Familienaam Index 39.300 Vader 78.600 Moeder 78.601
Geboren voor 1510
Voornaam is hypothetisch; zeker de vader van Ermgard, waarschijnlijk van Cornelis als hij de Cornelis vermeld in 1587 is, en dan ook waarschijnlijk vader van Jan. De akte uit 1609, waarin Arij Aelberts oom van Jan en Ermgard heet en oudoom van Sijtje, impliceert dat Jan, Ermgard en de ouder van Sijtje ofwel de vader deelden (en dan is de naam Booy terecht), of de moeder.
| Huwt De Kaag voor 1535 |
Index 39.301 Vader onbekend Moeder onbekend
ONA Leiden (16:338 dd 18-12-1587) Neeltgen Geritsdr weduwe wijlen Cornelis Symons, oud ca 60 jaar, en Sytgen Cornelisdr dochter van de voorzegde Neeltgen Geritsdr, oud ca. 25 jaar, beide wonende in Leiden, verklaren ten verzoeke van Ysbrand Damisz zuivelkoper en poorter van Leiden, dat zij naast Ysbrand wonen, waar 4 tot 5 weken geleden bij hun (= van Neeltgen en Sytgen) huis kwam Pieter Pieters van den Huycquesloot, die tegen de deposanten zei “hadde ick haer [menende …des Voors. Requirants dochter] alleen gehadt, ick zoude haer mogelick een sne int aensicht gegeven (doorgehaald: hebben) of haer int water geworpen hebben”.
Familienaam Index 39.304 Vader onbekend Moeder onbekend
Geboren ca. 1525
Vermoedelijk te Leiden.
| Huwt ca. 1550 |
Index 39.305 Vader onbekend Moeder onbekend
Familienaam Index 39.492 Vader 78.984 Moeder 78.985
Geboren ca. 1470
Overleden 1542 of na 1551
Cornelis was schout en dijkgraaf Albrandswaard in 1532, door de Hofstad Putten beleend met een huis en erf te Poortugaal 17-12-1515.
| Huwt voor 1530 |
Familienaam Index 39.493 Vader onbekend Moeder onbekend
Overleden na 1551
Baertgen was in 1542 gegoed te Poortugaal en Hoogvliet.
Familienaam Index 39.494 Vader 78.988 Moeder 78.989
Geboren Hage (Princenhage) ca. 1490
Overleden Breda ca. 1555
| Huwt 1526 |
Familienaam Index 39.495 Vader onbekend Moeder onbekend
Geboren Breda ca. 1500
Overleden Breda ca. 1560
BL 1954:64 meldt een Willem van den Bemden (Bempde, Beemde) geboren voor 1522, te Breda, gehuwd met Cornelia N., ouders van Willem; Wouter, huwde Joanna Oerlemans; Jenneke, huwde Cornelis Janssens de Sloetmaker (Dordrecht); Jan (scipman) huwt Maria Heems Henricsdochter ook genoemd Maria Adriaen Henric Eements (waarvan 5 kinderen bekend); Cornelia huwt Nicasius de Meyer, slootmaker, wonen te Antwerpen ; en Matthia, huwt Joris vander Meer.
Familienaam Index 39.504 Vader 79.008 Moeder 79.009
Geboren voor 1500
Overleden voor 1532
| Huwt (1) ca 1520 |
Familienaam Index 39.505 Vader 79.010 Moeder 79.011
Geboren voor 1500
Overleden na 1520
| Huwt (2) |
Dorf Anthonis Petersdr CELEN
Familienaam Index 39.506 Vader 79.012 Moeder 79.013
Overleden Etten ca. 1540
| Huwt (1) voor 1515 (huwelijkse voorwaarden 1515?) |
Familienaam Index 39.507 Vader 79.014 Moeder 79.015
Overleden na 1520
| Huwt (2) |
Cornelia Willemsdr van UINNEN
| Huwt (3) |
Meeske Heijndrick Aerts de VROOME
| Huwt (4) |
Soete Cornelis Pieters ZEEUWEN
Familienaam Index 39.508 Vader onbekend Moeder onbekend
Gegoed onder Teteringen
| Huwt (1) ca 1520 |
| Huwt (2) |
Hadewich Jansz OERLEMANS
Familienaam Index 39.510 Vader onbekend Moeder onbekend
| Huwt Breda ca 1520 |
Familienaam Index 39.616 Vader 79.232 Moeder 79.233
Overleden Delft 1510
Schepen van Delft in 1502 (OV 1991:47, zegelt met drie schuingeplaatste zeehoorns; OV 1989:284), 1503 (OV 1986:575, 1989:444, 461, 1969:136, 1968:282, zegelt met drie vogels), 1504 (OV 1988:576, zegelt met drie gaande vogels).
Vermeld als patroniem van zijn zoon Hugo. Nota bene: in het repertorium op de hofstede Strijen wordt al in 1347 een jonkheer Jacob van den Eynden vermeld als buur van een leen in Houweningen bij Sliedrecht (OV 1979:59).
Eigenaar van een huis aan de Westzijde van de Oude Delft, gekocht 23-8-1496 van Cornelis van Dorp, ridder, op 19-2-1510 door Margriete, weduwe van Jacop van Eynden, voor een helft verkocht aan Pieter Dirc Woutersz., en voor de andere helft op dezelfde dag aan hem door meester Pieter Jacobsz. van Eynde met zijn voogd, Michiel Michielsz., en Doe Vranckenz. namens hun vrouwen en hun evenknieën.
ORA Delft (Kamer van Charitate Archiefnr 447, Inv.nr 2091, Charter 1062) akte van verkoop door Claes Claesz Colijn aan Frans Lambrechtsz d.d. 26-9-1503, getuigen zijn de schepenen Frans Sonderdanck en Jacob Dircxsz van [den] Eynde.
Ook vermeld (OV 1980:572): Delft, 10-6-1463: Broeder Joest Claesz., rector, zuster Aecht Heynricxdochter, priorin, en het convent van Sint Agniet, genaamd Int dal van Josaphat, te Delf verkopen aan Coppert Heynricsz. 8 hond land in de Ketel in ver Nellenlant gemeen met de heer Jacob Dircxz. en het zusterhuis van Sint Aechten binnen Delf (sic). In later jaren wordt hij niet meer als belender gemeld; wel is een deel van het land in 1492 door ene Claes Jacobz verkocht.
Jacob Dircx van den Eynde, Memorieboek van Voorburg, nr 254 (27-1-1505) geeft twee morgen land aan de Noordzijde van de Vliet 'genaemt Pier Wiggers' aan de kerk. Zijn vermoedelijke huis (1508 nr. 85) behoort aan de kerk, en kwam haar toe van Jan Claeszoons weduwe (Alyt, vermeld 1438 nr. 255).
GA Leiden (Archief 502, Inventaris Archieven van de Kerken), St Philippus enb Jacobus Vicarie, regest 2119 dd 4-8-1487: Jan Dircx verkoopt aan Jacob van Eynde Dircxz een rente van 2 pond Hollands op een morgen land aan de Vliet te Voirburch; idem regest 2198 dd 3-6-1499, Jacob Dircx van Eynde voor de schout van Zoeterwoude, verkoopt aan deken en kapittel van het St Pancreascollegium tbv een prebende voor St Philips en Jacob; de rente van 2 pond Hollands nader verzekerd op 7 morgen land in de ban van Stompwijk.
Een Jacob Dyrcxz. Van (den) Eynden staat met Dyrck van Beaumont borg voor Pieter Tack en Jacob Dyrcxz, kennelijk muntmeesters, wanneer de munt van Holland naar Den Haar verplaatst wordt in 1445 (Rekening van het Hof van Holland, geciteerd in Van der Chijs (1858 p. 425). Met dank aan Jos Benders.
Vermoedelijk een oom (of de grootvader?) Jacob van Eynde is de kerk van Voorburg een rente schuldig van 50 schellingen op land overgenomen voor 1439 van Symon van der Does (nr. 54), zijn erven zijn (omstreeks die tijd, nr. 60) eigenaars van een halve morgen land in Heer Zijbrants Lant (overgenomen van Machtelt Jan Gheysensoen, in gebruik bij Jan Willem Aemszoen & Dirck Janszoen; de kerk bezit de andere halve morgen). Onder nr. 167 (ca. 1435-40) een hond land in Aden Lant voorheen van Griet van Vlairdinck, nu in gebruik bij 'Arent Huych ende Jacop van Eynden volck' die de penningen jaarlijks betalen. Dezelfde tijd (nr. 301) heeft hij ook andere grond in Aden lant boven de watersloot, verkocht door Mr Jan Claeszoon. Hij is ook (na 1440, nr. 306) koper van vier hond land in de 'Oestbaet'.
Een mogelijke broer Ghysbrecht wordt vermeld als schuldenaar voor 20 groten in een overdrachtsakte aan de kerk van Voorburg (Memorieboek nr. 255 d.d. 1438).
Een mogelijke nicht Margriet Jacop van Ende wordt omstreeks 1440 genoemd (nr. 281) met een rente van een pond op haar huis dat nog rond 1435 behoorde aan Symon van der Does, en (nr. 313 als Margriet van Eynde, ca. 1440) als medebezitter van een halve morgen in 't Roestlant (samen met Jan Willemszoen van Berghen).
Taxandria 1925:148 meldt een Jacob van den Eijnde, notaris in Den Bosch, waar Elisabeth Lambertsdr van Doerne op 10-3-1507 testament op laat maken.
In Vlaamse Stam komt een Jacob van den Eynden, vader van Jacoba (voor 1410) voor (VS 1976:174)
OV2005 p. 180 (Repertorium Lenen Duvenvoorde) Voorschoten, 4 morgen Noord: Veenweg; Zuid: heer van Wassenaar; Oost: Jacob Simon Ghibenz; West: Jan Simon Ghibenz; jaarlijks 4 pond 10 stuivers waard en 2 d. dijkgeld. Op 30-9-1517 hier vermeld Mr Pieter van Eynden.
| Huwt |
Index 39.617 Vader onbekend Moeder onbekend
Overleden voor 1532
Vermeld als weduwe, gestorven en erflater aan een Cornelis Michielsz in 1532 (OV 1986:551); Cornelis Michiels is verbonden aan de kerk van Voorburg, en gildemester aldaar. Mogelijk was Margriete dochter van een Floris Pieters (OV 1994:375).
Familienaam Index 39.618 Vader 79.236 Moeder 79.237
Geboren ca. 1465
Overleden Kasteel Bulgersteyn (Borgerstein) in Rotterdam, 1509
Bron NL 1953:290-3: genealogie van een Delftse regentenfamilie uit c.1600. Schepen, bezit 1/4 van kasteel Bulgersteijn, leenman (beleend 1495). Vgl. ook NL 1990:335.
Beleend met de helft van de koren-en smaltienden van West-IJsselmonde dooor Jacob van Hoorne bij dood van zijn vader; de andere helft aan Johan van den Bockhorst (Regesten IJsselmonde, GA Rotterdam 9-9-1495, inv. nr. 1826). Hierover loopt een proces bij het Hof van Holland (9-9-1501, inv nr 1841) met als uitspraak dat de beleenden de tienden in het Westambacht van IJsselmonde voorlopig in bezit krijgen onder goede borgstelling; Aernt Pietersz in Den Haag stelt zich borg (datum en bron idem).
| Huwt circa 1490 |
Familienaam Index 39.619 Vader 79.238 Moeder 79.239
Geboren ca. 1465
Overleden voor 4-8-1517 (OV 1985:210)
(Volgens OV Zuidhol. Gen II 1991: Pietertje Willemsz Grijp, dochter van Willem Floris Grijp, burgemeester van Delft, en Maritgen N.)
Familienaam Index 39.620 Vader 79.240 Moeder 79.241
Geboren 3-8-1463
Overleden 22-5-1504
Heer van Gaverincxhove, 'échevin' van Termonde. Bron Van Herckenrode, Gaillard
Meester in de Rechten. Schepen van Dendermonde Schepen als Mr Joos Nieulant (17-9-1488 - 26-8-1489, 24-7-1490 - 6-9-1491, 8-7-1494 p- 29-7-1495, 19-6-1496 - 10-7-1497, 6-8-1500 - 26-3-1500 (=1501), 15-11-1503 - 26-6-1504)
| Huwt (ot 15-6) 9-7-1492 |
Familienaam Index 39.621 Vader 79.242 Moeder 79.243
Overleden 28-5-1556
| Zij huwt (1) |
Willem de BOODT
Familienaam Index 39.622 Vader onbekend Moeder onbekend
Alias Wulfaert. Vgl ANB 1857:161.
Een Wulfram van den Ecke, ook Eecken (= Hecke) is in 1371, 1376, 1379 Schepen van der Kuere te Gent. Mogelijk is hij de grootvader van deze Wolfrand.
| Huwt |
Familienaam Index 39.623 Vader 79.246 Moeder 79.247
Kwartieren ontleend aan Herckenrode en homepage Van Waesberghe
Familienaam Index 39.624 Vader 79.248 Moeder 79.249
Geboren ca. 1470
Overleden Den Haag 5-1-1525
Volgens een doodboek van Den Haag uit de collectie van de Hoge Raad van Adel +1520.
Studeerde te Leuven en Orléans. President (pensionaris) van Dordrecht 1507-10), lid en griffier van het hof van Holland 1506-15 (Batavia Ill. 1478; vgl Nav. 1922:62)), president in 1517 (idem 1475), raadspensionaris (landsadvocaat) van Holland 1513-24. Bronnen: CBG 1973, Navorscher 1865, 1890, OV 1997. Vermeld op 5-2-1520 (OV 1988:232) als Albert van Loo Albertsz, raad van Holland. Woonde aan de Kneuterdijk tegenover Paleis Noordeinde, waar nu Paleis Kneuterdijk staat. In 1518 verwikkeld in een twist over de combinatie van zijn ambten als landsadvocaat en raad van Holland (vgl. ook Kok, Kobus en Rivecourt). Zou ook een ambt in Friesland hebben (Navorscher 1865). Wordt beschouwd als behorende tot de lagere Hollandse Adel (v. Nierop 52, 83, 165 e.a.). Volgens Dossier CBG: schildknaap. Overlijdensdatum vgl ook CBG 1947:105.
GA Leiden (Archief 502, Inventaris Kerken, regest 386 dd 26-3-1492) Albrechts Albrechtsz van Loo als procureur voor Berent Jacobsz.
GA Den Haag 0171-01, archief Familie Van Brienen van de Groote Lindt, regest 19: 3-4-1518 Jacop Adriaenszoon van de Wiele en Pieter Pietersz schepenen in den Hage oorkonden dat Thonis Bartolmeeszoon verklaarde te hebben verkocht aan mr Cornelis Henrijckzoon een perceel land in het ambacht van Wassenaar, belend: O. en Z. mr Aelbrecht van Loo, N. de watering, W. Pieter Hubrechsz en nog twee percelen geestland, belend: O. mr Aelbrecht van Loo, N. de watering, Z. en W. mr Cornelis voorn. De percelen zijn belast met 9 pond holl. 5 stuivers en 5 denijts.
GA Den Haag Oud archief 0350-01, regest 50 (betreft mogelijk de vader): 11-3-1482 Het Hof van Holland bepaalt naar aanleiding van het mandement van Maximiliaan en Maria van 1481 Oct. 1, dat vrijgesteld zullen zijn van contributie in de bede van den Haag alle dienaren, officieren en personeel, gerekend tot de "escroen" van den huyse van de hertog en hertogin en de ordinaris en extra-ordinaris raden van Holland, de procureur, advocaat en griffier van Holland, Adam van Cleve en Vranck van Nesse secretarissen ordinaris, Ghijsbrecht van der Mije, Floris Oem van Wijngaerden, Joost Willemszoen en Mr. Cornelis van Scheveningen, secretarissen extra-ordinaris, "alle ridderen,kerckelicke of gheestelicke luyden, alle doctoeren, licentiaten, ende advocaeten, die doctoeren oft licentiaten zijn, zes van de procureurs postulant voor den voorscreven Hove, bij namen Jan Meynert zoen, Ailbrecht van Loo, Willem de Latter, Mr. Melis Zael, Duyst Pieterszoen ende Anthonis Jansoen; ses exploictiers, bij namen Jan Wouterszoen, Lourys Ghijsbrechtszoen, Harpar Claeszoen, Jan Aerntszoen, Dirick van Vuytwyck ende Heynrick van Cralinghen ende dat bovendien oick vrij ende exempt blijven ende weesen sal Jan Schout als deurwaerder ende bewaerer van de voorscreven Camere van den Raide ende vier boden te weten Symon Claeszoen, Jan Kempenzoen, Coppin van Billenborch, ende Geryt Tack". Wanneer echter die van Den Haag te eniger tijd assistentie nodig hebben tegen iemand anders van de secretarissen, advocaten etc. etc., zal het Hof hun alle assistentie, die nodig is, verlenen. 1482 Maart 11 (op ten XIen dach in maerte in 't jairO.A.M.CCCC. een ende tachtich, nae den loop 's hoofs van Hollandt).
GA Den Haag Oud archief 0350-01, regest 126, 31-3-1514 Keizer Maximiliaan en Karel, aartshertog van Oostenrijk etc. geven aan de graaf van Egmond, gouverneur, Mr. Nicolaas Everardi, president van de raad in Holland, Vincent Cornelisz. rekenmeester, en Aelbrecht van Loo, advocaat van de Staten van Holland, kennis, dat zij, naar aanleiding van het appèl van Willem Oem van Wyngaerden op de Grote Raad te Mechelen betreffende 's Keizers ordonnantie op de gemeente en neringen van Den Haag (zie Reg. no. 125), genoemde ordonnantie confirmeren en gelasten Willem Oem en alle anderen desnoods met geweld tot gehoorzaamheid te dwingen. 1514 Maart 31 (den laetsten dach van Maerte - duysent vijfhondert ende dertiene voer Paesschen. Mechelen).
Idem 128, 19-4-1514 Willem Oem van Wyngaerden verklaart voor het Hof van Holland zich neer te leggen bij de submissie tussen hem en die van Den Haag gedaan, afstand te doen van het baljuwschap, en zijn appèl tegen de ordonnantie van "onsen genadige Vrouwe" (de gouvernante) in te trekken en dat de waerdijns en andere officieren van de draperie van Den Haag door de president, Mr. Vincent Cornelisz. en Aelbrecht van Loo als commissarissen van onsen genadige Vrouwe daartoe gesteld, geordineerd hun ambacht aanvaarden en uitoefenen mogen. 1514 April 19 (upten XIXen dach in April anno XVc. ende XlIII nae Paesschen. Den Haag).
OV 1998: 28: op 28-2-1493 handelt Albrecht als zaakgelastigde van Filips van Bourgondië bij overdracht van een leen (NB: mogelijk gaat het hier om zijn vader, Aelbrecht 'de Oude'). Treedt als Albrecht van Loo 'de jonge' in 1496 op bij de overdracht van een leen in Molenaardsgraaf voor Cornelis Boulijn (OV 1997:42), idem op 8-7-1495 voor Cornelis van der Veer (OV 17979:196).
OV 1987: 548-9 meldt lenen van 20 en 7 morgen uit het leen rond (en met) huis Rijnenburg in Hazerswoude, op 9-8-1512 aan Mr. Albert van Loo, raad in de Raadkamer van Holland, koop na de dood van Anton van Eversdijk, gehuwd met Maria van Raaphorst, en kinderen; 20-5-1525: Gerard van Loo, secretaris van het Hof van Holland, bij dode van Albert, zijn vader; 11-3-1565: Albert van Loo, raad en gecommitteerde bij domeinen en financiën, bij overdracht door Gerard, raad en rentmeester-generaal van Friesland, zijn vader; 17-10-1577: Albert van Loo bij dode van Albert, zijn vader.
Balen (p. 135) meldt het bestaan van een familiegraf Van Loo in de Grote Kerk in Dordrecht.
Schölvinck: als 'Aelbrecht de Loo de Jonge' procureur (20-2-1497, 17-4-1497) voor Karel de Latre uit Rijssel in een proces tegen de grote steden van Holland (p. 75), terwijl zijn vader de tegenpartij Leiden vertegenwoordigt. Raadsheer van het Hof van Holland op 25-9-1511 in een prices van Delft tegen Rotterdam (p. 85-6). Raadsheer-commissaris te Den Haag (7 en 13-1-1517, 15-1-1517, 30-7-1517, 12-5-1516) in een proces van Heynrick Joestenz uit Delft tegen de exuemeesters en magistraat van Leiden (p. 88). Raadsheer in het Hof van Holland (5-10-1519) bij het proces van Jan Evertsz uit Delft tegen jonkvrouw Machtelt van Diemen (p. 96).
Memorie en stichtinge in de Sint Jacobskerk (Sernee et al p. 128) Regest nr 24 (28-7-1487) De officiaal van den aartsdiaken van Trajectum gelast alle geestelijken en notarissen, die onder hunne berusting brieven hebben aangaande de vicarie op het altaar van St. Petrus in de parochiekerk van Haga Comitis, om deze binnen 6 dagen in originali of transsumpt over te leggen aan Theodoricus Petrus’ zoon, priester, of diens gemachtigde, ten einde te dienen in diens proces met Albertus Albertus’ zoon de Loo, klerk, die mede tot bedoelde vicarie werd voorgedragen. Datum anno MCCC LXXXVII die vero Sabbato post festum sancti Jacobi apostoli vicesima octava mensis Julii.
| Huwt |
Familienaam Index 39.625 Vader 79.250 Moeder 79.251
Geboren ca. 1470
Overleden na 1526
Familienaam Index 39.626 Vader 79.252 Moeder 79.253
Geboren ca. 1464 (geschat)
Overleden Delft 11-11-1545 bKarthuizerkerk
Raad en schepen van Delft (1508-10), burgemeester (1509-32), thesaurier (1517), weesmeester (1513-33), Jerusalems Heer, ridder van St. Catrijn (Navorscher 1890:121; vgl NL 1930: de toevoeging Van Heemskerk is van later datum). Brouwer, blijkens proces Mechelen in 1532. Behoort tot de mede-aanklager van schout Jan de Huyter in 1522 wegens talloze gevallen van westschending en machtsmisbruik (Navorscher 1924:58ff.)
In een akte van 17-11-1514 vermeld als burgemester, oud 51 jaar (OV 1997:661).
Schölvinck: met andere kerkmeesters van de Nieuwe Kerk in Delft en de gasthuismeesters van het oude gasthuis aangeklaagd in een (appèl)proces (1522-26 voor de Grote Raad in Mechelen) door mr. Gheryt Jorysz van den Bye, die borg srond voor ten onrechte wegens niet betaling van een rente geconfisqueerd land (p. 110). Beroep ongegrond verklaard op 21-5-1530 (p. 254).
Vertegenwwoordigt met Aernt van der Does 'als gemachtigde voogden van hun moeder' zijn moeder Yde, weduwe Dirck Dircksz van Beest, bij het beroep bij de Grote Raad van Mechelen 14-1-1502 (Schölvinck p. 225); beroep van de jonkvrouwe van Nijevelt tegen een vonnis van het Hof van Holland (22-1-1501, HvH inv 1031/116) waarbij Van Beest toegewezen kreeg een eis een rente voor een stuk land in Rijswijk in goudguldens uitgekeerd te krijgen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Aangeklaagd (vonnis 29-7-1532) bij de Grote Raad van Mechelen, met Dirick Jansz, Quirijn Aertsz, Cornelis Aelbrechtsz allen brouwers te Delft, door de weduwe Jaquemijne de Moye en Willem de Wilde en Jeronimus de Moye, voogden van de kinderen van Victor vander Zickele, inzake betaling van de nagelaten boedel van Zickele (Schölvinck p. 258).
| Huwt 1509 |
Familienaam Index 39.627 Vader 79.254 Moeder 79.255
Overleden Delft 12-7-1532
Haar kwartieren zijn (blijkbaar) ontleend aan Balen, p. 1037; Margriette wordt hier echter niet genoemd. Van Balen baseert zich weer op een egodocument door een neef van Geertruit, overgedrukt in ANF 1884:142.
Familienaam Index 39.628 Vader 79.256 Moeder 79.257
Overleden Dordrecht 1539
Schepen (1511) en burgemeester (1521-2, Cornelis van der Mijle heer Cornelis Damasz) van Dordrecht; vgl NL 2001:571; vader van klooster Mariënborn in 1527 (Balen p. 145). Van deels obscure herkomst; zijn zoon claimde adeldom, echter hard bewijs ontbreekt. In tegenstelling tot de populaire opvatting dat zijn zoon Arent de eerste was die de naam Van der Mijle voerde (na de Mijle als huwelijksgift gekregen te hebben) lijkt Balen het naamsgebruik ouder te kunnen maken. Een belening uit 1526 met een twee generaties lang patroniem maakt zijn stamboom in Balens Beschrijving van Dordrecht een stuk aannemelijker. De kwartieren hier gegeven zijn gebaseerd op Balen (p. 922ff.), gecorrigeerd met die beleningen.
Op 29-10-1526 krijgt Cornelis Cornelis Dammaszoonsz. te Dordrecht na verzuim bij dode van Pieter Dammasz (een neef, vermeld 21-9-1487) het recht van visserij en vogelarij in het land van Pieter Dammasz. in het ambacht Oistbarendrecht, binnen- en buitendijks (OV 1978:58).
Kennelijk een lezer, bekende en zelfs vriend van Anna Bijns, die in een van haar gedichten zijn naam als acrostichon verwerkte. De tekst van betreffende gedicht (een advies o.a. als weduwman niet te hertrouwen) uit 1527 suggereert dat Cornelis’ vrouw op dat moment al overleden was. Vgl Judith Keßler (2007).
| Huwt |
Familienaam Index 39.629 Vader 79.258 Moeder 79.259
Geboren ca. 1460
Overleden na 1500
| Zij huwt (1) ca. 1490 |
Jan van SLINGELAND
Geboren ca. 1455
Overleden Dordrecht 1494
Achtraad en schepen van Dordrecht, eerder gehuwd met Cornelia van Pallaes
Familienaam Index 39.630 Vader 79.260 Moeder 79.261
Geboren voor 1470
Overleden na 1540, voor 21-11-1541
Ambachtsheer van der Mijl, Dubbeldam en St Anthonispolder, burgemeester van Dordrecht 1524-33, 1535-6, 1538-40 (Batavia Ill 1018, Balen 249). Beleend na overlijden vader in 1496. Burgemeester van Dordrecht in 1541 (OV 1977). Beleend met land te Alblas in 1503-28 (OV 1980: 462), over op dochter Cornelia en zijn schoonzoon na zijn dood (1542), en een tweede stuk van vier morgen, Kemenadeland in Alblas, sinds 1-1-1486 bij overdracht door Jan Jan Halling (Hallincq). Verder (OV 1979: 48) met twee kwart van het leen van Gerard van Muijlwijk, na de dood van zijn broer Adriaan (21-7-1519); na zijn dood op 21-11-1541 overgegeaan op zijn schoonzoon Van der Mijle.
| Huwt |
Familienaam Index 39.631 Vader 79.262 Moeder 79.263
Geboren ca. 1465
Overleden 1541
Familienaam Index 39.856 Vader 79.712 Moeder 79.713
Overleden Dordrecht 11-4-1530 bAugustijnenkerk, kapel van Willem van Drenckwaard
Raad van Dordrecht 1525, 1526, schepen 1529.
| Huwt |
Familienaam Index 39.857 Vader onbekend Moeder onbekend
Familienaam Index 39.858 Vader 79.716 Moeder 79.717
Overleden Dordrecht x-11-1540
Schepen van Dordrecht 1521, 1529, 1534, 1537, 1538
| Huwt 1508 |
Familienaam Index 39.859 Vader 79.718 Moeder 79.719
Geboren ca. 1488
Overleden Dordrecht 1566
Jonkvrouwe (Joffre) volgens Balen.
Familienaam Index 39.862 Vader onbekend Moeder onbekend
| Huwt |
Index 39.863 Vader onbekend Moeder onbekend
Familienaam Index 39.868 Vader onbekend Moeder onbekend
Geboren ca. 1480
Overleden Wateringen
Leenman van de kerk te Wateringen rond 1500, volgens genealogie Biemond
| Huwt |
Index 39.869 Vader onbekend Moeder onbekend
Familienaam Index 41.856 Vader 83.712 Moeder 83.713
Geboren rond 1450.
De uiteindelijke stamvader van bijna alle gevonden Verwa(a)ijens; in 1494 lid van het schepengericht in Ooij bij Nijmegen. Bron http://home.wxs.nl/~verwayen/pagina10.htm
| Huwt |
Index 41.857 Vader onbekend Moeder onbekend
Geboren rond 1460.
Familienaam Index 51.202 Vader 102.404 Moeder 102.405
Geboren Tilburg ca. 1500
Bron Henk Coolen
| Huwt voor 1552 |
Familienaam Index 51.208 Vader 102.416 Moeder 102.417
Geboren ca. 1505
Jan jr. Ouderschap nog niet geheel zeker, wel waarschijnlijk aangezien de zoon ook wel als Jan Jan Jan en diens zoon zelfs als Jan Jan Jan Jan werd aangeduid; verwisseling met de oudere broer Jan sr is in de verte mogelijk.
In 1566 door Antonis Antonis de Molder (vader van Antonis Antonis Antonis Wijvens) aangeklaagd wegens niet betalen van een mud rogge. Op 13-12-1551 ontvangt hij uit een nalatenschap twee caroli gulden in veband met een geschil over zijn vrouws nalatenschap.
Op 31-8-1531 verkoopt hij een stiuk heide bij Goirle aan Wijnand Jan Hendrik Willem Eelkens, oorspronkelijk gekocht van ooms van Wijnand. Op 27-1-1561 ruilt Jan grond met Joris Claes Willem Laureijs, bastaard van een priester. Op 17-4-1562 verkoopt hij aan Willem Bartelmeeus Jans een stuk land "ter plaatse genaamd in de Schijve op de Hooge Soeije" te Tilburg. Op 12-3-1563 koopt hij van Heiliger en Denijs een stuk grond bij de kerk in ruil voor een jaarlijkse pacht.
Op 30-5-1544 verkoopt hij aan zijn zuster Goldeke zijn deel in de nalatenschap van hun zuster Heilwich "in die Heijdsijde aan de Cauwenberch in die Moerstraet" te Tilburg. Op 11-10-1549 verkoopt hij een deel van zijn vrouws ouderlijke nalatenschap aan haar neven. Op 18-2-1538 verkoopt hgij samen met een neefje elk een vijfde deel in de (groot)ouderlijke erfenis aan zus Goldeke.
15-12-1562 en 28-1-1562 voogd van Joost Gerrit Lammen Hoefmans, 26-1-1563 van Adriaen en Cornelis, nagelaten zonen van Adriaen Adriaen Somers.
Op 3-3-1562 is hij een van de middelaars namens de dader Jan Wouter Jan Reijnen, die Adriaen Jan Laureijs Eelkens gedood heeft. De dader wordt tot diverse boetedoeningen, bedevaarten en een forse geldboete veroordeeld, plus verbanning uit de kerk voor twee jaar en een straatverbod
Rechterlijk Archief Tilburg R299 (fol.1) 7-4-1553: Jan zoon van wijlen Jan Eelkens, schuldenaar, te betalen aan Jan zoon van wijlen Jan Zomers de Oude een jaarlijkse en erfelijke cijns van 60 stuivers elk jaar erfelijks op Onze Lieve Vrouwedag lichtmis en voor de eerste termijn met Onze Lieve Vrouwedag lichtmis nu a.s. uit een huis, hof, schuur met de grond en erfenis daaraan liggende en daartoe behorende, groot ca 13 lopensaet, gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genamd aan die Hoeven. (In margine: Gelost '56 dus vervallen.) Te mogen lossen na de dood van Jan zoon van wijlen Jan Zomers voorschr. en niet eerder en daarna met lichtmis met 50 karolus gulden, 20 stuivers of de waarde daarvan in ander goed geld
Idem (fol 20), 27-10-1553: (...)Thomaes Martens van Beeck zaliger in zijn tijd hefte een jaarlijkse cijns van 30 stuivers op een huis en hof in Tilburg genaamd aan die Kerck. Jan zoon van wijlen Jan Jan Zomers heeft dit huis en hof verkocht aan Gherit zoon van wijlen Jan Willem Berijs. Jan zoon van wijlen de voors. Thomaes Martens als nu meester en bezitter van de jaarlijkse cijns van de 30 stuivers voors. heeft bekend, dat de voors. cijns niet hoger te los staat dan met 27 karolus gulden (etc.).
RA Tilburg 293 (fol 26), 18-10-1546: Jan Jan Zomers heeft geloofd als schuldenaar te gelden aan Cornelis Claeus van Ghierl een jaarlijkse en erfelijke cijns van 25 stuivers, te betalen elk jaar op Sint Remeijs en Sint Bavodag uit een huis, hof, grond en erfenis daar aan liggende, groot ca 3 vierdevaetsaet, gelegen te Tilburg aan die Kerk bij het kerkhof; (...) en nog uit een stuk land groot ca 2 lopensaet gelegen te Tilburg in die Schijve.
Op 22-3-1547 (RA Tilburg 293:82) toeziener van Lambert en Joest, gebroeders, Lijske en Aleijd, gezusters onmondige kinderen van wijlen Gherit Lambrecht Hooffmans en Goijaertke N.
ORA Tilburg 295 fol 19v (11-10-1549) Jan zoon van Jan Zommers heeft wettelijk en erfelijk overgegeven aan de erfgenamen en opvolgers van Sijmon en Jan, gebroeders, zonen van Reijner Jan Reijnen, de erfgenamen van Adriaen Ghijb Goessens als man van Kathelijn, en daar waar de kinderen van de voors. 4 personen overleden zijn, daar zullen hun kinderen in hun ouders plaats staan, met afgaan en vertijen, alle actie, recht en toezegging , wat hij enigszins mag hebben in de havelijke en erfelijke goederen, hoedanig die mochten zijn en waar, in welke plaats, parochie of heerlijkheden men die bevinden kan en gelegen zijn en die hem Jan voors. als man van wijlen Adriaena dochter van wijlen Cornelis Jan Sijmons, eertijds zijn vrouw, aanverstorven mogen zijn van wijlen Cornelis Jan Sijmons en van Cornelia dochter van Reijner Jan Reijnen, diens wettige vrouw, vader en moeder van Adriaena voors., (...)mede ook alle actie, recht en toezeggen, dat hij enigszins zou willen sustineren te hebben van waarschap, oorsprong nemende uit dit versterf en eertijds door Pauwels Heijn Ghenen en Peter Zomers (...) Hierin is echter gereserveerd door Jan Jan Zomers zijn actie op Henrick Appels als het hem gelieven zal te zoeken, maar geenszins op deze voors. erfgenamen en klachten. (Als los blad is dezelfde akte toegevoegd, eindigend met: Cornelis Sijmon Reijnkens 6 gulden //Denis, Pete en Wouter 6 gulden tussen nu en Zondag a.s.//Adriaen Ghijb Goessens 51/2 gulden//Jan van Zon, Adriaen Sijmon van Zon 3 Peters).
ORA Tilburg 288 f.4 (16-5-1541) Jan Jan Zomers de jonge weduwnaar van Adriaena zijn eerste vrouw, dochter van wijlen Cornelis Jan Sijmons heeft wettelijk en erfelijk verkocht aan Adam en Heijlwich, nakinderen van wijlen cornelis Jan Sijmons ten behoeve van hen en ten behoeve van Kathelijn dochter van wijlen Jan Cornelis, die Jan voors. verwekt had bij wijlen Cornelis zijn vrouw, dochter van wijlen Cornelia Jan sijmons, alle tocht, recht en toezeggen, wat hem competeerde in de erfgoederen als de nakinderen van wijlen Cornelis Jan Sijmons gedeeld hebben als erfgenamen van wijlen Adriaena voors. hun halfzuster.
Idem f.4v (...)Jan Jan Zomers als man van Adriaena dochter van wijlen Cornelis Sijmons, die Cornelis verwekt had bij zijn vrouw Cornelia dochter van wijlen Reijner Jans, verkocht en gevest had aan Cornelis zoon van wijlen Willem Mutsaerts een stuk erf in weiland, groot ca 6 lopensaet, gelegen in de parochie van Tilijburg aan die Hoollijnde (...)
| Huwt voor 1530 |
Familienaam Index 51.209 Vader 102.418 Moeder 102.419
Overleden voor 1-2-1537
Familienaam Index 51.210 Vader 102.420 Moeder 102.421
Geboren ca. 1500
Overleden voor 21-3-1553
ORA Tilburg 282 (22-12-1535) fol 32v: Jan zoon van wijlen Aert Henrick Verhoeven en Jan Huijb Wouter Naes als man en momber van Marija dochter van wijlen Aert Henrick Verhoeven voors hebben wettelijk en erfelijk verkocht en overgegeven aan Cornelis zoon van wijlen Sijmon Reijnkens, hun zwager elk zijn recht en deel in het huis, hof, schuur met de grond en de erfenis daaraan liggende en daartoe behorende, gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd in Rijlaer bij 't Loo (...) elk nog een derde deel in een stuk land gelegen in de parochie voors ter plaatse genaamd aen 't Sansche Hecken (...) etc en verder alles als in vorige akte. Cornelis voors zal Engel voors laten hebben het gebruik van de uitkamer in het voornoemde huis en een stoel in de haard, maar als ze niet in de haard wil zitten dan zal Cornelis haar brandstof bezorgen in de uitkamer voors en hij zal daar een plaats laten maken, waar men een vuur kan stoken zonder zorg en dit voor Engel haar leven lang.
Cornelis voors moet uit het gehele huis jaarlijks betalen: 11/2 mud rogge aan de Rector van het Sint Jans Altaar in de kerk van Tilburg; 12 lopen rogge erfpacht aan Henrick Pluijmen in Moergestel; 6 lopen rogge aan Elen Peter Eelkens; 31/2 stuiver en een ortstuiver erfcijns in de Aescijns; 1/2 Oude Groten erfcijns in de Loonsche Cijns.
Uit de stukken land voors moet hij jaarlijks gelden: 2 lopen rogge erfpacht aan de Heilige Geest van Tilburg; 11/2 lopen rogge erfpacht aan de Kerk van VenLoon; 1/2 penning erfcijns aan de Gezworenen van Tilburg; 1/2 mud rogge erfpacht aan de weduwe van Willem Beerthen. te los staande met 25 karolus gulden; 1 mud rogge erfpacht aan de weduwe van Herman Ariaens te los staande met 40 karolus gulden; 34 st min 1 oertstuiver erfcijns aan Laureijs Henrick Zwijsen, te los staande met 27 karolus gulden; 11/2 mud rogge erfpacht aan Engel de weduwe van Aert Henrick Verhoeven, te los na de dood van Engel voors met 75 karolus gulden. Hij moet onderhouden zijn deel in het Heerhecken en de voorste post bij de gracht in 't Sansche Hecken. Verder moet hij laten wegen 5 lopensaet land toebehorende aan Jan Jan Grooten en hij moet 's Heren schouwen onderhouden.
Idem, fol. 33v Cornelis zoon van wijlen Sijmon Reijnkens heeft beloofd als een principaal schuldenaar te betalen aan Engel weduwe van Aert Henrick Verhoeven, haar in recht van tocht en voor haar kinderen ten erve te blijven, een jaarlijkse en erfelijke pacht van 11/2 mud rogge, het eerste jaar slechts de helft, te weten 12 lopen rogge, uit alle voornoemde onderpanden. Deze pacht zal aan de kinderen ten erve blijven maar als Engel voors gebrek zou lijden mag ze zoveel van de erfpacht verkopen zoveel zij nodig heeft em betamelijk daarvan te leven en Cornelis voors heeft verder op de onderpanden voornoemd beloofd, dat Engel de uitkamer aan het huis zal mogen gebruiken haar leven lang, een stoel in de haard tenzij ze in de uitkamer een vuur wil stoken, dan zo heeft Cornelis voors beloofd haar daar brandstof te brengen en hij zal er een haard laten maken opdat men het vuur daar betamelijk en zonder zorg kan stoken, haar leven lang.
ORA Tilburg 282 fol. 32v (22-12-1535) Jan zoon van wijlen Aert Henrick Verhoeven en Jan Huijb Wouter Naes als man en momber van Marija dochter van wijlen Aert Henrick Verhoeven voors hebben wettelijk en erfelijk verkocht en overgegeven aan Cornelis zoon van wijlen Sijmon Reijnkens, hun zwager elk zijn recht en deel in het huis, hof, schuur met de grond en de erfenis daaraan liggende en daartoe behorende, gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd in Rijlaer bij 't Loo.
ORA Tilburg 282 fol 31v (22-12-1535) Cornelis zoon van wijlen Sijmon Reijnkens heeft wettelijk en erfelijk verkocht en overgegeven aan Daniël zoon van wijlen Peter Hermans een stuk land genaamd dat Erwenstuck gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd die Heijsting Acker.
ORA Tilburg 283 fol. 8v (23-9-1536) Cornelis zoon van wijlen Sijmon Reijnkens verkoopt aan Herman, zoon van wijlen Gerit Hermans, een stuk land, groot 3 lopensaet, gelegen te Tilburg aan die Hasselsche Acker.Belending o.a. Anna Sijmon Reijnkens. Idem, Cornelis zoon van wijlen Sijmon Reijnkens verkoopt aan Marten, zoon van wijlen Jan Gheenen, een stuk weiland, groot 3 lopen en 18 roeden, gelegen in Tilburg aan die Stockhasselt. (...) Hieruit is te gelden jaarlijks 1 oirt stuiver aan de gezworenen van Tilburg.
ORA Tilburg 284 fol. 54r (23-3-1538) Cornelis zoon van wijlen Sijmon Reijnkens en heeft toestemming verleend aan Reijnier Jan Groten een erfwech ten eeuwigen dage door en over zijn stee gelegen te Tilburg in dat Rijlaer aent Loo om daar over te gaan, te staan, te drijven, te varen met gewaerden en behemelde beesten, geladen en ongeladen, nochtans ter minster staden uit en tot een stuk land toebehorend aan Reijnier voors., 11/2 lopensaet, gelegen in Corvel acker tussen (...) Cornelis Sijmon Reijnkens ander zijde en een einde
die Scheijtsteeghe ander einde; Nog uit en tot een stuk land, 3 lopensaet, in Corvelacker (...) Cornelis voors. heeft beloofd Reiner voors. diens nakomelingen te laten volgen en gebruiken ten eeuwigen dage rustelijk en ordelijk onder voorwaarde dat Reijnier voors. en zijn nakomelingen altijd weer zullen sluiten en toe doen die heckens en andere Heijningen als zij doorgaan en varen zullen, zoals dat hoort.
ORA Tilburg 286 fol. 47v (26-1-1540) Denijs zoon van wijlen Peter Crillaerts verkoopt aan Cornelis wijlen Sijmon Reijnkens een stuk land, gelegen te Tilburg in die Poelstraet; belender aan een kant is al Cornelis Sijmon Reijnkens. Tegonover: de Poelstraat.
ORA Tilburg 286 fol 34v (17-1-1540) Jan en Cornelis, gebroeders, zonen van wijlen Sijmon Reijnkens verkopen aan Reijner zoon van wijlen Sijmon Reijnkens tot zijn behoef en dat van wijlen Adriaen Adriaen Zomers, zijn zwager, alle versterf en recht van versterf hen verstorven van wijlen Anna hun zuster te weten elk 1/4 deel in 1/4 deel van een stuk land genaamd de Naebeempt, gelegen in die Ghilze Vucht.
ORA Tilburg 291 fol 19v (20-11-1544) Cornelis zoon van wijlen Sijmon Reijnbouts als man van Aertke dochter van wijlen Aert Verhoeven vernaardert het stuk land, dat Jan zoon van wijlen Aert Verhoeven verkocht had aan Jan Peter Huijb Smitten.
ORA Tilburg 279 fol 57v (30-3-1545) Corneliske dochter van Jan zoon van wijlen Aert Verhoeven vernaardert een stuk land, dat Jan haar vader verkocht had aan Jan Peter Huijb Smitten en wat Cornelis zoon van wijlen Sijmon Reijnkens als man van Aertke, dochter van wijlen Aert Verhoeven voors., ontnaarderd had van Jan Peter Huijb Smitten, gelegen te Tilburg aan die (...) (fol 58r) en heeft de voors. naarderschap en al het recht daarin en in het voors. stuk land competerende verkocht aan Peter Jan Ariaen Smolders.
ORA Tillburg 293 f. 47v (17-1-1547): Huijbrecht zoon van wijlen Huijbrecht Elen Willems, Aleijdt zijn zuster en Jan zoon van wijlen henrick Cuijpers als man van Maria dochter van wijlen Huijbrecht Elen Willems verkopen aan Cornelis zoon van wijlen Sijmon Reijnkens alle versterf en recht van versterven als Huijbrecht, Aleijdt en Jan voors. verstorven was van wtlen Beatris dochter van wijlen Willem Eelkens, hun oud-tante, in alle havelijke en erfelijke goederen, hetzij deze goederen voors. of enige daarvan Peter verlijnden als weduwnaar van Beatris voors. alsnog blijft bezitten en na zijn dood pas zullen vervallen of al vervallen zijn en door hem zijn overgegeven, hoedanig die goederen mogen zijn en waar ook gelegen, binnen de parochies van Tilburg en Goirle of daarbuiten.
ORA Tilburg 294 fol 25v (2-1-1548) Ghijsbrecht zoon van wijlen Wouter Ghijsels als man van Aleijt dochter van wijlen Ariaen van Dijck, die Ariaen voors. verwekt had bij wijlen Katharina zijn vrouw dochter van wijlen Willem Eelkens, met Willem zoon van wijlen Henrick van Dijck zoon van wijlen Ariaen van Dijck voornoemd verkopen aan Herman zoon van wijlen Gherart Hermans ten behoeve van hem en van Cornelis zoon van wijlen Sijmon Reijnkens, met afgaan en vertijen, elk het versterf en recht van versterf als elk van hen verstorven was van wijlen Beatris dochter van wijlen Willem Eelkens, de tante van Aleijt voors. en oud-tante van Willem voors., in alle havelijke en erfelijke goederen, het zij deze goederen of enige daarvan Peter zoon van wijlen Bertolomeus Verlijnden als weduwnaar van wijlen Beatris voors. uit kracht van zeker testament alsnog blijft bezitten en na zijn dood pas vervallen zullen of reeds vervallen zijn en door hem vermaakt en overgegeven zijn, hoedanig deze goederen mogen zijn en waar ze ook gelegen mogen zijn of bevonden zullen worden, het zij in harde etc., binnen de parochie van Tilburg of ook daarbuiten, niets daarvan uitgezonderd
Id. Fol 41 (1-2-1548) Willem zoon van wijlen Henrick Eelkens, Dierck zoon van wijlen Pauwels Henrick Eelkens en Jan zoon van wijlen Meeus Maes als man van Engel dochter van wijlen Henrick voors. verkopen elk met afgaan en vertijen aan Herman zoon van wijlen Gherit Hermans en Cornelis zoon van wijlen Sijmon Reijnkens het versterf en recht van versterven, wat hen en elk van hen aangekomen en vestorven is van wijlen Beatris dochter van wijlen Willem Eelkens, de tante van Willem en Engel voors. en de oudtante van Dierck voors., in alle havelijke en erfelijke goederen, etc.
Id, fol 44 v (28-3-1548) Jan zoon van wijlen Ariaen Zomers als man van Marie dochter van wijlen Henrick Eelkens verkoopt aan Herman zoon van wijlen Gherit Hermans en Cornelis zoon van wijlen Sijmon Reijnkens, met afgaan en vertijen, het versterf en recht van versterven wat hem in de naam van zijn vrouw voornoemd aangekomen en verstorven was van wijlen Beatris dochter van wijlen Willem Eelkens, etc.
Idem, fol 45r-47r (28-3-1548) Peter zoon van wijlen Bertolomeeus Verlijnden weduwnaar van Beatris dochter van wijlen Willem Eelkens (...)ter ener zijde en Herman zoon van Gherit Hermans en Cornelis zoon van wijlen Sijmon Reijnkens als opvolgers van de vrienden en erfgenamen van wijlen Beatris voornoemd door uitkoop door hen van de goederen, hen aangekomen en vertorven?? van Beatris voors.,; (...)hebben een zekre erfdeling en erfscheiding gemaakt van de goederen, die Peter en wijlen Beatris voors. toen ze samen leefden bezaten (... deel van Peter: levenslang vruchtgebruik...) Hiertegen zullen Herman en Cornelis voors.samen hebben een huis, hof, schuur, schaapskooi, warkenskooi met grond en toebehoren en met de erfenis daaraan liggende en daartoe behorende gelegen in de parochie van Tilburg aan het Laar(...) Nog hiertoe een stuk erfenis in heide en weide gelegen in de parochie voors. in die Schooten (...) Nog een stuk land in de parochie voors. in Corvel Acker (...) Nog hiertoe een stuk beemd groot ca 6 lopensaet gelegen in de Ghilsche Vucht op het eind van de Vijfhoeven (...) Nog hiertoe een stuk beemd groot ca 1 bunder gelegen in de Ghilsche Vucht genaamd die Langh Hoeven (...); Nog hiertoe 2 stukken beemd elk groot ca 2 lopensaet gelegen in d'Oude Moelen het ene stuk beemd (...); Nog hiertoe een stuk land groot ca 51/2 lopensaet gelegen in de parochie van Tilburg in die Laersche Ackeren op Conincxvoert (...) Nog zullen ze hebben een jaarlijkse cijns van 29 stuivers en 3 oirtstuivers, die men jaarlijks hefte op Cornelis Cornelis Wouters te los staande met 25 karolus guldens volgens de brieven die daarvan zijn.(...) Waaruit Herman en Cornelis voors. zullen gelden, te weten uit het huis etc. 1 mud rogge erfpacht aan Wouter Beerten te betalen. (...)
Id. Fol 47v (28-3-1548) Daar Peter zoon van wijlen bertolomeus Verlijnden als weduwnaar van Beatris dochter van wijlen Willem Eelkens zekere deling en scheiding gemaakt had met Herman zoon van wijlen Gherit Hermans en Cornelis zoon van wijlen Sijmon Reijnkens (...)
daarom zijn gestaan voor schepenen deze Herman en Cornelis voornoemd et promiserunt super se et bonan habita et habenda aan Peter voornoemd ten behoeve van hem en alle anderen, die dat enigszins zal mogen aangaan, dat ze nu en ten eeuwigen dage met de voors. deling en de goederen hen daarin toebedeeld tevreden zijn en zullen blijven op alle manieren (etc...)
Id fol. 49v (23-3-1548) Herman zoon van wijlen Gherit Hermans en Cornelis zoon van wijlen Sijmon Reijnkens verkopen aan Jan zoon van wijlen Adriaen Zomers met afgaan en vertijen een stuk land hen toebehorende groot ca 1 lopensaet gelegen in de parochie van Tilijburg?? in de Laer in de Ackeren aldaar
ORA Tilburg 297 fol 18r (27-5-1551) Jan zoon van wijlen Adriaen Zomers als momber en Cornelis zoon van wijlen Sijmon Reijnkens als toeziener van Margriet onmondige dochter van wijlen Adriaen zoon van wijlen Adriaen Zomers door deze Adriaen verwekt uit wijlen Mechteld zijn eerste vrouw dochter van wijlen Sijmon Reijnkens voornoemd, waar Jan en Cornelis voors. voor instonden en geloofd hebben, hebben wettelijk en erfelijk overgegeven aan Anna nagelaten weduwe van Adriaen Adriaen Zomers, haar te tochten en voor haar wettige kinderen door deze wijlen Adriaen Adriaen Zomers voors. het erfrecht daarvan te blijven, met afgaan en vertijen etc., een jaarlijkse en erfelijke cijns van 50 stuivers, Margriet voors. toebehorende, welke cijns voors. Willem zoon van wijlen Peter Mutsaerts als man van Jenneke dochter van wijlen Henrick Gherit van Dun als schuldenaar geloofd en gevest had aan Adriaen Adriaen Zomers ten behoeve van Margriet zijn dochter voornoemd, te betalen elk jaar op Onze Lieve Vrouwedag lichtmis uit een huis, hof, schuur met de grond en toebehoren en uit de erfenis daaraan gelegen en daartoe behorende, groot ca 8 lopensaet, gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd op die Horevoert (...)
ORA Tilburg 297 fol. 42 (30-12-1551) Corneliske weduwe van Reijner Sijmon Reijnkens, dochter van wijlen Denijs Mutsaerts, met Jan zoon van wijlen Wijtman Joest Lenaerts haar huidige man ter ener zijde en Cornelis zoon van wijlen Sijmon Reijnkens als momber en Adriaen zoon van wijlen Denijs Mutsaerts met Herman zoon van wijlen Gherit Hermans als toezieners van Ariaena, Kathelijn en Anneke, gezusters, minderjarige kinderen van wijlen Reijner en Corneliske voornoemd, (...)in presentie en tegenwoordigheid echter van Ariaena en Kathelijn, oudste dochters van wijlen Reijner en Corneliske voornoemd, ter anderer zijde en ze hebben, om twist en onmin te voorkomen (...)een zekere verklaring, accoord en deling gedaan en gemaakt (...) Ten eerste heeft de voors. Corneliske beleend, voorgeschoten en betaald heeft in haar weduwlijke staat 10 karolus gulden en nog gedurende het huwelijk tussen haar en Jan haar huidige man voors. 25 karolus gulden, die samen ingelegd zijn in de lossing van 4 karolus gulden en 31/2 stuiver per jaar die men jaarlijks betaalde aan Heijlwig huisvrouw van Thonis Smolders. Nog heeft Corneliske gdurende het huwelijk van haar en Jan voors. betaald 28 karolus gulden in de brandschat gedaan aan de vijand in de jaren 41 en 42 laatstleden. Nog aan Jan Jan Zomers de jonge betaald 2 karolus gulden ter zake van zekere composite, die zij met de haren kennelijk aan heeft moeten gaan ter zake van zeker geschil, gerezen aangaande de goederen van de eerste vrouw van de voors. Jan Jan Zomers, die een dochter was van Cornelis Jan Sijmons, en insgelijks aan Peter Peter van Spaendonck nog 28 stuivers ook ter zake van zekere kennelijke compositie met hem aangegaan. Item nog 31/2 karolus gulden en 5 stuivers, die ze ingelegd heeft in de los van 19 lopen rogge jaarlijks, die men jaarlijks betaald heeft aan Jacop dochter van wijlen Peter Mutsaerts. Daarom hebben de voornoemde momber en toezieners (...) geloofd dat de voors. Jan zoon van wijlen Wijtman Joest Lenaerts voornoemd met Corneliske zijn huisvrouw en hun beider kinderen, die ze bij elkaar verwekt hebben, dat als het de voornoemde voorkinderen van Corneliske of hun mombers in hun naam gelieven zal tegen hun moeder voors. een deling te doen, zoals het volgens het recht van de bank van Tilburg behoort, zij dan vooruit zullen hebben uit alle gereedste goederen, die in deze deling zullen vallen, zoveel geld als de voors. voorgeschoten sommen samen belopen, te weten 70 karolus gulden en 3 stuivers (...)
