Jan Colen, Goijaert Jans Hoppenbrouwers.

Idem (fol 331 no 165 dd 19-4-1527) Jan Henrick Gerarts heeft beloofd om voortaan aan Goijart Hoppenbrouwers, onze collega-schepen, die een jaarlijkse rente van 48 en ene halve stuiver te gaan betalen, op onderpand van een beemd genoemd de Verdonck, gelegen in herdgang Straten, b.p. Henrick Scepens, verder rondom in de gemeijnte.

Idem (fol 392 no 237 dd 24-8-1527) Laureijs Aerts van der Hoeven heeft aan Goijaert Gijsbrecht Hoppenbrouwers onze collega-schepen die een lopenzaad land en 5 en een halve roede grooot, met het gebruik ook van een weg verkocht, afgemeten van een ander stuk land van 3 lopenzaad groot, genoemd dat Cleijn Loe. Deze 3 lopenzaad heeft Laureijs verkregen van de erfgenamen van wijlen Jan Crommen. Het stuk van een lopenzaad en 5 en een halve roedes is gelegen in de Aerlesche Akkers, b.p. het erf van de koper, het erf van de verkoper waarvan het is afgemeten, Niclaes Ariaen Smolders.

Idem (fol 439 no 303 dd 16-9-1527) Henrick Henrick Scabroecks heeft beloofd om aan Goijart Hoppenbrouwers onze collega schepen die een jaarlijkse rente van 20 stuivers te gaan betalen op onderpand van een huis met toebehoren etc., gelegen in herdgang de Notel, b.p. Willem van Herzel, Philips van Herzel, de gemeijnte daar.

Idem (fol 517 no 368 dd 13-12-1527) Heer en meester Jan de Crom, priester, heeft aan Goijaert Hoppenbrouwers, onze collega-schepen die een heiveld verkocht, genoemd dat Aude venneken, gelegen in herdgang Aerle, b.p. het erf dat eerder van heer Amelrijk Boots was, de weduwe en kinderen van Jan van Os, Jan Henrick Gerarts, de weduwe van Daniel Sbrouwers, de gemeijnte daar. Het perceel is inclusief een ‘uitvang’ die bij het heiveld hoort.

Betrokken bij het bierproces van 1527, Zie 103.046

Goijaert verklaart hierin (…) dat hij niettegenstaande hij in Oirschot een aantal jaren bier heeft gebrouwen en verkocht, daarvoor nooit enig gruitgeld heeft hoeven te betalen van het bier dat door hem werd verkocht, hetzij bier uit Oirschot of van buiten Oirschot en heeft daarover ook nooit onderhandeld. Maar het is wel zo dat Jan van Vlierden en Henrick Willem Scoetmans in zijn huis wel bier hebben gedronken en als ze weggingen, dan gaven ze hem geen geld, maar zeiden dat ze het zouden verrekenen met het gruitgeld en dan vertrokken de heren. Hij heeft er nooit rekening mee gehouden dat er nog betaald moest worden. Echter heeft hij zijn ouders wel horen zeggen dat er van het hopbier niets betaald hoefde te worden, maar wel het gruitgeld. En of zijn ouders daarover ooit hebben onderhandeld is hem niet alles bekend, maar hij weet wel dat zijn vader voor het brouwsel 3 stuivers heeft gegeven en dat niemand anders van de vermelde groep opdrachtgevers van hierboven, van het bier van buiten Oirschot ooit enig gruitgeld hoefde te betalen.

ORA Oirschot (Toirkens 130b fol 42 no 151 dd 14-3-1529) Onlangs heeft heer Jeronimus van der Noet, riddder en kanselier en andere leden van de Raad van Brabant, uitspraak gedaan in het geschil tussen Henrick van Merode, heer van Pietershem, Diepenbeeck, Herlaer etc., verder Jan van Vlierden, beide als eisende partij enerzijds en Goijart Peters van den Doeren, Goijart Hoppenbrouweres en hun aanhang, als brouwers en bierverkopers in Oirschot, als gedaagde partij ter andere zijde. Hij heeft gevraagd dat de eisende partij voldoende borg zou staan en betaling zouden doen voor het gruitgeld en wel voor elk aam bier dat in Oirschot is gebrouwen, een halve stuiver, zoals de eis eerder is gesteld in de kwestie d.d. 13 februari 1528, Brabantse tijdsstijl. Om aan dat verzoek te voldoen zijn voor ons schepenen verschenen jonker Henrick van Merode, heer te Pietershem etc., en Jan van Vlierden als eisers in de kwestie en hebben de volgende borgen aangesteld. Voor jonker Henrick van Merode zijn dat Adriaen Vos en Jaspar van Esch en voor Jan van Vlierden zijn dat Henrick Goijaerts en Willem Loijwijchs van Herzel. Deze borgen zijn hier ook verschenen en hebben verklaard dat ze borg zullen staan voor zover het tussenvonnis aangeeft en ze verbinden hiervoor hun persoon en al hun bezit. Genoemde jonker van Merode en Jan hebben beloofd hun borgen voor hun borgstelling te zullen vrijwaren.

Idem (fol 58v no 203 dd 18-5-1529) Lodewijch Henrick Lemmens heeft met een schepenbrief aan Goijaert Hoppenbrouwers die een pacht van 6 lopen rogge verkocht, welke jaarlijkse pacht Lodewijch had verkregen van Aelijt dochter van Wouter van den Spulle met Henrick Belaerts als haar voogd conform een schepenbrief van Oirschot zoals ons is gebleken. Aleijt op haar beurt gahad de pacht verkregen van Jan zoon Willem Sbrouwers als man van Elisabeth dochter van wijlen Henrick Peters van de Ven, en Henrick Peters van de Ven had de pacht verkregen van Daniel Dirck Moermans en de pacht was eerder door Henrixk Dirck Moermans beloofd aan Daniel Dirck Moermans zijnde diens broer, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis etc genoemd den Doerom, gelegen onder Erdbruggen hier, b.p; Henrick Bloeijs, de gemeijnte, Goijaert van Esch, alles conform een schepenbrief van Oirschot. De verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen.

Idem (fol 61bisv no 224 dd 6-6-1529) Lodewijch Henrick Lemmens heeft bekend aan Goijaerden Hoppenbrouwers die 20 gouden Karolusguldens schuldig te zijn, die hij belooft aan Goijaert te zullen betalen per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar.

Idem (fol 65 no 242-5 dd 26-6-1529) Goijaert Hoppenbrouwer is hier voor de gebannen vierschaar verschenen en heeft zijn achterstallige vordering aangetoond inzake een rente van anderhalve Rijnsgulden die 5 gulden en 5 stuivers achterloopt in betaling. Die anderhalve gulden had genoemde Goijaeert gekocht van Henrick Janssen van den Schoet en was eerder door Dirck Dielis Stans beloofd aan genoemde Henrick van den Schoet op onderpand van de helft van een stuk beemd genoemd de Schoerdonk gelegen onder Ameijden hier, b.p. heer Gerart van der Schaut, Cornelis Peters, Goijaert Crommen, Katalijn Jan Wouters van den Loe en de erfgenamen van Dirck Hoppenbrouwers, de straat, conform een schepenbrief d.d. 11 april 1522. Daarop hebben wij als schepenen op aanwijzing van de schout vonnis gewezen en bepaald dat Goijert zijn vordering op het onderpand mag verhalen en voor de uitwinnig is gemachtigd Henrick Scoetman en die heeft het in het openbaar voor 3 herbergen laten veilen en daarna is het verkocht aan Happo Vos voor de betalingsachterstand. (Idem 243) Het bezit uit de vorige akte zijnde de helft van de beemd heeft Happo Vos met de vonnisbrief weer doorverkocht aan Goijaert Hoppenbrouwers. (Idem 244) Goijaert Hoppenbrouwer is hier voor schout en schepenen in de gebannen vierschaar verschenen en heeft zijn achterstallige vordering aangetoond inzake een rente van 3 Rijnsguldens die voor 9 gulden achterstallig is en had die rente gekocht van Pauwel Jan Dirck Timmermans als man van Margriet dochter van wijlen Henrick Scabroeks en Margriet op haar beurt had de rente van haar ouders geerfd en was haar toebedeeld in de boedeldeling met haar broers en zusters en was beloofd door haar broer Henrick Henrick Scabroeks op onderpand van een huis, tuin etc., genoemd den Teijaert dat aan Henrick toebedeeld was geworden. De originele brief daarover is van 28 januari 1522. Daarop hebben wij na aanwijzing hierover door de schout, vonnis gewezen en bepaald dat Goijaert zijn vordering op het onderpand mag verhalen. Voor de uitwinning is gemachtigd Henrick Scoetman en daarna is het in het openbaar geveild in 3 herbergen en het bezit is verkocht aan Happo Vos voor de betalingsachterstand. (Idem 245) Het bezit uit de vorige akte is door Happo Vos weer doorverkocht aan Goijaert Hoppenbrouwers.

Idem (fol 72v no 258 dd 26-7-1529) Ansem Stevens van Herzele heeft beloofd aan Goijaert Hoppenbrouwer om die voortaan een jaarlijkse rente van 20 stuivers te gaan betalen, op onderpand van een huis, tuin, grond etc., groot 15 of 16 lopenzaad, gelegen in herdgang de Notel, b.p. Joerden Melis, Peter die Cropel en meer anderen, Elisabeth Cluijstermans met haar kinderen en meer anderen, de straat, heer Gerart van der Schaut.

Idem (fol 81v no 285 dd x-9-1529, eind september) Henrick Henricks van den Maerselaer die men meestel Groet Heijn noemt, heeft beloofd om voortaan aan Goijaert Hoppenbrouwers die een jaarlijkse rente van 20 stuivers te gaan betalen, op onderpand van een akker genoemd dat Heijlaer, groot 5 of 6 lopenzaad, gelegen in herdgang Aerle, b.p. Dirck van den Maerselaer, de kinderen van Henrick van Best, het erf dat eerder van Aelbrecht van den Maerselaer was, Elisabeth Houbrakens en haar familie.

ORA Oirschot (Toirkens 131a fol 35v no 142 dd 17-2-1530) Henrick Rutger Belaerts onze collega schepen heeft beloofd om voortaan aan Goijaert Hoppenbrouwers die een jaarlijkse rente van 6 gulden te gaan betalen, op onderpand van een beemd genoemd dat Guebenbeemdken, gelegen in herdgang Hedel, b.p. de erfgenamen van Marten van Campen, het gasthuis van Oirschot, de erfgenamen van Claes Mesmakers, Jan Truijen. Nog op onderpand van een akker groot 3 lopenzaad, gelegen in herdgang de Kerkhof, genoemd Denckens akker, b.p. het erf van Antonis Belaerts waarvan het is afgedeeld, Dirck Corstens, de kinderen van Thomas van de Ven, de erfgenamen van heer Jasper van Esch, een straat. De rente is aflosbaar tegen betaling van 100 gouden karolusguldens, mits er met Kerstmis voorafgaand wordt opgezegd.

Idem (fol 60 no 223 dd 13-5-1530) Gielis Corstiaen Gielissen (Crijns) heeft aan Goijaert Hoppenbrouwers een jaarlijkse rente verkocht van een gulden die Gielis heeft verkregen van zijn zuster Heijlwich, en die Heijlwich weer had verkregen van Heijlwich als weduwe van Corstiaen Gielis. Deze rente was eerder door Pauwel Aerts van Zeelst (=Verschueren) beloofd aan de laatstgenoemde Heijlwich op onderpand van een stuk land genoemd de Heije, groot een zesterzaad, ter Ameijden, b.p. genoemde Heijlwich, Willem die Snijder.

Idem (fol 73 no 266 dd 23-7-1530) Marieken Daniel Peter Daniels met Jan Rutgers als haar voogd heeft beloofd om aan Goijaert Hoppenbrouwer die een jaarlijkse rente van anderhalve gouden gulden te betalen, op onderpand van de helft van een beemd genoemd Dechendonck, ter Ameijden, b.p. de kinderen van wijlen Ardt van den Ven, de kinderen van Mathijs Huijskens, de kinderen van Steven van Herzele, verder aan de gemeijnte. De rente kan altijd worden afgelost tegen 24 gouden Karolusguldens mits er 3 maanden vooraf is opgezegd.

Idem (fol 74 no 269 dd 25-7-1530) Peter Henrick Gerarts heeft beloofd om voortaan aan Goijart Hoppenbrouwers die een jaarlijkse rente van 20 stuivers te gaan betalen, op onderpand van een eeuwsel genoemd de Blaecken beemd, gelegen in herdgang Straten in de Castart daar, b.p. de kinderen van Henrick van Best, Ghijb Jan Ghijben, Gielis Hoppenbrouwers en meer anderen, verder aan een gemeenschapplijke weg daar. De rente kan altijd worden afgelost tegen betaling van 16 gouden Karolusguldens, mit er een maand vooraf is opgezegd.

ORA Oirschot (Toirkens 131a fol 226v no 37 dd 27-1-1531) Fijken en Jutken, gezusters en kinderen van wijlen Lenart Aerdt rombouts, met Joost Hoppenbrouwers als hun voogd, hebben beloofd om aan Goijaert Hoppenbrouwers die een rente van 20 en een rente van 10 stuivers te gaan betalen op onderpand van de helft van een huis en tuin, eigendom van Fijken,

gelegen in herdgang Hedel, b.p. haar zuster Elisabeth , haar broer Rutger, Joffrouw van Vlierden, de straat. Ook nog op onderpand van een stuk land, eigendom van genoemde Fijken, groot 5 vierdevatzaad, zelfde herdgang als hiervoor, b.p. de straat, Dirck BaliAerts. Ook nog op onderpand van een stuk land eigendom van genoemde Jutken, zelfde herdgang als hiervoor, b.p. Rut LenAerts, Rut van de Velde, Jofrouw van Vlierden, haar zuster Elisabeth.

Idem (fol 243v no 70 dd 9-2-1531) Willem Henrick Aelbrechts heeft beloofd om voortaan aan Goijaert Hoppenbrouwers die een jaarlijkse rente van 2 gulden te gaan betalen, op onderpand van een huis, tuin etc., groot 16 lopenzaad gelegen in herdgang Hedel, b.p. heer Daniel die Leeuw,. Henrick Oemen, de gemeenschappelijke straat.

Idem (fol 258 no 98 dd 26-2-1531) Loijwich Lemmens en diens zoon Henrick en dochter Jutken met hun voogd Willem Lambrechts hebben beloofd om aan Goijaert Hoppenbrouwers die per a.a. Maria Lichtmisdag 21 gouden karolusguldens te betalen zonder rente. (marge: Deze schuldbrief heeft Goijaert weer verkocht aan Jan Jan Claes Ceelen en de verkoper belooft alle lasten af te handelen. Datum 27 juni 1531).

Idem (fol 293 no 166 dd 13-5-1531) Jan Dircks van de Maerselaer als man van Marie dochter van wijlen Ariaen Henricks heeft beloofd om aan Goijaert Hoppenbrouwers die voortaan een jaarlijkse rente van 20 stuivers te gaan betalen, op onderpand van een akker genoemd de Hove, groot 7 lopenzaad gelegen in herdgang de Notel, b.p. Gijb Thijs Peter Roefs (van den Toerken), de erfgenamen van Henrick Erven en Jan van den Marselaer, Goijaert Roestenborch en de gemeijnte.

ORA Oirschot (Toirkens 131b fol 3v nos 6-7 dd 20-1-1532) Marieken dochter van wijlen Daniel Peter Daniels met Jan Rutgers als haar voogd heeft hierbij met een schepenbrief van Den Bosch en een van Oirschot aan Goijaert Hoppenbrouwers een beemd verkocht, genoemd de Eggendonck, gelegen in Oirschot onder Ameijden, b.p. de kinderen van Steven van Hersel, de weduwe en kinderen van Mathijs Huijskens, de gemeijnte. Marieke had de helft van die beemd verkregen haar oom Jan Peter Daniels en deze Jan en Marieken hadden die helft samen geerfd van Peter Daniels zijnde vader van genoemde Jan en de grootvader van Mariken en was hen toebedeeld in de verdeling met de wettige kinderen van wijlen deze Peter Daniels en wijlen Peter had het perceel gekocht van Gerard Gerit Mathijssen. Marieke belooft alle lasten hierin van haar kant af te handelen, behalve een jaarlijkse rente van 2 guldens aan Jan Peter Daniels en nog anderhalve gulden per jaar aan genoemde Goijaert als koper. (Idem 7) Goijaert Hoppenbrouwers verkoopt hierbij aan Marieke dochter van Daniel Peter Daniels, met een schepenbrief van Den Bosch een rente van 3 gulden per jaar, metde lopende termijn, welke rente Goijaert hadf verkregen van van Jan Claes Colen en Jan op zijn beurt weer van Jan Cleijnael. De rente was eerder door Joerden Joerden Sbrouwers beloofd aan genoemde Jan Cleijnael, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin etc. groot ca. een mudzaad, gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. Dirck Stans, Katalijn van den Mortel. Goijaert belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen.

Idem (fol 10 nr 36 dd 23-2-1532) Aert wettige zoon van heer Daniels die Leeuw, priester, verder Gijsbrecht Aerts als man van Dirck wettige dochter van genoemde heer Daniel verwekt bij diens wettige vrouw Joosten Jans Crommen, verkopen hierbij hun aanspraken in een beemd genoemd de Monnick, gelegen in Oirschot op de Verdonck, b.p. Joffrouw van Os waarvan het is afgedeeld, de Verdonk daar, Dielis Hoppenbrouwers. Ook verkopen ze nog hun rechten in een stuk beemd genoemd de Eelsdonk, gelegen in Oirschot herdgang Straten bij het Snepschuet, b.p. de kinderen van Aert Daniels van der Ameijden, de Eelsdonkse pad, de kinderen van Jan Hoppenbrouwers. Ook verkopen ze nog hun aanspraken in een akker genoemd Clammergaet gelegen in Oirschot herdgang Aerle, b.p. Jan Huiskens, Marie Jan Thijssen, de weduwe van Dirck Haubraken, de gemeenschappelijke straat. Ze verkopen al die aanspraken nu aan Goijaert Hoppenbrouwers en de verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen, behalve hun aandeel in een jaarlijkse pacht van 10 lopen rogge aan Joffrouw van Os uit de Clammergaeten. Verder moet de koper overpad verlenen zoals gebuikelijk aan degenen die er recht op hebben. (Voetnoot: Gerart wettige zoon van heer Daniel die Leeuw, verkoopt zijn erfdeel en aanspraken in de Monnick, de Eelsdonk en de Clammergaet zoals hiervoor als gespecificeerd, ook aan Goijaert Hoppenbrouwers en hij belooft alle lasten van zijn kant af te handelen, behalve zijn deel van 10 lopen rogge).

Idem (fol 32v no 123 dd 4-3-1532) Goijaert zoon wijlen Jans die Hoppenbrouwer heeft beloofd om aan Heijlwich als natuurlijke dochter van wijlen heer Jan Natael Robilaerts, die voortaan een jaarlijkse rente van 3 gouden Karolusguldens te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag, op onderpand van eeen akker genoemd de Braeck, groot ca. 5 en een halve lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. Henrik van de Ven, het erf van de schuldenaar zelf, Jan Joirdens, Goijaert Hoppenbrouwers. Hij belooft het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de rente. Indien het gebeurt dat Heijlwich zonder wettig nageslacht sterft dan zal de helft van de rente van 3 gulden weer toevallen volgens het testament van wijlen haar moeder Katalijn aan de fabriek van de H. Geest te Oirschot en de andere helft wordt aangewend ten behoeve van de gezongen missen voor het H. Sacrament op Donderdag in de St. Peterskerk te Oirschot. De rente is altijd aflosbaar zoals Dirck Hoppenbrouwers als schepen hier toestaat, op Maria Lichtmisdag, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 48 gouden Karolusguldens.

Idem (fol 61v nos 204-5 dd 4-6-1532) Dirck Jans Crommen verkoopt hierbij het vierde deel van een beemd genoemd de Monnick, gelegen in Oirschot op de Verdonk daar, b.p. Joffrouw van Os en haar kinderen waarvan het is afgedeeld, de Verdonk, Dielis de Hoppenbrouwer. Hij verkoopt het perceelsdeel nu aan Goijarden Hoppenbrouwers en de verkoper belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen. (Idem 205) Genoemde Goijart uit de vorige akte heeft bekend dat Dirck zijn perceelsdeel gedurende de komende 4 jaar mag aflossen,

maar daarna niet meer. Indien Dirck binnen die 4 jaar niet aflost dan blijft het bezit daarna in handen van Goijaert, ook al zou dat in tegenspraak zijn met sommige rechtsbeginselen of privileges. De aflossing kan gebeuren op St. Jansdag tegen betaling van 61 gouden Karolusguldens en als er met St. Jansdag is betaald dat mag Goijaert in dat jaar voor dat vierde deel nog wel 'scharen'. De genoemde periode van 4 jaar gaat in per de dag na a.s. St. Jansdag. Als Dirck zou aflossen dan moet hij ook voor dat vierde deel de kosten meebetalen voor het maken van een nieuwe sloot tussen het erf van Joffrouwe van Os en de genoemde beemd, verder moet Dirck ook de kosten van de lijfkoop teruggeven zijnde een gulden. Beide partijen beloven deze overeenkomst na te zullen komen.

ORA Oirschot (Toirkens 131c fol 36v no 130 dd 1-2-1533) Voor de 'gebannen vierschaar' is hier verschenen Philips van den Doeren als gemachtigde voor Goijaerden Hoppenbrouwers en heeft zijn achterstallige vordering aangetoond inzake een jaarlijkse rente van 3 Rijnsguldens die 3 jaar onbetaald is gebleven zoals hij zei. Dze rente had Goijaert verkregen van Pauwels Dirck Jan Timmermans als man van Margriet dochter van wijlen Henrick Scabroeks en Margriet op haar beurt had die van haar ouders geerfd en was haar toebedeeld in de deling met haar broers en zusters. De rente was eerder door Henrick Henrick Scabroeks aan deze Margriet beloofd, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag, op onderpand van een huis, tuin etc. genoemd de Toijaert, conform een schepenbrief van Oirschot d.d. 28 januari 1522. Daarop hebben wij bij vonnis bepaald dat Philips de vordering op het onderpand kan verhalen maar de rechten van anderen dienen daarbij wel gerespecteerd te worden. Daarna is het onderpand aangewezen zijnde de genoemde Toijaert en daarbij zijn alle voorschriften in acht genomen en is het bezit in het openbaar voor 3 herbergen geveild. Daarbij is verschenen Dirck Hoppenbrouwers en heeft een bod uitgebracht voor de achterstand ervan en de kosten van de procedure. Omdat er verder niemand was die er meer voor wilde bieden geeft Dirck de koop verworven. (Idem 131) Het bezit uit de vorige ake is door Dirck Hoppenbrouwers weer doorverkocht aan Goijaert Hoppenbrouwers en de verkoper belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen.

Idem (fol 76v no 262 dd 1-8-1533) Mathijs Daniel Wilborts heeft beloofd om voortaan aan Goijarden Hoppenbrouwers die een jaarlijkse rente van 20 stuivers te gaan betalen, steeds vervallend op St. Jansdag en voor de eerste keer per a.s. St. Jansdag op onderpand van een akker groot ca. 7 lopenzaad, genoemd 't Heijlaer, gelegen in Oirschot herdgang Aerle, b.p. Dirck van den Maerselaer, de kinderen van Henrick van Best, Elisabeth Houbrakens, Baet Haubraken, Dirck Stockelmans en diens erfgenamen zoals hij zei. Hij belooft het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de rente. De rente is altijd aflosbaar op St. Jansdagm mits er 3 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 16 gouden Karolusguldens.

ORA Oirschot (Toirkens 132a fol 14 no 38 dd 21-1-1534) Meester Jan de Crom, priester, verkoopt hierbij de helft van een beemd genoemd de Monninck, gelegen in Oirschot danwel nabij de gemeijnte genoemd de Verdonk, b.p. de Verdonk, Gielis Hoppenbrouwers en diens kinderen, Joffrouw van Os en haar kinderen. Hij verkoopt het perceel nu aan Goijaerden Hoppenbrouwers en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen.

Idem (fol 24 no 74-6 dd 1-2-1534) Goijaert Hoppenbrouwers heeft verklaard dat Henrik Rutger Belaerts een rente van 3 Karolusguldens heeft afgelost, uit een jaarlijkse rente van 6 gulden welke rente deze Henrick eerder aan Goijaert had beloofd, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag op onderpand van een beemd genoemd het Guebenbeemdke, gelegen in Oirschot herdgang Hedel. Nog op onderpand van een akker groot 3 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof genoemd de Denckens akker, conform de schepenbrief van de 6 gulden d.d. 17 februari 1530. Goijaert geeft nu kwijting voor de 3 gulden en alle vervallen termijnen ervan, maar alleen als zodanig voor de 3 gulden. (Idem 75) Jan zoon wijlen Herbert Peters als man van Margriet dochter van heer Danels de Leeuwe, priester, door deze heer Daniel verwekt bij diens vrouw Joesten Jans Crommen, verkoopt hierbij zijn aanspraken en erfdeel in een beemd genoemd de Monnick, gelegen in Oirschot op de Verdonck daar, b.p. Joffrouw van Os, de Verdonk, Dielis Hoppenbrouwers. Ook verkoopt hij nog zijn aanspraken zijnde het zesde deel van een vierde deel in een stuk beemd genoemd Deelsdonk, gelegen in Oirschot bij het Snepscheut, b.p. de kinderen van Aert Daniels van der Ameijden, de Eelsdonksteegde daar. Nog verkoopt het zesde deel van een vierde deel van een akker genoemd de Clammergaet, gelegen in Oirschot herdgang Aerle Jan Huijskens, Marie Jan Thijssen, de weduwe van Dirck Houbraken, de gemeenschappelijke straat. Hij verkoop al het genoemde bezit nu aan Goijaert Hoppenbrouwers en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen, behalve het zesde deel van het vierde deel van 10 lopen rogge per jaar uit de Clammergaeten aan Jofrouw van Os. (3 februari 1534). (marge: Jan wettige zoon van heer Daniel die Leeuw van hiervoor, heeft dit zesde deel van het vierde deel en zijn aanspraken in de Monnick in Deelsdonk en Clammergaeten etc. nu verkocht aan Goijaert Hoppenbrouwers. De verkoper belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen, behalve het zesde deel van een vierd deel van een jaarlijkse rogpacht van 10 lopen rogge. Er moet overpad worden verleend. Datum 15 mei 1534) (…) (Idem 76) Goijaert Hoppenbrouwers heeft beloofd om aan Jan wettige zoon van van heer Daniels die Leeuwe die een jaarlijkse rente van 20 stuivers te gaan betalen, steeds vervallend met Allerheiligendag op onderpand van het bezit van hiervoor. Hij belooft het onderpand in voldoende goede staat te houden voor de betaling van de rente. De rente is altijd aflosbaar op Allerheiligendag tegen betaling van 16 gouden Karolusguldens.

Idem (fol 87 no 284 dd 16-9-1534) Jan wettige zoon van heer Daniel die Leeuw heeft verklaard dat Goijaert Hoppenbrouwers aan hem de helft van een jaarlijkse rente van 20 stuivers per jaar heeft afgelost, welke rente Goijaert dit jaar op 15 mei aan Jan had beloofd steeds vervallend op St. Servaasdag op onderpand van een stuk land genoemd de Monnick, ook nog op onderpand van de Eelsdonk, nog op onderpand van de Clammergaten, zoals in die schepenbrief is vermeld. Jan geeft nu kwijting voor de helft van die rente en zal alle lasten hierin van zijn kant afhandelen.

ORA Oirschot (Toirkens 130a fol 30v no 86 dd 19-2-1535) Aert Roefs onze collega-schepen heeft beloofd om aan Goijaert Hoppenbrouwers die voortaan een jaarlijkse rente van 2 gouden Karolusguldens en 1 stuivers te gaan betalen, steeds op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag, op onderpand van een huis, tuin etc., groot ca. 9 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Straten aan het Snepscheut, b.p. Frederick van der Heijden, de lopende straat, de gemeijnte daar. (…) De rente is altijd aflosbaar op Maria Lichtmisdag, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 48 en een halve Karolusguldens.

KINDEREN

(134a fol 108 no 349 dd 22-10-1540) Jan Huijskens onze collega schepen heeft beloofd om aan Gerarden zoon wijlen Henrick Sroijen die een jaarlijkse rente van twee en een halve stuivers te gaan betalen, steeds vervallend op Allerheiligendag en voor de eerste keer per a.s. Allerheiligendag over een jaar op onderpand van een akker, groot ca. 5 of 6 lopenzaad, genoemd 't Rot of ook wel het Clammergaet, gelegen in Oirschot herdgang Aerle, b.p. de kinderen van Jans van Os, de kinderen van Goijaert Hoppenbrouwers en meer anderen, de kinderen van Henrick Staijakkers, de gemeenschappelijke straat.

(134b fol 41 no 139 dd 7-3-1541) Henrick Dielis Hoppenbrouwers verkoopt hierbij een beemd genoemd de Monnick, gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. de kinderen van Willem Lambrechts te Liempde, de kinderen van Goijaert Hoppenbrouwers, de kinderen van Jan van Os, het Neerbroeck aldaar, de Verdonck. Hij verkoopt dit perceel nu aan Heijmerick Jan Scepenszoon.

(135a fol 26 no 75 dd 23-2-1544) Gijsbrecht Aert Hoppenbrouwers verkoopt het erfrecht van het perceel de Wildeman en het huisje dat er op staat zoals vermeld in de voorgaande akte nu aan Gijsbrecht zoon wijlen Goijaert Hoppenbrouwers ten zijnen behoeve en ten behoeve van diens zusters Elisabeth en Katalijnen en waarbij Jenneken weduwe van genoemde Goijaert Hoppenbrouwers daarvan het vruchtgebruik krijgt voor zover ze daar volgens het recht aanspraken op heeft. (…)

(135a fol 50v no 334 dd 1-5-1544) Gijsbrecht zoon wijlen Goijaert Hoppenbrouwers en nog Dielis Dircks als aangesteld voogd in het testament van wijlen Goijaert Hoppenbrouwers en nog Jan Janssen van den Scoet als voogd over Elisabet en Katarijnen wettige minderjarige kinderen van wijlen genoemde Goijaert Hoppenbrouwers, hebben beloofd aan Henrick Willem Jacops als man van Katalijn dochter van Jan Aelbrechts die voortaan een jaarlijkse rente van 6 gulden te gaan betalen, steeds vervallend op St. Jans dag van elk jaar op onderpand van een akker genoemd de Welten, groot ca. 8 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Straten, rondom in de gemeijnte aldaar.

(135b fol 23 no 144 dd 1-2-1545) Voor ons zijn verschenen Gijsbrecht Goijaert Hoppenbrouwers met diens voogd Dirck Gielis en nog Jan Lucas van den Schoet als voogd over de minderjarige kinderen zijnde Lijsken en Catharina kinderen van genoemde Goijaert Hoppenbrouwers, voor welke voogdijschap deze Jan van de Schoot is aangewezen door de schepenen en hebben hierbij beloofd om voortaan aan Jan Huiskens ten behoeve van Henrick Henrick Lucassen van den Schoet die een jaarlijkse rente van 3 gulden te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer de 's-anderdaags na Maria Lichtmisdag (deze akte is opgemaakt op 1 februari en Maria Lichtmisdag valt op 2 februari?) op onderpand van een stuk land genoemd de Walten, gelegen in Oirschot herdgang Straten. Het geld van deze rente is aan dat perceel besteed.

(135b los blad na fol 59v no 297 dd 29-7-1545) Gijsbrecht zoon Goijaert Hoppenbrouwers en met hem Jan van den Schoet als aangestelde voogd over de twee minderjarige kinderen van genoemde Goijart Hoppenbrouwers, hebben beloofd om aan Arnden Gijsbrecht Hoppenbrouwers, die daarvan het vruchtgebruik krijgt en zijn zoon Gijsbrecht daarvan het erfrecht, die voortaan een jaarlijkse rente van 10 gulden te gaan betalen, steeds vervallend op St. Jansdag van elk jaar, en voor de eerste keer per a.s. St. Jansdag op onderpand van een stuk land genoemd den Bettert, b.p. Ida weduwe van Jan Hoppenbrouwers, het erf van de kopers, Peter Joordensdochter, de gemeijnte. Ook nog op onderpand van een stuk land genoemd den Wallen, b.p. de gemeijnte. Beide stukken zijn gelegen in herdgang Straten. (NB: RA Oirschot (Toirkens), 147a (25-8-1610, fol 102v, 303-4) Jacop Henrick Geraerts, verder Jan Henrik Geraerts, Goort Gijsbert Hoppenbrouwers als man van Judith, nog Jan Jan Aert Scheijntgens als man van Jenneken, zijnde deze Judith en Jenneken beiden dochtersvan genoemde Henrick Geraerts, ieder wat betreft een zesde deel,waarop ze respectievelijk recht hebben in een jaarlijkse rente van 5 gulden uit een grotere rente van 10 gulden, welke rente Gijsbrecht Goijaert Hoppenbrouwers en met hem Jan van de Schoot als voogden van de twee minderjarige kinderen van vermelde Goijaert Hoppenbrouwers hadden beloofd aan Aerden Gijsbrecht Hoppenbrouwers die daarvan het vruchtgebruik kreeg en zijn zoon Gijsbrecht daarvan het erfrecht. De rente vervalt steeds op St. Jansdag op onderpand van een stuk land, genoemd de Bettert, gelegen in herdgang Straten, b.p. Ijken weduwe van Jans Hoppenbrouwers, genoemde Aert, de dochter van Peter Joordens, de gemeijnte aldaar. Ook nog op onderpand van een stuk land genoemd de Wilten ook gelegen in herdgang Straten, rondom in de gemeijnte aldaar, conform een schepenbrief van Oirschot d.d. 29 juli 1545 en zoals de kinderen en erfgenamen van Henrick Jan Geraerts deze rente middels ruil of aankoop hebben verkregen van Aerden Gijsbert Hoppenbrouwers die in Gestel woont. Ze verkopen de rente nu aan Peter zoon wijlen Gijsbrecht Hoppenbrouwers en de verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen inzake deze vier zesde delen. Datum 25 augustus 1610, getuigen Stockelmans en H. Hoppenbrouwers.

(136a fol 70 no 298 dd 25-6-1548) Er is een bepaalde kwestie onstaan tussen Jan Willem Jacops als man van Jenneken eerder weduwe van Goijaert Hoppenbrouwers als partij ter ener zijde en tusssen Gijsbrecht zoon van wijlen genoemde Goijaert Hoppenbrouwers en verder Willem Goossen Scepens als man van Elisabeth ook dochter van genoemde wijlen Goijaert Hoppenbrouwers en genoemde Jenneken, als partij ter andere zijde en wel vanweg bepaalde schulden die door deze Jan en Jenneken zijn gemaakt.Om dat geschil op te lossen hebben de beide partijen, n.l. Gijsbrecht en Willem die ook optreden voor hun zuster Katalijn dochter van genoemde Goijaert Hoppenbrouwers, als hun arbiters benoemd Jasper van Esch en Jan Goessens onze collega schepenen, verder Peter Willems van Brogel en Henrick Dielis Hoppenbrouwers, onze collega raadslieden en partijen beloven alles na te zullen komen wat deze arbiters zullen afspreken. Na deze bemiddeling hebben de arbiters vastgesteld dat alle rentes en pachten die zijn afbetaald en waarvan genoemde Jan het geld heeft ontvangen, die zullen afgelost blijven zonder dat Jan hier iets van terug hoeft te betalen. De rentes en pachten die door wijlen genoemde Goijaert zijn nagelaten en die men jaarlijks ook uit het huis van de kinderen van genoemde Goijaert heft, die zullen voortaan door de deze kinderen van Goijaert worden betaald, en alle rentes etc. en jaarlijkse pachten die vervallen zijn per afgelopen Maria Lichtmisdag en die daarna tot a.s. Maria Lichtmisdag zullen vervallen, die zullen worden geheven door de kinderen van genoemde Goijaert en de daarvoor vervallen termijnen zullen door Jan worden betaald. Alle andere schulden die genoemde Jan en Jenneken tot nu toe hebben gemaakt die zal genoemde Jan moeten gaan betalen en daarbij moeten de kinderen van Goijaert deze Jan helpen en hem daarvoor tussen nu en a.s. Maria Lichtmisdag een bedrag van 54 gulden betalen. De arbiters hebben hiermee de zaak besloten en partijen verklaren over en weer dat deze overeenkomst zal worden nagekomen.