ORA Tilburg 298 fol 117v (21-3-1553) belending van een stuk land groot ca 11/2 lopenaset gelegen in die Laersche Ackeren: erfenis van Aertke weduwe van Cornelis Sijmon Reijnkens met haar kinderen; nog uit een stuk land groot ca 5 vierdevaetsaet gelegen idem: erfenis van de weduwe met de kinderen van Cornelis Sijmon Reijnkens voornoemd. Idem, 299 fol 33v (24-1-1554) belending van een huis en hof met een schuur en erfenis aan die Stockhasselt: erfenis van Corneliske weduwe van Reijner Sijmon Reijnkens met haar kinderen een einde.
RA Tilburg 4-2-1562 (307:86v) Sijmon en Gielis zoon van wijlen Wierick Gielis als man en momber van Anneke zijn huisvrouw, broer en zuster, kinderen van wijlen Cornelis Sijmon Reijnkens, door deze Cornelis en uit wijlen Aertke diens huisvrouw, dochter van wijlen Aert Henrick Verhoeven samen verwekt en verkregen, verkopen aan Willem Wouter Gerits alzulk versterf en recht van versterven als hun en elk van hen van hun ouders voors aangekomen en bestorven zijn in alle havelijke en erfelijke goederen, hoedanig zie zijn mogen en waar en tussen wie deze gelegen, bevonden of vergolden mogen worden, het zij in harde in weke, in hoge, in lage, in diepe of in droge of zo waar men die enigszins in hun naam zal mogen bevinden, zowel buiten de parochie van Tilborch als daarbinnen, niets daarin uitgezonderd.
Bijgenaamd Reijmbouts; vermeld 1544-78.
Op 4-2-1562 treedt zoon Simon op als voogd voor zijn zus Anneke.
Op 30-12-1551 is Cornelis nog voogd van een nichtje.
| Huwt |
Familienaam Index 51.211 Vader 102.422 Moeder 102.423
Overleden Tilburg voor 1557
In ORA Tilburg 1557 worden 'de kinderen van Cornelis' (en niet: weduwe en kinderen) als belenders van een stuk land genoemd.
Familienaam Index 51.212 Vader onbekend Moeder onbekend
In een huis te Riel, vermeld Hilvarenbeek (nalatenschap) 1616, nog niet nagezocht. Waarschijnlijk molenaar, evenals zijn gelijknamige zoon. Zie voor processen aldaar.
In 1576-77 verwikkeld als mede-eiser van de erven Joost Joosten in een process tegen de erven Dionijs Crillaerts.
| Huwt |
Familienaam Index 51.214 Vader onbekend Moeder onbekend
Vermeld 1543-76, nog niet nagezocht.. Onduidelijk is uit welk huwelijk de kinderen stamen. Hier is een suggestie van ISIS Tilburg gevolgd.
| Huwt (1) voor 1569 |
Margriet Gerrit Jan BROCKEN
| Huwt (2) |
| Zij huwt (1) |
Adriaen Mathijs van GERP
| Huwt (3) |
Anna Niclaes Willem de CUYPER
Familienaam Index 51.216 Vader 102.432 Moeder 102.433
Geboren voor 1512
Overleden Tilburg na 1569
Pachter van een hoeve in Brockhoven (Tilburg) (lang) voor 1553; deken van het Heilig-Sacramentsgilde (Tilburg, 1546). Vgl. Brabantse Leeuw 1999.
Mogelijk van Helvoirt afkomstig. Gherit zoon van wijlen Jan Brocken, vermeld 14-6-1546 (RA Tilburg 293:12v) als een der dekens van het Gilde van het Eeerwaardig Heilig Sacrament in de kerk van Tilburg.
Volwassen voor 1536.
RA Tilburg 7-12-1562 (308:44) Gerit zoon van wijlen Jan Brocken als man en momber van Deliana, zijn huisvrouw, dochter van wijlen Wouter van Haren (...) verkoopt aan Jan zijn zoon, die hij uit de voors Deliana zijn huisvrouw verwekt en verkregen had, al alzulk versterf en recht van versterven als aan de voors Deliana zijn huisvrouw dochter van wijlen Wouter van Haren, haar vader, aangekomen en verstorven was, in al zijn goederen zo waar en tussen wie deze gelegen zijn of bevonden mogen worden, alleen binnen de parochie van Ghoerll en niet meer, aan hem Gerit evenwel gereserveerd en door hem behouden zijn recht, actie en toezeggen in een zekere tiende in de parochie voors, zoals hij zeide.
RA Tilburg 4-2-1562 (307:64v) Jan zoon van wijlen Mathijs Matheeus, die deze Mathijs verwekt en verkregen had bij en uit wijlen Margriet zijn huisvrouw, dochter van wijlen Wouter van Haren, voor hemzelf en de voornoemde Jan nog uit kracht en macht van opdracht in de helft van een versterf, hem door Peter zijn broer heden des daags alhier opgedragen, voor welke helft de voornoemde Jan zich sterk voor maakte en gelofte deed, lverkoopt aan Gerit zoon van wijlen Jan Brocken, met afgaan en vertijen etc, al alzulk versterf, recht en deel hem op de manier als voor toebehorende in een stuk land genaamd genaamd de Houtacker gelegen in de parochie van Tilborch ter plaatse genaamd Looven aen de Brouckzijde.
RA Tilburg 4-2-1562 (307:65), copie van een akte van 4-2-1531: Jan Gerit Jan heeft verkocht aan Gerit zoon van wijlen Jan Brocken zijn vader het vijfde deel hem toebehorende in een stuk land genaamd de Houtacker, de gehele akker groot ongeveer 10 lopensaet, gelegen binnen de parochie van Tilborch ter plaatse genaamd aen de Brouckzijde.
RA Tilburg 5-12-1561 (307:27) Gerijt zoon van wijlen Jan Brocken aan Jan zijn zoon, een huis, hof, schuur met de grond en erfenis daar aanliggende en daartoe behorende, groot ongeveer 11 lopensaet, gelegen in de parochie van Ghoerll ter plaatse genaamd Abcoven (...) Welk voors huis, hof,schuur en erfenis de voornoemde Gerijt gekocht en verkregen had van de momber en toeziener van Jan, Geertruijt en Marike, broer en zusters, onmondige kinderen van wijlen Jan Willem Meeus en wat aan deze kinderen aangekomen en bestorven was van wijlen Willem Meeus, hun grootvader, en aan hen tegen Adriaen Henrick Aben toebedeeld en toegevallen was pro ut in diversis literis de (zoals in verscheidene brieven van) Tilborch. (...) Jan voors daaruit moet blijven gelden 2 mud rogge per jaar erfpacht te betalen daan de Provisoren der Taeffelen des Heijligen Geests in Tilborch; nog 2 blancken min 1/2 oirt erfcijns te betalen aan de persoonschap van Ghoerll. Nog moet hij onderhouden `sHeren schouwen van de akkeren en de waterlaat, zoals men die van oude tijden her schuldig is te onderhouden. Daarbij moet hij nog onderhouden de hekkenpost, waaraan het hek naast dit erf hangt, zonder arglist.
RA Tilburg 10-12-1561 (307:30) Een mud rogge per jaar erfpacht te betalen aan Gerijt Jan Brocken, genoemd bij verkoop door Adriaen zoon van wijlen Aert de Cort als man en momber van Lucia zijn huisvrouw, dochter van wijlen Henrick de Bont aan Jan zoon van wijlen Jan Wouters als man en momber van Johanna zijn huisvrouw, dochter van wijlen Henrick die Bont voornoemd zijn zwager, van de helft onbedeeld in 17 lopensaet zaailand, enigszins meer of minder, met het huis, schuur en schop daarop staande, gelegen in de parochie van Tilborch ter plaatse genaamd Looven
RA Tilburg 25-2-1561 (306:77) Jonkvrouw Beatrix van Coulsteren, dochter van wijlen jonkheer Geerbrant van Coulsteren cum tutore legitime et hereditarie supportavit aan jonkheer IJsbrand van Merode zoon van wijlen jonkheer Johan van Merode in zijn tijd heer van de voogdij tot Duffelen en Muggenborch etc die deze jonkheer Johan van Merode verwekt en verkregen had bij en uit wijlen jonkvrouw Catherina diens wettige huisvrouw, dochter van wijlen jonker Geerbrant van Coulsteren, haar gerechte neef, simul cum omnibus literis et jure, met afgaan en vertijen etc, het Huijs tot Broeckhoven met de timmeringen daaraan gelegen als stallingen, brouwhuis, bakhuis met al het huisraad daarin zijnde en daartoe behorende, met de hof en zekere andere erfenissen daaraan en daarbij liggende, zoals deze jonkvrouw die tot nu toe bewoond, bezeten en gebruikt heeft, nog drie hoeven hier voor en achter aan liggende met alle timmeringen daarop staande en daartoe behorende, waarvan de eerste nu tegenwoordig door Gerijt Jan Brocken, de tweede door Mathijs Peter Berijszoon en de derde door Claes Claes in pachting onder hun ploegen bedreven, beteeld en gebruikt worden met alle grondgewassen zowel schaarhout als opgaand eikenhout hier voor en rondom aan alle zijden gestaan, gelegen binnen de parochie en Heerlijkheid van Tilborch naast de erfenis aan enkelen van de kinderen van wijlen Dierck Back toebehorende.
Deze pachthoeve komt vaker voor in de rechterlijke archieven van Tilburg:
RA Tilburg 4-8-1556 (306:16) Jonkvrouw Beatris van Coulsteren aan Jan Cornelis van Os van Oesterwijck een jaarlijkse en erfelijke pacht van vier mud rogge in de maat van Oesterwijck en in Oesterwijck te leveren ... van en uit een hoeve met alle haar toebehoren, aan de voors. jonkvrouw toebehorende, gelegen in de parochie van Tilburg ad locum dictum (ter plaatse genaamd) te Broeckhoven bij het Huis en woning van deze jonkvrouw Beatris voors., in alle grootte als deze hoeve voors. gelegen is aldaar en zoals Gherit Jan Brocken zoon als laat deze hoeve in gebruik heeft en onder zijn teelt hebbende is en lange tijd gehad heeft, te weten huis, hof, land, zand, weiden, beemden en heivelden, alles aan de voors. hoeve toebehorende, niets uitgezonderd.
RA Tilburg 15-9-1553 (299:16) Jonkvrouwe Beatris van Coulsteren aan Laureijs zoon van wijlen Henrick Zwijsen een jaarlijkse en erfelijke cijns van 10 karolus gulden, (...)uit 3 hoeven zoals de voors. jonkvrouw Beatris die heeft liggen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd Broeckhoven bij het huis van jonkvrouw Beatris voors. (...) Gherit Jan Brocken de ene, Henrick Jan Verschueren de andere en Embrecht Embrecht Canters als laten en pachters.
RA Tilburg 26-4-1540 (287:8v) Jonkvrouw Ariaen en Jonkvrouw Beatrijs dochters van wijlen Gheerbrandt van Coulsteren bekennen schuldig te zijn aan Henrick Laureijs Zwijsen ten behoeve van Kathelijn weduwe van Embrecht Embrecht Goessens een jaarlijkse en erfelijke cijns van12 karolus gulden van 20 stuivers uit 3 hoeven hen toebehorende, met huis, hoeve, erf, land, hei en wei, gelegen te Tilburg in Broeckhoven voor hun huis, op welke hoeven, op de ene Gherit Jan Brocken laat is, op de tweede Jan Verschueren en op de derde Embrecht Embrecht die Canter.
Vergelijk ook: RA Tilburg 22-5-1543 (290:11) Daar Gherit Brocken als gemachtigde van Juffrouw Adriaena en Juffrouw Beatris, gezusters, dochters van wijlen Geerbrandt van Coulsteren, zijnde in gebreke van betaling van een jaarlijkse en erfelijke cijns van 12 Karolus gulden op had doen winnen de onderpanden van de voors.erfcijns en de koop van recht daarvan had,en daar die onderpanden niet sterk genoeg waren om tot volle betaling van de voors.erfcijns en de achterstallige cijns daarvan te komen, nog op had doen winnen zekere andere gronden, destijds toebehorende aan Jan Goijaerts, schuldenaar, gelover van de voors.erfcijns, en de koop van recht daarvan ook ontvangen had, zoals dat in verscheidene schepenbrieven van Tilburg beschreven staat, welke kopen bejaard en bedaagd zijnde, daarom Gherit voors.als gemachtigde als boven tesamen ene verbuet doen leggen met Zondagse geboden in de kerken van Tilburg en Goirle om daar voor ten hoogste te zitten en te verkopen ten huize van Jan van Grevenbroeck. Het verbuet gehouden zijnde op datum van heden en de kaars ontstoken zijnde, zo is daar verschenen Gherit voors. en heeft geboden hetzelfde wat hij in de koop van de onderpanden en de waaldogenschappen daarvoor geboden had en er is niemand anders gekomen, die daar iets meer voor geboden heeft en zo is Gherit als gemachtigde als boven aan die onderpanden en waaldogenschappen gebleven en heeft de koop daarvan behouden.
RA Tilburg 28-3-1561 (306:90) Jan zoon van Gerijt Jan Brocken en Willem zoon van wijlen Jan Claes Voskens als door de Heer aangestelde momber en toeziener van Jan, Geertruijt en Marike, broer en zusters, onmondige en minderjarige kinderen van wijlen Jan Willem Meeus door deze Jan en uit Marie diens huisvrouw, dochter van wijlen Jan Claes Voskens samen verwekt, verkopen aan Jan Peter Berijs ten behoeve van Gerijt zoon van wijlen Jan Brocken, met afgaan en vertijen etc een huis, hof, schuur met de grond en erfenis daaraan liggende en daartoe behorende, groot circa 11 lopensaet en 2 roeden, gelegen in de parochie van Ghoirll ter plaatse genaamd aen de Abchoven, (...) dat Gerijt koper voornoemd hieruit moet gelden 2 mud rogge per jaar erfpacht te betalen aan de Provisoren van de Taeffelen des Heijligen Geest in Tilborch en nog twee blancken min een half oort stuiver ongeveer erfcijns te betalen aan de Persoonschap van Ghoirll. Nog moet hij onderhouen `sHeren schouwen van de waterlaat zoals men dat van oud tijden her schuldig is te onderhouden en bovendien nog moet hij onderhouden de hekkenpost, daar het hek naast dit erf aan hangt. belovende verder op verbintenis als boven dit verkopen, overgeven, opdragen etc en alle kommer en calangie daar meer op komende allemaal voor hem af te doen. Idem: RA Tilburg 8-5-1560 (306:89 los blad) Adriaen Henrick Aben heeft een stukje land overgegeven en opgedragen aan Jan Gerijt Brocken op alle manieren zoals het hem door de momber en toeziener van de minderjarige kinderen van wijlen Jan Willem Meeus verkocht is geweest.
RA Tilburg 8-1-1561 (306:50) Gerijt zoon van wijlen Jan Brocken als momber en Wouter zoon van wijlen Michiel Quaps als toeziener van Elizabeth minderjarige dochter van wijlen Peter Pauwels Melijs in de naam en als recht hebbende zoals de momber en toeziener voors zeiden van de erfgenamen en nakomelingen van Marie de Oudste dochter van wijlen Gillis Pauwels, bij de erfdeling.
RA Tilburg 5-1-1559 (304:65 los blad) Gherit Jan Brocken, Jan Jan Lemmens, Jan Ghijb Seghers, de weduwe van Neelke Jan Aertsen, Machiel Willems, Toen, Laureijsen en Tij, kinderen van Willem, als pachters van de oude Tiend van het Convent van Tongerloe, beloopt jaarlijks LXXIII mud rogge en drie mud haver en 8 gulden als rantsoen. Gebracht de 17e januari anno 58 (o.st.)
RA Tilburg 12-7-1558 (304:19): anderhalf mud rogge erfpacht voors aan Gherit zoon van wijlen Jan Brocken, bij verkoop van een derde deel daarvan door diverse erven van Claes en Marie.
RA Tilburg 1-2-1556 (301:49) een mud rogge jaarlijkse en erfelijke pacht, wat Jacop voors. in de naam van zijn huisvrouw voornoemd tot nog toe heft op Cornelis zoon van wijlen Jan van Boerden en Gherit Gherit Jan Brocken, zijn zwager uit, zekere onderpanden die aan de voors. Cornelis en Gherit samen toebehoren en gelegen zijn in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd aenden Ouden Dreijboom, verkocht door Jacop zoon van wijlen Peter van Doren als man en momber van Marie zijn huisvrouw, dochter van wijlen Bartholomeus Rubbens Cornelis zoon van wijlen Jan van Boerden. Uit erfdeling kinderen van wijlen Bartholomeus Rubbens voor schepenen van Hilvarenbeek gedaan.
RA Tilburg 19-8-1553 (299:15) Adriaen zoon van Willem Henrick Eelkens heeft overgegeven aan Gherit zoon van wijlen Jan Brocken, een vierde deel hem toebehorende in een stuk land genaamd de Hoghe Dries in alle grootte als dat vierde deel gelegen is en aan Kathelijn dochter van wijlen Jan Meeus eertijds aangekomen en verstorven is geweest van wijlen Adriaen zoon van wijlen Anthonis Meeus, haar neef, en zoals dat vierde deel het zij bedeeld of onbedeeld haar toebehoorde en gelegen is in de parochie van Goirle ter plaatse genaamd tussen de kerk van Goirle en de Abchoven (...) In margine: Item Gherit Jan Brocken in deze begrepen heeft toegestemd, dat men deze veste en opdracht zal doden en zo heeft Adriaen bovengenoemd dit vierde deel in het stuk land hierin begrepen wederom overgegeven en opgedragen aan Willem zoon van wijlen Jan Meeus samen met de brieven, op de manier zoals hij dat aan Gherit voors. gedaan had.
RA Tilburg 3-5-1553 (299:10) Heer Henrick de Raet, priester en pensier van het convent van Tongerlo heeft onder voorwaarden hierna verklaard uitgegeven en in gerechte pacht verpacht aan Willem Willem Laureijs, Mathijs zijn zoon, Ghijsbrecht Peter Zegers, Gherit Jan Brocken, Jan, Jan Lemmens, Jan Aert Jacops en Jan Ghijsbrecht Beerten de oude tiend van Tilburg aan het convent voors. toebehorende en dat voor een termijn van 6 jaar durende, (...) de voornoemde tiendenaars zullen ter zake van de verpachting van de voors. tiende schuldig zijn elk jaar gedurende de voors. termijn te betalen aan de pensier vanwege het vonvent voors. 73 mud rogge en 3 mud haver (...) en daartoe nog hem elk jaar als rantsoengeld te betalen 8 karolus gulden, 20 stuivers voor de gulden (etc.). Idem 13-11-1545 (292:27) Gegomen is voor schepenen Heer Henrick de Raet, priester en pensier van het Godshuis van Tongerloe een heeft verpacht aan Ghijsbrecht Zegers, Gheraert Brocken, Willem Willem Laureijs, Mathijs zijn zoon, Marcelis Aert van vessem, Jan Aert Jacops, Jan Ghijsbrecht Beerten, Jan Jan Lemmens een Jan Wouter Willem Zegers een tiende, het Godshuis voors. toebehorende, genaamd de Oude Tiende, gelegen in Tilburg, en dat voor een termijn van 6 achtereenvolgende jaren, waarvan het eerste jaar zijn zal, het jaar 47 a.s. en dat op voorwaarden zoals gewoonlijk. (...) 73 mud rogge en 3 mud haver; (...) 8 karolus gulden (etc.) Idem 28-8-1539 (386:13) Broeder Andries de Wunne, pensier van het Godshuis van Tongerlo heeft verpacht aan (...) Gherit Brocken (...en anderen) de oude tienden in Tilburg toebehorend aan Tongerlo gedurende 7 opeenvolgende jaren, waarvan het eerste jaar 1540 zal zijn. (...) 73 mud rogge en 3 mud haver op de spijker te leveren met de maat van de spijker, het eerste jaar niet meer dan 71 mud rogge en de andere jaren elk 73 mud rogge. Item nog zullen de tiendenaars schuldig zijn te betalen den pensier 8 karolus gulden van 20 stuivers als rantsoengeld, elk jaar op Meidag. Idem RA Tilburg 5-5-1536 (283:3), voor de inflatie toesloeg: Broeder Gerit Vuchs, pensier van Tongerlo, verpacht aan (...diversen waaronder) Gerit Brocken de commertiend of de oude tiend, groot 71 mud rogge, 3 mud haver en 3 rijnsgulden rasoengeld. Te leveren op de Spijker te Tilburg. Het koren moet met vlegel en wan bereid zijn.
Belender (14-2-1553, 298:91) van een door Gherit Gherit Smolders aan Jan zoon van wijlen Claeus Wouter Marien, zijn medezwager, verkocht stuk land in Corvel Acker.
RA Tilburg 25-6-1552 (298:14) Jan zoon van wijlen Rutger Jan Crillaerts en met hem Gherit zoon van wijlen Jan Brocken, zijn schoonvader, hebben geloofd als schuldenaars gezamelijk, onverscheiden en elk voor hen allen te betalen aan Jan zoon van Jan Lambrecht van Boerden een jaarlijkse en erfelijke cijns van 621/2 stuiver (...) uit een vijfde deel, Jan eerstgenoemd toebehorende, in een huizing, hoving met de grond en toebehoren genaamd de herberg "Inde Wilden Man" gelegen of staande in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd aan de Hoevel, Nog uit een stuk land genaamd de Hautacker, de gehele akker ca 10 of 11 lopensaet groot, gelegen in de parochie voors. ter plaatse genaamd Loven aan die Broecksijde.
RA Tilburg 6-7-1550 (296:30) Jan zoon van wijlen Henrick Verhoeven en Gherit zoon van wijlen Jan Brocken als schuldenaars te betalen aan Henrick Laureijs Zwijsen een jaarlijkse en erfelijke cijns van 50 stuivers, uit 2 derde delen de voors. Jan eerstgenoemd toebehorende in een huis, hof, schuur, schaaps kooi met de grond en erfenis daaraan liggende en daartoe behorende, groot ca 11 lopensaet, gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd Loven. Nog uit een vijfde deel de voornoemde Gherit toebehorende in een stuk land genaamd de Hautacker gelegen in de parochie en plaats voornoemd en welke cijns voors. te los staat met 40 karolus gulden (...) Adriaen zoon van wijlen Aerdt Verhoeven als man van Jenneke dochter van wijlen Wouter van Haren en heeft geloofd als schuldenaar op zich en op al zijn goederen, die hij nu heeft en nog later zal mogen hebben en verkrijgen, aan Jan en Gherit beiden voornoemd, dat hij Adriaen voors. de voors. cijns jaarlijks betalen zal (...) NB: Dezelfde pacht werd 24-5-1550 (296:15) ook uitgegeven, toen zonder overname door Adriaen Verhoeven.
RA Tilburg 21-4-1544 (291:1) Adriaen natuurlijk zoon van wijlen Aert Verhoeven als man van Jenneke,dochter van Wouter van Haren, verkoopt aan Gherit zoon van wijlen Jan Brocken een derde deel in een mud rogge jaarl. en erf. pacht uit een jaarl. en erf. pacht van 11/2 mud rogge, uit een stuk land, dat destijds van Jan van Wijfflit was (...) welk een derde deel van dat mud rogge erfpacht voors. Adriaen zoon van wijlen Aert Verhoeven,verkoper voors., toegekomen was bij opdracht van Willem zoon van wijlen Jan Meeus en Kathelijn dochter van wijlen Jan Meeus en hun mede erfgenamen van wijlen Jan Meeus, gedaan en opgedragen door Gherit Jan Brocken en Claeus Wouter Willems ten behoeven van Adriaen voornoemd. Idem, fol 64 (5-4-1544): verekoop door erven Jan Meeus aan Claeus zoon van wijlen Wouter Willems en Gheridt zoon van wijlen Jan Brocken ten behoeve van henzelf en ten behoeve van Ariaen natuurlijke zoon van wijlen Aert Verhoeven een mud rogge jaarlijkse en erfelijke pacht uit een erfpacht van 11/2 mud rogge (etc.). Idem, fol 64v) Willem zoon van wijlen Jan Meeus stelt tot mede onderpand van dat mud rogge zijn huis, hof en erfenis, groot ca 11 lopensaet, gelegen in de parochie van Goirle aan de Wachtelberch , andere erven beloven hem zo nodig te steunen. Idem, fol. 65v, begunstigden Claus en Gerrit verklaren Willem te steunen mochten problemen ontstaan omdat de pacht ooit bij testament van Adriaen Anthonis Meeus aan Wouter van Haren was toegedacht. Idem fol. 65: (...) overgegeven was een schepenbrief van Tilburg, waarmede Aert natuurlijke zoon van wijlen Bertout Backs de voors. 11/2 mud rogge erfpacht met overgegeven erfelijk verkregen had van Jan genaamd Wijsslit Backs, wezende van dato 1459 op de derde dag van juli (...) wanneer Willem cum suis voors. van node wezen zal de voors. schepenbrief te hebben om hun recht daarmee te vorderen op het half mud rogge erfpacht, hetwelk in de pacht van het 11/2 mud rogge zijn, dat ze hem dan de voors, brief zullen geven tot zij hun recht daarmee gevorderd hebben en zij hebben wederom geloofd super se et bona sua etc. de voors. schepenbrief weer ongecancelleerd en onbeschadigd terug te brengen in handen van Claeus cum suis.
Vergelijk ook: RA Tilburg 3-7-1542 (289:15) Adriaen natuurlijke zoon van wijlen Aert Henrick Verhoeven heeft verkocht aan Gherit zoon van wijlen Jan Brocken een jaarlijkse en erfelijke pacht van 11/2 mud rogge, welke pacht Aert, Claus en Jan, gebroeders, zoonen van wijlen Henrick Verhoeven en de voors. Jan voor Peter zijn broer Marcelis Aert van Vessem voor Sijmon zoon van wijlen Henrick Verhoeven, Jan zoon van wijlen Wouter Brocken als man van Elijsabet dochter van wijlen Henrick Verhoeven voors. en wouter zoon van wijlen Gherit Henrick Verhoeven, voor hemzelf en voor Adriaen en Willem zijn broers en Ariaena zijn zuster, als schuldenaars geloofd hadden aan Adriaen natuurlijke zoon van Aert Henrick Verhoeven voors. uit huis, hof, schuur en erfenis, groot 71/2 lopensaet, gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd Loven
RA Tilburg 13-5-1542 (289:15) Zebrecht zoon van wijlen Jan de Pelser heeft geloofd als schuldenaar te betalen aan Gherit zoon van wijlen Jan Brocken een jaarlijkse en erfelijke pacht van 4 lopen rogge, elk jaar te betalen met lichtmis, uit huis, hof, en erfenis daaraan liggende en daartoe behorende , groot ca 4 lopensaet, gelegen in de parochie van Goirle ter plaatse genaamd in die Abchoven (...) Idem fol. 16: Staat te los altijd met lichtmis met 9 karolus gulden van 20 stuivers samen met de jaarpacht en achterstel met sint Jansmis tevoren op te zeggen. Idem, RA Tilburg 4-4-1542 (288:69v) Zebrecht zoon van wijlen Jan de Pelser heeft geloofd als schuldenaar te betalen aan Jan Brocken een jaarlijkse en erfelijke pacht van 4 lopen rogge elk jaar erfelijks op Onze Lieve Vrouwedag lichtmis uit huis, hof en erfenis daaraan liggende gelegen in de parochie van Goirle in die Abchoven (...) Te mogen lossen altijd met lichtmis samen met de jaarpacht en achterstel met de somma van 9 karolus gulden van 20 stuivers per stuk.
RA Tilburg X-1-1542 (288:52) Peter zoon van wijlen Wouter Mutsaerts heeft geloofd als schuldenaar te betalen aan Gherit zoon van wijlen Jan Brocken een jaarlijkse en erfelijke pacht van 11/2 mud rogge elk jaar erfelijks op Onze Lieve Vrouwedag lichtmis en voor de eerste trermijn met lichtmis o.a. over een jaar uit een huis, hof, schuur n erfenis daaraan liggende, groot 12 lopensaet, gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd in Oerl aan dat Ezelven; (...) Nog uit een stuk land groot ca 4 lopensaet gelegen in de parochie voors. ter plaatse genoemd in Corvel Acker (...) Nog uit een stuk land groot ca 3lopsaet gelegen in de parochie voors. ter plaatse genaamd in Corvel Ackeren bij de Heerwech (...) Te mogen lossen altijd met lichtmis over 6 jaar en niet eerder met 60 karolus gulden van 20 stuivers, samen met de jaarpacht en achterstel, behalve dat men gehouden is dat een half jaar tevoren op te zeggen.
RA Tilburg 6-2-1540 (286:52v) Jan zoon van wijlen Herman van Boerden bekent schuldig te zijn aan Gerit zoon van wijlen Jan Brocken een jaarlijkse en erfelijke pacht va n11/2 mud rogge uit huis, hof, schuur en erf, groot 21/2 lopensaet, gelegen te Tilburg aan die kerck; een stuk land, groot 131/2 lopensaet, gelegen te Tilburg in die Schijve; en nog een stuk land, groot 3 lopensaet, gelegen te Tilburg in die Schijve
RA Tilburg 6-2-1540 (286:53) Dierck zoon van wijlen Gherit Back bekent schuldig te zijn aan Gherit zoon van wijlen Jan Brocken een jaarlijkse en erfelijke pacht van 1 mud rogge uit een stuk erf deels in beemd deels in weiland, groot 6 bunder, gelegen te Tilburg in Broeckhoven; huis, hof, waar Dierck nu woont met het erf daaraan gelegen bij de vorige erfenis; een stuk land, genaamd de Heelberch, gelegen te Tilburg in Broeckhoven; en een stuk land, genaamd die Grote Bocht, samen met de Heelberch 3 mudsaet, gelegen te Tilburg in Broeckhoven - te los met 40 karolus gulden van 20 stuivers, te betalen in karolus gulden van 20 stuivers, Philippusgulden van 25 stuivers, de gouden Coervorster gulden van 28 stuivers het vuerijser van 2 stuivers, 1 ortstuiver.
| Huwt |
Familienaam Index 51.217 Vader 102.434 Moeder 102.435
Overleden Tilburg na 1569
Het echtpaar maakt in 1569 een mutueel testament.
Familienaam Index 51.218 Vader 102.436 Moeder 102.437
Overleden Tilburg tussen 1525 en 1533
Ook Van Boerden. Vermeld 1533-68. Bron voor gezin: Isis Tilburg.
RA Tilburg 17-3-1533 (280:57) Daar Gerit zoon van wijlen Peter Eelkens beloofd had aan Elen zoon van wijlen Peter Eelkens, zijn broer, een half mud rogge erfpacht uit een stuk beemd groot ca 1/2 bunder, gelegen ut supra (zoals boven) tussen ut supra (zoals boven), welk half mud rogge te los staat met 40 karolus gulden en welke 40 karolus gulden Gerit gelegd had in de wettige schuld van wijlen Jan zoon van wijlen Jan van Boerden junior, zo zijn gestaan geweest voor schepenen Gerit weduwe van Jan zoon van wijlen Jan van Boerden en met haar Huijbrecht zoon van wijlen Jan Geerts, haar huidige man, Aert zoon van wijlen Jan van Boerden als momber en Peter Gerit Eelkens als toeziener van de onmondige kinderen van wijlen Jan zoon van wijlen Jan van Boerden junior en Gerit diens vrouw voors en ze hebben beloofd dat ze die 31/2 karolus gulden voors aan Elen voors zullen gelden en betalen en ook zullen lossen, zodat Gerit voors, zijn goederen en nakomelingen daarvan ontlast zullen zijn en tot meerdere garantie zo hebben de weduwe, de momber en toeziener van de onmondige kinderen voors tot onderpand gezet een huis, hof, schuur met de grond en erfenis daaraan liggende en daartoe behorende, gelegen in Oerl, aan de voors weduwe en haar kinderen toebehorende, waar wijlen Jan zoon van wijlen Jan van Boerden placht te wonen.
RA Tilburg 31-1-1541 (287:50v) Jan zoon van wijlen Gherit Reijnen als man van Elijsabet dochter van wijlen Gherit Peter Eelkens vernaardert 27 lopen rogge jaarlijks en erfelijke pacht in een erfpacht van 4 mud rogge, die Peter en Cornelis gebroeders, zonen van wijlen Jan van Boerden, voor henzelf en voor Ariaena hun zuster, onmondige dochter van wijlen Jan voors. en met hen Peter zoon van wijlen Jan Geerts als momber en Jan zoon van wijlen Gherit Reijnen als toeziender van Jan en Huibercht, broer en zus, onmondige kinderen van Huijbrecht Jan Geerts, welke kinderen wijlen Jan van Boerden, voor-man, en Huijbrecht Jan Geerts, na-man, verwekt hadden bij Gheritke hun vrouw, dochter van wijlen Gherit Peter Eelkens, verkocht hadden aan Marcelis zoon van Ghijsbrecht Wijten en welke 4 mud rogge erfpacht wijlen Jan Back Berthouts te vergelden had uit zekere erfenissen gelegen in Tilburg omtrent de goederen genaamd 't Goed ten Haneberghe etc. ut supra.
RA Tilburg 5-1-1541 (287:37v) Gheritke weduwe van Jan van Boerden haar 1ste man en weduwe van Huibrecht Jan Geerts, haar 2de man, dochter van wijlen Gherit Peter Eelkens, draagt over aan de wettige kinderen van beide bedden, alle tocht en recht van tochtenwege dat ze bezat in 27 lopen rogge jaarlijkse en erfelijke pacht in een jaarlijkse pacht van 4 mud rogge, jaarlijks te vergelden door Jan genaamd back Berthouts, uit zekere erven hier onder beschreven, gelegen te Tilburg naast het goed ten Haneberghe; nog uit een stuk land, groot 12 lopensaet, genaamd de bredenacker, gelegen te Tilburg bij het goed de Haneberghe; nog uit een stuk land, groot 5 lopensaet, genaamd de Heijdelaer, gelegen te Tilburg bij de Haneberghe (...) welke 4 mud rogge erfpacht Willem zoon van wijlen Peter Stelaerts gekocht had van Lucas zoon van wijlen Jan Berijs. Idem, fol. 38: Peter en Cornelis, (...)voor henzelf en voor Ariaena hun zuster, (...) onmondig zijnde, en ook voor Jan en Huijbrechta, broer en zuster, onmondige kinderen van wijlen Huijbrecht Jan Geerts en Gheritke voors. zijn vrouw, (...) verkopen de voors. 27 lopen rogge erfpacht welke 27 lopen rogge de kinderen van wijlen Jan van Boerden en de kinderen van wijlen Huijbrecht Jan Geerts verstorven zijn bij testament van wijlen Gherit Peter Eelkens en Elijsabeth diens vrouw, hun grootouders, eensdeels en eensdeels van de andere erfgenamen van Gherit en Elijsabeth ten deel gevallen, en van welke 27 lopen rogge erfpachts nu betalende is Marcelis ghijb Wijten, alias Haermans, Aan Marcelis Ghijb Wijten voors., zoverre het deze 27 lopen rogge betreft.
RA Tilburg 5-1-1541 (287:38v) Dezelfde Gheritke ut supra draagt over aan haar kinderen van beide bedden haar tocht en recht van tochtenwege in 5 lopen rogge jaarlijkse en erfelijke pacht die Laureijs zoon van wijlen Gherit Huijbrecht Berthen geloofd had aan Ghijsbrecht zoon van wijlen Willem Ghijsbrechts uit een stuk heideveld, groot 3 lopensaet, gelegen te Tilburg opt Rijlaer; en een stuk beemd, groot 5 lopensaet, gelegen te Tilburg op Breheze (...) Welke 5 lopen rogge Gherit zoon van wijlen Peter Eelkens gekocht had van Jan zoon van wijlen Jan zoon van wijlen Jan Gherit Backs en Jan gekocht had van Adriaen zoon van wijlen Jan Stelaerts en Adriaen Stelaerts van Ghijsbrecht zoon van wijlen Willem Ghijsbrechts. Idem, fol. 38v: Peter en Cornelis, gebroeders, ut supra voor henzelf en voor de onmondigen ut supra verkopern aan Henrick Zwijsen at supra verkopen aan Henrick Zwijsen ad opus van Wouter zoon van wijlen Anthonis Diercks de 5 lopen rogge ut supra, zoals aan Marcelis Ghijsbrecht Weijten gevest is.
RA Tilburg 5-1-1541 (287:38v) Daar de kinderen van wijlen Jan van Boerden, (etc.) verkocht hadden 27 lopen ... pacht ... en ook nog 5 lopen rogge ... pacht (...) waaruit Marcelis en Wouter (=kopers) geloofd hebben zekere penningen te betalen op Lichtmisse a.s. bedragend 125 karolus gulden, waarmede zekere pachten en kommer op de goederen der kinderen van wijlen Jan van Boerden afgelost worden, zo zijn gestaan Peter en Cornelis, gebroeders, zonen van wijlen Jan van Boerden, voor henzelf en (etc.) en hebben geloofd ten behoeve van de kinderen van Gheritke voors. en van wijlen Huijbrecht Jan Geerts, dat ze deze nakinderen in de deling na de dood van hun moeder zullen te bate brengen en daarvoor betalen 50 karolus gulden eens van 20 stuivers per stuk en zullen de voorkinderen geen goed van de ouders aanvaarden, voordat die 50 karolus gulden betaald zijn.
RA Tilburg 10-1-1551 (296:43v) Gheritke weduwe van Jan van Boerden met haar voogd heeft overgegeven aan Cornelis , zoon van haar en van de voors. wijlen Jan van Boerden, en aan Gherit zoon van Gherit Jan Brocken als man van Adriana, dochter van Gheritke en wijlen Jan van Boerden voors., met afgaan en vertijen, haar tocht en recht van tochtenwege wat ze bezat in een huis, hof, schuur, schop met grond en toebehoren en erfenis daaraan liggende en daartoe behorende gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse ge naamd Oerl; (...) Nog hiertoe een klein huisje met de grond en erfenis daaraan liggende en daartoe behorende, ook al daar gelegen daar tegenover aan de andere kant van de Heerbaan voors. (...) Nog hiertoe 2 lopensaet land gelegen in de parochie voors. in Corvel acker (...) Nog hiertoe een stuk beemd groot ca 1 bunder gelegen in de parochie voors ter plaatse genaamd aan de Oude Dreijboem . (...) Idem fol.44: Dit gedaan zijnde zijn gestaan voor schepenen Cornelis en Gherit voornoemd en met hen Gherit zoon van wijlen Jan Brocken, vader van Gherit voornoemd, en Peter zoon van wijlen Willem Berijs en ze hebben geloofd als schuldenaars tesamen, onverscheiden en eenieder voor allen super se et bona sua hebbende en in de toekomst hebbende en verkrijgende aan de weduwe van jan van Boerden voornoemd, dat ze aan haar jaarlijks zullen betalen een jaarlijkse lijfpacht van 3 mud rogge en 4 lopen rogge, haar leven lang durende en niet langer, te betalen elk jaar op Onze Lieve Vrouwedag lichtmis, waarvan de eerste termijn en betaaldag zal zijn en vervallen met lichtmis a.s. over 2 jaar. Nog dat zij haar leven lang zal hebben en gebruiken de uitkamer aan het huis en hof voors. en daar toe een stoel in de haard, daarbij nog 5 roeden hof in de voors. hof, daar waar het haar gelieven zal, daarbij het vierde deel in het fruit, dat er jaarlijks zal groeien. Item daartoe nog dat ze haar zolang ze zal leven zullen halen en bezorgen 2 voeder turf van hun ei gen turf. Verder hebben ze geloofd Cornelis en Gherit zijn zwager en met hen Gherit zoon van wijlen Jan Brocken en Peter zoon van wijlen Willem Berijs allen voornoemd als schuldenaars gezamelijk en onver scheiden en ieder voor allen op verbintenis als voor aan Gheritke voors. deze 3 mudden en 4 lopen rogge lijfpacht voors. met het gebruik van de uitkamer voors., de stoel in de haard, 5 roeden hof met het vierde deel van het fruit en de 2 voeder turf voors. te waren zoals men lijfpacht en lijftocht of lijfge bruik schuldig is te waren en alle kommer en calangies daarop komende allemaal af te doen. Met voorwaarden hierbij, dat als het Gheritke niet gelieven zal in de voors. uitkamer te wonen, dat ze dan aan haar daarvoor en voor de stoel in de haard, de 5 roeden hof en het vierde deel van het fruit voors. jaarlijks zullen uitreiken en betalen 2 phillippus guldens, per stuk tot 25 stuivers gerekend, of ander goed geld daarvoor, (etc)
RA Tilburg 17-2-1551 (296:65) Erfdeling tussen Cornelis Jan van Boerden en Gerrit Gerrit Brocken man van Adriana Jans van Boerden, over goederen die van Jan van Boerden aangekomen en verstorven waren en waarin Gheritke weduwe van Jan van Boerden, hun moeder en schoonmoeder, nu onlangs van haar tocht had afgezien en die overgegeven had aan haar zoon en schoonzoon.
Cornelis krijgt een huis, hof, schuur met de grond en toebehoren en erfenis daaraan liggende en daartoe behorende, gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd in Oerl aan het Heerhecken (aan die Heerbaan aldaar, etc.) (...) behalve dat Cornelis voors. daaruit moet betalen: 1 mud rogge erfpacht in een erfpacht van 1 mud rogge aan de Heilige Geest van Oisterwijk. 4 lopen rogge in een half mud rogge erfpacht aan de Heilige Geest van Tilburg, 2 Philippusgulden erfcijns aan Heer Jan Elen Peters, te los staande met 40 karolus gulden, Nog ca 1/2 stuiver erfgrondcijns aan de nakomelingen van Lucas van Amerzoijen. Verder moet Cornelis aan Gheritke zijn moeder jaarlijks haar leven lang uitreiken en betalen de helft van een jaarlijkse lijfpacht van 3 mud en 4 lopen rogge en daarbij, dat zij haar leven lang zal behouden het gebruik van de uitkamer staande aan het voors. huis, en daarbij een stoel in de haard, 5 roeden hof in de voors. hof en het vierde deel van het fruit, dat er zal groeien, en daartoe haar nog jaarlijks een voeier turf te bezorgen of dat hij voor de voors. uitkamer, stoel in de haard, 5 roeden hof en het vierde deel van het fruit haar jaarlijks zal betalen 2 Philippus guldens, alles volgens de brief, die zij daarvan heeft.
Idem fol. 65v: Gerrit krijgt een stedeke te weten een huis met de hof, grond met toebehoren en erfenis daaraan liggen de en daartoe behorende en met een schop nu ter tijd nog staande op de oude stede en grond aan Cornelis voors. toebedeeld, welk huis etc. gelegen is in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd Oerl aan het Heerhecken aldaar aan de andere kant van de Oude Stede (=naast Cornelis) aan die Heerbaen; een stuk land naast de Oude Stede (belend door Cormnelis); en een stuk land gelegen in Corvel Acker. Dit alles belast met: 1 mud rogge erfpacht in een erfpacht van 2 mud rogge aan de Heilige Geest van Oisterwijk, 4 lopen rogge erfpacht in een half mud rogge erfpacht aan de Heilige Geest van Tilburg, 1 Philippus gulden of 25 stuivers erfcijns aan Jan Huijbrecht Smitten, te los staande met 20 karolus gulden, Nog ca 2 stuivers erf grondcijns aan de Heer van Tilburg. Verder zal Gherit voors. aan Gheritke weduwe van Jan van Boerden, zijn schoonmoeder, jaarlijks haar leven uitreiken en betalen de helft in 3 mud en 4 lopen rogge lijfpacht en daartoe dat hij haar jaarlijks zal bezorgen en geven een voeier turf, alles volgens de brief, die zij daarvan heeft.
Het stukje grond in Corvel Acker wordt ook genoemd in belendingen op 5-3-1547 (293:76v), 25-10-1544 (12v), 12-1-1542 (288:37v). Het land aan de Heerbaan in Oerle wordt genoemd in belendingen van 20-1-1547 (293:48), 30-12-1545 (292:38, 39v), 23-5-1541 (288:6), 31-1-1540 (286:46v), 4-4-1537 (284:1), 15-2-1537 (283:43), 1-4-1536 (282:62). Het stukje land aan de Oude Dreijboem komt voor in 1533 en op 17-1-1541 (287:42); idem 26-2-1536 (282:52).
| Huwt voor 1515 |
Familienaam Index 51.219 Vader 102.438 Moeder 102.439
Overleden na 1551
| Zij huwt (2) voor 1533 |
Huijbrecht Jan Geerts BROCK
Overleden voor 1541
Familienaam Index 51.220 Vader 102.660 Moeder 102.661 Tevens 51.330
Terug Begin van generatieFamilienaam Index 51.221 Vader 102.662 Moeder 102.663 Tevens 51.331
Familienaam Index 51.222 Vader 102.444 Moeder 102.445
1561: meester en provisor van de Taeffelen des Heijligen geests binnen Tilborch
ORA Tilburg (12-5-1539, R 286/4vso-5r) Bartolomeeus Willem Verlijnden als man van Berten, dochter van Wouter Jan Soffaerts verkoopt aan Joest Berijs Eelkens als man van Cristina, dochter van Wouter Jan Soffaerts: 1) de helft in huis, hof, grond en erf, gelegen te Tilburg aan de Berckdijck. (…) 2) de helft in een stuk land gelegen te Tilburg aan de Berckdijck, het geheel tussen: (…) 3) de helft in een stukje land genaamd de Langenacker, gelegen te Tilburg in die Schijve, in die Anebraecken, tussen (…) 4) de helft in een stukje land genaamd de Corten acker, gelegen te Tilburg in die Schijve in die Ane-braecken, (…)
Idem (R 286/5r.)Willem Joest Berijs als man van Cristina Wouter Jan Soffaerts bekent schuldig te zijn aan Bartolomeeus Willem Verlijnden, zijn zwager een jaarlijkse en erfelijke cijns van 6 karolus gulden van 20 stuivers uit huis, hof etc. en uit de stukken land van vorige acte. Staat te los met 900 karolus gulden van 20 stuivers na een termijn van 20 jaar.
Idem (20 december 1539 R 286/25vso.) Bertolomeeus Wijllem Verlijnden als man van Bert, dochter van Wouter Soffaerts, verkoopt aan Wijllem Joest Beerijs Eelkens de helft van een stuk heideveld, gelegen te Tilburg in die Berckdijck (…)
| Huwt voor 1538 |
Familienaam Index 51.224 Vader 102.448 Moeder 102.449
Geboren voor 1495
Overleden Tilburg tussen 3-2-1541 en 4-4-1541
Niet te verwarren met Gherit Diercx sBonten, vader van IJke en Dierck Dierckzoon, overleden voor 5-2-1552 (RA Tilburg 298:39, verder 29-11-1552; 297:67; en 29-1-1544 290:34v). Waarschijnlijk is hij de vader van Gerard, vermeld als belender en als oorspronkelijke eigenaar (Gherart zoon van Gherart die Bont) van een stokje land van ca. 9 lopenzaad in Veldhoven, en van Lisbeth, die een relatie had met Claeus die Wijze, hieruit een natuurlijke dochter Jenneke gehuwd met Aerdt Wouter Peters (RA Tilburg 294:8v, 5-7-1547).
RA Tilburg 3-3-1537 (los blad bij 284:10) Zoenbrief naar aanleiding van de doodslag op Gherit zoon van wijlen Pauwels Jan Pauwels door Peter Willem Peters. Arbiter voor de misdadiger is o.a. Laureijs Henrick Zwijsen. Onderschreven door o.a. Gerit Jan sBonten van Oesterwijck, Jan Jan sBonten, Steven Willem Stevens, Jan en Ariaen zijn zoons, ... allen vrienden en magen van de dode. In het origineel (24-2-1537 283:57v) staan "Gerit Jan sBonten van Oisterwijk; Jan Jan sBonten". Mogelijk betekent dit dat zijn grootvader uit Oosterwijk kwam - Gerrit Jan echter lijkt gewoon in Tlburg geboren te zijn.
Gerrit Jan de Bont schijnt eigenaar van een redelijk omvangrijk maar verspreid grondbezit te zijn geweest: in Veldhoven, in Die Schijve, achter Broekhoven, in Corvel, de Laer, Dreijboom, sBonten Hoeve, Stockhasselt, Goirle, Dalem, de Sporct en de Hoghe.
Ten eerste hield hij grond te Veldhoven, waarschijnlijk meer dan elders:
RA Tilburg 8-2-1533 (280:44v) Gherit zoon van wijlen Jan sBonten heeft beloofd als een principaal schuldenaar te betalen aan Steven zoon van wijlen Claeus Steven Reijnen een jaarlijkse en erfelijke pacht van 11/2 mud rogge uit een huis, hof, schuur met de grond in die Velthoven.
Idem, fol. 280:45, Gerrit belooft aan Lenaert zoon van wijlen Anthonis Aerts een jaarlijkse en erfelijke cijns van 31/2 karolus gulden uit en van hetzelfde huis etc.
RA Tilburg 8-1-1538 (284:25v) Gherit zoon van wijlen Jan sBonten bekent schuldig te zijn aan henrick Laureijs Zwijsen een jaarlijkse pacht van 1/2 mud rogge uit huis, hof, schuur, schaapskooi en erf, groot 16 lopensaet, gelegen te Tilburg in die Velthoven. Belendingen: Laureijs Claeus Lemmens een zijde, H. Geest van Tilborch en die gemeijn straet ander zijde, Laureijs Claeus Lemmens een einde, Arijaen Jan van Gestel en Steven Willem Steven ander einde. Staat te los met 20 karolus gulden van 20 stuivers. Idem, 31-1-1538 (284:32), zelfde verhaal met iets andere belendingen: Laureijs Claeus Lemmens en de H. Geest van Tilburg een zijde, gemeijn straet ander zijde, Laureijs Claeus Lemmens een einde, Ariaen Jan van Gestel en Steven Willem Stevens ander einde.
RA Tilburg 17-11-1539 (286:37 los blad), erfdeling van erfpachten en erfcijnsen tussen Heer en meester Jan zoon van wijlen Elen Peter Eelkens, priester, en heer Peter zijn broer met Claeus (Jan Claeus Aelwijns)en Claeus (Peter die Beer). Hierin komt voor Jan Ghijsbrecht en Gheert de Bonte 6 karolus gulden roggepacht. Vergelijk 31-1-1540 (286:46v): Jan Claeus Steven Reijnen verkoopt aan Henrick Jan Geenen ten behoeve van Marij weduwe van Gherit Hermans een jaarlijkse erfcijns van 6 karolus gulden welke cijns Gherit zoon van wijlen Jan de Bont en Peter zoon van wijlen Willem Berijs van Oerle schuldig waren aan Elen Peter Eelkens, Gherit voors. uit huis, grond en toebehoren groot 22 lopensaet, gelegen te Tilburg aan die Veldhoven (etc...)
RA Tilburg 24-10-1540 (287:81): Jonker Adriaen van Malsen, Heer van Tilburg en Goirle verpacht Steven Willem Verschueren zijn hoeve gelegen te Tilburg aan die Velthoven, met alle toebehoren , land, zand, hei en wei, zoals die Steven voors. met zijn vader tot nu toe gehuurd en gebruikt hebben, voor tien jaar (...) Steven voors. en met hem Cornelis Gherit Smolders, Gherit Jans die Bont, Jan Adriaen aan die Caureijt en Jan Jan Sijmons, als principaal schuldenaars gezamelijk, beloven zich aan de pachtvoorwaarden te houden.
RA Tilburg 15-12-1542 (289:30v) Elijsabet weduwe van Gherit Jan sBonten met Jan Anthonis Meeus Otten haar huidige man en met haar Joest en Jan, gebroeders zonen van Elijsabet en van wijlen Gherit voors., voor hemzelf en voor Aert Peter, gebroeders, en Aleijt hun zuster, onmondige kinderen van Elijsabet en wijlen Gherit voor. hebben geloofd als schuldenaar te betalen aan Laureijs zoon van wijlen Henrick Zwijsen een jaarlijke en erfelijke cijns van 35 stuivers en 1/2 oertstuiver elk jaar met lichtmis uit een stuk land groot ca 6 lopensaet, Tilburg aan die Velthoven in die Goerkenstraet. Idem fol. 31: eventueel te lossen met 28 gulden en 31/2 stuiver.
RA Tilburg 299 fol 31v (12-1-1554): Elijsabet weduwe van Gherit de Bont met Jan Anthonis Meus Otten haar huidige man en momber heeft overgeven aan Joest en Jan, gebroeders, zonen van wijlen Gherit de Bont en Elijsabeth vors. ten behoeve van henzelf en ook ten behoeve van Aert en Peter, hun broers, met afgaan en vertije, de tocht en recht van tochtenwege, aan de voorschr. Elijsabeth toebehorende, in en stuk erf in land en weide liggende groot ca 1 lopensaet gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd die Velthoven tussen de erfenis van Aert zoon van wijlen Wouter Thonis een zijde; de erfenis van Elijsabeth voors. met haar kinderen, zoals dat hier afgemeten on bepaald zal worden ander zijde en een einde, en die gemeijn straat ander einde, zoals ze zeide gelovende op hen en op al hun goederen, hebbende en verkrijgende dit overgeven, opdragen afgaan en vertijen altijd vast etc. en nooit meer van tochtenwege daar aanspraak op te maken of te doen maken etc. en alle kommer en calangies van hunnentwege daarop komende voor hen allemaal af te doen.