(136a fol 102 no 404 dd 23-11-1548) Gijsbrecht zoon wijlen Goijaert Hoppenbrouwers, verder Willem Goessen Scepens als man van Elisabeth dochter van wijlen genoemde Goijaert Hoppenbrouwers en Jan van den Scoet onze collega scepen als aangestelde voogd zoals hij zei over Katalijn wettige dochter van genoemde Goijaert Hoppenbrouwers, hebben met elkaar een boedelverdeling gemaakt inzake het bezit dat ze hebben geerfd bij de dood van wijlen genoemde Goijaert Hoppenbrouwers en waarvan Jan Willem Jacops als man van Jenneken eerder weduwe van genoemde Goijaert Hoppenbrouwers en moeder van genoemde kinderen, daarvan afstand van het recht van vruchtgebruik heeft gedaan. Bij deze verdeling krijgt genoemde Gijsbrecht de helft van een akker genoemde de Aerle akker, gelegen in herdgang Straten, b.p. Frans Scepens, het erf van genoemde Jenneke als moeder waarvan het is afgedeeld. Verder krijgt hij een beemd genoemd de Echendonck, gelegen in herdgang de Notel, b.p. Antonis Dirkc van den Velde, Henrick Mathijs Huiskens. Verder krijgt hij een weiland genoemd de Cluijsterman met recht van doorgang over een pad aldaar, gelegen in herdgang Straten in de Castaerd aldaar, b.p. Jan Huiskens. Verder krijgt hij een heiveld genoemd dat Ven, met recht van overpad over het perceel van Jan Henrick Geraerts, gelegen in herdgang Aerle, b.p. Jan Henrick Geraerts, de hoeve van heer Amelrijck Boots. Hieruit moet jaarlijks de grondchijns worden betaald die erop drukt, verder nog een jaarpacht van 21 lopen rogge en een oude grote aan de rector van het St. Dingena altaar, nog 10 gulden per jaar aan Gijsbrecht Aert Hoppenbrouwers. Er moet worden gezorgd voor het onderhoud van de waterloop aldaar volgens oud gebruik. Verder krijgt hij een jaarlijkse rente van 3 gulden en 5 stuivers te ontvangen van Mathijs Daniels, nog twee gulden en 14 stuivers per jaar te ontvangen van Aerden Roefs, nog een gulden per jaar te ontvangen van Henrick Aert Jacops, nog een gulden en 15 stuivers per jaar te ontvangen uit het bezit van Adriaen Gerit Willems. Genoemde Willem in zijn hoedanigheid krijgt een akker genoemd de Braeck, gelegen in herdgang de Notel, b.p. Michiel Joost Michiels, de gemeenschappelijks straat. Ook krijgt hij een beemd genoemd de Monnick, gelegen in hergang Aerle aan de Verdonck aldaar, b.p Dirck van Os, de gemeijnte, Eijmbrecht Jan Scepens. Uit dit erfdeel moet jaarlijkse de grondchijns worden betaald, nog een gulden per jaar aan Katalijn Goijaert Hoppenbrouwers volgens de brief daarover van vandaag. Verder krijgt hij een jaarlijkse rente van 3 gulden te ontvangen uit het bezit dat nu eigendom is van Marcelis Janssen van de Loo, nog een gulden en 18 stuivers per jaar ook van deze zelfde Marcelis van de Loo te ontvangen. Jan van den Schoot als voogd en ten behoeve van genoemde Katalijn van hiervoor krijgt een akker genoemd die Welten, gelegen in herdgang Straten, rondom in de gemeijnte aldaar. Ook krijgt hij een beemd genoemd de Maerselaer, gelegen in herdgang Aerle, b.p. Roelof Backs, de kinderen van Henrick van de Maerselaer. Uit dit erfdeel moet jaarlijks de grondchijns worden betaald, nog een mudde rogge per jaar aan de rector van het St. Dingena altaar, nog een gulden per jaar of bij benadering aan O.L. Vrouw in Den Bosch, nog 6 gulden per jaar aan Henrick Willem Jacops, nog 3 gulden per jaar aan Henrick Henrick Lucassen van den Schoot. Verder krijgt hij een jaarlijkse rente van een gulden te ontvangen van Jan van den Maerselaer, nog anderhalve gulden per jaar te ontvangen van Fijken en van Jutken Lenaerts, nog een gulden per jaar te ontvangen uit het het bezit van Roef Peter Roefs, nog anderhalve gulden per jaar te ontvangen uit het nagelaten bezit van Dirck Stans, nog de helft van een gulden per jaar te ontvangen van Jan Joirden Sbrouwers. (…) (Idem 405) Willem Goossen Scepens in zijn hoedanigheid heeft beloofd om aan Jan van den Schoot als voogd uit de vorige akte ten behoeve van Katalijn dochter van wijlen Goijaert Hoppenbrouwers ter compensatie van de boedelverdeling van hiervoor, die een jaarlijkse rente van 20 stuivers te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag over twee jaar op onderpand van het erfdeel dat hem vandaag toebedeeld is geworden.

(136b fol 25v no 107 dd 11-2-1549) Willem Goessen Scepens als man van Elisabeth dochter van wijlen Goijaerts die Hoppenbrouwer, verkoopt hierbij een beemd en heiveld genoemd de Monnick, gelegen in herdgang Aerle aan de Verdonck aldaar, b.p. Dirck van Os, de gemeijnte, Embrecht Jan Scepens. Hij verkoopt dit perceel nu aan Jan zoon wijlen Jan Aert Jacops (…) (Idem no 108) Jan zoon wijlen Jan Aert Jacops heeft als schuldenaar beloofd om aan Willem Goossen Scepens die een bedrag van 195 gulden te zullen gaan betalen.

(136b fol 27 no 124 dd 18-2-1550) Eerder heeft Willem Goessen Scepens als man van Elisabeth dochter van wijlen Goijaerts die Hoppenbrouwer, op 11 februari 1549 voor schepenen van Oirschot aan Jan zoon wijlen Jan Aert Jacops een beemd en heiveld verkocht, genoemd de Monnick, gelegen in herdgang Aerle aan de Veerdonck aldaar, die deze Willem beloofd had te zullen vrijwaren voor alle lasten die er op zouden drukken behalve twee oude groten als grondchijns, danwel wat meer of minder en dat dat meerdere of mindere dan aan elkaar terugbetaald zou moeten worden. Genoemde Willem verklaart hierbij dat deze twee oude groten hierop echter niet geheven worden en dat Jan deze twee oude groten daarom aan hem had vergoed. Daarop heeft daarom deze Willem beloofd aan Jan om hem en het stuk grond verder voor deze chijns te zullen vrijwaren.

(139b fol 64v no 319 dd 19-9-1550) Willem Goessen Scepens als man van Elisabeth dochter van wijlen Goijaert Hoppenbrouwers, verkoopt hierbij een akker groot ca. 5 lopenzaad, gelegen in herdgang de Notel, b.p. Michiel Joesten, de gemeijnte, de kinderen van Aert Jacops. Het perceel wordt nu verkocht aan Gijsbrecht Willem Gijsbrechts (…).

(137b fol 84v no 368 dd 4-10-1553) Er zou een bepaalde ruzie kunnen ontstaan tussen Gijsbert zoon van wijlen Goijaert Hoppenbrouwers als partij ter ener zijde en Willem Goessen Scepens als man van Elisabeth en Daniel Embert Jan Scepens als man van Cathalijn, gezusters en dochters van genoemde Goijaert Hoppenbrouwers, als partij ter andere zijde vanwege een huis met tuin, grond etc. gelegen in herdgang Straten waarin hun vader Goijaert gestorven is en wel voor zover dat bezit leengoed is en niet verder daarin. Door bemiddeling van goede mannen is er nu het volgende afgesproken. Genoemde Gijsbert Goijaert Hoppenbrouwers zal na de dood van diens moeder Jenneken dit bezit krijgen voor zover het leengoed is, en Willem Goessens en Daniel Emmerts krijgen alle opgroeiende houtopstand dat in het weiland groeit genoemd de Breemd, gelegen in het Snepschuet en zij mogen dit hout omhakken naar hun keuze maar ze moeten dit hout wel opruimen binnen een jaar na de dood van genoemde Jenneken. Inzake het geriefhout en de wei van het genoemde perceel dat zullen Gijsbrecht, Willen en Daniel en hun moeder Jenneken samen gebruiken zolang Jeneken in leven is en na de dood van Jenneken mag de grond uit dit weiveld door genoemde Gijsbrecht worden aanvaard, waarvoor Gijsbrecht aan Willem en Daniel een bedrag van 100 gulden eens zal betalen binnen een jaar na de dood van genoemde Jenneken. Indien Gijsbrecht dat bedrag niet op de gestelde termijn betaalt, dan mogen Willem Goessens en Daniel Embrechts deze grond uit de Breempt behouden.

(138a fol 102 no 448 dd 24-12-1557) Eerder was er een schepenbrief opgesteld en een akkoord gemaakt tussen de kinderen van wijlen Goijaert die Hoppenbrouwer en daarbij was bepaald dat Gijsbert de wettige zoon van genoemde Goijaert de Hoppenbrouwer meteen een nieuw weiland in gebruik zou mogen nemen genoemd de Breemd gelegen in herdgang Straten, en wel direkt na het overlijden van zijn moeder Jenneken, onder voorwaarde dat hij aan Willem Goessen Scepens als man van Elisabet en aan Daneelen Embert Scepens als man Cathelijnen, beide dochters van genoemde Goijaert de Hoppenbrouwer 100 gulden zou betalen. Daarom zijn nu voor ons verschenen genoemde Gijsbert Goijaertsoen de Hoppenbrouwer en deze heeft nu in zijn plaats deze Daneel Embrecht Scepens benoemd teneinde dat deze Daniel na het overlijden van Jenneken deze Breemd in gebruik mag nemen en behouden, onder voorwaarde dat Danel tegen die tijd aan Willem Goossen Scepens 50 gulden zal betalen volgens het eerdere kontrakt daarover.

(140a fol 88v no 120 dd 11-4-1565) Daniel Eijmbrecht Jan Scepens als man van Catharijn wettige dochter van wijlen Goijaert Ghijb Hoppenbrouwers, verder Jacop Dirck Hoppenbrouwers en Lenaert Wouter Janssen (Toerkens) als aangestelde voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Gijsbrecht Goijaert Hoppenbrouwers, verder Dirck zoon Dielis Hoppenbrouwers als aangestelde voogd over de minderjarige kinderen van wijlen Willem Goossens verwekt bij Lisbeth dochter van genoemde Goijaert Hoppenbrouwers, hebben met elkaar een boedelverdeling gemaakt van het bezit dat ze hebben geerfd bij de dood van Goijaerden Hoppenbrouwers en diens vrouw Jenneken. Genoemde Daniel krijgt een akker genoemd de Nieuwe Braeck, met het recht van overpad over het perceel van Wouter Loijen, gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. Jan Goijaerts, Jan Riemslegers, Jans van den Maerselaer. Verder krijgt hij een beemd genoemd de Veerdonck, ter zelfder plaatse gelegen, b.p. Corstens van der Meere, Peter Janssen, de gemeijnte. Uit dit erfdeel moet jaarlijks een stuiver worden betaald en een hollandse penning als grondchijns aan de hertog. (…) Jacop en Lenaert als voogden krijgen een akker genoemd de Aersel akker, ter zelfder plaatse gelegen, b.p. Gijsbrecht Jans Hoppenbrouwers, Dielen Dircks, Jan Jan Crommen junior, Caerl Dircks van Osch, de gemeenschappelijke straat. Vedere krijgt hij een beemd genoemd de Hoodongen ter zelfder plaatse gelegen, b.p. Jan Eijmbrecht Scepens, de erfgenamen van Gijsbrecht Janssen, Jan Lucassen, de gemeenschappelijke straat. (…) Genoemde Dirck in zijn hoedanigheid krijgt een akker genoemd de Maesenover, ter zelfder plaatse gelegen, b.p. Gijsbrecht Jan Hoppenbrouwers, de kinderen van Gijsbrecht Goijaert Hoppenbrouwers, Dielen Dircks, de gemeenschappelijke straat. Verder krijgt een beemd genoemd de Elsdonk, ter zelfder plaatse gelegen, b.p. de kinderen van Jan Hanskens, een pad genoemd de Papensteegde, Gijsrecht Jan Hoppenbrouwers, Daniel meester Aerts van der Ameijden. (…)

ORA Oirschot (141c fol 503v no 286 dd 2-11-1576) Willem en Jan, broers en kinderen van wijlen Henrick zoon Willem Jacops verkopen de helft van een jaarlijkse rente van 6 gulden met een vervallen en een lopende termijn, welke rente Gijsbrecht zoon wijlen Goijaert Hoppenbrouwers en D... Dielen als middels een testament aangewezen voogd en ook nog door Jan Janssn. van de Schoot als gedwongen aangestelde voogd van Elisabeth en Catharijn wettige minderjarige kinderen van genoemde Goijaert Hoppenbrouwers, eerder hadden beloofd te betalen aan Henrick Willem Jacops als man van Katherijn dochter van Jan Aelbrechts. De rente vervalt elk jaar op St. Jansdag op onderpand van een akker genoemd den Wilten, groot ca. 8 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Straten, rondom in de gemeijnte gelegen conform een schepenbrief van Oirschot d.d. 13 augustus 1544.De rente wordt nu verkocht aan Willem zoon wijlen Willem Jacop Keijmps en de verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen. (NB ORA 1544: Gijsbert zoon wijlen goyaert en zijn zusters en moeder Jenneke.)


Huwt ca. 1518

25.777   Jenneke Jacob GOOSSENS

FamilienaamIndex 25.777 • Vader onbekend • Moeder onbekend

Overleden Oirschot 1574/75

Leeft nog, als weduwe genoemd 1574; dood in 1575. Testeerde 31 maart 1565.

ORA Oirschot (Toirkens 132c losse akte bij fol 96, no 312 dd 1-12-1537) Het is zo dat Dirck Baliaerts aan Jenneken als weduwe van Goijaert Hoppenbrouwers die een bedrag van 9 Karolusguldens schuldig is vanwege een hoeveelheid hop die Dirck eerder van wijlen genoemde Goijaert had gekocht. Dirk en Jan Willem Jacops als man van genoemde Jenneken hebben nu de volgende afspraak gemaakt. Jan zal zolang een beemd gebruiken genoemd de Reexbeemd, gelegen aan de Bodemsteegde hier, eigendom van deze Dirck als echtgenoot van zijn vrouw, en wel voor 3 jaar na datum dezes danwel in de plaats daarvoor jaarlijks een pond groot vlaams betalen, maar als de beemd jaarlijks meer opbrengt, zal Dirck dat aan Jan of aan de weduwe geven. Indien Dirck of zijn vrouw zou komen te overlijden binnen deze 3 jaar, dan mag men de vordering verhalen op de nalatenschap van Dirck die hij zal achterlaten. Dirck verplicht zich hiervoor nu, omdat er verder door Jan nog ander geld is betaald boven deze 9 Karolusguldens.

(138b fol 25v no 96 dd 15-3-1558) Daneel zoon Emmert Jan Scepens heeft beloofd om aan de erfgenamen van wijlen Jan Gijsbrechts een jaarlijkse rente van 37 stuivers te gaan betalen, steeds vervallend op Allerheiligendag en voor de eerste keer per a.s. Allerheiligendag zolang Jenneken weduwe van Goijaert die Hoppenbrouwer leeft maar niet langer, op onderpand van een stuk weiland genoemd de Breempt, gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. Peter Antonis van der Ameijden, Aleijdt weduwe van Henrick Huijskens, de erfgenamen van Jan Gijsbrechts, Jan van de Scoet.


Zij huwt (2) voor 20-4-1541

Jan Willem Jacob KEIJMPS

FamilienaamIndex

Overleden na 1565, voor 1575

(134b fol 60 no 201 dd 20-4-1541) Meester Peter Verbeeck (schout te Geldrop) en Jasper van Esch als uitvoerders van de laatste wilsbeschikking van wijlen meester Jans die Crom, priester en kapellaan in de St. Peterskerk te Oirschot, verder Laureijs Verhoven, Jacop Hoppenbrouwers, Jan Willem Jacops als wettige man van Jenneken, eerder weduwe van Goijaert die Hoppenbrouwer, verder Gerart en Jan, gebroeders en wettige kinderen van heer Daniels die Leeuw, priester verwekt door deze heer Daniel en Joest Jans Crommen, voor henzelf optredend en ook vanwege hun andere zwagers, broers en zusters, hebben hierbij machtiging gegeven aan meester Jan Reijnen en aan meester Willem Crockaert, procureurs verbonden aan de Raad van Brabant, om aldaar hun belangen te behartigen die ze nu hebben lopen tegen Dirck Jans Crommen.

(135a fol 27v no 221 dd 30-8-1544) Dat voor ons is gekomen Jan Willem Jacops Keijmps met zijn vrouw Jenneken en hebben hierbij afstand gedaan van het recht van vruchtgebruik waarop zijn vrouw recht had in een stuk akkerland genoemd de Welten, groot ca. 8 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Straten, rondom in de gemeijnte aldaar en wel ten behoeve van haar wettige kinderen verwekt bij Goijaert Hoppenbrouwers, zodat die daar morgen 2 rentes op kunnen opnemen, een van 6 gulden en de andere van 3 gulden. Deze akker hebben zij eerder verkregen van Aerden de Hoppenbrouwer en zijn zoon Gijsbrecht en daarvoor zijn deze rentes ook beloofd. (Idem 222) Gekomen zijn Gijsbrecht Goijaert Hoppenbrouwers met Dirk Gielissen als voogd van deze Goijaert en verder Jan Lucasssen van den Schoot als voogd over de minderjarige kinderen zijnde Lijsken en Katharina kinderen van genoemde Goijaert. Ze hebben beloofd, n.l. Gijsbrecht, Dirck, Gielis en Jan om aan Henrick Willem Jacop Keijmps jaarlijks een rente van 6 gulden te gaan betalen, welk geld afkomstig is van de vrouw van Henrick Keijmps, zijnde Katharina Jan Aelbrechts. De rente is op onderpand van een akker genoemd ten Welten, groot ca. 8 lopenzaad gelegen in Oirschot rondom in de gemeijnte daar. Ze beloven voor de vrouw van Henrick dit onderpand in goede staat te houden. (Idem 223) Verschenen is Henrik Willem Keijmps en heeft genoemde kinderen van Goijaert Hoppenbrouwers beloofd dat ze de rente van 6 gulden altijd mogen aflossen tegen betaling van 100 gulden plus de achterstallige termijnen, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd.

(137b fol 94 no 400 dd 28-11-1553) Jan Willem Jacops en diens vrouw Jenneken eerder weduwe van Goijaert Hoppenbrouwers, hebben samen en ieder hoofdelijk beloofd om aan Jan Dielis Hoppenbrouwers die een bedrag van 50 gulden te zullen gaan betalen per a.s. Maria Lichtmisdag over 5 jaar. Omdat deze Jan Willem Jacops en Jenneken dat bedrag van deze Jan Dielis Hoppenbrouwers hebben ontvangen voor een periode van 5 jaar, geven zij Jan Dielis Hoppenbrouwers daarvoor zolang een beemd in gebruik, genoemd de Verdonck waarvan Jenneken het vruchtgebruik heeft en deze beemd mag door Jan Dielis Hoppenbrouwers worden gebruikt om er te hooien, er te weiden en het hout daar te kappen voor deze periode van 5 jaar, maar niet langer dan dat.

(137c fol 31 no 112 dd 11-2-1555) Jan zoon wijlen Willem Jacops als man van Jenneken dochter van Jacops Goossens weduwe van Goijaert Hoppenbrouwers, verhuurt hierbij aan Wilbort Daniels een beemd genoemd de Elsdonck, gelegen onder de herdgang van Straten, b.p. de gemeijnte, Dielis Jan Hoppenbrouwers, Daniel meester Aerts van der Ameijden, de straat. De huurtermijn is 4 jaar beginnend per afgelopen Allerheiligendag. De beemd mag worden gebruikt om er te hooien en te weiden maar niet anders, maar Wilbort mag in het laatste jaar het kaphout oogsten tot aan half april toe. De verhuurder zorgt ervoor dat de huur vrij van alle lasten is en de huurprijs bedraagt 26 gulden en twee mudde rogge Oirschotse maat die van nu af aan betaald moeten gaan worden.

(137c fol 69 no 254 dd 13-5-1555) Jenneke dochter van wijlen Jacop Goessens weduwe van Goijaert Hoppenbrouwers met haar huidige man Jan Willem Jacops, doet hierbij afstand van haar recht van vruchtgebruik inzake een akker groot ca. 7 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. Jan Goijaert Hoppenbrouwers, Jan van den Maerselaer, de kinderen van genoemde Goijaert Hoppenbrouwers. Ze doet er nu afstand van ten behoeve van Gijsbert Goijaert Hoppenbrouwers haar zoon. (Idem no 255) Gijsbert en Dielis broers en wettige kinderen van wijlen Jan Gijsbert Hoppenbrouwers verkopen hierbij een stuk akkerland, genoemd den Bettert, groot ca. 7 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. Ijken Dielis met haar kinderen, de weduwe en kinderen van Goijaert Hoppenbrouwers, Dirck van Houte en meer anderen, de gemeenschappelijke straat, welk perceel zij hebben verkregen van Gijsbert Goijaert Hoppenbrouwers. Ze verkopen het perceel nu op grond van een bepaald schepenbankvonnis van Oirschot aan Jan Willem Jacops als man van Jenneken dochter van Jacop Goessens, eerder weduwe van Goijaert Hoppenbrouwers.

(138a fol 14v no 58 dd 30-1-1556) Jenneken weduwe van Goijaert die Hoppenbrouwer met Jan Willem Jacops als man van deze Jenneken, doet afstand voor wat betreft het vruchtgebruik van het vierde deel van een weiland genoemd de Beempt, gelegen in herdgang Straten. Ze doet daar nu afstand van ten behoeve van Jacop Philips van de Schoot.

(138a fol 23v no 119 dd 19-2-1557) Jan zoon wijlen Willem Jacops als man van Jenneken weduwe van Goijaert Hoppenbrouwers, heeft aan Jan Jan Crommen een akker verhuurd groot ca. 2 lopenzaad, gelegen in de Aerlesche akkers voor een periode van 3 jaar met ingang van afgelopen Kerstmis. De huur is 12 gulden per jaar. Als Jenneke onderwijl komt te overlijden, dan zal Jan Willems Jacops aan Jan Jan de Cromme de huur al naar gelang van de tijd restitueren en deze daarvoor zoveel land in gebruik geven dat de 3 jaar daarmee weer vol zijn.

(138a fol 102 no 449 dd 24-12-1557) Jan zoon wijlen Willem Jacops en met met hem zijn vrouw Jenneken dochter van Jacop Goossens, hebben ermee ingestemd dat Eijmbert Jan Scepens een sloot mag gebruiken met de houtwal die tussen het erf van genoemde Embrecht Scepens en dat van Jenneken ligt en wel zolang deze Jennneken leeft, waarbij dat bezit wordt overgedragen voor zover deze Jenneken daarover zeggenschap heeft om dat bezit over te dragen. (Idem no 450) Jan zoon wijlen Willem Jacops heeft als schuldenaar beloofd om aan Goijaerden zoon Embrecht Schepens 13 lopen rogge te zullen betalen, Oirschotse maat per a.s. oogsttijd.

ORA Oirschot (138c fol 5 no 16 dd 9-1-1560) Jan zoon Willem Jacops en Jenneken dochter van Jan Goessens weduwe van Goijaert Hoppenbrouwers, hebben aan de weduwe en kinderen van Jan Dielis de Hoppenbrouwer een beemd overgedragen genoemd de Verdonck, gelegen in Oirschot herdgang Straten op de Veerdonck, b.p. de gemeijnte, Emken Jan Scepens, het erf dat eerder van Ijken Geerlicks was. Ze dragen die beemd voor een periode van 15 jaar over met ingang van a.s. Maria Lichtmisdag zodat de weduwe en kinderen die kan gebruiken als hooiland en om hout te kappen, voor de 50 gulden die genoemde Jan Willem Jacops schuldig was gebleven aan deze Jan Hoppenbrouwers. Als genoemde Jenneken onderwijl zou komen te overlijden dan zal Jan Willem Jacops verplicht zijn echter al naar gelang alsnog te betalen.

(138c fol 31 no 127 dd 1565) Jan zoon wijlen Willem Jacops en Jenneken weduwe van Goijaert Hoppenbrouwers hebben samen beloofd om aan Joorden zoon Willem Goijaert Aelbrechts een bedrag van 25 gulden te zullen betalen per a.s. St. Bavodag over een jaar. Als Jan Willems dan niet kan betalen kan dan mag genoemde Joorden een veld gebruiken om er hout te kappen of er te hooien, genoemd de Elsdonck voor een periode van 7 jaar dat aanvangt in het jaar 1566 en dan voor 7 jaar daarna totdat er betaald zal zijn.

Kinderen

  1. Gijsbrecht Zie 12.888
  2. Elisabeth (+voor 1570), minderjarig in 1544; huwt voor 1548 Willem Goossen Schepens (+voor 1565)
  3. Catharijn, minderjarig in 1544; huwt na 1549, voor 1553 Daniel Eijmbrecht Jan Schepens (+na 1565)
TerugBegin van generatie

25.778   Wouter Jan Wouter TOIRKENS

FamilienaamIndex 25.778Vader 51.556Moeder 51.557

Geboren voor 1500
Overleden na 1557

Wouter de oudste (van twee gelijknamige broers); verhuist naar Antwerpen 1536, later weer terug.

Gezien zijn leeftijd kennelijk de moordenaar van Jan Dirck Bressers (BL 2003:93; ORA Oirschot Toirkens 129a fol 114 no 170), gezoend met drie bedevaarten naar Rome, Wilsenaken en Keulen, 40 zoenguldens en twee jaar verbanning; voor meer hierover Zie 103.076

ORA Oirschot (Toirkens 134b fol 50v no 171 dd 1-4-1541) Willem zoon wijlen Goijaert Aelbrechts, Joirden zoon wijlen Joerden Sbrouwers en Wouter Jan Toirkens hebben met elkaar een boedelverdeling gemaakt inzake de twee volgende akkers die ze samen hebben verkregen van Jan zoon wijlen Philips van Hersel. Bij deze verdeling krijgt Wouter een akker genoemd de Hennehof, groot 3 lopenzaad en 20 roedes, gelegen in Oirschot onder Ameijden, b.p. de lopende straat, een gemeenschappelijke pad, de Aude Smissen, het erf van genoemde Willem waarvan is afgedeeld, waar tussen een sloot ligt bij de straat aldaar die voor ieder van hen voor de helft toebehoort. Daarvoor moet Wouter per a.s. Maria Lichtmisdag aan Jan Philips van Hersele die een bedrag van 146 gulden en 5 stuivers betalen, volgens een schepenschuldbrief van Den Bosch daarover. Genoemde Willem krijgt een stuk akkerland, groot ca. 2 en en halve lopenzaad en 11 roedes, zoals dat is afgepaald, gelegen in Oirschot onder Ameijden aldaar (…) Genoemde Joirden krijgt een stuk akkerland, groot 2 en een halve lopenzaad, zoals dat is afgepaald, gelegen in Oirschot onder Ameijden aldaar (…).

(Toirkens 136a fol 26 no 96 dd 19-2-1547) Jan zoon wijlen Joirdaen Sbrouwers en Wouter Toirkens hebben beloofd dat voor het geval dat Jacop Aert Jacops of diens broers of zuster, dat als een van hen voor deze Jan en Wouter zich borgstelt in de zaak tegen de erfgenamen van wijlen Jacop Sbrouwers of iemand anders in hun plaats, in welke kwestie daarover dan ook (…).

(Toirkens 136a fol 38v no 150 dd 2-4-1557) Wouter Jan Toirkens als man van Agneesen dochter van wijlen Joirden Sbrouwers heeft beloofd om aan Katarijnen wettige dochter van wijlen Henricks van der Ameijden die voortaan een jaarlijkse rente van 10 stuivers te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag op onderpand van een beemd groot ca. twee en een halve bunder, gelegen in Oirschot onder Ameijden, b.p. Joirdaen Sbrouwers, de kinderen van Henrick Scoetmans, de Meijen Hovel aldaar, de gemeijnte.


Huwt ca. 1520

25.779   Agnes Jordaen de BROUWER

FamilienaamIndex 25.779Vader 51.558Moeder 51.559

Overleden na 1555

ORA Oirschot (Toirkens 137c fol 115v no 403 dd 30-11-1555) Wouter zoon wijlen Jan Toirkens en diens wettige vrouw Agnese dochter van Joorden Brouwers, welke Wouter ziek in bed ligt maar beiden wel in het bezit van hun verstandelijke vermogens zijn, hebben met wederzijdse instemming hun testament opgemaakt. (…) de langstlevende (…) Verder vermaken ze aan hun zoon Jan een bedrag van 16 gulden vanwege door hem verleende diensten waarbij deze echter ook nog normaal mee mag delen in de erfenis zoals de andere kinderen. Verder willen de testateurs dat er niet eerder een boedelverdeling tussen de kinderen komt dan nadat het jongste kind 18 jaar oud zal zijn. Verder willen ze dat hun zwager Gijsbert Hoppenbrouwers, het bezit dat deze van hen zal erven, niet zal mogen verkopen of belasten maar alleen daarvan het vruchtgebruik zal mogen hebben en diens kinderen daarvan het erfrecht zullen krijgen. Verder verklaren de testateurs dat ze aan deze Gijsbrecht een bedrag van 16 gulden hebben geleend voor welk bedrag hij zolang niet in de erfenis mee zal delen totdat de anderen evenveel gehad zullen hebben. (…)


Zij huwt (1)

Simon DIRCKS

FamilienaamIndex

Overleden voor 1542

Vermeld in de verkoop van goederen van Jacob Jordaen de Brouwer, Beerse 1542. Niet geheel zeker; dit kan eventueel ook haar tante Agnes zijn, maar dat lijkt chronologisch moeilijker.

Kinderen (Toirkens)

  1. Henriekske Zie 12.889
  2. Lenaert, huwt Oirschot 1556 Jenneke Jan Leemans weduwe Jan Jan Aerts (huwelijkse voorwaarden ORA Oirschot 138a fol 96v no 358 dd 16-10-1556)
  3. Catharina
  4. Daniel
  5. Geerlick
  6. Jenneke

Kinderen (Simons)

  1. Marie (*voor 1500), huwt Willem van Berze (+voor 1452), ouders van Henrick en Dirck (*voor 1518)
TerugBegin van generatie

25.780   Dirck Jan LEEMANS

FamilienaamIndex 25.780Vader 51.560Moeder 51.561

Geboren ca. 1482
Overleden Oirschot tussen 17-2-1561 en 28-4-1562

Schepen van Oirschot 1528, 1532, 1535, 1538, 1541, 1544, 1547, 1550-1551. Oud ca. 52 in 1534.

Alle verwijzingen ORA Oirschot: bron is de bewerking van J. Toirkens

ORA Oirschot (Toirkens 129b fol 3v no 21 dd 24-1-1525) Willem Jan Slaets verkoopt aan Dirck Jan Leenmans die het 1/3e deel van een pacht van 10 lopen rogge uit een pacht van 2 mud rogge, vogens een schepenbrief van Den Bosch die hij heeft geerfd na de dood van Steven Leenmans.

ORA Oirschot (Toirkens 130b fol 19 no 64 dd 23-1-1529) Henrick Joerden Hoppenbrouwers als daarin gemachtigd zijnde door Joffrouw Johanna van der Straten, weduwe van heer en meester Jan van Coudenbergen, toen hij leefde licentiaat in de rechten en gewoon Raadsheer verbonden aan de Raad van Brabant, zijzelf dochter zijnde van wijlen Jan van der Straeten verwekt bij wijlen Joffrouw Johanna Heenkensbroot, zijn levenspartner, voor haarzelf handelend en ook voor Jan van der Straten zoon van wijlen Gielis van der Straten, zijnde deze Gielis een broer van genoemde Johanna van der Straten, verder zijzelf hierbij optredend namens de wettige kinderen van wijlen Philips van der Straten ook broer van genoemde Jan van der Straten,(=Jan Gielis van der Straten danwel Jan van der Straten senior) die ze hierin vervangt, en verder nog Joffrouw Johanne van der Straten zuster van de vaderlijke kant van genoemde joffrouw Johanna van der Straten, wier moeder was wijlen Joffrouw Geerboede, voor haarzelf handelend en ook namens Philips van der Straten en Christoffel van der Straten, haar broers uit een en hetzelfde bed, die zij hierin eveneens vervangt zoals blijkt uit een machtiging opgemaakt in de stad Brussel. Ze verkoopt nu namens haarzelf en namens degenen waarvoor ze optreedt, samen met alle dokumenten daarover, aan Dirck Leemans als man van Margriet dochter van Gielis Lucas van den Schoet ten behoeve van hemzelf en ten behoeve van alle wettige kinderen van wijlen genoemde Gielis van den Schoet, een rogpacht van 10 lopen per jaar, welke pacht haar en haar familieleden was vermaakt in een testament van wijlen Geertruit dochter van wijlen Dirck van der Straten. Deze pacht is onderdeel van een rogpacht van 5 muddes per jaar, op onderpand van bepaald bezit te Oirschot. Genoemde Henrick Hoppenbrouwers als gemachtigde belooft op onderpand van al het bezit van bovengenoemde van der Straten-familie deze verkoop altijd gestand te zullen doen en alle lasten namens hen hierin af te handelen.

ORA Oirschot (Toirkens 131a fol 255 no 94 dd 15-2-1531) Willem Pauwels als man van Elisabeth, Dirck Leemans als man van Margriet, Goessen Emmen als man van Clara, zijnde dochters van wijlen Dielis Lucas van den Schoet, hebben aan Michiel Dielis Lucas (van den Schoet) hun aanspraken verkocht inzake een beemd genoemd de Braeckerbeemd, gelegen in herdgang Verrenbest, b.p. Jan van den Ecker, Willem Lippen van Berse, Aert LenAerts, Cornelis Daniels en Denis die Leege. Dat deel hebben zij geerfd en werd hen vermaakt door wijlen Dirck Lucassen (van den Schoet) in diens testament. (marge: Peter Jan Scoemakers (Haecks) als man van Heijlwich heeft aan Michiel Dielis Lucassen die zijn deel verkocht van deze Breackerbeemd. Actum 24 april 1531).

ORA Oirschot (Toirkens 131b fol 40v no 150 dd 2-4-1532) Goessen Emmen als man van Clara dochter van wijlen Dielis Lucas van den Schoet, verkoopt hierbij het erfdeel van zijn vrouw inzake een kapitaal van 74 gouden Karolusguldens die meester Henrick Dirck Corstiaens van de Velde aan alle kinderen van wijlen genoemde Dielis had beloofd conform een schepenbrief van Oirschot. Hij verkoopt dat erfdeel daarin nu aan Dirck Leemans onze collega-schepen en de verkoper belooft mede namens zijn vrouw daarin alle lasten af te handelen. (marge: Peter Jan Scomakers als man van Heijlwich heeft eveneens zijn aandeel in de 74 gulden verkocht aan genoemde Dirck Leemans en belooft alle lasten hierin af te handelen. 3 mei 1532.)

Idem (fol 56 no 187 dd 13-5-1532) Bartholomeus Gerart Mercks heeft beloofd om voortaan aan Dirck Leemans, onze collega-schepen die eeen jaarlijkse rente van 10 stuivers te gaan betalen, steeds vervallend op 1 mei en voor de eerste keer per a.s. 1 mei, op onderpand van een huis, tuin, grond etc., gelegen in Oirschot herdgang Aerle, groot ca. 22 lopenzaad, b.p. Gerit Willems en meer anderen, de gemeenschappelijke straat, Gielis Crijns, het erf van Bartholomeus zelf. De schuldenaar belooft het bezit in goede staat te houden voor de betaling van de rente. De rente is altijd aflosbaar per 1 mei, tegen betaling van 16 gouden Karolusguldens.

Idem (fol 82v no 264 dd 24-8-1532) Willem Pauwels als man van Elisabeth dochter van wijlen Dielis Lucassen heeft beloofd om voortaan aan Dirck Leemans, onze collega-schepen die een jaarlijkse rente van twee gouden Karolusguldens te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag, op onderpand van een beemd genoemd de Cruijsbeemd, gelegen in Oirschot herdgang Naastenbest, bp. genoemde Dirck, de gemeijnte, Peter Scomakers en Gossen Emmen zoals hij zei. De rente is altijd aflosbaar op Maria Lichtmisdag, mits er 2 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 32 gulden in een keer of als men wil in twee keer elke keer met de helft al naar keuze van Willem.

ORA Oirschot (Toirkens 131c fol 7v no 20 dd 20-1-1533) Gielis zoon wijlen Peter Gielis Snellen heeft beloofd om voortaan aan Dirck Leemans ten beheoe van Jan Jan Leemans die een jaarlijkse rente van 2 giouden Karolusgulden te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar, op onderpand van een akker genoemd de Grootakker, groot ca. 5 lopenzaad, die hij vanwege zijn vrouw Marien dochter van Claes Scepens bezit, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p.

Elisabeth Vos, Loeij Timmermans, Jan Philips van Hersel, heer Thomas Snepscuet. Gielis belooft het onderpand in voldoende goed staat te houden voor de betaling van de rente. De rente is altijd aflosbaar op Maria Lichtmisdag, mits er 2 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 32 gouden Karolusguldens.