RA Tilburg 307:64 (3-2-1562) Adriaen Cornelis van Spaendonck verkoopt aan Cornelis Claes van Ghierll een jaarlijkse en erfelijke cijns van 21/2 karolus gulden, uit en van huis, hof, schuur en erfenis daaraan liggende en daartoe behorende, gelegen in de parochie van Tilborch ter plaatse genaamd Velthoven (...) welke cijns eertijds Gerit zoon van wijlen Jan sBonten als principaal schuldenaar beloofd en gevest had aan Lenairt zoon van wijlen Anthonis Aerts en die deze Anthonis in koop erfelijk overgegeven had aan Adriaen voornoemd
In Veldhoven wordt hij ook herhaaldelijk als belender van het land van anderen vermeld:
Vermeld 28-2-1559 (erfenis van de kinderen van Gherit de Bont; RA Tilburg 304:57) als westelijke belender van de helft van een huis, te weten het achterste einde tot het zoldergebont toe met de grond en de erfenis daaraan liggende en daartoe behorende, Tilborch, aen die Velthoven, nalatenschap Adriaen Steven Willems. Idem 15-1-1557 (RA Tilburg 302:106v; erfenis van de kinderen van) als belender van een stuk land van een lopensaet en vier en een halve roede ongeveer, Tilburg aen die Velthoven, van Anna weduwe van Adriaen Steven Willems en Cornelis zoon van wijlen Gherit Smolders, haar tegenwoordige man en haar member. Idem aan twee zijden (erfenis van de kinderen van wijlen Gherit de Bont) 17-2-1556 (RA Tilburg 301:60; ovrerdracht door Anna aan haar kinderen) van "een half huis, te weten het voorste einde, met de zolder tot het zoldergebonte toe, staande op de stede waar wijlen Adriaen Steven Willems en Anna voors. samen gewoond hebben, staande en gelegen aen die Velthoven, en daartoe haar tocht en recht van tochtenwege, wat ze bezittende was in de helft van het erf van de stede voors. met drie vierdevatsaet land, komende en genomen van de andere helft, samen gelegen aan de oostenzijde van de stede voors., en in het geheel deze helft voors. met de voors. drie vierdevatsaet voors, drie lopensaet en een vierdevatsaet land min twee roeden of daaromtrent uitmakende en begrijpende". Idem 4-3-1552 (297:82, erfenis van Gherit de Bont met meer anderen) van een huis, hof en erfenis groot ca 2 lopensaet aan die Velthoven, waarop ooit Adriaen Steven Willem Stevens een pacht vestte. Idem 16-4-1550 (296:5 en 8) van 2 lopenzaad in Veldhoven waaruit een pacht van een half mud rogge door Adriaen Steven Willem Stevens wordt betaald. Idem 3-2-1540 (286:48v), belender aan twee zijden van 4 lopen rogge uit huis, hof en erf, groot 4 lopensaet, aan die Velthoven, eigendom van Ariaen Steven Willem Stevens.
Vermeld 14-10-1538 (285:9v) als belender van een huis, hof, grond en erf, groot 13 lopensaet, gelegen te Tilburg op die Velthovensche molen in die Molenstraet, eigendom van Gherit zoon van wijlen Lambrecht Hoefmans. Idem 7-4-1533 (280:59) bij overdracht van dit goed door Quirijn zoon van wijlen Wouter Caeijten, die Wouter voors gewonnen had bij wijlen Mechteld zijn vrouw, dochter van wijlen Herman van Heijst, aan Gerit Lambrecht Hoeffkens.
Vermeld 23-2-1558 (RA Tilburg 303:71; erfenis van de kinderen van wijlen van Gherit de Bont) als belender van een huis, hof, schuur met de grond en toebehoren en uit de erfenis daaraan liggende en daartoe behorende, groot ca 15 lopensaet, Tilborch aen die Velthoven, van Adriaen Cornelis Jan van Spaendonck. Idem bij verkoop van twee lopenzaad aldaar aan Spaendonck door Cornelis zoon van wijlen Gherit Smolders (RA Tilburg 301:62, 27-2-1556). Idem bij verkoop van 1 lopenzaad aldaar door Adriaen zoon van Steven Willem Stevens aan Adriaen Cornelis van Spaendonck (RA Tilburg 299:4v, 26-4-1553).
Vermeld 26-4-1552 (erfenis van Elijsabet weduwe van Gherit de Bont met haar kinderen; RA 298:2v) als belender van een huis, hof en erfenis groot ca 4 lopensaet en 1 vierdevaetsaet, aan die Velthoven in die Molenstraet, verkocht door Goijaertke weduwe van Gherit Lambrecht Hoofmans met Herman zoon van wijlen Cornelis Hermans, haar huidige man aan Gherit zoon van wijlen Henrick Smolders als momber en aan Jan Jan Zomers als toeziener van Jan en Joestke, gebroeders, Lijske en Aleijt, gezusters, onmondige en niet tegenwoordige kinderen van wijlen Gherit Lambrecht Hoofmans en Goijaertke zijn huisvrouw. Idem (25-2-1552, 297:75). Idem 22-3-1547 (293:82v, Elijsabet weduwe van Gherit de Bont en haar kinderen) bij deze oorspronkelijke verkoop (in 1552 goedgekeurd door de kinderen).
Vermeld 23-3-1552 (296:80; erfenis van Lijsbet weduwe van Gherit de Bont met haar kinderen) als belender van een huis, hof, schuur en erfenis groot ca 11 lopensaet aan die Velthoven, eigendom van Aerdt zoon van wijlen Wouter Anthonis Diercks.
Vermeld 1-2-1542 (288:54; erfenis van Ariaen Steven Willems en Lijsbeth de weduwe van Gherit Bonten met haar kinderen) als belender van een huis, hof, schuur, schaapskooi en erfenis groot ca 12 lopensaet in die Velthoven, eigendom van Steven zoon van wijlen Willem Stevens.
Vermeld 29-1-1546 (292:57; Jonkheer Adriaen van Malsen en Lijsbet de weduwe van Gherit de Bont) als belender van een huis, hof, schaapskooi, wagenhuis en erf aan die Velthoven, verkocht door Anthonis zoon van wijlen Wouter Thonis en Aert zijn broer aan Heijliger zoon van wijlen Jan Crillaerts. Idem 3-1-1545 (291:1545; Gherit Jan sBonten) naast een huis, hof en erf in Veldhoven verkocht door Laureijs zoon van wijlen Claeus Weijmers aan Aert zoon van wijlen Wouter Anthonis Diercks. Vermeld 4-1-1544 (290:43, Elijsabet weduwe van Gherit de Bont) als belender van een huis, hof en erfenis groot ca 61/2 lopensaet gelegen te Tilburg in de Velthoven, eigendom van Laureijs zoon van wijlen Claeus Lambrecht Weijmers.
Vermeld 21-2-1540 (286:58) als belender van een huis, hof en erf, groot 8 lopensaet in die Velthoven, eigendom van Heijliger Thijs Jan Thijs als man van Marij dochter van wijlen Jan Marten Melis.
Vermeld 7-2-1536 (282:47; erfenis van Gherit die Bont) als belender van een huis, hof, schuur met de grond en de erfenis groot ongeveer 8 lopensaet, in die Velthoven in die Goerkensstraet, eigendom van Adriaen van Malsen Heer van Tilburg en Goirle (met als belender aan een andere zijde Steven Willem Stevens); idem 29-1-1534 (281:29) en 4-9-1531 (279:14). Bij al deze gelegenheden geeft Van Malsen een pacht aan Laureijs zoon van wijlen Hanrick Zwijsen, die rond die tijd vaker opduikt als de grote geldschieter van Tilburg.
Vermeld 20-1-1532 (20-1-1532, erfenis van Gerit Jan sBonten) als belender van een weiland, groot ongeveer 2 bunder, in die Velthoven, waarop de erven Jan van Gestel een pacht van 7 lopen rogge hadden.
Ten tweede hield hij grond in Die Schijve:
RA Tilburg 15-12-1542 (289 fol. 31): Elijsabet draagt over aan Joest en Jan, gebroeders, haar zonen, ten behoeve van henzelf en van Aert en Peter, hun broers, en van Aleijt hun zuster, haar tocht en recht van tochten, wat ze bezat na de dood van Gherit haar man in een stuk land, groot ca 3 lopensaet min 6 roeden, Tilburg in die Schijve. Idem fol. 31v: Joest en Jan ook voor de drie andere kinderen verkopen aan Peter zoon van wijlen Jan Zwagemakers en Jan zoon van wijlen Mijs Jans een stuk land, groot ca 3 lopensaet min 6 roeden ut supra in de tochtbrief, waarin Elijsabet hun moeder weduwe van Gherit Jan sBonten haar tocht overgegeven heeft.
Hier worden verschillende belendingen genoemd:
Vermeld 10-2-1561 (erfenis van Gerijt Jan sBonten cum pueris; RA Tilburg 306:72) als belender een stuk akkerland groot ongeveer 4 lopensaet en 4 roeden, Tilborch, genaamd die Schijve.
Vermeld 3-3-1561 (erfenis van de erfgenamen van Gerijt Jan sBonten; RA Tilburg 306:77v) als belender van een stuk akkerland, groot ongeveer 31/2 lopensaaet, in de Schijve.
Vermeld, nog levend, 3-2-1541 (287:56; Jan Mijs en Gherit die Bont een zijde) als belender van een stuk land, groot 131/2 lopensaet, gelegen in die Schijve eigendom van Jan zoon van wijlen Jan Herman van Boerden. Idem 6-2-1540 (286:52v).
Vermeld 28-4-1539 (286:4) als belender van land, groot 91/2 lopensaet in de Schijf, verkocht door Marij weduwe van Joest Gherit van Ethen, dochter van wijlen Jan Crillaerts aan Frans zoon van wijlen Henrick Gielis en aan Rutger zoon van wijlen Jan Crillaerts, tot behoef van de kinderen van Marij en Joest van Ethen voornoemd. Idem 27-7-1539 (286:11v) bij verkoop van de helft van deze grond.
Vermeld 9-8-1539 (286:12) alsa belender van een stuk land, groot 10 lopensaet, gelegen te Tilburg bij die kerck in die Schijve (plus nog een stuk erf van 41/2 lopensaet), eigendom van Jan zoon van wijlen Jan Herman van Boerden
Vermeld 3-1-1532 (279:43) als belender van een ongespecificeerd stuk land in Die Schijve, bij erfdeling toegedeeld aan een Peter de Jonge
Vermeld 2-11-1531 (279:17v) als belender van een stuk land in die Schijve, verkocht door Gerit Lambert Hoeffmans, weduwnaar van Lijsbeth zijn huisvrouw, dochter van wijlen Peter van Spaendonck aan (vader) Lambert Hoeffmans, Gerit Hanrick Smolders en Willem Peter van Spaendonck ten behoeve van zijn kinderen verwekt bij Lijsbeth voors.
Ten derde was er grond "achter" (of bij) Broekhoven:
RA Tilburg 306:84 (10-9-1560) Jan Berijszoon Peter Berijs van Oesterhout verkoopt aan Jan zoon van wijlen Aert Reijnbouts een jaarlijkse en erfelijke cijns van zestig stuivers, elk jaar te vergelden op Onze Vrouwedag Lichtmis uit en van een stuk beemd, gelegen binnen de parochie van Tilborch ter plaatse genaamd Achter broeckhoven genaamd de Vossenbeempt (...) welke cijns van zestig stuivers voornoemd Gherit zoon van Jan de Bont als pricipaal schuldenaar beloofd en gevest heeft gehad aan Jan zoon van wijlen Berijs Eelkens (etc.) Oorspronkelijk (voor December 1559, RA 395:93v) door Jan Aert (als executeur testamentair van Tijberius Holie in zijn tijd doctor in de medicijnen binnen de stad van Hedel) aan Jan Berijs verkocht.
RA Tilburg 29-5-1535 (282:6) Kinderen van Jan Beerijs Eelkens en van Jennijke Peter Beerthen verkopen aan broer Jan Jan Beerijs Eelkens hun deel in een jaarlijkse en erfelijke cijns van 3 karolus gulden uit een beemd genaamd den Vossenbeempt, gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd after Broechoven (...) welke cijns Jan zoon van wijlen Beerijs Eelkens gekocht had van Gherit zoon van wijlen Jan sBonten, welke cijns voors Jan toebedeeld is voor zijn huwelijksuitzet. Gerrit wordt als belender vermeld van een beemd 'de gehele beemd gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd Achter Broeckhoven', bij verkoop van de ene helft (16-12-1533, 281:15v) door Jan zoon van wijlen Huijbrecht Smitten aan Aleijdt dochter van wijlen Willem Hoeck; de andere helft behoort aan Mechtelt weduwe van Willem Hoeck. Idem 2-2-1532 (279:46) als belender van een stuk beemd in Broeckhoven Dijck, eigendom van Jan Peter Laureijs van Gestel. Idem 24-4-1531 (279:3v) van een stuk beemd After Broeckhoven, verkocht door Adriaen zoon van wijlen Jan die Wijse aan Laureijs zoon van wijlen Henrick Zwijsen
Vermoedelijk russte hierop de volgende lening:
RA Tilburg 8-1-1534 (281:19v) Gherit zoon van wijlen Jan sBonten had beloofd aan de voorkinderen van Gerit zoon van wijlen Jan van Boerden te betalen de som van 80 karolus gulden met 28 lopen rogge in de zak en dat tot zekere dag, die nu voorbij is. Zo zijn gestaan voor schepenen Peter en Jan, gebroeders, kinderen van wijlen Gherit Jan van Boerden, voor zichzelf en voor de andere broers en zusters en ze hebben Gerit Jan sBonten van de voors som en de voors rog kwijtgescholden, bekend makende volle betaling te hebben ontvangen.
Ten vierde was er grond in Corvel, vermoedelijk geërfd van zijn schoonouders:
RA Tilburg 305:46 (30-1-1560) De kinderen van Aert Wouters verkopen aan Ghijsbert zoon van Jorijs Gerijts een huis, hof met de grond en erfenis daaraan gelegen en daartoe behorende, Tijlborch, Corvel; welke hun vader eertijds bij koop van Elizabet dochter van wijlen Gerijt de Bont aangekomen was zoals dat in schepenbrieven van Tijlborch, daarop gemaakt, meer volkomen is begrepen. Belast: anderhalf mud rogge per jaar erfelijks, te betalen aan het Convent van Tongerlo, een half mud rogge erfelijks aan de Rector van Sint Anthonis Altaar en een hoen erfelijks zoals men dat betalen mag aan de Rector van Sint Jans Altaar beide binnen de kerk van Tijlborch te betalen en daartoe een stuiver per jaar erfcijns te betalen in Oisterwijck.
Ten vijfde bezat Gerrit grond in De Laer:
RA Tilburg 7-5-1546 (293:3): 1/2 mud rogge erfpacht aan Lijsbet de weduwe van Gherit de Bont, uit het huis van wijlen Jan de Beer in Tilburg aan de Laer.
RA Tilburg 22-9-1544 (291:8) Elijsabet wed. van Gherit de Bont met Jan Anthonis Meeus Otten haar huidige man draagt over aan haar wettige kinderen, die ze verkregen had bij wijlen Gherit haar eerste man, haar tocht en recht van tochtenwege, wat ze bezat na de dood van Gherit Haar eerste man in de helft van een stuk heiveld, waarvan de andere helft toebehoort aan Laureijs Henrick Zwijsen en Denijs Peter Crillaerts, gelegen te Tilburg aan het eind van het Laer. Idem fol. 8v: Quo facto zijn gestaan voor schepenen Joest en Jan, gebroeders, zonen van wijlen Gherit de Bont, voor henzelf en voor Aert en Peter hun broers en Aleijt hun zuster, onmondige kinderen van wijlen Gherit en Elijsabet voors. en verkopen aan Laureijs zoon van wijlen Henrick Zwijsen de voors helft in dat heiveld.
Vermeld 12-2-1544 (290:44; de weduwe van Gherit de Bont) naast 1/4 deel in 2 stukken heideveld in Tilburg achter op het Laer, verkocht door Willem zoon van wijlen Cornelis Peters aan Vranck zoon van wijlen Lenaert Verbunt
Mogelijk behoort de volgende belending op deze plaats:
Vermeld 30-1-1532 (279:39) als belender van 'een stuk land genaamd die Mortel', onderdeel van de nalatenschap van Jan Martens en Jenneke dochter van wijlen Peter Verschueren de Oude.
Ten zesde treffen we hem aan in een hofstee genaamd Die Hoeven buiten Dreijboom:
RA Tilburg 20-9-1544 (291:8) verkoop door Henrick zoon van wijlen Cornelis Appels aan Jan zoon van wijlen Jan van Raeck van een pacht van 15 lopen rogge op een stuk land met de timmering daarop staande en met toebehoren, groot ca 5 lopensaet land, gelegen te Westtilborch aan een stede genaamd die Hoeven buiten de Dreijboem aan de gemeijnt, welk stuk land Diderick zoon van wijlen Erijt genaamd Her Gijs erfelijk ontvangen had van Gherit zoon van wijlen Jan sBonten. Idem 20-1-1542 (288:45), verkoop door de erven Cornelis Gherit Jan Maes Gheenen aan Henrick zoon van wijlen Cornelis Appels een jaarlijkse en erfelijke pacht van 15 lopen rogge (etc.) dat Diderick zoon van wijlen erijt genaamd Her Ghijs erfelijk ontvangen had van Gherit zoon van wijlen Jan Bonten (etc.)
Vermeld Tilburg 22-4-1547 (294:2, Claeus Heijn Geenen en Lijsbet weduwe van Gherit de Bont met haar kinderen) als belender van een huis, hof, schuur met grond groot ca 17 lopensaet, te Tilburg aan die Hoeven, eigendom van Willem zoon van wijlen Willem Mutsaerts. Idem 7-12-1538 (285:13), in de erfdeling tussen Jan Jan Zomers en Peter Jan Reijnen krijgt de eerste 1/2 mud rogge jaarl. en erf. pacht uit een pacht van 1mud rogge, uit huis, grond, hof en erf, groot 31 lopensaet, gelegen te Tilburg in die Hoeven, met Gherit genaamd die Bont als belender.
Apart te vermelden in sBonten Hoeve, dat mogelijk in Veldoven of Stockhasselt lag:
RA Tilburg 29-4-1539 (282:4v) Jan zoon van wijlen Anthonis Aert Jacops verkoopt aan Willem zoon van wijlen Ghijsbert Anthonis Smolders een jaarlijkse en erfelijke p[acht] van 1 mud rogge uit een huis, hoeve met de grond, schaapskooi en de erfenis daaraan liggende, toebehorende aan Gherit zoon van wijlen Jan sBonten, gelegen in de parochie van Tilburg, en nog uit 3 stukken land gelegen in de parochie voors, het ene stuk in sBonten Hoeve; Het tweede stuk tussen erfenis van Huijbrecht Gherit Huijbrechts een zijde en erfenis van Cristina dochter van Gherit Huijbrechts ander zijde; Het derde stuk groot ongeveer 21/2 lopensaaet gelegen tussen erfenis van Ghijsbert Beckers een zijde en
erfenis van Gherit zoon van wijlen Jan Bonten ander zijde.
RA Tilburg 24-10-1541 (288:18v) Willem zoon van wijlen Ghijsbrecht Anthonis Smolders verkoopt aan Michiel zoon van wijlen Willem Laureijs 1 mud rogge jaarlijks en erfelijke pacht uit (1) een deel van Gherit zoon van wijlen Jan sBonten in een huis, hoeve en grond en uit een schaapskooi daarbij gelegen in de parochie van Tilburg (belenders: Gielis Jan Back Berthouts een zijde, een gemeijn weg ander zijde), (2) Nog uit 3 stukken land, het ene stuk gelegen in de parochie voors. in sBonten hoeve (belenders erfenis van Jan Noudens een zijde, erfenis van Peter Aert Leijten ander zijde); (3) Het ander stuk (belend erfenis van Huijbrecht Gherit Huijbrechts een zijde, erfenis van Cristina Gherit Huijbrechts ander zijde); en (4) Het derde stuk groot ca 31/2 lopensaet (belenders erfenis van Ghijsbrecht Beckers een zijde, erfenis van Gherit zoon van wijlen Jan sBonten ander zijde), welk mud rogge erfpacht Willem Ghijsbrecht Antonis Smolders had van Jan zoon van wijlen Anthonis Jacops. Idem 19-10-1538 (285:10): verkoop door Wijllem Ghijsbrecht Anthonis Smolders aan Aert zoon van wijlen Jan van Broechoven van een mud rogge jaarl. en erf uit: een deel van huis, hof, grond en schaapskooi van Gherit Jan sBonten en uit 3 stukken land, gelegen te Tilburg bij sBonten hoeve, waarvan het derde belend door Gherit Jan sBonten.
Nummer acht: Stockhasselt, grond van zijn vader:
RA Tilburg 283:27 (januari 1537): erfdeling Vermee, waarin Jenneke Ghijsbrecht Vermee is ten deel gevallen o.a. een erfpacht van 22 loopen rogge jaarlijks uit huis, hoeve en grond, gelegen te Tilburg aan die Hasselt. (...) Ghijsbrecht Vermee had deze gekocht van Gerard Jan die bont, die gerfd had als man van Elijsabeth dochter van Arndt Peter Bickincks eensdeels en andersdeels van jacop van Doren, die het geërfd had als man van Hadewijch, dochter van Peter Buckincks Arndt Peter Buckincks had die van Reijnier Adriaen Reinier Crillaerts, en Reijnier had het van Cornelis Peter Zeegers.
RA Tilburg 20-2-1540 (286:67): Gherit zoon van wijlen Jan die Bont, voor 1/4 deel Korstiaen zoon van wijlen Willem Stelaerts, als man van Jenneke dochter van wijlen Jan Zwijsen voor henzelf en voor Peter Jan Zwijsen en Jan de Pelser als man van Aleijdt dochter van wijlen Jan Zwijsen, 3/5 deel in 1/4 deel. Henrick zoon van wijlen Jan Zwijsen 1/5 deel in 1/4 deel van 10 lopen rogge erfpacht uit een stuk land, 3 lopensaet, genaamd de Witte acker, gelegen te Tilburg in die Stockhasselt (...) welke 10 lopen rogge Claeus en Jan zonen van wijlen Jan Zwijsen ten behoeve van hen en van Laureijs Henrick Zwijsen en Jan de Bont als momber van Kathelijn zijn vrouw en voor Margriet Jan Zwijsen gekocht hadden van Peter zoon van wijlen Jan Wouter Back, welke pacht geldende is Jan Vranck Lemmens welke delen zij verkopen aan Laureijs Henrick Zwijsen.
Vermeld 15-6-1559 (erfenis van de kinderen van wijlen Gherit de Bont; RA Tilburg 305:15) als belender van en huis, hof, schuur met de grond en toebehoren, groot ca. acht lopensaet en zeventien roeden min een vierde roede, Tilborch in die Cleijn Hasselt bij het Huijs des Heren van Tilborch, nalatenschap van Jan zoon van wijlen Elen Jan Sijmons. Idem bij de overdracht 23-5-1556 (RA Tilburg 302:4) door Marie dochter van wijlen Claes Henrick Smolders aan Jan Elen.
Vermeld 26-5-1553 (RA Tilburg 2999:10) als belender van een huis, hof met grond groot ca 51/2 lopensaet en 1 vierdevaetsaet min 31/2 roede aan die Hasselt aan die Steenen Camer, eigendom van de erven Peter Huijbrecht Smitten. Idem 20-3-1550 (295:56) bij verkoop door Adriaen zoon van wijlen Jan van Ghesel aan Peter zoon van wijlen Huijbrecht Smitten. Idem 10-1-1548 (Elijsabet de weduwe van Gherit de Bont met haar kinderen, 294:27v) van een huis, hof met grond en erfenis aan die Velthoven aan die Steenen Camer, verkocht door Steven zoon van wijlen Willem Stevens verkoopt aan Claeus zoon van wijlen Henrick Smolders. Idem 13-1-1540 (286:31), verkoop door Ariaen zoon van wijlen Jan van Ghestel aan Claeus zoon van wijlen Henrick Gherit Smolders een huis, hof, grond, toebehoren en erf daaraan liggend, groot 1 vierdevaetsaet min 3 1/2 roede, in die Hasselt aan die Stenenen Camer. Idem naast Arijaen Jan van Ghestel op 20-1-1532 (279:35v).
Ten negende treffen we Gerrit in Goirle aan:
RA Tilburg 10-6-1539 (286:10v) Gherit Jan sBonten verkoopt aan Laureijs Ariaen Mutsaerts een stuk erf tot moer liggende in Goirle in Stappegoer (belenders Kathelijn weduwe van Willem Wouter Jacops, Laureijs Henrick Zwijsen, gemeijn waterlaet en de gemeijnt van Tilburg en Goirle).
Nummer tien is Dalem, voorouderlijke grond:
RA Tilburg 14-1-1538 (284:25v) Gherit zoon van wijlen Jan sBonten verkoopt aan Steven zoon van wijlen Claeus Steven (Reijnen) (1) de helft in een beemd, waarvan de andere helft toebehoort aan Steven Claeus Steven Reijnen, gelegen in Tilburg, in Dalem; (2) de helft in een beemd, waarvan de andere helft toebehoort aan Steven Claeus Steven Steven Reijnen, gelegen te Tilburg in Dalem (ernaast); en (3) de helft in een beemd, gelegen te Tilburg in Dalem aan die Leije.
Vermeld 26-5-1533 (281:4v) als belender van een stuk beemd in Tilburg in Dalem, verkocht door Willem zoon van wijlen Willem Mutsaerts aan Steven zoon van wijlen Claeus Stevens. Idem 21-11-1533 (281:10v) van een stuk beemd daarnaast, verkocht door Michiel Gerit Jan Wouters aan Jan zoon van wijlen Gerit Hermans.
Nummer elf, 'die Sporct':
Vermeld 301-1555 (RA Tilburg 300:54; Elijsabet weduwe van Gherit de Bont cum proelibus (met haar nakomelingen)) als belender van een stuk beemd gelegen in de parochie van Tilburg ad locum dictum (ter plaatse genaamd) in die Sporct, verkocht door Cornelis zoon van Wouter Jan Wouters aan Peter zoon van wijlen Jan Adriaen Smolders, ooit gekocht van Quirijn zoon van wijlen Henrick Vermee.
Ten slotte is er nog Die Hoghe:
Vermeld 4-4-1541 (287:73v; erfgenamen van Gherit de Bont) als belender van een stuk erf in land en weide, groot 41/2 lopensaet min 1/2 vierdevaet, op die Hoghe (bij 'dat Hovelse weechken') verkocht door de erven wijlen Peter Jan Martens de Jonge en wijlen Jenneke, dochter van wijlen Jan Crillaerts, aan Claeus Ariaen van Gorcum.
Bosch Protocol 1139 (12-11-1523 1300,21) Gerit z.w. Jan de Bont man van Lijsbet d.w. Aart Buckincx vendt Willem z.w. Ghijsberti aenden Putt jeec 6 gld op Martini hyemalis uit huis erf hof schuur en huiske par. Otw in de kerkstraat bij de Kerk < Henrik Emmens de oude > straat ^ Kerkstraat v Henrick Emmens belast met 1 mud rogge en 2 denieren peters verschillende personen
Grond in Oisterwijk:
Bosch Protocol (R.1300,21 dd 12-11-1523) Gerit z.w. Jan de Bont man van Lijsbet d.w. Aart Buckincx vendt Willem z.w. Ghijsberti aenden Putt jeec 6 gld op Martini hyemalis uit huis erf hof schuur en huiske par. Otw in de kerkstraat bij de Kerk < Henrik Emmens de oude > straat ^ Kerkstraat v Henrick Emmens belast met 1 mud rogge en 2 denieren peters verschillende personen.
Idem (R.1312,229 dd 28-7-1530) Gerrit Jan Bontenzoon vendt convent Porta Coelisitis prope sBosch jeec 1 ½ gld op Petri ad vincula uit huys erf hof par. Otw aan den draeyboom after die kerck t Henrick Cornelissen t Goyaert z.w. Claes Sterts v gem. herbaan t Peter Aelberts huys erf hof par. Otw in die ackeren achter de kerk t Goyaert Claes Sterts t Gerrit Jan Stevens v gem. herbaan t gem. voetpad belast met 15 L rogge tafel H.Geest en 2 pond paym. zusters van Otw.
Idem (R.1322,289v dd 14-12-1534) Gerrit Jan Bonten vendt Jan z. Jan de Becker 1 malder rogge op Lichtmis uit huis erf hof par. Otw bij een hek t Goyaert Sterts t Henric Cornelisse v straat t Willem van den Wiel huis en erf 1 L par. Otw tpl. die Acker t voorn. Goyart Sterts t Gerit Jan Stevens v pad t weg belast met 1 ½ R gld 5 L rogge tafel H.Geest Otw 14 st zusters derde regel Otw deze aan Marie wede Hessel Pauwels Hessels 18-3-1435.
| Huwt voor 1515 |
Familienaam Index 51.225 Vader 102.450 Moeder 102.451
Geboren voor 1495
Overleden na 1560
| Zij huwt (2) Tilburg 1541 |
Jan Anthonis Meus OTTEN
Overleden na 1560
RA Tilburg 306:29 (11-11-1560) Lijsbeth weduwe van Gerijt Jan de Bont met Jan Anthonis Meeus haar tegenwoordige man en momber draagt over aan haar wettige kinderen door de voors Gerijt, haar eerste man toen hij leefde, uit haar verwekt, met afgaan en vertijen etc, het vruchtgebruik en al het recht vanwege vruchtgebruik, dat ze had en bezat in alle goederen, zowel huisen, hoven. land, zand, beemden, weiden en heiden, zoals de voors Gerijt toen hij leefde en zij Lijsbet voors samen bezaten, waar en tussen wie deze goederen voors gelegen zijn binnen de parochie van Tijlborch, hoedanig deze goederen mogen zijn, zoals ze zeide, belovende met haar man en momber als voor als principaal schuldenares super se et bona sua (op haar en op haar goederen) etc dit overgeven, opdragen, afgaan en vertijen voors altijd vast etc en vanwege vruchtgebruik daar nooit meer aanspraak op te maken noch te laten maken voor geen enkel gerecht, geestelijk noch wereldlijk, en alle komer en calangie daarop van harentwege komende allemaal af te doen.
Familienaam Index 51.226 Vader 102.452 Moeder 102.453
Overleden Tilburg na september 1556
Bron van zijn kwartieren: ISIS Tilburg. Diverse vermeldingen in archief dorpsbestuur, nog niet nagezocht.
Op 15-3-1532 (RA Tilburg inv 279 fol 58v) verkoopt Goeijaert Aerts Goeijaerts het door halfzuster Peter Clillaerts aan hem ooit overgedragen deel uit haar erfenis (van haar vader) aan de overige nazaten (Engelke, Heeske en Ijke).
Op 12-1-1536 (RA Tilburg inv 282 fol 35v) koopt Willem van de erven (zijn schoonzusters) van Gerrit Jan Crillaerts tweederde van een stuk land aan de Hasselt in Tilburg, tweederde van Sterts Hoeven in de Veecken Acker, en nog tweederde van een stuk grond aldaar. Dezelfde dag (fol 36) volgen (van Heeske Crillaerts en Willem aan Jan Jan Vets) tweederde in huis en schuur in de Hasselt, tweederde in een stuk land, idem in een stuk land in de Grote Acker, en nog tweederde in een stuk land. Schoonvader Crillaerts' weduwe behoudt hieruit voor haar verdere leven nog een klein stukje in gebruik. Tenslotte (fol 36v) dragen Willem en Jan aan Heeske over tweederde in stukken land in de Hasselt, in de Grote Acker en ergens elders.
Op 7-3-1552 (RA Tilburg inv 297 fol 82) is Willem (als weduwnaar) ontvanger van Henrick Cornelis Appels van een jaarlijkse cijn van 39 stuivers en 2.5 oirtstuivers uit een huis (de Bonten stede) te Tilburg
Op 24-1-1556 (RA Tilburg inv 301 fol 40v) delen de nog levende kinderen van Willem de erfenis (elk een vijfde deel): huis, hof en schuur aan de Hasselt in Tilburg, plus een stuk grond gekocht van Dionijs Henrick Wouter Goeens, hun zwager.
RA Tilburg 303:58 (2-3-1558): Cornelis en Gherit, gebroeders, zonen van wijlen Willem Jan Veramelvoirt, Jan zoon van wijlen Gherit de Bont als man en momber van Jenneke suae uxoris (zijn huisvrouw) en Denijs zoon van wijlen Henrick Wouter Mariën als man en momber van Adriana suae uxoris (zijn huisvrouw, dochters van wijlen Willem Jan veramelvoirt voors, (... verkopen...) aan Jan de Vet Jans zoone, met afgaan en vertijen etc, al alzulk vijfde deel zoals dat hun aangekomen en verstorven is van wijlen Peter, hun broer en zwager, zoon van wijlen Willem Jan Veramelvoirt voors in een stuk land (...)aen die Hasselt in die Langhstraet.
Verkoop (RA Tilburg 301:40v, 24-1-1556) door Cornelis Cornelis Wouters als man van Margriet wijlen Willem Jan Veramelvoirt uit het eerste huwelijk, Peter, Cornelis en Gherit, gebroeders, en Jan zoon van wijlen Gherit de Bont als man en momber van Jenneke sue uxoris (zijn huisvrouw), hun zuster, allen kinderen van wijlen Willem Jan Veramelvoirt uit het tweede huwelijk, elk voor een vijfde deel in de andere helft van een huis, hof, schuur met de grond en toebehoren en de erfenis daaraan liggende en daartoe behorende, gelegen in de parochie van Tilburg ad locum dictum (ter plaatse genaamd) aen die Hasselt; (...) En nog in en uit een stuk erf in land en weiland daar (...) aan Dionijs zoon van wijlen Henrick Wouter Goeens, hun zwager (blijkbaar via tweede huwelijk). Dionijs betaalt de drie broers jaarlijks een erfelijke cijns van 5-8-0, eventueel af te lossen met 90-0-0 ineens (idem, fol. 41-41v). Idem, fol. 41v: de vijf erven en Dionijs zoon van wijlen Henrick Wouter Goeens als man en momber van Adriana sue uxoris (zijn huisvrouw), dochter van wijlen Willem voors. uit het tweede huwelijk voor de andere helft (sic), verkopen aan Korstiaen zoon van wijlen Willem Stelaerts een stukje beemd in Tilburg aen die Blootbeempden.
RA Tilburg 1-2-1556 (301:49) Peter Willem Veramelvoirt, Jan zoon van wijlen Gherit de Bont als man en momber van Jenneke zijn huisvrouw en Dionijs zoon van wijlen Henrick Wouter Goeens als man en momber van Adriana zijn huisvrouw, verkopen aan Jan Jan de Vet elk een vijfde deel in een stuk land in Tilburg aen die Hasselt Jan Gherit de Bont (fol. 49v) verkoopt hem bovendien een vijfde deel in een stuk land aan die Hasselt in die Langhstraet. Jan en Dionijs verkopen aan Peter Willem Veramelvoirt (fol. 49v) elk een vijfde deel in een stuk land in die Creijenvenschestraet. Peter Veramelvoirt en Jan de Bont verkopen tenslotte (fol 50) aan Dionijs elk een vijfde deel in een stuk erf in weide aen die Hasselt in die Hoevensche Strate.
ORA Tilburg, los blad in Protocol 1531:
Anno XXXI heeft Willem Veramelvoert van het nabed uit de havelijke (goederen) gebeurd het derde deel één paar ossen 6 gulden, nog van 11 schapen gebeurd het derde deel van 35 st. Hierop uitgegeven het derde deel van 36 gulden aan Goijaert Aerts. Den vs. intressen afgelost een loop rogs 3½ gulden 5 st. Nog tegen Goijaert Aerts inde brandschat 45½ st. Item Willem heb 18 gulden van de Ven gebeurd en deze is gelegd in de brandschat van mijn huis.
Anno 38 is Margriet Willems dochter van d'Amervoert te huwelijk gekomen aan Cornelis Cornelis Wouters ende Willem heeft zijn dochter bewezen 5 lopensaat erfs.
Dit heeft Willem vs. also naar zijn beste verstand verklaard geschied te zijn voor schepenen Ghierl en Ghijben, ultima septembris anno 56.
En dat was toen verkocht door Engel mijn huisvrouw.
Anno 12 is Willem Jans Veramervoerts heiveld toegekomen aan Adriaen Hendrick de Haen dochter; hem is beloofd 60 gulden. Jan Veramervoert heeft onder genomen van dat Dongens Goet 100 gulden, hieraan afgelost 16 lopen rogge aan Agnees Adriaen Smolders aan Gherit Reijnen 9 lopen aan Heijn Stevens 5 lopen rogge; anno 13 heeft Willem zijn huwelijks goed ontvangen
Margriet Jan Veramervoert .... gestorven. Willem is proprietaris gekozen van in beuren, uitgeven land en pachten ....verkoper.
Anno 19 is Adriaen Willems gestorven.
Anno 22 heeft Willem zijn tweede huisvrouw genomen.
Anno 23 heeft Jan Veramervoert aan Margriet voordochter van Willem gevest 10 lopensaet erf voor 120 gulden met de wasdom met toestemming van zijn kinderen. Jan is gestorven.
Aert heeft van Willem zijn broer voor stee gebeurd 40 gulden. Nog de helft van 3 lopensaet land. Willem heeft de andere helft gehouden.
Cornelis, Willem en Aert hebben de beemd en de havelijke (goederen) in 3 delen gedeeld. Willem heeft 15 gulden van het voorbed aanvaard en aan de havelijke (goederen) gelegd.
| Huwt (1) 1512 |
Adriana Hendrik de HAEN
| Huwt (2) 1522 |
Familienaam Index 51.227 Vader 102.454 Moeder 102.455
Overleden Tilburg voor 7-3-1552
Bijgenaamd Hagaerts.
Familienaam Index 51.228 Vader 102.456 Moeder 102.457
Geboren ca. 1500
Van Dijk: Tilburg: R 332 - 1585 - 10v; R 337 - 1591 - 24; R 347 - 1606 - 35; R 347 - 1607 - 95v; Hilvarenbeek: R 32 - 1590 - 256.
RA Tilburg 308:37v (9-12-1562) Goiairt zoon van wijlen Peter Crillairts als door de heer aangestelde momber en toeziener van Peter en Anthonis, gebroeders, Cornelia en Jenneke, gezusters, onmondige en minderjarige kinderen van wijlen Willem ook zoon van wijlen Reijner Gerit Reijners en Engel wijlen Willem Peter Scellekens dochter; welke kinderen de voors wijlen Willem verwekt en verkregen had bij en uit Jenneke zijn huisvrouw, dochter van wijlen Peter Peter Crillairts. (NB: dit zal Peter broer van Goiaert Crillaerts zijn.)
RA Tilburg 20-6-1558 (304:12v) Cornelis Henrick Ruijsenierszoon als gemachtigd door Niclaes de Veer zoon van wijlen Laurens de Veer, (...) heeft geboden zijn blijkende penningen, (...)om daarmede in de naam van de voors Niclaes te lossen en te kwijten met het recht van naarderschap alle alzulke koop van zeven vierdedeel pond pepers, die Jan Janssone en Herman Gheritssone, beiden in Tilborch wonende, beiden tesamen en elk voor hen apart tegen jonkheer Jan vanden Ven, ambachtsheer van Diercxlant, oom van de voors Niclaes, gedaan hadden. Welk zeven vierdedeel pond pepers erfelijk voors geldende zijn geweest en alsnog behoren the gelden Goijaert Peter Crillaerts en Goijaert Peter Goijaerts uit hun goederen gelegen te Tilborch te Corvel en aan het Laer pro ut dicebat (zoals hij zeide).
RA Tilburg 6-4-1558 (303:76v) Leonart zoon van Laureijs Jan Bertouts en met hem Laureijs vs zijn vader en Goijaert zoon van wijlen Peter Crillaerts zijn schoonvader hebben beloofd als principaal schuldenaars (...) te betalen aan Peter zoon van wijlen Anthonis Meeus een jaarlijkse en erfelijke cijns van 18 karolus gulden (...)uit en van een huis, hof, schuur, schop met de grond en de erfenis daaraan liggende en daartoe behorende, aan de voors Leonart toebehorende, groot ca zestien lopensaet, met een weitje van ca twee lopensaet groot daar achter over de akkerweg aanliggende, altesamen gelegen aenden Berkcdijck in die Schijve (belender o.a. de kinderen van Peter Thonis van Boerden en van Goijaert Peter Crillaerts; erfenis van Goijaert voors) Nog uit en van twee stukken land aan dezelfde Lenaert voors toebehorende, gelegen in die Schijve het ene groot ca twee en een halve lopensaet (belender o.a. erfenis van Goijaert Crillaerts); Nog uit en van een stuk land aan de voors Goijaert toebehorende, groot ca anderhalf lopensaet, gelegen in de parochie en ter plaatse laatst voors; etc (...); zekere beemden toebehorende aan enkelen uit Holten en Ghilze een einde en verder uit en van alle en eeniegelijke andere erfelijke goederen, gronden, erven, pachten en cijnsen, die aan de voors Laureijs en Goijaert en elk van hen toebehorende zo waar men die enigszins in hun naam zal mogen bevinden niets uitgezonderd (...) Idem fol 77v: Te mogen lossen ten schoonste altijd met Lichtmis met driehonderd karolus gulden (...)en de voors los te mogen doen met minstens eenhonderd karolus gulden en altijd met de jaarcijns en alle achterstand indien er dan enige ten achter en onbetaald zouden staan behalve dat wanneer ze de voors los zullen willen doen zij gehouden zullen zijn of iemand van hen dat een half jaar tevoren op te zeggen. Derhalve is ook een voorwaarde en wordt in deze besproken, dat als het de voor voors Peter nodig zou zijn of al hij zou begeren een deel van de voors hoofdsom te hebben en als dat tijdig een half jaar tevoren aan de voors Leonaert met de zijnen of aan enigen van hun nakomelingen verkondigd en opgezegd zal worden, dan zullen Leonaert, Laureijs en Goijaert voors gehouden zijn en verbonden staan aan de voors Peter minstens het derde deel van de voors hoofdsom samen met de jaarcijns en alle onbetaalde achterstand met Lichtmis daarna op te brengen en te betalen, daarvoor verbindende hun persoon en al hun goederen, havelijk en erfelijk, roerend en onroerend, hebbende en verkrijgende en dat gezamelijk, onverdeeld en een voor allen, zonder arglist.
Belender aan de oostzijde (RA Tilburg 14-5-1557, 303:6) van twee huizen, hoven met de grond en toebehoren (...) samen ca zes en een halve lopensaet begrepen, aenden Berckdijck, eigendom van Jan zoon van wijlen Michiel Jan Peijmans. Idem op 10-8-1551 (297:22v), dan groot ca 71/2 lopensaet.
Idem (3-9-1557, 303:14v) van een stuk land groot ca vier lopensaet Corvel Acker, eigendom van Marten zoon van wijlen Laureijs Marten vanden Zande
Idem (8-1-1557, 302:100v) van een stuk land groot ca twee en een halve lopensaet in die Schijve, en van een stuk erf nu ter tijd in weiland liggende, groot ca 1 lopensaet en twee en veertig en een halve roede aldaar, verkocht door Peter zoon van wijlen Anthonis Meus aan Lenaert Laureijs Jan Bertouts.
Idem (22-1-1557 302:105v) van een huis en hof met de grond (...) in Goirle aen die Abchoven, verkocht door Gherit zoon van wijlen Aerdt Wouter Smits, Bastiaen zijn broer en Elijsabet hun zuster, aan Jan zoon van Joest zoon van wijlen Cornelis Backs
Idem 25-5-1555 (301:8) aan twee zijden van een huis, hof, schuur met de grond in Corvel verkocht door Reijner zoon van wijlen Jan Groten aan Roelof zoon van wijlen Anthonis Anthonisz. van Boerden.
Idem 15-6-1554 (300:8v) van een stuk land in die Corvel Ackeren (andere belenders: erfenis van de erfgenamen van wijlen Laureijs Zwijsen een zijde, erfenis van Goijaert Peter Crillaerts ander zijde, de gemeijn Heerstraet een einde).
Idem 11-8-1554 (300:13) van een stuk land groot ca 4 lopensaet gelegen in de parochie voors. ter plaatse genaamd in Corvel Acker eigendom van Marten zoon van wijlen Laureijs Martens vanden Zande (idem, 16-2-1554, 299:49v).
Idem 26-3-1552 (297:87) naast en huis, hof, schuur met de grond en erfenis groot ca 21 lopensaet gelegen aan het Stappegoer, eigendom van Dierck zoon van wijlen Jan Korstkens.
Idem 11-11-1550 (296:33v) aan twee zijden van een huis, hof en erfenis genaamd de Moeck in Corvel, verkocht door Jan zoon van wijlen Willem vander Heijen aan Cor nelis dochter van wijlen Henrick Vermee. Idem op 31-1-1544 (290:38).
Idem 1-6-1549 (295:5v) naast een stuk heiveld in Tilburg aan Maesdijck, eigendom van IJke weduwe van Jan Claeus Adriaens
Idem 17-1-1547 (293:47v) naast een stuk land in Corvel Acker verkocht door Jan zoon van wijlen Claeus Goeens en Gherit Gherit Smolders als man van Laureijs, dochter van wijlen Claeus Goeens voors., aan Jan Jan Beckers.
Idem, 30-12-1545 (292:38) naast een stuk land in Corvel Acker, erfenis van wijlen Claeus Wouter Willem Marijenen wijlen Zusanna Laureijs Mutsaerts.
Idem, 17-6-1541 (288:11v) naast een stuk land gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd in Corvel Ackeren, verkocht door Reijner zoon van wijlen Jan sGroten aan Ghijsbrecht zoon van wijlen Cornelis Ghijsbrecht Smolders.
Idem 23-3-1538 (284:54), naast 11/2 lopensaet, gelegen in Corvel acker van Reijnier Jan Groten.
Idem 4-4-1537 (284:1) naast een stuk land, groot 12 lopensaet, gelegen te Tilburg in Corvel acker, genaamd: Camenlandt, eigendom van Claeus zoon van wijlen Wouter Goeens en familie.
Idem 1-3-1536 (282:52v) naast huis, hof en erfenis aan Claeus voors toebehorende, groot ongeveer 51/2 lopensaet, in Corvel, eigendom van Claeus zoon van wijlen Jan Claeus Aelwijns en Reijner Jan sGroten als man en momber van Dijmpna zijn huisvrouw, dochter van wijlen Jan Claeus Aelwijns
RA Tilburg 10-11-1556 (302:87) Peter zoon van wijlen Anthonis Meeusz verkoopt aan Goijaert zoon van wijlen Peter Crillaerts een stuk heiveld twee lopensaet of zo groot en klein als dat gelegen is aan Maesdijck (belender o.a. erfenis van Goijaert zoon van wijlen Peter Crillaerts, die Leije aldaar een einde.
RA Tilburg 1-2-1556 (301:48v) Gherit Adriaen Gherit Mijs verkoopt aan Goijaert zoon van wijlen Peter Crillaerts een stuk land groot ca anderhalf lopensaet en zes roeden, in die Schijve.
RA Tilburg 28-3-1555 (300:69v) (...) de voornoemde Jan de oude, Laureijs en Cornelis gebroeders en Gherit zoon van Gherit Henrick Smolders als man en momber van Dingen dochter van wijlen Denijs en Daniël voors. (NB: Daniël weduwe van Denijs Ariaen Mutsaerts), voor henzelf en ook voor Claes hun broer, religieus en geprofest in het godshuis van Tongerlo, niet tegenwoordig zijnde, en ook voor Joest hun broer, wel aanwezig nochtans minderjarig zijnde, waarvoor zij gezamelijk voor instonden en geloofden, en dezelfden nog voor Denijs, onmondige zoon van wijlen Jan de jonge, zoon van wijlen Denijs en Daniël vs, waarvoor ze ook gezamelijk voor instonden en gelofte deden en met hen Gherit zoon van wijlen Jan Peter Ghijben als grootvader en toeziener van deze (Denijs), en ze hebben wettelijk en erfelijk verkocht, overgegeven en opgedragen aan Goijaerdt zoon van wijlen Peter Crillaerts ten behoeve van Jan zijn zoon, met afgaan en vertijen etc. het voors. huis, hof, schuur, schaapskooi, turfschop met de grond en toebehoren en erfenis daaraan liggende en ook het voorschr. stuk erf en de verkopers voornoemd (NB: huis, hof, schuur, schaapskooi, turfschop met de grond en toebehoren en de erfenis daar aan liggende, samen groot ca 13 lopensaet en 2 roeden, gelegen aan den Berckdijck) hebben gelofte gedaan in de naam als voor als schuldenaars super se et bona sua etc. warandiam more solito dempto (op zich en hun goederen etc. te waren zoals gebruikelijk behalve) dat Jan koper voors. daaruit moet gelden: Achttien lopen rogge erfpacht aan de Heilige Geest van Tilburg; Een half mud rogge erfpacht aan de Kartuizers van Keulen te betalen; Nog een mud rogge en vijf karolus gulden losbare pacht en cijns te los staande met anderhalf honder karolus gulden aan de Abt van Tongerlo te betalen; en nog zeven en een halve karolus gulden losbare cijns aan de erfgenamen van wijlen Laureijs Zwijsen, te los staande ook met anderhalf honderd karolus gulden volgens de brieven, die daarvan zijn.
RA Tilburg 26-1-1555 (300:53) Jorijs zoon van Wouter Gherit Zibben verkoopt Goijaert zoon van wijlen Peter Crillaerts een stuk land hem toebehorende geheten den Hazenacker in Corvel Acker (...)dat Goijaert koper voors. daaruit moet betalen een half mud rogge erfpacht in een erfpacht van een mud rogge te betalen aan Peter Aert Sterts en zijn mede erfgenamen.
RA Tilburg 5-6-1554 (300:6v) Diverse erven van Gherit Backs verkopen aan Goijaert zoon van wijlen Peter Crillaerts een stuk land in Corvel Acker (belender o.a. erfenis van Goijaert zoon van wijlen Peter Crillaerts, erfenis van Denijs Peter Crillaerts).
RA Tilburg 16-3-1554 (299: 60v) Goijaert zoon van wijlen Peter Crillaerts als momber en Anthonis zoon van wijlen Jan Ariaen Smolders als toeziener van Jenneke en Anneke, gezusters, onvolwassen kinderen van wijlen Cornelis zoon van wijlen Peter Peter Crillaerts, door de vrienden daartoe gekozen en door de Heer daartoe gezet en bepaald zijnde, waar de momber en toeziener voors. voor instonden en geloofden, hebben overgegeven aan Pauwels zoon van wijlen Peter Crillaerts de helft in 2 stukken beemd genaamd die Strijpbeemden (etc.).
Omstreeks 5-2-1554 (RA Tilburg 299:43) worden vermeld: "Jan Cornelis Spapen en Goijaert Peter Crillaerts, nu ter tijd meesters van de Tafelen van de Heilige Geest".
RA Tilburg 21-3-1553 (298:118v) Jan Jan Michiel Quaps (...biedt op) het huis, hof, grond en stuk erf daaraan liggende en daartoe behorende, samen groot ca 4 lopensaet, in Corvel (...) zoals Goijaert zoon van wijlen Peter Crillaerts gekocht had van Sijmon zoon van wijlen Adriaen Sijmon de Wit en anderen. Verkoop: 23-4-1552 (298: 1v); hieruit te betalen 9 lopen en 6 lopen rogge van een erfpacht op het Hof van (Brakel) onder Alphen.
RA Tilburg 1-2-1546 (292:62v) Peter Denijs Crillaerts als man van Daniela dochter van wijlen Daniël Claeus Jan Huijb Melis heeft geloofd als schuldenaar te betalen aan Goijaert zoon van wijlen Peter Crillaerts een jaarlijkse en erfelijke cijns van 41/2 karolus gulden uit het 1/4 deel, Peter voors. toebehorende, in een huis, hof,schuur met grond en erf daaraan liggende, groot in het geheel ca 12 lopensaet, gelegen te Tilburg in Loven; en nog uit 1/4 deel hem toebehorende in een stuk land, het geheel groot ca 51/2 lopensaet, gelegen te Tilburg in Loven Acker.
RA Tilburg 27-4-1545 (292:4v) Dents zoon van wijlen Peter Crillaerts heeft geloofd als schuldenaar te betalen aan Goijaert zoon van wijlen Peter Crillaerts ten behoeve van Thomaes Martens van Beeck een jaarlijkse en erfelijke cijns van 3 karolus gulden van 20 stuiver uit een huis, hoeve en erf daaraan liggende,groot ca 10 lopensaet, gelegen te Tilburg in Corvel.
RA Tilburg 15-2-1544 (290:49) Bastiaen zoon van wijlen Peter Grillaerts heeft geloofd als schuldenaar te betalen aan Goijaert zoon van wijlen Peter Crillaerts, zijn broer, een jaarlijkse en erfelijke cijns van 71/2 karolus gulden van 20 stuivers uit huizing, hoving en erfenis, groot ca 81/2 lopensaet, gelegen in de parochie van Tilburg aan die Rijt; Nog uit een stuk erf in weiland genaamd 't Bosch, groot ca 4 lopensaet, gelegen als voor. Idem, fol. 49: Staat te los met 125 karolus gulden van 20 stuvers, ineens of in 2 termijnen, de eerste termijn met 75 karolusgulden samen met de jaarcijns en achterstand met sint Jansmis tevoren op te zeggen.