Idem (fol 8v no 25 dd 22-1-1533) Heer Goijaert zoon wijlen Stevens van der Donck heeft beloofd om voortaan aan Dirck Leemans die een jaarlijkse rente van 3 gouden Karolusguldens te gaan betalen, steeds op St. Paulusdag op onderpand van een huis, tuin, grond etc. groot ca. 7 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonk onder Boterwijk hier, b.p. het erf van de schuldenaar zelf, Jacop Hagelaer, de gemeenschappelijke straat. Hij belooft het onderpand in goed staat te houden voor de betaling van de rente. De rente is altijd aflosbaar op St. Paulusdag, mits er met St. Bavodag vooraf is opgezegd tegen betaling van 50 gouden Karolusguldens.

ORA Oirschot (Toirkens 132a fol 19v no 58 dd 28-1-1534) Meester Henrick Dirck Corstiaenas van de Velde, priester, heeft beloofd om voortaan aan Dirck Leemans die een jaarlijkse rente van 3 Karolusguldens te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar, op onderpand van een stuk land van 3 lopenzaad in een stuk akker van 8 lopenzaad, welke akker van 8 lopenzaad is gelegen in Oirschot herdgang Kerkhof aan het Moleneinde, b.p.de gemeijnte, de kinderen van Daniel Omen, de weduwe en kinderen van Dirck Corstiaens, de Geefkens akker. Hij belooft het onderpand in voldoende goede staat te houden voor de betaling van de rente. De rente is altijd aflosbaar op Maria Lichtmisdag tegen betaling van 48 gouden Karolusguldens.

ORA Oirschot (Toirkens 132bb fol 22v nos 73-4 dd 1-2-1536) Heer Goijaert Stevens van de Donck, priester, verkoopt hierbij het kapitaal van 53 gouden Karolusguldens welke kapitaal Lenert Gerart Martens op 4 december 1535 voor schepenen van Oirschot aan heer Goijaert had beloofd. Hij verkoopt het kapitaal nu aan Dirck Leemans en de verkoper belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen. (Idem 74) Dirck Leemans verkoopt hierbij de rente van 3 gouden Karolusgulden die heer Goijaert Stevens van der Donk, eerder aan genoemde Dirck had beloofd, steeds vervallend op St. Paulusdag, op onderpand van een huis, tuin, grond etc., samen groot ca. 7 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonk onder Boterwijk, b.p. genoemde heer Goijaert, conform schepenbrief van Oirschot. Hij verkoopt de rente nu aan Jan Rutgers ten behoeve van de natuurlijke kinderen genoemde heer Goijaert die daarvan alleen het vruchtgebruik krijgen en waarvan hun wettige kinderen daarvan het erfrecht krijgen, van het ene natuurlijke kind op het andere te versterven, waarvan deze natuurlijke kinderen hun leven lang het vruchtgebruik genieten. Afspraak is dat als een van de natuurlijke kinderen sterft zonder wettig nageslacht, dat diens deel dan overgaat naar de anderen, en als ze allen sterven zonder wettige nageslacht, dan versterft de rente op de wettige erfgenamen van genoemde heer Goijaert, tenzijn hij daarover later alsnog anders beschikt. Heer Goijert belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen, behalve wat betreft de aflossing ervan.

ORA Oirschot (Toirkens 132c fol 34 nos 99-100 dd 28-2-1537)Gerart Elias van de Laerscot als man van Heijlwich, verkoop hierbij een dries genoemd 't Ven, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonk, b.p. de kinderen van Loijwijch Wouters, de gemeijnte, Dirck Leemans. Hij verkoopt het perceel nu aan Dirck Leemans en de verkoper belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen. Er moet aan anderen overpad worden verleend. (Idem 100) Dirk Leemans heeft beloofd om aan Gerard Elias uit de vorige akte die 71 Karolusguldens te gaan betalen per a.s. Maria Lichtmisdag.

ORA Oirschot (Toirkens 133a fol 27 no 28 dd 6-2-1538) Dirck Leemans, onze collega-schepen als wettige man van Margriet wettige dochter van wijlen Gielis Lucas van den Schoet, verkoopt hierbij een pacht van een mud rogge per jaar, maat van Eindhoven, dat hem in de boedeldeling tussen de kinderen van genoemde Gielis was toebedeeld na diens dood. Dat mud roge is afkomstig uit een pacht van 12 mudde rogge die Jan genoemd Scolaster zoon van wijlen Wouter Goijaerts eerder had verkocht aan Henrick Kuijst, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag, op onderpand van een perceel gelegen in een bos onder Acht, en op onderpand van een broek genoemd het Bieswaes (?) gelegen in de plaats Breugel nabij Zon, conform een schepenbrief van Eindhoven en van Oirschot. Hij verkoopt die pacht nu aan Peter Jan Haecks de oude en de verkoper belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen. Datum 6 februari 1538, getuigen Hoppenbrouwer en Keijmps. (Marge Hier dient te staan Peter Haecks en Peter doet afstand ten behoeve van Dirck leemans.)

ORA Oirschot (139a fol 27 nos 113-115 dd 17-2-1561) Dirck Jan Leemans doet afstand van zijn recht van vruchtgebruik inzake een huis, tuin, grond etc. groot ca. 16 lopenzaad en 16 roeden, gelegen in Oirschot herdgang Naastenbest, dat hij heeft geerfd bij de dood van Dielis Lucassen van den Schoet, b.p. de erfgenamen van Odulphus Peeter Haecks waarvan het eerder is afgedeeld, de erfgenamen van Dirck Verheijden met meer anderen, de erfgenamen van Hermans van Aerle, de gemeijnte. Ook nog zijn vruchtgebruik inzake een beemd genoemd den Cruijs, ter zelfder plaatse gelegen, b.p. Geerit Goijaert Vos, de gemeenschappelijke straat, de erfgenamen van ... Marcelis. Ook nog zijn vruchtgebruik inzake een beemd groot ca. een halve bunder, ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, b.p. de kantorij te Oirschot met meer anderen, de erfgenamen van ... Verheijden, ........Geerits, de erfgenamen van Odulphus Peeter Haecks. Ook nog zijn recht van vruchtgebruik inzake een heiveld groot ca. een halve bunder, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. de gemeijnte, de erfgenamen van Adriaens van den Sande, Michiel Dielis Lucassen, de erfgenamen van Jan Crijns. Hij doet er nu op de gebruikelijke wijze afstand van ten behoeve van zijn wettige kinderen.

(Idem no 114) Frans Dirck Leemans, verder Wouter Thomassen van den Ven als man van Anna dochter van Dirck Leemans, nog Peeter Jan Goessens als man van Aleijt dochter van genoemde Dirk Leemans, verkopen hierbij het huis, tuin, grond etc. groot ca. 16 lopenzaad en 16 roeden, het huis te aanvaarden daarbij per a.s. Pinksteren en het land in de oogsttijd daarna, welk bezit ze hebben verkregen van Dirck Leemans en van Margriet dochter van Dielis Lucassen van den Schoet en deze Dirck als echtgenoot van deze Margriet toen die nog leefde had verkregen van wijlen Dielissen Lucas van den Schoet, gelegen zoals in de voorgaande akte is aangegeven. Ze verkopen het bezit nu aan Jan Claes Henricks van Nistelroij en de verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen behalve een halve stuiver als grondchijns.

(Idem no 115) Jan Claes Henricks van Nistelroij heeft beloofd om voortaan aan Frans Dirck Leemans die een jaarlijkse rente van 18 ( doorgestreept en veranderd in 6 ) guldens te gaan betalen (…)

Idem (fol 28v no 119 dd 12-2-1561) Frans Dirck Leemans, verder Wouter Thomassen van den Ven als man van Anna dochter van Dirck Leemans, nog Peeter Jan Goessens als man van Aleijt ook dochter van genoemde Dirck Leemans, hebben een boedelverdeling gemaakt inzake het bezit dat ze hebben geerfd van genoemde Dirck en Margriet. (…) Frans een beemd groot ca. een halve bunder, gelegen zoals hiervoor beschreven. Ook krijgt hij een heiveld groot ca. een halve bunder ook zoals hiervoor beschreven. (…) Wouter en Peeter in hun hoedanigheid krijgen een beemd genoemd de Cruijsbeemd, ook gelegen zoals hiervoor omschreven. (NB: Wouter verkoopt zijn deel (3-3-1562, fol 131v no 411 van 1561) aan Henrick Nicolaes Henricks van Nistelroije.)

ORA Oirschot (139b fol 66ff nos 224-226 dd 28-4-1562) Frans Dirck Leemans, Wouter Thomassen van den Venne als man van Anna dochter van wijlen Dirck Jan Leemans en Peter Jan Goessens als man van Aleijten dochter van genoemde Dirck Jan Leemans, hebben een boedelverdeling gemaakt inzake het bezit van wijlen genoemde Dirck Leemans. (…) Frans twee stukken driesland, genoemd die Vennen, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck, b.p. Wouter Peter Dielis Snellaerts, de weduwe van Henrick Janssen van Liefveld, het erf eigendom van de erfgenamen van wijlen Lodewijk Wouter Timmermans, de gemeenschappelijke straat. Verder krijgt hij een jaarlijkse rente van 11 gulden te ontvangen van Niclaes Jan Goessens. Ook krijgt hij een jaarlijkse pacht van twee mudden rogge, maat van Woensel te ontvangen van Jan Reijniers (Tempelaers, soms ook Hoogneven), nog een jaarlijkse rente van twee gulden te ontvangen van Alaerden Jan Woesten, nog een gulden per jaar te ontvangen van de erfgenamen van wijlen Willem Erven, nog 30 stuivers per jaar te ontvangen van de erfgenamen van wijlen Dirck Francken. (…) Wouter Thomassen van de Ven in zijn hoedanigheid krijgt een akker genoemd de Sluijsakker, met een weiland gelegen in Oirschot zelfde herdgang, b.p. de gemeijnte genoemd de Vloet, Jan Dircks van Houdt, Adriaen Mathijssen Roefsoon, de gemeenschappelijke straat. Ook krijgt hij een heiveld ter zelfder plaatse gelegen, b.p. het erf dat eigendom is van de erfgenamen van wijlen Jan van der Luijsdonck, de gemeijnte, Willem Peter Gielissen met meer anderen. Hieruit moet Wouter jaarlijks een stuiver en een half oort grondchijns betalen in Oisterwijk. Verder krijgt hij een beemd genoemd de Wippenhout, ter zelfder plaatse gelegen, b.p. het godshuis van de Clarissen in den Bosch, Adriaen van Haeren met meer anderen. Verder krijgt hij het derde deel van een beemd genoemd de Cavelen, ter zelfder plaatse gelegen, b.p. Jonker van Oefalise en meer anderen, bepaalde personen te Boxtel, verder de sluis aan de rivier de Aa, Gijsbrechts Dirck Hoppenbrouwers, een beemd genoemd de Wippenhout. Hieruit moet jaarlijks een rente van 28 stuivers worden betaald aan de heer van Helmond en verder de grondchijns voor zover die in Oirschot betaald moet worden. (…) Peter krijgt het huis, tuin etc. gelegen in de zelfde herdgang, b.p. Henrick Lodewijk Timmermans met meer anderen, Peeter Janssen van der Vloet met meer anderen, de gemeijnte. Verder krijgt hij een beemd genoemd de Coppensbeemd, ter zelfder plaatse gelegen, b.p. de erfgenamen van Dionijs Stevens, Peter Janssen Vervloet met meer anderen, de Bel aldaar, de gemeijnte. Verder krijgt hij een akkertje ter zelfder plaatse gelegen als voor, b.p. Peter Antonis van der Meijden, Alaert Niclaessen, genoemde Peter. Ook krijgt hij een heiveld genoemd de Bocht, gelegen onder Gestel bij Oisterwijk, b.p Jeronimus Wijnants, Philips Pauwels en meer anderen, de gemeijnte. Hieruit moet hij jaarlijks 7 gulden betalen aan Fransen Leemans, nog 8 lopen rogge per jaar aan de H. Geest te Machaeren, nog 5 stuivers grondchijns in Gestel nabij Oisterwijk, nog 5 en een halve stuiver grondschijns en een half oort uit de genoemde beemd in Den Bosch en een stuiver te Beerze, nog een halve stuiver grondchijns.

(Idem no 225) Peter Jan Goessens heeft als schuldenaar beloofd om aan Wouter Thomassen van den Venne die een bedrag van 90 gulden te zullen gaan betalen. (Idem no 226) Genoemde Peeter uit de vorige akte heeft als schuldenaar beloofd om aan Frans Leemans die een bedrag van 90 gulden te zullen gaan betalen.


Huwt

25.781   Margriet Dielis Lucassen van den SCHOET

FamilienaamIndex 25.781Vader 51.562Moeder 51.563

Overleden voor 1561

Kinderen

  1. Frans Zie 12.890
  2. Anna (+na 1572), huwt Wouter Thomassen van den Ven (+na 1572)
  3. Aleijt, huwt Peeter Jan Goessens
TerugBegin van generatie

25.782   Peter Jacob STOEPKENS

FamilienaamIndex 25.782Vader 51.564Moeder 51.565

Geboren ca. 1485
Overleden na 1545, voor 1548

Er is geen hard bewijs voor de kwartieren van Peter Jacob Stoepkens alias Leijten (lees: voor de identificatie van Jacob als een wettige zoon van Peter Stoepkens senior), er is alleen indirect bewijs: grondbezit in dezelfde buurten, contact met dezelfde families, gebruik van dezelfde naam Stoepkens alias Leijten, en ten slotte de naamgeving van kinderen.

ORA Oirschot (Toirkens 1540 no1) belanding van Michiel zoon wijlen Jan Willem Roestenborchs met diens stuk beemd groot ca. een bunder genoemd de Postelman, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck, b.p. genoemde Simon, Peter Stoepkens, conform een schepenbrief van Oirschot d.d. 2maart 1522.

ORA Oirschot (Toirkens 1545) Belending van Goris Wouters Gorissen met diens beemd genoemd de Pauwelsbeemd, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonk in de Broekstraat aldaar, b.p. de kinderen van Rutger Willems van Oudenhoven, Peter Stoepkens, Jan Simons Cortten, de straat.

ORA Oirschot (141c fol 431 no 103 dd 9-1-1576) Adriaen Roelofs als man van Cathalijn dochter van Jan Joerden Happen voor zichzelf en ook optredend voor de andere kinderen van wijlen Jan Joerden Happen, verder Gerit zoon wijlen Willem Joerden Happen optredend voor de andere kinderen van deze Willem Happen, verder Bartholomeus zoon Willems van Geenen vanwege Heijlken zijn moeder, dochter van wijlen Bartholomeus Joorden Happen die ook optreedt voor alle andere kinderen van deze Bartholomeus Joerden Happen, verder Jan Willem Smetsers verwekt bij Marieken dochter van Joerden Happen en Jan Dircks van Ham als man van Lentkenen dochter van genoemde Willem Smetsers en Marieke Joerden Happen, verder Corsten Jan Bollen vanwege zijn kinderen verwekt bij Anna dochter van Peter Stoepkens verwekt bij Cathalijn dochter Joerden Happen die ook optreden voor de andere kinderen van deze Peter Stoepkens en Catharijn, hebben beloofd om Joerden Joerden Happen en Willem Henrick Goijaerts als echtgenoot van Aleijt te zullen vrijwaren voor de belofte die deze twee laatste personen gedaan hebben in het dorp Diessen ten behoeve van de erfgenamen van wijlen meester Gerit van Kerkoers, vanwege bepaalde schulden. Datum en getuigen als boven.


Huwt ca. 1510

25.783   Cathalijn Jordaen HAPPEN

FamilienaamIndex 25.783Vader 51.566Moeder 51.567

Overleden na 1548

Kinderen

  1. Katalijn
  2. Anna, huwt Corsten Jan Bollen
  3. Appolonia Zie 12.891
  4. Aleijt, huwt voor 1548 Jan Goijaert Jacops
TerugBegin van generatie

25.792   Philip Jans van HERSEL

FamilienaamIndex 25.792Vader 51.584Moeder 51.585

Overleden na 1572

Vgl Neggers in BL 2007:456


Huwt voor 1561

25.793   Mericken Ardt SCHEPENS

FamilienaamIndex 25.793Vader 51.586Moeder 51.587

Overleden vermoedelijk 1583

ORA Oirschot (139a fol 9v no 57 dd 29-1-1561) Goijaert Henrick Goijaerts uit de vorige akte heeft als schuldenaar beloofd om aan Joirden Janssen van Hersel die als voogd over het wettige kind van Philips Janssen van Hersel verwekt bij Merieken Aert Scepens die een bedrag van 19 gulden te zullen gaan betalen binnen nu en 3 jaar verder.

ORA Oirschot (141a fol 174v no 64 dd 9-3-1572) Henrick zoon wijlen Jans van Ostaden heeft beloofd om aan Leenarden Henricks van Hersel en aan Niclaes Alaerts Scepens ten behoeve van Lijsken dochter van Philips Janssoen van Hersele een jaarlijkse rente te gaan betalen van 2 gulden (…).

Kinderen

  1. Lijske
  2. Jan Zie 12.896
TerugBegin van generatie

25.796   Jan Erven RUTGERS

FamilienaamIndex 25.796Vader 51.592Moeder 51.593

Overleden na 1552, voor 1560

Onder dit patroniem in ORA Oirschot 1534. Alle verwijzingen ORA Oirschot: bron is de bewerking van J. Toirkens.

ORA Oirschot (Toirkens 130a fol 291 no 101 dd 6-2-1527) Jan Ervaert Rutgers heeft beloofd om voortaan aan Barbara Andries Molders die een jaarlijkse rente van 20 stuivers te gaan betalen, op onderpand van een akker groot 4 lopenzaad, genoemd den Belart, gelegen onder Boterwijk hier, b.p. Simon Scortten, Henrick van Ostaden, de gemeenschappelijke weg daar, Gijsbrecht Vlemmincks.

Idem (fol 253 no 40 dd 21-1-1527) Jan Ervart Rutghers heeft beloofd om voortaan aan Gevard Janssen van Ostaden die een jaarlijkse rente van 20 stuivers te gaan betalen, op onderpand van een bocht land genoemd de Weehof of ook wel ‘tSgrevenhofstad, gelegen onder Boterwijk, b.p. de gemeenschappelijke straat, Henrick Lupprechts, heer Antonis Coreman, priester. Ook nog op onderpand van een akker genoemd de Belenakker, groot 5 lopenzaad, gelegen in herdgang de Kerkhof dan wel Spoordonck, b.p. Sijmon Scortten, Henrick van Ostaden, de gemeenschappelijke straat, Gijsbrecht Vlemmincks.

(Toirkens 134a fol 106v no 346 dd 13-10-1540) Genoemde Simon uit de vorige akte, verkoopt hierbij het derde deel in twee bunders beemd genoemd de Scautet, gelegen in Oirschot aan het Banensveld, nog het derde deel van een heiveld genoemd de Kievits Hoeve, gelegen in herdgang Spoordonck, nog een akker genoemd die Besdonck, gelegen in Oirschot onder Boterwijk alhier, b.p. Jan Ervaerts.

RA Oirschot (Toirkens 138c fol 70ff nos 277 ff 23-1-1560): erfedling tussen Jan senior, Rut en Jan junior, broers met Erff Willem Ervenzoon en Peter Jan Custers hun aangestelde voogd, verder Willem zoon wijlen Dirck Zijkens als man van Margriet, zijnde allen wettige kinderen van wijlen Jan Erven verwekt bij Anna dochter van Jan Custers, van de goederen die ze bij het overlijden van deze Jan en Anna hebben geerfd.

Voor Jan senior en Jan junior het huis, met tuin, etc. groot ca. 4 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck te Boterwijk; een beemd genoemd de Bijvink ter zelfder plaatse; hieruit jaarlijks een mudde rogge aan Thomas Aerts van den Ven, nog een rente van 1 gulden per jaar aan de kinderen van Henrick Geverts, nog een gulden per jaar aan Berbel Loijen, nog een gulden per jaar aan Gijsberten van den Heuvel, nog 3 stuivere chijns aan de heer van Oirschot, nog 3 oort grondchijns aan de heer van Moncheau.

Voor Rutger en Willem samen een akker genoemd den Beelaert, groot ca. 5 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonk onder Boterwijk, hieruit jaarlijks 25 stuivers en nog een mudde gerst, Oirschotse maat aan de scholaster te Oirschot.

(idem 278) Erf zoon wijlen Willem Erven en Peter zoon wijlen Jan Custers als voogden over Jan de jongste (…) verkopen het erfdeel (…) tegen het hoogste bod aan Jan senior zoon van genoemde wijlen Jan Erven.

(idem 279) Willem zoon wijlen Dirck Zijkens als man van Margriet dochter van wijlen Jan Erven, verder Rutger zoon wijlen genoemde Jan Erven (etc.) verdere boedelverdeling: aan Willem Dirck Zijkens de helft van een akker genoemd den Beelaert, zijnde het voorste stuk, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonk, aan Rutger het achterste stuk.

(idem 280) Jan de oudste zoon wijlen Jan Erven heeft beloofd om aan Erf Willem Erven en aan Peter Jan Custers ten behoeve van Jan de jongste zoon van genoemde Jan Erven een jaarlijkse rente van 3 gulden te gaan betalen, op onderpand van het huis etc.

NB: het huis wordt ook vermeld als belendend aan dat van de ervan van Willem Erven (RA Oirschot 138c fol 35 no 146 dd 12-3-1560).

Idem (fol 63 no 258 dd 31-8-1560) “een rente van 20 stuivers per jaar te ontvangen van de kinderen van Jan Erven”, nalatenschap Henrick Geverts van Ostaden.

Verder als belender ORA Oirschot (inv 134b fol 11 no 40 dd 26-1-1541) Jan Erven, naast twee akkers in Oirschot Boterwijk van Peter en Beelken kinderen van Simon sKorten. Idem (134c fol 40 no 138 dd 19-6-1542) naast twee akkers van Jan Simons Cortten en diens broer Dirck in Oirschot onder Boterwijk. Idem de weduwe en kinderen naast een stuk land zijnde akkerland met zijn houtwas etc. groot ca. 3 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Straten in de Cotelstraat van Goijaert zoon wijlen Goijaert Hasselmans (verkoper; ORA Oirschot 143c fol 375 no 122).

ORA Oirschot (137a fol 22 no 83 dd 5-2-1552) Jan Erven heeft beloofd om voortaan aan Henricken weduwe van Willem die Cort die een jaarlijkse rente van een gulden te gaan betalen (…)op onderpand van een akker genoemd de Beerlaert ( ? ), groot ca. 5 lopenzaad, gelegen in Oirschot onder Boterwijk.

Idem (fol 27v no 100 dd 15-2-1552) Heer Andries Coremans priester en uitvoerder van het testament van wijlen meester Eloijen Clements priester en kannunnik toen hij leefde te Oirschot, heeft verklaard dat Jan Erven aan hem een jaarlijkse rente van een gulden heeft afgelost uit een rente van twee gulden en waarvan Lodewijk natuurlijke zoon van wijlen genoemde meester Eloijen Clements het geld heeft ontvangen, welke rente Jan zoon wijlen Ervaert Rutgers eerder had beloofd, op onderpand van een huis, tuin etc. groot ca. 4 lopenzaad, gelegen in Oirschot onder Boterwijk aldaar, b.p.de gemeenschappelijke straat, Henrick Philips van den Schoet, de rector van het St. Wilbortsaltaar te Oirschot. Ook nog op onderpand van een akker ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, groot ca. 5 lopenzaad, b.p. Henrick Geeverts, de kinderen van Simons Corten, heer Goijaert Stevens, de gemeenschappelijke straat. (Idem, fol 85v no 318 dd 15-10-1552: de andere helft afgelost.)

ORA Oirschot (140b 1567b fol 238v no 71 dd 7-11-1567) Geerit zoon wijlen Henrick Hasselmans als voogd over Goijaerden zoon wijlen Goijaert Hasselmans, nog minderjarig zijnde, verder Rut Jan Erven als man van Elisabeth dochter van wijlen genoemde Goijaert Hasselmans, Jan zoon Jan Erven als man van Henrieksken dochter van genoemde Goijaert Hasselmans, verkopen een huis, tuin etc. gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. Jan Peterszoon van Santvoert, Jan Adriaens, de gemeenschappelijke straat. Dit bezit wordt nu op grond van een afgegeven schepenbankvonnis tegen het hoogste bod verkocht aan Marcelis Dielis Janssen.

ORA Oirschot (140b fol 402 no 130-132 dd 8-7-1569) Rutger zoon wijlen Jan Erven als man van Elisabeth en Jan zoon wijlen Jan Erven als man van Henrieksken, gezusters en dochters van wijlen Goijaert Hasselmans verwekt bij wijlen Cathelijnen dochter van Goijaert Kemps voor henzelf handelend maar ook voor Goijaerden zoon van wijlen genoemde Goijaert Kemps, verkopen een akker groot ca. een zesterzaad, die Goijaert heeft verkregen van Wouter Loijen, gelegen in Oirschot herdgang Straten (…) aan Marcelis Dielis Janssen. (Idem no 132) Marcelis zoon wijlen Dielis Janssen heeft beloofd om aan Gerit Hasselmans ten behoeve van Goijaerden zoon wijlen Goijaert Hasselmans voortaan een jaarlijkse rente van twee gulden te gaan betalen. (Idem no 132) Geerit en Jan, broers en kinderen van wijlen Henrick Hasselmans voor wat betreft twee derde delen, verder Rutger zoon wijlen Jan Erven als man van Elisabeth dochter van wijlen Goijaert Hasselmans voor hemzelf en ook optredend voor Goijaert zoon van wijlen genoemde Goijaert Hasselmans, voor twee parten van het derde deel, verkopen een huis, tuin etc. gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. Jan Jan Goessens, Daneel Wilberts van Beerze, Wouter Goijaert Keijmps, de gemeenschappelijke straat. Ook verkopen ze hun genoemde aanspraken inzake een akker genoemd Polleland ter zelfder plaatse gelegen, groot ca. 3 lopenzaad, b.p. Wilbort Daniels, Corsten Dielis, Roelof Janssen van Ostaden, de lopende straat. Het genoemde bezit wordt nu verkocht aan Jan zoon wijlen Jan Erven.

ORA Oirschot (142b fol 287v no 75 dd 8-3-1581) Jan en Rut, broers en kinderen van wijlen Jan Erven hebben samen en ieder hoofdelijk beloofd om aan Joerden Jan Joerdens en aan Antonis Aert Roefs ten behoeve van Henrieksken dochter van Philips Dirk Stans een bedrag van 22 gulden te betalen per a.s. Maria Lichtmisdag met een rente van de penning zestien.

ORA Oirschot (143a fol 160v nos 84-85 dd 6-3-1586) Met deze belofte is een schuld komen te vervallen die de kinderen van Philips Stans enigermate mochten hebben ten opzichte van Jan en Rutger, broers en zonen van Jan Erven als voogden over hun zuster Margriet weduwe van Willem Dirck Sijkens, waarbij Jan Philips Stans en Henrick Lenaerts als man van Henriekske dochter van genoemde Philips Stans overeenstemmig met elkaar hebben bereikt. Datum en getuigen als boven. (idem 85) Jan zoon wijlen Jan Erven en Adriaen Jan Dirck Sijkens hebben beloofd dat het bedrag van 26 gulden dat Peter Corsten Aerts vandaag voor schepenen alhier heeft beloofd aan Henrick Lenaerts, in mindering zal strekken op een schuld van 32 gulden welk bedrag deze Peter nog moest betalen aan Dirck Dirk Sijkens.

ORA Oirschot (140b 1567b fol 238v no 71 dd 7-11-1567) Geerit zoon wijlen Henrick Hasselmans als voogd over Goijaerden zoon wijlen Goijaert Hasselmans, nog minderjarig zijnde, verder Rut Jan Erven als man van Elisabeth dochter van wijlen genoemde Goijaert Hasselmans, Jan zoon Jan Erven als man van Henrieksken dochter van genoemde Goijaert Hasselmans, verkopen een huis, tuin etc. gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. Jan Peterszoon van Santvoert, Jan Adriaens, de gemeenschappelijke straat. Dit bezit wordt nu op grond van een afgegeven schepenbankvonnis tegen het hoogste bod verkocht aan Marcelis Dielis Janssen.

ORA Oirschot (143a fol 211v no 338 dd 10-10-1586) Wouter zoon wijlen Goijaert Keijmps, Rutger Jan Erven als man van Elisabeth dochter van wijlen Goijaert Hasselmans, verder Pauwels Henrick Keijmps, Goijaert Goijaert Hasselmans voor zichzelf en met genoemde Rutger nog optredend voor de minderjarige kinderen van Jan Erven verwekt bij Henrieksken dochter van genoemde Goijaert (wrsch. Hasselmans), verkopen hun erfdelen en aanspraken in de helft van een hofstede gelegen in Oirschot aan het Raadhuis, b.p. het Raadhuis, de gemeijnte, Marij Neelen. Het bezit wordt nu verkocht aan Adriaen Lodewijk Verhoeven en de verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen.

ORA Oirschot (146a fol 81 no 153 dd 13-7-1606) Erfelijke verdeling tussen de kinderen van Ruth Erven verwekt bij Lijsken Goort Hasselmans. Jan Erven, Hens Erven, genoemde Jan Erven en Henrick Jan Govaerts als voogden over Lijsken, minderjarige dochter van wijlen Goort Erven verwekt bij (--, niet ingevuld), Jan Arien Goorts als man en voogd van Anneke, Jacob Willem Joordens als man en voogd van Cathalijn, Goort Hasselmans, oom en voogd over Marijke Erven, en Jan Jan Erven, oom en voogd over Margriet Erven, zijnde allen zonen en dochters van genoemde Rut Erven en Lijsken Goort Hasselmans, hebben een verdeling gemaakt van de nabeschreven goederen, waarvan hun moeder Lijsken vandaag afstand van het recht van vruchtgebruik heeft gedaan. (…)


Huwt (1)

Katalijn Corstiaen OOMEN

FamilienaamIndex

ORA Oirschot (136b fol 5 no 26 dd 13-1-1550) Erfdeling: Goijaert, Jan, Wouter en Henrick gebroeders en wettige kinderen van wijlen Corstiaen Oemen, verder Jan Everaerts als man van Katalijn dochter van genoemde wijlen Corstiaen Oemen (…)


Huwt (2) ca. 1535

25.797   Anna Jan Peter STAPELS

FamilienaamIndex 25.797Vader 51.594Moeder 51.595

Alias Custers

Kinderen

  1. Jan de Oude Zie 12.898
  2. Rutger (+na 1584, voor 1593), minderjarig in 1560, volwassen 1565 en later; huwt voor 1567 Elisabeth Goijaert Hasselmans
  3. Jan de Jonge, minderjarig in 1560, huwt mogelijk (of is dit zijn broer?) voor 1567 Henrieksken Goijaert Hasselmans (+voor 1606), kennelijk kinderloos
  4. Margriet, huwt Willem Dirck Zijkens
TerugBegin van generatie

25.798   Matheus Rutgers BECKERS

FamilienaamIndex 25.798Vader 51.596Moeder 51.597

Overleden voor 1556

Vermoedelijk gestorven in 1545, wanneer zijn weduwe (vermoedelijk) met een tweede man trouwt.

ORA Oirschot (Toirkens 141c fol 459v no 184 dd 7-6-1576) Caerl zoon wijlen Antonis Peter Antonissen van der Ameijden verkoopt een rente van 3 gulden per jaar met een vervallen en een lopende termijn, welke rente Caerl bij de boedelverdeling toebedeeld heeft gekregen en deze Peter Antonissen van der Ameijden eerder had verkregen van Henrick Rutger Beckers en Henrick weer verkregen had van Willem Goijaert Roestenberchs en van Danel Henrick Danielssn., voor hemzelf en als man van Catharijn dochter van Goijaert Roestenberchs die men ook wel Verhoeven noemt. (etc)


Huwt (1) voor 1541

Anna Henrick Aerts van der AMEIJDEN

FamilienaamIndex

Overleden voor 1545

Alias Bieken; vermeld ORA Oirschot 1541


Huwt (2) voor 1545

25.799   Digna Dircks PENNINCKS

FamilienaamIndex 25.799Vader 51.598Moeder 51.599

Overleden na 1546


Zij huwt (2) voor 1556

Jan Jans van den SPIJCKER

FamilienaamIndex

Overleden na 1556

Kinderen

  1. Beatrix Zie 12.899
  2. Dimphna, in 1546 minderjarig
  3. Dirck, in 1546 minderjarig
TerugBegin van generatie

25.800   Jan Dirck HANTSCHOEMAKERS

FamilienaamIndex 25.800Vader 51.600Moeder 51.601

Geboren ca. 1510
Overleden na 5-12-1569, voor 7-6-1570

Alias Speecks. Komt voor in ORA Oirschot 1534. Alle verwijzingen ORA Oirschot: bron is de bewerking van J. Toirkens.

RA Oirschot (Toirkens 141a fol 51 no 145 7-6-1570) Jan zoon wijlen Jan Dirck Hanschoemakers verwekt bij wijlen Anna dochter van Jan Willem Smetsers, zijn eerste vrouw, verder Ariaen en Henrick broers en kinderen van wijlen Jan zoon van genoemde Dirck Hanschoemakers verwekt bij wijlen Geertruid dochter van Dirck Houbraken, de tweede vrouw van Jan Dirck Hanschoemakers, verkopen hun erfdelen en aanspraken inzake de helft van een huis, tuin etc. gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. de kinderen van Jan van Helmond, de kinderen van Jan Goijaerts van den Huevel, Michiel Claessen van Hal, de gemeenschappelijke straat. Ook verkopen ze hun erfdelen in een beemd ter zelfder plaatse gelegen, b.p. de weduwe Wouter Bernaarts van den Weijer, Meeus Goijaertsoen van den Heuvel, Peter Goijaerts van den Huevel. Deze percelen worden nu verkocht aan Steven zoon Dirck Hanschoemakers en de verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen, behalve een jaarlijkse rente van 20 stuivers aan Lijsken Lucas en nog de grondchijns. De eerste termijn voor de koper vervalt per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar. Datum 7 juni 1570, getuigen Ven, Vlueten en Joerden.

(Idem, 146) Steven zoon Dirck Hanschoemakers heeft als schuldenaar een betalingsbelofte gedaan en die zijn daarmee tevreden gesteld. Datum en getuigen als boven.

(Idem, 147) Jan zoon wijlen Jan Dircks Hanschoemakers partij enerzijds en Adriaen en Henrick kinderen van genoemde Jan Dircks Hanschoemakers partij ter ander zijde, hebben overeenstemming bereikt inzake alle roerende goederen die door hun vader Jan Dircks Hanschoemakers zijn achtergelaten. Ze doen over en weer afstand van aanspraken jegens elkaar waarbij geen van hen elkaar zal lastig vallen behoudens dat Arien en Henrick van het geld dat Steven Dirck Hanschoemakers verschuldigd is, daarvan eenmalig 6 gulden vooraf krijgen. (etc.)

RA Oirschot (Toirkens, 138c fol 45 no 173 dd 3-4-1560) Jan zoon wijlen Dirck Hanschoenmakers heeft beloofd om aan Mechtelden dochter van Adriaen Slootmekers weduwe van Dirck Houbraken, waarbij zij het recht van vruchtgebruik krijgt en haar wettige kinderen van genoemde Dirck het erfrecht, een jaarlijkse rente van twee gulden te gaan betalen, (…) op onderpand van een huis, tuin etc. gelegen in Oirschot herdgang Aerle, (…) Henrick zoon Dirck Houbraken namens genoemde Mechteld uit de vorige akte staat aflossing van de rente altijd toe (etc.).

Belending: idem (fol 42 no 164 dd 29-3-1560) van Denis Peters de Cort (verkoopt) en (koper) Henrick Jan Quans met een weiland genoemd het Eeuwselken, gelegen in Oirschot herdgang Aerle, b.p. Jan Speecks, Michiel Claes, de Heelstraat, het erf van de koper.

NB: in ORA Oirschot 1554 (fol 42 no 166 dd 14-3-1554) wordt genoemd een beemd genoemd de 0oenmakere, gelegen in Oirschot herdgang de Notel aan de Langendijk aldaar, door Geerit Marcelis Peters overgedragen aan Peter Jans Crommen; buren: Willem Pauwels, Jan Lucas van de Schoet, de gemeijnte.

ORA Oirschot (137b fol 22 no 83 dd 9-2-1554) Jan Speecks en verder Henrick en Jan, gebroeders en kinderen van Dirk Houtloeks hebben samen beloofd om aan Antonis zoon wijlen Geerit Philips die een bedrag van 17 gulden te zullen gaan betalen.

ORA Oirschot (138a fol 96v no 432, 434 dd 5-4-1557) Dirck zoon wijlen Dirck Houbraken verkoopt zijn erfdeel en aanspraken inzake alle bezit dat hij door de dood van Dirck Houbraken en Lisbeth dochter van Vreijss Happen, zijn ouders heeft geerfd. Hij verkoopt zijn erfdeel nu aan Jan Dirck Hanscoemakers en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen. (Idem no 434) Jan zoon wijlen Dirck Hanschoemakers heeft als schuldenaar beloofd om aan Dirk Dircks Houbraken een bedrag van 50 gulden te zullen betalen, per afgelopen 31 maart over 3 jaar, met elk jaar een rente van 3 gulden waarvan de eerste termijn vervalt per a.s. 31 maart.

ORA Oirschot (138b fol 26v nos 100-103 dd 16-3-1558) Michiel zoon wijlen Niclaes die Harnismaker als man van Cathalijn dochter van wijlen Dirck Houbraken verwekt bij wijlen Lijsbet dochter van Vreijs Happen, verkoopt zijn erfdeel een aanspraken die hij namens zijn vrouw heeft geerfd na de dood van genoemde Dirck en Lijsken … aan Jan Dirck Hanschoemakerszoon.

(idem no 101) Jan Dirck Hanschoemakers heeft als schuldenaar beloofd om aan Michiel Niclaes die Harnismaker een bedrag van 112 gulden te betalen per a.s. Maria Lichtmisdag zonder rente danwel per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar met de rente van de penning zestien.

(Idem no 102) Henrieksken dochter van wijlen Wouter van Doormalen, weduwe van Peters die Cort met haar voogd Willem Wouters van Doormalen, die gemachtigd zijn op grond van het testament dat deze Peter de Cort en genoemde Henrieksken eerder hadden opgemaakt, verkopen het deel waarop deze Peter de Cort recht heeft en nu dus deze Henrieksken inzake al het bezit dat die heeft geerfd bij het overlijden van genoemde Dirck Houbraken en Lisbeth dochter van Wreijs Happen. Ze verkoopt dit bezit nu aan Jan Dirck Houbraken en aan Jan Dirck Hanschoemakerszoon en de verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen. (Idem no 103) Jan zoon Dirck Houbraken en Jan Dirck Hanschoenmakers hebben als schuldenaars beloofd om aan Henrieksken weduwe van Peter de Cort een bedrag van 86 gulden te zullen betalen per a.s. Maria Lichtmisdag zonder rente danwel per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar met de rente van de penning zestien.

ORA Oirschot (138b fol 11v no 38 dd 23-2-1559) Jan Dirck Hanschoemakers en Jan Lauwreijssen van der Hoeven, voogden van twee dochters van Aelbrecht Aerts.

ORA Oirschot (139a fol 43v no 168 dd 6-3-1651) Aelberta dochter van Aelbrecht Aerts met haar voogd Jan Dirck Hanschoemakers.

ORA Oirschot (139b fol 40 nos 131A/B dd 20-2-1562) Jan Dirck Hanschoemakers doet afstand van zijn recht van vruchtgebruik inzake een akker genoemd de Hoeve, groot ca. een zesterzaad, gelegen in Oirschot herdgang de Notel, b.p. Lupprecht Gerits, de erfgenamen van Jan Ghijskens, Aerdt Henrick Peeters, Peeter Henrick Peeters. Hij doet er nu afstand van ten behoeve van Jan Jan Dirck Hanschoemakers. (Idem no 131b) Jan Jan Dirck Hanschoemakers heeft beloofd om voortaan aan Jan Henrick Ghijsbrechts die een jaarlijkse rente van twee gulden te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag op onderpand van de akker uit de voorgaande akte.

ORA Oirschot (139d fol 7 no 17 dd 15-1-1564) Jan Dirck Hanschoemakers en Willem Joirden Willems als aangestelde voogden over (…) minderjarige kinderen van wijlen Jan Wouters van Kuijck verwekt bij Lijntken dochter van Aelbrechts Aerts.

Vermeld ORA Oirschot 3-3-1568 als voogd van Wouter en Margriet kinderen van Jan Wouters van Cuijck. Vermeld 5-12-1569 als voogd van Wouter en Heijlken minderjarige kinderen van wijlen Dirck Janssen van Den Bosch verwekt bij Martijna dochter van Wouter Boots en Jenneken dochter van Dirk Hanschoemakers (zijn zus).

ORA Oirschot (140b fol 379v nos 50-51 dd 11-2-1569) Jan zoon wijlen Dirck Hanschoemakers alias Speecks heeft als schuldenaar beloofd om aan Mechteld dochter van Ariens die Slootmaker weduwe van Dirck Houbrakens die een bedrag van 32 gulden te zullen betalen per afgelopen Maria Lichtmisdag over 4 jaar en onderwijl steeds een jaarlijkse rente van 2 gulden (…) Met instemming van partijen doorgehaald en door een andere vervangen. (Idem no 51) Jan zoon wijlen Dirck Hanschoemakers heeft als schuldenaar beloofd om aan genoemde Mechteld uit de vorige akte een bedrag van 48 gulden te zullen betalen per a.s. 1 april over 4 jaar met onderwijl steedd een jaarlijkse rente van 3 gulden waarvan de eerste termijn per a.s. 1 april over een jaar. (marge: Met instemming van partijen doorgehaald).

ORA Oirschot (144b fol 305 no 93 dd 14-3-1595) Henrick zoon wijlen Jan Hanschoemakers had eerder de voogdijschap uitgeoefend over de kinderen van Adriaen Jan Hanschoemakers, maar van dit beheer heeft hij geen specificaties gemaakt en geen wettige verantwoording. Om eventuele processen daarover in de toekomst te vermijden, is nu Geerlack zoon Willems van Baest verschenen als man van Geertruit dochter van Adriaen Jan Hanschoemakers die ook optreedt voor Jenneke dochter van genoemde Adriaen, en hij verklaart hierbij dat Dirk zoon Adriaen Jan Hanschoemakers akkoord gaat met het gevoerde beheer zoals dat door zijn vader voor hem en de andere minderjarige kinderen is gevoerd, en zij beloven de andere kinderen van Adriaen daar niet meer op aan te zullen spreken.


Huwt (1)

25.801   Anna Jan Willem SMETSERS

FamilienaamIndex 25.801Vader 51.602Moeder 51.603

Geboren ca. 1510

Mogelijk een nichtje van Aert en Willem Willem Smetsers, vermeld rond 1550, en kleindochter van ‘de weduwe Willem Smetsers’ uit 1552. Komt voor in ORA Oirschot 1534. Alle verwijzingen ORA Oirschot: bron is de bewerking van J. Toirkens.


Huwt (2)

Geertruid Dirck HOUBRACKEN

FamilienaamIndex

Haar moeder heet Mechteld Adriaen Slootmekers, is weduwe in 1560. ORA Oirschot (138b fol 22v no 83 dd 12-3-1558): Geertruid en Jan als mede-erven van Dirck Houbraken verkopen een beemd.

ORA Oirschot (141b fol 253v no 111 dd 3-7-1573) Henrick en Adriaen, kinderen van wijlen Jan Hanschoemakers hebben beloofd om aan Mechtelden weduwe van Dirck Houbraken, waarbij Mechteld het vruchtgebruik krijgt, en haar kinderen het erfrecht ( akte is niet afgemaakt en de rest van de bladzijde is verder geheel blanko). Later afgemaakt: ORA Oirschot (141b fol 359v no 108 dd 4-6-1575) Adriaen en Henrick, broers en kinderen van wijlen Jan Hantschoemakers anders genoemd Speecken, hebben beloofd om aan Mechtelden dochter van wijlen Adriaen Slootmakers weduwe van Dirck Houbrakens, waarbij Mechteld het vruchtgebruik krijgt en haar kinderen verwekt bij deze Dirck het erfrecht, een jaarlijkse rente van 5 gulden te gaan betalen. (…) marge: Met instemming van partijen doorgehaald, datum 27 december 1608.


Huwt (3) voor 1563

Agnes Dielis CORSTENS

FamilienaamIndex

Dochter van Dielis Corsten Zie 103.042

ORA Oirschot (139c fol 326 no 139 dd 26-3-1563) Jan Dirck Hanschoemakers als man van Agnesen dochter van Dielis Corstens doet afstand van zijn recht van vruchtgebruik inzake een stuk akkerland met een schuur die erop staat, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. Lisbeth weduwe en kinderen van Daniel die Metser, Jan Claessen, de weduwe en kinderen van Jan Dirck Hermans, de gemeenschappelijke straat. Hij doet er nu afstand van ten behoeve van Daniel Laenen als man van Merieken dochter van wijlen Henrick Mortels, en ten behoeve van Gijsbrecht van der After als man van Luijtgaerden ook dochter van genoemde Henrick Mortels namens diens voorkinderen verwekt bij genoemde Luitken en nog ten behoeve van Goijaerden Janssen van Steensel als man van Anna dochter van genoemde Henrick Mortels. (Idem no 140): Daniel Laenen in diens hoedanigheid, verder Gijsbrecht van der After op grond van een testament dat deze Gijsbrecht met Luitgaerden had gemaakt zoals ons schepenen voldoende is gebleken d.d. 24 januari 1562 in aanwezigheid van de H. Sacramenten en van heer Jan Bogaerts, priester en vice-pastoor van de St. Peterskerk te Oirschot, verder Goijaert Janssen van Steensel en nog genoemde Lijsken met Jan Dirck Hanschoenmakers en genoemde Goijaert als haar voogden, verkopen hierbij een stuk land met de schuur die erop staat nu aan Joirden Aerts van der Vloet.

Kinderen

  1. (uit 1) Jan Zie 12.900
  2. (uit 2) Ariaen (+voor 1595), vader van Geertruid, Dirck en Jenneke
  3. (uit 2) Henrick (+voor 1595), vader van Dirck, Aneke en Geertruid (vermeld ORA Oirschot 1595 no 190)
  4. (hypothetisch) Gerard, eigenaar van een rente van 18 lopen rogge verkregen van Jan Hanschoemackers, en overgedragen aan Joost Henrick Belaerts, priester (RA Oirschot 13-2-1560, inv nr 138c fol 17 no 75)
  5. Andries, vader van Jenneke gehuwd met Dirck Hans Caers van Lichtart (ORA Oirschot 1595)
TerugBegin van generatie

25.802   Goijaert Goossen GIJSBRECHTS

FamilienaamIndex 25.802 • Vader onbekend • Moeder onbekend

Overleden na 1553, voor 1569


Huwt

25.803   Anna Henrick OOMEN

FamilienaamIndex 25.803Vader 51.606Moeder 51.607

Overleden Oirschot na 1571

ORA Oirschot (Toirkens 141a fol 68 no 180 dd 30-12-1570) Anna dochter van wijlen Henrick Oomen weduwe van Goijaert Goossens, met Joerden Jan Joerdens Brouwers haar gekozen voogd doet afstand van haar recht van vruchtgebruik inzake een huis, tuin etc. gelegen te Oirschot herdgang Hedel, b.p. Jan Willem Smeijers, Jan van Esch, Willem Dielis Scremers, de gemeijnte. Ook nog inzake een beemd en een stuk land dat erbij ligt, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck, met het recht van overpad over het perceel van Dirck Janssn. van Ostaden, b.p. Dirck Janssn. van Ostaden, Zebrecht Willems van Cuijck, de erfgenamen van Gerit van der Lusdonck. Ze doet nu afstand ten behoeve van Goessen, Henrick en Ijken haar wettige kinderen en Anna belooft alle lasten van haar kant af te handelen.

(Doet in 1571 ook afstand van een hoeve in Notel aan deze kinderen.)

Kinderen

  1. Engeltje Zie 12.901
  2. Goessen (+na 1605, voor 1631, huwt Metgen Henrick van Creijelt (+na 1631)
  3. Henrick
  4. Oijken (Icken) (+voor 1605)
TerugBegin van generatie

25.804   Ghijsbert Mathijs Roefs van de TOERKEN

FamilienaamIndex 25.804Vader 51.608Moeder 51.609

Overleden na 2-5-1557, voor 1567

ORA Oirschot (Toirkens 131c fol 6v no 16 dd 20-1-1533) Gijsbrecht Mathijs Roefs als man van Iden dochter van wijlen Mathijs Huijskens heeft beloofd om aan Rutger Mathijs Huijskens die voortaan een jaarlijkse rente van 2 gouden Karolusguldens te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar, op onderpand van een akker groot ca. 3 en een half lopenzaad, genoemd dat Neijwe Erve, gelegen in Oirschot herdgang de Notel, b.p. Aert Jacops, de gemeenschappelijke straat, genoemde Rutger zelf, Margriet Mathijs Huijskens. Hij belooft het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de rente. De rente is altijd aflosbaar op Maria Lichtmisdag, mits er met Kerstmis vooraf is opgezegd, tegen betaling van 32 gouden Karolusguldens.

ORA Oirschot (Toirkens 130a fol 19v no 52 dd 1-2-1535) Gijsbrecht Mathijs Roefs als wettige man van Ijken dochter van wijlen Mathijs Huijskens, heeft beloofd om voortaan aan Jan Peter Gielissen die een jaarlijkse rente van 20 stuivers te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag op onderpand van een akker groot ca. 9 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang de Notel, b.p. Jan Francken, Jan van den Maerselaer, de gemeijnte, Goijaert Roestenborch. Gijsbrecht belooft het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de rente. De rente is altijd aflosbaar op Maria Lichtmisdag, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 16 gouden Karolusguldens.

ORA Oirschot (Toirkens 133a fol 86 no 187-8 dd 29-8-1538) Willem zoon wijlen Daniel Smetsers heeft als schuldenaar beloofd om aan Gijsbrecht zoon wijlen Mathijs Roefs (van de Toirken, JT) die 59 gouden Karolusguldens te gaan betalen per a.s. Pinksteren over twee jaar, waarvoor Willem zijn persoon en bezit als onderpand stelt. (Idem 188) Jan zoon wijlen Jan Joerden Swollifs heeft als schuldenaar beloofd om aan Gijsbrecht zoon wijlen Mathijs Roefs (van de Toirken, JT) die 118 gouden Karolusguldens te gaan betalen per a.s. Pinksteren over twee jaar. De schuldenaar beloofdt dat op onderpand van zijn persoon en al zijn bezit.

ORA Oirschot (Toirkens 134b fol 8 no 30 dd 24-1-1541) Mathijs zoon wijlen Willems Sbrouwers heeft beloofd om aan Gijsbrecht zoon wijlen Mathijs Roefs die een jaarlijkse rente van 20 stuivers te zullen gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag op onderpand van de helft van een beemd genoemd de Posdonck, groot ca. een bunder in totaal, gelegen in Oirschot herdgang Hedel, b.p. Daniel van der Meijen, Ursel weduwe en kinderen van Henrick van Ostaden, de gemeijnte.

ORA Oirschot (Toirkens 134b fol 19v no 68 dd 3-20-1541) Goijaert zoon wijlen Goijaert Loijs heeft beloofd om aan Gijsbrecht zoon wijlen Mathijs Roefs, waarbij die daarvan het vruchtgebruik krijgt en zijn wettige kinderen daarvan het erfrecht, die een jaarlijkse rente van 2 gulden te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag op onderpand van een beemd, groot ca. anderhalve bunder, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck, b.p. Bartholomeus Gerart Jacops, de gemeijnte genoemd 't HenricksLaer, meester Cornelis Opstal.

ORA Oirschot (Toirkens 134b fol 39v no 133 dd 2-3-1541) Geraert zoon wijlen Jacop Ketelaers verkoopt hierbij een beemd genoemd de Hasenput, gelegen in Oirschot onder Ameijden alhier, b.p. Jan Joirdens, Jacop Smetsers, de gemeijnte genoemd het Quinckersche Broeck, Claes Hoppenbrouwers. Het perceel wordt nu verkocht aan Gijsbrecht zoon wijlen Mathijs Roefs.

ORA Oirschot (Toirkens 134c fol 7v no 13 dd 19-1-1542) Henrick en Rutger, gebroeders en wettige kinderen van wijlen Mathijs Huijskens verwekt door deze Mathijs en wijlen IJken zijn wettige vrouw, dochter van wijlen Henrick Daniels verder Berta wettige dochter van wijlen genoemde Mathijs en IJken met mij als haar voogd, welke Berta weduwe is van Henrick Pennincks, verder Gerart, Jan, Willem en Mathijs, gebroeders en wettige kinderen van wijlen genoemde Henrick Pennincks en Berta, verder Herman zoon wijlen Henrick Hermans als wettige man van Ijken, verder nog Katalijn, beiden gezusters en wettige kinderen van genoemde Henrick Pennincks en Berten, met mij als haar voogd, en verder nog Margriet ook dochter van genoemde Mathijs en IJken weduwe van Jan Sbressers met Willem Elias Scilders als haar wettige man en voogd, verder nog Dirck en Jan, gebroeders en wettige kinderen van wijlen genoemde Jan Sbressers en Margriet, nog Gijsbrecht zoon wijlen Mathijs Roefs (van de Toirken), weduwaar van Iken wettige dochter van genoemde Mathijs en Ijken, verder Mathijs en Peter, gebroeders en wettige kinderen van genoemde Gijsbrecht Mathijs Roefs en Iken met Adriaen zoon wijlen Mathijs Roefs als hun voogd, die voor henzelf optreden en ook voor hun broers Gerard en Adriaen, hebben met elkaar een boedelverdeling gemaakt inzake het bezit dat hen is nagelaten door wijlen genoemde Mathijs Huijskens en Ijken, Bij deze verdeling krijgt Henrick zoon wijlen Mathijs Huijskens een beemd genoemd de Echendonck met recht van overpad over het erf volgens schepenbrieven die hij daarvan zegt te hebben, gelegen in Oirschot onder Ameijden alhier, b.p. de kinderen van genoemde Gijsbrecht Roefs, de kinderen van Goijaert Hoppenbrouwers, Henrick Willem Sbrouwers, de gemeijnte.

ORA Oirschot (Toirkens 135a fol 44 no 315 dd 22-10-1544) Gijsbrecht Thijssen heeft met een vonnis, afgegeven door schepenen van Oirschot, beslag mogen laten leggen op een beemd zijnde ca. anderhalve bunder groot, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck, b.p. Aert Barholomeus Gerart Jacops, de gemeijnte genoemd 't Henrickslaer, meester Cornelis Opstal en wel vanwege een achterstallige vordering van een jaarlijkse rente van 2 gulden die twee jaar onbetaald is gebleven. De rente vervalt steeds op Maria Lichtmisdag en de originele brief daarover dateert van 3 februari 1541 en de rente was eerder beloofd door Goijaert zoon wijlen Goijaert Loeks (of Loijs) aan genoemde Gijsbrecht. De heer van Oirschot heeft daarom beslag laten leggen op dat onderpand en Gijsbrecht heeft vervolgens Gijsbrecht Vlemminks benoemd om de procedure daarvoor voort te zetten, hetgeen vervolgens is gebeurd. Daarbij is het onderpand verkocht aan Elisabeth zijnde zijn vrouw en wel voor de twee gulden jaarlijks die 2 jaar onbetaald waren en voor de kosten van de procedure. Daarbij is nog een uiterste termijn van 3 dagen gesteld warop het onderpand afgelost kon worden maar Elisabeth heeft daarbij de koop behouden.

ORA Oirschot (Toirkens 138a fol 85 no 316 dd 6-10-1556) Gijsbert zoon wijlen Mathijs Roefs heeft met schepenbrieven van Oirschot zijn vordering en achterstand aangetoond inzake een jaarlijkse rente van 2 gulden die 3 jaar onbetaald is gebleven zoals hij zei, welke rente Goijaert zoon wijlen Goijaert Loijs deze Gijsbrecht had beloofd, waarbij Gijsbert het vruchtgebruik kreeg en diens wettige kinderen het erfrecht. De rente vervalt steeds op Maria Lichtmisdag op onderpand van een beemd groot ca. anderhalf bunder, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck, b.p. Bartholomeus Gerit Jacopszoon, de gemeijnte genoemd het Henrickslaer, meester Cornelis Verstallen, conform de originele brief daarover d.d. 3 februari 1531. Daarop hebben wij op aanwijzing van de Heer van Oirschot bepaald dat Gijsbert het onderpand in beslag mag laten nemen voor zover hij zijn vordering kan aantonen waarbij de rechten van anderen ook gerespecteerd moeten blijven. Na dat vonnis heeft Joerden van den Velde die daartoe vanwege Gijsbrecht was gemachtigd dit pand op de gebruikelijke wijze na 3 zondage publikaties daarvan in het openbaar te koop aangeboden. Gijsbert heeft een bod gedaan ter hoogte van de rente van twee gulden en 3 achterstallige termijnen en de gerechtelijke kosten hiervan. Omdat er verder niemand is gekomen die een hoger bod wilde doen, heeft Gijsbrecht het perceel verworven en in het vonnis is nog bepaald dat het onderpand ook als zekerheid dient voor een eventuele vordering van de heer van Oirschot voor zover wij daar zeggenschap in hebben.

ORA Oirschot (Toerkens 139b fol 83v no 273 dd 15-6-1562) Geraert Gijsbrecht Mathijssen heeft beloofd om voortaan aan Mathijs Gijsbrecht Mathijssen die een jaarlijkse rente van 3 gulden te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin etc. groot ca. 14 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. de Larendijck, Dircks Verhamsvoort, de Laer, de weduwe van Niclaes Bloecks. (…) (Idem 274) Geraert Gijsbrecht Mathijssen heeft beloofd om aan Andriessen Jan Scellekens ten behoeve van het minderjarige kind van (moet zijn: Mathijs zoon van) Gijsbrecht Mathijssen verwekt bij Anna dochter van Jan Scellekens, die een jaarlijkse rente te gaan betalen van 2 gulden steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag op onderpand van het bezit uit de voorgaande akte. (niet afgemaakt…) (Idem 275) Geraert Gijsbrecht Mathijssen heeft als schuldenaar beloofd aan Andriessen Jan Scellekens en aan Jan Henrick Goijaerts ten behoeve van het minderjarige kind van Gijsbrecht Mathijssen verwekt bij Anna dochter van Jan Scellekens, die een bedrag van 32 gulden te zullen gaan betalen per a.s. Maria Lichtmisdag over 4 jaar en onderwijl een jaarlijkse rente van 2 gulden per jaar waarvan de eerste termijn vervalt per a.s. Maria Lichtmisdag. (Idem 276) Mathijs Gijsbrecht Mathijssen doet afstand van zijn recht van vruchtgebruik inzake het vijfde deel van een beemd, gelegen in Oirschot herdgang Straten ter Ameijden, b.p. Willem Henrick Goijaerts, Jan Gerits en Jan Joirdens, de gemeijnte. Hij doet er nu afstand van ten behoeve van de voogden over het minderjarige kind van genoemde Mathijs verwekt bij Anna dochter van Jan Scellekens. (…) (Idem no 277) Jan Henrick Goijaerts heeft beloofd om aan Adriaen Gijsbrecht Mathijssen die een bedrag van 24 gulden te zullen gaan betalen, per a.s. St. Jansdag over twee jaar en onderwijl een jaarlijkse rente van 30 stuivers waarvan de eerste termijn vervalt per a.s. St. Jansdag over een jaar.

ORA Oirschot (Toirkens 138a fol 52 no 247 dd 3-5-1557) Henrick Marcelis Dielissen en Gijsbert Mathijssen als man van Margriet dochter van genoemde Marcelis Dielissen, verkopen een jaarlijkse rente van 20 stuivers met twee vervallen en een lopende termijn, welke rente Jan Jan Gijsbrechts junior eerder had beloofd aan Henrick Marcelissen en aan diens zuster Margriet, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag, op onderpand van een huis, tuin etc. gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. Peter Lauwreijssen, de gemeenschappelijke straat, conform een schepenbrief van Oirschot. De rente wordt nu verkocht aan Jan Dielis Hoppenbrouwers onze collega schepen.

ORA Oirschot (Toirkens 134a fol 156v no 71 dd 27-2-1586) Jan zoon wijlen Mathijs Ghijb Thijs, Jan zoon wijlen Adriaen Jansen als man van Anna dochter van genoemde Mathijs, Jan zoon wijlen Gerits inde Haperdonck als voogd over Ijken dochter van genoemde Mathijs en verder Jan en Mathijs, broers en zonen van wijlen Peter Ghijb Thijs en nog Adriaen Joosten van Laerhoven en Wouter Gijsberts van Cathuizen als voogden over Thonisken, Emkenen, Ijken en Catharijn kinderen van genoemde Peter Ghijb Thijssen, verder Wouter zoon wijlen Gerart Ghijb Tijssen, Danel van Berendonck en genoemde Wouter nog als voogden over Dingen en Ijken, die aanwezig zijn, en over Marien en Catharijnen gezusters en dochters van genoemde Gerard Gijb Thijssen, verder nog Peter zoon wijlen Marten Coolen als voogd over Ariken dochter van Adriaen Ghijb Thijs en tenslotte nog wijlen Elisabet dochter van Gijsbert Mathijssen, hebben een boedelverdeling gemaakt inzake de nalatenschap van wijlen Gijsbert Mathijssen (Roefs van den Toerken). Bij deze verdeling hebben de kinderen van wijlen Mathijs Gijben Matijssen een akkertje gekregen dat vroeger weiland is geweest, genoemd de Casteren, gelegen in Oirschot herdgang Straten groot ca. 2 lopenzaad, b.p. Gelden Zeben, Jan Goossens en Claes Peters. Verder krijgen ze nog 8 gulden 6 stuivers en drie oort eenmalig van Ariken dochter van Arien Gijb Thijs te ontvangen per a.s. oogsttijd. Bij deze verdeling krijgen de kinderen van Peter Gijb Thijs een akker genoemd de Vuitvanck groot ca. 3 lopenzaad gelegen in Oirschot herdgang de Notel, b.p. Jan van Berendonck, de kinderen van Niclaes Vlemincks. Uit dit erfdeel moet jaarlijks 6 lopen rogge worden betaald aan het St. Huibrechtsaltaar genoemd het H. Sacramentsaltaar en de dorpslasten. De kinderen krijgen 8 gulden 6 stuivers en drie oort eenmalig van de kinderen van Gerart Gijb Thijs. Bij deze verdeling krijgen de kinderen van Gerard Ghijb Thijs de helft van een stuk land met de halve hofstede voor een helft groot ca. vier en een halve lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang de Notel, b.p. voor het geheel Wouter van Cathuizen, de kinderen van Adriaen van de Maerselaer. Uit dit erfdeel moet jaarlijks de helft van 10 lopen rogge worden betaald aan Jonker Jan de Bever. Verder moeten ze aan de kinderen Mathijs, Peter en Elisabeth 12 en een halve gulden betalen per a.s. oogsttijd. Bij deze verdeling krijgt Arike dochter van Ariaen Gijb Thijssen de helft van de hofstede gelegen herdgang de Notel in totaal groot ca. 9 lopenzaad, b.p. Wouter van Cathuizen, de kinderen van Adriaen van de Maerselaer. Uit dit erfdeel moet jaarlijks de helft van 10 lopen rogge worden betaald aan Jonker Jan de Bever en aan de kinderen van Mathijs Gijb Thijs, Peter Gijb Thijs en aan Elisabeth Gijb Thijs 12 en een halve gulden per a.s. oogsttijd. Bij deze verdeling krijgt wijlen Elisabeth een beemdje groot ca. twee lopenzaad gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. de Echendonck, Corsten Bollen. Uit dit erfdeel moet jaarlijks twee blanken grondchijns worden betaald. Het erfdeel krijgt van de kinderen Gerart Gijb Thijs en van Ariaen Gijb Thijs 8 gulden 6 stuivers en drie oort eenmalig per a.s. oogsttijd.

(Idem no 72) Genoemde erfgenamen uit de vorige akte behalve Elisabeth hebben een boedelscheiding gemaakt inzake de nalatenschap van hun overleden tante Elisabeth.

Bij deze verdeling kijgen de kinderen van Mathijs Ghijb Thijs een beemd genoemd het Echendonck, gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. de Echendonkse voort, Corsten Bollen. Hieruit moet jaarlijks twee blanken grondchijns worden betaald aan de heer van Oirschot, en nog 6 gulden 6 stuivers en 3 oort aan de andere erfgenamen per a.s. oogsttijd.

Bij deze verdeling hebben de kinderen van Peter Ghijb Thijssen de helft van drie en een halve lopenzaad grond gekregen gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. de oude hofstede. Ook krijgen ze nog anderhalf vierde deel in een beemd groot ca. een bunder gelegen in de 12 bunders aldaar, b.p. Elisabeth weduwe van Peter Jan Pouwels, het stuk dat er van is afgedeeld. Uit dit erfdeel moet jaarlijks 6 stuivers grondchijns worden betaald aan de Heer van Oirschot.

Bij deze verdeling hebben de kinderen van Gerart Gijb Thijssen voor 5 delen en Ariken minderjarige dochter van Adriaen Ghijb Thijs voor een zesde deel, samen een rente van 4 gulden per jaar verkregen te ontvangen van Dirck Verroten, nog twee gulden per jaar te ontvangen van Dielissen Rutgers, nog twee en een halve gulden per jaar te ontvangen van Ijken weduwe Jan Jan Thomas Vermeijden, nog 30 stuivers per jaar te ontvangen van Goossen Peter Corstens, alle pachten te ontvangen met twee vervallen en een lopende termijn.


Huwt (1)

25.805   Iken Mathijs HUISKENS

FamilienaamIndex 25.805Vader 51.610Moeder 51.611

Geboren ca. 1490
Overleden voor 1542


Huwt (2) voor 1544

Elisabeth N.

Index


Huwt (3)

Margriet Marcelis Jan DIELISSEN

FamilienaamIndex

Overleden voor 1586

ORA Oirschot (Toirkens 138a fol 75v no 278 dd 15-4-1556) Gijsbert zoon wijlen Mathijs Peter Roefs (weduwnaar van Ijken Mathijs Huijskens) en zijn vrouw Margriet dochter van wijlen Marcelis Jan Dielissen, welke Gijsbrecht ziek is en Margriet daarentegen gezond, beiden in het bezit van hun verstandelijke vermogens, hebben met wederzijdse instemming hun testament opgemaakt. (…)Voor begane zonden etc. vermaken ze aan de fabriek van de St. Lambrechtskerk te Luik 1 stuiver eens, na hun dood te ontvangen. Als Gijsbert eerst komt te overlijden vermaakt hij hierbij zijn vrouw Margriet vanwege door haar verrichte arbeid die ze heeft verricht bij het timmeren van het huis waar ze nu in wonen en ook anderszins, haar een jaarlijkse rente van 4 en een halve gulden op onderpand van het bezit van Gijsbrecht en geeft daarvoor speciaal bevoegdheid aan haar. De eerste termijn van die rente binnen een jaar na zijn dood te ontvangen en verder krijgt ze die zolang ze leeft, maar niet langer dan als zodanig, zodat ze met deze lijfrente een woning kan huren op de plek waar ze dat wil. Verder vermaakt Gijsbrecht zijn vrouw Margriet al zijn roerende bezit dat hij na zijn dood zal achterlaten, welk bezit ze zolang ze leeft mag gebruiken hetzij huisraad, houtwerk en wel alles wat niet nagelvast is. Na het overlijden van Margriet zal dat bezit versterven op de wettige kinderen van Gijsbrecht en die kinderen van Gijsbrecht zijn dan ook gehouden om na de dood van Margriet aan de erfgenamen van Margriet die 8 gulden eens te betalen. Indien Margriet eerder komt te overlijden dan de testateur, vermaakt ze al haar bezit aan Gijsbert die dat ook zijn leven lang mag gebruiken.

Kinderen

  1. Gerart Zie 12.902
  2. Mathijs Ghijsbrecht Mathijssen Roefs van de Toerken (+voor 1586), huwt Anna Jan Schellekens, ouders van Anna en Ijken, vermeld ORA Oirschot 20-2-1597, en Jan (+na 1604), minderjarig in 1562, 1565.
  3. Peter (+voor 1604), vermeld ORA Oirschot 1597, 1602, vader van Mathijs (40 jaar in 1604), gehuwd (1) met Beertgen Jans van der Hobbelen (1617 vermeld als moeder van Mathijs, Frans, Iken, Emken en Jan) en (2) met Elisabeth Michiel Verhoeven, Zie 25.841
  4. Adriaen
  5. Elisabeth (+voor 1586)
TerugBegin van generatie

25.806   Wouter Willem BROUWERS

FamilienaamIndex 25.806Vader 51.612Moeder 51.613

Overleden Oirschot tussen 1-2-1554 en 3-2-1556

ORA Oirschot (Toirkens 137a fol 80 no 296 dd 7-9-1552) Henrick Thoniszoon van Ginhoven als man van Lisbeth dochter van Jans die Brouwer, verder Jacop, Henrick, Jenneken en Jenneken, gezusters en allen kinderen van genoemde Jan Brouwers met Henrick Hoppenbrouwers als hun voogd, verkopen hierbij het derde deel van een huis, tuin, grond etc. groot ca. 3 lopenzaad, gelegen in herdgang de Kerkhof aan de Heuvel aldaar, b.p. de kinderen van Gerit Schoets, de gemeijnte. Ze verkopen dit bezit nu aan Wouter Willems Sbrouwers en diens kinderen verwekt bij Digne dochter van Henricks van Berendonck, waarbij deze Wouter van dat derde deel de helft daarvan in vruchtgebruik mag hebben en zijn kinderen voor de andere helft daarvan het erfrecht. (…) (Idem no 297) Marie dochter van Willem Brouwers met Daniel die Metser als haar gekozen voogd verkoopt hierbij het derde deel van een huis etc. zoals staat vermeld in de voorgaande akte nu aan Wouter Willem Sbrouwers zijnde haar broer en aan diens wettige kinderen. (Idem 298) Wouter Willem Brouwers, verder Lauwereijs en Willem kinderen van genoemde Wouter, die ook handelen voor Lisbeth en Aleijt hun zusters, hebben beloofd om aan de 5 kinderen van Jan die Brouwer, Wouter daarbij voor de helft en diens kinderen ook voor de helft, die een bedrag van 42 gulden te zullen gaan betalen per a.s. Maria Lichtmisdag samen met een halve huursom die genoemde Wouter schuldig was danwel met a.s. Pinksteren met de volledige huur. (Idem 299) Genoemde Wouter Willem Brouwers met zijn kinderen en hun voogden hebben beloofd om aan Marien dochter van Wouter Brouwers, waarbij Wouter daarvan de helft betaalt en diens kinderen de andere helft, die een bedrag van 42 gulden te zullen gaan betalen per a.s. Pinksteren over een jaar met een rente tegen de penning zestien.

ORA Oirschot (Toirkens 137b fol 18 no 62 dd 1-2-1554) Dirck zoon wijlen Jan Castermans heeft als schuldenaar beloofd om aan Wouter Willem Sbrouwers die een bedrag van 51 gulden te zullen gaan betalen per heden datum over een jaar.

Op 3-2-1556 in ORA Oirschot: belending door ‘de kinderen van Wouter Sbrouwers’.

ORA Oirschot (Toirkens 138a fol 94 no 421 dd 13-10-1557) Lauwreijs zoon wijlen Wouters Brouwers, Lisbet en Aleijdt gezusters en dochters van genoemde Wouter Brouwers met hun voogden Geerit Janssoen Verhoeven en Henrick van Berendonck, verkopen het huis met tuin etc., welk huis genoemde Wouter voor een derde deel heeft verkregen van Henrick Thonisssoon van Ginnoven als man van Lisbet dochter van Jans die Brouwer, verder van Jacop, Henrick, Jenneken de oudste en Jenneken de jongste, kinderen van genoemde Jan de Brouwer met hun voogd Henrick Hoppenbrouwer, verder nog voor een derde deel van Marie dochter van Willem Brouwers en waarvan Wouter zelf ook het derde deel bezat. Het huis ligt te Oirschot aan de Huevel, b.p. de kinderen van Gerit Schoet, de gemeijnte, conform een schepenbrief van Oirschot. Ze verkopen dit huis nu, na een hiervoor verkregen schepenbankdecreet aan Michiel Gerits van der Vlueten (…) (idem 422) Michiel Geritszoon van der Vleuten heeft als schuldenaar beloofd om aan Lauwreijs, Lisbet en Aleijt uit de vorige akte een bedrag van 153 gulden te zullen betalen (…) (Idem 423) Lauwreijs zoon wijlen Wouters Brouwers en Lisbet dochter van genoemde Wouter Brouwers met haar voogd Gerit Janssen Verhoeven verkopen hun twee derde delen van een schuur met een daarbij gelegen dries, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof aan de Huevel, b.p. Peter Michiel Verhoeven, Cornelis Blocks, de Laerdijck, Marcelis Smolders. Ook verkopen ze nog twee derde delen groot ca. een lopenzaad en 14 roeden grond ter zelfder plaats gelegen. Deze perceelsgedeeltes verkopen ze nu op grond van een daarvoor verkregen schepenbankdecreet aan hun zuster Aleijdt dochter van genoemde Wouter Brouwers en ze beloven alle lasten van hun kant af te handelen, behalve een jaarlijkse pacht van 4 lopen rogge aan de rector van het St. Wilbortsaltaar en nog 3 blanken grondchijns. (Idem 424) Genoemde Aleijt met haar voogd Henrick van Berendonck heeft beloofd om aan Lauwreijs en Lisbet uit de vorige akte een bedrag van 58 gulden te zullen betalen.

ORA Oirschot (Toirkens 138b fol 28 no 109 dd 16-2-1558) Lauwerijs en Aleijdt wettige kinderen van wijlen Wouter Sbrouwers hebben als hun zaakwaarnemer benoemd Dirck Adriaens om namens hen al het bezit dat ze hebben geerfd van wijlen Betken dochter van Jan Reiniers alias de Voldere, gelegen in de stad Antwerpen, namens hen te verkopen.


Huwt (1) voor ca. 1530

25.807   Digna Hendriks van BERENDONCK

FamilienaamIndex 25.807Vader 51.614Moeder 51.615

Overleden voor 1552


Huwt (2) ca. 1552

Katalijn N.