RA Tilburg 1-2-1544 (290:41v) Denijs zoon van wijlen Peter Crillaerts heeft geloofd als schuldenaar te betalen aan Goijaert zoon van wijlen Peter Crillaerts een jaarlijkse en erfelijke pacht van ene half mud rogge uit een stuk land genaamd 't Bosch groot ca 4 lopensaet, gelegen in de parochie van Tilburg in Corvel in die chijve omtrent de Wijntmoelen. Idem fol. 42: Staat te los met 25 karolus gulden van 20 stuivers samen met de jaarpacht en achterstel met sint Jansmis tevoren op te zeggen.
RA Tilburg 2-12-1538 (285:13) Claeus Henrick en Cornelis, broers zonen van wijlen Wouter Wijllem Marijen als ooms van Sijmon, Joest, Wouter, Cornelis, gebroeders, en van Jenneke hun zuster, kinderen van wijlen Marij, dochter van wijlen Wouter Wijllem Marijen en van Jan, zoon van wijlen Joest Blommaerts, haar man verkopen om beters willen en tot meer profijt voor de kinderen van Jan en Marij aan Goijaert zoon van wijlen Peter Crillaerts een stuk land, gelegen te Tilburg in die Corvel Ackeren.
RA Tilburg 12-4-1538 (284:58), zoenbrief bij "Ongeval, nederslag en dootslag in Tilburg in de persoon van Sijmon Willem vanden Gheijne, doode en van Jan Anthonis Meeus, misdadiger", tot de vrienden der dode horen Goijaert Peter Crillaerts, Pauwels Peter Crillaerts.
RA Tilburg 3-2-1537 (283:38) Jan, zoon van wijlen Claeus Steven Reijnen verkoopt aan Goijaert zoon van wijlen Peter Crillaerts een stuk land, groot 2 lopensaet, gelegen te Tilburg, In die Corvelsche Acker.
RA Tilburg 3-2-1532 (279:45), belending van een huis, hof en erfenis in Corvel van Reijner Jan sGroten:de erfenis van Goijaert... .
| Huwt |
Index 51.229 Vader onbekend Moeder onbekend
Volgens Van Dijk: Aleijd Thomas Maarten Buckincks. Dit kan echter niet kloppen; zij leeft 100 jaar later.
Familienaam Index 51.230 Vader onbekend Moeder onbekend
Van Dijk: R 262 - 1510 - 25; R 269 - 1520 - 16v; R 336 - 1589 - 19. Verdere herkomst nog onbekend. Mogelijk is hij Jan Aert Henricks Verhoeven de Jonge (gesignaleerd 1545; en o.a. RA 1557 282:2), zoon van Aert en Pauwels.
Bosch Protocol 505 (5-9-1596; 1434:374) Peeter z.w. Willem Huben had verkocht aan Arnden gent Start z.w Aerts Start jeec 6 Rgld op 1 april uit - huys erve hoff des voors. verkopers bvvo in die strate gent de Kercstrate t Nicolaes die Beer t Margriet wede Peter Coecx en krn - stuck weyde 3½ L bvvo tpl. de Hooge strate t erfgen. hr Andries Emmen priester t gem. wech gent gem. molenpat volgens sch. br. sBosch 30-3- 1524 zo gestaan Jan z.w. Gijsbert van Beurden bij w. Baetken d.w. Jan Verhoeven bij Marye d.w. Aert Starts dat de helft in deze rente van 6 gld hem en zijn broer Ghijsbert en dat zijn 1/4 daarna aan Gijsbert zijn broer is aanbedeeld die dus de gehele helft en dat deze Ghijsbert gewoond heeft in de kost van Jan Crillarts toen man van Wouterken d.w. Jan Verhoeven? en Mariken voorn. zijn helft in de rente in betaling gegeven zonder transport aan Jan Crillarts de andere helft van de rente had tevoren ?? Jan als enig erfgen. van zijn broer Ghijsbert tbv Jan Crillarts vertegen Margo: Jan Goyarts Crillarts deze rente van 6 gld ten deel gevallen aan Jan z.w. Aert Henricx man van Jenneken d. voorn. w. Jan Goyart Crillarts zo gestaan Jan Artss man van voorn. Jenneken deze rente overgedr. aan Jan Leyten z.w Willem Leyten 29-1-1599
| Huwt |
Familienaam Index 51.248 Vader 102.496 Moeder 102.497
Geboren voor 1530
Overleden na 1585
Burgemeester van Tilburg in 1576. Imker.
Op 9-8-1549 (vigilie van Sint Laurentius, ORA Tilburg 295, los stuk bij 21) een van de vrienden van wijlen Jan Peter Henrick Eelkens, omgekomen door doodslag door Henrick Boudewijn van Spaendonck, met wie dan verzoemd wordt.
ORA Tilburg 20-5-1550 (296:14): Jan Jan Crillaerts, schuldenaar, aan Adriaen Peter Dries een jaarlijkse en erfelijke cijns van 70 stuivers elk jaar erfelijks op Onze Lieve Vrouwedag lichtmis, (...) uit een stuk land groot ca 31/2 lopensaet gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd achter de Hoevel bij de Looacker aldaar tussen erfenis Jan Cornelis Heijmericks (de Looacker), erfenis Claeus Piers, erfenis klooster van de Baseldonck, die Heerbaan. Te mogen lossen altijd met lichtmis met 56 karolus guldens van 20 stuivers per stuk.
Vermeld Civiel 1596-1619. Tilburg, Civiel: 1140l. Adriaen Peeter Driess., als man van Engelke, weduwe van Jan Denis Reijnen, contra Willem Matijs Willemss., betreft betaling van interest, 1578.
Idem, 1150k. Adriaen Peter Andriessoen contra Jan Goijaert Jan Reijnen, betreft betaling van was, 1580
Idem, 1154. Adriaen Peter Andriessen contra Jan Jan Schueren en Jan Jacop Ghijsbrecht Swaghemakers, betreft kwestie over "blyckende penninghen", 1583.
Idem, 1172o. (Anthonis Jan Adriaen Smolders) contra Adriaen Peter Andriessen, betreft betaling van bijen, (1584).
Idem, 1176. Adriaen Peter Andriessen contra Joost Willems die Ber, betreft betaling van "stocken bien, metten leghen corven ende cleederen ende was" die Joost die Ber bij afwezigheid van Anthonis Smulders verkocht heeft aan een man uit Dongen, 1585.
Idem, 1177. Adriaen Peter Andriessen, als man van Enghelen, weduwe van Jan Denis Reijnen, contra Geritke, weduwe van Sebastiaen Jacobss., betreft betaling van een schuld, 1585.
Idem, 1187o. Cornelis Pauwels Crillaerts contra Adriaen Peter Andriessen, betreft betaling van schuld, 1585.
| Huwt (1) |
Familienaam Index 51.249 Vader onbekend Moeder onbekend
Bijgenaamd de Schoenmaecker (? Geen bewijs voor gevonden.) Mogelijk zus van Peter zoon van wijlen Adriaen Lambrechts ook van Loon, vermeld 1559 ORA Tilburg.
| Huwt (2) voor 1578 |
Engelke N.
Weduwe van Jan Denis Reijnen; vermeld in processen rond 1585.
Familienaam Index 51.328 Vader 102.656 Moeder 102.657
Geboren ca. 1495
Schepen van Tilburg 1533-1536 en mogelijk andere jaren. Willem Willem Laureijs, vermeld als een van twee H. Geestmeesters 12-11-1537 (284:30v) en 1-3-1536 (282:63v). Willem zoon van wijlen Willem Laureijs, vermeld als een van twee 'meesters der kerkfabriek van Tilburg uit kracht en gratie van de voors. kerk door de bisschop van Luijck verleend', RA Tilburg 23-3-1541 (287:71v).
Van Dijk: R 269 - 1520 - 15v; R 270 - 1520 - 28; R 271 - 1521 - 74; R 312 - 1567 - 46.
Tilburg 8-2-1563 (RA 308:64): Willem zoon van wijlen Willem Laureijs Ansems weduwnaar van Aleijd zijn huisvrouw, dochter van wijlen Mathijs Henrick Beerthen legitime et hereditarie supportavit (heeft wettelijk en erfelijk overgegeven aan) Michiel zijn zoon voor de ene helft voor hemzelf en aan Willem zoon van wijlen Mathijs ook zoon van Willem en Aleijd voornoemd en aan dezelfde Michiel en aan Willem Joost Berijs als momber en toeziener van Jan, Berijs, Peter, Joost, Adriaen en Cornelia, broers en zuster, onmondige en minderjarige kinderen van wijlen Mathijs voornoemd ten behoeve van deze kinderen voor de andere helft met afgaan en vertije etc het vruchtgebruik en recht van vruchtgebruik dat hij heeft en bezit in alle erfelijke goederen het zij huizingen, hovingen, land, zand, heiden, beemden en weiden, waar en tussen wie de goederen voors gelegen zijn, niets uitgezonderd, zoals hij zeide. (...) Derhalve hebben de voors Michiel voor hemzelf voor de ene helft en Willem zoon van wijlen Mathijs zoon van Willem Willem Laureijs Anssems beloofd (...)dat zij aan Willem hun vader en grootvader voornoemd zulen uitreiken en betalen zolang hij onder de mensheid zal leven en niet langer een loscijns van 30 karolus gulden, te betalen elk jaar op Onze Lieve Vrouwedag Lichtmisdag en voor de eerste termijn en dag van betaling nu met Lichtmis a.s., wat zij elkaar zo beloofd hebben zonder arglist.
Idem, volgende pagina's (64-66): (...) Michiel zoon van Willem Willem Laureijs Anssems, door deze Willem en uit wijlen Aleijd diens huisvrouw, dochter van wijlen Mathijs Henrick Beerthen samen verwekt en verkregen, voor de ene helft, Willem zoon van wijlen Mathijs Willem Willem Laureijs Anssems voornoemd en dezelfde Michiel nog en met hem Willem Joost Berijs als door de heer aangestelde momber en toeziener van Jan, Berijs, Peter, Joost, Adriaen en Cornelia, broers en zuster, onmondige en minderjarige kinderen van wijlen Mathijs zoon van Willem Willem Laureijs Anssems voornoemd, daar de momber en toeziener voors zich sterk voor maakten en gelofte deden, voor de andere helft en ze hebben van de erfelijke goederen hun van Aleijd hun moeder en grootmoeder aangekomen en bestorven zijnde en waarin Willem hun vader en grootvader voornoemd heden ten dage van het vruchtgebruik en al het recht vanwege vruchtgebruik is afgegaan, een zekere erfscheiding en erfdeling gedaan en gemaakt op de manier hierna volgende.
(...) Michiel behoudt zijn deel van de oude stede, te weten huis, hof, schuur, schop, schaapskooi, bakhuis met de grond en erfenis in weide daaraan liggende en daartoe behorende, samen groot ongeveer 171/2 lopensaet, gelegen in de parochie van Tilborch ter plaatse genaamd aen de Broeckzijde (...);een stuk land genaamd den Hoeffacker, het Stoppelvelt en die Drije Lopensaet samen groot ongeveer 27 lopensaet (...); nog de helft in een stuk land genaamd de Malacker, het geheel groot ongeveer 9 lopensaet (...) aan de Malstraet (...); nog een stuk land groot 21/2 lopensaet (...)genaamd de Nouwelijn (...);
nog een stuk beemd, groot ongeveer 1 bunder (...)genaamd Smeijerman (...); nog een stuk beemd groot ongeveer 2 lopensaet (...)genaamd Peter Meeus Beempt (...); nog een stuk beemd groot ongeveer 61/2 lopensaet (...)genaamd bij Maesdijck (...) aan de lopende stroom genaamd de Leije (...); Nog de helft onbedeeld in een stuk heiveld groot ongeveer 13 lopensaet (...) aan de lopende stroom genaamd de Leije (...)en hiertoe nog de helft bedeeld in een stuk heiveld, het gehele stuk groot ongeveer 25 lopensaet (...)genaamd Dierck Backs Heiveld (...). (...) behalve dat Michiel voors hieruit moet gelden twee derde delen in een mud rogge per jaar erpacht te betalen aan de Taeffelen des Heijligen Geests binnen Oisterwijck; nog een mud rogge per jaar erfpacht te betalen aan Jan Cornelis Veramelvoirt en 12 lopen rogge per jaar erfpacht te betalen aan Frans Brouwers; nog zes karolus gulden per jaar loscijns te betalen aan het Gilde van Sint Peters Altaar in de kerck van Tilborch, ter kwijting staande met honderd en negen karolus gulden; nog twee karolus gulden per jaar loscijns te betalen aan de erfgenamen van Anthonis Dionijs Meijnairts ter kwijting staande met 45 karolus gulden; nog 921/2 stuiver per jaar loscijns te betalen aan Jacop Jan Corstkens ter kwijting staande met 70 karolus gulden; nog twee karolus gulden per jaar te betalen aan Thonis Goiairts ter kwijting staande met 33 karolus gulden; nog 21/2 karolus gulden per jaar te betalen aan Jan Gerit Bastiaens, ter kwijting staande met 40 karolus gulden, alles volgens inhoud en begrip van de losbrieven die daarvan zijn, nog de helft in 8 stuivers, 11/2 ort per jaar gewincijns uit de voors stede te betalen aan de Heer van Tilborch en daartoe nog 11/2 stuiver ongeveer gewincijns aan dezelfde heer van Tilborch te betalen uit de beemd aan Maesdijck. Daarbij moet hij nog alle schouwen en waterlaten onderhouden zoals men die schuldig is en behoort te onderhouden. (...)
Idem, 8-2-1563 (Tilburg RA 308:66-67): Vervolg. Hiertegen zal de voors Willem en de momber en toeziener van de voors onmondige kinderen hebben, houden en erfelijk voor hun deel bezitten de stede, daar Mathijs hun vader placht te wonen en daar hij uit verstorven is, te weten huis, hof, schuur, schaapskooi met de grond en de erfenis in weide daaraan liggende en daartoe behorende, groot ongeveer 15 lopensaet, gelegen in de parochie van Tilborch ter plaatse genaamd aen de Broeckzijde (...); nog een stuk land genaamd den Rijacker groot ongeveer 14 lopensaet en 16 roeden (...) aan de gemeijn straat genaamd die Donckerstraet (...); nog een stuk land groot 10 lopensaet (...) genaamd Peter Zegers Acker (...)(aan) de voors Donckerstraet (...); nog de helft in een stuk land genaamd de Malacker in het geheel groot ongeveer 9 lopensaet (...); nog een stuk land groot ongeveer 31/2 lopensaet (...)genaamd de Nouwelijn (...); nog een stuk beemd, groot ongeveer een bunder (...); nog een stuk beemd groot ongeveer 4 lopensaet (...)genaamd Crillairts Beempt (...) (aan) de Mallstraet (...); nog de helft bedeeld in een stuk heiveld, het gehele stuk groot ongeveer 25 lopensaet, (...) genaamd bij Maesdijck, (...); en hiertoe nog twee stukken heiveld (...) aan de Leije. (...) behalve dat de voors kinderen uit de akker genaamd Peter Zegers Acker moeten gelden 15 lopen rogge per jaar erfpacht te betalen aan de weduwe van Anthonis Dionijs Meijnairts, twee lopen rogge erfpacht per jaar te betalen aan de Persoonschap van Tilburg, nog vier lopen roge per jaar erfpacht te betalen aan de Rector van Onze Lieve ten Nood Gods in de kerkcke van Tilborch, nog een mud rogge per jaar erfpachtte betalen aan Heijlwich weduwe van Michiel Otten en haar kinderen en daartoe nog uit de andere erfenissen zes lopen rogge per jaar erfpacht te betalen aan de Provisoren der Taeffelen des Heijligen Geests in Tilborch; nog 5 karolus gulden per jaar losrente te betalen aan de Heren van het kapittel ten Bosch, ter kwijting staande met honderd karolus gulden; nog 6 karolus gulden per jaar te betalen aan Stijnken van Lieberg ter kwijting staande ook met honderd karolus gulden; nog 3 karolus gulden en een stooter loscijns te betalen aan Cornelis Steven Hoeven ter kwijting staande met 50 karolus gulden; nog daartoe drie of vier halve braspenningen erfelijke cijns te betalen aan de Prelaet van Tongerloo en daartoe nog de helft van acht stuivers en 11/2 ort per jaar gewincijns te betalen aan de Heer van Tilborch. (...).
RA Tilburg 1-3-1563 (308:81v): Willem Willem Laureijssone, oud ongeveer 70 jaren en Adriaen Gijb Jansen oud ongeveer 40 jaren, beiden inwoners van deze Heerlijkheid van Tilborch, getuigen dat ooit huwelijkse voorwaarden zijn opgesteld tussen Jan Cornelis Cornelis Daniëls en Willemke Wouter Willem Wouter Jacops.
RA Tilburg 2-12-1558 (304:22v) Korstiaen Huijbrechts van Sinte Geertrudenberghe als man en momber van Anna suae uxoris (zijn huisvrouw) vs, dochter van wijlen Jan Berijs Eelkens heeft wettelijk en erfelijk verkocht, overgegeven en opgedragen aan Willem zoon van wijlen Willem Laureijs simul cum dictis literis et jure (samen met de genoemde brieven en het recht) etc, met afgaan en vertijen etc, een mud rogge en een half lopen rogge erfpacht hem zo hij zeide toebehorende, elk jaar te vergelden op Onze Lieve Vrouwedag Lichtmis uit en van huis, hof met zijn toebehoren en erfenis daaraan liggende gelegen in de parochie van Tilborch ter plaatse genaamd aen 't Kerckvenne (...)
RA Tilburg 11-2-1556 (301:95v) Willem zoon van wijlen Willem Laureijs betaalt een erfpacht van twaalf lopen rogge, te vergelden elk jaar op Onze Lieve Vrouwendag Purificatio uit en van een stuk land, genaamd de Malacker gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd die Broecksijde, nu aan Frans als man en momber van Katherijnen Goijaert van Ellaer, zijn vrouw.
RA Tilburg 3-5-1553 (299:10v) Heer Henrick de Raet, priester en pensier van het convent van Tongerlo en heeft onder voorwaarden hierna verklaard uitgegeven en in gerechte pacht verpacht aan Willem Willem Laureijs, Mathijs zijn zoon, (etc.) de oude tiend van Tilburg aan het convent voors. toebehorende en dat voor een termijn van 6 jaar durende, het ene jaar na het andere elkaar opvolgende, waarvan het eerste jaar beginnen en zijn zal het jaar 1553 en zo verder van jaar tot jaar, de voors. termijn durende (...) schuldig zijn elk jaar gedurende de voors. termijn te betalen aan de pensier vanwege het vonvent voors. 73 mud rogge en 3 mud haver, welke rogge en haver voors. jaarlijks moeten verschijnen en vervallen op Onze Lieve Vrouwedag Lichtmis en in Tilburg op de Spijker van het voors. convent met de maat van deze Spijker voorschr. te leveren en daartoe nog hem elk jaar als rantsoengeld te betalen 8 karolus gulden, 20 stuivers voor de gulden voors. of die waarde in ander goed geld (etc.).
Idem, 13-11-1545 (292:27) Willem Willem Laureijs, Mathijs zijn zoon en anderen: de tiende van Tongeren, voor een termijn van 6 achtereenvolgende jaren, voor 73 mud rogge en 3 mud haver, en 8 karolus gulden van 20 stuivers als rantsoengeld.
RA Tilburg 14-1-1553 (298:60v) Willem zoon van wijlen Willem Laureijs, borg voor Jorijs natuurlijke zoon van wijlen Heer Claeus Willems als man en momber van Anthonia dochter van wijlen Adriaen Lambrecht Sroes.
RA Tilburg 23-3-1551 (296:79) Willem zoon van wijlen Willem Laureijs Ansems heeft geloofd als schuldenaar te betalen aan Adam zoon van wijlen Jacop Poeijnenborch ten behoeve van Aleijd zijn dochter, haar in tocht haar leven lang te hebben en te bezitten en na haar dood aan Cornelis, haar natuurlijke zoon door Anthonis Laureijs Jan Bertouts uit haar verwekt, daarvan het erfrecht te blijven, een jaarlijkse en erfelijke cijns van 40 stuivers elk jaar te betalen erfelijks op Onze Lieve Vrouwedag Lichtmis uit een huis, hof, schuur, schaapskooi met de grond en uit de erfenis daaraan liggende en daartoe behorende in alle grootte als dat gelegen is en Willem voors. toebehoort, gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd aan die Broecksijde (...) Met voorwaarden hierbij, dat Willem zoon van wijlen Willem Laureijs Ansems voornoemd en zijn na komelingen de voors. cijns zullen mogen lossen, kwijten en vrijen met lichtmis met 33 karolus gulden en 61/2 stuiver, de karolus gulden tot 20 stuivers gerekend, of die waarde in ander goed gevalueerd geld daarvoor samen met de jaarcijns en achterstand, behalve dat hij of zij gehouden zullen zijn dit een half jaar tevoren op te zeggen als men met lichtmis daarna de voors. los zal willen doen. Wanneer de voors. cijns gelost en gekweten zal worden zal men die penningen voornoemd wederom moeten beleggen aan een andere gelijke rente ter zelfder nature en op de manier voors., te weten Aleijd voors. te tochten en haar natuurlijke zoon voors. het erfrecht daarvan te houden.
RA Tilburg 28-4-1549 (295:2v) Jan Denijs Mutsaerts en Jan Aert Peijmans hebben onlangs samen gepacht van de Heer tot Cloetinge en Asten etc. en Heer Jan van Brecht, ridder, een molen staande te Corvel in Tilburg (...). Jan Aert Peijmans heeft deze zelfde pachting en al het recht hem daarin enigszins toebehorende wederom overgegeven en opgedragen aan Jan Denijs Mutsaerts, zijn medepachter (...) Dies zo hebben wederom geloofd de voors. Jan Denijs Mutsaerts en met hem Lenaert Ariaen Mutsaerts, zijn oom, en Willem Willem Laureijs als schuldenaars gezamelijk, onverscheiden en elk voor allen super se et bona sua etc., dat hij deze pachting in al haar punten en artikelen en naar inhoud en vermogen van de cedule, die daarvan gemaakt is, en de geloften daarop gedaan, zo te zullen voldoen, onderhouden en betalen, (etc.)
RA Tilburg 6-3-1547 (293:59 los blad) Kathelijn dochter van wijlen Willem sBRouwers met Frans zoon van wijlen Jan sBrouwers, haar man, hebben getransporteerd aan de schout ten behoeve van de Heer van Tilburg een jaarlijkse en erfelijke cijns van 40 stuivers, die Willem zoon van Willem Willem Laureijs eertijds geloofd had aan Jan Huijbrecht Smitten ten behoeve van Kathelijn voors. prout in protocollo anni 36 (zoals in het protocol van het jaar 36) de derde dag in februari en nog daartoe een jaarlijkse ene rfelijke cijns van 621 stuiver, die Dierck zoon van wijlen Gherit Back geloofd heeft gehad aan de jonkvrouwe Beatris van Coulsteren ten behoeve van Kathelijn voornoemd prout in protocollo anni 44 de zesde juni.
RA Tilburg 30-1-1546 (292:58 los blad) Zoenbrief bij doodslag: Adriaen zoon van Cornelis Peter Dries, misdadiger, ter ener zijde, en Joest Aert Jan van Aerle, overledene, ter andere zijde, de vrienden van de overledene in Willem zoon van Willem Laureijs en in Snellaert Jan Snellen
RA Tilburg 26-3-1544 (290:63) Jacoba dochter van wijlen Peter Bertolomeus Otten draagt over aan Willem zoon van wijlen Willem Laureijs het vierde deel in een stuk beemd, waarvan de andere drie vierde delen toebehoren aan Laureijs Zwijsen gelegen in de parochie van Tilburg achter Willem Laureijs, (...) Hiertegen zal Jacoba voors. hebben een stuk erf gelegen in de parochie van Tilburg in die Brandt, rondom aan erfenis van de voors. Willem Willem Laureijs (erfruil). Idem, fol. 63v: (...) gestaan voor schepenen de voors. Willem zoon van wijlen Willem Laureijs en heeft geloofd op verbintenis van de voors. percelen beemd en op verbintenis van hemzelf en al zijn goederen nu hebbenmde en namaals verkrijgende aan Jacoba voors..dat hij, Willem, de voors. 4 karolus gulden jaarlijks zal betalen aan Lijsbet weduwe van Peter Meeus, haar moeder, zodat Jacoba en haar gronden daarvan onbelast zullen zijn en blijven, en voor Willem zal de eerste termijn van betaling lichtmis a.s. zijn en de eerste lichmis na de dood van Lijsbet zal Willem gehouden zijn die 4 karolus gulden te lossen aan Jacoba met de somma van 64 karolus gulden van 20 stuivers.
RA Tilburg 25-11-1542 (289:50 los blad) Zoenbrief. Dode Jan Thonis Gerit backs, misdadige Jan Wouter van Haren. Arbiter van de levende zijde: Willem Laureijs en Laureijs Jan Berthouts.
RA Tilburg 9-4-1541 (287:78) Willem zoon van wijlen Willem Laureijs Ansems bekent schuldig te zijn aan Jan Jan Lemmens en Jan zoon van wijlen Willem Mijnkens ten behoeve van de wettige kinderen van wijlen Jacop Jan Korstkens, een jaarlijkse en erfelijke cijns van 881/2 stuiver dies zo zal Willem gestaan en niet meer schuldig zijn te betalen de 1ste termijn dan 78 1/2 stuiver en 1 ortstuiver uit huis, hof, schuur en erf in land, wei en beemd groot 41/2 mudsaet, gelegen te Tilburg in die Broecksijde.
Idem: Willem zoon van wijlen Willem Laureijs Ansems bekent schuldig te zijn aan Henrick van Lieshout een jaarlijkse en erfelijke cijns van 50 stuivers uit huis, hof en erf, gelegen te Tilburg in die Broecksijde
RA Tilburg 3-3-1540 (286:62) Willem zoon van wijlen Willem Laureijs Ansems bekent schuldig te zijn aan Marijke dochter van wijlen Peter Beerten een jaarlijkse en erfelijke cijns van 55 wt. uit huis, hof, schuur en erf, groot 3 mudsaet, gelegen te Tilburg in die Broecksijde. (...) Idem, Heer Claeus Willems, priester, vicecureit in de kerk van Tilburg bekent schuldig te zijn aan Marijke voors. de cijns voors., zodat Willem Willem Laureijs Anssems daarvan ontlast is uit huis, hof en erf, groot 2 lopensaet, gelegen te Tilburg aan die Kerck.
RA Tilburg 18-4-1539 (286:3, Goirle) Willem zoon van wijlen Willem Laureijs, Willem zoon van wijlen Willem Wouter vande Loo, Michiel zoon van wijlen Michiel van Goerl verkopen aan Ghijsbrecht zoon van Willem Willem Wouter vande Loo een huis, hof en grond toebehorend aan Willem Willem Laureijs, gelegen te Goirle; een stuk land de drie verkopers toebehorend, groot 3 lopensaet, genaamd den Brem, gelegen te Goirle aan Conincxvoert; idem een stuk land genaamd den Hoeffkens Dries, groot 1 lopensaet, gelegen te Goirle in Conincxvoert; 1 lopensaet landts aenden Croenenwech in Conincxvoert te Goirle; 2 lopensaet landts in die Wildert te Goirle; een stukje land, groot 1 1/2 lopensaet, gelegen te Goirle int Dorp.
Het huis etc. behoorde eertijds toe aan Heer Henrick van Gestel van Oerschot, priester en pater op het convent van Oisterwijk, wat hij gewonnen had van recht en de koop van recht gewonnen had; daar deze koop bejaard en bedaagd was had Willem Willem Laureijs het verbuet daarvan gewonnen.
De 5 stukken land had Jan Henrick van Gorp als momber der kinderen van wijlen Gerit zijn broer en als gerechtigde der kinderen van Henrick Jacop Coremans wegens gebrek van betaling van een erf-pacht gewonnen had en welke hij Coremans de koop van recht daarvan genomen had, te weten de 4 eerstgenoemde stukken als principaal aanticht onderpanden van de voornoemde erfpacht en het stukje land als van wandogenschappen van de erfpacht en dezelfde Jan Henrick van Gorp als momber der kinderen van Gerit zijn broer en met ham Cornelis Aert Leemans als man van Katharina dochter van wijlen Henrick Jacop Coremans en Cornelis Gerits, als de voogd van Jacop en Cornelis, gebroeders, zonen van wijlen Henrick Jacop Coremans de voornoemde 5 lopen rogge erfpacht met de koop van recht en alle rechtsvorderingen daarop overgegeven hadden aan Willem Willem Laureijs, Willem Willem Wouter vande Loo en Michiel Michiel van Goerle, verkopers voornoemd. Wat Willem, Willem en Michiel daarna voor de voornoemde onderpanden en het stukje grond als van wandogenschappen een verbuet hebben gehouden waarna de voornoemde stukken land hun eigendom zijn gebleven.
Hieruit zal Ghijsbrecht vande Loo gelden 2 mud rogge jaarlijks en erfelijk aan de erfgenamen van Jan Goijaert Gielis in den Bosch te leveren, 1 mud roge erfpacht jaarlijks aan het convent van de zusters in Oisterwijk, 31/2 lopen rogge erfpacht jaarlijks aan de rector van O.L. Vrouwe altaar in de kerk van Goirle, 1 philippuspenning en 1 oude zwarte erfcijns jaarlijks aan Henrick Kemp.
Idem, 28-4-1539 fol. 3v: (...) dat hij Ghijsbrecht voors. alle pachten en cijnsen voors. betalen zal, zodat Willem, Willem en Michiel voors. ervan vrij zijn.
Idem, los blad hierbij: Cornelis Gherits als voogd van Jacob en Cornelis gebroeders, zonen van Henrick Coremans, Cornelis Aert Leemans als man van Kathelijn dochter van wijlen Henrick Coremans, Jan Henrick van Gorp als voogd van Jan en Claeus, zonen van wijlen Gherit Henrick Geenen, zijn broer, Jan Henrick van Gorp als voogd van de kinderen van Gherit zijn broer en de kinderen van wijlen Henrick Coremans hadden op doen winnen zekere erven gelegen te Goirle wegens gebrek van betaling van een erfpacht van 5 lopen rogge, welke erven destijds toebehoorden aan Gherit vanden Kerckhoff en omdat de erven on-voldoende waren voor de betaling van de erfpacht en om wandogendschap. Omdat de voornoemde erven bezwaard waren met 2 mud rogge erfpacht te den Bosch te betalen, van welke 2 mud rogge Bastiaen Rubbens met meer andere schade had welke schade hij wilde verhalen op Willem Wouters, Willem Laureijs en de kinderen van Laureijs Willem Verstraten, die dat weer wilde verhalen op de voornoemde erven, was duidelijk dat daar veel processen en kosten uit voort zouden vloeien. Om die kosten te sparen zijn verschenen voor schepenen Jan Henrick van Gorp als voogd van de kinderen van zijn broer, Cornelis Leemans als man van Kathelijn en Cornelis Gherits als voogd van de kinderen van Henrick Coremans ter ener en Willem Willem Wouters vande Loo, Willem Willem Laureijs en Michiel Michiel van Goerle een ander zijde en hebben aangewezen twee goede mannen te weten Joest Berijs Eelkens voor Jan Henricks cum suis en Jan vanden Hovel IJewaens voor Willem Willem Wouters cum suis, belovende dat zij zich aan de uitspraak van de twee goede mannen zouden houden op straffe van 50 karolus gulden, 1/3 deel voor de heer van Tilburg en 1/3 deel voor de kerk van Tilburg en 1/3 deel voor de goedwillenden.
RA Tilburg 8-8-1538 (285:53) Cornelis Aert Lemmens als man van Kathelijn dochter van wijlen Henrick Jacop Coremans, en anderen, verkopen aan Willem zoon van wijlen Willem Laureijs, Willem zoon van wijlen Willem Wouter van de Loo en Michiel zoon van wijlen Michiel van Goerl elk hun recht en deel in 5 lopen rogge jaarl. en erf. pacht, die eertijds Gherit vande Kerckhof geloofd had uit zekere onderpanden gelegen te Goirle aan Jacop Heijmericks, alias Coremans en daartoe alle rechtsvorderingen en opwinningen, die Jan Henrick van Gorp in de naam als voor en als gerechtigd voor de kinderen van wijlen Henrick Jacop (Heijmerick) Coremans gedaan op de onderpanden van de erfpacht en ook als wandogenschap op zekere erfenis eertijds toebehorende aan Gherit van de Kerckhoff.
RA Tilburg 3-10-1538 (285:15v) Jan Henrick van Gorp in naam en vanwege de kinderen van wijlen Gherit zijn broer en gemachtigd door de kinderen van wijlen Henrick Coremans, in gebreke van betaling van en pacht van 5 lopen rogge had op doen winnen het onderpand, zeker erve, eertijds toebehorend aan Gherit vande Kerckhoff, zo hebben Willem Willem Laureijs, Willem Willem Wouters vande Loo en Michiel Michiel van Goerl door opdrachten ontvangern van Jan Henrick van Gorp het verbuet van de afgewonnen en verkochte goederen af te zitten ten huize van Sebastiaen Rubbens. Na het doven van de kaars was niemand gekomen, zodat Willem, Willem en Michiel het recvht van koop hadden verkregen.
RA Tilburg 31-5-1539 (286:7) Aert zoon van wijlen Jan Huijbrecht Wouter Anssems van Breeheze verkoopt aan Michiel Wouter Soffaerts zoon een jaarlijkse en erfelijke cijns van 291/2 stuiver en 1 oert die Willem zoon van wijlen Willem Laureijs Ansems en Michiel zoon van wijlen Michiel Otten van Goerl geloofd hadden aan Aert Anssems voors. uit huis, hof, grond en erfenis, toebehorend aan Willem Willem Laureijs Anssems, nog uit een stuk erf in weiland, toebehorend aan Michiel Michiel Otten van Goerl, groot 4 lopensaet, gelegen te Goirle in Abcoven.
RA Tilburg 3-2-1537 (283:38) Willem zoon van wijlen Willem Laureijs Anssems bekent schuldig te zijn aan Jan zoon van wijlen Huijbrecht Smitten, tot behoef van Katheleijn, dochter van wijlen Willem Hoeckx een jaarl. cijns van 40st. uit huis hof en grond, groot 18 lopensaet, gelegen te Tilburg aen die Broecksijde. Belender o.a. Willem Willem Laureijs een einde. Idem, 13-2-1537, fol. 38v: Willem, zoon van wijlen Willem Laureijs Anssems en Michiel zoon van wijlen Michiel Otten van Goerl bekennen schuldig te zijn aan Jan zoon van wijlen Huijbrecht Smitten een jaarl. cijns van 30 st. uit huis, hof, en grond, toebehorend aan Willem Anssems groot 18 lopensaet, gelegen te Tilburg aan die Broecksijde; een weiland, toebehorend aan Michiel Otten, groot 4 lopensaet, gelegen te Goirle in Abcoven. Idem, fol. 39: Willem, zoon wijlen Willem Laureijs Amssems en Michiel zoon wijlen Michiel Otten van Goerl bekennen schuldig te zijn aan Aert zoon van wijlen Jan Huijbrecht Wouter Anssems van Breeheese een jaarl. cijns van 291/2 en 1 oirtst. uit huis, hof en grond, toebehorend aan Willem Anssems groot 10 lopensaet, gelegen te Tilburg aan die Broecksijde en een weiland, toebehoren aan Michiel Otten, groot 4 lopensaet, gelegen te Goirle in Abcoven.
| Huwt ca. 1520 |
Familienaam Index 51.329 Vader 102.658 Moeder 102.659
Overleden voor 1563
Familienaam Index 51.330 Vader 102.660 Moeder 102.661 Tevens 51.220
Overleden 1545
Schepen van Tilburg in 1532-45.
ORA Tilburg 292 omslag (5-4-1545): in de lijst van schepenen wordt aangetekend "Septimus scabinorum fuit Judocus Berisii Eelkens, qui iter versus Hollandiam faciens morbo correptus ibidem vita defunctus est et sepultus. Et Necdum alius in illius suffectus est locus". Vertaling: De zevende van de schepenen was Joest Berijs Eelkens, die toen hij een reis maakte naar Holland, door ziekte aangetast, is overladen en begraven. Er is nog geen ander in zijn plaats aangesteld.
Van Dijk: R 309 - 1564 - 31v en 44v; R 351 - 1623 - 180v.
Tilburg ORA 279:49v (12-2-1532) Peter zoon van wijlen Denis Mutsaerts heeft beloofd als een principaal schuldenaar te betalen aan Joest zoon van wijlen Beerijs Eelkens een jaarlijkse en erfelijke cijns van 3 karolus gulden en 5 stuivers uit en van een huis, hof en erfenis daaraan liggende en daartoe behorende, gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd in die Rijt (...) en uit een stuk land gelegen in de parochie voors in die Schijve bij de Weerft (...).
Tilburg ORA 279:54v (4-3-1532): Wouter zoon van wijlen Korstiaen vanden Langhrijt als man van Heijlwich dochter van wijlen Jan Gerit van Gorp heeft wettelijk en erfelijk verkocht en overgegeven aan Joest zoon van wijlen Beerijs Eelkens, zijn medezwager, zijn deel in een erfpacht van 1 mud rogge, dat men jaarlijks heft op Wouter zoon van wijlen Jan Daniëls en zijn gronden. Nog in een erfpacht van 1 mud rogge, dat men jaarljks heft op Laureijs Jan Claeus Hoeffs alias van Goerl en nog in een erfpacht van 14 lopen rogge, die men jaarlijks heft op zekere gronden gelegen onder Beeck bij de Spulse Straet, welke 14 lopen rogge Pauwels Willems verkocht had aan Joest zoon van wijlen Beerijs Eelkens en welke 2 mud rogge erfpacht voors de kinderen van wijlen Jan Gerit van Gorp verstorven waren van wijlen Lijsbeth dochter van wijlen Gerit van Gorp, hun moeije, en welke gedeelten voors in die erfpachten voors samen belopen 5 lopen rogge en een vijfde deel van 1 lopen rogge erfpacht.
Tilburg idem fol 54r (26-2-1532) Huijbert zoon van wijlen Jan Leemans heeft beloofd als een principaal schuldenaar te betalen aan Joest zoon van wijlen Beerijs Eelkens een jaarlijkse en erfelijke pacht van een half mud rogge uit een stuk beemd gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd in Maesdijck (...)
Idem fol. 56r (9-3-1532): Aert zoon van wijlen Henrick Aerts van Goerl, was schuldig aan Joest zoon van wijlen Beerijs Eelkens een jaarlijkse en erfelijke pacht van 18 lopen rogge, heft die nu afgekocht.
Tilburg ORA 282:44v (2-2-1536): erven Pauwels Peters verkopen Joest zoon van wijlen Beerijs Eelkens een jaarlijkse en erfelijke pacht van 10 lopen rogge uit een pacht van 2 mud en 10 lopen rogge uit een huis, hof met de grond en de erfenis daaraan liggtende en daartoe behorende met de Cromme Acker, groot samen ongeveer 3 mudsaet min 2 lopensaet, gelegen in de parochie van Tilburg ter plaatse genaamd in die Heijdsijde (...).
Tilburg ORA 286: 30r (8-1-1540): Joest zoon van wijlen Berijs Eelkens als man van Elijsabeth dochter van wijlen jan Gherit van Gorp, verkoopt aan Peter zoon van wijlen Jan Geerts de helft van een stuk beemd, gelegen te Goirle aan die Tijenvoert (...)
Tilburg ORA 289:23v (9-9-152): Joest zoon van wijlen Berijs Eelkens, in gebrek van betaling van een jaarlijkse en erfelijke cijns van 48 stuivers; hij had onderpand gegeven aan Peter Ariaens van Berckel als de hoogste koopman en gebueter, maar "die onderpanden over dezelfde Joest in de principale koop niet sterk genoeg waren en niet genoeg konden gelden om tot volle betaling te komen" zijn hieraan toegevoegd "zeker andere gronden destijds toebehorende aan Denis zoon van wijlen Gerit Reijnen, principaal gelover van de voors. Erfcijns"; die nu bij opbod woorden verkocht aan Peter Adriaen voors., "en heeft daarvoor geboden zijn gebrek, dat hij daaraan ten achter was, te weten de helft van 3 karolus gulden en de helft van de behoorlijke achterstel, ten achter staande, etc. "Niemand anders is gekomen en daarna is de kaars uitgegaan en zo is Peter Ariaens aan de voors. gronden en erfenissen, uit kracht van weldogenschap opgewonnen, gebleven."
Tilburg ORA 292:48-57 (30-1-1546) Erfdeling tussen de weduwe en kinderen van Joost. Elijsabet de weduwe van Joest Berijs Eelkens houdt een huis, hof, schuur met grond en toebehoren, genaamd de Oude Stede, met erfenis daaraan in weide liggende, met ook een dries daar achter aan liggende, gelegen in Tilburg in de Berckdijck, twee stukken akkerland, een stuk beemd van ca 41/2 lopensaet, een stuk heiveld genaamd 't Groot Heijvelt aan de Berckdijck en zes mud en 2 lopen rooge jaarlijkse en erfelijke pacht, plus 3 karolus gulden erfcijns. De kinderen verkopen hun deel in het huis aan Willem zoon van wijlen Joest berijs Eelkens, aan Mathijs Willem Willem Laureijs hun deel in een stuk heiveld, en aan Jan zoon van wijlen Ghijsbrecht Beerten idem. In verdere overeenkomsten wordt de rest van de erfenis verdeeld tussen Willem, Bastiaen, Jan, Marike, Lijske, Mathijs als man van, Jan Ghijsbrecht Beerten als man van, Berijs, Jan en Hendrick Huijbrecht Henrick Ariaens als kleinkinderen, Jan Steven Claeus Stevens als man van, etc.
Tilburg ORA 292: 61 ff. (1-2-1546): Willem zoon van wijlen Joest Berijs Eelkens als man van Cristina dochter van wijlen Wouter Soffaerts verkoopt aan Bastiaen zoon van wijlen Joest Berijs Eelkens, zijn broer, een huis, hof, schuur met grond en toebehoren en erf daaraan liggende gelegen te Tilburg in de Berckdijck; een stuk land; Nog een stuk land in die Schijve aan die Avenbraecke; Nog een stuk erf in land en weide aan de Berckdijck. Hieruit moet Bastiaen gelden: 1/2 mud rogge erfpacht aan Mariken vrou Schouteden van Loon, 4 lopen rogge erfpacht aan Gherard Boeijs van den Bosch, 6 karolus gulden erfcijns aan meester Willem Verlijnden, te los staand met 100 karolus gulden.
Idem: Bastiaen voors. heeft geloofd als schuldenaar te betalen aan Marike dochter van wijien Joest Berijs Eelkens, zijn zuster, een jaarlijkse en erfelijke cijns van 5 karolus gulden en 15 stuivers, elke karolus gulden van 20 stuivers, uit huis, hof, schuur met grond en toebehoren en erf daaraan liggende en verder uit de andere stukken en percelen door Willem voors. aan hem gevest; De stede is ca 5 lopensaet, het eerste stuk land is ca 3 lopensaet en het tweede stuk land ca 4 lopensaet en het laatste stuk is ca 2 lopensaet; Nog uit een stuk beemd groot ca 3 lopensaet min 112 roede aan die Hoghe Brugge aan die Elff Buender
Idem: Bastiaen voors. belooft als schuldenaar te betalen aan Jan zoon van wijlen Joest Berijs Eelkens, zijn broer, een jaarlijkse en erfelijke zijns van 5 karolus gulden en 15 stuivers uit huis, hof en alle onderpanden als boven zoals in Marikens brief voor staat.
Idem: Willem zoon van wijlen Joest Berijs Eelkens heeft beloofd als schuldenaar te betalen aan Lijske dochter van wijlen Joest Berijs Eelkens, zijn zuster, een jaarlijkse en erfelijke cijns van 5 karolus gulden en 15 stuivers, elke karolus gulden van 20 stuivers, uit huis, hof, schaapskooi, turfschop met grond en toebehoren en uit het erf daaraan liggende, groot ca 10 lopensaet, gelegen te Tilburg aan de Berckdijck (...)Dezelfde Willem voors. heeft geloofd aan dezelfde Lijske zijn zuster voors. een jaarlijkse en erfelijke cijns van 5 karolus gulden en 15 stuivers uit het huis als voor.
Tilburg ORA 295:15 (12-10-1549): vermelding in diverse akten (verkoop erfenis) van een wijlen Peter Jan Eelkens, gehuwd met Mathijske dochter van wijlen Claeus Steven Reijnen(de erflater).
Tilburg ORA 296: 12 (25-4-1550): Jan zoon van wijlen Ghijsbrecht Beerten als man van Heijlwig dochter van wijlen Joest Berijs Eelkens heeft wettelijk en erfelijk verkocht en overgegeven aan Marike dochter van wijlen Joest Berijs Eelkens, de zuster van zijn huisvrouw (...)de helft hem toebehorende in een half mud rogge jaarlijkse en erfelijke pacht te vergelden elk jaar op Onze Lieve Vrouwe dag lichtmis uit een erfenis tot weide liggende, groot ca 4 lopensaet, gelegen in de parochie van Goirle ter plaatse genaamd aan t Fen (...); Nog uit een stuk land genaamd de Veken Acker (...)
Idem, fol. 15v (13-6-1550): Cornelis Peter Berijs Eelkens heeft geboden zijn blijkende penningen, die naar hij zei zijn eigenste wa ren, te weten Godspenning, wijnkoop, briefgeld en hoofdsom om te lossen en te kwijten met recht van naarderschap een stuk erf tot heide gelegen, dat Willem zoon van wijlen Joest Berijs Eelkens als man van Cristijna dochter van wijlen Wouter Soffaerts verkocht en gevest had aan Henrick zoon van wijlen Adriaen Jan Mutsaerts, die men noemde Adriaen de Canter, en aan Willem Meeus Jans, zijn zwager ten behoeve van Dingen weduwe van Adriaen voors., haar tot recht van tochten en de wettige kinde ren door wijlen Adriaen voors. uit haar verwekt ten erve te blijven, met ook 1 mud rogge eens in de zak als de voornoemde Cornelis verklaarde met het voors. stuk erf door Willem voors. samen en in één koop verkocht te zijn. (...)genaamd aan de Berckdijck (...)
Tilburg ORA 304:47v (14-2-1559): Peter zoon van wijlen Ghijsbrecht Beerten voor zichzelf en mede voor alle andere zijn mede erfgenamen van de wettige kinderen van wijlen Jan zoon van wijlen Ghijsbrecht Beerten, zijn broer, waar hij zich sterk voor maakte en gelofte deed voor een derde deel in de helft van een mud rogge erfpacht hieronder gespecificeerd; Willem en Bastiaen, gebroeders, zonen van wijlen Joest Berijs Eelkens ook voor henzelf en tevens ook voor al hun andere mede erfgenamen van de wettige kinderen van wijlen Heijlwich, wettige huisvrouw toen ze leefde van wijlen Jan Ghijsbrecht Beerten voors, dochter van wijlen Joest Berijs Eelkens voors, waar ze zich ook sterk voor maakten en gelofte deden voor de andere twee derde delen in de helft van dat zelfde mud rogge voor aangeroerd; dezelfde Willem voors als momber van Henrick Huijbrecht Henrick Adriaens, door deze Huijbrecht uit wijlen Cornelia suae uxoris (zijn huisvrouw), dochter van wijlen Joest Berijs Eelkens voors, in wettig huwelijk verwekt, waar Willem voors als momber zich ook sterk voor maakte en gelofte deed, voor de andere helft van datzelfde mud rogge hiervoor en na aangeroerd, legitime et hereditarie iam vendiderunt et supportaverunt (hebben [dit] reeds wettelijk en erfelijk verkocht en overgegeven) aan Wouter zoon van wijlen Jan Daniëls simul cum dictis et aliis omnibus literis et jure (samen met de genoemde en alle andere brieven en het recht) etc, met afgaan etc.
Welk mud rogge voors eertijds Jan genaamd van Zon zoon van wijlen Henrick van Broechoven als wettige man en momber van Elijsabet zijn huisvrouw, dochter van wijlen Jacob genaamd Groot Wouters wettelijk en erfelijk verkocht heeft gehad aan Gherit Jan Gheritssoen van Gorop, wat de voors Gherit opgedragen had aan Lambert van Doernen zoon van Christiaen en de voors Lambert had dat wederom opgedragen aan de voornoemde Gherit. Het voors mud rogge moet erfelijks elk jaar vergolden worden op Onze Lieve Vrouwedag purificatio (Lichtmis) van en uit een stuk beemd genaamd dat Blocxken, groot ongeveer zes lopensaet, (...) Welk mud rogge erfpacht voors gekomen is aan de voornoemde Jan zoon van wijlen Ghijsbrecht Beerten en aan Heijlwig zijn huisvrouw voor de ene helft en aan de wettige kinderen van Hubrecht zoon van wijlen Henrick Adriaens en Cornelia diens huisvrouw beiden voors, voor de andere helft middels successie en deling, gedaan met hun andere mede erfgenamen, hun toegekomen was van wijlen Joest Berijs Eelkens voornoemd en die aan Joest voors in de naam van Elijsabet zijn huisvrouw, dochter van wijlen Jan Gherit van Gorop bij successie en ook door opdragen, hem gedaan door zijn zwagers, toegekomen was prout dicebant (zoals ze zeiden) en wat deels ook uit schepenbrieven van Tilborch blijkt. (...)
Idem, fol 48r, 3-1-1559: Berijs en Jan, gebroeders, zonen van Hubrecht Henrick Ariaens, door deze Hubrecht en door wijlen Cornelia sua uxore (zijn huisvrouw), dochter van wijlen Joest Berijs Eelkens verwekt, legitime et hereditarie vendiderunt et supportaverunt (hebben wettelijk en erfelijk verkocht en overgegeven) aan Willem zoon van wijlen Joest Berijs Eelkens voors, hun oom, (...)de goederen nagelaten en gebleven van Jan zoon van wijlen Ghijsbrecht Beerten en van Heijlwig diens huisvrouw, dochter van wijlen Joest voors en van hun beider kinderen, zo wel havelijk als erfelijk, waar en in welke plaatsen die gelegen zijn, vergolden worden of enigszins bevonden zullen mogen worden hetzij in harde, in weke, in hoge, in lage, in diepe of in droge, niets daarin uitgezonderd ut dicebant (zoals ze zeiden).(...)
Tilburg ORA 305:50v, 31-1-1560: Willem zoon van wijlen Joist Berijs Eelkens hereditarie vendidit et supportavit (heeft wettelijk en erfelijk verkocht en overgegeven) aan Jan en Adriaen, gebroeders, kinderen van Jan de zoon van wijlen Pauwels Ghijben, met afgaan en vertijen etc, een stuk land groot ongeveer 31/2 lopensaet, gelegen in de parochie van Tijlborch ter plaatse genaqamd inde Schijve, aldaar tussen erfenis van Bastiaen Joist Berijs Eelkens, zijn broer, (...)
Idem 56v, 17-2-1560: Bastiaen en Jan, gebroeders, zonen van wijlen Joist Berijs Eelkens, Berijs hun zuster, weduwe van wijlen Jan Steven Claes cum tutore (met haar voogd), Jan Joist Cornelis van Alphen als man en momber van Marie zijn huisvrouw, Willem zoon van wijlen Michiel Willems als man en momber van Lijsbet zijn huisvrouw, dochters van wijlen Joist voors; Michiel Willem Willem Laureijs als momber van Willem, Jan, Berijs, Peter, Joist en Adriaen, gebroeders, en Cornelia hun zuster, minderjarige en onmondige kinderen van wijlen Mathijs Willem Willem Laureijs, door deze Mathijs uit wijlen Catherina zijn huisvrouw, dochter van wijlen Joist voors [verwekt], waar Michiel voors zich sterk voor maakte en beloofde en Jan zoon van wijlen Huijbrecht Henrick Adriaens, door deze Huijbrecht en uit wijlen Cornelia zijn huisvrouw, dochter van wijlen Joist voors samen verwekt, voor henzelf en dezelfde Jan nog en met hem Jan zoon van wijlen Peter Vermetten als momber van Henrick zijn minderjarige broer, waar Jan en Jan zich sterk voor maakten en gelofte deden; Peter Ghijsbrecht Beerthen voor hemzelf en in de naam en vanwege Wijtman Corstiaen van Ghorp als man en momber van Aleijt diens huisvrouw en nog in de naam en vanwege Adriana nagelaten weduwe van Rutger Goiaert vande Wou met haar kinderen, gezusters, kinderen van Ghijsbrecht Beerthen voors, daar de voors Peter voor het derde deel uit het 9e deel zich sterk voor maakte en gelofte deed. Welk voors derde deel in het 9e deel aan de voors Peter Ghijsbrecht Beerthen met zijn consorten voors aangekomen en verstorven was van wijlen Engelbeertke dochter van wijlen Jan Ghijsbrecht Beerthen, door deze Jan en uit wijlen Heijlwich zijn huisvrouw, dochter van wijlen Joist Berijs Eelkens voors verwekt, legitime et hereditarie vendiderunt et supportaverunt (hebben wettelijk en erfelijk verkocht en overgegeven) aan Willem zoon van wijlen Joist Berijs Eelkens, hun broer, zwager en oom, met afgaan en vertijen, een huis, hof, schuur met de grond en erfenis daaraan liggende en daartoe behorende, groot ongeveer vijf en een halve lopensaaet, gelegen in de parochie van Tijlborch ter plaatse genaamd aenden Berckdijck, (...) ; Nog een stuk zaailand groot ongeveer 31/2 lopensaet (...) ; Nog een stuk erf ook groot ongeveer 31/2 lopensaet (...) inde Schijve (...) ; Nog hiertoe een mud rogge jaarlijkse en erfelijke pacht elk jaar op Onze Vrouwedag Lichtmis te vergelden uit zekere erfenissen die nu tegenwoordig Jan Jan Sijmons met meer anderen gebruikt volgens vermogen van de bescheiden, die daarvan zijn, zoals ze zeiden. (...) behalve dat Willem koper voors hieruit moet blijven gelden vijf lopen rogge jaarlijkse en erfelijke pacht aan Anthonis Dionijs Meijnaerts te betalen (...)