Index

ORA Oirschot (Toirkens 137a fol 42 no 208/9 dd 15-6-1551) Anna weduwe van Henrick Lupprecht van Hersele met Jan Rutgers als haar voogd doet hierbij afstand van haar recht van vruchtgebruik inzake het huis met grond etc. groot ca. 10 of 11 lopenzaad, gelegen in herdgang Spoordonck, b.p. Daniel Toirkens, Natael Vos, Peter Wouters cum suis, de gemeijnte genoemd het Lieveld, de gemeenschappelijke straat. Ze doet er nu afstand van ten behoeve van haar wettige kinderen Lenaert en Lupprecht voor zover dat die daar een lening op kunnen opnemen van Katalijn weduwe van Henrick Vos en haar kinderen ten bedrage van 3 gulden per jaar, maar voor niet meer dan dat. (Idem 209) Lenaert en Lupprecht, gebroeders en wettige kinderen van wijlen Henrick Lupprechts van Hersel, hebben beloofd om voortaan aan Katarijnen weduwe van hiervoor nu echtgenote zijnde van Wouter Brouwers die daarvan het vruchtgebruik krijgt en haar wettige kinderen zoals hiervoor vermeld daarvan het erfrecht, die een jaarlijkse rente van 3 gulden te gaan betalen, steeds vervallend op St. Jansdag van elk jaar op onderpand van het huis etc. uit de voorgaande akte.


Zij huwt (1)

Wouter VOS

FamilienaamIndex

Overleden voor 1551

Kinderen

  1. Lauwereijs
  2. Willem (+voor 1557)
  3. Lisbeth, onmondig in 1557
  4. Aleijt Zie 12.903
TerugBegin van generatie

25.816   Lambert Marten van den COLLENBERG

FamilienaamIndex 25.816Vader 51.632Moeder 51.633


Huwt

25.819   N.N.

Index 25.819 • Vader onbekend • Moeder onbekend

Kinderen

  1. Marten Zie 12.908
  2. Ansem
TerugBegin van generatie

25.820   Jan Jans van OSCH

FamilienaamIndex 25.820Vader 51.640Moeder 51.641

Overleden na 1557, voor 1563

Heilige Geestmeester (ORA 1550)

ORA Oirschot (137b fol 67v no 272 dd 21-4-1554) Jan van Os verkoopt hierbij een jaarlijkse pacht van 13 lopen rogge, Oirschotse maat, welke pacht Henrick Jan Vremans eerder had beloofd aan Dirck die Crom, op onderpand van een stuk land genoemd de Loo, gelegen in de Aerlesche akkers, b.p. Henrick Volneggers, Jan Vremans, conform eens schepenbrief van Oirschot van het jaar 1380. Ook verkoopt hij nog 12 lopen rogge per jaar zelfde maat, welke pacht Dirck die Crom eerder had verkregen van Geertruid dochter van Willem Castermans en deze Dirck had verkocht ten behoeve van Aert genoemd de Vogelaer van Vught, op onderpand van een akker genoemd de Moestakker, gelegen tussen de tuin van Willem Leemans en het erf genoemd die Moest, conform een schepenbrief van Den Bosch d.d. 15 december 1418. Hij verkoopt deze pachten nu aan Lauwerijssen Aerts van der Hoeven (…).

ORA Oirschot (138a fol 51 no 241 dd 7-5-1557) Dirck zoon wijlen Jans de Crom verkoopt een stuk land groot ca. 3 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Aerle, b.p. Jan Joosten, de weduwe van Daniels van den Dijck, het erf van de armen van Amelrijck Boots, de gemeenschappelijke straat. Het perceel wordt nu verkocht aan Mathijssen Daneel Wilborts en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen, behalve een jaarlijkse pacht van 10 lopen rogge aan Jan van Os, nog het derde deel van een oude grote per jaar aan genoemde Jan en de dorpslasten.

ORA Oirschot (139c fol 366v no 256 dd 22-10-1563) Mathijs Daniel Willems als eerdere echtgenoot van Heijlwich dochter van wijlen Dircks van den Maerselaer verkoopt een akker genoemd de Clammergaten, gelegen in Oirschot herdgang Aerle, (…) aan Jan Dircks van Ham en Mathijs belooft nu samen met Adriaen Verheijden aan de toekomstige erfgenamen hiervan omdat deze akker dermate zwaar was belast met schulden, dat ze alle lasten van hun kant af zullen handelen en voor hun rekening nemen behalve een jaarlijkse pacht van 10 lopen rogge aan Jan van Osch, nog 3 gulden per jaar aan Jenneken weduwe van Jan van Mol, nog een halve stuiver chijns aan de erfgenamen van Jan van Osch, nog 3 gulden per jaar aan genoemde Jan als koper, welke rente deze Jan aan Jenneken weduwe van Jan Mol heeft afgelost.

ORA Oirschot (142c fol 440 no 38 dd 2-12-1583) Goijaert zoon wijlen Gijsbrechts Hoppenbrouwers heeft beloofd om voortaan aan Jan zoon Gerit Marcelis als man van Marieken dochter van Jan van Os een jaarlijkse rente te gaan betalen van 5 gulden en 5 stuivers, (…). Daarbij heeft genoemde Jan Gerit Marcelissen verklaard dat hiermee een pacht van 17 lopen rogge per jaar is afgelost Oirschotse maat, welke pacht deze Goijaert en diens voorgeslacht jaarlijks hebben betaald aan genoemde Jan van Os indertijd en nu aan Jan Gerit Marcelissen. Jan geeft daarvoor kwijting en zegt dat de brieven daarover, zo die er al zijn, niet langer geldig zullen zijn, (voldaan 15-12-1588)


Huwt

25.821   N.N.

Index 25.821 • Vader onbekend • Moeder onbekend

Margriet dochter van Niclaes van der Heijden?

Kinderen

  1. Peter Zie 12.910
  2. Marieke (+na 1583), huwt Jan Gerit Marcelis (+na 1588)
TerugBegin van generatie

25.822   Nicolaes Jan GOOSSENS

FamilienaamIndex 25.822Vader 51.644Moeder 51.645

Overleden na 12-3-1599, voor 26-2-1601

Schepen van Oirschot 1560, 1563, 1569, 1572, 1575, 1578, 1581 (elke drie jaar afwisselend met broers Peter en Jan Jr.); corpuslid 1582, kerkmeester 1565, 1567.

Dossier boedelscheiding 1598 (ORA Oirschot inv A0217 nr 2680)

ORA Oirschot (137b fol 28 no131 dd 14-2-1553) Meester Gabriel zoon wijlen meester Baltasar van Vlierden, priester en kanunnik van de St. Bavokerk te Gent, verkoopt hierbij een akker genoemd de Geskens akker, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. de kinderen van Aert Thomassen van den Ven, de gemeenschappelijke straat, Adriaen Willems van den Hovel. Hij verkoopt het perceel nu aan Niclaes Jan Goessens (…) (idem 132) Niclaes zoon wijlen Jan Goessens en met hem Wouter Thomaes van den Venne als zijn borg hebben samen en ieder hoofdelijk beloofd om aan meester Gabriel van Vlierden die een bedrag van 320 gulden te zullen gaan betalen per a.s. Maria Lichtmisdag. Als onderpand verbinden zij hiervoor speciaal een akker genoemd de Geeskens akker.

ORA Oirschot (137b fol 87 no 342 dd 15-10-1554) Jacop zoon wijlen Willem Jacops verkoopt hierbij zijn vordering van 26 gulden en tien stuivers welk bedrag heer Henrik Ariens die Harnismaker priester deze Jacop is verschuldigd vanwege de levering van bijen, vervallend per afgelopen St. Bavodag. Hij verkoopt deze vordering nu aan Niclaes Jan Goessens.

ORA Oirschot (139b fol 105v no 347 dd 6-10-1562) Henrick Gijsbrechts van Kerkoerle verkoopt een akker genoemd de Doderom, groot ca. 3 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. Aerts van Genuchten, Wouter Thomassen van den Venne, Peter Verhaegen, met meer anderen, een gemeenschappelijke weg, welke akker hij middels uitwinning heeft verkregen en hij verkoopt deze nu aan Nicolaes Jan Goessens.

Idem (fol 117v no 378 dd 5-12-1562) Nicolaes Jan Goessens verhuurt hierbij aan Henrick Loijen een hofstede met toebehoren, gelegen onder Liempde, en wel voor een periode van 8 jaar, waarbij elk van de partijen halverwege de ternmijn kan opzeggen, hetgeen dan wel met Kerstmis daaraan voorafgaand dient te worden opgezegd. Henrick als huurder belooft hiervoor als huursom een bedrag van 36 gulden te zullen betalen waarvan de eerste termijn vervalt per a.s. Pinksteren over een jaar en het koren dat hij zal oogsten is ieder voor de helft. (…).

ORA Oirschot (140a fol 149v no 309 dd 3-12-1566) Peeter natuurlijke zoon van heer en meester Henrick Hoze, volledig gemachtigd door deze Henrick Hoze, zijnde zijn vader voor het navolgende en zoals ons als schepenen voldoende is gebleken volgens een machtiging opgemaakt voor heer Jan Goijaerts als notaris en getuigen Andries Hubrechts en Goijaerden Niclaessen te Boxtel d.d. 30 november 1566, verkoopt hierbij een jaarlijkse rente van twee gulden met twee vervallen en een lopende termijn, welke rente Jan zoon wijlen Aert Jacop Smollers eerder had beloofd aan Henrick Hoozen steeds vervallend op St. Jansdag op onderpand van een huis, tuin etc. groot ca. 9 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Straten. Ook nog op onderpand van een beemd genoemd de Blaeckenbeemd, met 3 akkers land erbij gelegen die onafgemaakt zijn, de ene genoemd de Stockakker, de andere dat Groot Laer en de derde het Kleine Laer, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, conform een schepenbrief van Oirschot d.d. 24 juli 1536. De rente wordt nu verkocht aan Niclaes Jan Goessens.

ORA Oirschot (140b fol 378 no 44 dd 7-2-1569) Genoemde Lauwreijs heeft als schuldenaar beloofd om aan Niclaes Jan Goessens een bedrag van 12 gulden en 5 stuivers te zullen betalen.

Idem (fol 411 no 154 dd 15-11-1569) Henrick zoon wijlen Peters die Leeuw verkoopt een jaarlijkse rente van 6 gulden met een vervallen en een lopende termijn, die hem toebedeeld is geweest bij de verdeling met de andere erfgenamen van genoemde Peter, en welke rente de kinderen van deze Peter hebben geerfd van wijlen Henrick Jan Seijsemakers verwekt bij Jenneke en welke rente Odulph zoon Peters die Schoenmaker eerder had beloofd aan Jenneken weduwe van genoemde Henrick Jan Seijsemakers, steeds vervallend op St. Jansdag van elk jaar in Den Bosch te betalen op onderpand van een huis, grond en akker, groot ca. 7 lopenzaad, genoemd de Keelbraecke, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. Dirck Joordens, Joost Andriessen met meer anderen, de gemeenschappelijke straat, Geeraerts van Best en meer anderen conform diverse schepenbrieven daarover van Den Bosch. Hij verkoopt deze rente nu aan Niclaes Jan Goessens onze collega schepen.

ORA Oirschot (141a fol 104v no 48 dd 11-1-1571) Henrick zoon Willem Andriessen heeft beloofd om aan Niclaes Jan Goessens een bedrag van 34 gulden te zullen betalen binnen nu en 13 dagen.

Idem (fol 107 no 56 dd 12-2-1571) Goessen en Henrick, broers en kinderen van wijlen Goijaert Goessens, voor henzelf en ook optredend voor hun zuster Ijken, hebben beloofd om aan Niclaes Jan Goessens ten behoeve van Agnese dochter van Jan Gijsbrechts van Kerkoerle, een jaarlijkse rente van 4 gulden te gaan betalen.

ORA Oirschot (141a fol 182v no 93 dd 21-7-1572) Bartholomeus en Peter, broers en kinderen van wijlen Henrick zoon Peter Bartholomeus Scrommen, verkopen een rente van 6 gulden per jaar, welke rente Goessen zoon Adriaen Roelofs eerder had verkocht aan genoemde Bartholomeus ten behoeve van diens vader Henrick, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en te betalen in de stad Den Bosch, op onderpand van een huis met tuin, schuur etc. groot ca. 6 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. Dircks van Waelre, de gemeenschappelijke straat, Rutger Henricks conform een schepenbrief van Den Bosch d.d. 1 februari 1560, welke rente van 6 gulden genoemde Peter bij een boedelverdeling toebedeeld is geweest, eveneens volgens een schepenbrief van Den Bosch. De rente wordt nu met een lopende termijn verkocht aan Niclaes Jan Goessens onze collega schepen.

Idem (fol 185 no 100 dd 23-8-1572) Kaerl zoon wijlen heer Dircks van den Meer als man van Cathalijn dochter van Jan Peter Daniels verwekt bij Aleijten dochter van Niclaes Smulders, verkoopt de helft van een jaarlijkse rente van 6 gulden die hij in zijn hoedanigheid bij een boedelverdeling heeft verkregen met de andere kinderen van genoemde Jan Peters Daniels en Aleijt, welke rente Jacop zoon Willem Lonis van den Dooren eerder had beloofd aan Geerarden zoon wijlen Claes Smolders ten behoeve van de uitvoering van het testament van wijlen heer Jans van der Lusdonck die men ook wel Jan Smolders noemt. De rente vervalt elk jaar op Maria lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin etc. groot ca. 4 lopenzaad, gelegen in Oirschot onder Boterwijck, b.p. de kinderen van Jan Peter Danels, Elisabeth weduwe en kinderen van Jan Vos. Ook nog op onderpand van een akker groot ca. 6 lopenzaad, ter zelfder plaatse gelegen, b.p. de kinderen van Jan Peter Danels, Gijsbrecht Pels, conform een schepenbrief van Oirschot d.d. 15 oktober 1539. De rente wordt nu verkocht aan Niclaes Jan Goessens onze collega schepen.

ORA Oirschot (142a fol 166 no 12 dd 22-4-1579) Jan zoon wijlen Joost Crijns verkoopt het weiland genoemd Tsalder dat hij in de voorgaande akte heeft verkregen van Corstiaen Jan Corstens en Corstiaen op zijn beurt had gekocht van de erfgenamen van wijlen Jan Crijns, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. de tafel van de H. Geest in Den Bosch, de kinderen van Odulphus Peter Haecks, Henrick Spierinkcs, de weduwe van Goijaert Maes, condorm een schepenbrief van Oirschot. Hij verkoopt het perceel nu aan Niclaes Jan Goessens.

ORA Oirschot (142b no 205 dd 29-12-1581) Niclaes zoon wijlen Jan Goossens onze collega schepen heeft beloofd om aan Aerden Antonis Sgraets ten behoeve van Henrick Lodewijk Timmermans een jaarlijkse rente van 14 gulden te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin etc. groot ca. 6 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Naastenbest, b.p. Peter Jan Corstiaens, de weduwe van Jan Henrick Goijaerts en meer anderen, een gemeenschappelijke straat genoemd aan de Paelgiaert. (…).

ORA Oirschot (142c fol 373 no 90 dd 22-5-1582) Niclaes zoon wijlen Jan Goessens als man van Annen dochter van wijlen Peter Haecks, verkoopt de jaarlijkse rente van 3 gulden met alle vervallen en lopende termijnen welke rente Dirck de Hoppenbrouwer aan genoemde Peter eerder had beloofd. De rente vervalt elk jaar op St. Jansdag op onderpand van een huis, tuin etc. in totaal ca. 3 mudzaad groot, gelegen in Oirschot herdgang de Notel, b.p. de straat, Bertken Toerkens, Alaert Lippen en meer anderen, Goijaert Willems, de gemeenschappelijke straat, conform een schepenbrief van Oirschot d.d. 5 juni 1537. Hij ruilt deze rente met een rente van 3 gulden en tien stuivers welke rente Aert van der Straten op het bezit van genoemde Niclaes heft en welke laatste rente hiermee is vervallen. (…).

ORA Oirschot (143a fol 65 no 135 dd 3-8-1584) Niclaes zoon wijlen Jan Goossens als uitvoerder van het testament van wijlen heer en meester Jan Haex op grond van dit testament dat werd opgemaakt voor heer Joordenen Thoerkens, priester in plaats van de pastoor, waarbij de H. Sacramenten zijn toegediend d.d. 21 september 1571 zoals ons is gebleken, verkoopt het huis met tuin etc. welk huis Jan Haex eerder in een ruil had verkregen van Jacop Thomas van Kerkoerle (…) aan Dirck Willem Dirks genoemd Faes (…).

ORA Oirschot (143a fol 127 no 195 dd 30-9-1585) Dirck zoon wijlen Dirks de Hoppenbrouwer is eerder gehuwd geweest met Heijlken dochter van Niclaes Jan Goossens en deze Heijlken is aan de pest overleden en heeft een zoon Peter achtergelaten. Dirk heeft slecht weinig persoonlijk bezit van deze Heijlken geerfd zoals Niclaes Jan Goossens ook verklaart, behoudens een koe en een bed en een jaarlijkse rente van 8 gulden vanwege de huwelijkse voorwaarden die destijds zijn gemaakt. Verder heeft Dirk van zijn vader Dirk ook geen goederen ontvangen en er zijn geen vaste goederen verdeeld omdat beide ouders van hem nog in leven waren en er zijn ook geen bezittingen in het huwelijk verworven omdat de ziekte van de pest waarmee Dirck zelf ook was besmet en waaraan Heijlke is gestorven er grote kosten zijn gemaakt. En dat vanwege het schrobben, het ziekbed, de uitvaart etc. waaraan veel geld is besteed en er was zelfs niet genoeg geld om die onkosten te betalen. Om daarover in de toekomst geen onmin te verkrijgen zijn nu verschenen Dirck de Hoppenbrouwer, partij enerzijds en Niclaes Jan Goossens, grootvader, Peter Jan Goossens en Goessen Dirck Hoppenbrouwers ooms en voogden van genoemde minderjarige Peter ter andere zijden en hebben de volgende regeling gemaakt. Dirck is in geen enkel opzicht verplicht om aan iemand iets van de roerende goederen te geven behalve in het geval deze Peter komt te huwen of enige ander geestelijke status heeft. Die krijgt dan een koe, een bed met toebehoren. Omdat genoemde Niclaes bij de huwelijkse voorwaarden aan deze Dirck een jaarlijkse rente had beloofd van 12 gulden, waarvan niet meer dan 8 gulden werkelijk is gegeven, belooft Niclaes aan Dirck dat hij deze belofte zal vernieuwen en daarvoor is Dirck de Hoppenbrouwer verplicht zijn zoon Peter groot te brengen totdat die in staat is zelf zijn kost te verdienen. De rente komt voor de helft toe wat betreft erfrecht aan Peter en zodra deze huwt krijgt hij de andere helft. Omdat Dirck de Hoppenbrouwer, vader van genoemde Dirck de Hoppenbrouwer is overleden tijdens het huwelijk van deze Dirck en Heijlke en waarbij Peter dus gerechtigd is in diens nalatenschap, zal Dirk de Hoppenbrouwer dit erfgoed zolang blijven bezitten waarmee hij zijn zoon Peter naar school kan laten gaan en beter zal kunnen kleden. Eerst als Peter komt te huwen zal hij dit erfdeel van zijn grootvader Dirk de Hoppenbrouwer krijgen. Partijen beloven elkaar over en weer dit kontrakt na te zullen komen. Datum als boven, getuigen Vleuten en Aelst.

ORA Oirschot (143b no 11 dd 16-2-1588) Peter zoon wijlen Laureijs van de Sande voor zichzelf en ook optredend voor zijn broer Jan die afwezig is en ook voor zijn broer Rutger, verkoopt een akker met een hofstede daarop zoals ze die hebben geerfd van Jan Janssn. van den Ecker, conform een dokument daarover opgemaakt in Den Bosch voor Willemen Sheeren, kapelaan in het Grote Gasthuis aldaar d.d. 11 augustus 1586, zoals ons is gebleken en welk bezit genoemde Jan had gekocht van de erfgenamen van Jan Henrik Goijaerts, gelegen in Oirschot, herdgang Verrenbest, b.p. het erf van de koper, Jan van de Ecker, de gemeenschappelijke straat. Hij verkoopt dit perceel nu aan Niclaes Jan Goessens (…) (Idem 12) Niclaes Jan Goessens heeft als schuldenaar beloofd genoemde Peter uit de vorige akte 125 gulden te betalen.

ORA Oirschot (143b fol 348v no 92 dd 13-11-1589) Niclaes Jan Goossens heeft beloofd om aan Dirck Dirck de Hoppenbrouwer, onze collega schepen een jaarlijkse rente van 3 gulden te gaan betalen, steeds op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis etc. genoemd het Creemselaar, groot ca. 6 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Naastenbest, b.p. Lambert Franck Goijaerts, Jan Jan Goossens, de gemeijnte.

ORA Oirschot (144b fol 282v no 371 dd 29-12-1594) Jan zoon Niclaes Jan Goossens verkoopt het huis en tuin en erbij gelegen gronden groot ca. 6 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. meester Jan Castelijns, de gemeenschappelijke Notelstraat, de kantorij in Oirschot, het arme begijnhof. Ook verkoopt hij nog een stuk land van ca. 3 lopenzaad aldaar gelegen b.p. Jan Wuestkens, Peter van de Ven, Cornelis Lamberts, Philips van de Schoot. Hij had deze goederen eerder van zijn vader verkregen en verkoopt ze nu weer terug aan zijn vader Niclaes Jan Goossens (…) (Idem 372) Niclaes zoon wijlen Jan Goossens heeft als schuldenaar beloofd om aan zijn zoon Jan een bedrag van 700 gulden te zullen betalen.

ORA Oirschot (144b fol 298 no 53 dd 20-2-1595) Niclaes zoon wijlen Jan Goossens, heeft zijn zoon Jan machtiging gegeven om aan de H. Geestmeesters van Oirschot een rente van 3 en een halve gulden per jaar te verkopen uit onderpand van een huis en toebehoren groot ca. 6 lopenzaad gelegen in Oirschot herdgang Kerkhof, b.p. Meester Jan Castelijns, de gemeenschappelijke straat, de cantorij in Oirschot, het arme begijnhof, welk rente eigendom is van genoemde Niclaes.

ORA Oirschot (144c fol 344 no 314 dd 29-10-1596) Niclaes Jan Goossens, eerder schepen van Oirschot en Jacop Jan Dircks, belastinginner voor Oirschot, als buurlui van Jan Janssn. van der Waerden, hebben op verzoek van deze Jan samen met Wouter van Elmpt schout van Oirschot, een bepaald nieuw stuk grond bekeken, genoemd de Creijtenhoef dat in bezit is van genoemde Jan, gelegen in Oirschot herdgang Naastenbest. Binnenin dit stuk grond ligt een akker genoemd het heijtveld dat aan de weduwe en kinderen van Matheus Joosten behoort en men heeft daarbij gekonstateerd dat dit heiveld ook aan de gemeijnte grenst zodat het niet nodig is dat er over het perceel van genoemde Jan geweegd wordt. Toen het nieuwe perceel werd verkocht is daarbij vastgelegd dat als iemand de mogelijkheid heeft om over de gemeijnte te kunnen wegen dat hij dat dan ook moet doen. De schout heeft in aanwezigheid van ons als schepenen en in aanwezigheid van deze genoemde buurlui aan genoemde Jan de weg aangewezen waarvan deze weduwe en kinderen van Matheus Joosten voortaan gebruik zullen moeten maken, zonder dat ze op het perceel van Jan hoeven te komen.

ORA Oirschot (144c fol 439 no 335 dd 11-12-1596) erfgenamen van wijlen Jacop Philips van de Schoot verkopen een stuk land, deels akkerland en deels weiland dat aan elkaar ligt, gelegen in Oirschot, herdgang Aerle, b.p. Gerart Janssn. van den Dijck, de erfgenamen van Jan Hanschoemakers, het erf van de koper, meester Dirck Toerkens. Het perceel wordt nu verkocht aan Niclaes Jan Goossens.

ORA oirschot (145a fol 19 no 92 dd 21-2-1598) Dielis zoon wijlen Frans Leenmans en Goijaert Gijsbrecht Hoppenbrouwers als voogden van meester Jan zoon wijlen Frans Leenmans, die handelingsonbekwaam is, hebben verklaard dat Niclaes zoon wijlen Jan Goossens aan hen een rente van 9 gulden heeft afgelost samen met de achterstallige termijnen, welke rente genoemde Niclaes uit zijn bezit aan meester Jan Leenmans moest betalen. Dielis en Goijart doen nu afstand van de originele rentebrief en geven daarvoor kwijting. (idem 96) Dielis zoon wijlen Frans Leemans en Goijaert Gijsbrecht Hoppebrouwers als voogden over meester Jan zoon wijlen Frans Leenmans, verklaren vandaag vanwege deze Jan Leenmans van Niclaes Jan Goossens een bedrag van 165 gulden te hebben ontvangen vanwege een aflossing van een jaarlijkse rente van 9 gulden met de achterstand daarover, welke rente deze Niclaes jaarlijks moest betalen en die aflosbaar was met 150 gulden. De voogden hebben beloofd van deze 165 gulden een bedrag van 15 gulden meteen aan genoemde meester Jan te zullen uitreiken om in diens levensonderhoud te voorzien en inzake de 150 gulden krijgt genoemde Dielis 25 gulden en Goijaert 125 guldenper a.s. St Jacobsdag in de oogsttijd elk met een rente van 7 percent per jaar.

Idem (fol 48v no 248 dd 15-5-1598) Niclaes Jacop Henricks als man van Mechteld dochter van Gerart Wouters van der Hoeven verkoopt een akker groot ca. 2 lopenzaad en 4 roeden, gelegen in Oirschot herdgang Naastenbest, b.p. Niclaes Jan Goossens, Jan Daniels van den Dijck, Dirck Goijaert Mathijssen. Het perceel wordt nu verkocht aan genoemde Niclaes Jan Goossens.

ORA Oirschot (Toirkens 145b fol 232 no 60 dd 26-2-1601; akte uit 1598 in register 1605) Jan zoon wijlen Niclaes Jan Goossens voor zichzelf en ook vanwege zijn kinderen verwekt bij Anneke dochter van Ansem Lambert Martens, verder Peter zoon Dirck de Hoppenbrouwer verwekt bij Heijlken dochter van genoemde Niclaes, verder Adriaen Peters van Os vanwege de andere kinderen van Fijken dochter van genoemde Niclaes Goossens, zowel verwekt bij genoemde Peter van Os alsook door Adriaen Dirck Janssn. van Waelre, en verder Heesken dochter van genoemde Niclaes, daarbij geassisteerd door Adriaen Rutgers van der Hoeven als haar hierbij gekozen voogd, voor haar en haar kinderen verwekt bij Aerden Rutgers Verhoeven, zijnde allen kinderen en erfgenamen van genoemde Niclaes Goossens verwekt bij Anna dochter Peter Haecks, conform een bepaalde overdracht die door deze Niclaes en Anneke op ... anno 1598 voor schepenen alhier in Oirschot is gedaan, hebben nu een boedelscheiding gemaakt van de nalatenschap van deze Niclaes en Anneken. Bij deze verdeling heeft genoemde Jan en Heeskenen met haar kinderen het huis met tuin etc. verkregen te Liempde respectievelijk in Boxtel gelegen, zoals Philips Wouters dat heeft gehuurd zonder enige uitzondering. Uit dit erfdeel moet jaarlijks 16 gulden worden betaald resp. aan Lijsken Frans Willems en aan de Raetmaker in Den Bosch, Peter genoemd, elk 8 gulden, verder een lopen raapzaad aan de kerk van Liempde, verder nog de grondchijns. Bij deze verdeling heeft genoemde Peter en de kinderen van genoemde Fijken het huis gekregen met zijn toebehoren, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, zoals Andries Beckers of ook genoemd van de Laeck, die gebruikt. Verder krijgen ze nog een hofstede genoemd het Bruijnsel te Naastenbest gelegen, zoals Peter Denis en anderen die thans in gebruik hebben. Verder krijgt hij alle grond, zijnde beemden, wegen, groesland, hei- en weilanden gelegen in Oirschot, zonder enige uitzondering zoals die in bezit waren van genoemde Niclaes en Anna. Verder krijgt hij nog een rente van 8 lopen rogge per jaar te vorderen van Goijaert Ghijsbrecht Hoppenbrouwers, nog 2 gulden per jaar te vorderen van meester Jacop Lintermans. Uit dit erfdeel moet jaarlijks 18 gulden worden betaald in plaats van vroeger 3 mudde rogge, aan Heijlken weduwe van Jan Thomas in Den Bosch. Indien deze weduwe hiermee niet tevreden is en dat er meer zou moeten worden betaald, dan zullen de erfgenamen dat gezamenlijk betalen. Ook moet er nog een mudde rogge per jaar worden betaald aan de cantorij in Oirschot, nog 21 lopen rogge per jaar aan het kapittel, de kapelanen en de H. Geest, verder nog de grondchijns, nog 22 en een halve stuivers per jaar gebuurcommer uit de akker genoemd de Bijvinck.

(Idem fol 235v no 71 dd 3-3-1601) Peter zoon Dirck de Hoppenbrouwer verwekt bij Heijlkenen dochter Niclaes Jan Goossens, partij enerzijds en Adriaen zoon Peters van Os, verwekt bij Fijken dochter van Niclaes Jan Goossens, die ook optreden voor de andere kinderen van Peter en Fijken en ook nog voor de kinderen van Adriaen Dirks van Waelre verwekt bij dezelfde Fijken, partij anderzijds, hebben op grond van een transport van genoemde Niclaes Jan Goossens en diens vrouw Anna, zoals op ( niet ingevuld ) 1598, voor schepenen werd vastgelegd, een verdere boedelscheiding gemaakt van de nalatenschap die hen op 26 februari van dit jaar te deel is gevallen. Bij deze verdeling krijgt genoemde Peter het huis met tuin etc. in totaal ca. 10 lopenzaad groot herdgang Verrenbest, aan de Paelgiaert b.p. Peter Martens, Peter van Oudenhoven, de gemeenschappelijke straat. Hij krijgt ook nog een akker genoemd de Grootakker aldaar gelegen b.p. Albert Henricks, Peter van Oudenhoven, Gijsbert van Engeland. Ook nog een akkertje genoemd het Heesterveld, aldaar gelegen, b.p. Gijsbert van Croonenburch, rondom in het erf van Peter van Oudenhoven. Nog een heiveld aldaar gelegen, b.p Michiel van de Vleuten, Niclaes van den Spijker, de gemeijnte. Ook krijgt hij een akkertje genoemd het Hei ekkertje, aldaar gelegen, b.p. Jan de Cuijper, Jenneke Jan Goossens, de kinderen van Jacop Henrick Keijmps.Ook krijgt jij een heiveld aldaar gelegen, b.p. Jan van Engeland, de gemeijnte. Nog een beemd genoemd de Beckershorck, aldaar, b.p. Jan Niclaes Jan Goossens, de Oeijendonck. Nog een beemd genoemd de Cruijsbeemd, b.p. de gemeijnte. Verder krijgt hij nog de achterste langen akker met het klein akkertje in het Creemsel tot aan Naastenbest, zijnde het deel dat tot Verrenbest loopt, met een weiland daar aan vast, groot in totaal 7 en een halve lopenzaad, b.p. het stuk daar het van af wordt gedeeld, Denis van Engeland, Jan Goossens. Verder krijgt hij nog een rente van twee gulden per jaar te ontvangen van meester Jacop Lintermans. Uit dit erfdeel moet jaarlijks 11 lopen rogge worden betaald aan de H. Geest, nog 4 lopen rogge aan het kapittel, 4 lopen rogge aan de oude kapelanen, nog 2 lopen rogge aan het beneficie van St. Dingen alles binnen Oirschot en de grondchijns.

Bij deze verdeling heeft genoemde Adriaen in zijn hoedanigheid het huis en tuin met schuur et. gekregen gelegen te Oirschot herdgang Naastenbest, genoemd het Bruinsel, b.p. Wouter Dorstkens, de gemeijnte, Jacop Jan Jacops. Verder krijgt hij een stuk nieuw land, genoemd het Caperven aldaar groot ca. 9 lopenzaad, b.p. genoemde Jacop, Adriaen Wouters Verhoeven, de gemeijnte. Verder krijgt hij een akker genoemd de Grote Braecke, 9 en een halve lopenzaad groot, aldaar gelegen, b.p. Geusken Egons, Laureijs Danels. Nog krijgt het het voorste akker in het Cremsel naast Naastenbest, b.p. Lambrecht Vrancken, het stuk waarvan het wordt afgedeeld, Jan Goossens. Hij krijgt nog eens stuk land samen met een weiland genoemd de Bijvinck, aldaar gelegen b.p. Gijsbert Hoppenbrouwers, Jan Roefs, Gerard van den Dijck, de gemeijnte. Nog een weiland aldaar achter het Cremsel gelegen, b.p. de H. Geest van Oirschot, Henrick Spierinck, het stuk waarvan het wordt afgedeeld. Ook krijgt hij nog de helft van een heiveld waarvan de andere helft in bezit is van Jan Jan Goossens, ter zelfder plaatse gelegen. Ook krijgt hij nog een halve beemd genoemd de Veerdonck die nog onverdeeld is met Jan Jan Goossens, ook ter zelfder plaatse gelegen, b.p. Dick Rutgers Janssn., Jenneke Jan Goossens, de abt van Perk, de gemeijnte. Ook krijgt hij nog een rente van 8 lopen rogge per jaar te ontvangen van Goijaert Ghijsbert Hoppenbrouwers. Uit dit erfdeel moet jaarlijks een rente van 18 gulden worden betaald aan Heijlwich weduwe van Jan Thomas in plaats van 3 mudde rogge en indien dat niet voldoende is dan moeten de erfgenamen dat gezamenlijk dragen, ook nog te betalen een mudde rogge aan de kantor in Oirschot, nog 22 stuivers en 2 oort uit de Bijvinck, zijnde burencommer en verder de grondchijns.

ORA Oirschot 145c 1605, losse akten 119-120 dd 13 februari 1598) Niclaes zoon wijlen Jan Goossens draagt al zijn aanspraken en bezit over waarin hij gerechtigd is in huis, tuin en ander bezit, zowel vallend onder de schepenbank van Liempde als van Oirschot danwel elders zoals hij dat thans bezit, met uitzondering van een hofstede die hij heeft gekocht van de erfgenamen van Jan Henrick Goijaerts, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest. Ook nog met uitzondering van een akkertje groot ca. een lopenzaad aldaar gelegen in de Hoogakker, b.p. Jan Goossens. Ook nog met uitzondering van een heiveld gelegen te Verrenbest dat onlangs van de gemeente Oirschot is gekocht, b.p. Jan Gijsberts van Engeland, de gemeijnte. Ook nog met uitzondering van 14 opgaande eikebomen die hij naar zijn keuze uit al zijn bezit mag nemen. Hij draagt dit bezit nu voor een vierde deel over aan zijn zoon Jan Niclaes Goossens, voor een vierde deel aan Aerden Rutgers van der Hoeven als man van Hadewichen, een vierde deel aan Peter Dircks de Hoppenbrouwer verwekt bij Heijligen en nog voor een vierde deel aan Adriaen, Jan, Ijken, Heijlken en Mechteld, kinderen van wijlen Peeter Jans van Os en aan Geertruid, Peterken en Marieken kinderen van Ariaen Dircks van Waelre, verwekt bij Sophia dochter van Niclaes Jan Goossens. (Idem 120) Jan zoon Niclaes Jan Goossens voor een vierde deel, Peter zoon Dirck de Hoppenbrouwer, geassisteerd door zijn vader Dirck de Hoppenbrouwer, ook voor een vierde deel, Aert Rutgers van der Hoeven als man van Hadewich, dochters van genoemde Niclaes Jan Goossens, Adriaen en Jan voor henzelf en ook met hun voogd Jan Niclaes Goossens optredend voor Ijken, Heijlken en Mechteld, hun zusters, kinderen van Peter van Os, en nog voor hun zusters Geertruid, Peterken en Marijken dochters van Ariaen Dircks van Waelre, allen verwekt bij Sophia dochter van Claes Jan Goossens, dragen al hun aanspraken en erfdelen die zowel onder de heerlijkheid Oirschot als Liempde vallen, hierbij opnieuw over en wel ieder voor diens vierde deel, aan Niclaes Jan Goossens en diens vrouw Anna, waarbij deze het recht van vruchtgebruik krijgen voor de tijd dat ze nog leven. Indien Niclaes Jan Goossens en diens vrowu Anna zijn overleden, dan vervalt dit bezit weer voor die erfdelen aan de huidige verkopers. Genoemde Jan, Aert, Peter en de kinderen hebben elkaar wederzijds beloofd dat niemand van hen hun erfdeel zal bezwaren, verkopen of vervreemden middels een testament of hoe dan ook, niet eerder dan nadat genoemde Niclaes Jan Goossens en diens vrouw Anna zijn overleden en pas daarna onder hen kunnen worden verdeeld. Datum en getuigen als boven.


Huwt

25.823   Anneke Peter HAEXKS

FamilienaamIndex 25.823Vader 51.646Moeder 51.647

Overleden na 1598, voor 1602

Kinderen

  1. Jan, huwt Anneke Ansem Lambert Martens van Collenberg
  2. Heijlken (+voor 1585, aan de pest), huwt Dirck de Hoppenbrouwer (+voor 1598), ouders van Peter
  3. Sophie Zie 12.911
  4. Heesken (Hadewich), huwt voor 1598 Aerden Rutgers Verhoeven
TerugBegin van generatie

25.840   Jan Dircks CASTERMANS

FamilienaamIndex 25.840Vader 51.680Moeder 51.681

Geboren voor 1544
Overleden voor 1575

Alias Van Cuijck (1557), de naam die de kinderen gebruiken.

ORA Oirschot (Toirkens 139a fol 4v no 12 dd 7-1-1561) Jan zoon Dirck Castermans alias van Cuijck en Cathalijn dochter van wijlen Michiel van der Hoeven met haar hierbij gekozen voogd Wouter Thomassen van den Venne, hebben samen en ieder hoofdelijk beloofd om aan Geerit Gijsbert Thijssen als man van Aleijten dochter van Wouters Brouwers, die een bedrag van 106 gulden te gaan betalen per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar. (Idem 13) Jan zoon Dirck Castermans alias van Cuijck heeft als schuldenaar beloofd om aan Geerit Gijsbert Thijszoon (Roefs van den Toerken) als man van Aleijten dochter van Wouters Sbrouwers die een bedrag van 53 gulden en 10 stuivers te gaan betalen per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar.

ORA Oirschot (Toirkens 139b fol 25 no 83 dd 15-7-1564 in ORA 1563)Jan Dirck Kestermans heeft beloofd om aan Henrick Aert Sgraets die daarvan het vruchtgebruik krijgt en zijn wettige kinderen verwekt bij genoemde Geertruid uit de vorige akte, daarvan het erfrecht, die voortaan een jaarlijkse rente van 6 gulden en 15 stuivers te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag op onderpand van het bezit uit de voorgaande akte. (…) De rente is aflosbaar zodra Henrik zal zijn komen te overlijden en wel 3 maanden daarna tegen betaling van 100 gulden en de achterstallige termijnen, welk bedrag dan ook terstond betaald zal moeten worden.

ORA Oirschot (Toirkens 139d fol 95 nos 240-42 dd 15-7-1564) Jan Henrick Sgraets verkoopt hierbij een stuk akkerland groot ca. 6 lopenzaad, dat hij eerder heeft gekocht van Henrick Sgraets en deze Henrick weer overeenkomstig het testament van deze Henrick en zijn vrouw Geertruid d.d. 9 februari 1553, had verkocht. Het perceel is gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. Jenneken weduwe van Mathijs Henrick Augustijns, Henrick Sgraets, Anna weduwe van Cornelis Bloecks, de gemeenschappelijke straat. Het perceel wordt nu verkocht aan Jan Dirck Kestermans (Castermans) en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen, behalve drie oude groten aan het kapittel te Oirschot, nog een oude grote aan de St. Peterskerk te Oirschot, nog 26 stuivers per jaar aan de kinderen van Jan van den Schot nog een mudde rogge per jaar, Oirschotse maat, aan Frans Eijmbrechts, nog 10 lopen rogge, zelfde maat aan Michiel Verhaegen en de dorpslasten. De eerste termijn voor rekening van de koper hiervan vervalt per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar. (Iden 241) Jan Dirck Kestermans heeft beloofd om aan Henrick Aert Sgraets die daarvan het vruchtgebruik krijgt en diens wettige kinderen die hij heeft verwekt bij Geertruid dochter van Goessen Roelofs daarvan het erfrecht, die voortaan een jaarlijkse rente van 6 gulden te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar op onderpand van het bezit uit de voorgaande akte. (…) Overeengekomen is dat Jan Dircks de rente van 6 gulden af zal lossen binnen 3 maanden na de dood van Henrick Aert Sgraets tegen betaling van 100 gulden. (Idem 242) Jan Dirck Keijstermans heeft als schuldenaar beloofd om aan Jan Henrick Sgraets die een bedrag van 48 gulden en 10 stuivers te gaan betalen per a.s. Maria Lichtmisdag.

ORA Oirschot (Toirkens 140a fol 72v no 71 dd 8-9-1565) Jan Dirck Keijstermans heeft als schuldenaar beloofd om aan Catharijn dochter van Michiel van der Hoeven een bedrag van 32 gulden te zullen betalen per a.s. Maria Lichtmisdag over twee jaar met onderwijl steeds een jaarlijkse rente van 2 gulden waarvan de eerste termijn vervalt per a.s. Maria Lichtmisdag.

ORA Oirschot (Toirkens 140b fol 326v no 212 dd 10-7-1568) Jan zoon Dircks van Casteren verkoopt de helft van een rente van een peter per jaar van 18 stuivers, met een lopende termijn, welke rente Henrick Jan Pennincks eerder had beloofd aan Marie Jan Willem Goijaerts, steeds vervallend op St. Servaesdag van elk jaar, op onderpand van een weiland genoemd dat Venne, gelegen in Oirschot herdgang de Notel, b.p. Lijsken weduwe Jan Smetsers. Ook nog op onderpand van een stuk land van 6 lopenzaad, gelegen in Oirschot zelfde herdgang, b.p. de erfgenamen van Goijaerts van den Doren, conform een schepenbrief daarvan d.d. 24 februari 1523. Hij verkoopt de rente nu aan Cathelijn dochter van wijlen Michiels van der Hoeven en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen. (Idem 213) Jan zoon Dircks van Casteren (eerder van Keijsteren?) heeft beloofd om voortaan aan Cathelijn dochter van wijlen Michiels van der Hoeven een jaarlijkse rente van 3 gulden te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag op onderpand van een akker groot ca. 6 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof aan de Heuvel, b.p. Michiels van der Vlueten, de weduwe en kinderen van Jan Michiels van der Hoeven, de gemeijnte.


Huwt ca. 1567

25.841   Elisabeth Michiel VERHOEVEN

FamilienaamIndex 25.841Vader 51.682Moeder 51.683

Overleden na 1610

ORA Oirschot (Toirkens 145c fol 434v no 144 dd 16-6-1604) Mathijs zoon wijlen Peter Gijsbert Mathijssen heeft zich in het huwelijk begeven met Elisabeth weduwe van Jan van Cuijck, waarbij deze Elisabeth van deze Jan van Cuijck een zoon had zijnde Thomas, welke Thomas de erfelijke goederen van zijn vader Jan van Cuijck heeft aanvaard zodat Mathijs bij de huwelijkse vergadering weinig of geen vaste goederen had aangetroffen. Thans zijn voor schepenen alhier verschenen genoemde Elisabeth geassisteerd door Peter Wouters van de Ven, onze collega schepen, haar hierbij gekozen voogd, die verklaard heeft dat Mathijs bij het huidige huwelijk door hem het bezit heeft ingebracht dat hij van de kinderen van Adriaen Goerts heeft verkregen en wel een huis met tuin etc. aan de Heuvel. Dit huis zal voor wat betreft het erfrecht alleen aan genoemde Mathijs toebehoren, tenzij hij met een testament anders zou beschikken, danwel dat indien Mathijs eerder dan Elisabeth komt te overlijden, dan krijgt ze daarvan het recht van vruchtgebruik. Na haar dood mag Mathijs dit bezit verkopen, bezwaren etc.


Zij huwt (2) ca. 1575

Elias Gerrit SCHILDERS

FamilienaamIndex

ORA Oirschot (Toirkens 141b fol 362 no 114 dd 20-6-1575) Lijsken dochter van Michiels van der Hoeven weduwe van Jan Dircks van Cuijck met Elias Gerart Schilders haar man geassisteerd door Henrick van Cuijck als voogd over de kinderen van genoemde Lijsken verwekt bij wijlen Jan van Cuijck, heeft verklaard dat wijlen Jan van Cuijck toen hij nog leefde de hoofdsom heeft ontvangen van een rente van 1 gulden per jaar die Henrick Sgraets in zijn leven eerder had beloofd aan meester Henrick Mesmakers. Deze rente vervalt steeds op St. Jansdag op onderpanden die Lijsken nu in gebruik heeft. Lijsken verklaart dat de heffer van de rente van 1 gulden alleen nog de bezitter van de onderpanden daarover mag aanmanen en ze belooft iedereen daarvoor verder te zullen vrijwaren.

ORA Oirschot (142a fol 40 nos 96-98 dd 21-11-1577) Elisabeth dochter van wijlen Michiel Janssn. van der Hoeven weduwe van Jan Dirck Castermans geassisteerd door Eliassen Gerit Schilders haar man, doet afstand vanwege haar recht van vruchtgebruik inzake een akker groot ca. vijf en een halve lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof aan de Huevel, b.p. Aert Aelbers, Jan Niclaes Blocks, de gemeenschappelijke straat. Ze doet nu afstand ten behoeve van al haar wettige kinderen verwekt bij genoemde Jan Dirck Castermans en belooft alle lasten van haar kant af te handelen. (Idem 97) Lambrecht zoon wijlen Lambrecht Laureijssen (van de Ven) en Henrick zoon Dirck Castermans als aangestelde voogden over de drie minderjarige kinderen van wijlen Jan Dirck Castermans verwekt bij Elisabetten dochter van Michiel Janssn. van der Hoeven, op grond van een schepenbankdecreet, verkoopt een akker groot ca. vijf en een halve lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof aan de Huevel, b.p. het erf van de koper, Jan Niclaes Blocks, de gemeenschappelijke straat, waarvan genoemde Elisabet afstand van haar recht van vruchtgebruik heeft gedaan. Het perceel wordt nu verkocht aan Aerden zoon wijlen Aelbrecht Henricks en de verkopers in hun hoedanigheid beloven alle lasten van hun kant af te handelen, behoudens een jaarlijkse pacht van 10 lopen rogge, Oirschotse maat, te betalen aan de erfgenamen van Michiel Henricks van de Schoot, nog 26 stuivers per jaar te betalen aan Adriaen Gerit Hoppenbrouwers, nog 20 stuivers per jaar aan heer Eijmbrecht Hoppenbrouwers, nog 3 oude groten per jaar aan het kapittel te Oirschot nog de dorpslasten. (…) (Idem 98) Aert zoon wijlen Aelbrecht Henricks heeft als schuldenaar beloofd om aan genoemde voogden uit de vorige akte ten behoeve van de minderjarige kinderen, een bedrag van 229 gulden te zullen betalen per a.s. Maria Lichtmisdag met een rente van " de penning zestien ".


Zij huwt (3) voor 1610

Mathijs Peters Gijsbert Mathijsen Roefs van der TOERKEN

FamilienaamIndex

Geboren Oirschot 1564 (oud ca. 40 in 1604, vgl ORA Oirschot)
Overleden Oirschot 1610

ORA Oirschot (Toirkens 157a fol 111v no 324 dd 7-9-1610) (…) zijn voor ons schepenen verschenen Mathijs Peters en diens vrouw Lijsken dochter van Michiel Verhoeven, beiden gezond van lijf en leden en in het bezit van hun verstandelijke vermogens zoals ons is gebleken, die het woord van de profeet Isaias overdenken inzake de dood en derhalve hun testament wensen op te maken en wel met wederzijdse instemming. (…) Ze vermaken aan de St. Janskerk in Den Bosch en de St. Peterskerk te Oirschot elk een stuiver eens, voor alle onrechtvaardigheden die ze in hun leven hebben begaan. De testateur vermaakt aan zijn vrouw Lijsken zijn huidige echtgenote, hun beider bezittingen, zowel roerende als onroerende, die ze na zijn dood mag gebruiken zolang ze leeft en na haar dood versterft dat bezit op zijn naaste vrienden. Verder vermaakt Lijsken aan haar zoon Thomas verwekt bij Jan van Cuijck die eenmalig 6 gulden en verder wenst ze dat Mathijs na haar dood al hun beider bezit zal mogen aanvaarden en gebruiken (…) Ze benoemen elkaar over en weer als hun erfgenamen en wel vanwege bepaalde redenen en ook omdat de testatrice eerder met haar zoon Thomas al heeft afgedeeld en al haar bezit zowel roerende als onroerende al aan haar zoon heeft overgedragen, waarbij Mathijs niet al haar toekomstig bezit heeft aanvaard. (…)

ORA Oirschot (Toirkens 144a fol 38 no 213 dd 25-6-1592) Elisabet dochter wijlen Michiels van der Hoeven weduwe van Jan Dirks van Cuijck geassisteerd door haar zoon Thomas verwekt bij genoemde Jan, waarbij dezelfde Thomas verklaart 24 jaar oud te zijn en ook voor zichzelf handelt, hebben verklaard dat Peter Jans van de Laak aan hen een jaarrente van een peter per jaar heeft afgelost, die genoemde weduwe had geerfd van haar vader Michiel en welke rente Henrik Jan Pennings eerder beloofd had aan Marie dochter van Jan Willem Goijaertsen. Deze rente wordt elk jaar betaald op Sint Servaasdag op onderpand van een weiland gelegen in Oirschot herdgang van de Notel genoemd dat Ven, verder nog uit een stuk land van 6 lopenzaad groot, ter zelfder plaatse gelegen volgens schepenen brief van Oirschot d.d. 24 februari 1523.

Kinderen

  1. Thomas Jansen van Cuijck Zie 12.920
  2. N., minderjarig in 1577
  3. N., minderjarig in 1577
TerugBegin van generatie

25.842   Jan Peter Corstens van OUDENHOVEN

FamilienaamIndex 25.842Vader 51.684Moeder 51.685

Overleden voor 1578

ORA Oirschot, belending (Toirkens 144c fol 491v no 176 dd 21-3-1597) van een akker genoemd den Heiakker, gelegen in Oirschot, herdgang Verrenbest, b.p. Henrick Henricks van den Snepscheut, de kinderen van Jan Peter Corstens.

ORA 1560: Jan zoon wijlen Peter Jan Corstens als aangestelde voogd over de twee minderjarige kinderen van Jan Willems van den Laeck


Huwt

25.843   Margriet N.

Index 25.843 • Vader onbekend • Moeder onbekend

Overleden na 1590, voor 1593

ORA Oirschot (Toirkens 143c fol 362v no 55 dd 13-2-1590) De kinderen van Adriaen Adriaens van den Hovel hebben middels een vonnis een bepaald huis etc. laten uitwinnen, eigendom van de weduwe en kinderen van Jan Peter Corstens en wel vanwege 25 gulden rente per jaar. Daarvoor hebben deze weduwe en kinderen nu bepaalde eikebomen overgedragen staande te Best om daarvan 50 gulden te verhalen en daarnaast wordt er nog 25 gulden uit de oogstopbrengst betaald per a.s. St. Gilisdag. Indien er van deze termijnen iets niet wordt voldaan dan zullen de kinderen van genoemde Adriaen van den Heuvel hun volledige rechten hernemen.

Kinderen

  1. Ariken Zie 12.921
  2. Elisabeth, vermeld 1595 in grondruil met haar broer Dirck
  3. Adriaen, huwt (1) Joostgen N. (+voor 1611), huwt (2) N.N.; vermeld 1611
  4. Dirck (+voor 1625), vermeld ORA Oirschot 1605a, 1612, 1595
  5. Goossen, in 1595 voogd van Elisabeth
  6. Margriet, vermeld 1611, huwt Goyaert Dirck Jan Hermans; niet verwarren met Margriet Jan Henrick Corstens (patroniem 1582), huwt Frederick van der Aa (+voor 1593)
  7. Jan, huwt voor 1582 Antoniske Antonis Andriessen; in 1588 is Goossen voogd over zijn zoon Jan
TerugBegin van generatie

25.844   Antonis Hendrik SGRAETS

FamilienaamIndex 25.844Vader 51.688Moeder 51.689

Geboren Oirschot ca. 1524
Overleden na 1579, voor 1582

ORA Oirschot (136a fol 108 no 431 dd 12-12-1548) Jan Wouter Janszoon als wettige man van Mechteld dochter van Goijaert Borcots, verkoopt hierbij zijn erfdeel en aanspraken inzake een huis, tuin, grond etc. gelegen in herdgang de Kerkhof, b.p. de gemeijnte, Philips Henrick Jacops, Daniel Aert Colen, de kinderen van Aert Hoecks, de Vrijthof, Jacop van den Eijnde. Hij doet er nu afstand van voor dit erfdeel ten behoeve van Anthonis Sgraets. (NB mogelijk betreft dit Anthonis Willem sGraets).

ORA Oirschot (137a fol 11 no 44 dd 29-1-1552) Antonis Henrick Sgraets heeft beloofd om aan Dirck die Crom ten behoeve van het H. Sacramentsaltaar die een jaarlijks rente van 25 stuivers te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar, op onderpand van een huis, tuin etc. groot ca. 13 lopenzaad gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. Henrick van Berendonck, de erfgenamen van Peter van Miert, de gemeenschappelijke straat.

ORA Oirschot (137c fol 28v no 99 dd 3-2-1555) Antonis zoon Henrick Sgraets heeft als schuldenaar beloofd om aan Jan Willem Renierszoon een bedrag van 26 gulden te zullen gaan betalen per a.s. Maria Lichtmisdag.

Idem (fol 30 no 106 dd 8-2-1555) Antonis zoon Henrick Sgraets heeft als schuldenaar beloofd om aan Jan Alaerts ten behoeve van hemzelf voor wat betreft het vruchtgebruik en ten behoeve van zijn kinderen wat betreft het erfrecht, die een bedrag van 34 gulden te zullen gaan betalen per a.s. Maria Lichtmisdag.

ORA Oirschot (138a fol 55v no 215 dd 16-6-1556) Antonis zoon Henrick Sgraets heeft beloofd aan Jan Alaerts voor wat betreft het recht van vruchtgebruik en zijn wettige kinderen voor wat betreft het erfrecht, een bedrag van 34 gulden te betalen per a.s. Maria Lichtmisdag.

ORA Oirschot (138a fol 43 no 206 dd 7-4-1557) Antonis zoon Henrick Sgraets heeft als schuldenaar beloofd om aan Jan Alaerts voor wat betreft het vruchtgebruik en diens wettige kinderen voor wat betreft het erfrecht, die een bedrag van 17 gulden te zullen betalen.

ORA Oirschot (138b fol 23 no 87 dd 3-3-1559) Antonis zoon Henrick Sgraets heeft op zich genomen een bedrag van 25 gulden en 7 lopen rogge, Oirschotse maat, te zullen betalen per a.s. Maria Lichtmisdag en wel aan Dielissen Geeritszoon van der Vlueten, welk bedrag en rogge wijlen Willem Michielssoen van der Hoeven eerder aan deze Dielis had beloofd. Antonis zal zodanig betalen dat genoemde Willem Michielsen en diens erfgenamen daarvoor verder gevrijwaard blijven.

ORA Oirschot (139a fol 16v no 79 dd 1-2-1561) Antonis Henrick Sgraets heeft als schuldenaar beloofd om aan Jan Willem Smetsers als voogd over het minderjarige kind van wijlen Robbrecht wettige zoon van Bartholomeus van de Velde verwekt bij Mechtelden natuurlijke dochter van genoemde Willem (Smetsers) die een bedrag van 16 gulden te zullen gaan betalen per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar onder het beding van parate executie.

ORA Oirschot (139b fol 5 no 14 rond 15-1-1562) Antonis Henrick Sgraets heeft beloofd om aan Elisabeth weduwe van Jans die Hoppenbrouwer die daarvan het vruchtgebruik krijgt en waarvan haar wettige kinderen het erfrecht krijgen die voortaan een jaarlijkse rente van 3 gulden te gaan betalen, vrij van alle belastingen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar, op onderpand van een huis, tuin en grond, groot ca. 14 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. Henricks van Berendonck, de erfgenamen van Peters van Mierde, de gemeijnte.

Idem (fol 103 no 338 dd 16-9-1562) Antonis Henrick Graets heeft als schuldenaar beloofd om aan Daniel zoon wijlen Willem Smetsers als voogd van de minderjarige kinderen van wijlen Robbrechts van Grevenbroeck die een bedrag van 16 gulden te zullen gaan betalen.

ORA Oirschot (140a fol 82 no 117 dd 25-2-1566) Peeter Aert Roefs en Philips Jaspers van Esch als aangestelde voogden over Henrick zoon Jans van de Schoet verkopen op grond van diverse vonnissen en daarvoor afgegegeven schepenbankdecreet het derde deel van een huis, tuin, grond etc., groot ca. 7 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. Trijn Oosten, de kinderen van Mathijs Augustijns, Goijaert heer Goijaerts, de gemeijnte aldaar. Ze verkopen dit bezit nu tegen het hoogste bod aan Antonis Henrick Sgraets (…).

Idem (118 dd 25-2-1566) Antonis Henrick Sgraets verkoopt een stuk akkerland groot ca. een lopenzaad, dat hij voor twee derde delen heeft gekocht van meester Jaspaer Mathijssen als voogd over het kind van Jan Janssen van de Schoet en voor het andere derde deel heeft verkregen van Peter Aert Roefs en van Philips Jaspers van Esch als voogden over Henrick Janssoen van den Schoet. Het perceel ligt in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. het erf van de verkoper, een gemeenschappelijke pad, Trijn Oost, (marge: Dit is een ruil en wel voor een drachtige vaarskoe en 6 gulden eens) de gemeijnte. Het perceel wordt nu verkocht aan Gerit Gijsbrecht Mathijssen en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen.

ORA Oirschot (141a fol 170v no 51 dd 15-2-1572) Antonis zoon wijlen Henrick Sgraets heeft als schuldenaar beloofd om aan Dielissen Geritssn. van der Vlueten een bedrag van 25 gulden te betalen per a.s. St. Jansdag.

ORA Oirschot (141b fol 350 no 72 11-3-1575) Antonis zoon wijlen Henrick Graets en genoemde Andries Corstens hebben samen en ieder hoofdelijk als schuldenaars beloofd om aan Peter Janssn. van Osch een bedrag van 18 gulden en 3 stuivers te betalen per heden datum over twee jaar. (Idem 73) Genoemde Andries heeft beloofd genoemde Anthonis Henricks Graets voor diens belofte te zullen vrijwaren.

ORA Oirschot (143b fol 235v no 74 dd 12-3-1587) Henrick zoon wijlen Niclaes Alaerts verkoopt een stuk beemd genoemd de Tijmmerdonck gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck, b.p. Mathijs Oerselmans, Peter van de Schoot, Michiel van der Vleuten, de gemeenschappelijke straat. Het perceel wordt nu verkocht aan Antonis Henrick Sgraets en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen. (koopsom 72 gulden). (Idem 75) Genoemde Antonis heeft als schuldenaar beloofd om aan genoemde Henrick uit de vorige akte een bedrag van 22 gulden te betalen per a.s. Pinksteren. (doorgehaald 10 augustus 1588).

ORA Oirschot (144a fol 15v no 76 dd 10-3-1592) Henrick zoon wijlen Jan Goijaerts verkoopt hetzelfde huis etc. uit de voorgaande akte nu weer door aan Wouter, Henrick en Peter, broers en aan Geertrui hun zuster, zijnde kinderen van wijlen Anthonis Henrick Sgraets. Henrick, verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen en de kopers zullen op hun beurt ervoor zorgen dat de lasten zodanig afgehandeld worden dat de erfgenamen van Willem Vos daar niet op aangesproken zullen worden. (Idem no 77) Wouter en Henrik broers, zonen wijlen Anthonis Sgraets voor zichzelf en ook mede optredende voor hun broer Peter en hun zus Geertruid, hebben als schuldenaars beloofd om aan Henrick Jan Goijaerts een bedrag van 575 gulden te zullen betalen aan de eerdergenoemde erfgenamen van Willem Vos, welk bedrag moet worden betaald aan de crediteuren van de erfelijke pachten en die ook te verrekenen met de andere schulden. (…).

Idem (fol 19v no 99) Jan zoon Jan Houbraken als man van Lijske, dochter van Wouter Loijch Timmermans, een nicht van Cathelijn dochter van Gerit de Hoppenbrouwer, echtgenote van Henrick Jan Goijaerts, heeft in aanwezigheid van de ondergetekende schepenen verzocht dat het huis dat de kinderen van Anthonis Henrick Sgraets, zijnde Peter en Geertrui resp. zoon en dochter van genoemde Anthonis Henrick Sgraets, en ook nog aan Henrick zoon van genoemde Anthonis Henrick Sgraets, eerder van Henrick Jan Goijaerts hadden gekocht en welk bezit genoemde Henrick Jan Goijaerts daarvoor had verkregen van de erfgenamen van Willem Jan Vos aan deze Jan wordt verkocht. Jan wil dat op grond van het recht van naderschap omdat hij in zijn kwaliteit een grotere graad van verwantschap heeft. Deze verkoop vond eerder plaats voor schepenen van Oirschot op 10 maart 1592. Hij biedt hierbij aan om de volledige koopsom etc. voor zijn rekening te nemen en heeft daarvoor 2 rose nobels in consignatie bij schepenen gegeven zijnde elk 9 gulden waard, verder nog een vlaamse nobel van 7 gulden, een gouden reaal van 5 gulden 14 stuivers, een angelot van 14 stuivers, een gouden leeuw van 4 gulden en 10 stuivers, een spaanse pistolet van 3 gulden 7 stuivers, bedragende dus samen 44 gulden 10 stuivers en Jan zal verder ook alle eerder gemaakte kosten vergoeden. (Idem no 100) Nadat dit verzoek is ontvangen heeft Daniel van de Schoot als vorster vanwege genoemde Jan Jan Houbraken in naam van de Vrouwe van Oirschot deze genoemde kinderen verboden om deze goederen verder te gebruiken en verplicht deze weer terug te moeten verkopen op straffe van een boete van 60 gouden realen. (Idem no 101) Op dezelfde wijze heeft Jan Habraken ten huize van Wouter Sgraets ook aan de vrouw van Wouter Sgraets vanwege diens afwezigheid hetzelfde verzocht zoals in bovenstaande akte e.e.a middels de vorster is gebeurd.

Idem (fol 20v no 105 dd 4-4-1592) Wouter, Henrick en Peter, broers en zonen van Anthonis Henrick Sgraets voor henzelf en ook voor hun zuster Geertruida, hebben een rechtszitting aangevraagd aan de vorster bij de Officier van Justitie vanwege het verzoek vanwege het recht van naderschap waarop Jan Jan Habraken zich heeft beroepen, inzake het huis etc. dat zij hebben gekocht van Henrik Jan Goijaerts. Zij hebben zich garant gesteld voor zover dat nodig is vanwege de kosten van rechtvoering. Jan Jan Houbraken tekent daarbij protest aan vanwege zijn kosten en schade die hij loopt vanwege deze weigering om deze goederen in zijn bezit te mogen krijgen vanwege dat recht van naderschap.

Idem (fol 24 no 123 dd 15-4-1592) Wouter en Henrick broers en zonen van wijlen Anthonis Sgraets die ook optreden voor hun broer en zus resp. Peter en Geertrui, verkopen een huis met tuin etc. gelegen in Oirschot, herdgang van de kerkhof aan de Heuvel, b.p. de kinderen van Dirck de Hoppenbrouwer, de kinderen van Willem Henricks van de Schoot, de kinderen Lenaert Philips van Hersell, de gemeenschappelijke straat, welk bezit zij eerder hadden verkregen van Henrick Jan Goijaerts. Het wordt nu, omdat zij vanwege het recht van vernadering hiertoe gedwongen worden, verkocht aan Henrick Niclas Eijmbrechts als man Margriet dochter van genoemde Jan Goijaerts.

ORA Oirschot (144a fol 104 no 155 dd 13-4-1593) Erfdeling bij tweede huwelijk Art Antonis Graets, aanwezig: Jannen Henrick Sgraets, Henrick Anthonis Sgraets, meester Dirck Toorkens, Aelbrechten van der Hoeven en Jan Aerts in Heerbeeck, respectievelijk hun ooms, neven en vrienden.

ORA Oirschot (144b kroniek 1594) Op 14 januari is er een zoenakkoord gesloten tussen de dader Jan Joorden Peterssn. en de kinderen van Anthonis Sgraets, vanwege de doodslag door deze Jan Joorden Peters op de persoon van Henrick Anthonis Sgraets gepleegd op 5 december bij het teerfeest van het St. Barbara gilde en is daarna op 7 december gestorven. (Henrik is de broer van de secretaris Aert Sgraets); (…)Op de zelfde dag (7-2-1594) is er een uitvaart geweest van Henrick Anthonis Sgraets die in zijn huis is gehouden.

ORA Oirschot (144c fol 484 no 142 dd 15-3-1597) Jan zoon Jan Gerard Goijaerts als man van Mariken dochter van wijlen Anthonis Henrick Sgraets verkoopt zijn aanspraken en erfdeel, zijnde de helft in een huis en grond etc., gelegen in Oirschot, herdgang Kerkhof aan de Heuvel, zoals hij dat bij een boedelscheiding op 4 maart j.l. heeft verkregen. Hij verkoopt het nu samen met alle lasten die er op drukken aan Peter zoon Antonis Sgraets en belooft alle lasten van zijn kant af te handelen. (Idem no 143) Peter zoon wijlen Antonis Henrick Sgraets heeft als schuldenaar beloofd om aan genoemde Jan Jan Gerards een bedrag van 80 gulden te zullen betalen per a.s. Maria Lichtmisdag zonder rente en nog eens 80 gulden een jaar later met een rente van 6 percent.

ORA Oirschot (144c fol 481v no 130 dd 3-4-1597) Jan, Wouter en Peter, broers, Jan zoon Jan Gerards als man van Marieken, zuster en kinderen van wijlen Antonis Henrick Sgraets, Franck zoon wijlen Wijnant Henricks als vader en voogd over Antoniske, zijn minderjarige zoon verwekt bij Geertrui dochter van genoemde Antonis Henrick Sgraets, daarbij geassisteerd door Aerden Sgraets die mede als voogd van de minderjarige optreedt, hebben een boedelscheiding gemaakt vanwege het overlijden van genoemde Antonis Sgraets en diens vrouw Ariken. Bij deze verdeling heeft genoemde Jan een akker verkregen van 4 lopenzaad gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof aan den Hovel, b.p. de Lidtschoorstraat, het stuk dat er van wordt afgedeeld, de gemeenschappelijke straat. Uit dit erfdeel moet jaarlijks een half mudde rogge worden betaald aan de kapelaan van St. Joris in het gasthuis alhier, verder nog een gulden per jaar aan Gerard Peter Gielis, nog 25 stuivers per jaar aan het kapittel in Oirschot. Daarnaast moet voor deze pachten op a.s. St. Jacopsdag over een jaar 5 gulden worden betaald. Bij deze verdeling heeft genoemde Wouter voor een helft en Franck en diens minderjarige kind voor de andere helft, een akker verkregen genoemd de Pelenbraecken, groot ca. 7 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang de kerkhof aan den heuvel, b.p. Gijsbrecht van Doren, Everart Jacobs van de Velde, de kinderen van Cornelis Jan Gijsberts, de gemeijnte. Verder verkrijgen ze een beemd genoemd de Tijmerdonck gelegen herdgang Spoordonck, b.p. de weduwe en kinderen van Gielis van der Vleuten, Philips van de schoot, de kinderen van Niclaes Loij Schepens, de rivier de Aa. Uit de Pelenbraken moet jaarlijks anderhalf mudde rogge worden betaald aan de H. Geest in Oirschot en nog 7 en een half lopen rogge per jaar aan de bedienaar van de Benedictusmis op het hoogaltaar alhier, nog 14 stuivers per jaar aan het kapittel te Oirschot. Daarnaast moet voor deze pachten per a.s. St. Jacobsdag over een jaar een bedrag van 15 gulden worden betaald. Bij deze verdeling hebben Peter en Jan Jan Gerarts vanwege diens vrouw Marieken, samen het huis etc. verkregen met een lopenzaad land in de achterste akker, in totaal groot ca. 8 lopenzaad, gelegen in Oirschot, herdgang Kerkhof aan den Heuvel, b.p. Mechteld weduwe en kinderen van Henrick van Berendonck, het erf dat ervan is afgedeeld, de weduwe en kinderen van Goijaert van Doren, de gemeenschappelijke straat. Verder krijgen ze samen een beemd onder Beerze gelegen, b.p. Wouter de Kemmer, Hans de Smit van Vessem, het Beersveld. Uit dit perceel moet jaarlijks 9 lopen rogge worden betaald aan het St. Anna-gasthuis te Oirschot, nog 3 gulden per jaar aan Margriet weduwe van Gielis van der Vleuten, nog 3 gulden per jaar aan Gelden Zeben, nog 3 peters per jaar aan de weduwe van Goijaert van Dooren, verder nog 2 hoenderen en een oude grote als chijns aan de heer van Oirschot en nog de dorpslasten. (…) (Idem no 131) Genoemde erfgenamen hebben Aerden Sgraets bedankt dat die voor deze verdeling als toeziend voogd is opgetreden voor het minderjarige kind en ze geven hem hierbij vrijwaring voor deze voogdijschap.

ORA Oirschot (145a fol 28v no 137 dd 10-3-1598) Jan zoon wijlen Antonis Henrick Sgraets verkoopt zijn erfdeel en aanspraken in de nalatenschap van zijn ouders, gelegen in Oirschot, herdgang de Kerkhof aan de Heuvel. Hij verkoopt zijn aanspraken nu samen met alle pachten die er op drukken aan zijn broer Peter Antonis Sgraets. (Idem no 138) Peter zoon wijlen Antonis Henrick Sgraets heeft als schuldenaar beloofd om aan genoemde Jan, zijn broer, een bedrag van 100 gulden te betalen per a.s. Maria Lichtmisdag (…) (Idem no 139) Daarnaast verklaart Jan van genoemde Peter nog 27 gulden en 10 stuivers te hebben ontvangen.

ORA Oirschot (145b dd 29-6-1600) Catharina dochter van Henrick Ghijsbrecht Vlemincs weduwe van Jan Oerselmans geassisteerd door haar neef Aerden Sgraets haar hierbij gekozen voogd (…) Henrick Jan Oerselmans en haar andere kinderen verwekt bij genoemde Jan Oerselmans.

ORA Oirschot (145c fol 402 no 217 dd 11-5-1603) Genoemde Margriet (weduwe van wijlen Dielis Gerits van der Vleuten en Anneke haar dochter) en Anneken verkopen een rente van 3 gulden per jaar, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag, op onderpand van een akker genoemd de Wesboom, groot ca. 4 lopen zaad gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. Henrick van der Berendonck, de gemeenschappelijke straat, Peter Vermeijen en de straat. De rente had Jan zoon wijlen Jan Henrick van der Vleut eerder gekocht van Antonis zoon Henrick Sgraets conform een schepenbrief van Den Bosch d.d. 4 september 1561. Ze verkoopt deze rente nu samen met alle achterstallige termijnen aan Heer Henrick Verbeeck ten behoeve van de fabriek van de St. Peterskerk te Oirschot.

ORA Oirschot (145c fol 448v no 205 dd 16-10-1604) Wouter zoon wijlen Antonis Sgraets verkoopt het huis etc. groot ca. 12 lopenzaad zoals hij dat heeft verkregen van Henrick Niclaes Embrechts en dezelfde Henrick dit eerder op grond van het recht van vernadering had verkregen van de kinderen van Antonis Sgraets en deze kinderen op hun beurt dit weer hadden verkregen van Henrick Jan Govarts en Henrick dit van de erfgenamen van Willem Vos, gelegen in Oirschot, hertgang Kerkhof, b.p. de kinderen van Dirck de Hoppenbrouwer, het kind van Willem Henricks van de Schoot en meer anderen, de kinderen van Lenaert Philips van Hersel, de Boterwijkse straat. Hij verkoopt dit bezit nu aan zijn broer Peter zoon wijlen Antonis Sgraets (Idem no 206) Peter zoon wijlen Antonis Sgraets heeft als schuldenaar beloofd vanwege de hierboven vermelde verkoop, een bedrag van 100 gulden en de rente daarover te betalen aan meester Jacob Lintermans, welke belofte zijn broer Wouter eerder voor schepenen van Oirschot aan deze meester Jacob Lintermans had gedaan. Ook belooft hij nog 32 gulden te betalen aan genoemde Wouter en wel meteen, ook nog aan dezelfde Wouter vanwege de minderjarige zoon van wijlen Geertruit dochter van wijlen Antonis Sgraets hun zuster, een bedrag van 68 gulden per a.s. St. Bavodag ook met een rente van 7 percent per jaar. (…) (Idem no 207) Genoemde Wouter heeft verklaard dat hij dit bedrag van 32 gulden heeft ontvangen.