Idem, 56v, 16-2-1560, Willem en Jan, gebroeders, zonen van wijlen Joist Berijs Eelkens, Berijs hun zuster weduwe en reliqua omnia ut ante (al het overige zoals hiervoor) legitime et hereditarie vendiderunt et supportaverunt (hebben wettelijk en erfelijk verkocht en overgegeven) aan Bastiaen zoon van wijlen Joist Berijs Eelkens, hun broer, zwager en oom, met afgaan en vertijen etc, een stuk land in weide liggende, groot ongeveer 31/2 lopensaet, gelegen in de parochie van Tijlborch ter plaatse genaamd den Berckdijck (...); Nog een mud rogge jaarlijkse en erfelijke pacht te vergelden op Onze Lieve Vrouwedag Lichtmis uit zekere erfenissen, die Jan Gerijt Ansems nu tegenwoordig gebruikt, zoals ze zeiden. (...)
Idem, 57v, 16-2-1560, dezelfde partijen aan Jan zoon van wijlen Joist Berijs Eelkens, hun broer, zwager en oom, met afgaan en vertijen etc, een stuk heideveld, groot ongeveer 31/2 lopensaaet, gelegen in de parochie van Tijlborch ter plaatse genaamd den Berckdijck (...); Nog twee diverse erfpachten, de een van acht lopen rogge en de andere van zes lopen rogge, die Peter Peter Vrancken nu beide uit zekere van zijn erfenissen geldt en hiertoe nog een gerecht derde deel uit een jaarlijkse cijns van zes karolus gulden, ter kwijting staande met 100 karolus gulden, die Jan Dionijs Crillaerts uit zekere van zijn erfenissen uitreikt, alles zoals ze zeiden. (...)
Idem, 58r, 16-2-1560: Willem, Bastiaen en Jan, gebroeders, zonen van Joist Berijs Eelkens, Jan Joist Cornelis van Alphen als man en momber van Marie etc ut supra (als boven) legitime et hereditarie vendiderunt et supportaverunt (hebben wetteljk en erfelijk verkocht en overgegeven) aan Berijske dochter van wijlen Joist Berijs Eelkens, weduwe van Jan Steven Claes met haar kinderen, met afgaan etc, een stuk heideveld, groot ongeveer 3 lopensaet, gelegen in de parochie van Tijlborch ter plaatse genaamd den Berckdijck (...) met voorwaarde, dat dat voors erf zal hebben een weg over de erven van Jan en Rheijners voornoemd, die daarbij en daaraan liggen, en daarover uit dit erf te wegen en te varen; Nog een mud rogge per jaar erfpacht, die de kinderen van wijlen Adriaen Corstiaen Vervloet nu tegenwoordig uitreiken naar vermogen in zekere schepenbrieven, die daarvan mentie maken etc, en nog hierbij een gerecht derde deel uit een jaarlijkse cijns van zes karolus gulden, ter kwijting staande met honderd carolus gulden, die Jan Dionijs Crillaerts nu tegenwoordig uit zekere van zijn erfenissen uitreikt, alles zoals ze zeiden. (...)
Idem, 58v, 16-2-1560, Willem, Bastiaen en Jan, gebroeders, zonen van wijlen Joist Berijs Eelkens, Berijske hun zuster etc omnino ut supra dempto (alles zoals boven behalve) Jan zoon van Joist etc ac deinde reliqua omnia ut supra (en vervolgens al het overige als boven) legitime te hereditarie vendididerunt et supportaverunt (hebben wettelijk en erfelijk verkocht en overgegeven) aan Jan zoon van wijlen Joist Cornelis van Alphen als man en momber van Marie zijn huisvrouw, dochter van Joist voors, met afgaan en vertijen etc, een jaarlijkse en erfelelijke cijns van drie carolus gulden die nu tegenwoordig de weduwe met de kinderen van wijlen Wouter Smits uitreikt en welke cijns eertijds Jan van Son als principaal schuldenaar beloofd en gevest had jaarlijks aan Joist Berijs Eelkens te gelden, te los staande met zestig carolus gulden pro ut in literis de (zoals [staat] in brieven van) Tijlborch. (...)
Idem: Willem, Bastiaen en Jan, gebroeders, zonen van wijlen Joist Berijs Eelkens omnino ut in primis literis dempto (alles zoals in de eerste brieven behalve) Willem Michiel Willems als man etc et reliqua ut ante (en het overige zoals boven) legitime et hereditarie vendiderunt et supportaverunt (hebben wettelijk en erfelijk verkocht en overgegeven) aan Willem zoon van wijlen Michiel Willems als man en momber etc, met afgaan en vertijen etc, twee diverse jaarlijks en erfelijke pachten, elk van een half mud rogge, waarvan de ene de kinderen van Peter Thonis van Boerden uit zekere van hun erfenissen, hun aangekomen en bestorven van hun ouders, nu uitreiken, en de andere Wouter Michiel Quaps tegenwoordig betaalt zoals ze zeiden. (...)
Idem, 58v: Willem, Bastiaen en Jan, gebroeders zonen van etc omnino ut supra in primis literis dempto (alles zoals hierboven in de eerste brief behalve) Jan zoon van wijlen Huijbrecht Henrick Adriaens usque ad id quod exinde sequitur impiens (veronderpandend tot datgene dat hierna volgt) Peter Ghijsbrecht Beerthen legitime et hereditarie vendiderunt et supportaverunt (hebben wettelijk en erfelijk verkocht en overgegeven) aan Jan en Henrick, gebroeders. zonen van wijlen Huijbrecht Henrick Adriaens, met afgaan en vertijen etc, een stuk beemd groot ongeveer vier lopensaet gelegen in de parochie van Tilborch ter plaatse genaamd den Haensberch (...) ; Nog hierbij de helft in alzulk mud rogge jaarlijkse erfpacht die Wouter Jan Daniëls uit zekere van zijn erfenissen jaarlijks geldt. (...)
Tilburg ORA 306:60v (28-1-1561): Jan zoon van wijlen Joest Berijs Eelkens aan Jorijs zoon van wijlen Adriaen Martens, een stuk weiland, groot ongeveer drie lopensaet, genaamd de Rabauts Dijck. Idem: aan Dierck zoon van wijlen Jan Corstkens, een stuk moerveld, groot ongeveer een lopensaet, iets meer of minder, genaamd op Schaepsghoir. Idem (fol. 61r 27-1-1561) aan Willem Joest Berijs Eelkens diens broer, een stuk heideveld, groot ongeveer 31/2 lopensaet, genaamd aen d`Lair. Idem, Willem en Jan, gebroeders, zonen van wijlen Joest Berijs Eelkens, door deze Joest en uit Lijsbet diens huisvrouw, dochter van wijlen Gerijt van Gorp samen verwekt, (...)aan Berijs dochter van Joest Berijs Eelkens, hun zuster, weduwe van Jan Steven Claes, (...) twee derde delen van een jaarlijkse en erfelijke cijns van zes karolus gulden van 20 stuivers per stuk gerekend, elk jaar te gelden en te betalen op Onze Lieve Vrouwedag Lichtmis uit en van een stuk erfenis tot weide liggende met de timmering, die daarop staat, groot ongeveer zes en een halve lopensaet, gelegen in de parochie van Tilborch in een stede genaamd Corvel;
Nog uit en van een stuk land genaamd d`Bosch, groot ongeveer vier lopensaet, gelegen in de parochie voors in een stede genaamd die Schijve (...)
| Huwt |
Familienaam Index 51.331 Vader 102.662 Moeder 102.663 Tevens 51.221
Overleden voor 1559
Familienaam Index 51.332 Vader 102.664 Moeder 102.665
Geboren ca. 1495/1500
Overleden tussen 31-1-1539 en 20-12-1540
De reconstructie van het gezin van Peter en zijn kwartieren is mijn interpretatie van de resultaten van een gezamenlijk onderzoek door Henk Coolen, Eimert van der Beek, Jan van den Bergh en schrijver dezes. Enkele onderdelen staan nog voor meerderlei interpretatie open.
(RA Tilburg 348, Fol. 248v e.v.)
Davidt soone wijlen Cornelis Geritssoon Verhoeven voor sijn selven, Jan soone wijlen Ariaen Adriaen Peijnenborch als man ende momboir Catarina sijne huijsvrouwe dochter wijlen Wouter Geritssen Verhoeven, Embrecht soon wijlen Jacob Handricxss vander Voirt als man ende momber Catarina sijne huijsvrouwe dochter wijlen Cornelis Geritss Verhoeven, Jan soon wijlen Adriaen Jacobsen Verheijen daer moeder aff was Marie dochter wijlen Wouter Geritss Verhoeffven oock voor sijn selven ende de voorschreven Jan Adriaenssen ende Embrecht alnoch vuijtten name van Jannen soon wijlen Goossenss Verhoeffven, Gerit soone wijlen Jan Peterssoon van Grieken daer moeder aff was Marie dochter wijlen Peter Verhoeffven d’Oude ende Adriaen soone wijlen Peter Verhoeffven, ende voirt de selven Jan ende Embrecht medes volcomen procuratie hen voir schepenen der vrijheijt van Oisterwijck gedaen op date den 16e meert deser maant ons schepenen volcomentlijck geblecken, sterck makende ende gelooffden en … deselve Garit Jan Embrecht ende Jannen vanden gelijcken erffgenamen Jan (Peterss neen:) Pouwels voorschreven van sijn vaders wegen soo verre daer einige noch mochten wesen. Adam soon wijlen Handrick Adam Peter Gielissen met Huijbert Marcelis Wouterssoon als man ende momboir Geertruijdt sijne huisvrouw dochter wijlen Hendrix voorss oock voor sijn selven ende mede vuijtten name vanden kijnderen Peter Geritssen de Cock bijden selven Peter ende vuijt Mari sijne ierste huijsvrouwe dochter wijlen Hendrick Adamsz voorschreven (verwant of) verweckt sijnde … hem … sterckmakende ende in desen bekennende Peter ende Cornelis gebroederen soonen wijlen Adam Handrick Peter Gielisz oock voir hen selven, Heer Goijaert … soone Hendrick Jan Gijssen daer grootmoeder aff was Adriana dochter Handrick Peter Gielisz voorschreven, Heer Goijaert geassisteert Herman de Roij sijnen vaderlijcken momboir, Marie dochter wijlen Pauwels Laureijssoon daer grootmoeder aff was Adriana dochter Hendrick voorschreven , Lijsbeth dochter wijlen Andries Muts(aerts)daer van grootmoeder aff was de voorschreven Adriana dochter Hendricxsz Dirckenss ? voorschreven, oock de voorschreven Marie ende Lijsbeth met den momboir … Jan Janssoon … voor hen selven ende alnoch de voorschreven Adriaen, Huijbrecht, Peter, Cornelis ende Goijaert, Marie ende Lijsbeth vande gelijcke erffgenamen, Anneken huijsvrouwe Pauwels Verhoeven de soone Peter Gielisz voorschreven daer voor zij sich waren streckmakende soo verre daer einige meer mochten wesen.
Cornelia dochter wijlen Peter Vrancken geassisteert met Jannen soon wijlen Cornelis Hendrick Smoelders haren stede? toesiender voor haer selven. Peter soone wijlen Corstiaen Janssoon vuijtten name van Marie sijne moeder dochter wijlen Peter Vrancken waervoor deselsen Peter mede volcomen procuratie gepasseert … … … Marie gedaen voor de heemraders tot Cappelle in date den xije meert deser maant. Hen oock sterckmakende Niclaes, Marten ende Peter gebroederen soonen wijlen Peter Vrancken hen? oock voor hen selven. Jan soone Berijs Matijs Willem Laureijssoon daer moeder aff was Adriana dochter wijlen Peter Vrancken voorschreven ook voor sijn selven, Cornelis soone wijlen Pauwel Peter Vrancken oock voor hem selven ende mede als … haren verordonneerde momboir met Hendrick soon wijlen Reijnier Denijs als toesiender over Pauwels, Marie ende Jenneken, K… ende Peterken onmondich kijnderen wijlen Peeter Pauwelss Peeter Vrancken ende deselve Cornelis alnoch vuijtte namen ende hem sterckmakende voorden vier onmondich kijnderen Laureijs Pauwels Peter Vrancken sijn broeders, Adriaen soon wijlen Jan Jacobssoon van Buel daer moeder aff was Marie dochter wijlen Peter Vrancken voorss oock voor sijn selven ende Jan soone wijlen Denijs Pauwels Reijkens als man ende momboir Margriet sijne huijsvrouwe dochter wijlen Jan Jacobsen van Buel ende Marie voorschreven oock voor sijn selven, Jan soon wijlen Jan Peeter SWagemaeckers als man ende momboir Marije sijne huijsvrouwe dochter wijlen Jan Jacobs ende Marie voorgenoemt oock voor hem selven. Ende deselve Adriaen ende Jan Denijs alnoch vuijtten name ende hen sterckmakende voor Willem soon wijlen Jan Jacobssoon van Buel ende Marten Cornelissoon als man ende momboir Peterken sijne huijsvrouw dochter wijlen Jan Jacobs van Buel voorschreven, Peterken dochter Jan Niclaes Aert Piers daer moeder aff was Margriet dochter Jan Leemans met den momber bij hen selven gecoren oock voor haer selven, Jan soone wijlen Jan Janssoon daer moeder aff was Lijsbeth dochter wijlen Peeter Vrancken oock voor sijn selven ende mede vuijtten name van Goijarden onmondigen soon wijlen Goijart Jan Janssoon voorschreven daer voor de selven Jan sich? sterckmaakende Peter soone wijlen Adriaen Janssoon Dollick als man ende momboir Anna sijne huijsvrouwe, Marten soone wijlen Adriaen Janssoon Dollick voorschreven als man ende momboir Catarina sijne huijsvrouwe dochter wijlen Jan Janssoon voorschreven oock voor hem selven alle erffgenamen van Aleijdt dochter wijlen Peter Vrancken huisvrouwe Jan Pauwels Verhoeffven voorschreven ende van welcke beijde oock moeder van was Margriet dochter Jan Leemans voorschreven. Ende Hendrick soone wijlen Gerit Adriaenss als man ende momboir van Jenneke sijne huisvrouwe natuurlijcke ende … bastaert dochter Jan Peter Vrancken en dewelcke Jenneken … … tot … … sal … … den huijs, hoff schuer metten gronden ende erffenis daeraen liggende ende … … vijff lopensaet … tendertich roij metten mate begrijpende gelegen binnen de vrijheijt van Tilborch ter plaatsen geheyten ter Looven aldaer tusschen erffenisse Nicolaes Huijbert Goijart wuijtten enen zijde ende tusschen de gemeijne strate dander zijde ende oock enen eijnde … vuitten anderen … … … … erffenisse versterffs Peeter Peeter Vrancken … … sijnde.
Ende noch een stuck zaijlants geheyten den zaijacker sest lopensaet … roijen mette mate begrijpende gelegen binnen die parochie ende plaetse voorschreven aldaer tusschen erffenisse Adriaen Corstiaen Gevaerts? een syde ende tusschen erffenisse der weduwe Peeten? Kijnderen, Cornelis Handrick Smolders ende de weduwe metten kijnderen Pauwels Peter Cornelissoon dander zijde streckende vande erffenisse Huijbert Marcelis Wouterssoon totten gemeijnde straete Ende daervant hebben zij wettelijck ende erffelijck naer drije sondaegsche proclamatie ten affgang van alle man ende te perse… ende te … … gegeven ende … Pauwels ende Geriden gebroederen soonen wijlen Cornelis Handrick Smolders tsamen met allen die rechten het huijs met … schuer toebehoorende met affgaen ende (renten?) alsdat gewoonlijck ende … Ende hebben geloof de vercoperen alnoch hen selven ende op alle hennen goederen ende voirts de momboirs ende toesienders respectieve oock onder tverbant der onmondige kijnderen houden hebbende ende vercrijgende dit huijs, hoff, schuer … erffenisse te waren … … ende … schulden te waren. Ende die … ende … … ende vuijtgenomen dat de voorschreven coperen … sullen gelden … vuijten huijsinge … erffenisse daeraen liggende twee lopen roggen tsjairs erffpachts aenden .. .. .. des heijligeest binnen Tilborch te betalen. Noch vijff lopen roggen oock tsjairs erffpachts aen enige personen binnen die kercke van Tilborch te betalen. Noch iiij stuivers … … aenden … van Tilborch jaerlijcx te betalen. Noch ij½ stuijver erffcijns aenden … binnen Tilborch oock jaerlijcx te betalen. Ende buyten voorschreven… dat de … … sullen gelden … … roggen … erffpacht … … … … off … binnen … te betalen zonder arglist. Datum ultima martij 1612.
(…)
Dieselve vercope(re)n elck inden name ende der qualiteit voorengeschreven / (erff)genamen Peeter Peeter Vrancken … … …/ … weije liggende … 36 roijen metten mate begrijpen als / Gelegen binnen der prochie van Tilborch ter plaatsen geheyten / Looven aldaer tussen erffenisse (Vrancken?) ende Gerit … / Soonen Cornelis Hendrick Smolders (sy?) op huyden … dese / Vercoperen opge…en deen zijde ende oock den eynde ende tusschen / Erffenisse Peeter Peeter Vrancken, dander zijde ende oock enen eynde / … zij … den hebben zij wettelijck endeerffelijck naer (eren?) / … … volcoment(lijck) (etc) vercocht ende gegeven ende…
Nog niet geheel geplaatst: (Tilburg R 272 - 1522 - 35v (8-1-1522)) Kont sij een eygelicken nadat Peter soen wijlen Peter Vrancken ende / met hem Elisabet sijn suster bij haren testamenten ende vuijtersten willen voor schepenen / van Tilborch ende Goirle ghepasseert sijn(de?) onder . maeten selve ende / clausulen daer inne begrepen ghemaekt ende gheloven hadden Dircken / Tielmans als man ende mombaer Marije sijns wijfs des voorss Peteren ende / Elisabetten suster een half mud rogge jaar(licxen?) erffpacht die (sij?) gestaen / met (susteren?) Peeter acht(envijfte?) het stuck ge. nae inne. Den voorss / testament daer omme is voir ons scepenen onderscreven ghestaen den voorss / Dirck (uit kracht?).tot (peter?) susteren land heeft bekend den voorss sesthijnen / Peeters bij afslach vanden halven mud rogge erfpacht van Peeten soen wijlen / Peeter Peeter Vrancken ontfangen te hebben. So sal den selven Peet(er?) daer / affquiten ende alles ander quiteeren beloovende gelovende naderrant met / geene recht .eysen off . te spreken off te doen spreken opt halff mud / rogge (voors?) noch arch op dat voorss penn pieters alls Dirck soude houden./ Date et scabi(ni) ut supra.
RA Tilburg 28-2-1561 (306:80v) Peter en Pauwels, gebroeders, Marie de Jonge cum tutore (met haar voogd), Jan zoon van wijlen Jan Jacops als man en momber van Marie de Oude zijn huisvrouw, Jan zoon van wijlen Jan Pauwels Verhoeven als man en momber van Aleijt zijn huisvrouw en Lenairt zoon van wijlen Boudewijn Henricx als man en momber van Cornelia zijn huisvrouw, gezusters, kinderen van wijlen Peter Vrancken, door deze Peter en uit wijlen Margriet zijn huisvrouw dochter van wijlen Jan Leemans samen verwekt, legitime et hereditarie vendiderunt et supportaverunt aan Goiairt zoon van wijlen Jan Leemans, met afgaan en vertijen etc, een stuk land in heide en moer liggende in alle grootte zoals dat gelegen is in de parochie van Tilborch ter plaatse genaamd in de Schooten.
RA Tilburg 15-11-1560 (306:30) Jan zoon van wijlen Peter Vrancken, die deze Peter verwekt en verkregen had uit wijlen Margriet zijn huisvrouw, dochter van wijlen Jan Leemans de Oude legitime et hereditarie vendidit et supportavit (heeft wettelijk en erfelijk verkcoht en overgegeven) aan Cornelis Gerijt Henrick Smoelders als man en momber van Peterke zijn huisvrouw, dochter van wijlen Jan Claes Piers, door deze Jan uit wijlen Margriet zijn huisvrouw, dochter van wijlen Jan Leemans de Oude voornoemd, zijn zwager, verwekt, simul cum omnibus literis (samen met alle brieven), met afgaan en vertijen etc, al alzulk versterf, recht en deel dat aan de voors Jan van Peter zijn vader, van Vranck zijn grootvader en van Margriet zijn moeder voors toegekomen en verstorven is in alle havelijke en erfelijke goederen, hoedanig die mogen zijn en in welke plaatsen die gelegen, bevonden of vergolden mogen worden, het zij in harde, in weke, in hoge, in lage, in diepe of in droge, of zo waar men die enigszins zal mogen bevinden, binnen de parochie van Tijlborch en ook daarbuiten, niets daarin uitgezonderd (...) Cornelis Henrick Gerijt Smoelders, koper in deze, heeft dit versterf opgedragen aan Jan zoon van wijlen Pauwels Verhoeven als man en momber van Aleijda zijn huisvrouw en alle kommer en calangie ex parte sua deponere. Datum de 14e februari anno 61 (n.st.), schepenen Ghijben en Boerden. Idem, 15-11, fol. 30: Cornelis Henrick Gerijt Smoelders als man en momber van Peterke zijn huisvrouw, dochter van wijlen Jan Claes Piers, door deze Jan uit wijlen Margriet zijn huisvrouw, dochter van wijlen Jan Leemans de Oude verwekt, heeft beloofd als een principaal schuldenaar te geven en wel te betalen aan Jan zoon van wijlen Peter Vrancken, zijn zwager, vijf en zeventig carolus gulden, te betalen van Lichtmis nu a.s. over vier jaar met op elke Lichtmis daartussen komende hem daarvan te geven en te betalen als wasdom vier en een halve carolus gulden, met voorwaarden echter hierbij, dat ingeval de voors Jan zoon van wijlen Peter Vrancken binnen die tijd tot huwelijk zou geraken, dat dan de voors Cornelis, belover in deze, schuldig en gehouden zal zijn om op de eerste Lichtmis volgend op zijn huwelijk de voors som van 75 karolus gulden met de gerechte wasdom, die dan daaruit verschijnen en vervallen zal, op te leggen en te betalen, waarvoor de voors Cornelis verbonden heeft zijn persoon en al zijn goederen, roerend en onroerend, hebbende en verkrijgende.
Belendingen:
10-3-1562 (307:76): erfenis van de kinderen van wijlen Peter Vrancken, belending Looven aen de Ruijbraecken.
24-12-1561 (307:39v) erfenis van de kinderen van Peter Peter Vrancken (NB: gewoon Peter), belending in Tilborch ter plaatse genaamd Looven. Idem, 15-9-1556 (302:22v) Loven Acker, erfenis van Margriet weduwe van Peter Vrancken cum proelibus.
Idem, Loven, 18-5-1555 (301:6v), 15-6-1555 (301:11), 8-12-1554 (300:31v), 27-10-1553 (299:19v), 10-1-1553 (298:59v), 28-11-1552 (298:38v), 23-9-1551 (297:26v), 10-10-1551 (297:29), 11-6-1547 (294:7v), 17-1-1547 (293:47)
Lovens Acker 4-10-1555 (301:22), 4-6-1552 (10v), 27-2-1552 (297:77, drie stukken land), 1-2-1550 (295:44), 3-2-1545 (291:40v), 20-12-1540 (287:31)
Loven aan de Heijdstraet 9-3-1545 (291:53v), 4-3-1545 (291:24v)
Loven aan de Elsenbosch 28-2-1541 (287:65v)
tussen Backsdijck en de Veedijck achte Calenwiel (21-3-1553, 298:117v), 4-12-1551 (297:37v), 13-7-1546 (293:18v), 4-11-1545 (292:26)
aan die Ruijbraecken (9-2-1552, 297:69), 10-3-1551 (296:78), 4-1-1543 (289:35), 26-5-1542 (289:8)
Belendingen van Peter Vrancken, in leven:
Aan de Veedijck, 17-1-1539 (285:26)
Idem, Loven, 24-1-1539 (285:28v), 13-3-1537 (283:51v)
Idem, g in die Heijdtsijde aan den Hazennest, 31-1-1539 (285:43)
Idem, aan die Ruijbraecken (in die d'Oertkens Ven), 29-3-1538 (284:55), 13-3-1537 (283:51v), 8-5-1536 (283:3), 10-9-1532 (280:17v), 19-12-1533 (281:16)
Idem, Calenwiel 22-12-1537 (284:22v), 8-2-1537 (283:43v), 19-12-1533 (281:16)
Idem, het Hoefken (van Quaps, in Loven) 13-3-1547 (283:51v)
Idem, Lovensche Acker 13-3-1537 (283:51v), 14-2-1532 (279:49)
Idem, Heijstmans Dijck 10-9-1532 (280:17v)
| Huwt ca. 1520/25 |
Familienaam Index 51.333 Vader 102.666 Moeder 102.667
Geboren 1495-1505
Overleden Tilburg na 1557 maar voor 15-11-1560
| Zij huwt (2) ca. 1540 |
Jan Niclaes Jan PIERS
Volgens Van Dijck zouden er nog meer kinderen uit dit huwelijk moeten rondlopen: Jenneken, Anna, Quirijn en Adriaen. Tot dusver hebben we deze niet aangetroffen.
Familienaam Index 51.334 Vader 102.668 Moeder 102.669
Overleden na 1557
van Dijk: R 289 - 1543 - 4. R295 - 1550 - 43v. R 301 - 1555 - 90. R 302 - 1558 - 96.
| Huwt |
Familienaam Index 51.336 Vader 102.672 Moeder 102.673
Kwartieren ontleend aan genealogie Coolen.
| Huwt |
Index 51.337 Vader onbekend Moeder onbekend
Familienaam Index 51.504 Vader onbekend Moeder onbekend
Overleden voor 1538
Hypothese: Jan Meus de Crom, mogelijk broer van Peter Meus of van Peter Jan Dircks Crommen. In ORA Oirschot te vinden: vidimus van een akte uit 1458 met Jan en Henrick Bartholomeus de Crom.
Alternatief: Jan Godevaerts Crom, vermeld 1463 met broer Aerndt en halfzusters Elisabeth en Agnes (plus hun halfbroer Daniel bastaard Daniel Scepens). Of Jan Jans (met broer heer Diederick), vermeld 1466.
| Huwt |
Index 51.505 Vader onbekend Moeder onbekend
Familienaam Index 51.506 Vader 103.012 Moeder 103.013 Tevens 206.084
Geboren voor 1448
Overleden voor 1505
Alias Van de Snepscheut (1489, 1475)
ORA Oirschot (Toirkens 125a fol 49v no 32 dd 31-1-1487) Korstiaen Gielis Crijns belooft aan Daniel [Heijmerick] Schepens uit de vorige akte een pacht van 6 lopen rogge, steeds op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag op onderpand van een stuk land genoemd de Gaetschen Ekker, gelegen onder Erdbruggen hier, b.p. Daniel Schepens, de kinderen van Ansem Loijen, de Heerstraat daar.
Idem (fol 52 nos 49-51 dd 6-3-1487) [vervolg] De zelfde mag altijd aflossen tegen betaling van 14 peters, elke peter tegen 18 stuivers. (…) [vooraf:] (Idem 50) Genoemde Korstiaen belooft aan Wouter Goijaert Keijmps die voortaan een pacht van 5 lopen rogge te gaan betalen steeds op Maria Lichtmisadg en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag op onderpand van de Gaetschen Ecker. (Idem 51) De pacht uit de vorige akte is aflosbaar tegen betaling van 28 peters per mud gerekend.
Idem (fol 62v nos 177-8 dd februari 1487) Korstiaen Gielis Crijns belooft aan Aert Jacop Smollers die voortaan een rente van anderhalve rijnsgulden te betalen, elke gulden van 20 stuivers, steeds op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin etc., b.p. de kinderen van Jan van den Hoeve, Agnese en Lisbeth Gielis Crijns, Willem Goijaert Becker, de gemeijnte. (Idem 178) De rente uit de vorige akte is aflosbaar per a.s. Maria Lichtmisdag over 4 jaar tegen betaling van 24 rijnsguldens samen met de volle termijn en restanten.
ORA Oirschot (Toirkens 125a fol 115 no 262-3 dd 14-1-1488) Korstiaen Gielis Crijns belooft aan Aert Jacop Smollers, die voortaan een jaarlijkse rente van anderhalve rijnsgulden te gaan betalen, steeds op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin etc. gelegen onder Ameijden hier, b.p. de kinderen van Jan van den Hove, Lisbeth en Agnes zijnde zijn zusters, Willem Goijaert Beckers, de gemeijnte. Nog op onderpand van een stuk beemd groot ca. een bunder genoemd de Erdbruggen b.p. Daniel Schepens, Willem Braecken met meer anderen, Willem Peter Janssen, (…) (Idem 263) De rente uit de vorige akte is aflosbaar op Maria Lichtmisdag tegen betaling van 24 rijnsguldens elke gulden van 20 stuivers.
ORA Oirschot (Toirkens 125a fol 179v no 237 dd 9-6-1489) Corsten Gielis Crijns van de Snepschuet belooft aan Daniel Aerts van der Ameijden als fabriekmeester van de St. Petruskerk te Oirschot, die voortaan jaarlijks 2 kwarten wijn te betalen, steeds met Pasen, op onderpand van een stuk land genoemd de Loekt, groot ca. 4 lopenzaad, onder Erdbruggen hier, b.p. Rutger Mathijs Huijskens, Jan Wouters van de Loo, de straat, de kinderen van Matheeus van de Venne.
ORA Oirschot (Toirkens 126b fol 17 no 106 dd 20-5-1499) Corsten Gielis Crijns verkoopt aan Cornelis Smeeds ten behoeve van Gerard van Hersel die een bunder heide in Eckensrijt, b.p. de kinderen van Gielis Hoppenbrouwers, Gijb Hoppenbrouwers, de gemeijnte, de Eckensrijt daar. De verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen.
ORA Oirschot (Toirkens 127a fol 5 no 23 dd 31-1-1505) Jan Daniel Schepens verkoopt aan Heijlwich weduwe van Corsten Gielis waarvan zij er het vruchtgebruik van krijgt en haar wettige kinderen van Corsten daarvan het erfrecht, een stuk land groot een zesterzaad, gelegen in herdgang Straten, b.p. de koopster, Pauwels Aerts van Seelst, de kinderen van Jan Esen, Adriaen van Doren. Nog verkoopt hij een stuk land genoemd de Cremersakker, b.p. de koper, de erfgenamen van Joerden Brouwers, Pauwels Aerts van Seelst, Gerard Snijers. Lasten hieruit zijn 3 lopen rogge per jaar aan Henrick Joerden Hoppenbrouwers of aan Jenneken diens zuster en nog de grondchijns.
Idem (fol 7v nos 42-3 dd 1-2-1505) Gielis en Aert, broers en kinderen van Corsten Gielis voor henzelf handelend en voor hun andere broers en zusters en met hen hun moeder Heijlwich, hebben beloofd om voortaan aan Franck zoon wijlen Thomas Aerts van der Meijden een rente van een philipsgulden en een stuiver te gaan betalen, steeds op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin etc. gelegen in herdgang Straten, b.p. de kinderen van Jan Esen, Pauwels van Seelst, Adriaen van Doren. (Idem 43) De rente uit de vorige akte is altijd aflosbaar op Maria Lichtmisdag over twee jaar en niet eerder tegen betaling van 20 rijnsguldens.
ORA Oirschot (Toirkens 129a fol 126v nos 222-3 dd vrijdag voor palmzondag 1519) Philips van den Doeren als gemachtigde voor Peter Dirck Bressers heeft zijn achterstallige vordering aangetoond inzake een pacht van 9 lopen rogge, die 4 jaar achterstallig is, welke pacht Gielis en Aernt, broers en kinderen van wijlen Corsten Gielis voor henzelf handelend en voor hun zuster en broers, eerder hadden beloofd aan Goijaert Wouter Keijmps ten behoeve van hem en ten behoeve van diens zuster Heijlwig, op onderpand van een huis, tuin etc., gelegen in herdgang Straten, b.p. de kinderen van Jan Essen, de kinderen van Corsten Gielis, de gemeenschappelijke straat conform een brief d.d. 31 januari 1505. Philips als gemachtigde heeft de uitwinning verzorgd en de koop is gegund aan Adriaen Aert Mengelen voor de achterstalligheid en de kosten van de procedure. En direkt daarna heeft Adriaen de koop weer overgedragen aan Peter Bressers. (Idem 223) Peter Dirck Bressers uit de vorige akte draagt het bezit samen met alle dokumenten ervan over aan Heijlwig weduwe van Corsten Gielis Crijns.
ORA Oirschot (Toirkens 129b fol 382 nos 196-7 dd 10-4-1524) Dirck Aert Dircks als man van Agnees dochter van Corsten Gielis Crijns, verkoopt aan Gielis Corsten Gielis Crijns die een stuk land gelegen in herdgang Straten aan het Snepschuet daar, b.p. Willem Goijaert Aelbrechts, erfgenamen van genoemde Corsten Gielis, de gemeenschappelijke straat. Verder verkoopt hij alle geerfde bezit dat hij en zijn vrouw hebben geerfd na de dood van Corsten Gielis, zijnde haar vader of dat ze nog zal erven na de dood van haar moeder. (Idem 197) Gielis Corsten Gielis uit de vorige akte belooft aan Dirck Aert Dircks een bedrag van 27 rijnsguldens te betalen en wel direkt na de dood van zijn moeder Heijlwig maar niet eerder.
Idem (fol 394v no 243-7 dd 27-6-1524) Antonis Corsten Gielis Crijns verkoopt aan zijn broer Gielis die zijn erfdeel dat hij na de dood van zijn vader Corsten heeft geerfd of nog zal erven na de dood van zijn moeder Heijlwig. (Idem 244) Goijaert Jan Ketelbueters verkoopt aan Antonis Corsten Gielis een huis, tuin etc., gelegen in herdgang Verrenbest, b.p. Henrick van Esch, Goijaert Goijaert Eckermans, Claes van Delft, de gemeenschappelijke straat. (Idem 245) Gielis Corsten Gielis Crijns heeft beloofd om aan Goijaert Jan Ketelbueters die een bedrag van 45 rijnsguldens te gaan betalen per a.s. Maria Lichtmisdag. (Idem 246) Antonis Corsten Gielis heeft beloofd aan Goijaert Jan Ketelbuters die voortaan een jaarlijkse rente van 2 en een halve rijnsgulden te gaan betalen, steeds op Maria Lichtmisdag op onderpand van het bezit uit de vorige akte. (Idem 247) De rente uit de vorige akte is altijd aflosbaar op Maria Lichtmisdag tegen betaling van 40 rijnsguldens, mits er een half jaar vooraf is opgezegd.
Idem (fol 404 nos 294-5 dd 14-6-1524) Gijsbrecht zoon van Corsten Gielis Crijns verkoopt aan zijn broer Gielis Corsten Gielis Crijns zijn erfdeel dat Gijsbrecht na de dood van Corsten zijn vader heeft geerfd of nog zal erven na de dood van zijn moeder Heijlwig. (Idem 295) Gielis Corsten Gielis uit de vorige akte belooft aan zijn broer Gijsbrecht die op de eerste Maria Lichtmisdag na de dood van hun moeder Heijlwig die een bedrag van 27 gulden te zullen betalen (Marge, ongedateerd) Gijsbrecht verklaart hierop 24 gulden te hebben ontvangen en nog een gulden die Gielis zal betalen aan Cornelis van Peelt.
ORA Oirschot (Toirkens 129b fol 241b no 88 dd 17-2-1525 in ORA 1522) Goijaert de Crom als man van Margriet verkoopt aan Dielis Corsten Dielis zijn deel dat hij als man van Margriet heeft geerfd van de vader van Margriet, zijnde Corsten Dielis Crijns of het bezit dat hij in de toekomst nog zal erven van Heijlwig zijnde de weduwe van Corsten, die daarvan nu het vruchtgebruik nog heeft, zowel roerend als onroerend bezit.
RA Oirschot (Toirkens 130a fol 66v no 186-188 dd 19-4-1528) Gielis Corsten Gielis (Crijns), verder diens broer Antonis, voor henzelf handelend en genoemde Gielis voor zijn broer Gijsbrecht handelend en voor Goijaerd die Crom als man van Margriet ook dochter van genoemde Corstiaen, verder namens Dirck Aert Dircks (Seijkens) als man van Agnes ook dochter van vermelde Corsten, nog Willem van Os als man van Jenneken en haar zuster Heijlwich, ook dochters van genoemde Corsten met Gielis als hun voogd, hebben aan Goijaert Jan Hoppenbrouwers die een beemd verkocht genoemd de Mortel, gelegen in herdgang Straten nabij Erdbruggen, b.p. de kinderen van Meeus Zuetricks, Gijb Vlemmincks, Claes Henricks, de gemeijnte daar genoemd Straler.(…) (idem 187) Genoemde Goijaert Jan Hoppenbrouwers heeft beloofd om aan Heijlwich Corsten Gielis die een jaarlijkse rente van 26 stuivers te gaan betalen, op onderpand van het bezit uit de vorige akte. (…) (Idem 188) Goijaert Jan Hoppenbrouwers uit de vorige akte heeft aan Willem van Os die 23 gouden Karolusguldens beloofd, te betalen per a.s. St. Jansdag, zonder rente danwel met a.s. Maria Lichtmisdag met een rente samen tegen de penning 20.
Idem (fol 92 v no 258-260 dd 27-7-1528) Heer Willem van Petershem priester en heer Henrick Dirck Corstiaens van den Velde, priesters en rectors van het altaar van de H. Drievuldigheid te Oirschot, hebben met instemming hiervoor van het kapittel aan Heijlwich dochter van Corstiaen Dielis (Crijns) een huis met grond etc. verkocht, genoemd de Oude Kapelle, gelegen in herdgang Straten, b.p. Bartholomeus Crommen, de gemeenschappelijke straat. Lasten 2 kapoenen als grondchijns aan de heer. (…) (Idem 259) Heijlwich Corsten Gielis met haar broer en voogd Dielis heeft aan heer Willem van Pietershem en aan heer Henrick Dirck Corstiaens van den Velde, priestere ten behoeve van het Altaar van de H. Drievuldigheid in de St. Peterskerk, die een jaarrente verkocht van 26 stuivers, welke rente Goijart Jan Hoppenbrouwers deze Heijlwich eerder had beloofd op onderpand van een beemd genoemd de Mortel, gelegen in herdgang Straten onder Erdbruggen, b.p. de kinderen van Meeus Zuetriks, Ghijb Vlemmincgs. (…) (idem 260) Genoemde Heijlwich uit de vorige akte heeft aan heer Willem en heer Henrick ten behoeve van het altaar beloofd die een jaarlijkse rente van 10 stuivers te gaan betalen, op onderpand van het huis etc., zoals in de voorlaatste brief vermeld, genoemd de Oude Kapelle dat ze vandaag van deze heren heeft gekocht.
| Huwt voor ca. 1475 |
Familienaam Index 51.507 Vader 103.014 Moeder 103.015 Tevens 206.085
Overleden na 17-2-1525, voor 1528
Voornaam vermeld 1530.
ORA Oirschot (Toirkens 124b fol 19v no 95-96 dd 31-3-1480) Verschenen is Jan zoon wijlen Peter van Oudenhoven en verkoopt nu aan Korstiaen Gielis Crijns die de helft van een stuk land genoemd dat Pollenland, gelegen in herdgang Straten, b.p. Jan Wouters van de Loo, de koper waarvan is afgedeeld, de gemeenschappelijke straat. Henrick Thomas van de Snepschuet. De verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen. (Idem 96) Genoemde Korstiaen heeft aan Jan uit de vorige akte beloofd die steeds op Maria Lichtmisdag een pacht van 17 lopen rogge te betalen, Oirschotse maat, op onderpand van het hiervoor verkochte perceel. Ook nog op onderpand van het zesde deel van een huis etc. onder Erdbruggen, b.p. Jan van den Hove, Jan Eessen, de gemeijnte. Korstiaen belooft de onderpanden in goede staat te houden voor de betaling van de pacht.
ORA Oirschot (Toirkens 126 fol 7 nr 28 dd 3-1-1500) Corstiaen Gielis Crijns verkoopt nu aan Peter Goijaert Bierkens met schepenbrief een stuk land gelegen in herdgang Straten ter plaatse Ameijden genoemd, b.p. de gemeenschappelijke straat, Lisbeth Brouwers en haar kinderen. Corstiaen had dat perceel gepacht van Henrick Lemkens voor een oude grote per jaar aan het kapittel en nog 23 lopen rogge per jaar Oirschotse maat aan deze Henrik Lemkens, steeds te betalen op Maria Lichtmisdag conform schepenbrief d.d. 11 november 1482. De verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen.
ORA Oirschot (Toirkens 125b fol 13 no 106 dd 3-5-1490) Aernt Jacop Smollers verklaart dat Korsten Gielis Crijns per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar een rente van anderhalve rijnsgulden mag aflossen zoals Corsten dat eerder aan Aernden had beloofd, tegen betaling van 26 rijnsguldens, waarbij het vuurstaal een koers heeft van 3 stuivers min een oort, de Philipsstuiver voor 2 philipspenningen, geslagen door hertog Philips de vader van Karel, de andriesgulden tegen 34 stuivers, en ieder van die munten voor een derde deel. Maar als hij wil aflossen moet hij dat met Allerheiligen vooraf opzeggen en zal dan met Maria Lichtmisdag betalen. Daarmee zal dan ook de rentebrief zijn komen te vervallen voor deze anderhalve rijnsgulden.
Familienaam Index 51.508 Vader onbekend Moeder onbekend Tevens 206.110
Volgens de Genealogie Goossens identiek met Willem Jan Henrick van der Schoet (en Kathalijn N.). Willem van der Schoet werd in 1474 vermeld als zoon van. Meer bewijs heb ik nog niet gezien.
ORA Oirschot (Toirkens 131c fol 55v nos 202-5 dd 15-5-1533) Katalijn Willem Scoetmans weduwe van Jan Joirden Happen met haar broer Henrick Scoetmans, als haar voogd ook, heeft hierbij afstand gedaan ten behoeve van haar wettige kinderen Willem en Aleijt, verwekt bij genoemde Jan Joirden Happen, inzake al haar rechten in een akker groot ca. 2 lopenzaad, genoemd de Hof, gelegen in Oirschot onder Erdbruggen hier, b.p. Cornelis van den Spijker, de lopende straat, Aert Dircks, de gemeenschappelijke straat, welk stuk land wijlen Jan Daniels als beheerder van de tafel van de H. Geest te Oirschot voor 5 mudde en 2 lopen rogge achterstand en voor de pacht van 14 lopen rogge van haar en haar kinderen had uitgewonnen en waarvan Cornelis van den Spijker de koop had verworven, zoals blijkt uit de vonnisbrief van Oirschot. Katalijn belooft alle lasten hierin van haar kant af te handelen. (Idem 203) Willem zoon Jan Joirden Happen en zijn zuster Katalijn met hun voogd Bartholomeus Joirden Happen verkopen hierbij hun erfdeel en aanspraken in het stuk land dat in de vorige akte is verneld en dat vanwege een betalingsachterstand is uitgewonnen, nu aan Cornelis van den Spijker en de verkopers beloven alle lasten hierin van hun kant af te handelen, behalve de jaarlijkse pacht van 14 lopen rogge aan de H. Geest van Oirschot. (Idem 204) Cornelis van den Spijker heeft beloofd om aan Katalijn weduwe van Jan Joirden Happen die 2 en een halve Karolusgulden te gaan betalen en nog aan Willem en Katalijn ook 2 en een halve Karolusguldens, per a.s. Pasen maar in ieder geval niet later dan a.s. Pinksteren. (Idem 205) Henrick Scoetmans verklaart nog dat hij het betreffende stuk land enkele jaren heeft gebruikt gehad en belooft hierbij om de genoemde pacht van 14 lopen rogge per jaar aan de tafel van de H. Geest te Oirschot zodanig voor die periode te betalen dat Cornelis van den Spijker en diens bezit daarvoor gevrijwaard blijven.
Idem 207 (17-5-1533) Katalijn dochter van Willem Scoetmans, weduwe van Jan Joirden Happen en haar wettige kinderen Willem en Katalijn hebben verklaard dat Henrick Scoetmans hen heeft voldaan voor het beheer dat hij over het bezit van hen heeft gehad. Ze geven hem nu kwijting voor dat beheer. etc.
| Huwt |
Index 51.509 Vader onbekend Moeder onbekend Tevens 206.111
Familienaam Index 51.510 Vader 103.020 Moeder 103.021
Overleden na 25-1-1489, voor 29-6-1491
Vermeld (belending) in akte uit 1527, dan al dood. Latijnse naam: Latoni.
NB mogelijk verward met een Joerden (Aert) Smetsers gehuwd met Mechteld Aert Jorden Stockelmans; mogelijk is het Joerden Daniel Smetsers (een oom) die huwde met Elisabeth sRonden.
ORA Oirschot (Toirkens 125a fol 90 no 111 dd 6-7-1488) Goijaert Dielis Janssen verkoopt aaan Dielis Lucas van den met een schepenbrief een pacht van een half mud rogge, maat van Oirschot, welke pacht Jan Reijnaerts eerder had beloofd aan Aernden Vrients, steeds op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin etc., gelegen in herdgang Naastenbest, b.p. Lambrecht Thijskens, de zwager van Henrick Aerts, Geerlick van de Melcroth, de Broekstraat.
ORA Oirschot (Toirkens 125a fol 157v no 33 dd 25-1-1489) Lonis Lambrecht Rotaerts verhuurt voor 95 (!) jaar aan Joerden Smetsers die een stuk land gelegen in herdgang de Kerkhof, b.p. Dirck van Berse, de gemeijnte. Lonis belooft deze verhuur gestand te zullen doen, ook namens zijn nakomelingen. Hij belooft Joerden het perceel definitief over te dragen zodra Joerden dat wenst.
ORA Oirschot (Toirkens 125b fol 24v no 167 dd 29-6-1491) Benedictus en Lisbeth als weduwe van Joerden Metsers hebben elkaar over en weer kwijting gegeven voor de overeenkomst en belofte die Benedictus en Joerden eerder in een schepenbrief hadden gedaan. Daarin had Benedictus aan Joerden erfelijke rogge en geld beloofd zodat Joerden deze Benedictus daarvoor in de kost zou nemen en inwoning verschaffen. Beide partijen vrijwaren elkaar voor de wedwerzijdse verplichtingen van die overeenkomst destijds.
Idem (fol 32v no 218 dd 22-10-1491) Lisbeth weduwe van Joerden de Metser verkoopt aan haar vader Jan de Ronde die alle roerende bezit dat ze in haar huis heeft staan etc. Dat betreft een een brouwinstallatie met toebehoren te weten de vloten, kuipen en tonnen, nog 7 bedden met de bedstedes en 8 oorkussens en alle bedtoebehoren. Nog 4 koperen potten, 5 keteltjes van allerlei maat, 4 tinnen ....., 2 mengvaten, 1 pint, nog 7 tinnen schotels, 12 kommetjes, 9 sausvaatjes, 4 metalen luchters, nog 2 ronddelen en 2 dissels, een ren met 4 schapen en 1 hoenderren. Nog 1 schrijn, 2 kistjes. 25 drie ..., nog een wagen met toebehoren, 2 karren, 2 ploegen en eggen, 2 halen, 2 tangen. Nog een paard en koe en 2 varkens, nog een tafel met 2 schragen, een lavoir en verder alle andere roerend bezit dat ze in haar naam bezit en mag hebben. Daarvoor heeft haar vader 44 en een halve gouden peter betaald en nog 18 peters die ze op diverse plaatsen heeft aangewend voor de betaling van Joerdens schulden.
| Huwt voor 1485 |
Familienaam Index 51.511 Vader 103.022 Moeder 103.023
Overleden na 1535, voor 29-3-1536
ORA Oirschot (Toirkens 126c fol 28 nos 160-1 dd 7-6-1502) Lisbeth weduwe van Joerden Smetsers, verder Mechteld, Lijsken, Elken en Ariken alle wettige dochters van genoemde Lisbeth en Joerden, samen met hun oom en voogd Jan de Metser, doen afstand van hun aanspraken ten behoeve van Seger en Wouter, broers en wettige kinderen van Gooris van Kuijck, inzake een stuk land waarop een schuur staat, gelegen in herdgang de Kerkhof, b.p. de straat, Jacop Wouters van den Dijck. De verkopers mede namens hun zuster Truijken en Heijlken beloven alle lasten van hun kant af te handelen. (Idem 161) Wouter en Seger, kinderen van wijlen Gooris van Kuijck verkopen aan Aert Henricks van der Ameijden het perceel uit de vorige akte. Lasten hieruit zijn 4 lopen rogge. Verder moet de koper de voorste post van het hek onderhouden, waarmee dat hek sluit, gelegen naast dit erf.
ORA Oirschot (Toirkens 127a fol 22 no 124 dd 25-5-1504) Lisbeth dochter van Jan Ronden, weduwe van Joerden Metsers voor haarzelf handelend, verder Mechteld dochter van Lisbeth en Joerden die voor haarzelf handelt en voor haar broers en zusters, verkopen aan Jan Mol, een stuk land en beemd, eerder eigendom van Daniel Eigenbroets en van Lisbeth de vrouw van Jan van Eijghen, genoemd dat Roth, gelegen in herdgang de Notel, b.p. de gemeenschappelijke straat, Henrick Moel Haubraken, de kinderen van Aert van der Meijden, Aert Dirck Seijkens.
ORA Oirschot (Toirkens 131c fol 29 no 104 dd 2-2-1533) Aert de Crom, van beroep slootmaker als man van Elisabeth dochter van Jorden Smetsers verwekt door deze Joirden bij diens vrouw Elisabeth Jans Sronden, heeft beloofd om voortaan aan Jan Henrick Hoppenbrouwers die een jaarlijkse rente van 21 stuivers te gaan betalen, steeds vervalllend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag, op onderpand van de helft van een stuk land, heide en weide genoemd de Aelsendocnk, in totaal groot ca. 11 lopenzaad gelegen in Oirschot herdgang de Notel, b.p. Jan Philips van Herzel, de kinderen van Daniels van der Meijen, de gemeenschappelijke straat. Hij belooft het onderpand in goede staat te houden ter betaling van de rente. De rente is altijd aflosbaar op Maria Lichtmisdag, mit s er 3 maanden vooraf is opgezegd,tegen betaling van 17 gouden Karolusguldens.
ORA Oirschot (Toirkens 132a fol 79 no 227 dd 18-8-1535) Elisabeth wettige dochter van wijlen Jans Sronden verkoopt hierbij een huis, met tuin, grond etc., gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. Goijaert de Cuijper, Aert Thomas van den Ven, de weduwe en kinderen Willem Peters (van Brogel), de gemeenschappelijke straat. Ze verkoopt dat bezit nu samen met haar gekozen voogd Jaspar van Esch, aan haar zwager Werner Jans Beeldsnijder en de verkoopster belooft alle lasten hierin van haar kant af te handelen, behalve een pacht van 7 lopen rogge per jaar aan Margriet weduwe van Gijsbrecht Cremers, nog 6 lopen rogge per jaar aan de erfgenamen van Aerden Dirck Sijckens, Genoemde Werner belooft die pachten voortaan zelf zodanig te betalen of af te lossen dat Elisabeth daarvoor verder gevrijwaard blijft.
ORA Oirschot (Toirkens 133b fol 8v no 25 dd 19-1-1539) Aert die Crom, slootmaker van beroep als wettige man van Elisabeth, verder Henrick Scoetmans als wettige man van Mechteld, Werner Janssen, beeldsnijder van beroep, als wettige man van Aleijt, alle wettige dochters van wijlen Jorden die Metser, verwekt door deze Joirden bij diens vrouw Elisabeth dochter van Jans Sronden, welke Aert voor hemzelf optreedt en ook namens de wettige kinderen van wijlen Willem van de Broek verwekt door deze Willem bij diens vrouw Heijlwich dochter van wijlen genoemde Joerden en Elisabeth en nog namen de wettige kinderen van wijlen Rutger Servaes Bierkens verwekt door deze Rutger bij diens vrouw Marien ook dochter van genoemde Joirden en Elisabet, hebben hier een deling gemaakt van het bezit dat ze van hun ouders hebben geerfd.
Genoemde Henrick Scoetmans krijgt een stuk akkerland groot ca. 5 en een halve roede, , meer dan een zesterzaad, gelegen in Oirschot herdgang de Notel, b.p. Henrick van der Vloet waar tussen een waterloop gaat genoemd de Lerpt, het erf dat ervan is afgedeeld. de kinderen van Andries Bierkens, de gemeenschappelijke straat. Hieruit jaarlijks het vijfde deel van een mud rogge te betalen aan de erfgenamen van Matheeus Kuijst, nog het vijfde deel van een mud rogge per jaar aan Peter van den Ecker of de houder van de brief, nog het vijfde deel van 2 gulden per jaar aan de erfgenamen van wijlen Jan van Gestel of de houder van de brief.
Genoemde Aerden krijgt mede namens de genoemde kinderen een stuk akkerland groot ca. 7 en een halve lopenzaad en 4 roedes, buiten de voetpad die er langs en over loopt, maar wel inclusief die pad, ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, b.p. Henrick Scoetmans waarvan is afgedeeld, de kinderen van Cornelis van Beerwinkel, de kinderen van Andries Bierkens, de gemeenschappelijke straat. Hieruit jaarlijks het vier vijfde deel te betalen van een mud rogge, Bossche maat en in Den Bosch tekleveren zoals in het vorige erfdeel. Verder moet er aan anderen overpad worden verleend.