ORA Oirschot (146b fol 124 no 15 dd 9-1-1606) Bernhard, Joost en Gijsbert, zonen van Jan van Croonenburg en hun broer Henrick die ook optreedt voor hun zuster Marieke, samen enerzijds, en Corstiaen Jan Dielis Crijns en Pauwel Henriks als man van Geertruij met Joost Deelis als man van Judith, zoons en dochters van Dielis Crijns waarvoor bovengenoemde Bernard, Joost en Gijsbrecht ook optreden, samen anderzijds, zijnde erfgenamen van Michiel Jan Sgraets van diens moeders kant, verklaren voldaan te zijn door Wouter en Peter Sgraets, zonen wijlen Anthonis Sgraets wegens een legaat van f 12.-- welk legaat genoemde Michiel in zijn testament, gepasseerd voor heer Marten Goijvaerts namens de pastoor van Oirschot d.d. 11 augustus 1606 aan hen vermaakt heeft. Genoemde Bernard, Joost en Gijsbert, ook optredend voor de eerder genoemde personen en ook Wouter en Peter geven volledige kwijting vanwege het testament van wijlen Michiel Jan Sgraets. (Idem no 16) De genoemde Wouter en Peeter Sgraets hebben als schuldenaars verklaard om aan Bernard, Joost en Gijsbert en degenen waarvoor zij optreden, een bedrag van f. 9.-- te zullen betalen en wel direkt.

ORA Oirschot (148b fol 309 no 157 dd 22-6-1615) Jenneken dochter van meester Simons van der Rijt, weduwe van Goijaert Michielsen, geassisteerd door haar zoon Henrick, verwekt bij genoemde Goijaert en haar, die daarvoor ook optreedt, verkopen hierbij een jaarlijkse rente van 2 gulden en 14 stuivers, welke rente Anthonis Henrik Sgraets die daarbij was geassisteerd door diens vader Henrick Sgraets voor schepenen van de stad Den Bosch hadden beloofd aan Jan zoon wijlen Francken van der Rijt ten behoeve van genoemde meester Simon van der Rijt, zijnde diens broer. De rente vervalt elk jaar op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin, schuur, grond etc. gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, groot ca. 9 lopenzaad, b.p. heer Goijaert Stevens ( van der Donck ) priester, de gemeenschappelijke straat aldaar genoemd de Litschoorsche Straat, het erf van Henrick Goorts. Het bezit wordt genoemd aan de Muelen. Verder nog op onderpand van een huis, tuin, schuur, grond etc. groot ca. een malderzaad, ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, b.p. Adriaen zoon Frans van Esch, Wouter van Creijelt, Cornelis Blocks, de gemeenschappelijke straat, alles conform een schepenbrief van Den Bosch d.d. 28 januari 1545. De rente wordt nu met een vervallen en de lopende termijn verkocht aan Lenaerden zoon Bartelmeeus Lenaerts van Gestel en de verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen.

ORA Oirschot (Toirkens 153d fol 477v no 463 dd 22-11-1628) Zitting 22e november 1628, Voorgezeten door de heer schout van Kempenland en ook voor Oirschot, namens zijne Koninklijke Majesteit de koning van Spanje. De heer schout in zijn funktie aanlegger contra Gerit en Jan Daniels Sroijen gedaagden. De heer schout dient van aanspraak pro ut latius en wel schriftelijk per eerstkomende zittingsdag. (…) Dielis Dirck Hoppenbrouwers met de zijnen handelt over het erf waarop eerder Antonis Henrick Sgraets en nu diens zoon Peter recht heeft voor 3 gulden per jaar met een achterstand van 8 jaar, behoudens daarop in mindering te brengen hetgeen al betaald is zoals zal blijken, de rentebrief dateert van 14 januari 1562, getuigen Vleuten en Kemps.


Huwt voor 1549

25.845   Ariken Jan KESSELMANS

FamilienaamIndex 25.845Vader 51.690Moeder 51.691

Overleden voor 1597

NB mogelijk niet de moeder van Aert en Arien, die niet in de boedeldeling van 1597 genoemd worden.

Kinderen

  1. Aert (*voor 1552 +voor 13-2-1602, testeert 10-9-1601), notaris (v/a 1580) en secretaris (1582/3 tot zijn dood) van Oirschot (klerk van de secretaris in 1568-1577), koster (1576), griffier van het kwartier van Kempenland 1593-1601 (BL 1956:131); huwt voor 1573 (1) Catharina Mercelis van Gestel alias van Loo (+voor 1592, testeert 28 december 1586), moeder van Barbara en Aleijd (boedelscheiding 13-4-1593); huwt 1593 (2) Judith dochter van wijlen Jonker Andries van Erkel, moeder van Antonis, Clara en Maijken (boedelscheiding ORA Oirschot 25-2-1603)
  2. Jan (+voor 1606), vader van Arien (vermeld ORA 1633-39) en andere kinderen
  3. Wouter, ziek te bed op 24 maart 1640 (ORA); huwt Maria Frans Eijmberts Schepens (testeert ca. 23-8-1631, ORA)
  4. Peter Zie 12.922
  5. Geertruida (+voor 1601, testeert 15 augustus 1596), huwt Franck Wijnants Verrijt (+na 1620, voor 1629), hij hertrouwt met Lucia Jan Phennincks; erfeniskwestie van 11-1-1620 geregeld ORA Oirschot 20-6-1631
  6. Arien Antonis Sgraets, vermeld 1618, 1621, 1628, 1638
  7. Mariken, huwt Jan Jan Gerard Goijaerts
  8. Hendrik (+Oirschot 7-12-1593), vermoord door Jan Joorden Peters
TerugBegin van generatie

25.846   Jan Goijaerts de BROUWER

FamilienaamIndex 25.846Vader 51.692Moeder 51.693

ORA Oirschot (149c fol 115v no 157 dd 27-4-1622) Goijaert Jan Goorts ( de Brouwer) machtigt hierbij Jan Herman Stockelmans om namens hem zijn aandeel in het bezit van zijn moeder Catharina ( dochter van Peter Goort van der Hoeven) wat betreft vruchtgebruik of anderszins voor hem te verkopen. (Idem no 158 dd 7-7-1622) Peter Antonis Sgraets als man van Lijsken dochter van Jan Goijaerts de Brouwer wier moeder Catharina dochter was van Peter Goorts van der Hoeven, verder Jan Stockelmans die daartoe opdracht heeft van Goijaert zoon van genoemde Jan Goorts de Brouwer en van Catharina van hiervoor, verder Marieken weduwe van wijlen Jan zoon Jan Goijaerts de Brouwer daarbij geassisteerd door haar zoon Jan en diens oudoom Goijaert Peters van der Hoeven en door haar neef Thomas Cornelissen, waarbij die samen nog optreden voor de andere kinderen van wijlen deze Jan Jan Goorts de Brouwer, verkopen hierbij het zesde deel van een beemd genoemd 't Henrickslaer, gelegen in herdgang Spoordonck nog onverdeeld zijnde, b.p. Lambert Bressers, de Gemeijnen beemd, de gemeijnte aldaar. Verder verkopen ze het zesde deel van een veld genoemd de Soeperdonck, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck aan het Banisveld aldaar, b.p. Jan Jan Erffven, Joorden Jan Melis, Arien Willem Leijten, Philips Mathijs de Crom, de gemeijnte aldaar. Nog verkopen ze het zesde deel van de Catersche Weijde, ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen aan de Aa-sluis, b.p. Ansem Goorts, de Cavelen aldaar, de Vloetbeemd, de gemeijnte. Genoemde Catharina had dit bezit eerder van haar ouders geerfd en het wordt nu verkocht aan Simon Goorts van der Hoeven en diens zuster Ijken. De verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen, behalve ongeveer het zesde deel van 5 stuivers grondchijns en uit de Caterseche Weijde het zesde deel van 14 stuivers per jaar aan Rogier van Broekhoven en verder de dorpslasten. De kopers moeten verder de burenplichten nakomen. (Idem no 159) Genoemde verkopers uit de vorige akte verkopen hierbij een stuk akkerland, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonk in de Lubberstraat aldaar, b.p. de gemeijnte aldaar, het erf van het St. Brigittealtaar, Henrik Henricks van Ghijnhoven. Het perceel is onbelast en wordt nu verkocht aan Niclaes Jan Gijsberts en de verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen behalve de dorpslasten.


Huwt ca. 1560/70

25.847   Catharina Peter Goorts van der HOEVEN

FamilienaamIndex 25.847Vader 51.524Moeder 51.695

Geboren ca. 1530/40

Kinderen

  1. Elisabeth Zie 12.923
  2. Jan (+voor 1622), huwt Marieken N.
  3. Goijaert
TerugBegin van generatie

25.848   Henricus Joannes BOELAERTS

FamilienaamIndex 25.848Vader 51.696Moeder 51.697

Overleden na 19-8-1577, voor 3-2-1578

RA Oirschot (Toirkens, 142b, fol 193 no 9, 4-2-1580) verkoop erfenis Henrick Thoerkens; hierin genoemd een last van “het zesde deel van 20 stuivers per jaar aan de weduwe van Henrick Jan Boelaerts”.

RA Oirschot (Toirkens, 141a, fol 1 no 149, 13-1-1570): Goijaert zoon wijlen Willem Goijaert Aelbrechts verkoopt (een huis aan) Tholoffen Goijaerts van den Melckroth; lasten die voor Goijaert blijven omvatten o.a. 8 gulden per jaar te betalen aan Henrick Jan Boelaerts.

Genoemd als belender (idem fol 46, 6-5-1570) van een heiveld gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p.het erf van de koper, Dielis Crijns en de zijnen, Henrick Jan Boelaerts, Peter Jan Henricks; verkoper is Henrick zoon Willem Andriessen, koper Andriessen Adriaens van den Sande. Idem (fol 72 4-8-1570) van een stuk land groot ca. 3 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. Henrick Boelaerts, de erfgenamen van Aert die Metser, Adam Weijlaerts, Elias die Lathouder; verkoper is Aert zoon wijlen Dircks van Doormalen, koper Joosten Jan Willemssn.

RA Oirschot (Toirkens 138c fol 15 no 67, 69, 9-2-1560) Henrick zoon wijlen Jan Boelaerts heeft beloofd om aan Jacoppen Lenaertsoen en aan Joerden de Metser ten behoeve van de minderjarige kinderen van Jan Rutgertsoen een jaarlijkse rente van twee gulden te gaan betalen, (…) op onderpand van een heiveld, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. de kinderen van Peter Jan Corstens, Henrick Willems en meer anderen, de gemeenschappelijke straat. (id. 68) Roelof zoon Jacops die Metsere heeft als schuldenaar beloofd om aan Jacop Lenaerts ten behoeve van de kinderen van Jan Rutgertsoen een bedrag van 17 gulden te zullen betalen per a.s. Maria Lichtmisdag (Id. 69) Henrick zoon wijlen Jan Boelaerts weduwnaar van Margriet dochter van wijlen Leenaert Jacops (Keijmps) verkoopt het vijfde deel van een huis, tuin, etc. in totaal groot een half lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. heer Henrick Ariens, de gemeenschappelijke straat, Claes Henrickssoen. Hij verkoopt dit bezit nu aan Roeloffen Jacop Smetsers en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen. Datum en getuigen als boven.

RA Oirschot (Toirkens 136b fol 29 nrs 138/9 25-2-1550) Claes Henrick Mercks als man van Margriet dochter van wijlen Henrik Aelbrechts, verkoopt hierbij een lopenzaad akkerland, zoals dat met de beplanting aldaar gelegen en afgepaald is, gelegen in herdgang Verrenbest nabij de kapel aldaar en de school, b.p. het erf van de verkoper, de kinderen van Jan Haecks, de gemeijnte. Het perceel wordt nu verkocht aan Henrik Jan Bolaerts en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen. Er moet overpad worden verleend zoals dat van oudsher gebruikelijk is. (id no 139) Henrick Jan Bolaerts heeft als schuldenaar beloofd om aan Claessen Henrick Mercks die een bedrag van 50 gulden te zullen gaan betalen per a.s. St. Petersdag.

Broer: RA Oirschot (Toirkens 136b fol 40 no 192, 25-4-1550): Willem Aert Custers heeft als schuldenaar beloofd om aan Peter Jan Bolaerts die een bedrag van 62 gulden te zullen gaan betalen per a.s. Pinksteren over drie jaar.

ORA Oirschot (137a fol 61v no 235 dd 3-6-1552) Henrick Jan Boelaerts heeft beloofd om aan Jacop Philips van den Schoet die voortaan een jaarlijks rente van twee gulden te zullen gaan betalen (…) op onderpand van een huis, tuin, grond etc. gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, (noot: Jenneken dochter van Michiels van de Schoot weduwe van Antonis die Cort geassisteerd door Willem Aerts Sroijen als man van Anneken dochter van wijlen genoemde Antonis en Jenneken, zijnde in die hoedanigheid erfgenamen van wijlen Jacop Philips van den Schoet, hebben verklaard dat Geraert Janssen van Cleijenbreugel deze rente en de achterstalligheid daarvan heeft voldaan, welke rente Henrick Jan Boelaerts eerder aan Jacob Philips van de Schoot had beloofd. Datum 3 oktober 1608).

Idem (fol 79v no 295 dd 5-9-1552) Jan zoon wijlen Jan Haecks heeft beloofd om aan Henrick Jan Boelaerts die een jaarlijkse rente van anderhalve gulden te zullen gaan betalen (…) op onderpand van het vierde gedeelte van een nog onverdeelde akker, gelegen in herdgang Verrenbest.

Idem (fol 45 no 177 dd 17-3-1552) vermeld als belender van Dirck Willems van Berze met een huis, tuin, grond etc. gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck, b.p. Willem Happen, Henrick Jan Aelbrechts, de Brigida beemd, de gemeijnte. In 1553 ook als belender in Verrenbest naast Jan Jan Haecks.

ORA Oirschot (173b fol 17 no 83 dd 4-2-1553) Henrick zoon wijlen Jan Boelaerts heeft beloofd om aan Jacop zoon wijlen Lenaert Jacops die een jaarlijkse rente van 5 en een halve gulden te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin, grond etc. groot ca. een lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest.

ORA Oirschot (137b fol 9v no 28 dd 23-1-1554) Henrik zoon van Jan Boelaerts heeft beloofd om aan Thomaes Rutgers van Kerkoerle en aan Arien Janssoen van den Sande ten behoeve van de 5 kinderen van wijlen Lauwreijs van de Sande die een jaarlijkse rente van twee gulden te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag, op onderpand van een huis, tuin, grond etc. groot ca. een zesterzaad, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. Claes Coolen, de school van Best, de gemeenschappelijke straat. (…) De rente is altijd aflosbaar op Maria Lichtmisdag van elk jaar, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 32 gulden en de achterstallige termijnen (doorgehaald).

ORA Oirschot (138a fol 10v nos 50-51 dd 1-2-1557) Aert zoon wijlen Willem die Metsere heeft beloofd om aan Peter Jan Boelaertszoon een jaarlijkse pacht van 11 lopenzaad te gaan betalen, Oirschotse maat, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar, op onderpand van een stuk weiland en zijn deel in een beemd uit de vorige akte. (marge: Peter zoon wijlen Henrick Jan Boelaerts als rechthebbende daarvan voor de andere partij die afwezig zijn als erfgenamen van genoemde Peter Jan Boelaerts heeft verklaard dat deze pacht van 11 lopen rogge is afgelost. Datum 12 februari 1603) (Idem no 51) Henrick zoon Jan Boelaerts heeft beloofd om aan Leenaert Jacop Keijmps een jaarlijkse rente van 3 gulden te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer over een jaar, op onderpand van een huis, tuin etc. groot ca. 4 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. een waterlaat, Peter Jan Haecks senior, de St. Odulphuskerk, Aert Willem Dircks.

Idem (fol 86v no 399 dd 18-9-1557) Melchior Janssen als man van Lijsbeth dochter van Jan Haecks verkoopt het vierde deel van een beemd genoemd de Diepsteege gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. meester Jans van de Steege, Michiels van den Schoet, de gemeijnte aan Henrick Jan Boelaertszoon.

Idem (fol 91v no 414 dd 24-9-1557) Henrick zoon Jan Boelaerts heeft beloofd om voortaan aan Geerit Cornelis van Kerkhuers een rente van 2 gulden per jaar te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin etc. gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, groot ca. drie en een halve lopenzaad, b.p. het erf van de St. Odulphuskerk, Aert Willems van Dormaelen, Niclaes Henrick Mercks, de gemeenschappelijke straat.

ORA Oirschot (140a fol 139v no 285 dd 3-11-1566) Verkoop van een rente van anderhalve gulden door Jan Dircks als gemachtigde vanwege Dirck Janssen (Crijns), Lauwreijs Janssen, Goijaerden Dircks en genoemde Lauwreijs ook nog als voogd van Joesten Reijniers (Tempelaars, soms Hoogneven) … welke rente Jacop Wouter Peters eerder heeft beloofd aan Dirck Jan Dircks … op onderpand van een zesterzaad akkerland, genoemd de Hoirnkens akker, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, … conform een schepenbrief van Oirschot d.d. 23 januari 1537. Deze rente wordt nu verkocht aan Henrick Jan Boelaerts. Marge: Dielis Dirck Janssen (Crijns) voor een vierde deel in de genoemde rente van anderhalve gulden per jaar … verkoopt zijn recht daarin aan Henrick Jan Boelaerts … 22 januari 1567.

Mogelijk dezelfde Boelaerts: Idem (fol 289 no 289 dd 5-11-1566) Henrick Jan Bollenzoon heeft als schuldenaar beloofd om aan Willem de Beije in diens hoedanigheid een bedrag van 14 gulden te zullen betalen per a.s. Maria Lichtmisdag.

Dezelfde: ORA OIrschot (140a 1567a fol 192a no 115 dd 17-2-1567) Henrick Jan Bollenzoon verkoopt een stuk land, dat eerder van de gemeente Oirschot is ingenomen en dat hij heeft gekocht van Aerden Henricks van Dormalen, gelegen in Oirschot herdgang Hedel, b.p. Dirck Antonissen van den Velde, Gijsbrecht Verafter, de kinderen van Dirck Moels, de gemeenschappelijke straat. Hij doet er nu afstand van vanwege het recht van vernadering en verkoopt het aan Aerden zoon Dirck Moels.

Vermeld ORA Oirschot 1568 (nos 10, 60, 123) met een jaarlijks te ontvangen rente van 29 stuivers.

ORA Oirschot (141c fol 456v no 175 dd 16-5-1576) Henrick zoon wijlen Jan Boelaerts verkoopt een rente van een gulden per jaar uit een rente van 6 gulden, welke nu door Willem Antonis Huibrechts wordt betaald, en waarvan deze Willem eerder al 3 gulden per jaar heeft afgelost zoals blijkt uit een brief daarover d.d. 27 april 1572. De rente werd eerder door Jan zoon Henrick Amelissen beloofd aan Henrick Henrick Amelissen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin etc., groot twee en een vierde lopenzaad, conform een schepenbrief van Oirschot. De rente wordt nu verkocht aan Joesten Jan Willemssoen (…).

Idem (fol 552 Losse akte 46 dd 4-8-1570, ingeschreven in 1576) Aert zoon wijlen Dirck van Doormalen verkoopt een stuk akkerland groot ca. 3 lopenzaad gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. Henrick Boelaerts, de erfgenamen van Aert die Metser, Adam Weijlaerts, Elias die Lathouder. (…)

Nog veermeld ORA Oirschot 1577 met een rente van 20 stuiver, te ontvangen van de erven Joest Aertssoen van Doren.

ORA Oirschot (142b fol 312-ii no 150 dd 19-8-1577 Er is bepaald in de uitspraak dat hetgeen aan roerende goederen in het huis wordt aangetroffen na het overlijden van Barbel dochter van Lenaert Jacops, dat dat Barbel dochter van Henrick Boelaerts vooraf zal krijgen en inzake de andere roerende en vaste goederen die door Henrick en Lijsbet samen zijn verworven, die worden verdeeld. De helft daarvan gaat naar genoemde Barbel en de andere helft gaat naar Lisbeth en haar kinderen. Inzake het huis en toebehoren ... zijnde..... brouwinstallatie en andere zaken die ten tijde van het overlijden van eerdergenoemde Barbel zijn achtergebleven die mag Barbel en haar voogden behouden .... ( onleesbare zijrand)...... Barbel is wel verplicht aan Lisbetten en haar kinderen een bedrag van 116 gulden te betalen danwel daar een rente voor te beloven.

Idem no 151 (3-2-1578) Jan de Crom en Peter Jan Boelaerts als voogden over de kinderen van wijlen Henrick Jan Boelaerts en met hen Lijsken weduwe van genoemde Henrick hebbem verklaard dat Geraert Janssen als man van Barbara dochter van genoemde Henrick Jan Boelaerts aan hen een bedrag van 84 gulden heeft betaald en wel ter voldoening van een bedrag van 116 gulden welk bedrag Lijsken en haar kinderen in een bepaalde uitspraak toegewezen zijn geworden en zij geven deze Gerit daarvoor kwijting. (Idem no 152) Genoemde voogden hebben dit geld overhandigd aan Adamen Marcelis Weijlaerts en wel vanwege een huis, grond etc. dat Elisabeth weduwe van Henrick Jan Boelaerts van deze Adam heeft gekocht, welk geld Adam verklaart hierbij ontvangen te hebben.


Huwt (1)

Margriet Leenaert Jacobs KEIJMPS

FamilienaamIndex

Overleden Oirschot na 11-9-1558, voor 5-10-1558


Huwt (2) voor 1564

25.849   Lijsbeth Aelbrecht WELLENS

FamilienaamIndex 25.849Vader 51.698Moeder 51.699

Overleden na 1617, voor 1622

ORA Oirschot (139d fol 88 no 224 dd 13-6-1564) Margriet dochter van Gijsbrecht Voets en Goijaert van Boxmeer (of Boechmeer?, JT ) als voogd over diens dochter Catharina, verkoopt hierbij een jaarlijkse rente van twee gulden welke rente Jan Gijsbrecht Henricks eerder had beloofd aan Margriet weduwe van Wellens Wouters, waarbij Margriet daarvan het vruchtgebruik kreeg en Aelbrechten Wellenszoon daarvan het erfrecht, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin, grond etc. groot ca. 3 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. Henrick Gijsbrechts, Joest Croonen, Leenaert Jacops, Mathijs Crijns, conform een schepenbrief van Oirschot d.d. 1 februari 1553. Ze verkopen deze rente nu aan Henrick Jan Boelaerts die daarvan het vruchtgebruik krijgt en diens kinderen verwekt bij Lisbeth dochter van Aelbrecht Wellens daarvan het erfrecht.

ORA Oirschot 27-5-1578: … nog een gulden per jaar aan de weduwe van Henrick Jan Boelaerts

ORA Oirschot (142b fol 317 no 159 dd 3-2-1578) Lijsken dochter van wijlen Aelbrecht Wellens weduwe van Henrick Jan Boelaerts geassisteerd door Peter Jan Boelaerts en Jan die Crom als aangestelde voogden van haar wettige kinderen verwekt bij deze Henrick, partij ter ener zijde en Gerart Janssen (van Cleijnenbreugel) als man van Barbara dochter van wijlen genoemde Henrick Jan Boelaerts verwekt bij Margriet dochter van wijlen Lenaert Jacop Keijmps, partij ter andere zijde, hebben een boedelverdeling gemaakt van de navolgende bezittingen, rentes etc. volgens een bepaalde uitspraak die daarover is gedaan. (…) Lisbet met haar kinderen een rente van 29 stuivers per jaar te ontvangen van Dielis Creijns, nog 20 stuivers te ontvangen van de erfgenamen van Niclaes Crijns, nog 30 stuivers per jaar te ontvangen op onderpand van een akker genoemd de Heurskens akker. Verder krijgt ze twee derde delen van een heiveld gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. Margriet weduwe van Jan Peter Corstens, het erf van Gerard Janssen waarvan het is afgedeeld, Peter Peter Corstens, de gemeijnte. Verder krijgt ze een bedrag van 12 gulden en 15 stuivers eens te ontvangen van genoemde Gerit Janssen per a.s. Maria Lichtmisdag. Hierbij wordt ook verklaard dat Lisbet met haar voogden eerder van genoemde Gerit een bedrag van 84 gulden heeft ontvangen inzake een bedrag van 116 gulden eens die deze Lisbet en haar kinderen door deze uitspraak nu wordt toegezegd en welk bedrag hiermee wordt doorgehaald. (…) Gerit als echtgenoot van Barbara het derde deel van een heiveld met daarin een stuk groesveld inbegrepen, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. Lisbet met haar kinderen waarvan het is afgedeeld, Andries van de Sande, Peter Peter Corstens en meer anderen, de gemeenschappelijke straat. Verder krijgt hij een bedrag van 32 gulden die hij van zichzelf moet ontvangen en wel in mindering op een bepaald bedrag van 116 gulden dat genoemde Lisbeth en haar kinderen door deze uitspraak toegezegd zijn geworden en wel vanwege de helft van een jaarlijkse rente van 4 gulden die deze Lisbeth met haar kinderen in totaal zijn toebedeeld geweest die van diverse personen ontvangen moeten worden, met de verplichting daarbij dat Gerardt aan Lisbeth en haar kinderen per a.s. Maria Lichtmisdag een bedrag van 12 gulden en 15 stuivers moet betalen.

Belending (ORA Oirschot 143b fol 288 dd 5-3-1588) de weduwe en kinderen van Henrick Boelaerts; eerder: de weduwe …van Elisabeth Henrick Boelaerts.

ORA Oirschot (143c fol 447v no 232 dd 4-11-1591) Wouter zoon Denis Goijaerts, Adriaen Rutgers van der Hoeven, Denis zoon Gijsbrecht van Engelant, Jan Janssn. van den Bosch als man van Jenneken dochter van Geerlings de Hoppenbrouwer, weduwe van wijlen Jan Goossens, Jan zoon van genoemde Jan Goossens voor zichzelf en ook handelend voor de andere kinderen van deze Jan Goossens, verder Lisbeth dochter van Aelbert Wellants, eerder weduwe van Henrick Jan Boelaerts, geassisteerd door haar voogd, verder Peter Huibrechts als man van Christina dochter van Aert van der Voirt weduwe van Bernaert Wouters van den Weijer, hebben samen machtiging gegeven aan meester Henrick der Kinderen, procureur in de stad Den Bosch om namens hen hetzij voor wereldlijke hetzij geestelijke rechtbanken aldaar te ageren tegen de H. Geestmeesters van deze stad en aldaar hun belangen te behartigen.

ORA Oirschot (144c fol 461 no 34 dd 6-2-1597) Gielis zoon wijlen Tholof Goijaert Thomassn. verkoopt een akker genoemd de Achtersten Akker groot ca. 3 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, (…belast met) een rente van 5 gulden per jaar aan Elisabeth weduwe van Henrick Boelaerts.

ORA Oirschot (146a fol 17v no 86 dd 2-9-1605) Peter en Lenaert, broers, zonen van Henrick Jan Beelaerts (Boelaerts), geassisteerd door hun moeder Lijsken en mede optredend namens alle andere eventuele rechthebbenden, verkopen een jaarlijkse rente van f. 3.--, die geheven wordt op onderpanden in Verrenbest e.e.a. volgens schepenbrieven van Den Bosch d.d. 09/01/1540, aan de kerk van St. Odulphus in Best.

ORA Oirschot (149c fol 142v no 208 dd 20-10-1622) Albert, Lenaert en Peter, gebroeders, verder Willem Corstens aan de Meer als man van Marijke, verder Jan Niclaes Haencoppen als man van Margriet, gezusters en allen kinderen van wijlen Henrik Jan Boelaerts verwekt bij Lijsken dochter van Aelbert Willems, verder Adriaen Aerts als man van Catharijnen die voor hemzelf handelt en ook voor Henrick en Marijken minderjarig zijnde, allen kinderen van wijlen Jan zoon van genoemde wijlen Henrik Jan Boelaerts en vermelde Lijsken, hebben samen een boedelverdeling gemaakt van het bezit dat door hun ouders is achtergelaten.

Bij deze verdeling krijgt Albert de helft van een stuk land genoemde de Heijcamp, deels weiland en deels akkerland, in totaal groot ca. 4 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. genoemde Adriaen Aerts en de zijnen waarvan is afgedeeld, Geeraert Janssen van Cleijnenbreugel, de erfgenamen van Henrick Dircks van Geloven, de gemeenschappelijke straat aldaar. Verder krijgt hij nog een jaarlijkse rente van 5 gulden te ontvangen van Leonaert Rutger Stockelmans met de vervallen termijnen ervan. Nog krijgt hij 25 gulden eens te ontvangen van vermelde Willem Corstens aan de Meer. Uit dit erfdeel moeten jaarlijks alleen de dorpslasten worden betaald en te moeten zorgen voor onderhoud van wegen en waterlopen. (…) Leonaert de schuur met de grond en de halve bocht, af te delen met diens broer Peter, gelegen in Oirschot ter zelfder plaatse als hiervoor, b.p. genoemde Peter waarvan wordt afgedeeld, de gemeenschappelijke staat, Geeraert Janssen van Cleijnenbreugel. Uit dit erfdeel moet jaarlijks een Bosch malder rogge worden betaald in een grotere pacht van 2 malder aan de H. Geest aldaar, over te nemen met een vervallen en de lopende termijn. Nog krijgt hij van genoemde Jan Niclaes Haencoppen of van diens vrouw Margriet een bedrag van 25 gulden. Uit dit erfdeel moeten dorpslasten worden betaald en wegen en waterlopen worden onderhouden. (…) Peter het huis met tuin, schop, grond etc. en de halve bocht, even groot te maken als het deel van Leonaert, ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, b.p. het erf dat ervan wordt afgedeeld, de weduwe en kinderen van Goossen Peters van Oudenhoven, Margriet zijnde zijn zuster, de gemeenschappelijke straat. Uit dit erfdeel moet jaarlijks 3 malder rogge worden betaald, Bossche maat uit een grotere pacht van 2 Bossche mudden rogge aan de H. Geest aldaar, tot nu toe in geld betaald, over te nemen met een vervallen en de lopende termijn. Verder moeten er dorpslasten worden betaald en te worden gezorgd voor onderhoud van wegen en waterlopen. (…) Willem Corstens aan de Meer het huis, tuin, de halve bocht erbij, gelegen in Oirschot herdgang Naastenbest, groot ca. twee en een halve lopenzaad, b.p. Lambert Corstens van Creijelt, Jan Adriaens van den Huevel, de weduwe en kinderen van Adriaen Henrick Santegoets, de gemeenschappelijke straat aldaar. Uit dit bezit moet jaarlijks een malder rogge worden betaald, Oirschotse maat aan de St. Odulphuskerk te Best, nog twee lopen gerst per jaar aan de heren van der Donck, over te nemen met een vervallen en de lopende termijn, verder nog eenmalig 75 gulden te betalen, waarvan een derde aan Albert, een derde deel aan Adriaen Aerts en de zijnen en het andere derde deel aan de gemeenschappelijke erfgenamen om daarmee gezamenlijk de schulden te betalen, verder de dorpslasten. Er moet worden gezorgd voor onderhoud van wegen en waterlopen. (…) Jan Niclaes Haencoppen ten behoeve van diens vrouw Margriet die hij hierbij als gerechtigde daarin aanstelt, en waarvoor hij vandaag afstand van zijn recht van vruchtgebruik heeft gedaan, een akker groot ca. 2 lopenzaad, met de houtopstand etc., gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, genoemd de Langenakker, b.p. de weduwe en kinderen van Goossen Peters van Oudenhoven, Geeraert van Cleijnenbruegel, Joost Jan Willems, genoemde Gerard Janssen, Pauwels Gijsberts van Croonenburgh. Uit dit erfdeel moet jaarlijks een Bosch malder rogge worden betaald tot nu toe betaald met 2 gulden en 10 stuivers aan het Groot Gasthuis in den Bosch, over te nemen met een vervallen en de lopende termijn. Nog te betalen aan vermelde Leonaert 25 gulden en verder 15 gulden aan de gezamenlijke erfgenamen om daarmee de schulden te voldoen en nog de dorpslasten. Verder moet er worden gezorgd voor onderhoud van wegen en waterlopen. (…) Adriaen Aerts in diens hoedanigheid de helft van het perceel genoemd de Heijcamp, deels heide, weide en akkerland, af te delen van vermelde Albert, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. het erf dat ervan wordt afgedeeld, Joachim Laureijs Schoonen, de erfgenamen van Henrick Dircks van Geloven, de gemeenschappelijke weg aldaar of pad. Verder krijgt hij een jaarlijkse rente van 3 gulden te ontvangen van Marten Corsten Jans van Roij. Nog krijgt hij een jaarlijkse rente van een gulden en 10 stuivers te ontvangen van Jan Dircks van Geloven samen met de vervallen termijnen ervan. Nog te ontvangen van Willem Corstens aan de Meer 25 gulden eens. Uit dit erfdeel moeten de dorsplasten worden betaald en worden gezorgd voor het nakomen van de burenverplichtingen. (…)

Kinderen

  1. (uit 1) Barbara, vermeld 1578 (…nog 20 stuivers per jaar aan Berbelen dochter van Henrick Boelaerts) en 1581; huwt voor 1578 Gerard Jansen van Cleijnenbreugel; krijgen in 1586 toestemming een herberg te houden
  2. (uit 2) Aelbrecht Zie 12.924
  3. (uit 2) Peter (bBest 18-6-1642), doopgetuige in 1635, vermeld ORA 1605, 1606, 1612, 1622, 1623
  4. (uit 2): Leenaert (+voor 13-1-1638), vermeld 1605, 1611; huwt Dymphna Goijaert Dirks van Geloven; vermeld 1637
  5. (uit 2) Jan (+voor 1622), vader van Catharina, Hendrik en Marijke
  6. (uit 2): Marijke, huwt Willem Corstens aan de Meer
  7. (uit 2) Catharina, huwt Jan Niclaes Haencoppen
  8. (uit 1 of 2) Margriet, testeert 27 oktober 1637 (vermeld ORA 1638); kinderloos
TerugBegin van generatie

25.850   Goijaert Dircks van GELOVEN

FamilienaamIndex 25.850Vader 51.700Moeder 51.701

Geboren ca. 1542, maar in 1564 al volwassen
Overleden na 1631, voor 30-3-1637; oud tegen de 90.

In 1602 kerkmeester van de parochiekerk van St. Odulphus.

ORA Oirschot (Toirkens 139d fol 10 no 23 dd 18-1-1564) Simon zoon Henricks Verroeten verkoopt hierbij een akker genoemd den Esperenbosch, groot ca. 3 lopenzaad, en 12 roeden, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. de kinderen van Antonis die Cort, Willems Verroeten, Willem Antonissen, genoemde Simon zelf, welke akker hij heeft gekocht van Willem Verroeten. Hij verkoopt de akker nu aan Goijaerden Dircks van Geloeven.

Idem (fol 29 no 65 dd 3-2-1564) Goijaert Dircks van Geloven heeft als schuldenaar beloofd om aan Lisbeth Goijaerts die een bedrag van 38 gulden te zullen gaan betalen per a.s. Maria Lichtmisdag over 3 jaar.

ORA Oirschot (Toirkens 140a fol 70 no 60 dd 21-8-1565) Simon Henricks Verroeten heeft als schuldenaar beloofd om aan Goijaerden Dircks van Geloeven een bedrag van 17 gulden en tien stuivers te zullen betalen per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar.

ORA Oirschot (Toirkens 140a fol 178v no 56 dd 2-1-1567) Goijaert Dircks van Geloven heeft als schuldenaar beloofd om aan Jan Dielis Crijns en aan Rutger Janssen ten behoeve van de kinderen van Jan Gijsbrecht van Kerkoerle een bedrag van 36 gulden te zullen betalen per a.s. Maria Lichtmisdag over twee jaar.

ORA Oirschot (Toirkens 142a fol 141v no 134 dd 28-3-1578) Jacop zoon wijlen Peters van Doormalen verkoopt de helft van een akker genoemd de Hoghe akker groot ca. 4 lopenzaad, nog onverdeeld zijnde naast de Zomerweg af te delen, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. de gemeenschappelijke Zomerweg, de erfgenamen van wijlen Jan van Geloven, de kinderen van wijlen Wouter van den Weijer met meer anderen, Willem Antonis van Zon. Het perceel wordt nu verkocht aan Goijaerden Dircks van Geloven (…) Idem no 135: Goijaert zoon wijlen Dircks van Geloven heeft beloofd om aan Jan Jan Goessens ten behoeve van de St. Odulphuskerk te Best een jaarlijkse rente van 3 gulden te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin etc. groot in totaal ca. 5 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. b.p. Jan Janssn. van den Ecker, de gemeenschappelijke straat, Jacop Peters van Doormalen. Met deze belofte is een andere rente van 3 gulden per jaar afgelost welke rente Joest zoon wijlen Dirck Sweers als man van Catharijnen dochter van wijlen Geerlicks de Hoppenbrouwer deze kerk eerder had beloofd uit zijn onderpanden. (Idem no 136) Jacop zoon wijlen Peters van Doormaelen heeft beloofd dat hij de rente van twee gulden uit de rente van drie gulden zal gaan betalen die Goijaert Dircks van Geloven vandaag heeft beloofd aan Jan Jan Goessens ten behoeve van de St. Odulphuskerk te Best. (…) (Idem no 137) Goijaert zoon wijlen Dircks van Geloven heeft beloofd om aan Margriet dochter van wijlen Aert Dirck Hermans een jaarlijkse rente van twee gulden te gaan betalen steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin etc. genoemd het Bloksken groot ca. 5 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. Jan Janssn. van den Ecker, de gemeenschappelijke straat, Jacop Peters van Doormaelen. Ook nog op onderpand van een akker groot ca. 4 lopenzaad, genoemd den Grootakker, ter zelfder plaatse gelegen, b.p. Dirck Henrick Hermans, Jan van den Ecker, genoemde Jacop Peters van Doormaelen, Niclaes Jan Goessens.

ORA Oirschot (Toirkens 143a fol 1689 no 128 dd 19-3-1586) Goijaert zoon wijlen Dircks van Geloven en Jan Jan Hulsen in hun hoedanigheid in de vorige akten, verkopen het vierde deel van een beemd genoemd de Beckersbeemd nog onverdeeld gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, (…) aan Jan zoon Gijsberts van Engeland (Idem no 129) Jan zoon wijlen Ghijsbert Peters van Engeland verkoopt het zelfde deel van de beemd uit de vorige akte nu aan Goijaert Dircks van Geloven (Idem 130) Goijaert zoon wijlen Dirks van Geloven heeft als schuldenaar beloofd om aan Jan Jan Hulsen, ten behoeve van de minderjarige kinderen van Dirck Henrick Hermans een bedrag van 17 gulden te betalen per a.s. St. Jacopsdag. Voldaan 5 september 1619.

ORA Oirschot (Toirkens 143b fol 260v no 218 dd 8-9-1587) Goijaert Dircks van Geloven oud ca. 45 jaar en Margriet dochter van Gerart Philips van Strijp weduwe van Peter Antonis Dreijssen oud ca. 43 jaar die door Henrieksken weduwe van Jacop Peters van Doormalen verzocht zijn een verklaring af te leggen hebben gezegd dat het hen bekend is dat Jan Peters van Doormalen hetgene heeft betaald dat Dirck Aert Hermans te Woensel in diens testament had vermaakt zijnde 50 gulden en wel aan genoemde Dirck, ondanks het feit dat er in dat testament daarvan geen aantekening is gemaakt. Genoemde Goijaert verklaart dat hij er destijds bij was in het huis van Joost Talen waar het geld werd betaald en Margriet verklaart nog dat genoemde Jacop Peters van Doormalen dit geld van haar man heeft verkregen.

ORA Oirschot (Toirkens 143b fol 343v no 69 dd 14-11-1589) Goijaert zoon wijlen Dircks van Geloven als man van Anna dochter van Henrick Hermans verkoopt een beemd genoemd den Stillen beemd gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. Jan Roefs, bepaalde personen uit Liempde, Peter Peter Corstens, de kinderen en erfgenamen van Adriaen Niclaes van Hal. Hij verkoopt dit perceel nu aan Mariken dochter van Jan Raessen weduwe van Peter Laureijs van der Zanden waarbij deze weduwe het vruchtgebruik krijgt en haar kinderen het erfrecht.

ORA Oirschot (Toirkens 144c fol 383 no 43 dd 24-2-1596) Goijaert zoon wijlen Dircks van Geloven heeft als schuldenaar beloofd om aan Fredericken van Herlaer een bedrag van 100 guldens te betalen, vrij van enige kosten, binnen de stad Den Bosch te betalen op a.s. St. Bavodag.

ORA Oirschot 144c fol 463 no 40 dd 6-2-1597) Goijaert Dircks van Geloven heeft als schuldenaar beloofd om aan Henrick Jan Hermans een bedrag van 85 gulden te betalen en daarnaast nog een mudde rogge eens vanwege een Beekse pacht aan meester Niclaes van den Houdt op a.s. St. Bavodag.

ORA Oirschot (145b fol 162 no 8 dd 7-1-1600) Goijaert zoon wijlen Dirck Goijaerts van Geloven verkoopt het stuk akkerland genoemd de Wildecker zoals hij die heeft gekocht van Gielis zoon Odulphus Goijaerts, groot een zesterzaad gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, met een weg die erbij hoort, b.p. Elisabeth dochter Jan Peters van Oudenhoven waarvan het is afgedeeld, Aert Dirck Jan Hermanszoon, Laureijs Joachims, Niclaes Dircks van den Spijker. Het perceel wordt nu op grond van het recht van vernadering, verkocht aan Goijaert Dirck Jan Hermanssn. (Idem fol 166 no 33 dd 14-1-1600) Goijaert Dirck Jan Hermans heeft onlangs beroep gedaan op het recht van vernadering m.b.t. een akker genoemd den Wildenakker, welke akker Goijaert Dircks van Geloven had verkregen van Dielis Odulphus Goijaerts, gelegen in Oirschot, herdgang Verrenbest, b.p. Aert Dirck Jan Hermans, Elisabeth Jan Peters, Laureijs Joachims, Niclaes van den Spijker, omdat hij een grotere graad van verwantschap dan deze Dielis had. Hij doet nu zelf weer afstand, ook op grond van het recht van vernadering ten behoeve van Joorden Adriaens van den Hurck en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen.

ORA Oirschot (Toirkens 145b fol 258 no 166 dd 8-6-1601) Jan zoon wijlen Tielmans van Zeelst als man van Willemken dochter van Peters van de Zande voor zichzelf en als gemachtigde van Laureijs zoon van Peter van de Zande (…) verkoopt een hooibeemd, genoemd den Stillen beemd gelegen in Oirschot, herdgang Verrenbest, b.p. de Langen beemd, een Liempds veld, Peter van Oudenhoven, de kinderen van Adriaen Claeszoon. Het perceel wordt nu verkocht aan Goijaerden Dircks van Geloven (…) (idem no 167) Ghijsbert zoon wijlen Dircks van Geloven heeft als schuldenaar beloofd om aan genoemde Jan in diens hoedanigheid een bedrag van 80 gulden te betalen per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar.

ORA Oirschot (Toirkens 145b fol 293v no 32 dd 15-3-1602) Goijaert Dircks van Geloven heeft als schuldenaar beloofd om aan Henrick Jan Hermans een bedrag van 50 gulden te zullen betalen per a.s. St. Bavodag over een jaar. Doorgehaald 27 april 1604.

ORA Oirschot (Toirkens 149c fol 35v no 81 dd 8-3-1621; ook los 6 in ORA 1622) Goijaert Dircks van Geloven als vruchtgebruiker van de hierna vermelde bezittingen, geassisteerd door zijn wettige kinderen zijnde Henrick, verder... Willems als man van Mariken, verder Dimphna geassisteerd door Leonaert Andries van de Sande als haar hierbij gekozen voogd, verder Ida geassisteerd door Niclaes Adriaens van Nistelroij als haar hierbij gekozen voogd, zijnde broer en zusters verwekt bij deze Goijaert Dirks van Geloven bij Anna dochter van Henrick van der Heijden, verder Pauwels Pauwels van Croonenburg als vader en voogd van zijn 3 minderjarige kinderen verwekt bij Anna dochter van genoemde Goort Dircks van Geloven, waarbij ze samen nog handelen voor hun zuster Dieriksken, verder Jacop zoon Dircks van Geloven, Jan zoon Peter Peter Corstens (van Oudenhoven), nog Antonis Michiels als man van Lijsken, Laureijs zoon van genoemde Peter Peter Corstens, nog Dirck Willems van Dormalen als man van Margriet, verder Anna geassietsteerd door Niclaes van Nistelroij als haar hierbij gekozen voogd, zijnde broers en zusters en kinderen van Peter Peter Corstens ( van Oudenhoven) verwekt bij wijlen Marieken dochter van genoemde Dircks van Geloven, verder zoon Dirck Peter Peter Corstens die geestelijk gehandicapt is, waarvoor optreden Peter Goossens en Dirk Willems van Dormalen, verder Peter Goossens van Oudenhoven als voogd met deze Dirck Willems van Dormalen over de minderjarige kinderen van wijlen Peter Peter Corstens de jonge, daarbij allen geassisteerd door Peter Peter Corstens de oude, zijnde hun vader die afstand heeft gedaan van zijn recht van vruchtgebruik ten behoeve van zijn vermelde kinderen, verder Jan en Dirck gebroeders en zoons van wijlen Jan Dirks van Geloven, zijnde allen erfgenamen van wijlen Henrick Dircks van Geloven, respectievelijk hun broer en oom, en hebben nu samen een verdeling gemaakt van het bezit dat deze heeft nagelaten.

Bij deze verdeling krijgt Goijaert Dircks van Geloven die daarvan het vruchtgebruik krijgt en diens kinderen het erfrecht, de ene helft en Jacop Dircks van Geloven daarvan de andere helft, wat betreft een huis, tuin, schop. etc. gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest aan de Moest aldaar, (…) een beemd genoemd het Raebroek, ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen in het Broek aldaar, (…) een nieuw heideveld ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, b.p. de Eindhoefsen Weg aldaar zoals onlangs van de gemeente in gebruik genomen, (…) De kinderen en erfgenamen van Peter Peter Corstens ( van Oudenhoven ) wat betreft de ene helft en genoemde Jan en Dirck, zoons van wijlen Jan Dircks van Geloven voor de andere helft krijgen een schuur, de grond, boomgaard en aangelegen akker, genoemd de Lepper, met een akker die er aan het einde ligt, genoemd het Laer, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, (…) een beemd die eerder van de gemeente in gebruik is genomen, ter zelfder plaatse als hiervoor, (…) een nieuw heideveld aan het Kapeleinde aldaar, ook onlangs van de gemeente in gebruik genomen. (Idem no 82) De erfgenamen van Peter Peter Corstens in de vorige akte, verder Jan en Dirck gebroeders en zoons van Jan Dircks van Geloven hebben een boedelverdeling gemaakt van het bezit dat ze vandaag toebedeeld hebben gekregen afkomstig van wijlen hun oom Henrick Dircks van Geloven. Bij deze verdeling voor wat betreft de halve helft van dat bezit, krijgt Jan Dircks van Geloven een akker genoemd de Lepper, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, (…) krijgt Dirck Jan Dircks van Geloven wat betreft de andere halve helft, een beemd gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest aan de Slip aldaar, (…) een nieuw heideveld dat korte tijd geleden van de gemeente in gebruik is genomen, ter zelfder plaatse als hiervoor aan het Kapeleinde, zoals is vermeld in voorgaande akte. (…) De kinderen en erfgenamen van Peter Peters Corstens de oude, voor wat betreft de andere helft van het erfdeel, een akker genoemd het Laer, met de schuur, grond en boomgaard zoals is afgepaald aldaar, (…) (Idem no 83) Verder hebben alle erfgenamen elkaar beloofd om alle achterstallige lasten samen af te handelen tot aan een vervallen en de lopende termijn toe en ook een som geld van 300 gulden die wijlen genoemde Henrick Dircks van Geloven had gelegateerd aan de St. Odulphuskerk, waarvoor ze voor een tijd van 8 jaar lang, al het opgroeiende willigeen populierehout reserveren op het eerstgenoemde erf staande zowel buiten als op dat erf, om dat gezamenlijk daarna om te kappen en voor gemneenschappelijk gebruik aan te wenden, zoals dat voor dato dezes is aangeplant, zonder de aanplant echter aan de Slip aldaar.

ORA Oirschot (Toirkens 149c fol 56v no 68 dd 17-3-1622) Goijaert en Jacop, gebroeders en zoons van wijlen Dircks van Geloven waarbij Goijaert is geassisteerd door Henrick zijn zoon en door Iken en Dingen zijn dochters, verder Joorden Willems als man van Mariken en nog Pauwels Pauwels als weduwnaar van Jenneken, beiden dochters van vermelde Goijaert Dircks van Geloven, verder in afwezigheid van Albert Henricks danwel diens vrouw Dierksken, ook dochter van vermelde Goijaert, die ondanks dat ze hiertoe werden verzocht, niet zijn komen opdagen zoals ze zeggen, hebben hierbij een boedelverdeling gemaakt van het bezit dat is nagelaten door wijlen hun broer Henrick Dircks van Geloven. (…) Goijaert (…) het huis met tuin en erbij gelegen grond, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, samen met het daarachter gelegen akkertje, (…) een stuk land zijnde het achterste Streepken ter zelfder plaatse als hiervoor, (…) de helft in het Kampken ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen aan het heideveld aan de Eindhovense weg aldaar en hij krijgt de helft van het Raybroek dat als zodanig onverdeeld blijft zoals dat eerder al was. (…) Genoemde Jacop krijgt een schop met de grond die erbij ligt, die moet worden afgebroken, samen met een stukje land erachter (…) een stuk akkerland daar achter gelegen, b.p. het vermelde Stertken, (…)Verder behoudt ieder van hen de onverdeelde helft in het heiveld aan de Eindhovense weg en in het Raebroeck. Verder krijgt Jacop nog 190 gulden eens van Goijaert.

ORA Oirschot (Toirkens 150b fol 24 no 54 dd 12-2-1625) Goijaert Dirks van Geloven en Albert Henrik Bolarts hebben samen en ieder hoofdelijk beloofd om vanwege geleend geld, aan Jan Herman Stokkelmans als rentmeester van Silvester zoon Mr. Jacob Lintermans een bedrag van f. 800.-- te zullen betalen opeisbaar zodra genoemde Stokkelmans of Lintermans dit wensen tegen een rente van 6% per jaar en verder naar tijdsgelang totdat er definitief is terugbetaald. Indien de schuldenaars het kapitaal willen houden zullen zij, indien Stokkelmans of Lintermans hiermee instemmen een jaarrente moeten gaan betalen van f. 48.-- die steeds op 12 februari opeisbaar zal zijn, deze rente zullen zij mogen aflossen met een bedrag van f. 800.-- ineens of in meerdere termijnen van elk f. 200.--, samen met de achterstallige rentetermijnen. In dat geval moeten ze een opzegtermijn van 3 maanden vooraf in acht nemen. Als men gedeeltelijk zal aflossen zal de rente dienovereenkomstig verminderd worden. Voor het nakomen van deze verplichting verbinden genoemde Goijart en Albert hun persoon en al hun goederen, speciaal hun erfelijke goederen die in Oirschot liggen.

ORA Oirschot (Toirkems 151a fol 199 no 276 dd 31-7-1626) Goijaert Dirks van Geloven doet hierbij afstand van het recht van vruchtgebruik inzake het zesde deel van alle bezit dat hem is nagelaten bij de dood van zijn vrouw en dat na zijn dood zal versterven op zijn dochter Marieken. Hij draagt dat vruchtgebruik nu over aan zijn dochter Marieken en belooft alle lasten van zijn kant daarin af te handelen.

ORA Oirschot (Toirkens 150b fol 153 no 264 dd 19-11-1625) Goijaert Dirks van Geloven heeft verklaard aan Peter zoon Henrick Cornelis zijn huis met erbij gelegen grond te hebben verhuurd, gelegen in Oirschot, herdgang Verrenbest, zoals Goijaert dat onlangs middels het recht van vernadering had verkregen. De huur is 4 a.s. jaren, met 2 jaar te kunnen beeindigen indien een van de partijen dat wil, mits er met kerstmis daaraan voorafgaand wordt opgezegd. De huur loopt vanaf Pinksteren voor wat betreft het huis met weiland, kanten etc. Voor wat betreft de tuin loopt de periode vanaf medio maart daarvoor en het land vanaf oogsttijd, stoppelbloot, behoudens ca. 1 lopenzaad dat hij als 'voorlijf' krijgt, dat moet hij bij het einde per half maart verlaten. Verder moet alles verlaten worden zoals het werd aanvaard. De pachter moet het land op een goede manier verbouwen en met goede gemengde gewassen inzaaien, zonder dat hij meer land gaat verbouwen of mest van het land afhaalt. De pachter mag geen schade of nadeel toebrengen aan het huis, noch aan de grond of de houtopstand etc. Het koren op de akker wordt op 50/50 basis verdeeld, het deel van de verpachter moet naar diens schuur worden gebracht nadat het vooraf is geteld. De pachter moet de hoop van de verhuurder mee helpen dorsen en het gewande koren leveren. Verder moet de huurder aan de dorsers de kost geven en het dagloon betalen voor de verhuurder. De pachter zal tijdens de huurperiode alle gemeentebelastingen moeten betalen en elk jaar in mei 10 pond boter leveren, in de spurrietijd 20 eieren en 3 karren met turf en deze thuis te leveren. In het eerste jaar moet de pachter 1 vijm goed dakstro aanbrengen en de andere 2 jaren 2 vijmen, waarbij elke bussel 33 pond weegt, e.e.a. volgens het gebruikelijk huurrecht. daarnaast zal de pachter elk jaar met nieuwjaar aan de pachter als 'voorlijf', boven de halve korenopbrengst en de andere konditie's, een bedrag van f. 15.-- betalen. Bij het einde van de huurperiode mag de pachter niet eerder vertrekken of de oogst meenemen, dan nadat hij alles heeft betaald. (NB: no 59 dd 16-2-1625: Overdracht door Aert zoon Arien Rutgers Verhoeven aan Goijaert, na aankoop op 4-3 (sic) van Jan Jan Dirk van Geloven.)

ORA Oirschot (Toirkems 152a fol 213v no 206 dd 9-1-1627) Goijaert Dircks van Geloven doet hierbij afstand van het recht van vruchtgebruik inzake een huis, tuin, klein huisje etc. gelegen in de plaats Turnhout en nog inzake zijn rechten vanwege al het geld voor verkochte huisraad en meubels zoals dat is nagelaten door heer Jan van Geloven zijnde zijn zoon, toen hij leefde kanunnik in Turnhout en zoals dat bezit door deze heer Jan van Geloven in diens testament was vermaakt. Verder doet hij afstand van het vruchtgebruik van alle bezit dat is nagelaten door wijlen zijn vrouw Anneken dochter van Henrick Hermens. Hij draagt dit vruchtgebruik nu over aan zijn zoon Henrick Goijaerts van Geloven, aan Aelbert Henricks als man van Dirksken, aan Lenaert Henricks als man van Dymphna, aan hun zuster Iken, zijnde zijn dochters verwekt bij genoemde Anneken. Verder draagt hij het over aan Pauwels Pauwels van Croonenburg als weduwnaar van Jenneken ook dochter van genoemde Goijaert en Anneken ten behoeve van de wettige kinderen van genoemde Pauwels en Jenneken en nog aan Roelant Everaerts int Ekerschot als man van Anneken dochter van wijlen Aert Hoevens, wier moeder was Merieken, deze Merieken zijnde ook dochter van genoemde Goijaert en Anneken. Hij doet er nu afstand van en draagt het aan hen over en Goijaert belooft alle lasten van zijn kant af te handelen, onder voorwaarde dat zijn kinderen het geld van de verkoop ervan en dat ze nog van de verkoop van genoemde inventaris en meubelen zullen ontvangen, aan hem daarvoor 500 gulden zullen geven om daarmee de schuld af te lossen van 500 gulden die hij ongeveer twee jaar geleden heeft gemaakt vanwege een vernadering van bepaalde percelen grond etc.,gelegen in Oirschot, welk geld hij heeft geleend van Jan Hermen Stockelmans, zoals zijn kinderen nu ook beloven die schuld te zullen afhandelen.

ORA Oirschot (Toirkens 153c fol 370v no 412 dd 21/24-10-1628) Onder de volgende voorwaardes zullen Goijaert en Jacop, gebroeders en zonen van wijlen Dirck van Geloven, verder de erfgenamen van Peter Peters Corstens van Oudenhoven, en de kinderen van Jan Dircks van Geloven, allen als erfgenamen van wijlen Henrick Dircks van Geloven, in het openbaar na een gedane aankondiging hiervan op afgelopen zondag, bepaalde kavels willigebomen verkopen staande op het erf van genoemde Goijert en verder de bomen die door deze ergfgenamen bij de verkoop van hun erven voor zichzelf waren gereserveerd. (…)

Vandaag op 21 oktober 1628 zijn de voorwaardes opgelezen en zijn de diverse kavels als volgt geveild (…)

Een kavel van 9 willigebomen, gemerkt met een merkteken, gemijnd door Marten Peters voor 18 gulden, geslagen 2 slagen, nog een slag, nog een slag, Jacop Dircks 2 slagen, totaal ..... + 6 stuivers.

Nog 15 willigebomen gemerkt met 2 merktekens, gemijnd door Ruth Aerts Verhoeven voor 15 gulden 15 stuivers, geslagen 3 slagen, Jan Mathijssen nog 2 slagen, totaal ... + 6 stuivers.

Een kavel van 14 willigebomen gemerkt met 3 merktekens, gemijnd door Aert Ariens Verhoeven voor 20 gulden 10 stuivers, geslagen 4 slagen, Henrick Aelberts 2 slagen, Aert nog 2 slagen, Jacop Dircks 2 slagen, totaal ,... + 6 stuivers.

Een kavel van 13 willigebomen, gemerkt met 4 merktekens, gemijnd door Jan Gerits voor 18 gulden 10 stuivers, geslagen 2 slagen, Aert Ariens ontslagen met 4 slagen, Jacop Dircks nog 2 slagen, totaal 21.8. plus 6 stuivers.

Een kavel van 10 willigebomen, gemerkt met 5 merktekens, gemijnd door Jan Gerits voor 14 gulden 5 stuivers, geslagen 5 slagen, Aert Ariens 3 slagen, Jacop Dircks nog 2 slagen, totaal 17.9. plus 6 stuivers.

Een kavel van 12 willigebomen, gemerkt met 6 merktekens, gemijnd door Frank Joordens voor 18 gulden 10 stuivers, geslagen 4 slagen, Frans Henricks ontslagen met 2 slagen, totaal 20.18. plus 6 stuivers.

Een kavel van 7 willigebomen, gemerkt met 7 merktekens, gemijnd door Rut Ariens voor 19 gulden 10 stuivers, geslagen 3 slagen, Henrick Aelberts ontslagen met 2 slagen, Ruth 1 slag, totaal 21.19. plus 6 stuivers.

Een kavel van 13 willigebomen, gemerkt met 8 merktekens, gemijnd door Jan Jan Henricks voor 16 gulden, geslagen 6 slagen, totaal 18.6. plus 6 stuivers.

Een kavel van 10 willigebomen, gemerkt met 9 merktekens, gemijnd door Jan Mathijs Daniels voor 11 gulden 5 stuivers, geslagen 4 slagen, Jan Claessen 3 slagen, totaal 13.11. plus 6 stuivers.

Een kavel van 18 willigebomen, gemerkt met 10 merktekens, gemijnd door Joachim Vreijssen 13 gulden, geslagen 6 slagen, nog een slag, totaal 15.13. plus 6 stuivers.

Een kavel van 16 populierebomen, gemerkt met 11 merktekens, gemijnd door Jacop Dircks van Geloven voor 4 gulden 18 stuivers, geslagen 1 slag, totaal 5.7. plus 6 stuivers.

Een kavel van 19 populierebomen, gemerkt met 12 merktekens, gemijnd door Jan Gerits Cleijnenbreugel voor 9 gulden, geslagen 1 slag, totaal 9.14. plus 6 stuivers.

Een kavel van 16 populierebomen, gemerkt met 13 merktekens, gemijnd door Joachim Laurensen voor 9 gulden, geslagen 4 slagen, nog een slag, Henrick van de Snepscheut 2 slagen, Joachim ontslagen met 2 slagen, genoemde Henrick nog 2 slagen, totaal 12.4. plus 6 stuivers.

Een kavel van 8 populierebomen, gemerkt met 14 merktekens, gemijnd door Jan Gerits voor 9 gulden 5 stuivers, geslagen 3 slagen, totaal 10.9. plus 6 stuivers.

Een kavel van 13 populierebomen, gemerkt met 15 merktekens, gemijnd door Jan Mathijssen voor 11 gulden, geslagen 4 slagen, Gijsbert Martens 2 slagen, totaal 13.1. plus 6 stuivers.

Vandaag op 24 oktober 1628 zijnde de finale veiling, zijn de diverse kavels toegewezen aan de hoogste bieders omdat er verder niemand meer is geweest die meer wilde bieden.

ORA Oirschot (Toirkens 162a fol 125 no 85 dd 30-3-1637) Henrick zoon wijlen Goijaert Dirks van Geloven verwekt door deze Goijaert bij wijlen diens vrouw Anneken dochter van wijlen Henrick Hermans, verder Lenaert Henrick Boelaerts als man van Dimphna, nog Ida en Dirksken gezusters en allen dochters van wijlen deze Goijaert en Anneken, verder Antonis Lamberts als man van Merieken dochter van wijlen Pauwels Pauwels van Croonenburg verwekt door deze Pauwels bij wijlen diens vrouw Jenneken, dochter ook van wijlen genoemde Goijaert en Anneken, nog Roeland zoon wijlen Everaert Henricks Ekerschot als man van Anneken dochter van wijlen Aert Aert Hoevens verwekt door deze Aert bij wijlen diens vrouw Meriken, ook dochter van Goijaert van Geloven en Anneken, welke Ida en Dircksken zijn vergezeld door hun voogden, hebben verklaard een boedelverdeling te hebben gemaakt van het bezit dat ze van hun overleden ouders respectievelijke grootouders hebben geerfd zoals ze verklaarden. Bij deze verdeling krijgt genoemde Roelant Everaert Ekerschot namens diens vrouw Anneken, het oude huis, hofstad, tuin, grond etc. met de boomgaard die daar tegenover is gelegen, alles in Oirschot herdgang Verrenbest ter plaatse genoemd aan de Paillaert, (…) een stuk akkerland genoemd het hoog Ekkerken, ter zelfder plaatse als hiervoor, (…) de helft van een hooibeemd genoemd het Raebroek, ter zelfder plaatse als hiervoor ter plekke genoemd in het Besterbroek, (…) Bij deze verdeling krijgt genoemde Henrick Goijaerts van Geloven de schuur en de grond, de boomgaard die erbij ligt etc., alles in Oirschot herdgang Verrenbest, ter plaatse genoemde aan de Paillaert, (…) een stuk akkerland gnoemd de Groote Akker, ter zelfder plaatse als hiervoor, (…) de helft van een hooibeemd genoemd de Stillen Beemd, ter zelfder plaatse als hiervoor, ter plekke genoemd in het Besterbroek, (…) Bij deze verdeling krijgt Dircksken dochter van Goijaert van Geloven het nieuwe huis met hofdstad etc., tuin, grond, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, ter plaatse genoemd aan de Moest, (…) een stuk akkerland genoemd de Streep, ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, (…) een weiland genoemd de Slip, ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, (…) de helft van een hooibeemd genoemd de Diepsteegde, ter zelfder plaatse als hiervoor, ter plekke genoemd in het Bester Broek, (…) Bij deze verdeling krijgt genoemde Ida een stuk akkerland genoemd de Lepper, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest ter plaatse genoemd aan de Moost, (…) een stuk akkerland genoemd de Wildenakker, (…) de helft van een hooibeemd genoemd de Berckers Horck, ter zelfder plaatse als hiervoor, ter plekke genoemd in het Besterbroek, (…) Bij deze verdeling krijgt genoemde Lenaert Henrick Boelaerts namens zijn vrouw Dimphna, een stuk akkerland genoemd het Laer, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, ter plaats genoemd aan de Moost, (…) de helft van een stuk akkerland genoemde het Heijcampken, ter zelfder plaatse als hiervoor nog onverdeeld zijnde, (…) de helft van een hooibeemd genoemd de Diepsteegde, ter zelfder plaatse als hiervoor, (…) Bij deze verdeling krijgt genoemde Antonis Lamberts ten behoeve van diens vrouw Meriken, een stuk akkerland genoemd de Moonenakker, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, (…) een stuk akkerland genoemd de Esperen Bosch, ter zelfder plaatse als hiervoor, (…) de helft van een hooibeemd genoemd de Stillenbeemd, ter zelder plaatse als hiervoor gelegen onverdeeld nog (…).

(ORA Oirschot Toirkens 152a fol 234v no 223 dd 21-6-1627) Henrick Goorts van Geloven voor zichzelf handelend, verder Dymphna van Geloven geassisteerd door heer Lenaert Henricks, verder Dircksken en Ijken, gezusters en dochters van genoemde Goorts van Geloven, verder Mariken Pauwels wier moeder was Jenneken Goorts van Geloven, welke Dircxksken, Iken en Marieken respectievelijk met hun daarbij gekozen voogden zijn vergezeld, zijnde allen erfgenamen van wijlen heer Jan van Geloven, kanunnik te Turnhout, hebben hierbij machtiging gegegen aan Aelbert Henrick Boelaerts en aan Antonis Lamberts, zijnde respectievelijk de echtgenoten van genoemde Dirksken en van genoemde Marieken, on namens hen voor schepenen van Turnhout te verschijnen en daar het huis met tuin, grond etc. te verkopen, gelegen in Turnhout, waarin deze heer Jan van Geloven is gestorven en welk bezit deze erfgenamen onlangs in een openbare verkoop hebben doen verkopen. (…).


Huwt voor 1564

25.851   Anna Henrick Dirck Hermans van der HEIJDEN

FamilienaamIndex 25.851Vader 51.702Moeder 51.703

Geboren ca. 1540
Overleden voor 1621

Kinderen

  1. Henrick
  2. Jan (+voor 21-6-1627), kannunik te Turnhout
  3. Dymphna, huwt Lenaert Henrick Boelaerts
  4. Dirksken Zie 12.925
  5. Iken, huwt Antonis Lamberts
  6. Jenneken (+voor 1637), huwt Pauwels Pauwels van Croonenburg (+voor 1637)
  7. Marike (+voor 1638) huwt (2) Joorden Willem Joordens Melissen (+na 1638); huwt (1) Aert Aert Hoevens; uit eerste huwelijk dochter Anna, gehuwd met Roelant Everaert Ekerschot
  8. Anna, huwt Pauwels Pauwels van Croonenburg
TerugBegin van generatie

25.852   Henrick SANTEGOETS

FamilienaamIndex 25.852Vader 51.704Moeder 51.705

Geboren ca. 1527
Overleden voor 31-1-1581

ORA Oirschot (Toirkens 143a fol 199v no 291-3 dd 21-10-1586) Adriaen, Jan en Henrick, broers en zonen van wijlen Henrick Santegoets, Adriaen Rutgers van Heesch als man van Barbara en nog Heijlken, gezusters en dochters van genoemde Henrick Santegoets, verder Aerden en Andries, broers en zonen van Henrick Santegoets en nog Goessen Peters en Willem Henriks als hun voogden, hebben een wettige boedelscheiding gemaakt inzake de nalatenschap van genoemde Henrick Santegoets en Beelken dochter van Adriaen de Harnismaker. Bij deze verdeling heeft genoemde Adriaen Henriks een akker verkregen genoemd het Soerland, gelegen in Oirschot herdgang Naastenbest, b.p. de weduwe van Joost de Weer, de kinderen van Henrick Jan Gerits. Verder krijgt hij een akker genoemd de Dasunt ter zelfder plaatse gelegen, b.p. Willem Henricks, Corsten Jan Corstens. Verder krijgt hij het derde deel van een beemd genoemd de Braexbeemd, gelegen onder Liempde, b.p. Henrick Hulsen, de gemeijnte. Uit dit erfdeel moet jaarlijks de grondchijns worden betaald en een gulden per jaar aan de kinderen van Frans Eijmkens.

Bij deze verdeling krijgt genoemde Jan het huis met tuin etc. gelegen in Oirschot herdgang Naastenbest, b.p. de kinderen van Gerart van der Hoeven, de gemeenschappelijke straat. Verder krijgt hij de helft van een beemd genoemd de Schelenbeemd te Liempde, b.p. de erfgenamen van Lambert Martens, Jenneken Henrick Delien, Lijske Peter Goossens. Uit dit erfdeel moet jaarlijks de grondchijns worden betaald.

Bij deze verdeling krijgt Henrick een akker genoemd de Huijst gelegen in Oirschot herdgang Naastenbest, b.p. Heijlken Odulphs, Heijle aan de Heijde, Michiel Joosten. Ook krijgt hij het derde deel van een beemd genoemd de Braexbeemd, onder Groot Liempde gelegen, b.p. Henrick Hulsen, de gemeijnte. Verder krijgt hij een akkertje genoemd het Hopveld ter zelfder plaatse gelegen aan de waterlaat, b.p. Evert Goijaerts, Corsten van Roij en meer anderen. Uit dit erfdeel moet jaarlijks de grondchijns worden betaald.

Bij deze verdeling krijgt genoemde Adriaen Rutgers een akker genoemd den Lampkens akker gelegen in Oirschot herdgang Naastenbest, b.p. Jan Mathijs, de weduwe van Jan Ariens, het stuk dat er van is afgedeeld. Verder krijgt hij het derde deel van een beemd genoemd de Brakenbeemd gelegen onder Groot-Liempde, b.p. Henrik Hulsen, df gemeijnte. Als uit dit erfdeel grondchijns moet worden betaald, dan zullen de erfgenamen die voor gezamenlijke rekening nemen tegen de factor 40 maal.

Bij deze verdeling heeft genoemde Heijlken een akker verkregen genoemd de Streepe, groot ca. 5 lopenzaad gelegen in Boxtel onder Onrode, b.p. Aert Henrick Santegoets, zijn broer Andries, de gemeenschappelijke straat. Verder krijgt zij de helft van een beemd genoemd de Schelenbeemd onder Liempde, b.p. de erfgenamen van Lambert Martens, Henrick Delijen, Lijsken Peter Goossens. Uit dit erfdeel moet jaarlijks grondchijns worden betaald aan de heer van Boxtel. De erfgenamen beloven dat ze de chijnsen etc. voor gezamenlijke rekening zullen nemen en alle rentes tot en met a.s. Maria Lichtmisdag samen zullen afhandelen. (Idem 292) Jan zoon wijlen Henrick Santegoets geassisteerd door zijn voogden, op grond van deze boedelscheiding heeft als schuldenaar beloofd om aan de andere erfgenamen 4 lopen rogge te betalen, Oirschotse maat per a.s. oogsttijd. (Idem 293) Nota : Alle vier genoemde erfgenamen zullen ieder aan Jan Henrick Santegoets per a.s. oogsttijd een lopen rogge betalen, in totaal dus 4 lopen.

ORA Oirschot (Toirkens 144a fol 30v no 153 dd 14-5-1592) Jan zoon wijlen Henrick Santegoeds als man van Aleijden dochter wijlen Goijaert Franck Goijaerts verkoopt een vierdedeel van een beemd genoemd de Quinckert gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. Dirck Jan Huijskens, de gemeijnte, Dielis Ghijsbert Hoppenbrouwers, Mevrouwe van Frentz. Het stuk grond wordt nu verkocht aan Henrick Ghijsbrecht Hoppenbrouwers onze collega schepen. De verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen behalve de dorpslasten.

Idem (fol 456v no 246-8 dd 17-11-1604) Adriaen zoon Jan Joris Philips draagt een halve beemd land over, waarvan Dionijs Ghijsberts van Engelant de andere helft bezit, genoemd Sbrauwers broeckbeemd, in totaal ca. 3 bunder groot, gelegen in Oirschot, herdgang Aerle, b.p. Henrick Michiel van de Schoot, verder de gemeijnte. Ook nog een akker groot ca. een zesterzaad zoals hij die heeft verkregen van de erfgenamen van wijlen heer Henrick de Harmismaker, genoemd de grote Laerakker, gelegen in Oirschot, herdgang Naastenbest, b.p. Jan Thomas van den Acker, Laureijs Joachims, Adriaen Henricks. Hij draagt deze percelen nu over aan Adriaen en Jan, broers en zonen van wijlen Henrick Zantegoets namens en ten behoeve van Heijlwich hun zuster, dochter van Henrick Zantegoets. (idem 247) Adriaen en Jan Henrick Zantegoets in hun hoedanigheid hebben verklaard dat Adriaen Jan Joris Philips deze halve beemd en de Laerakker wederom tot zich mag nemen en aflosssen tegen betaling van 214 gulden en de hoeveelheid van een mudde rogge, Oirschotse maat. De aflossing zal dienen te geschieden op St. Jacopsdag a.s. over een jaar zijnde 1606 en daarna niet meer. (Idem 248) Adriaen Jan Joris Philips heeft als schuldenaar beloofd om aan Adriaen en Jan Henrick Zantegoets vanwege genoemde Heijlwich een bedrag van 100 gulden te betalen per a.s. St. Jacobsdag over een jaar.

ORA Oirschot (Toirkens 146b fol 134v no 62 dd 5-2-1607) Goederenruil tussen Jan Henrik Santegoets en Arien Rutgers van Hees. De genoemde Jan Henrick Santegoets en Arien Rutgers van Hees als man var Berbelen dochter wijlen Henrick Santegoets hebben een grondruil gedaan van grond die zij in een erffelijke verdeling tussen hun broers en zusters verkregen hebben. Bij deze ruiling heeft Jan Henrick Santegoets aan Arien Rutgers van Hees overgedragen een huis met tuin, hofstede met zijn toebehoren zoals dat in Oirschot, herdgang Naestenbest is gelegen, b.p. Gerit Goort Switten, Goort Lambert Denis, de 'gemeijnte'. Jan belooft alle lasten af te handelen behalve een jaarrente van 7 stuivers aan het kapittel van Oirschot en behalve de gemeentelijke belasting. De koper moet zorgen voor het onderhoud van wegen en waterlaten. Bij genoemde ruiling heeft Arien Rutgers in zijn kwaliteit aan Jan Henrik Santegoets een akker overgedragen genoemd de Lemkens ekker gelegen in Oirschot, herdgang Naastenbest, b.p. de Cantorsakker, de genoemde Arien Rutgers, de weduwe Jan Ariens, de gemeenschapp