Idem (fol 15 no 50 en volgende dd 27-1-1539) Aert de Crom, slootmaker als wettige man van Elisabeth wettige dochter van wijlen Joerden die Metser, voor hemzelf handelend en voor de wettige kinderen van wijlen Willem van den Broeck, verwekt door deze Willem bij wijlen Heijlwich dochter van genoemde Joerden de Metser, en voor de wettige kinderen van wijlen Rutger Bierkens verwekt door deze Rutger bij diens vrouw Marien dochter van wijlen genoemde Joerden ook, verder Werner Janssen Beeldsnijder als man van Aelijt dochter van genoemde Joerden, voor vier vijfde deel ervan, verkopen een stuk akkerland groot ca. 7 en een halve lopenzaad, buiten het voetpad maar wel inclusief het voetpad zelf, gelegen in Oirschot herdgang de Notel, b.p Henrick Scoetmans waarvan is afgedeeld, de kinderen van Cornelis van Beerwinkel, de kinderen van Andries Bierkens, de gemeenschappelijke straat. Ze verkopen hun aanspraken nu aan Thomas zoon wijlen Rutgers van Kerkoerle en het bezit is stoppelbloot te aanvaarden. De verkopers beloven alle lasten hierin van hun kant af te handelen, behalve de 4 vijfde delen van een mud rogge per jaar, maat van Den Bosch en in Den Bosch te leveren aan de erfgenamen van Matheeus Kuijst vervallend per a.s. Maria Lichtmisdag, nog 4 vijfde part van een mud rogge per jaar, maat van Oirschot aan Henrick Scoetmans vervallend per a.s Maria Magdalenadag, aflosbaar met totaal 28 Karolusguldens, nog vier vijfde part van een rente van 2 gulden per jaar aan Henrick Scoetmans, vervallend per a.s. St. Jansdag, aflosbaar met totaal 32 gulden, nog 2 gulden per jaar aan de erfegamen van Loij Wouter Loijen aflosbaar met 32 gouden Karolusguldens vervallend per Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer resp. per a.s. St. Jansdag en a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar en niet eerder. Verder te moeten zorgen voor onderhoud van het voetpad naast het perceel en aan anderen overpad te moeten verlenen. (In marge: Elisabeth, Marie en Servaes wettige kinderen van Rutger Bierkens, welke Elisabeth en Marie zijn vergezeld door hun voogd Jan Wouter Aerts, hebben de verkoop van dit perceel de Lerpt goedgekeurd en doen er afstand van ten behoeve van Rijken Scoetmans, Jan Stockelmans en Adriaen Scrommen en de verkopers beloven alle lasten hierin van hun kant af te handelen. Datum 4 september 1539) (Voetnoot: Thomas Rutgers doet er afstand van vanwege het recht van vernadering en verkoopt het aan Rijcken Henrick Scoetmans, aan Jan Stockelmans als man van Iken en aan Adriaen Goijaert Scrommen als man van Barbara, dochters van wijlen Henrick Scoetmans en hij belooft alle lasten hierin af te handelen, behalve 37 en een halve stuiver per jaar .)
Idem (fol 78 no 265 dd 16-5-1539) Werner Janssen Beeldsnijder als wettige man van Aleijt wettige dochter van wijlen Joerden die Metsere verwekt door deze Joerden bij diens vrouw Elisabeth dochter van Jans Sronden, verder Jan zoon wijlen Willems van den Broecke verwekt door deze Willem bij Heijlwich wettige dochter van genoemde Joerden en Elisabeth voor hemzelf handelend en voor Erasmus, Anne, Marien en Neelken wettige kinderen van wijlen genoemde Willem en Heijlwich hierin gemachtigd zijnde door borgemeesters en schepenen en Raad van de stad Antwerpen zoals ons is gebleken uit een gezegelde brief van de stad, verkopen hierbij hun twee vijfde delen van de helft van een perceel, deels heide en deels weiland, genoemd de Soperdonk, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonk, b.p. Peter Ruelens, Michiel Verhoeven, de gemeijnte daar genoemd 't Banensveld. Deze twee delen van die helft hadden ze geerfd bij de dood van genoemde Elisabeth Sronden en ze verkopen hun aanspraken nu aan Arden die Cromme, van beroep slootmaker en de verkopers beloven alle lasten hierin van hun kant en van de kant van genoemde kinderen af te handelen.
ORA Oirschot (Toirkens 134a fol 91 no 298 dd 23-8-1540) Aert die Crom, slootmaker voor hemzelf optredend en als echtgenoot van Elisabeth dochter van wijlen Joirden die Metsere, verwekt bij deze Joirden en diens vrouw Elisabeth dochter van Jans sRonden, verkoopt hierbij de drie vijfde delen in de helft van een stuk land genoemd die Soperdonck, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck, b.p. Peter Ruelens, Michiel Verhoeven, de gemeijnte daar genoemd het Banisveld, waarvan de 2/5e delen Aert had verkregen van Werner Janssen Beeldsnijder als man van Aleijt en van Jan Willems van den Broek volgens een schepenbrief van Oirschot en het andere derde 1/5e deel had Aerden geerfd bij de dood van Elisabeth Sronden zoals hij zei. Hij verkoopt dat perceelsdeel nu aan Elisabeth wettige dochter van wijlen Henrik Scoetmans en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen.
ORA Oirschot (Toirkens 135b fol 58 no 340 dd 13-12-1546) Heijlken weduwe van Jans van Gestel heeft verklaard dat Henrick Schoetmans toen hij nog leefde aan haar een jaarlijkse rente van twee gulden heeft afgelost, welke rente Elisabeth weduwe van Joerden Smetsers eerder had beloofd aan haar man Jan Henricks van Gestel, op onderpand van een stuk akkerland groot ca. 10 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang de Notel, steeds vervallend op St. Jansdag van elk jaar zoals blijkt uit een schepenbrief van Den Bosch van het jaar 1507. Heijlken geeft daarvoor nu kwijting.
Familienaam Index 51.512 Vader 103.024 Moeder 103.025
Geboren voor 1465
Overleden voor 1533
Alias Lemmens
ORA Oirschot (Toirkens 131c fol 81v no 273 dd 31-8-1533) Lambert en Gijsbert, broers en kinderen van wijlen Aert Lemmens, verder Andries Crijns als man van Jenneken dochter van wijlen genoemde Aert Lemmens, voor henzelf handelend en voor Margriet dochter van genoemde Aert Lemmens, weduwe van Jacop Henricks en nog handelend voor haar wettige kinderen en verder namens Marie Aert Lemmens, verkopen hierbij hun erfdelen en aanspraken in een jaarlijkse rente van 20 stuivers die ze hebben geerfd bij de dood van hun broer Pauwels Aert Lemmens. Deze rente had Goijaert Peters van den Doeren als man van Elisabeth eerder aan wijlen deze Pauwel beloofd steeds op St. Andriesdag op onderpand van een een akker genoemd de Nijnekker, groot ca. 5 lopenzaad gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. de gemeenschappelijke straat, een lijweg daar, Art Hoppenbrouwers, Jan Colen, conform een schepenbrief van Oirschot. Ze verkopen hun aanspraken nu aan Wouter Aert Lemmens en de verkopers beloven alle lasten hierin van hun kant af te handelen.
Idem (Toirkens 132a fol 69v no 227 dd 9-6-1534) Wouter Aert Lemmens verkoopt hierbij een jaarlijkse rente van 20 stuivers, met de lopende termijn, welke rente Wouter deels heeft verkregen van Lambert en Gijsbrecht zijn broers zijnde en van Andries Crijns als man van Jenneken dochter van genoemde Aert Lemmens, die voor henzelf optraden en ook voor Margriet en Marien hun zusters en nog voor de wettige kinderen van genoemde Margriet, welke rente ze deels hadden ook hadden geerfd van wijlen hun broer Pauwels Aert Lemmens. Die rente had Goijaert Peters van den Doeren als man van Lisbet eerder beloofd aan genoemde Pauwels, steeds vervallend op St. Andriesdag op onderpand van een akker genoemd de Nijenakker, gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. de gemeenschapelijke straat, conform een schepenbrief van Oirschot. Hij verkoopt de rente nu aan zijn zuster Marie Aert Lemmens en de verkoper belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen. De rente blijft aflosbaar.
| Huwt voor 1490 |
Familienaam Index 51.513 Vader 103.026 Moeder 103.027
Overleden na 1536
ORA Oirschot (Toirkens 132b Fol 90v no 264 dd 13-9-1536) Aleijt Wouter Martens heeft hierbij haar zoon Lambrecht Aert Lemmens gemachtigd om namens haar al haar rentes en vorderingen te innen, voor de ontvangst daarvan kwijting te geven en alles te doen dat rechtens nodig is en speciaal ook datgene te doen dat haar zelf voor ogen gestaan zou hebben. De gemachtigde mag ook weer andere gemachtigden benoemen.
Familienaam Index 51.514 Vader 103.028 Moeder 103.029
Geboren voor 1485
Overleden Oirschot na 1539, voor 1542
ORA Oirschot (Toirkens 128b fol 12 no 59 dd 14-4-1510) Aernt de Nagelmaker, op grond van het testament van Henrick Scabroeks die hem daarvoor had gemachtigd, verkoopt nu aan Jan Gijsbrecht Quants een huis, tuin etc., groot ca. een lopenzaad, gelegen in herdgang Straten, b.p. Henrik Erven, Peter Speecks, het erf van de koper, de straat. Lasten hieruit zijn 14 stuivers per jaar aan de H. Geest en anderhalf hoen aan de heer van Petershem.
ORA Oirschot (Toirkens 128a fol 292v nos 131-2 dd 1-2-1513) Jan Gijsbrecht Quants als man van Gerit dochter van Henrick Swolfs belooft voortaan aan Willem Peter Tybisch die een jaarlijkse rente van 11 en een halve stuiver te gaan betalen, steeds op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per Maria Lichtmisdag anno 1513 op onderpand van een stuk land groot 2 lopenzaad gelegen in herdgang Straten, (…) (Idem 132) De rente uit de vorige akte is altijd aflosbaar tegen betaling van 10 peters, mits er met Kerstmis vooraf is opgezegd.
ORA Oirschot (Toirkens 128a losse perkamenten 21, 22 dd 1-2-1513) (…) Jan Gijsbrecht Quants als man van Gerit dochter van Henrick de Wolf en belooft aan Willem dochter van Peter Tybisch die voortaan een rente van 11 en een halve stuivers te gaan betalen, op onderpand van een stuk land, groot 2 lopenzaad, gelegen in herdgang Straten, b.p. Henrick Erven, de kinderen van Dirck Hoppenbrouwer de jonge, de straat. (…) (Idem los 22) Willem dochter van Peter Tybisch en verklaart dat Jan Gijsbrecht Quants een jaarlijkse rente van 11 en een halve stuiver mag aflossen, mits hij vooraf met Kerstmis opzegt, tegen betaling van 10 peters, welke rente Jan vandaag aan genoemde Willem heeft beloofd.
ORA Oirschot (Toirkens 129b fol 223v nos 8-10 dd 2-1-1522) Jan Gijsbrecht Quants verkoopt aan Goijaert Goijaert Ketelaers die een huis tuin etc., gelegen in herdgang Straten, b.p. Henrick Erven, Meeus de Crom, de kinderen van Jan Truijen, Dirck van Ham, de gemeenschappelijke straat. Lasten hieruit zijn 14 stuivers en 9 plakken aan de H. Geest van Oirschot en anderhalf hoen per jaar aan de heer van Petershem. (Idem 9) Genoemde Jan Gijsbrecht Quants heeft verklaard dat hij van Goijaert Goijaert Ketelaers een bedrag van 20 rijnsguldens heeft ontvangen in mindering op de schulden die Goijaert aan J an moest betalen vanwege de aankop van het hiervoor vermelde bezit. (Idem 10) Goijaert Goijaert Ketelaers belooft aan Jan Gijsbrecht Quants die per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar een bedrag van 56 rijnsguldens te betalen samen met een rente van een rijnsgulden voor elke 18 rijnsguldens kapitaal.
ORA Oirschot (Toirkens 129b fol 302v no 36 dd St Paulus 1523) Jan Gijsbrecht Quants heeft verklaard van Goijaert Goijaer Ketelaers een bedrag van 76 gulden, nog een bedrag van 3 rijnsguldens en 3 blanken te hebben ontvangen vanwege rente, en nog 10 stuivers als lijfkoopkosten en een grote gebonden ketel met een nieuwe band. Al die bedragen betreffen de koop van een huis etc. dat Goijaert van Jan had gekocht.
Idem (fol 400v no 276 dd 4-11-1524) (…erven) Henrick Martens van den Bichelaer, (…) verkopen aan Jan Quants een stuk beemd gelegen in herdgang Straten, b.p. Goijaert Bollen, de erfgenamen van Gijsbrecht Hoppenbrouwers, Henrick Conincks, de gemeijnte, Jenneken Joerdens of haar kinderen.
Idem (fol 404 no 296-7 dd 14-6-1524) Jan Gijsbrecht Quants heeft beloofd aan Aert Claes Schepens die voortaan jaarlijks een rente van 3 rijnsguldens te gaan betalen, steeds op St. Jansdag en voor de eerste keer per a.s. St. Jansdag over een jaar, op onderpand van een huis, tuin etc. groot 2 mudzaad gelegen in herdgang Aerle, b.p. Henrick van de Maerselaer, Lupprecht van den Schoet, heer Thomas van de Snepschuet, de gemeijnte. (Idem 297) De rente uit de vorige akte is altijd aflosbaar op St. Jansdag tegen betaling van 57 rijnsguldens, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd.
ORA Oirschot (Toirkens 130a fol 80v no 117-8 dd 4-4-1526) Jan Ghijsbrecht Quants heeft verklaard dat hij geen rechten of aanspraken heeft inzake een weiland genoemd ‘t Zonderen, gelegen in Best en doet daarvan volledig afstand . (Idem 118) Dirck Verheijden heeft hierbij machtiging gegeven aan Thomas Hoppenbrouwers, stadhouder voor de schout van Kempenland, om namens hem te verschijnen voor Ridder en Kanselier van de Raad van Brabant zijnde heer Jheronimus van der Noot, in de kwestie die daar speelt tussen Dirck Verheijden enerzijds en Jan (Gijsbrecht) Quants met nog Claes Molners als partij ter andere zijde inzake een weiland genoemd ‘t Zonderen te Best. De gemachtigde dient alles te doen wat nodig is.
Idem (fol 197v no 248 dd 14-12-1526) Johanna Scorters heeft verklaard dat ze volledig is voldaan door Jan Quants inzake een perceel genoemd de Gorter, buiten aan de Groetdonck gelegen, dat eerder eigendom van genoemde Jennen was.
Idem (130a fol 42 no 115 dd 2-3-1528) Johanna Scorters die ziek in haar bed ligt, heeft ons verklaard dat Jan Quants eerder ten hare behoeve bepaald geld in bewaring had gegeven bij schepenen welk geld Jan haar schuldig was te betalen vanwege een erfenis. In onnozelheid had ze Jan echter daarna kwijting gegeven en was daarin bedrogen. Want het is zo dat haar voogd Joest Michiels van der Waerden dat geld had behoren te betalen om daarmee betaling te doen aan Dirkc Groet Jans, welk bedrag zij zelf aan deze Dirck schuldig was te voldoen en en daarvoor heeft ze toen meer dan zes gulden bij moeten passen. Oorzaak is dat Jan Quants het geld tegen een hogere koers had omgerekend dan men normaal pleegt te doen met erfelijke rentes. Ze wenst daarom restitutie van het geld te hebben voor deze 6 gulden en meer etc. etc.
Idem (131b fol 74 no 239 dd 5-7-1532) Jan Gijsbrecht Quants en diens wettige vrouw Gerit dochterr van Henrick Swollifs hehben hierbij met wederzijdse instemming de volgende afspraak gemaakt. De langstlevende van hen beiden behoudt het recht van vruchtgebruik van al hun gezamenlijk bezit, roerend en onroerend dat een van hen na zijn of haar overlijden zal nalaten, van welke aard dan ook en waar zich dat ook bevindt, ook met inbegrip van de levende have. Met het roerende bezit en de levende have mag de langstlevende naar eigen keuze handelen, hetzij verkopen of belasten ook al zoudat in tegenspraak zijn met bepaalde rechtsprincipes en ook al zou de langstlevende opnieuw een huwelijk aangaan. Genoemde echtelieden Jan en Gerit hebben nog bepaald dat na hun beider dood de dode hand met de levende zal delen. Ze beloven deze afspraken altijd na te zullen komen.
ORA Oirschot (Toirkens 131c fol 92 nos 302-3 dd 4-11-1533) Jan Gijsbrecht Quants heeft beloofd om aan Aerden Claes Scepens die voortaan een jaarlijkse rente van 3 en een halve gouden Karolusgulden te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag, op onderpand van een huis met tuin, grond etc., samen 17 of 18 lopenzaad groot, gelegen in Oirschot herdgang Aerle, b.p. Henrick van de Maerselaer, Jacop Philips van de Schoet, heer Thomas van de Snepschuet, de gemeenschappelijke straat. Hij belooft het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de rente. (…) De rente is altijd aflosbaar op Maria Lichtmisdag nits er 3 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 60 gouden Karolusguldens. (Idem 303) Vervolgens is hier gekomen Wouter Aert Lemmens en heeft beloofd de in de vorige akte genoemde rente van 3 en een halve gulden zelf zodanig te betalen dat Jan Gijsbrecht Quants en diens bezit daarvoor gevrijwaard zullen blijven. Want Wouter verklaart dat hij vermelde geld van 69 Karolusguldens zelf ten eigen bate heeft ontvangen. Wouter belooft Jan daarvoor altijd te zullen vrijwaren.
Idem (fol 17 nos 56-7 dd 3-2-1533) Jan Gijsbrecht Quants als man van Geritken dochter van wijlen Henrick de Wolf, verkoopt hierbij aan Gijsbrecht Gijsbrechts Vlemmincks junior, een beemd genoemd de Rond Scomdonk, gelegen in Oirschot herdgang Straten ter Ameijden, b.p. een rijt daar genoemd de Scomdonkse Rijt, bepaalde personen te Liempde, de gemeijnte genoemd de Schomdonck en een gemeijnte genoemd 't Schoom. De verkoper belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen, behalve en half mud rogge per jaar aan de H. Geest te Oirschot, nog een oude grote als grondchijns aan de hertog, door de koper te betalen met ingang van de eerstvolgende vervaldag. Verder dient de waterloop daar te worden onderhouden voor zover men dat verplicht is. (Idem 57) Gijsbrecht Vlemmincks junior heeft als schuldenaar beloofd om aan Jan Gijsbrecht Quants die 57 gouden Karolusguldens te gaan betalen per a.s. Maria Lichtmisdag samen met een rente tegen de penning zestien, behalve dat wat Gijsbrecht hem tussen nu en a.s. Pinksteren zal betalen komt in mindering op die som en daarover zal hij geen rente hoeven te betalen.
Idem (132b fol 86 no 248 dd 11-8-1536) Jan zoon wijlen Gijsbrecht Quants verkoopt hierbij een akker groot ca. 8 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Aerle, b.p. Jan Lambrechts, Willem Wouter Hermans, de gemeijnte daar genoemd de Grootdonk. Hij verkoopt het perceel nu aan Wouter Aert Lemmens en de verkoper belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen, behalve een mud rogge per jaar aan Wouter als koper, nog 7 lopen rogge per jaar aan Dirck Jan Stockelmans, nog een oud schild per jaar aan genoemde Dirk, nog ongeveer twee stuivers als grondchijns per jaar aan de hertog.
Idem (132a fol 26 no 84 dd 4-2-1534) Adriaen Harnismakers heeft als schuldenaar beloofd om aan Jan Quants die 54 Karolusguldens te gaan betalen tussen nu en a.s. St. Andriesdag.
Idem (132c fol 29 nos 87-89 dd 21-2-1537) Jan Gijsbrert Quants heeft aan mij (secretaris van Kerkoerle) beloofd ten behoeve van Ariken dochter van Jans van Leijenborg die een jaarlijkse rente van 3 gouden Karolusguldens te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag, op onderpand van een huis, tuin etc., groot ca. 2 mudzaad, gelege in Oirschot herdgang Aerle, b.p. Henrick van den Maerselaer, Jacop van den Scoet, de gemeenschappelijke straat, heer Thomas van den Snepschuet. Hij belooft het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de rente. De rente is aflosbaar op Maria Lichtmisdag, tegen betaling van 50 gouden Karolusguldens. (Idem 88) Vervolgens is hier verschenen Joest natuurlijke zoon van wijlen Dirck Hoppenbrouwers (en van diens moeder Arieken van Leijenborg uit de vorige akte) en heeft bekend dat hij van genoemde Jan Quants deze 50 gulden heeft ontvangen, voor zijn eigen gebruik. Hij belooft de jaarlijkse rente van 3 gulden daarom zodanig steeds aan Ariken Jans zijn moeder, te zullen betalen en wel op zijn laatst binnen nu en zes jaar, zodat het bezit van Jan Quants daarvoor gevrijwaard blijft. Joest verbindt daarvoor zijn persoon en al zijn bezit. (Idem 89) Joest Hoppenbrouwers uit de vorige akte verhuurt hierbij aan Jan Gijsbrecht Quants een beemd genoemd de Broekbeemd gelegen in Oirschot herdgang Aerle in de Bodemsteegde daar, b.p. Adriaen Harnismakers, en wel voor een termijn van 6 achtereenvolgende jaren, en het eerste jaar begint per afgelopen Maria Lichtmisdag. Daarvoor zal Jan als huurder Joest elk jaar op Maria Lichtmisdag 8 Karolusguldens en 5 stuivers betalen en de eerste termijn daarvan zal zijn per a.s. Maria Lichtmisdag. Joest belooft de pacht altijd na te zullen komen en zal alle lasten hierin van zijn kant afhandelen.
ORA Oirschot (Toirkens133b fol 72v no 256 dd 5-5-1539) Jan zoon wijlen Wouter Thomas van de Ven verhuurt hierbij aan Henrick Jan Quants het huis met tuin, grond, boomgaard, akker en weiland, gelegen in Oirschot herdgang Hedel, zoals de verpachter dat heeft verkregen van de erfgenamen van Margriet Lebbens weduwe van Gijsbrecht Scremers. De pacht loopt voor 6 achtereenvolgdende jaren en voor het huis, de dries en het weiland kan dat aanvaard worden per a.s. Pinksteren, en de 12 roedes tuin uit de grote tuin voor het huis liggend nu meteen al, en het akkerland in de oogsttijd erna, stoppelbloot en dat alles moet ook zo weer worden achtergelaten aan het einde van de pachttermijn. (…) Indien het zou gebeuren dat de pachter niet betaalt, en als Jan als verpachter niet in staat is om zijn vordering op het bezit van Henrick te verhalen voor wat betreft het laatste jaar van de pachttermijn voor nog onbetaalde restanten daarvan, zijn hiervoor nu verschenen Wouter Aert Lemmens die Cremere en Jan Gijsbrecht Daniels en hebben zich garant gesteld voor de nakoming van hetgene Henrick niet betaald zal hebben inzake de pacht of dat niet uit diens bezit verhaald kan worden. Daarvoor verbindt Wouter zich voor de helft en Jan Gijsbrecht Daniels zich voor de andere helft. Henrick als pachter belooft zijn borgen hiervoor weer te zullen vrijwaren.
Idem (fol 74 no 259 dd 6-5-1539) Henrick Jan Quants verwekt door Jan Quants bij wijlen diens vrouw Aleijt Jan Stockelmans, heeft voor een bepaald geldsbedrag waarvoor hij verklaart te zijn betaald, afstand gedaan van zijn aanspraken ten behoeve van Wouter Aert Lemmens als man van Beelken dochter van genoemde Jan Quants, inzake alle roerende en onroerende bezit dat hij van wijlen zijn moeder Aleijt heeft geerfd en dat Jan Quants en diens vrouw Geritken na hun beider dood zullen achterlaten. Genoemde Henrick belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen. Om verder alle twist hierin te voorkomen hebben Henrick en Wouter ermee ingestemd dat na de dood van Jan Quants en genoemde Geritken, genoemde Henrick als voorzoon van Jan Quants en de 2 andere kinderen van Jan in diens tweede huwelijk, die elk 1/3e deel zullen krijgen van het huis en grond genoemd het Maerselaer, dat vandaag de dag wordt gebruikt door Jan Quants en diens vrouw Geritken, maar de twee nakinderen zullen vooraf aan de deling 80 Karolusguldens krijgen afkomstig uit het bezit van genoemde Geritken en daarmee is ook Libbeken Quants uitgekocht. Beiden beloven deze afspraak na te zullen komen.
| Huwt (1) |
Aleijt Jan STOCKELMANS
Overleden voor 1510
| Huwt (2) na 1508, voor 1510 |
Familienaam Index 51.515 Vader 103.030 Moeder 103.031
Overleden na 1548
Alias Gerritke, Gertrude; Wolffs, Swolfs etc.
ORA Oirschot (Toirkens 134c fol 94 nos 290-294 dd 21-11-1542) Geritken weduwe van Jan Quants uit het tweede huwelijk, met Heijmerick Claes Scepens als haar voogd, doet afstand van haar recht van vruchtgebruik inzake een huis, tuin, grond etc. samen aan elkaar gelegen, te Oirschot herdgang Aerle, genoemd Dmaerselaer, b.p. Henrick van den Maerselaer en zijn kinderen, de gemeijnte genoemd 't Piekenveld, de erfgenamen van heer Thomaes van den Snepschuet, Jacop Philips van den Schoot, de gemeenschappelijke straat. Ze doet er nu afstand van ten behoeve van Henrik Jan Quants uit het eerste huwelijk van Jan Quants en ten behoeve van Beelken en Aleijt wettige kinderen van wijlen genoemde Jan Quants en van Geritken uit diens tweede huwelijk, elk voor een derde deel, volgens een minnelijke overeeenkomst daarover en huwelijkse voorwaarden destijds, die zoals ze zeiden daarover zijn gemaakt. (Idem 291) Henrick zoon wijlen Jan Quants verwekt bij deze Jan Quants en bij diens eerste vrouw Aleijt, verder Jan wettige zoon van Jan van Kerckoerle, als wettige man van Beelken, nog Henrick Rutgers van der Vlueten als wettige man van Aleijt, beiden wettige dochters van wijlen genoemde Jan Quants verwekt bij Geritken diens tweede vrouw, hebben met elkaar een boedelverdeling gemaakt inzake het bezit dat ze hebben geerfd van wijlen hun vader Jan waarvan Geritken in de vorige akte afstand van haar recht van vruchtgebruik heeft gedaan. Henrick Jan Quants krijgt een akker genoemd de Streepe en de Grote Dries samen aan elkaar gelegen, gelegen in Oirschot herdgang Aerle, b.p. de gemeijnte genoemde 't Piekenveld, Jan van Kerckoerle waarvan het is afgedeeld, Jacop Philips van den Schoet, de gemeenschappelijke straat. Verder krijgt hij het middelste deel van een akker genoemd de Groot Ecker met recht van overpad over het perceel van genoemde Jan en Henrick, zoals dat is afgepaald en ongeveer ter zelfder plaatse als hiervoor is gelegen, b.p. aan de oostkant Jan van Kerckoerle, Henrick van der Vleuten, van welk beide erven het is afgedeeld, de erfgenamen van heer Thomaes van den Snepschuet. Verder krijgt hij de betimmering van de poort en de schaapskooi, die afgebroken zullen moeten worden. Hieruit moet jaarlijks 2 en een halve gulden worden betaald in Den Bosch aan een nonnenklooster achter de Tolbrug aldaar. Verder moet er recht van overpad worden verleend aan het erf van genoemde Jan en Henrick over de korste weg en met de minste lasten. Verder mag hij zolang de oven gebruiken die nu in het grote huis staat, maar niet alnger dan als zodanig en hij mag de vijver aldaar gebruiken om te wassen ( waskuil ) als hij dat wil en wel tot in lengte der dagen.
Jan Janszoon van Kerkoerle krijgt voor zover het erfrecht daarover is vastgelegd bij de huwelijkse voorwaarden daarover tussen hem en Beelken, een schuur en de grond daarvan en het daarbij gelegen akkerland, gelegen in Oirschot herdgang Aerle, b.p. genoemde Henrick Quants waarvan het is afgedeeld, Henrick van der Vlueten waarvan het is afgedeeld, Jacop Philips van den Scoet. Verder krijgt hij de helft van de watersloot aldaar, waarvan de andere helft aan Henrick van der Vleuten behoort, b.p. de gemeenschappelijke straat. Verder krijgt hij een deel van de Groot Ecker met recht van overpad over de percelen van Henrick Quants en Henrick van der Vlueten, ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, b.p. aan de oostkant Henrick van den Maerselaer, genoemde Henrick Quants, de erfgenamen van heer Thomaes van den Snepschuet. Hieruit moet jaarlijks aan het kapittel te Eindhoven een rente van 2 en een halve gulden worden betaald. Verder moet er ook overpad worden verleend aan de erven van Henrick Quants en Henrick van der Vlueten op de kortste manier en met de minste overlast. Verder mag Jan zolang de oven daar staat in het grote huis, daarvan gebruik maken en hij mag ook ten eeuwige dage de vijver gebruiken om er te wassen. (In marge : Wordt gegeven aan Henrick van der Vlueten aan wie het is overgedragen.) Henrick van der Vlueten in zijn hoedanigheid krijgt het grote woonhuis met de grond, de tuin, het akkerland etc. met een deel van de Groot Akker samen aan elkaar gelegen, met recht van overpad over het perceel van genoemde Jan en Henrick, gelegen in Oirschot herdgang Aerle, b.p. Henrick van den Marselaer, Henrick Quants, Jacop Philips van den Schoot, Jan van Kerckoerle, de erfgenamen van heer Thomas van den Snepschuet, de gemeenschappelijke straat. Hieruit moet jaarlijks de grondchijns worden betaald over het gehele bezit dat hier bij de boedelverdeling wordt verdeeld, nog 6 lopen rogge per jaar aan Wouter van der Vloet, nog een gulden per jaar aan Willem Peter Wouters, nog 2 en een halve gulden per jaar aan het kapittel te Eindhoven. Verder moet erecht van overpad worden verleend aan genoemde Henrick Quants en aan genoemde Jan op de kortste wijze en met de minste overlast. Verder moet hij toestaan zolang die oven er in het woonhuis is, dat Henrick en Jan daar voortaan kunnen bakken en ze mogen ook altijd gebruik maken van de vijver aldaar om er te wassen als ze dat willen. (…) (Idem 292) Henrick zoon wijlen Jan Quants uit het eerste huwelijk, heeft beloofd om aan Geritken weduwe van genoemde Jan Quants, waarbij zij daarvan het vruchtgebruik krijgt en Jan Janszoon van Kerckoerle als man van Beelken en verder Henrick Rutgers van der Vlueten als man van Aleijten, beide wettige dochters van genoemde wijlen Jan Quants en Geritken daarvan het erfrecht, die voortaan een jaarlijkse rente van 31 stuivers te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar, op onderpand van het bezit dat hem vandaag bij de boedelverdeling toebedeeld is geworden zoals vermeld in de voorgaande akte. Datum en getuigen als boven. De rente is altijd aflosbaar op Maria Lichtmisdag van elk jaar, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 26 gulden en de achterstallige termijnen. (Idem 293) Jan Janszoon van Kerckoerle als wettige man van Beelkenen dochter van wijlen Jan Quants uit de vorige akte, heeft beloofd om aan Geritken weduwe van Jan Quants die voortaan een jaarlijkse pacht van een mudde rogge te gaan betalen en nog een jaarrente van 31 stuivers zolang Geritken leeft, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar, op onderpand van het bezit dat hem vandaag bij de boedelverdeling toebedeeld is geweest, zoals staat vermeld in de voorgaande akte. (Idem 294) Henrick Rutgers van der Vlueten als wettige man van Aleijt dochter van wijlen Jan Quants uit de vorige akte, heeft beloofd om aan Geritken weduwe van wijlen Jan Quants die voortaan een jaarlijkse pacht van een mudde rogge te gaan betalen en en nog 31 stuivers per jaar, zolang deze Geritken leeft, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar, op onderpand van zijn grond en huis zoals hem dat vandaag bij de boedelverdeling is toebedeeld is geweest en in de voorgaande akte is vermeld.
ORA Oirschot (Toirkens 133b fol 74 no 259 dd 6-5-1539) Henrick Jan Quants verwekt door Jan Quants bij wijlen diens vrouw Aleijt Jan Stockelmans, heeft voor een bepaald geldsbedrag waarvoor hij verklaart te zijn betaald, afstand gedaan van zijn aanspraken ten behoeve van Wouter Aert Lemmens als man van Beelken dochter van genoemde Jan Quants, inzake alle roerende en onroerende bezit dat hij van wijlen zijn moeder Aleijt heeft geerfd en dat Jan Quants en diens vrouw Geritken na hun beider dood zullen achterlaten. Genoemde Henrick belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen. Om verder alle twist hierin te voorkomen hebben Henrick en Wouter ermee ingestemd dat na de dood van Jan Quants en genoemde Geritken, genoemde Henrick als voorzoon van Jan Quants en de 2 andere kinderen van Jan in diens tweede huwelijk, die elk 1/3e deel zullen krijgen van het huis en grond genoemd het Maerselaer, dat vandaag de dag wordt gebruikt door Jan Quants en diens vrouw Geritken, maar de twee nakinderen zullen vooraf aan de deling 80 Karolusguldens krijgen afkomstig uit het bezit van genoemde Geritken en daarmee is ook Libbeken Quants uitgekocht. Beiden beloven deze afspraak na te zullen komen.
Idem (135b fol 24 nos 148-9 dd 10-3-1545) Gertrude Quants weduwe van Jan Quants met haar voogd Embrecht Claessen heeft na een daarvoor verkregen schepenbankvonnis afstand gedaan van haar recht van vruchtgebruik inzake een stuk beemd genoemd die Meije Wart, en wel ten behoeve van Jan Ghijskens de jonge en Henrick Rut Willems. (Idem 149) Genoemde Jan Gijsbrechts en Henrick uit de vorige akte hebben beloofd dat zij alle achterstallige en ook toekomstige lasten van dat perceel zodanig zullen afhandelen en betalen dat genoemde Geertruid daarvoor gevrijwaard blijft en verder zullen ze haar zolang ze leeft ieder elk jaar de helft van een vierde bussel rijshout leveren.
Familienaam Index 51.520 Vader 103.040 Moeder 103.041
Overleden na 1569, voor 1585
ORA Oirschot (Toirkens 134b fol 62 no 205-6 dd 26-4-1541) Margriet weduwe van Dielis Corstens met mij als haar voogd, doet hierbij afstand van haar recht van vruchtgebruik inzake het derde deel van alle vaste en roerende bezittingen waarvan zij het vruchtgebruik heeft en dat door wijlen genoemde Dielis is nagelaten, van welke aard dan ook en waar zich dat bezit ook bevindt. Ze doet er nu afstand van ten behoeve van Henrick Janssen van Gestel als man van Margriet, wettige dochter van wijlen genoemde Dielis en Margriet van hierboven. (Idem 206) Henrick Janssen van Gestel als man van Margriet uit de voorgaande akte verkoopt hierbij zijn kindsdeel zijnde het derde deel van alle vaste en roerende bezittingen zoals is vermeld in de voorgaande akte, nu aan zijn zwager Corstiaen Dielis Corstens en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen.
| Huwt ca. 1525 |
Familienaam Index 51.521 Vader 103.042 Moeder 103.043
Geboren voor 1505
Overleden na 1541
Familienaam Index 51.522 Vader 103.044 Moeder 103.045
Overleden na 1566
ORA Oirschot (Toirkens 131b fol 8 no 26 dd 22-1-1532) Daniel Henrick Daniels verkoopt hierbij een huis met tuin, grond etc., gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. Henrick van Strijp, Jan Joris, de gemeenschappelijke straat. Nog verkoopt hij een akker ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, b.p. Henrick van de Ven, Dirck Dielissen, Goijaert Janssen, de gemeenschapplijke straat. Hij verkoopt deze bezittingen nu aan Antonis Henrick Erven en de verkoper belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen, behalve een pacht van 8 lopen rogge per jaar aan heer Henrick Stockelmans, nog twee blanken en een moorke als chijns aan de hertog, nog behalve een rente van een gulden per jaar aan Barbara dochter van Andries Molders aflosbaar met 20 gulden, nog behalve een jaarlijkse rente van 2 Rijnsgulden aan de erfgenamen van Aert Scepens aflosbaar 32 Rijnsguldens, nog 2 gulden per jaar aan de weduwe en kinderen van Cornelis van Beerwinkel aflosbaar mert 32 gulden, nog een rente van een gulden per jaar aan Jan Scepens aflosbaar met 16 gulden, nog behalve een rente van 16 stuivers per jaar aan Peter Joerdens aflosbaar met 9 gulden alles volgens de brieven daarvan. Antonis zal die rentes en lasten voortaan gaan betalen en wel ingaan de a.s Maria Lichtmisdag over twee jaar en hij zal die dan voortaan zelf zodanig betalen of aflossen dat Daniel en zijn bezit daarvoor verder gevrijwaard blijft. (Idem 27) Genoemde Antonis uit de vorige akte als koper heeft aan Daniel beloofd die 51 Karolusguldens te zullen betalen met een rente van 10 stuivers te voldoen per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar, maar Daniel is wel verplicht aan Antonis hem alle rentebrieven te overhandigen en op die koopsoom zal nog in min dering komen het geld dat door de gemeente daarvan intussen wordt opgeeist of als lasten wordt opgelegd, alles volgens schatting van goede mannen te Strathen.
ORA Oirschot (Toirkens 131c fol 32 no 111-113 dd 6-3-1533) Willem Goijaert Willem Roestenborgs heeft beloofd om voortaan aan Daniel Henrick Daniels die een jaarlijkse rente van anderhalve Karolusgulden te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag op onderpand van het zesde deel van een huis, tuin etc., in totaal ca. een mudzaad, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonk, b.p. Willem Happen, de gemeenschappelijke straat, Dirck Moermans. Hij belooft het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de rente. De rente is altijd aflosbaar op Maria Lichtmisdag, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 24 gouden Karolusguldens. (Idem 112) Daniel Henrick Daniels verkoopt hierbij aan Goijaert Henrick Sroijen die een beemd genoemd het Heijn Nevenbeemdken, gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. Peter Gerit Stijnen, verder de gemeijnte. De beemd is direkt te aanvaarden en de verkoper belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen, behalve eeen half mud rogge, maat van Oirschot en in Oirschot te leveren aan het gasthuis van heer Adams (van Miert) in Den Bosch, waarvan de eerste termijn vervalt per a.s. Maria Lichtmisdag. Verder te moeten zorgen voor onderhoud van wegen en waterlopen. (Idem 113) Goijaert Henricfk Sroijen heeft beloofd as schuldenaar om aan Daniel Henrick Daniels die 9 gouden Karolusguldens te gaan betalen per a.s. Maria Lichtmisdag.
ORA Oirschot (Toirkens 132a fol 110 no 344-5 dd 18-12-1534) Willem Goijaert Roestenborchs die men ook wel Verhoeven noemt, verkoopt hierbij het 1/6e deel zijnde zijn erfdeel in een huis, tuin, grond etc., gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck, b.p. Willem Happen, het erf eerder van Dirck Moermans, Dirck Willems van Berse, de gemijnte. Nog verkoopt hij het 1/6e deel van een beemd genoemd Scauteth, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonk, b.p. de kinderen van Henrick Philips van Hersel, verder rondom in de gemeijnte daar. Dat zesde deel had hij geerfd bij de dood van Gerard, Antonis en Jan, broers en kinderen van Peter Neven, zijnde zijn ooms en wettige brores van zijn moeder Engel Peter Neven. Hij verkoopt dat erfdeel nu aan Daniel Henrick Daniels en de verkoper belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen. (Idem 345) Daniel Henrick Daniels namens hemzelf en ook als man van Katalijn dochter van Goijaert Roestenborchs die men ook wel Verhoeven noemt, heeft beloofd om aan Willem Goijaert Roestenborchs die men ook Verhoeven noemt, die een jaarlijkse rente van 3 Karolusguldens te gaan betalen, steeds op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar, op onderpand van de twee zesde delen van het bezit in de vorige akte vermeld. Hij belooft het bezit in voldoende goede staat te houden voor de betaling van de rente. (marge: doorgehaald 6 augustus 1636). De rente is aflosbaar op Maria Lichtmisdag, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 40 gouden Karolusguldens.
ORA Oirschot (Toirkens 130a fol 4v no 13 dd 19-1-1535) Henrick Jan Bogaerts als man van Elisabeth dochter van Goijaert Roestenborchs, verkoopt hierbij twee zesde delen van een huis, tuin etc., gelegen in Oirschot herdgang Spoordocnk, b.p. Willem Happen, het erf dat eerder van Dirck Moermans was, Dirck Willems van Berse, de gemeijnte. Nog verkoopt hij de twee zesde delen inzake een beemd genoemde Scouteth, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonk, b.p. de kinderen van Henrick Philips van Herzel, de gemeijnte, welk 1/6de deel van het bezit Henrick had geerfd als echtgenoot vanwege het overlijden van Gerard, Antonis en Jan, broers en kinderen van wijlen Peters Neven, zijnde de oom van genoemde Elisabeth en welk andere zesde deel Henrik had verkregen van Henrick Goijaert Roestenborchs conform schepenbrief van Oirschot. Hij verkoop zijn erfdelen nu aan Daniel Henrick Daniels en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen en namens zijn vrouw. (Idem no 14) Daniel Henrick Daniels heeft als schuldenaar beloofd om aan Henrick Jan Bogaerts die 13 gulden te gaan betalen per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar en hij verbindt hiertoe zijn persoon en bezit.
ORA Oirschot (Toirkens 132bb fol 23v no 79 dd 1-2-1536) Daniel Henrick Daniels heeft beloofd om aan Jan Pauwels Vlemmincks die een jaarlijkse rente van 4 Karolusguldens te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag, op onderpand van een huis tuin, grond etc., groot ca. een mudzaad, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonk, b.p. Willem Happen, het erf dat eerder van Dirck Moermans was, Dirck Willems van Berse, de gemeijnte. Nog op onderpand van een beemd genoemd Scauteth, ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, b.p. de kinderen van Henrick Philips van Hersel, verder rondom in de gemeijnte. Hij belooft de onderpanden in goede staat te houden voor de betaling van de rente. De rente is altijd aflosbaar op Maria Lichtmisdag, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 66 gouden Karolusgulden. (marge : Met instemming van Adriaen Peter Burchmans en Claus Laureijssen doorgehaald die het geld hebben ontvangen. Datum 28 maart 1639)
ORA Oirscgot (Toirkens 133a fol 43 no 87 dd 5-4-1538) Daniel Henrick Daniels heeft beloofd om aan Jan Goijaert Roestenborgs die een jaarlijkse lijfrente van 3 Karolusguldens te betalen, zolang zijn vader Goijaert Roestenburgs leeft en niet langer, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag, op onderpand van een huis, tuin, grond etc., groot ca. een mudzaad, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonk, b.p. Willem Happen, het erf dat eerder van Dirck Moermans was, Dirck Willems van Berze, de gemeijnte. Hij belooft het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de rente.
ORA Oirschot (Toirkens 137b fol 57v no 266 dd 17-4-1553) Daniel zoon Henrick Daniels doet afstand van zijn recht van vruchtgebruik waaarop hij recht heeft inzake een jaarlijkse rente van 25 stuivers, welke rente Jacop Aert Smetsers eerder had beloofd aan Goijaerden Roestenborchs die men ook wel Verhoeven noemt, steeds vervallend met Pasen op onderpand van een weiland groot ca. 7 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck, b.p. de weduwe en kinderen van Daniels van Gerwen, conform een schepenbrief van Oirschot d.d. 26 maart 1532. Deze rente had genoemde Daniel als man van Katherijnen dochter van genoemde Goijaert Roestenborchs toen zij leefde voor wat betreft het vruchtgebruik daarvan en zijn wettige kinderen verwekt bij deze Kathalijn, daarvan het erfrecht toebedeeld gekregen conform een schepenbrief van Oirschot. Hij doet er nu afstand van ten behoeve van die genoemde wettige kinderen.
(Idem no 267) Antonis Joosten van Roije als man van Marieken dochter van Daniel Henrick Daniels, verder Jan Goijaert Henricks, Goijaert Roestenborchs en Henrick Jan Bogaerts vanwege Henrieksken, Dircksken, Engelken en Anne allen kinderen van genoemde Daniel waarvoor zij optreden, verkopen hierbij de jaarlijkse rente van 25 stuivers die Jacop Aert Smetsers eerder had beloofd aan Goijaerden Roestenborchs die men ook wel Verhoeven noemt, steeds vervallend met Pasen op onderpand van een weiland groot ca. 7 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonk, b.p. de weduwe en kinderen van Daniels van Gerwen, conform een schepenbrief van Oirschot d.d. 26 maart 1532. De rente wordt nu verkocht aan Jan Peter Dielisssen.
| Huwt (1) |
Familienaam Index 51.523 Vader 103.046 Moeder 103.047
Overleden na 1536, voor 1542
ORA Oirschot (Toirkens 141c fol 459v no 184 dd 13-6-1576 Caerl zoon wijlen Antonis Peter Antonissen van der Ameijden verkoopt een rente van 3 gulden per jaar met een vervallen en een lopende termijn, welke rente Caerl bij de boedelverdeling toebedeeld heeft gekregen en deze Peter Antonissen van der Ameijden eerder had verkregen van Henrick Rutger Beckers en Henrick weer verkregen had van Willem Goijaert Roestenberchs en van Danel Henrick Danielssn., voor hemzelf en als man van Catharijn dochter van Goijaert Roestenberchs die men ook wel Verhoeven noemt. De rente vervalt elk jaar op Maria Lichtmisdag op onderpand van twee zesde delen van een huis met tuin etc. gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck, b.p. Willem Happen, het erf dat eerder van Dirck Moermans was, Dirck Willems van Beerze, de gemeijnte. Ook nog op onderpand van twee zesde delen van een beemd genoemd Schauteth, ter zelfder plaatse gelegen, b.p. de kinderen van Henrick Philips van Hersel, de gemeijnte, conform een schepenbrief van Oirschot d.d. 18 december 1534. De rente wordt nu verkocht aan Catharijn dochter van Gijsbrecht Hoppenbrouwers, weduwe van Jans van den Maerselaer, waarbij Catharijn het vruchtgebruik krijgt en haar wettige kinderen verwekt bij genoemde Jan van den Maerselaer het erfrecht.
| Huwt (2) voor 16-6-1542 |
Elisabeth Servaes MICHIELS
Geboren Beerse
ORA Oirschot (Toirkens 134c fol 71v no 234 dd 16-6-1542) Daniel Henrick Daniels als wettige man van Elisabeth wettige dochter van Servaes Michiels, verkoopt hierbij de jaarlijkse rente van 23 stuivers met de lopende termijn, welke rente deze Servaes in schepenbrieven van Beers aan zijn dochter Elisabeth eerder heeft beloofd, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin, grond etc. gelegen in Beerse, b.p. de gemeijnte aldaar. Hij verkoopt de rente nu aan Jan en aan Henrick, gebroeders en kinderen van Goijaert van der Hoven en aan Henrick Jan Bogaerts als voogd over de minderjarige kinderen van genoemde Daniel verwekt bij Katarijnen Goijaerts van der Hoeven en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen. (Idem 235) Jan en Henrick, gebroeders en wettige kinderen van Goijaerts van der Hoeven en nog Jan Henrick Bogaerts als voogden over de minderjarige kinderen van Daniel uit de vorige akte, als partij ter ener zijde en Daniel Henrick Daniels als weduwnaar van Katalijn dochter van Goijaerts van der Hoeven als partij ter andere zijde hebben door bemiddeling van goede mannen, inzake de hoeve waar genoemde Katalijn in gestorven is, een minnelijke overeenkomst met elkaar gemaakt. Genoemde Daniel en diens tegenwoordige echtgenote Elisabeth mogen alle roerende bezitingen blijven behouden die door deze Katalijn zijn nagelaten omdat Daniel de helft van deze goederen heeft gekocht met het geld dat van deze Elisabeth afkomstig is en aan genoemde voogden heeft betaald. Indien deze Elisabeth komt te overlijden voor Daniel, dan moet Daniel aan de erfgenamen van Elisabeth een bedrag van 21 gulden restitueren afkomstig van het geld van Elisabeth, maar de kinderen of de voogden mogen na het overlijden van Daniel wel twee bedden komen halen, verder een kist, twee oorkussens, een tinnen schotel, een koperen pot en verder niets. Partijen hebben over en weer beloofd dit akkoord na te zullen komen.
Familienaam Index 51.524 Vader 103.046 Moeder 103.047 Tevens 51.694
Overleden na 1582, voor 1584
Alias Roesten en Van der Hoeven.
ORAOirschot (Toirkens 132bb fol 41 no 133 dd 22-3-1536) Heer Thomas van de Ven, priester voor hemazelf handelend en voor zijn zusters Marie en Aleijt, heeft beloofd om voortaan aan Peter Goijaert Roestenbergs die een rente van 2 gouden Karolusguldens per jaar te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag, op onderpand van een huis, tuin, grond etc. gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. Aert Henricks, Henrick Belaerts, de gemeenschappelijke straat. Nog op onderpand van een weiland genoemd de lange Streep, gelegen in Oirschot herdgang Hedel, b.p. Henrick Goijaerts, de rector van het St. Barbara-altaar in de kerk te Oirschot, de Quantsakker, de kinderen van Lijsken meester Henricks. De rente is altijd aflosbaar op Maria Lichtmisdag, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 32 gouden Karolusguldens.
ORA Oirschot (138a fol 8 no 33 dd 28-1-1556) Henrick zoon Daneel Henrick Daneels heeft beloofd om voortaan aan Peter Goijaertsoen van der Hoeven een rente van 20 stuivers per jaar te gaan betalen (…)In marge: Met instemming van de kinderen van Goijaert Peter Verhoeven doorgehaald, 17 februari 1638.
ORA Oirschot (Toirkens 139a fol 56 no 206 dd 4-4-1561) Wouter Thomassen van den Ven als voogd over Barbara dochter van Ansem Aerts van den Venne verwekt bij Heijwigen dochter van Jans van den Schoet, verkoopt hierbij de helft van een beemd, genoemd 't Henrickslaer, die Wouter in zijn hoedanigheid heeft verkregen van Jaspar Mathijssen, chirurg, als man van Elisabeth dochter van Wouter Gregoris (van Kuijck) en deze Elisabeth had verkocht en zelf eerder had verkregen op grond van het testament dat door Jan van den Schoet junior met deze Elisabeth was gemaakt, zoals uit dat testament d.d. 22 november 1560 blijkt. Het perceel is gelegen in herdgang Spoordonck, b.p. Peter Goijaerts van der Hoeven, de erfgenamen van Peeter H..., de gemeijnte. Hij verkoopt het perceel nadat hij daarvoor een schepenbankvonnis heeft laten maken na 3 veilingsdagen nu aan Peeter Goijaerts van der Hoeven (…).
ORA Oirschot (Toirkens 139b fol 52v no 180 dd 13-3-1562) Jacop Aert Smetsers en Rutger zoon wijlen Goijaerts die Molder als voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Dirck Jan Eigenbroets verwekt bij Catherijnen dochter van wijlen Nicolaes Willems die Coninck, mede op grond van diverse vonnissen en decreten van Oirschot, verkopen nu een huis, tuin, grond etc. gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck onder Boterwijk aldaar, b.p. Adam Loijen, de gemeenschappelijke straat, de Heelsche Stede. Ook verkopen ze een akker groot ca. 2 lopenzaad, ter zelfder plaatse gelegen, b.p. Jenneken weduwe van Jans van Mol, Michiel Henricks van de Schoot, de kinderen van wijlen Jan Ansems, de kinderen van wijlen Thomas die Hoppenbrouwer. Deze bezittingen worden nu verkocht aan Jan Nicolaes Willems en aan Peter Goijaert van der Hoeven en de verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen (…) (Idem no 181) Peter Goijaerts van der Hoeven heeft als schuldenaar beloofd om aan Jacop Aert Smetsers en aan Rutger zoon wijlen Goijaerts die Molder als voogden, die een bedrag van 103 gulden te zullen gaan betalen per a.s. St. Jacopsdag zonder rente danwel per a.s. St. Jacopsdag over een jaar met een rente tegen de penning zestien.
ORA Oirschot (139c fol 291 no 41 dd 11-2-1563) Jan Simon Cortten verkoopt twee weilanden aan elkaar, gelegen te Oirschot herdgang Spoordonck onder Boterwijck, b.p. Henrick Goijaerts int Eeckerschot, Dirck Simons, het erf van de koper, een pad genoemd de Heelsche Steegde, Gijsbrecht Willems van den Heuvel. Ook verkoopt hij een beemdje met een houtveld daaraan, ter zelfder plaatse gelegen, b.p. het erf van de koper, Jan Peters van der Luijsdonck, de rector van het St. Wilbortsaltaar te Oirschot. Hij verkoopt deze percelen nu aan Peter Goijaerts van der Hoeven (…)
ORA Oirschot (Toirkens 139d fol 43v no 109 dd 7-2-1564) Henrick zoon wijlen meester Pauwels Brouwers verkoopt hierbij een stuk akkerland genoemd de Voorste Hoeve, groot ca. 8 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck, b.p. Gielis Alaerts, Peter Janssen Vervloet, de gemeenschappelijke straat. Hij verkoopt dit perceel nu aan Peeter Goijaert Roestenburchs die men ook wel Verhoeven noemt. (…) (Idem 110) Genoemde Peter heeft vanwege een ruil aan genoemde Henrick een jaarlijkse rente overgedragen van 4 gulden welke rente Daniel Henrick Danielszoon eerder had beloofd aan genoemde Peter, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin, grond etc. gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck, b.p. Willem Happen, het erf dat van Dirck Moermans was, Dirck Willems van Beerse, de gemijnte. Ook nog op onderpand van een beemd genoemd de Scauteth, ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, b.p. de kinderen van Henrick Philips van Heersel, de gemeijnte aldaar, conform een schepenbrief van Oirschot d.d. 31 januari 1536. Verder verkoopt hij aan deze Henrick nog een rente van 20 stuivers, die genoemde Daniel jaarlijks op zijn bezit heft. Genoemde Peter belooft alle lasten van zijn kant af te handelen.
ORA Oirschot (Toirkens 142a fol 40v no 99 dd 9-12-1577) Gijsbrecht zoon wijlen Jans die Hoppenbrouwer, Peter zoon wijlen Goijaerts van der Hoeven, Willem zoon wijlen Henrick Goijaerts en Danel zoon wijlen Willem die Metser hebben samen en ieder hoofdelijk als schuldenaars beloofd om aan heer en meester Lauwreijs Rosen, kanunnik te Oirschot, ten behoeve van monsieur Niclaes de Zuttere, koopman te Antwerpen, een bedrag van 990 gulden te zullen betalen, per a.s. St. Andriesdag anno 1578 en dat moet in de stad Antwerpen worden betaald. Ze doen daarbij afstand van alle privileges waarop ze aanspraken zouden kunnen doen, en als genoemde personen op die genoemde datum niet betalen dan zal Monsieur Niclaes naar naar Oirschot mogen komen danwel een gemachtigde van hem en mag daar dan net zolang op kosten van genoemde schuldenaars verblijven totdat er betaald zal zijn. Wij als schepenen verklaren dat genoemde personen voldoende financiele draagkracht hebben voor de betaling van dat bedrag. (Idem 100) Genoemde schepenen en ander gezworenen en raadsmannen hebben beloofd om genoemde schuldenaars uit de vorige akte te zullen vrijwaren voor hun belofte omdat dit geld is opgenomen voor de gemeente Oirschot.
Idem (fol 51v no 127 dd 6-5-1577) Genoemde heer Aert uit de vorige akte (Heer Aert zoon Peter Willems van Breugel, kantor te Oerle) heeft als schuldenaar beloofd om aan Peter Goijaerts van der Hoeven een bedrag van 106 gulden te zullen betalen per a.s. Maria Lichtmisdag. (voetnoot:Deze 106 gulden zijn door genoemde Peter Goijaerts van der Hoeven aan de gemeente Oirschot betaald op zijn contributie d.d. 20 november 1589 zonder daarvoor rente te hebben gehad, derhalve is de originele brief doorgehaald.)
ORA Oirschot (Toirkens 143a fol 148v no 17 dd 3-2-1586) Herman zoon wijlen Jan Stockelmans als man van Jenneken, verder Henrick zoon wijlen Michiels van der Schoot als man van Ijken, gezusters en dochters van wijlen Joorden Philips van Hersel, verder nog Goijaert zoon wijlen Peters van der Hoeven en genoemde Herman Stockelmans als voogden over de minderjarige kinderen van Jan Peters van der Hoeven verwekt bij Henrickske dochter van genoemde Joorden Philips van Hersel, verkopen nu het drie vierde deel van een akker, in totaal groot ca. 3 lopenzaad nog onverdeeld zijnde, afkomstig van Elisabeth dochter van Philips van Hersel, (…)
ORA Oirschot (Toirkens 143c fol 480v los vel no 59 dd 1588) Jan Willem Reijners heeft als schuldenaar beloofd om aan Peter van de Schoot voor een helft en aan de voorkinderen van Peters Verhoeven voor de andere helft, een bedrag van 105 gulden te betalen in 3 termijnen, waarvan de eerste meteen, de tweede op St. Jansdag a.s. en de derde op a.s. St. Bavodag. Datum 1 april 1588, getuigen Vleuten, Gestel, Thoerkens, Hovel. (…)
ORA Oirschot (144a fol 150 no 341 dd 10-12-1593) Certificatie Jan Eijmbert Schepens: Willem Henrick Goijaerts oud ca. 90 jaar, Danel zoon Eijmbrecht Schepens oud tussen de 60 en 70 jaar, en Dirck Jacobs Verloijen oud ca. 50 jaren, hebben een verklaring afgelegd op verzoek van Jan zoon wijlen Jan Eijmbrecht Schepens als gedaagde. Zij hebben onder ede verklaard dat tussen het erf van genoemde Jan en het erf van de kinderen van Lambrecht Willem Goijaerts gelegen in Oirschot herdgang Straten aan het Straelder in de Hedinge, een aantal jaren geleden een wal heeft gelegen tussen beide percelen in. Daarvoor was er eerder een onverdeeld erf geweest en er is toen een deel afge-scheiden met een wal die aangebracht is waarop nu een houtopstand staat. Toen destijds de wal werd aangelegd is dat deels door de grootvader van genoemde Jan gedaan en voor het andere deel door Jan Willems en er is tussen beide personen toen afgesproken dat de noordoostkant van de wal zou zijn voor genoemde grootvader en de andere kant voor Jan Willems of wat die personen daar dan ook over hebben afgesproken. Genoemde Willem verklaart dat hij weet dat Jacob Jans Verloijen, Peeter Goijaert Roesten en meer anderen de wal hebben aangelegd nochtans weet hij niet wie daartoe opdracht had gegeven of wie de arbeiders daarvoor had betaald. Genoemde Danel verklaart als man van Catharina en samen met Willemen Goessens en Ghijsbrecht Goijaert Hoppenbrouwers als erfgenamen van genoemde Goijaerden Hoppenbrouwers de genoemde wal te hebben gedeeld met het veld van Eijmbrecht Schepens, de vader van Danel Schepens en dat Danel toen het deel heeft verkregen aan het einde van de wal naast het heiveld aan de zuidkant en wijlen zijn vader het andere einde in bezit had naast de lopende straat noordwaarts. Hij weet ook nog dat Jan, de broer van ..., verder dat Willem Goessens de loten uit diens hoed had genomen omdat de wal en het veld verdeeld moesten worden en dat de wal toen is gesplitst in de buurt van het heiveld nabij een slippen ( ? ) die daar nu nog staat. Dirk Jacopssn. verklaart nog dat zijn vader met Peter Goijaert Roesten en anderen de wal hebben aangelegd, dat Willem en Eimbrecht Schepens die arbeiders daarvoor ook hebben betaald en wel gezamenlijk, maar omdat genoemde Willem niet meer geld daar aan uit wilde geven, is toen de wal niet geheel afgemaakt. Verder verklaart hij dat toen over de wal werd geloot en dat ze toen aan het einde van de wal stonden naast het heiveld achterwaarts en dat toen Eijmbrecht Schepens het einde kreeg van de wal naast de lopende straat noordwaarts en dat zijn vader toen zei : 'nu moogt gij op de wal gaan poten als U wilt'.
| Huwt (1) voor 1540 |
Familienaam Index 51.695 Vader 103.390 Moeder 103.391
Overleden na 1557
| Huwt (2) |
Familienaam Index 51.525 Vader 103.050 Moeder 103.051
Overleden voor 1591
ORA Oirschot (Toirkens 141b fol 213 no 7 dd 13-1-1573) Er zou een bepaalde ruzie kunnen ontstaan tussen de twee voorkinderen van Heijlken dochter van Jans in Heerbeeck verwekt bij wijlen Peter Lodewijk Niclaessen partij enerzijds en de 3 kinderen van genoemde Heijlken verwekt bij Peter Goijaert Roesten ter andere zijden inzake de roerende en vaste goederen die na het overlijden van Peter Lodewijks Niclaessen zijn achtergebleven, volgens het geldende recht van Oirschot geerfd worden door de twee kinderen van Heijlken en Peter Lodewijks en ook inzake de roerende en vaste goederen die Heijlken als weduwe nog heeft geerfd en ook inzake de bezittingen die Heijlken en Peter samen nog hebben verworven. Daarom zijn hierover nu samengekomen Jan zoon wijlen Peter Loijen Claes en Peterken dochter van genoemde Peter Lodewijks Claes met Jacop zoon Jan in Heerbeeck en Adriaen zoon Pauwels Loijen hun aangewezen voogden als partij ter ener zijde en Peter zoon Goijaert Roesten voor hemzelf en ook optredend voor zijn 3 kinderen verwekt bij genoemde Heijlken partij ter andere zijde en hebben het volgende akkoord gesloten. De twee voorkinderen krijgen de helft en de 3 nakinderen van Heijlken de andere helft van het huis met tuin en grond groot ca. een mudzaad, gelegen in Oischot herdgang Straten ter Ameijden, waar Heijlken nu woont. Dit bezit zal per a.s. Pinksteren op die wijze worden verdeeld. Ook krijgen ze samen de beemd genoemd het Clueckens gelegen ter Ameijden dat door genoemde Peter Goijaerts Roesten is verkregen, nog de helft van een rente van 5 gulden per jaar die de kerk van Oirschot jaarlijks moet betalen aan de erfgenamen van Jan Loijen, nog de helft van alle roerende goederen die Heijlken en Peter samen hebben bezeten waar die zich ook bevinden. Daarbij zullen Heijlken en Peter samen en elk apart als langstlevende het huis en tuin en grond mogen bezitten en er wonen, gelegen in Oirschot ter Ameijden, waar nu Jan zoon Peter Loij Claessen in woont waaruit ook de lasten door hen betaald moeten worden. Ook krijgen ze de andere helft van alle andere roerende goederen. Na het overlijden van de langstlevende zal genoemde hofstede en de helft van de genoemde roerende goederen opnieuw verdeeld worden en wel voor een helft voor de eerste twee kinderen en de andere helft ten behoeve van de 3 andere kinderen. Genoemde Peter Goijaerts Roesten zal gehouden zijn alle achterstaliige pachten ook degene die afgelopen Maria Lichtmisdag zijn vervallen te betalen. Daarna zullen de kinderen de lasten die op het bezit drukken moeten betalen en voor de eerste keer door hen per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar. De kinderen krijgen ook de oogstopbrengst van a.s. oogsttijd. Daarnaast is Peter Goijaerts Roesten verplicht om de twee voorkinderen namens de 3 nakinderen een bedrag van 80 gulden te betalen per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar zonder rente welke bedrag wordt betaald uit het bezit van de nakinderen zonder nadeel voor de voorkinderen.
ORA Oirschot (Toirkens 143c fol 400 no 1 dd 2-1-1591) Jan zoon wijlen Peter Niclaes, Willem zoon wijlen Peter Roesten, Gerit zoon wijlen Geraert Heesters als man van Mariken dochter van genoemde Peter Roesten, Antonis Marcelis Dielis als man van Peterken dochter van genoemde Peter Niclaes, Gijsbert Jacops van den Maerselaer als man van Jenneken dochter van Peter Roesten, zijnde allen erfgenamen van genoemde wijlen Peter Claes en Heijlken dochter van Grietken Verloijen en van Peter Roesten en genoemde Heijlken, vanwege de beide huwelijken. Bij deze verdeling heeft Jan Peter Niclaes een beemd verkregen genoemd het Cluijsbeemdken, gelegen in Oirschot herdgang Straten ter Ameijden, b.p. Willem Henrick Goijaerts, het erf van Jan Peters genoemd het Boschbeemdken. Verder krijgt hij 6 gulden eens van de overige erfgenamen. Uit dit erfdeel moet grondchijns worden betaald. Bij deze verdeling krijgt genoemde Willem Peter Roesten een stuk land deels akker en deels groesland, groot ca. 3 lopenzaad gelegen in Oirschot herdgang Straten ter Ameijden, b.p. het Quinckerse broek, Wouter Sgraets. Uit dit erfdeel moet jaarlijks 4 gulden worden betaald aan jonker Boeckop te Gestel en de grondchijns. Bij deze verdeling krijgt Gerart Heesters een hofstede met het land etc. groot ca. twee en een halve lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Straten ter Ameijden, b.p. de erfgenamen van Jacop Verloijen, het Quinckerse broek, naast de lopende straat. Uit dit erfdeel moet jaarlijks 8 lopen rogge, Oirschotse maat worden betaald aan de H. Geest te Oirschot en de grondchijns.
Bij deze verdeling krijgt genoemde Antonis een stuk land gelegen in Oirschot, herdgang Straten ter Ameijden, b.p. de gemeijnte genoemd het Quinckerse Broeck, Willem Roesten. Uit dit erfdeel moet jaarlijks 2 gulden worden betaald aan jonker Boeckop te Gestel en de grondchijns. Bij deze verdeling krijgt genoemde Ghijsbrecht het huis met tuin, boomgaard etc. groot ca. 4 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. Willem Happen, het stuk dat er van is afgedeeld, Wouter Sgraets, de gemeenschappelijke straat. Uit dit erfdeel moet jaarlijks een Bosch mudde rogge worden betaald aan de H. Geest aldaar, waarvan Willem Happen meteen aan deze Gijsbert een Bosch lopen rogge moet betalen. Verder moet er 3 gulden per jaar worden betaald aan jonker Boeckop te Gestel, aan Lentken Henricks in den Bosch 32 ... per jaar, nog 2 gulden en 8 stuivers aan Willen Happen en de grondchijns.
| Zij huwt (1) ca. 1548 |
Peter Lodewijk NICLAES
Overleden voor 1573
Familienaam Index 51.526 Vader 103.052 Moeder 103.053
Geboren voor 1507
Overleden Oirschot na 1561, voor 1594, vermoedelijk 1574
ORA Oirschot (Toirkens 131a fol 38 no 138 dd 3-4-1531) Ariaen Rolof Robben heeft aan Bartholomeus Gerit Mercks die een kapitaal verkocht van 16 gulden eens welk bedrag Jan Henrick Mickerts aan deze Ariaen eerder had beloofd binnen nu en 4 jaar en ondertussen een jaarlijkse rente van 16 stuivers, conform een schepenbrief van Tongelre. Ariaen behoudt echter wel de lopende en alle reeds vervallen termijnen voor hemzelf.
ORA Oirschot (Toirkens 132c fol 75 no 238 dd 26-7-1537) Jan zoon Gielis Jan Gielissen voor hemzelf handelend en voor Wouter en Margriet, zijn broer en zuster zijnde (bij Jenneke weduwe van GJG, MW) en mede voor zijn nicht Marieken dochter van Adriaen Rolof Robben, verder Gijsbrecht Jan Gijsbrechts en Bartholomeus Mercks als voogden over de kinderen en kindskinderen van genoemde Gielis Jan Gielissen, verkopen hierbij dat mud rogge en 2 lopen rogge per jaar, met de lopende termijn uit de vorige akte nu aan Jan Ervaert Willems van Oudenhoven (…).
ORA Oirschot (Toirkens 134a fol 7v nos 23-24 dd 14-1-1540) Willem zoon wijlen Jan Joirden Happen verkoopt hierbij het vierde deel van een akker met de houtopstand etc. in totaal groot ca. 3 lopenzaad, nog onverdeeld zijnde gelegen te Oirschot, onder Ameijden aldaar, b.p. de gemeijnte, Gijsbrecht Vlemminks. Het perceelsgedeelte wordt nu verkocht aan Adriaen zoon wijlen Rolof Robben en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen, behalve 3 lopen rogge per jaar aan het klooster van de Halve Straat te Leuven. (Idem no 24) Adriaen zoon wijlen Rolof Robben heeft als schuldenaar beloofd om aan Willem zoon wijlen Jan Joirden Happen die een bedrag van 7 en een halve gulden te zullen gaan betalen tussen nu en a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar.
ORA Oirschot (Toirkens 134b fol 16 nos 57-60 dd 1-2-1541) Ricalt zoon wijlen Henrick Schoetmans, verder Elisabeth dochter van wijlen genoemde Henrick Schoetmans met Adriaen Scrommen als haar voogd, verder Jan Stockelmans als man van IJken, Adriaen Goijaert Scrommen als wettige man van Barbara, Daniel Janszoon van der Meijen als wettige man van Katarijnen, allen wettige dochters van genoemde wijlen Henrick Scoetmans, verkopen hierbij de helft van de akker uit de vorige akte nu aan Adriaen zoon wijlen Rolof Robben en de verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen. De koper moet wel zorgen voor het onderhoud van de waterloop langs het perceel volgens oude gewoonte. (…) (Idem 59) Adriaen zoon Roelof Robben heeft beloofd om aan Willem Henrick Goijaerts die een jaarlijkse rente van 10 stuivers te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en morgen voor de eerste keer, op onderpand van een akker groot ca. 3 lopenzaad, zoals staat vermeld in de akte van de voorgaande bladzijde. (…) (Idem 60) Adriaen zoon wijlen Roelof Robben heeft beloofd om aan Marieken wettige dochter van wijlen Daniel Peter Daniels die een jaarlijkse rente van 15 stuivers te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag van elk jaar, op onderpand van de in de voorgaande akte vermelde akker. (…)
ORA Oirschot (Toirkens 134c fol 24 no 75 dd 10-2-1542) Adriaen zoon wijlen Rolof Robben voor hemzelf en ook namens zijn vrouw Katalijnen wettige dochter van wijlen Jan Happen, heeft beloofd om aan Mechtelden dochter van Goijaert Jacops die een jaarlijkse rente van 10 stuivers te zullen gaan betalen, steeds vervallend op St. Andriesdag en voor de eerste keer per a.s. St. Andriesdag op onderpand van een akker groot ca. 3 lopenzaad, gelegen in Oirschot onder Ameijden, b.p. de gemeeenschappelijke straat, de kinderen van Gijsbrecht Vlemmings. (…) De rente is altijd aflosbaar op Maria Lichtmisdag van elk jaar, mits er een maand vooraf is opgezegd, tegen betaling van 9 gulden en de achterstallige termijnen.
ORA Oirschot (Toirkens 136a fol 95 nos 371-2 dd 2-12-1547) Dirck zoon wijlen Aert Dircks wat betreft het een achtste deel, verder (…) van een akker genoemd de Middelste akker, groot ca. 4 lopenzaad, gelegen in Oirschot ter Ameijden alhier, b.p. Jan Joris, de kinderen van Ansem Goossens, de gemeenschappelijke straat, een pad waarover men mag wegen. Ze verkopen hun resp. delen daarvan nu aan Adriaen zoon wijlen Roelof Robben en de verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen behalve 4 chijnshoenderen aan de heer van Petershem. (Idem 372) Adriaen zoon wijlen Roelof Robben en met hem Willem Goijaerts hebben zich zoals ze verklaarden voor schepenen van Den Bosch verplicht een jaarlijkse rente van 6 gulden en 5 stuivers te gaan betalen aan Corstiaen Willem Corstiaens, welke rente aflosbaar is met 100 gulden. Daarna heeft genoemde Adriaen verklaard dat dit geld voor hem was bestemd en hij beloofd daarom nu om deze rente van 6 gulden en 5 stuivers zodanig te zullen gaan betalen dat genoemde Willem en diens bezit daarvoor gevrijwaard zullen blijven.
ORA Oirschot (Toirkens 136a fol 21 no 114 dd 17-2-1548) Adriaen zoon wijlen Roelof Robben heeft als schuldenaar beloofd om aan Frans Heijmerick Scepens die een bedrag van 12 gulden en 15 stuivers te zullen gaan betalen per a.s. Maria Lichtmisdag.
Idem (fol 61v no 260 dd 16-5-1548) Willem die Cort, Dirck Hermans, Peter Willems van Brogel, Jan Huiskens, Jan Aert Scheijntkens, Michiel Dielis Lucassen, Peter Jans Crommen, en Michiel Joosten, die daartoe zijn gemachtigd vanwege de inwoners van de gemeente Oirschot zoals ons schepenen voldoende is gebleken, verkopen hierbij een stuk land, groot ca. anderhalve roede, gelegen in herdgang Straten, b.p. het erf van de koper, de gemeenschappelijke straat. Het wordt nu vanwege de inwoners op grond van een keizerlijke goedkeuring hiervoor verkocht aan Adriaen Roelof Robben en de verkopers beloven deze verkoop gestand te doen en het perceel voor lasten te vrijwaren, behalve de gebruikelijke grondchijns aan de heer.
ORA Oirschot (Toirkens 136b fol 53 no 257-8 dd 9-6-1550) Jan zoon wijlen Jan Aert Jacops verkoopt hierbij een beemd genoemd de Vleesslach, gelegen in herdgang Straten aan de Meijen Hovel aldaar, b.p. Henrik Henriks Verhoven, Henrick Aert Dircks, Peter Henrick Gerarts, de gemeijnte. Het perceel wordt nu verkocht aan Adriaen Roelof Robben en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen, behalve een half mudde rogge per jaar aan Aerden Thomassen van den Ven samen met de lopende termijn over te nemen. (…) (Idem 258) Adriaen Roelof Robben heeft als schuldenaar beloofd om aan Jan zoon wijlen Jan Aert Jacops die een bedrag van 69 gulden te zullen gaan betalen per a.s. Maria Lichtmisdag.
Idem (fol 58 no 287 dd 7-7-1550) Adriaen zoon wijlen Roelof Robben heeft beloofd om aan Jenneken dochter van wijlen Corstiaens van den Hovel die een jaarlijkse rente van 20 stuivers te gaan betalen, steeds vervallend op St. Laureijsdag op onderpand van een huis, tuin etc. groot ca. 3 lopenzaad, gelegen in herdgang Straten, b.p. de kinderen van Gijsbrecht Vlemmincks, de gemeenschappelijke straat. Ook nog op onderpand van een akker groot 4 lopenzaad, ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, b.p. Jan Joris, Goijaert Corstiaens, de gemeenschappelijke straat, Dirk Verhoeven.
ORA Oirschot (Toirkens no 137a fol 23 no 124 dd 4-3-1551) Adriaen Rolof Robben heeft als schuldenaar beloofd om aan Jan Heijmerick Scepens die een bedrag van 18 gulden te zullen betalen per afgelopen Maria Lichtmisdag over twee jaar.
ORA Oirschot (Toirkens 137b fol 68v nos 275-6 dd 30-5-1554) Daniel zoon wijlen Willem die Cort verkoopt hierbij een beemd gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. Laureijs genoemd Vreijs Verhoeven, Willem Happen, de kinderen van wijlen Jans van den Ecker, Christine weduwe van Henrick Dielissen, welke beemd die hij eerder heeft gekocht van Georgien zoon van wijlen Henrick Aelbrechts conform een schepenbrief van Den Bosch. Hij verkoopt de beemd nu aan Adriaen zoon Roelof Robben en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen, behalve dat er overpad moet worden verleend aan de kinderen van Jans van den Ecker. (…) (Idem 276) Adriaen zoon Roelof Robben heeft beloofd om aan Daniel zoon van wijlen Willems die Cort die een jaarlijkse rente van 6 gulden te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag (…).
Idem (fol 73v no 300 dd 6-7-1554) Arien zoon Roelof Robberts heeft beloofd om aan Henrick Dielis Hoppenbrouwers die voortaan een jaarlijkse rente van 4 gulden te gaan betalen, steeds vervallend op St. Jansdag en voor de eerste keer per a.s. St. Jansdag op onderpand van een huis, tuin, grond etc. groot ca. 3 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Straten ter Ameijden aldaar, b.p. de gemeenschappelijke straat, de kinderen van Gijsbrecht Vlemmincks. Ook nog op onderpand van een akker genoemd de Middelste Akker, groot ca. 4 lopenzaad, ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, b.p. Willem Henricks, Jan Jooris, een pad, de lopende straat. (…) Henrick Dielis Hoppenbrouwers staat aflossing van de rente altijd toe op St. Jansdag van elk jaar, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 64 gulden en de achterstallige termijnen. (…)
ORA Oirschot (Toirkens 137c fol 38v no 138 dd 23-2-1555) Adriaen zoon wijlen Roelof Robben verkoopt hierbij een beemd die hij heeft verkregen van Daniel Willems die Cort en Daniel weer had verkregen van Gregorius zoon wijlen Henrick Aelbrechts, gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. Lauwereijs genoemd Vreijs Verhoeven, Willem Happen, conform schepenbrieven van Den Bosch en van Oirschot daarover. Hij verkoopt dit perceel behalve het voorste stuk dat is afgemaakt tot aan het genoemde hooiveld toe nu aan Willem Cornelissen van Beerwinckel en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen, behalve een jaarlijkse rente van 6 gulden aan Daniel die Cort. De eerste termijn voor rekening van de koper vervalt per a.s. Maria Lichtmisdag. Verder moet Adriaen aan deze Willem overpad geven naast het erf van Wreijs Verhoeven over een pad ter breedte van 20 voet voor een helft en ter breedte van 12 voet voor de andere helft, welk pad deze Willem en diens erfgenamen altijd zullen mogen gebruiken om er over te rijden etc.
ORA Oirschot (Toirkens 138c fol 75 no 294 dd 5-11-1560) Adriaen zoon Peter Bollen verkoopt de akker uit de voorgaande akte genoemd de Langen Akker groot ca. vier en een halve lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang de Notel, nu aan Adriaen Roelof Robben en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen.
ORA Oirschot (Toirkens 144b fol 214 no 55 dd 8-2-1594) Danel van de Schoot als vervanger van Lambrecht Jan Beckers en Niclaes Peter Aerts als gemachtigde van Corstiaen Antonissn. hebben met een schepenbankvonnis van Oirschot beslag laten leggen op een beemd gelegen in Oirschot, herdgang Straten, b.p. Laureijs Verhoeven, Willem Happen, de kinderen van Jans van den Ecker en wel vanwege een betalingsachterstand inzake een rente van 6 gulden per jaar, die 20 jaar onbetaald was gebleven. Deze rente werd jaarlijks betaald door Adriaen Roelof Robben aan Daniel Willems de Cordt conform een schepenbankbrief van Oirschot d.d. 30 mei 1555 en wel elk jaar op Maria Lichtmisdag. Daarbij heeft genoemde Danel namens Lambrecht en Niclaes hiervan de eigendom verworven voor het bedrag van de betalingsachterstand en de gerechtskosten, conform een schepenbankvonnis d.d. 18 november 1591. Nadat de wettelijke termijn hiervan verjaard is, is het onderpand door Wernaar Grevenraet, dienaar van de groene roede aldaar en ook nog door de vorster alhier in het openbaar bij openbare veiling te koop gesteld (…) Niclaes Jan Aerts en Lambrecht Jan Beckers in hun hoedanigheden en hebben een bod uitgebracht ter hoogte van die 20 jaar betalingsachterstand van genoemde rente samen met de gerechtelijke kosten inclusief schepenloon en schrijfloon, met de voorwaarde dat als er niemand meer kwam opdagen met enige vordering op het onderpand dat dan de eigendom naar de schuldeisers zou overgaan. Omdat er verder niemand meer kwam is de kaars ontstoken en is het pand geveild.
Idem (fol 221 nos 79-85 dd 23-2-1594) Niclaes zoon wijlen Peter Aert Stertz en Jan Jan Anthonis Bruinen als gemachtigden van Christiaen Anthonis van Druenen als man van Mechteld, weduwe van Jan Cornelis Heijmericks van Tilborch, zoals blijkt uit een machtigingbrief opgemaakt voor schepenen van Tilburg d.d. 18 februari j.l., verkopen een beemd zoals zij die middels beslaglegging hebben verkregen vanwege een vermindering op een rente van 6 gulden per jaar welke rente Adriaen Roelof Robben eerder had beloofd te zullen betalen aan Daniel Willems de Cordt uit deze beemd, welke perceel is gelegen in Oirschot, herdgang Straten ter Ameijden, b.p. Laureijs Verhoeven, Willem Henrick Goijaerts, de kinderen van Jans van den Ecker. De beemd wordt nu verkocht aan Jan zoon wijlen Adriaen Roelof Robben en de verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen, behoudens de dorpslasten. (Idem 80) Genoemde verkopers in hun kwaliteit bedingen nog, omdat de beemd nog niet voldoende heeft opgebracht vanwege de eerdere rente van 6 gulden per jaar dat de achterstalligheid nog opeisbaar blijft zoals in de executiebrief staat vermeld. (Idem 81) Jan zoon wijlen Adriaen Roelof Robben heeft als schuldenaar beloofd om aan genoemde verkopers een bedrag van 55 gulden te zullen betalen en wel meteen als ze daarom worden verzocht. (Marge: Met instemming van partijen afgehandeld, datum 17 mei 1594) (Idem 82) Genoemde Jan en diens broer Roelof en nog Willem Peter Roesten hebben elkaar beloofd om deze 50 gulden ieder voor hun deel zodanig te zullen aflossen en betalen dat de ander daar niet op kan worden aangesproken. (Idem 83 dd 25-2-1594) Genoemde Niclaes en Jan, op grond van hun verkregen machtiging, verkopen de rente van 6 gulden per jaar die Corstiaen Anthonissen eerder had verkregen van Daniel Willems de Cort zoals zij verklaarden en welke rente Adriaen Roelof Robben genoemde Daniel elk jaar had beloofd te zullen betalen (…) met 14 achterstallige termijnen aan Jan Adriaen Roelof Robbenzoon voor zichzelf en ook ten behoeve van de andere kinderen van genoemde Adriaen Robben. De verkopers beloven alle lasten van hun kant en ook voor genoemde Corstiaen af te zullen handelen. (Idem 84) Genoemde Niclaes en Jan op grond van hun verkregen machtiging, hebben afstand gedaan van hun aanspraken ten behoeve van genoemde Jan Adriaen Rolof Robben cum suis inzake deze beemd, waarbij Jan voor verdere zekerheidsstelling kan zorgdragen. (Idem 85) Jan en Roelof, broers en zonen van Adriaen Roelof Robben, Peter Willem Roesten als man van Catherijn, dochter van genoemde Adriaen, voor zichzelf en ook optredend voor de andere kinderen van genoemde Adriaen, hebben samen en ieder hoofdelijk beloofd om aan genoemde Niclaes en Jan een bedrag van 57 gulden te zullen betalen per a.s. Maria Lichtmisdag. Deze 57 gulden komen boven op de 55 gulden die op 23 februari j.l. zijn beloofd en die ook betaald dienen te worden. (Marge: Met instemming van partijen doorgehaald, datum 28 februari 1595).
ORA Oirschot (Toirkens 144b fol 289v no 13-16 dd 14-1-1595) Henrick zoon wijlen Jan Henrick Zijkens die verklaart 24 jaar oud te zijn, verder Adriaen Henrick Zijkens, Gijsbrecht zoon van genoemde Jan, als voogden over Henrick en Jan zoon van genoemde Jan Zijkens, op grond van een verkregen schepenbankdecreet verkopen hierbij het erfdeel en recht van genoemde Henrick en Jan, zijnde de helft van een huis en tuin en toebehoren dat ze hebben geerfd van hun ouders, gelegen in Oirschot herdgang Straten. Het erfdeel wordt nu verkocht aan Roelof zoon Adriaen Roeloff Robben en de verkoper (…) (Idem 14) Genoemde Roelof heeft als schuldenaar beloofd om aan de genoemde verkopers een bedrag van 20 gulden te zullen betalen per a.s. Paasdag en nog 104 gulden per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar. (Idem 15) Roelof zoon wijlen Adriaen Roelof Robben verkoopt een akker groot ca. 3 lopenzaad, genoemd de Schaefvuijt gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. Antonis Marcelis Dielissn. b.p. Dirck Jan Jacopssn. en anderen zoals hij die had verkregen van de kinderen van Jan Henrick Zijkens, genoend in Heerbeeck. Het perceel wordt nu verkocht aan Adriaen Henricks in Heerbeeck en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen, behalve een jaarlijkse rente van 6 gulden aan Jacop Dircks van de Velde en de dorpslasten. (Idem 16) Adriaen zoon wijlen Henrick Aert Zijkens in Heerbeeck geassisteerd met zijn zoon Wouter voor zichzelf en ook optredend voor de andere kinderen van genoemde Adriaen, hebben als schuldenaars beloofd om aan Henrick en Jan, broers en zonen van wijlen Jan Henrick Sijckens een bedrag van 29 gulden te zullen betalen per a.s. Maria Lichtmisdag ter vermindering van een schuld die Roelof Robben vandaag heeft beloofd te zullen betalen aan deze genoemde broers vanwege een verkoop. En eveneens belooft Adriaen een schuld te zullen betalen van 6 gulden aan Jacop Dircks van de Velde ook ter vermindering van een schuld van Roloff Robben aan deze Jacop van de Velde. De broers Henrick en Jan, ook nog voor hun broer Gijsbrecht verklaren hierbij volledig voor deze 29 en 6 gulden te zijn betaald.
| Huwt ca. 1535 |
Familienaam Index 51.527 Vader 103.054 Moeder 103.055
Overleden voor 1595
Familienaam Index 51.532 Vader 103.064 Moeder 103.065
Kwartieren ontleend aan Henk Coolen.
| Huwt (1) |
Cathalyn Jan LAMBRECHTS
Niet vermeld door Henk Coolen.
| Buitenechtelijke relatie (2) met |
Familienaam Index 51.533 Vader 103.066 Moeder 103.067
Geboren voor 1510
Familienaam Index 51.534 Vader onbekend Moeder onbekend
Geboren Hilvarenbeek
Alias sBijen van Loen. Kwartieren ontleend aan Henk Coolen.
| Huwt voor 1530 |
Familienaam Index 51.535 Vader onbekend Moeder onbekend
Familienaam Index 51.536 Vader 103.072 Moeder 103.073
Overleden Moergestel voor 1586
| Huwt voor 1560 |
Index 51.537 Vader onbekend Moeder onbekend
Geboren ca. 1530
Overleden na 1586
Familienaam Index 51.538 Vader 103.076 Moeder 103.077
Overleden voor 1586
Schepen Moergestel 1578, 1580 (vgl BL 1973)
| Huwt voor 1550 |
Familienaam Index 51.552 Vader 103.104 Moeder 103.105
Geboren voor 1457
Overleden voor 1518, mogelijk voor 1498
Niet verwarren met Gijsbrecht Dirck Hoppenbrouwer, man van Mechteld Jan Voets, ouders van Thomas (vermoedelijk sinds 1526 de stadhouder voor de schout van Kempenland), Jan Sr (huwt Ida (Yken) Dielis aan de Liende alias (1527) Iken Cluijstermans), Jan Jr (zie erfdeling 24-2-1523, huwt kennelijk Lijsbeth N.), Margriet (huwt Jan Ariens), Oda en Mechteld (huwt Henricks van der Ameijden) (vgl erfdeling 20-6-1518).
Ook niet verwarren met Gijsbrecht Dircks Hoppenbrouwer (man van Liesbeth Goijaert Crommen) die volgens de genealogie Goossens de vader van Goijaert zou zijn.
Overerving van stukken grond Heijlaer en Elsdonck ondersteunen de kwartieren.
Mogelijk Jan zelf:
ORA Oirschot (Toirkens 128a fol 122v nos 217-8 dd 10-3-1509) Gijsbrecht Jan Hoppenbrouwers en Gijsbrecht Gijsbrecht Hoppenbrouwers beloven voortaan aan meester Jan de Crom die jaarlijks 2 peters te gaan betalen, steeds op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin etc., eigendom van genoemde Gijsbrecht Jan Hoppenbrouwers, b.p. de erfgenamen van Gielis Cremers, de kerkpad daar, de gemeijnte, de zusters van heer Aert Crommen. Nog op onderpand van een huis, tuin etc., eigendom van genoemde Gijsbrecht Gijsbrecht Hop penbrouwers, b.p. Aert Scepens, Geenken Stijnen. De schuldenaars beloven het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de rente. (Idem 218) De rente uit de vorige akte is altijd aflosbaar, tegen betaling van 32 peters.
ORA Oirschot (Toirkens 128a fol 162v no 64-5 dd st Thomas Apostel 1511) Gijsbrecht Jan Hoppenbrouwers heeft beloofd om aan Aert Heijmerick Schepens die een jaarlijkse rente van anderhalve rijnsgulden te gaan betalen of 30 stuivers, steeds op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin etc. gelegen in herdgang Straten, b.p. de kinderen van Gielis Cremers, de gemeenschappelijke straat, Henrick en Lisbeth kinderen van Heijmerick Schepens. (Idem 65) De rente uit de vorige akte is altijd aflosbaar op Maria Lichtmisdag tegen betaling van 24 rijnsguldens, mits er een half jaar vooraf is opgezegd.
ORA Oirschot (Toirkens 128a fol 237 nos 110-1 dd 13-2-1511) Henrick en Jan, kinderen van Willem Oemen, verklaren dat Gijsbrecht Jan Hoppenbrouwers aan hen een pacht van 14 lopen rogge mogen aflossen, maat van Orischot die Gijsbrecht steeds aan hen betaalt, tegen betaling van 50 rijnsguldens samen met de achterstalligheid dan. (Idem 111) Gijsbrecht Jan Hoppenbrouwers belooft aan Henrick en aan Jan Willem Oemen die over 8 dagen een bedrag van 50 gulden te betalen.
ORA Oirschot (147b fol 165 no 16 dd 21-1-1611) Adriaen zoon wijlen Jans van Coll als man van Jenneken dochter van wijlen Mathijs Augustijns, verkoopt hierbij de jaarlijkse rente van 2 gouden Peters per jaar, welke rente Henrick zoon wijlen Henricks van den Maerselaer eerder had beloofd aan Henrick zoon wijlen Rutger Beelaerts (…) op onderpand van een stuk land, (…) nog op onderpand van een halve bunder beemd, ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, b.p. Aert Schepens en meer anderen, Goijaert zoon wijlen Gijsbert Hoppenbrouwers en meer anderen, de gemeenschappelijke straat, conform een schepenbrief van Den Bosch d.d. 9 april zaterdag na zondag Letare Jerusalem van het jaar 1518. Deze rente had heer Henrick Stockelmans, priester ten behoeve van Dirck Jan Stockelmans gekocht van Henrik Rutger Beelaerts, conform een schepenbrief van Oirschot d.d. 13 april 1535.
VERMOEDELIJKE NAZATEN:
ORA Oirschot (Toirkens 127a fol 7 no 39 dd 1-2-1504) Jan zoon wijlen Gijsbrecht Hoppenbrouwers en diens broer Gijsbrecht, voor henzelf handelend en voor Heijlwich hun zuster verkopen aan Gerard Jan Hoogneven een stuk land genoemd het Pollenland, groot 3 lopenzaad gelegen in herdgang Straten, b.p. de kinderen van Jan Peters, de koper, de straat. Nog verkoopt hij een stuk land bij het andere stuk gelegen, groot 2 en een halve lopenzaad, b.p. de koper, de straat, de erfgenamen van Jan Henricks van den Schoet. Lasten hieruit zijn 6 Bossche zesters rogge in Den Bosch te leveren aan de Kruisbroeders daar en nog een oort als chijns.
ORA Oirschot (Toirkens 127a fol 14v nos 77-8 dd 6-3-1505) Jan zoon wijlen Jan Gijsbrecht Hoppenbrouwers heeft afstand gedaan van zijn kindsdeel ten behoeve van zijn broers en zusters dat hij van zijn vader heeft geerfd of nog zal erven van zijn moeder, behalve het bezit dat zijn moeder toen ze weduwe was heeft geerfd en daarvan wil hij wel zijn kindsdeel behouden, zijnde een stuk beemd genoemd de Hodonk, gelegen onder Ameijden hier. Nog inzake een stuk land genoemd de Straetakker, gelegen in herdgang Straten. (Idem 78) Gijsbrecht en Goijart, broers en kinderen van wijlen Jan Gijsbrecht Hoppenbrouwers hebben beloofd om hun broer Jan uit de vorige akte die na de dood van hun moeder een bedrag van 16 peters eens te betalen.
ORA Oirschot (toirkens 128b fol 17bis-v no 89 dd St Maarten 1510) Gijsbrecht en Jan, broers en kinderen van wijlen Jan Gijsbrecht Hoppenbrouwers, hebben beloofd aan Gielis Jan Karijns, ten behoeve van diens erfgenamen die voortaan een jaarlijkse rente van 4 en een halve stuiver te gaan betalen, na de dood van Gielis Jan Karijns en niet eerder, op onderpand van een huis, tuin etc., groot ca. een half mudzaad gelegen in herdgang Straten, b.p. Heijn Gerarts, Peter Goijaert Raijmakers, de straat, de erfgenamen van Gijsbrecht Dirck Hoppenbrouwers. Genoemde schuldenaars mogen die rente altijd aflossen na de dood van genoemde Gielis danwel zodra genoemde Gielis niet langer het bezit gebruikt afkomstig van diens overleden vrouw.
VERMOEDELIJKE NEVEN, NICHTEN EN KLEINKINDEREN
In ORA Oirschot (136b fol 12 no 47 dd 31-1-1549) komen voor als kinderen en verdere verwanten van een Jan Hoppenbrouwers: (1) Beatricks weduwe van Gijsbrecht Jan Hoppenbrouwers; (2) Laureijs Verhoeven als man van Marie dochter van wijlen Jan Hoppenbrouwers (kinderen Jan, Elisabeth en Oijken); (3) Berta wettige dochter van wijlen Jan Hoppenbrouwers, weduwe wijlen Laureijs Daniels (kinderen Jan, Dielis, Henrick, Daniel, Heijlwich en Anna); (4) Meeusken wettige dochter van wijlen Jan Hoppenbrouwers weduwe Dirck Henricks (met zoon Frans, dochter Elisabeth gehuwd met Henrick Janssen); (5) Jan, Gijsbrecht en Marie, wettige kinderen van wijlen Goijaert Jan Hoppenbrouwers, met hun zuster Katalijn; (6) Dirck, (7) Oijken en (8) Elisabeth, de laatste drie kindereloos gestorven kinderen van wijlen Jan Hoppenbrouwers. Bezit: huis, bakhuis met de helft van een daarbij gelegen akker, gelegen in herdgang Straten; beemd genoemd de Gevaert, gelegen in herdgang Straten; een akker genoemd de Aerle Akker; een beemd genoemd de Huisken Verdonck, gelegen in herdgang Aerle. In volgende aktes (48-53) wordt de verdeelde erfenis onderling verhandeld of worden rentes aan elkaar gegeven. Vergelijk ook ORA Oirschot (136b fol 87v no 333 dd 6-9-1549), schuld van enkele erven aan Baet weduwe van Gijsbrecht Jan Hoppenbrouwers.
Niet aan de voorgaanden verwant: (135b fol 32v no 206 dd 23-4-1546) Vandaag op 23 april 1546 heeft Aleijt Pelsers met haar voogd Joost Ghevaerts op grond van een octrooi dat wij hebben gezien d.d. 9 april 1532, en ook op grond van het eerdere testament dat zij heeft gemaakt zoals ze zei, nu haar testament opgemaakt. Ze vermaakt een jaarlijkse rente van 20 lopen rogge aan heer Herman Cleijnaert die ze heft op het bezit van Elisabeth weduwe van Goijaert Jan Hoppenbrouwers en wel vanwege een bedrag dat deze heer Herman voor haar had betaald zijnde een bedrag van 150 gulden aan Joseph vanwege gekochte wijn zoals zij zei. Verder vermaakt ze al haar bezit aan haar natuurlijke zoon Bernaert puur als gift vanwege bepaalde diensten die deze zoon voor haar heeft gedaan en nog doet. Als deze Bernaert komt te overlijden zonder wettig nageslacht te hebben verwekt dan vervalt haar bezit aan de naaste erfgenamen van haar vader en moeder die dan nog in leven zijn. Verder vermaakt ze aan Marieke, de metgezellin van heer Herman (Cleijnaert?) een kastje en aan Neesken de meid een gulden eens.
Ook niet direct verwant: Joestken Gijsberts, vermeld ORA Oirschot 1540, en Goijaert Gijsberts (+voor 1541), gehuwd met Elisabeth, ouders van Jan, Marie, Katalijn en Gijsbrecht; de kinderen (deels onmondig) maken erfdeling 14-1-1550 (ORA Oirschot 136b fol 7 nrs 36ff); in de erfdeling o.a. genoemd belendingen aan een huis (met tuin, grond etc. groot ca. 4 lopenzaad, gelegen in herdgang Straten, b.p. Laureijs Verhoeven, IJken weduwe van Jan Hoppenbrouwers, de gemeijnte); en een rente (nog hun deel inzake een jarlijkse rente van 10 stuivers die zijn beloofd door Goijaert Janssen aan de kinderen van Jan Hoppenbrouwers).
| Huwt voor 1497 |
Index 51.553 Vader onbekend Moeder onbekend
Familienaam Index 51.556 Vader 103.112 Moeder 103.113
Geboren ca. 1480
Overleden na 1559
ORA Oirschot (Toirkens 128a fol 24 nos 143-6 dd St Ja, Juni 1508) Luijtken dochter van wijlen Goijaert Henrick Delien weduwe van Peter Gerarts, met Claes Gerarts als haar voogd, heeft afstand gedaan ten behoeve van Jan Wouter Toirkens inzake haar erfdeel dat ze heeft geerfd van haar tante Sophia dochter van wijlen Henrick Goijaert Delien en waarvan Henrick van den Hagelaer het vruchtgebruik heeft gehad. Dat betreft haar deel van een huis, tuin etc., gelegen onder Boterwijk hier, b.p.. Lup van Hersel, Daniel Oijen en meer anderen, Adriaen Vos, de straat. Nog inzake een beemd die hierna wordt vermeld. (Idem 144) Jan Wouter Toirkens belooft aan Claes Geerarts ten behoeve van Luijtken uit de vorige akte, die een bedrag van 13 en een halve peter te betalen, samen met een rente tegen de penning zestoen en die rente komt ten gunste van de kerk van Oirschot. (Idem 145) Genoemde Jan Wouter Toirkens belooft op onderpand van een huis en beemd onder Boterwijk. b.p. de straat, Steven Smid, de erfgenamen van Claes Scepens, de erfgenamen van Philips van Geldrop, jaarlijks 3 mud rogge te leveren, waarvan 1 mud in Den Bosch en het kapittel van Oirschot jaarlijks een chijns van 2 en een halve stuiver en de heer van Merode een philipsdenarius. De schuldenaar belooft die pachten en chijns etc. zo te betalen dat alle andere personen en hun bezit daarvoor gevrijwaard zijn. (Idem 146) Jan Wouter Toirkens belooft aan Herman Back die een bedrag van 4 gouden peters te betalen. Hiermee komt een andere belofte te vervallen van 17 en een halve gouden peter die in Den Bosch eerder was beloofd, t.b.v. Herman Back en diens mede-erfgenamen.
ORA Oirschot (Toirkens 128a fol 89 nos 96-7 dd 17-5-1509) Jan zoon wijlen Wouter Toirkens heeft beloofd aan Rutger Jan Gijsbrechts van Kerkoerle die voortaan een rente van een rijnsgulden per jaar te gaan betalen, steeds op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin etc., gelegen onder Boterwijk, b.p. Lupprecht Janssen van Hersel en diens kinderen, Jan Persoens, de straat. Verder nog op onderpand van de erfenis die Jan als echtgenoot van Henrick zal erven van haar moeder. Jan zal die erfenis niet eerder verkopen dan nadat hij deze rente van een gulden per jaar heeft afgelost. (Idem 97) De rente uit de vorige akte is altijd aflosbaar op Maria Lichtmisdag tegen betaling van 16 gulden, mits er vooraf met Kerstmis is opgezegd.
ORA Oirschot (Toirkens 130a fol 441 no 305-7 dd 18-9-1527) Marie weduwe van Willem Rolant Buijsers, met haar voogd Jan Rutgers (van Kerkoerle) door haar als zodanig gekozen en gegeven, daarin gemachtigd zoals ons is gebleken met een machtigingsbrief uit De Hage (‘s-Gravenhage, JT) in Holland, door Jan Jans Kinderen, zijnde procureur voor het Hof van Holland, zijnde deze Jan echtgenoot van Katharijna dochter van genoemde Marie en genoemde Willem Rolants, welke machtiging is gedateerd 27 oktober 1525, heeft met schepenbrieven van Den Bosch en van Oirschot aan Jan Toirkens een rogpacht van 2 mud rogge verkocht uit een pacht van 3 mudde rogge. Genoemde Jan Toirkens krijgt daarvan het vruchtgebruik en zijn wettige kinderen verwekt bij wijlen Henrick dochter van wijlen Thomas van der Ameijden daarvan het erfrecht en dat mudde rogge jaarpacht had wijlen Henrick Brant eerder beloofd aan Willem natuurlijke zoon van heer Willem van der Meer, op onderpand van het bezit dat die had onder Boterwijk aan de westzijde daar, richting de Moest. Dat bezit bestaat uit een huis met tuin en een beemd genoemd de Sroedenbeemd, en een stuk land daar genoemd de Beertenhof. (…)
ORA Oirschot (Toirkens 132bb fol 1 nos 3-8 dd 29-12-1535) Jan Toirkens weduwnaar van Henrieken dochter van wijlen Thomas van der Ameijden, doet hierbij afstand van het recht van vruchtgebruik in de helft van een beemd nog onverdeeld zijnde, genoemd dat Henrikslaer, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonk, b.p. de Gemeijnen Beemd daar, Heijlken weduwe van Peter Bressers en haar kinderen, de gemeijnte. Hij doet er nu afstand van ten behoeve van al zijn wettige kinderen verwekt bij genoemde Henrieken. (Idem 4) Thomas, Daniel en Wouter de jongste, broers en wettige kinderen van Jan Toirkens, voor henzelf en ook voor hun broer Willem, verkopen hierbij de helft van een beemd genoemd dat Henrickslaer, gelegen zoals in de vorige akte beschreven, welk deel ze van hun moeder Henrieken hebben geerfd, en waarvoor hun vader Jan afstand van zijn recht van vruchtgebruik heeft gedaan, Ze verkopen hun aanspraken nu aan hun broer Wouter de oudste en de verkopers mede namens hun broer Willem beloven alle lasten hierin van hun kant af te handelen. (Idem 5) Wouter Jan Toirkensa senior heeft zijn vader Jan beloofd die voortaan een jaarlijkse rente van 2 Karolusguldens te gaan betalen, steeds op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag, op onderpand van de helft van de beemd uit de voriga akte. Hij belooft het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de rente. (Idem 6) Jan Toirkens, weduwnaar uit de vorige akte, doet hierbij afstand voor het vijfde deel van al zijn roerende en onroerende bezit, van welke aard dan en ook en waar zich dat ook bevindt, ten behoeve van zijn wettige zoon Wouter de oudste. Hij belooft deze toezegging altijd gestand te zullen blijven doen. (Idem 7) Wouter Jan Toirkens de oudste verkoopt hierbij zijn 1/5e deel en kindsdeel inzake alle roerende en onroerende bezit waar dan ook bevonden zal worden, dat hij bij de dood van wijlen zijn moeder Henrieken heeft geerfd en waarvoor zijn vader afstand van zijn recht van vruchtgebruik heeft gedaan, en ook alle bezit dat hij in de toekomst nog van zijn broers zal mogen erven. Hij verkoopt die aanspraken nu aan Thomas, Daniel en aan Wouter de jongste, zijnde zijn broers en kinderen van Jan Toirkens. De verkoper belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen. (Idem 8) Wouter Jan Toirkens senior heeft als schuldenaar beloofd om aan Thomas, Daniel en Wouter de jongste, zijn broers, die samen 6 Karolusguldens te zullen gaan betalen en wel meteen na de dood van hun vader Jan, zodat die daarvan een eerlijke uitvaart kunnen laten doen waarvoor Wouter senior zijn persoon en bezit verbindt.
Idem (fol 65 v nos 191-4 dd 7-6-1536) Jan Toirkens, weduwnaar van Henricken dochter van wijlen Thomas van der Ameijden, doet hierbij afstand van het recht van vruchtgebruik inzake een akker groot ca. 8 lopenzaad, gelegen in herdgang de Kerkhof aan de Hovel, b.p. Peter van der Ameijden, Willem Hubrechts (van de Schoet), Lambert Laureijssen, Jan Gooseens van der Hoeven en meer anderen, heer Jan van der Hagen kanunnik te Oirschot, Gerard Janssen van der Vlueten, de weduwe en kinderen van Henrick van Berse. Hij doet er nu afstand van ten behoeve van al zijn wettige kinderen verwekt bij genoemde Henrieken en belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen. (Idem 192) Willem, Thomas, Daniel en Wouter de jongste, broers en wettige kinderen van Jan Toirkens, voor henzelf handelend en voor hun broer Wouter de oudste (Wouter senior woont in Antwerpen) verkopen hierbij een akker, met recht van overpad tussen het erf van heer Jan van der Hagen, en Lambert Laureijssen, groot ca. 8 lopenzaad, gelegen zoals in de vorige akte beschreven. Ze verkopen het perceel nu aan Jan zoon wijlen Jans van den Schoet en het bezit is per a.s. oogsttijd stoppelbloot te aanvaarden. De verkopers beloven alle lasten hierin van hun kant af te handelen, behalve de helft van twee en een halve mud rogge per jaar, maat van Den Bosch en in Den Bosch te leveren aan Lamberten van den Broek daar, nog een mud en 5 en een halve lopen rogge per jaar, maat van Oirschot aan het kapittel te Oirschot, nog een mud rogge en een pond payment per jaar aan de kapelaans te Oirschot, alle rentes en pachten te betalen met ingang van a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar. Verder moet er overpad aan anderen worden verleend. (Idem 193) Vervolgens is hier verschenen Jan zoon wijlen Jans van den Schoet en heeft beloofd alle hiervoor vermelde lasten met ingang van a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar zodanig te betalen, dat de verkopers en hun bezit daarvoor verder gevrijwaard blijven. Daarvoor verbindt Jan Jan van de Schoot zijn persoon en bezit. (Idem 194) Jan zoon wijlen Jans van den Schoet heeft als schuldenaar beloofd om aan Jan Toirkens die daarvan het vruchtgebruik krijgt en waarvan Willem, Thomas, Daniel en Wouter de jongste daarvan het erfrecht, die 18 gouden Karolusguldens te gaan betalen per a.s. St. Petrus en Paulusdag.
ORA Oirschot (Toirkens 134a fol 123a no 400 dd 14-12-1540) Jan zoon wijlen Wouter Toirkens weduwnaar van Henriecken dochter van wijlen Thomaes van der Ameijden doet hierbij afstand van zijn recht van vruchtgebruik inzake de helft van een perceel grond en het huis dat daar opstaat, groot in totaal ca. 14 lopenzaad, gelegen in Oirschot onder Boterwijck aldaar, b.p. Anna weduwe en kinderen van Henrick Philips van Hersele, Henrick die Buijser,
Daniel Oeijen en meer anderen, Natael Vos, de gemeenschappelijke straat. Hij doet er nu afstand van ten behoeve van Daniel en Wouter de jongste, gebroeders zijnde zijn wettige kinderen verkregen bij wijlen genoemde Henriecken, zodat die daar een jaarlijkse rente op kunnen lenen van een gulden van Goessen Daniels en voor niet meer dan als zodanig.
(Toirkens 136b fol 51v no 219 dd 4-4-1549) Jan Toirkens weduwnaar van Henrieken dochter van wijlen Thomaes van der Ameijden doet hierbij afstand van zijn recht van vruchtgebruik inzake de helft van een huis, grond etc. in totaal ca. 14 lopenzaad, gelegen onder Boterwijck alhier, b.p. Anna weduwe en kinderen van Henrick Philips van Herzele, Henrick van Berendonck en kinderen, Natael Vos, de gemeenschappelijke straat. Hij doet er nu afstand van ten behoeve van zijn zoon Daniel (…).
(Toirkens 137b fol 59v no 275 dd 19-5-1552) Erven Evert Joerdens verkopen hun aanspraken inzake een jaarlijkse pacht van een mudde rogge, maat van Den Bosch, welke pacht Willem natuurlijke zoon van heer Willem van der Meer, priester eerder had beloofd aan Jacop Scutter, steeds vervallend op St. Remigiusdag op onderpand van een huis, tuin, grond etc. gelegen in Oirschot onder Boterwijk aldaar, b.p. heer Philips van Geldrop priester, de gemeenschappelijke straat. Verder ook nog op onderpand van een beemd aldaar gelegen, b.p. Goessens van der Roetelen, Willem Truden, conform een schepenbrief van Den Bosch in het jaar 1388 en welke pacht was overgedragen aan heer Henrick Poijenborch en heer Henrik deze had overgedragen aan Goijaerden Poijenborch en genoemde Goijaert in diens testament had vermaakt aan de genoemde verkopers van hierboven zoals ze zeiden. De pacht wordt nu verkocht met een vervallen en een lopende termijn aan Daniel Jan Wouter Toirkens.
| Huwt |
Familienaam Index 51.557 Vader 103.114 Moeder 103.115
Overleden voor 1527
Familienaam Index 51.558 Vader 206.340 Moeder 206.341 Tevens 103.170
Terug Begin van generatieFamilienaam Index 51.559 Vader 206.246 Moeder 206.247 Tevens 103.171
Familienaam Index 51.560 Vader 103.120 Moeder 103.121
Geboren ca. 1480
Overleden voor 1526
ORA Oirschot (Toirkens 130a fol 292b, los, no 103 dd 31-1-1527) Beertram van den Spijker heeft beloofd om aan Henrick Lupprechts van den Schoet het geldsbedrag te gaan betalen dat wijlen Jan Leemans hem Beertram eerder in bewaring had als schepen toendertijd, zoals Beertram verklaart vanwege een aflossingsbrief ten behoeve van wijlen Lupprecht van den Schoet. Hij zal dat bedrag betalen samen ook met de brieven daarover en de rente ervan tegen de penning 20.
ORA Oirschot (Toirkens 130a fol 36v no 99 dd 14-2-1528) Dirck Leemans, onze collega-schepen als voogd over de kinderen van zijn broer Jan, als partij ter ener zijde en Anna weduwe van Geerlack Thomassen met daarbij Aert Henricks onze collega-schepen en Thomas Rutgers als partij ter andere zijde, hebben met elkaar vergaderd om een afrekening op te stellen van alle schulden en vorderingen tussen genoemde Geerlack en de vermelde kinderen zou kunnen bestaan. Over die afrekening is een twist ontstaan en het is nu zover dat Rutger van den Staijekker en Philips van den Doeren daarover een minnelijke uitspraak hebben gedaan. Daarbij zal de weduwe aan genoemde Dirck Leemans in diens hoedanigheid de originele brief overhandigen van een rogpacht van 9 muddes, waarvan er 5 zijn afgelost zoals ons uit een schepenbrief is gebleken en de andere 4 mud rogge daarvan heeft Geerlack op zijn sterfbed verklaard, zoals Denis Goijaerts als zodanig heeft gezegd, dat die eveeneens afgelost zouden zijn. Daarna moet Dirck aan de weduwe en haar kind kwijting geven voor alle verdere schulden die deze Geerlack schuldig zou kunnen zijn aan de kinderen van vermelde Jan Leemans tot aan vandaag de dag toe,. De uitspraak is daarop door partijen goedgekeurd en de weduwe heeftde brief nu terstond overhandigd en Dirck heeft direkt daarop kwijting gegeven voor alle andere schulden.
ORA Oirschot (Toirkens 130a fol 31v no 92 dd 1-3-1535) Jan zoon wijlen Jan Leemans heeft verklaard dat Willem Wouter Colen en Denis Goijaert Lemmens aan hem de rogpacht van 10 lopen per jaar hebben afgelost welke pacht Jan van zijn vader had geerfd en van diens moeder Elisabeth dochter van Thomas Geerlicks en welke pacht eerder door wijlen Wouter Colen en Aleijt dochter van Geerlicks van den Melcroth werd betaald aan wijlen genoemde Jan Leemans en diens vrouw Elisabeth. Hij geeft hen nu kwijting en alle anderen die kwijting daarin behoeven. Hij verklaart dat de originele brief daarover in het ongerede is gekomen, maar als die later opnieuw weer wordt gevonden, dan zal die niet langer geldig zijn.
| Huwt (1) na 1512 |
| Huwt (2) |
Elisabeth Dircks Die LEGHE
Overleden na 1531, voor 1533
ORA Oirschot (Toirkens 129b fol 314 no 121-2 dd 15-3-1523) Henrick Aert Jacops belooft aan Lisbeth dochter van Dirck de Lege als weduwe van Jan Leenmans, die voortaan een rente van een rijnsgulden te gaan betalen, steeds op Maria Lichtmisdag op onderpand van een stuk beemd genoemd de Cleijn Elsbroeck, (…) (Idem 122) De rente uit de vorige akte kan altijd worden afgelost op Maria Lichtmisdag tegen betaling van 36 rijnsguldens, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd. Lisbeth met haar broer en voogd, Dionijs de Lege staat zulks aan Henrick als schuldenaar toe.
ORA Oirschot (Toirkens 131a fol 284 no 143 dd 7-4-1531) Jan zoon wijlen Aert Jacop Smollers heeft beloofd om aan Adam Weijlaerts, ten behoeve van diens vrouw Elisabeth eerder weduwe van Jan Leemans, en ten behoeve van het wettige kind van deze Jan en Elisabeth daarvan het erfrecht, die een jaarlijkse rente van 2 gulden te gaan betalen, op onderpand van een akker gelegen in de Aerlesche akkers, groot 9 en een halve lopenzaad, b.p. Denis Leegen, Jan Gerits, Jan Henrick Corstens, Joffrouw van Os.
| Zij huwt (2) voor 1531 |
Adam WEIJLAERTS
Overleden na 26-4-1549
Familienaam Index 51.562 Vader 103.124 Moeder 103.125 Tevens 103.294
Overleden na 1524, voor 1528
Schepen van Oirschot (1498, 1505), Fabrieksmeester St. Odulphuskapel te Best (1486, 1497), kerkmeester van de St Odulphuskapel, 1485.
ORA Oirschot (Toirkens 125a fol 122 no 312 dd 12-2-1488) Gielis Lucas van de Schoot, Katarina dochter van Aert Thomaes, Goijaert Gielis de Smit in een onduidelijke en onafgemaakte erfdeling. Genoemd: een stuk beemd genoemd het Zweversveld gelegen naast de Cruijsbeemd; de Roesbeemd; de Twaalf Bunders in de Vloet; het Nuwe Erf; de Groetenbunder in de Geenkensdijk; de oude Cruijsbeemd ten Steegde en de de Roefsbeemd in de Geenkensdijk.
ORA Oirschot (Toirkens 125a fol 189 no 319 dd 29-9-1489) Gielis Lucas van de Schoet als man van Sophia dochter van Michiel Wilneven heeft zijn achterstallige vordering aangetoond inzake een pacht van 2 en een half mud roge, die 9 mud en 2 lopen achterstallig is, welke pacht Goossen Thomas van Oudenhoven eerder aan zijn zwager Michiel Willem Neven had beloofd, met een totaal pacht van 6 mud en 8 lopen, maat van Oirschot, steeds te betalen op Maria Lichtmisdag op onderpand van zijn 1/3e deel dat hij van zijn vader had geerfd in heide, weide of zand, en het andere deel had verkregen van zijn zwager Michiel volgens schepenbrief van Oirschot. Nog op onderpand van het 1/3e deel van bezit dat hij had verkregen van zijn zwager Willem Vos volgens schepenbrief van Oirschot d.d. 2 maart 1470. Jan van Esp heeft de uitwinning verzorgd en de koop is gegund aan Corsten van de Velde.
ORA Oirschot (Toirkens 125b fol 23v no 25 dd 28-1-1490) Henrick Janssen van Best heeft beloofd aan Gielis Lucassen die voortaan jaarlijks een rijnsgulden te gaan betalen, steeds op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis etc., b.p. Willem Stijnen, verder rondom in de gemeijnte.
ORA Oirschot (Toirkens 125b fol 24 no 162 dd 2-7-1491) Jan Gijsbrechts van der Lijnden verkoopt met schepenbrief aan Gielis Lucas van de Schoet die een jaarlijkse rente van 18 stuivers, welke rente Gerart Willem Scuijpers eerder had beloofd aan Jan en Lisbeth kinderen van wijlen Gijsbrecht van der Lijnden, steeds op Maria Lichtmisdag, op onderpand van een huis, tuin etc. gelegen in de Vloet (= de Vleut in Best), b.p. de gemeijnte, Meeus Maercolfs, Pauwels van Schijndel. Die rente had Jan van zijn zuster Lisbeth in een deling verkregen zoals hij zei. De verkoper belooft alle lasten van zijn kant en namens zijn zuster af te handelen.
Kapittel van Oirschot inv nr 541 (8-6-1491) Egidius, zoon van Lucas van den Schoot, als echtgenoot van Sophia, dochter van Michael Wilneven (Wilvenen, Wilnenen?), heeft overgedragen voor schepenen van 's-Hertogenbosch, aan Arnold van Weilhusen, ten behoeve van kapelfabriek van Onze Lieve Vrouw in Oirschot in Kerkhof: deel roggepacht uit geërfde goederen. Origineel inventarisnr 415
ORA Oirschot (Toirkens 125b fol 289 nos 66-67 dd 25-2-1492) Gielis Lucassen van den Scoet verkoopt aan Dirck Henrick Legen een stuk land groot ca. 7 lopenzaad, gelegen in herdgang Naastenbest, b.p. de verkoper, Evaert Verhoven, Wouter Colen, de gemeenschappelijke straat. De verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen, behalve een mud rogge per jaar aan Gielis en een halve philippus als chijns aan de heer. (Idem 67) Genoemde Dirck uit de vorige akte belooft aan Gielis die voortaan een pacht van een mud rogge per jaar te gaan betalen, steeds op Maria Lichtmisdag op onderpand van het bezit uit de vorige akte. Dirck zal dat mud rogge jaarlijks gaan betalen aan Gijben te Vught, aan wie Gielis die jaarlijks dat mud rogge moet betalen en Dirck zal zo betalen dat Gielis daarvoor gevrijwaard is.
Idem (fol 297v nos 124-5 dd 2-4-1492) Gielis Lucassen verkoopt nu aan Henrick Lambrechts die een huis, tuin etc., groot ca. 4 lopenzaad, gelegen in herdgang Naastenbest, b.p. Gerard van Kreijelt, de gemeijnte, Luijtken van Brogel, Goijaert Stoelkees. De verkoper belooft alle lasten af te handelen, behalve een pacht van 8 lopen rogge per jaar aan Margriet Roestelmans en nog aan Jan van der Hoef te Eindhoven een pacht van 4 lopen rogge, verder de grondchijns. (Idem 125) Genoemde Henrick uit de vorige akte belooft aan Gielis Lucassen dat hij de genoemde pacht van 8 lopen rogge aan Margriet Roestelmans zo zal betalen dat Gielis en zijn bezit daarvoor verder gevrijwaard zijn.
ORA Oirschot (Toirkens 126b fol 16 no 98 dd 1-5-1499) Dirck Janssen van der Heijden heeft beloofd om aan Gielis Lucas van den Schoet die per a.s. St. Jansdag een bedrag van 28 en een halve rijnsgulden te gaan betalen, elke gulden tegen 20 stuivers, de gouden rijnsguloden voor 27 stuivers, elk vuurstaal voor 3 blanken etc. samen met een rente steeds van 33 en een halve stuiver en 1 oort.
ORA Oirschot (Toirkens 126c fol 18v no 86 dd 26-4-1501) Heer Jan Robilaert, priester en kanunnik te Oirschot in zijn funktie als kerkmeester van de St. Petruskerk, verkoopt aan Gielis Lucas van den Schoet die een stuk beemd groot een halve bunder gelegen in herdgang Verrenbest, b.p. Dirck Legen, Heijlwig Vaerlaers, de straat. (…).
ORA Oirschot (Toirkens 126c fol 11 no 68 dd 27-2-1502) Goijaert Willem Aelbrechts verklaart dat Gielis Lucas aan hem een pacht van 2 mud rogge en 3 lopen heeft afgelost die de kinderen van Lambrecht Aerts te Liempde jaarlijks hebben ontvangen uit het bezit van Gielis Lucas volgens de schepenbrief van Den Bosch. Verder zal Goijaert jaarlijks aan Peter Stoepkens 2 lopen rogge betalen, aan Margriet Belaerts 4 lopen en aan Jan van den Hoef te Eindhoven 4 lopen zodat Gielis Lucas en zijn bezit daarvoor verder altijd zal zijn gevrijwaard. Dat betreft zijn huis in herdgang Naastenbest, groot 4 lopenzaad, b.p. genoemde Goijaert, de kinderen van Goijaert Gielis Stoelkees, de gemeijnte.
ORA Oirschot (Toirkens 129a fol 44v no 261 dd 11-7-1518) Margriet weduwe van Henrick Claes met haar wettige kinderen Thomas en Henrick, die samen ook handelen voor de andere kinderen van Henrick en Margriet, verkopen aan Gielis Lucas van den Schoet die een aflosbare pacht van 2 en een half mud rogge, welke pacht Henrick Claes Thomas van Oudenhoven eerder aan zijn wettige zuster Isabel had beloofd, maar waarvan Henrick Claes Thomas zijn aflossingsrecht had behouden. Hiermee verklaren ze dat de pacht is afgelost en dat Gielis de zegel van de brief zal afbreken.
ORA Oirschot (Toirkens 129b fol 365 no 64-6 dd 30-1-1524) Agata dochter van Boudewijn Pauwels, weduwe van Adriaen Goijaerts van de Hovel met haar broer Jan als haar voogd, verkopen aan Gielis Lucas van den Schoet een huis, tuin etc., gelegen in herdgang de Kerkhof, b.p. heer Jan van Pierna, de gemeente Oirschot zelf, Katalijn Bressers, heer Dirck Willem Lucas van der Meer, de straat. Dat bezit had Adriaen Goijaerts van den Hoevel verkregen van joffrouw Goessen weduwe van Jan van Os en haar wettige kinderen. (Idem 65) Goijaert Goijaerts van den Hoevel doet afstand van alle rechten die hij zou kunnen hebben in het huis etc. uit de vorige akte ten behoeve van genoemde Egidius (Idem 66) Agata uit de vorige akte met haar voogd belooft aan Goijaert Goijaerts van den Hoevel dat voor het geval er enige rentes of pachten worden afgelost aan degenen die daar het aflossingsrecht in hebben, dat ze dat geld wederom zal beleggen ten behoeve van haar recht van vruchtgebruik en waarvan de erfgenamen er het erfrecht van krijgen, alles volgens Oirschots recht, met uitzondering van een rente van een rijnsgulden per jaar aan Goijaert Happen die afkomstig is van de moeder van Goijaert van den Hovel, die rente versterft aan genoemde Goijaert of aan diens erfgenamen.
ORA Oirschot (Toirkens 130a fol 62 no 174 dd 7-4-1528) Henrick en Daniel, broers en kinderen van wijlen Aert daniels van der Ameijden en hun zuster Agnees met haar voogd Aert Henricks van der Ameijden hebben hierbij beloofd om aan Sophia weduwe van Dielis Lucas van den Schoet doe voortaan een jaarlijkse rente van 2 gouden Karolusguldens te gaan betalen, op onderpand van een schuur en grond etc., gelegen in herdgang de Kerkhof, groot een mudzaad, b.p. de gemeenschappelijke straat, Henrick Scoetmans, heer Jacop van Geldrop.
Idem (fol 120 no 358-9 dd 13-12-1528) Lucas Janssen van den Schoet heeft aan Michiel Gielis Lucas van den Schoet ten behoeve van hemzelf en ten behoeve van diens broers en zusters, die een rogpacht verkocht van 2 lopen per jaar, uit een pacht van 8 lopen per jaar, welke pacht Gielis de Cremer die een zoon was van Gielis Loeskens destijds had beloofd aan Godevart Jan Jacops was van Lieshout, op onderpand van een stuk land genoemd dat Dael, gelegen in herdgang Aerle, b.p. Henrick van den Maerseleer, Dirck van den Laer. Die 2 lopen had Lucas van zijn ouders geerfd. (idem 359) Jan Huijskens als man van diens vrouw Oijken, heeft aan Michiel Dielis Lucas van den Schoet ten behoeve van hemzelf en ten behoeve van diens broers en zusters, die een rogpacht verkocht van 2 lopen per jaar, uit een pacht van 8 lopen per jaar, welke pacht Gielis de Cremer die een zoon was van Gielis Loeskens destijds had beloofd aan Godevart Jan Jacops was van Lieshout, op onderpand van een stuk land genoemd dat Dael, gelegen in herdgang Aerle, b.p. Henrick van den Maerslaer, Dirck van den Laer. Die 2 lopen had Jan namens de ouders van zijn vrouw Oijken geerfd.
ORA Oirschot (Toirkens 131a fol 93v nos 324-7 dd. 21-12-1530) Sophia weduwe wijlen Dielis Lucas van de Schoet, met Jan Rutgers (secretaris van Kerkoerle) als haar voogd, heeft afstand gedaan van haar recht van vruchtgebruik ten behoeve al haar wettige kinderen en wel inzake al het bezit dat deze Dielis heeft nagelaten, van welke aard dan ook en waar dan ook bevonden zal worden, behalve wat betreft een huis, tuin etc. in herdgang Verrenbest, zoals Jan Hermans dat vandaag de dag bewoont. Ook nog behalve een mudde rogge per jaar te ontvangen van Jan Gerits, nog een half mud rogge van Jan Reijners, nog 2 gulden per jaar aan de kinderen van Aert van der Meijen. Ook nog behoudens het huis in herdgang de Kerkhof, en de huisraad daarin aanwezig, van welk bezit zij haar vruchtgebruik behoudt.
(Idem 325) Michiel zoon van wijlen Dielis Lucas van den Schoet, Peter Jan Haeckx als man van Heijlwich, Willem Pauwels als man van Elisabeth, verder Dirck Jan Leemans als man van Margriet en Goossen Emmen als man Clara, allen wettige kinderen van Dielis Lucas van den Schoet en van diens vrouw Sophia, hebben met elkaar een boedelverdeling gemaakt van het bezit van wijlen hun vader waarvoor hun moeder afstand van haar recht van vruchtgebruik heeft gedaan.
Genoemde Michiel krijgt een huis met tuin etc., gelegen in herdgang Verrenbest. b.p. de kinderen van Adriaen Colen, de straat, de kinderen van Geerlack Thomas van den Melckroth, de straat. Nog krijgt hij een bunder broekland dat wordt geruild in de zelfde herdgang, b.p. de weduwe van Jan Peter Haecks, Jan van Rijthoven, de Spijkersbunder daar, de Diepstege. Nog krijgt hij een halve bunder broekland genoemd de Kevie aan de Geenkensdijk onder Verrenbest, b.p. Beertram van den Spijker, Peter Haecks, het gemeenschappelijke broek daar. Nog krijgt hij de helft van een heiveld het achterste stuk ervan, dat tot land wordt gemaakt, ter zelfder plaatse gelegen, b.p. Heijl Steenbackers, de gemeenschappelijke heide, de kinderen van Henrick Scremers, het erf van Dirck Leemans waarvan het is afgedeeld. De lasten hieruit zijn een half mudde rogge aan de St. Odulphuskapel te Best, en 5 stuivers grondchijns. Verder krijgt hij een mudde rogge per jaar te ontvangen uit het bezit van Jan Reijners, nog 9 lopen rogge per jaar te ontvangen van Ijwaen van Col, nog 3 lopen rogge per jaar te ontvangen van Henrick van Col. Hij moet wel wegen en waterlaten onderhouden. Verder krijgt hij 88 lopen rogge en een rente van 5 gulden per jaar zodat hij van elk van de 4 andere erfdelen 22 lopen rogge krijgt en 25 stuivers, zolang Sophia leeft, steeds op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag , welke lasten deze Peter, Willem, Dirck en Goessen in hun hoedanigheid hierbij aan Michiel beloven.
Genoemde Peter krijgt een huis met tuin en de helft van de bocht gelegen in herdgang Naastenbest, b.p. het erf van Dirck Leemans waarvan is afgedeeld, de gemeenschappelijke kerkpad daar, de straat, de kinderen van Herman van Aerle. Jaarlijkse last uit dit bezit zijn 2 mudde rogge aan Goijaerden Huls. Verder krijgt hij een bunder beemd genoemd de Geenkensdijk gelegen onder Best, b.p. Goijaert van Geloven, het deel van Lucas, Dirck Leemans, het broek daar. Verder krijgt hij eeen beemd genoemd de Braeckerbeemd gelegen in herdgang Verrenbest, b.p. Eelen Moretels, Ijken Slegen, de straat. Nog krijgt hij een beemd genoemd het Roefveldeken, gelegen in herdgang Naastenbest, b.p. Goessen Emmen, het gemeenschappelijke broek,Willem Pauwels. Lasten hieruit zijn de grondchijns, wegen en waterlaten te moeten onderhouden, nog 3 gulden en 2 mude rogge per jaar lijfrente aan Katalijn Aert Scomekers. Nog krijgt hij een half mud rogge per jaar te ontvangen van Rutger Nagelmakers te Zon, nog 8 lopen rogge per jaar te ontvangen van Claes Ariaen Smollers, nog een mud rogge per jaar te ontvangen van Jan Reijners. Nog krijgt hij een rente van anderhalve gulden per jaar te ontvangen van Dirck Francken zolang Katalijn Aert Scomakers in leven is. Nog krijgt hij 20 lopen rogge, Oirschotse maat en 24 stuivers per jaar steeds op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag te ontvangen van Michiel, Dirck, Willen en Goessen elk 5 lopen en 6 stuivers, zolang Katalijn Aert Scomakers nog in leven is.
Genoemde Willem Pauwels krijgt een huis met tuin etc., gelegen in herdgang de Kerkhof, b.p,. heer Jan Pierna, het erf van de Vrijheid van Oirschot en meer anderen, de gemeenschappelijke straat. Hieruit jaarlijks aan het kapittel 4 lopen rogge te betalen. Nog krijgt hij een stuk heide, weiland en akker aan elkaar gelegen en genoemd dat Nuewe Roth gelegen in herdgang Aerle, b.p. Jan Lambrecht, Gerit Stijnen, de gemeenschappelijke straat, de kinderen van Dirck van de Maerselaer. Nog krijgt hij een beemd genoemd de Cruijsbeemd, gelegen in herdgang Naastenbest, b.p. Dirck Leemans waarvan het is afgedeeld, het broek daar in de richting naar de steenoven toe, Peter Jan Haecks waarvan is afgedeeld. Nog krijgt hij een akker genoemd de Meijnbraeck gelegen in herdgang Verrenbest, b.p. de kinderen van Maes Goessens, Aert Lenaerts. De lasten hieruit zijn 6 stuiver een oort als grondchijns en men moet wegen en waterlopen onderhouden. Verder krijgt hij nog een jaarpacht van 44 lopen rogge vervallend op Maria Lichtmisdag en wel van genoemde Michiel, Dirck, Peter en Goessen, elk van hen 11 lopen zolang hun moeder Sophia leeft. Ieder van de verdelers in hun hoedanigheid heeft belooft zulks aan Willem te voldoen uit hun eigen bezit. Verder krijgt hij nog een mud rogge per jaar en een half mud rogge per jaar te ontvangen van Jan Reijners, voor de eerste keer na de dood genoemde Sophia maar niet eerder.
Genoemde Dirck Leemans krijgt een nieuw huis met de helft van de bocht vanaf de gemeenschappelijke straat tot aan het erf van Hermans van Aerle, gelegen in herdgang Naastenbest, b.p. Dirck Verheijden en Elen Mortels, Peter Haecks waarvan het is afgedeeld, de gemeenschappelijke straat, Herman van Aerle. Hieruit jaarlijks aan de weduwe van Goijaert Coppens een mud rogge te moeten betalen. Nog krijgt hij de helft van een heiveld zijnde het voorste stuk, gelegen in herdgang Verrenbest, b.p. de gemeenschappelijke straat, Heijl Steenbackers, het erf van Michiel waarvan het is afgedeeld, Jan Crijns. Nog krijgt hij een deel van een beemd genoemd de Cruijsbeemd, gelegen in herdgang Naastenbest, b.p. het gemeenschappelijke broek, Willem Pauwels waarvan is afgedeeld, Goessen Emmen waarvan is afgedeeld. Verder krijgt hij een beemd genoemd de Geenkensdijck, gelegen in herdgang Verrenbest, b.p. Dirck Verheijen, de kantorij van Oirschot, Peter Haecks, Willem Belen. De lasten hieruit zijn 6 en een halve stuiver grondchijns, verder te moeten zorgen voor onderhoud van wegen en waterlopen, nog een halve stuiver Hinckaert chijns. Nog krijgt hij 2 mud rogge jaarlijks, het ene mud te ontvangen van Rut Nagelmakers, het andere van Jan Reijners te Acht. Nog krijgt hij een jaarrente van 1 gulden uit een pacht van anderhalve gulden jaarlijks te ontvangen na de dood van Katalijn Ardt Scomakers en niet eerder, daarna te ontvangen van Dirck Francken.
Genoemde Goossen krijgt het huis, tuin etc. gelegen in herdgang Naastenbest, b.p. de Weverstraat. Dirck Jacops, de gemeijnte, Jan die Legwerker, verder krijgt hij een stuk land genoemd de Braecken gelegen onder Naastenbest, b.p. Goijaert Aelbrechts, Eelen Mortels, Lijsken Deen Daniels, Dirck Verheijen. Nog krijgt hij een akker genoemd de Hoelbraak, ook gelegen in Best, b.p. Dirck Verheijen, Jan Gerit Stijnen, de kinderen van Geerlac Maes. Nog krijgt hij een akker en toebehoren gelegen in Naastenbest (er staat Vorstenbest), genoemd de 3 lopenzaad, b.p. Goijaert Aelbrechts. Nog krijgt hij een akker genoemd die Huijst, gelegen in herdgang Naastenbest, b.p. Wellen Wauters, Dirck Verheijen. Nog krijgt hij een deel in een beemd genoemd de Cruijsbeemd, gelegen in herdgang Naastenbest, b.p. het gemeenschappelijke broek daar, Peter Haecks, Dirck Leeman waarvan het is afgedeeld Nog krijgt hij een weiland genoemd de Bijvinck, gelegen in herdgang Aerle, b.p. Rutger van den Staijekker, Jacop van den Schoet, Lijsken Deen Daniels, de gemeenschappelijke straat. Lasten uit dit bezit zijn 11 lopen rogge jaarpacht te Gerwen, nog 4 lopen rogge aan Heijl Belaerts, nog 7 stuiver grondchijns, nog een blank grondchijns, verder te moeten zorgen voor onderhoud van wegen en waterlopen. Nog krijgt hij een mud rogge jaarpacht te ontvangen van Delis Joordens te Son, nog 7 lopen rogge jaarpacht te ontvangen van Joest Rutten te Son, nog 5 lopen rogge per jaar te ontvangen van Jan van den Kerckhof, nog 10 stuivers per jaar uit een rente van anderhalve gulden te heffen op Dirck Francken, na de dood van Katalijn Ardt Somekers, en niet eerder.
(Idem 326) Michiel Dielis Lucassen heeft beloofd om aan Peter Haecks, aan Dirck Leemans, Willem Pauwels en Goessen Emmen als echtgenoten, die gezamenlijk 88 gouden guldens te betalen op de eerste Maria Lichtmisdag na het overlijden van zijn moeder Sophia maar niet eerder.
(Idem 327) Willem Pauwels in zijn hoedanigheid heeft beloofd om aan Michiel Dielis Lucassen, aan Peter Haecks, aan Dirck Leemans en aan Goessen Emmen, samen om onder hen te verdelen, een bedrag van 80 gouden karolus guldens per de eerste Maria Lichtmisdag na het overlijden van Sophie weduwe van genoemde Dielis Lucassen, maar niet eerder dan als zodanig.
ORA Oirschot (Toirkens 130a fol 78no 220-222 dd 23-2-1535) Voor de rechter en voor ons schepenen is verschenen Philips van den Doeren, als gemachtigde voor Peter Janssen als man van Heijlwich dochter van wijlen Gielis Lucas van den Scoet en heeft met schepenbrieven zijn achterstallige vordering aangetoond inzake een pacht van 8 lopen rogge per jaar die 4 jaar onbetaald is gebleven zoals hij zei. Deze pacht hadden Peter en Heijlwich geerfd en was hen toebedeeld in de boedeldeling van het bezit van wijlen Gielis van de Scoet en Gielis op zijn beurt had die weer van zijn ouders geerfd. De pacht was oorspronkelijk door Gielis die Cremer die zoon was van Gielis Loeskens beloofd aan Godevaerden Maes Goeswijns op onderpand van een stuk land genoemd dat Dael, gelegen in Oirschot herdgang Aerle, b.p. Henrik van den Maerselaer. Deze pacht van 8 lopen rogge had Godevaert aan genoemde Gielis verkocht, conform schepenbrief van Oirschot d.d. 26 oktober 1422. Daarop hebben wij als schepenen op aanwijzing van de rechter nu bij vonnis bepaald dat Philips de vordering op het onderpand mag verhalen, behalve dat hij daarbij ook de rechten van anderen dient te respecteren. Als onderpand is nu een akker aangewezen die nu wordt gebruikt door Claes Adriaen Smollers gelegen in Oirschot, herdgang Aerle in de Aerlesche akkers, b.p. Laureijs Verhoeven, de erfgenamen van wijlen Jan van Os en meer anderen. Er is aangeboden om het af te mogen lossen en daarna is het in het openvaar geveild voor 3 herbergen. Daarbij is verschenen Jan Mengelen en heeft daarvoor de pacht van 8 lopen rogge per jaar en 32 lopen eens geboden als achterstand. Daarna is er nog een termijn van 3 dagen in acht genomen en is het definitief verkocht aan Jan Mengelen. (Idem 221) Genoemde Jan Mengelen uit de vorige akte verkoopt het bezit weer met de vonnisbrief etc. aan Peter Janssen en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen. Datum 11 augustus 1535 (Idem 222) Peter Janssen uit de vorige akte als man van Heijlwich dochter van Gielis Lucas van den Scoet, verkoopt deze akker gelegen in Oirschot, herdgang Aerle in de Aerlesche akkers, zoals vermeld in voorgaande brief, nu aan Goijarden van den Hovel onze collega-schepen en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen, behalve een jaarlijkse pacht van 8 lopen rogge aan de verkoper zelf. Datum 24 augustus 1535.
ORA Oirschot (Toirkens 131a fol 225 no 36 dd 26-1-1531) Vidimus van een schepenbrief van Eindhoven voorzien van 5 zegels die nog geheel intact was d.d. 3 september 1323. Verkoop door Johannes dictus Scolaster filius olim Walteri dicti Goijaert aan Henrici dicto Kuijst van een jaarrente op ‘t Hentonne Biesooc “site in villa de Brogel”. (…) Nadat we die brief hebben gezien en laten voorlezen, is hier verschenen Michiel Dielis Lucas van den Schoet en heeft verklaard dat hij de originele brief hiervan in bezit heeft en hij belooft dat hij aan Dirck Leenans als echtgenoot deze brief altijd zal overhandigen, en wel onbeschadigd, zo vaak als nodig zodat die daarme diens pacht kan incasseren. Voorwaarde is wel dat als Dirck Leenans zijn eigen vordering heeft geincasseerd, dat hij dan de brief weer onbeschadigd terug moet geven aan genoemde Michiel, tenzij dat de brief door brand of anderzins in het ongerede raakt, dan vervalt die verplichting. Als oorkonde opgemaakt en door ons van ons schependomszegel voorzien.
Nog niet nagezien: Bosch Protocol (fiches Oirschot bewerkt door Vera/van Adrichem/Toirkens)
BP 1260 (Oirschot) okt 1490 – sept 1491 folio 92v: Gielis Lucass van den Scoet man Sophie Michiel Wilneven; O.L. Vrouwekapel in de herdgang Kerkhof
BP 1265 (Oirschot, Heerbeke) okt 1495 – sept 1497 folio 248v: Gerit Marx (Heerbeke), Aert Jacops folio 249r, Gielis Lucassn. van den Schoet
Nog niet nagezien: Bosch Protocol (fiches Best bewerkt door Vera/van Adrichem/Toirkens)
BP 1250 (Best) okt 1480 – sept 1481 folio 496v: Gielis Lucass van den Schoet, Corstiaen van den Meeracker, Heer Engbert van den Spijker, priester
BP 1254 (Best) okt 1484 – sept 1485 folio 125v: Gielis Lucass van den Scoet, Margriet Aert Vrients, Jan Jan Wilneven
BP 1255 (Best) okt 1485 – sept 1486 folio 213r: Jan en Michiel zonen van wijlen Willem Neven, Gielis Lucass van den Scoot, Katherijn Aert Thomas van den Venne
BP 1257 (Best) okt 1487 – sept 1488 folio 402v: Gielis Lucass
BP 1260 (Best) okt 1490 - sept 1491 folio 296r Gielis Lucasss van den Scoet, Herman Henrick Hermanss
BP 1260 (Best) okt 1490 – sept 1491 folio 91v: Heer Henrick Belarts, priester, Mariakapel, Heer Willem Vos, kapelmeester der Mariakapel, Gielis Lucass van den Schoet
BP 1263 (Best) okt 1493 – sept 1494 folio 129r: Gielis Lucass van den Scoet, Herman Henrick Hermanss
BP 1267 (Best) okt 1498 – sept 1499 folio 402r: Goijart Jan sBeckerszoon, Gielis Lucas van den Scoet
BP 1269 (Best) okt 1500 – sept 1501 folio 234r: Goijart Jan sBeckerszoon, Gielis Lucas van den Schoet
| Huwt voor 1491 |
Familienaam Index 51.563 Vader 103.126 Moeder 103.127 Tevens 103.295
Overleden na 1536
ORA Oirschot (Toirkens 131c fol 45 no 166 dd 16-4-1533) Fijken weduwe van Dielis Lucas van den Scoet heeft verklaard van haar zoon Michiel een bedrag van 50 gouden Karolusguldens te hebben ontvangen, welk bedrag Michiel haar schuldig was vanwege geleend geld. Ze geeft Michiel kwijting en aan alle anderen die kwijting behoeven.
ORA Oirschot (Tirkens 132bb fol 33 no 106 dd 28-2-1536) Jan zoon wijlen Jan Leemans heeft beloofd aan Sophie weduwe van Dielis Lucas van de Scoet, die daarvan het vruchtgebruik krijgt en haar wettige kinderen het erfrecht, die voortaan een jaarlijkse rente van 4 gouden Karolusguldens te gaan betalen, steeds vervallend op 1 maart, op onderpand van een huis, tuin, grond etc., groot ca. 13 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Naastenbest, b,p. Claes Henricks, de gemeenschappelijke Broekstraat daar,Willem Colen, Jacop Philips van den Scoet en meer anderen, de gemeijnte, Jan Hoppenbrouwers. Hij belooft het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de rente. De rente is altijd aflosbaar op 1 maart van elk jaar, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd tegen betaling van 66 gouden Karolusguldens.
Familienaam Index 51.564 Vader 103.128 Moeder 103.129
Geboren ca. 1455
Hypothetisch: de enige verklaring die ik heb voor de kennelijke verwantschap tussen Jacobs zoon Peter en de oudere Peter Stoepkens alias Leijten.
| Huwt ca. 1480 |
Index 51.565 Vader onbekend Moeder onbekend
Familienaam Index 51.566 Vader 103.132 Moeder 103.133 Tevens 206.108
Overleden voor 1508
Zijn kwartieren uit BL 1998:105.
Vgl ORA Oirschot 141c fol 431 no 103 dd 9-1-1576. Mogelijk Jordaen Dirck, broer van Aleijd (vermeld met een akte uit 1560 in ORA Oirschot 1589)
ORA Oirschot (Toirkens 128a fol 26 nos 156-7 dd St Jacob Juni 1508) Bertelmeeus, Dirck, Jan, Willem en Joerden, broers en kinderen van wijlen Joerden Dirck Happen, hebben beloofd aan Aelbrecht van de Maerselaer, onze collega-schepen die voortaan een rente van 2 pond paijment te gaan betalen, steeds op St. Jacopsdag, op onderpand van een stuk beemd genoemd de Cluse gelegen in herdgang Straten ter Meijden, b.p.. Katalijn dochter van wijlen Gerard Geerlicks en haar kinderen, de straat, Heijlwich weduwe van Jacop van Dormalen, Henrick Peter Agnesen. (Idem 157) De rente uit de vorige akte is altijd aflosbaar op St. Jacopsdag, mits er 2 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 13 peters.
ORA Oirschot (Toirkens 131c fol 56v no 206 dd 17-5-1533) Bartholomeus, Dirck, Willem en Joirden, broers en wettige kinderen van wijlen Joirden Happen verwekt bij wijlen diens vrouw Mechteld, verder Willem Colen als man van Baten, Willem Henrick Goijaerts als man van Aleijt, Willem Willem Smetsers als man van Marie, zijnde alle wettige kinderen van genoemde Joirden Happen en genoemde Mechteld, verder Katalijn Willem Scoetmans als weduwe van Jan Joirden Happen met Henrick Scoetmans als haar voogd, verder Willem en Katalijn beide kinderen van genoemde Jan Joirden Happen en Katalijn Scoetmans, met haar voogd Bartholomeus Happen, hebben met elkaar een boedeldeling gemaakt van het bezit dat ze hebben geerfd bij de dood van genoemde Joirden en Mechteld.
Genoemde Bartholomeus voor een helft en Katalijn als weduwe van Jan Joirden Happen wat betreft het vruchtgebruik en haar kinderen Willem en Katalijn daarvan het erfrecht, samen voor de andere helft, krijgen een stuk land deels akker, en deels hei en weiland, gelegen in Oirschot herdgang Straten ter Ameijden, b.p. de gemeijnte, Adriaen Gerit Laureijs van der Hoven met meer anderen, Henrick Gielis, Aert Ghijbkens.
Dirk Joirden Happen en Willem Henrick Goijaerts als man krijgen samen een huis, tuin, grond etc. met boomgaard geleghen in Oirschot herdgang Straten ter Ameijden, b.p. de lopende straat, Jacop Ketteler, Willem Smetsers, Willem Happen, Andries van Acht. Er moet overpad worden verleend aan degenen die er recht op hebben.
Willem Joirden Happen en Willem Smetsers als echtgenoot krijgen samen een akker genoemd dat Stralen gelegen in Oirschot onder Ameijden hier, b.p. de lopende straat, de kinderen van Daniel Moermans, Aert Jacops, Willem de Cort. Er moet overpad worden verleend aan degenen die er recht op hebben. Hieruit moet men jaarlijks een zester rogge betalen, maat van Den Bosch en in Den Bosch ook te leveren. Verder krijgen ze een beemdje gelegen in Oirschot ter zelfder plaatse als hiervoor, b.p. Rutgher Henricks van der Hoven, Jacop Kettelaers, de gemeenschappelijke straat. Hieruit jaarlijks ongeveer een halve stuiver grondchijns te moeten betalen.
Joirden Joirden Happen en Willem Colen krijgen samen een akker genoemd de Bergakker, gelegen in Oirschot in de Aerlesche akkers, b.p. Katalijn Verafter, Wouter Dircks, heer Amelrijck Boots,. Verder krijgen ze een akker genoemd de Langenakker, gelegen in Oirschot ter zelfder plaatse als hiervoor, b.p. Aert Stockelmans, de weduwe en kinderen van Dirck Houbraken. Er is recht van overpad voor anderen. Verder krijgen ze het vijfde deel van een bunder beemd, die 'rijdend' is, genoemd de Verdonck, gelegen in Oirschot aan de Verdonck naast de abt van Perk, de kinderen van Dirck Hoppenbrouwers.
Genoemde verdelers beloven elkaar dat ze deze boedeldeling altijd gestand zullen blijven doen en dat ieder de lasten op het eigen erfdeel zodanig zal betalen, dat de erfdelen van de anderen daarvoor gevrijwaard zullen blijven. Indien er op iemands erfdeel meer lasten blijken te drukken dan zullen ze die gezamenlijk betalen.
| Huwt voor 1495 |
Familienaam Index 51.567 Vader 103.134 Moeder 103.135 Tevens 206.109
Overleden na 1532, voor 17-5-1533
Familienaam Index 51.584 Vader 103.168 Moeder 103.169
Geboren voor 1488
Overleden na 1550, voor 1555
Alias Jan Lupkens, volwassen in 1512 (Neggers in BL 2007:454).
ORA Oirschot (Toirkens 128a fol 270 nos 97-8 dd 6-2-1512) Peter Daniel Henricks en met hem heer Peter, Antonis, Henrick en Dirkske, de laatste met haar voogd Jasper van Esch, wettige kinderen van genoemde Peter, die voor henzelf handelen en voor Jan en Elisabeth hun broer en zuster en nog voor Maria wettige dochter van Daniel Peter Peter Daniel Henricks zijnde de dochter van hun broer Daniel, beloven aan Jan Lupprechts van Hersel die voortaan een jaarlijkse rente van 20 stuivers te gaan betalen, steeds op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin etc. gelegen in herdgang de Notel, b.p. Loijch van Hersel, Aert Seijkens en meer anderen, de straat, Rutger Cluijstermans. (Idem 98) De rente uit de vorige akte is altijd aflosbaar op Maria Lichtmisdag tegen betaling van 16 gulden.
ORA Oirschot (Toirkens 132c fol 45v nos 141-2 dd 28-3-1537) Jan Aert Dircks de jonge (Seijkens) als man van Marien dochter van wijlen Aert Aelbrechts, verkoopt hierbij een beemd met twee heiveldjes samen aan elkaar met recht van overpad over het erf van Jan Philips van Herzel, gelegen in Oirschot herdgang de Notel, b.p. genoemde Jan Philips, Willem Corstens, de weduwe en kinderen van Willem Loijwijchs van Herzele. Hij verkoopt de percelen nu aan Jan Philips van Hersele en de verkoper belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen behalve 2 stuivers als grondchijns aan de hertog per jaar. Verder moet er overpad worden verleend aan degenen die daar recht op hebben. (idem 142) Jan Philips van Herzele heeft als schuldenaar beloofd om aan Jan Aert Dircks van hiervoor die 46 gouden Karolusguldens te gaan betalen per a.s. Maria Lichtmisdag.
ORA Oirschot (Toirkens 133a fol 63 no 140 dd 14-7-1538) Jan zoon wijlen Philips van Hersel als wettige man van Annen dochter van wijlen Joerden Sbrouwers, belooft hierbij om voortaan aan Bartholomeus ..... Jacops ( waarschijnlijk Stockelmans) die een jaarlijkse rente van 20 stuivers te betalen, steeds vervallend op St. Servaasdag, half mei en voor de eerste keer per a.s. St. Servaasdag, op onderpand van een akker genoemd..... ......., groot ca. .... lopenzaad ....gelegen te Oirschot herdgang Straten, b.p. De rente is altijd aflosbaar op St. Servaasdag, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd tegen betaling van 16 gouden Karolusguldens. (Deels onleesbaar)
ORA Oirschot (144a fol 30 nos 151-152 dd 14-5-1592) Jan zoon wijlen Philips van Hersell, Jenneken dochter wijlen Jan van Hersell daarbij geassisteerd door haar zoon Dielis verwekt bij Jan Dielis, Herman zoon wijlen Jan Stockelmans als man van Jenneken dochter van Joorden Janssn. van Hersell voor zichzelf en ook optredend voor Henrik Michiels van de Schoot weduwnaar van Iken dochter van Joorden Janssn. van Hersell, Jan Peters Verhoeven als vader en voogd over zijn kinderen verwekt bij Henriksken dochter van Joorden Janssn. van Hersell, hebben een boedelscheiding gemaakt inzake de goederen die ze hebben verkregen in het testament van Aleijdt dochter van Jan van Hersell, waarbij ze verklaren deze goederen enige jaren geleden al te hebben verdeeld en eerst nu pas op schrift hebben gesteld.
Bij deze verdeling heeft genoemde Jan Philips van Hersel een dries gekregen gelegen in Oirschot onder Boterwijk te Spoordonck, b.p. Jan Willemssn. van Cuijck, het erf van hemzelf, het stuk waarvan het is afgedeeld. Verder heeft hij nog 24 roeden land gekregen en nog eens drie en een halve roede die aan het andere stuk dat genoemd is, wordt afgemeten. Uit dit erfdeel moet jaarlijks 3 lopen rogge worden betaald uit een grotere pacht van elf lopen aan de H. Geest te Oirschot en de dorpslasten en de gezamenlijke verdelers hebben het recht van overpad. (…)
Idem no 152: Jan zoon wijlen Philips van Hersell als vader en voogd waarvoor hij optreedt, Dielis zoon wijlen Jan Dielis Snellaerts verwekt bij Jenneke dochter van Jan van Hersell, deze laatste voor zichzelf en ook optredend voor zijn broers, verder Herman Jan Stockelmans onze collega schepen als man van Jenneken dochter Joorden Janssn. van Hersell en ook optredend voor Henrick Michiels van de Schoot weduwnaar van Iken dochter Joorden Jans van Hersell, en verder Jan Peter Goijaerts van der Hoeven als vader van zijn minderjarige kinderen verwekt bij Henriksken dochter van Joorden Jans van Hersell, hebben een boedelscheiding gemaakt inzake de goederen die ze middels testament verkregen hebben van Elisabeth dochter van Philips van Hersell, zoals zij verklaarden. Bij deze scheiding hebben de kinderen van Jan Philips van Hersell een akker verkregen genoemd De Vrijthoff gelegen in Oirschot herdgang Spoordonk te Boterwijk, b.p. Henrick Dircks van de Hagelaer, de erfgenamen van Willem Henricks van de Schoot, Jan Philips van Hersell, Aert Dircks de Cort en Jan Erven. Uit dit erfdeel moet jaarlijks aan de kerk te Beers 6 lopen rogge worden betaald en de dorpslasten. (…)
ORA Oirschot (140b fol 293 no 88 dd 10-2-1568) Antonis zoon wijlen Rutgers van der After als man van Marien dochter van wijlen meester Eloijen Clementis, priester en kanunnik te Oirschot toen hij leefde, verkoopt een jaarlijkse rente van 6 gulden met de lopende termijn, welke rente Jan zoon wijlen Lijbrechts van Hersel eerder had beloofd aan heer Andries Coremans ten behoeve van deze meester Eloijen Clementis, (…) op onderpand van een akker genoemd de Grooten Akker, groot ca. 9 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. de lopende straat, de gemeijnte, conform een schepenbrief van Den Bosch d.d. 30 april 1540. De rente wordt nu verkocht aan Alaerden Scepens.
ORA Oirschot (140a 1565b fol 73v no 77 dd 22-9-1563) Voor het schepenbankcollege is verschenen Joerden Jans van den Velde als gemachtigde voor Jan Janssen van Hersel en heeft zijn achterstallige vordering aangetoond inzake een schepenbrief van Oirschot handelend over 100 gulden die nog stonden te betalen inzake een jaarlijkse rente van 16 gulden, welke rente wijlen Augustijn Mengelen aan de kinderen van Jan Lebbens had beloofd, zoals blijkt uit die brief d.d. 15 maart 1554. Omdat Jan zijn vordering bij de uitwinning die door Jan Pennincks was gedaan op het perceel dat eerder eigendom van deze August Mengelen was, niet vergoed heeft gekregen, wenst hij nu verdere onderpanden en zekerheden daarvoor te bekomen, zoals is vastgelegd in het vonnis daarover. Daarbij is door schepenen bij vonnis bepaald dat Jan Jan van Hersel verhaal mag zoeken maar omdat er geen roerende bezittingen waren om zulks te effectueren, is er bepaald dat er beslag mag worden gelegd op een weiland dat eerder eigendom van deze August Mengelen was, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. Goijaerden heer Goijaerts, Frans Leemans, de gemeijnte, Dirck Willem Erven, de Papenvoort. Daarna is de procedure zoals gebruikelijk voortgezet en daarna is het onderpand in het openbaar geveild. (idem no 78) De koop hiervan is gegund aan Ansem Joordens van de Velde en deze heeft het weer doorverkocht aan Jan Janssen van Hersel.
ORA Oirschot (Toirkens, 136b, fol 9v no 43, 14-1-1550) Laureijs Wouter Claes Houtloecks als man van Cornelien, verder Wouter Jan Lemmens als man van Annen, hebben verklaard dat Jan Philips van Hersel, hen heeft betaald inzake en bedrag van 25 gulden welk bedrag deze Jan aan hen schuldig was en wel vanwege een stuk land genoemd het Hopveldeken dat wijlen Katalijn Aertsdochter van der Ameijden in haar testament had vermaakt aan genoemde Jan Philips van Herzel.
ORA Oirschot (Toirkens, 136b, fol 26 no 132, 17-2-1550) Jan Philips van Herzele heeft als schuldenaar beloofd om aan Rutger die Lauwer onze collega schepen die een bedrag van 53 gulden te zullen gaan betalen per a.s. Maria Lichtmisdag.
ORA Oirschot (Toirkens, 136b, fol 36 no 170, 24-3-1550) Jan Philips van Herzele heeft beloofd om aan Henrick Henricks van den Ven alias van Strijp, die voortaan een jaarlijkse rente van 20 stuivers te zullen gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag op onderpand van een akker, groot ca. een zesterzaad, gelegen in herdgang de Kerkhof in de Hovelse Akkers aldaar, b.p. Adriana weduwe en kinderen van Henrick van Beers, Anna weduwe en kinderen van Henrick (doorgehaald 14 november 1645).
ORA Oirschot (Toirkens, 136b, fol 43v no 207, 14-5-1550) Jan Philips van Herzele heeft beloofd om aan Michiel zoon wijlen Willem Scrommen die voortaan een jaarlijkse rente van 2 gulden te gaan betalen, (…) op onderpand van een akker, groot ca. 3 lopenzaad, gelegen in herdgang de Kerkhof in de Hovelse akkers aldaar, b.p. Loijwijch Timmermans, Jan van Kuijck, Joirden van Herzel, het erf van Jan Philips van Herzel zelf.
ORA Oirschot (135b fol 1v no 6 dd 27-5-1545) Heijlwich weduwe van Jan Mengelen met haar voogd Natael Vos heeft beloofd om aan Jan Lupkens van Hersel per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar die een bedrag van 12 en een halve gulden te zullen gaan betalen als hernieuwde schuld.(NB: Jan Lipkens van Hersel ook genoemd als belender, 1546, van twee akkers onder Spoordonck.)
ORA Oirschot (136a fol 62v no 217 dd 23-6-1547), belending van de erven van (de nog levende) Goossen zoon van wijlen Claes Scepens en (dode) Henrieken dochter van wijlen Willems van der Vlueten, waaronder zijn zoon Jordaan; met een stuk land, deels akker en deels groesland, genoemd de Mortel, met recht van overpad over de percelen van Alaert Scepens, Loijwijch Timmermans en Aleijt Scepens, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. Alaert Scepens, Jan Philips van Herzele. Idem in 1549 (136b fol 62 no 250 dd 4-5-1549)
ORA Oirschot (134b fol 50v no 171 dd 1-4-1541) Boedelverdeling tussen Willem zoon wijlen Goijaert Aelbrechts, Joirden zoon wijlen Joerden Sbrouwers en Wouter Jan Toirkens van twee akkers die ze samen hebben verkregen van Jan zoon wijlen Philips van Hersel: Hennehof, groot 3 lopenzaad en 20 roedes, gelegen in Oirschot onder Ameijden (waarvoor Wouter aan Jan Philips van Hersele 146 gulden en 5 stuivers moet betalen volgens een schepenschuldbrief van Den Bosch) en een stuk akkerland, groot tweemaal ca. 2 en en halve lopenzaad en 11 roedes, zoals dat is afgepaald, gelegen in Oirschot onder Ameijden aldaar, belast met 13 gulden en 15 stuivers aan Jan Philips van Hersele volgens eenschepenbrief van Den Bosch.
(id fol 63 no 208 dd 26-4-1541) Jan zoon wijlen Philips van Hersele aan Goessen Scepens ten behoeve van Heijlwig weduwe van Claes Scepens: een jaarlijkse rente van 2 gulden op onderpand van een huis in Oirschot onder Boterwijk alhier, groot ca. een lopenzaad, belend door o.a. Anna weduwe en kinderen van Henrick (!) Philips van Hersele. Vermeld ook in belending ORA Oirschot (136b fol 1 no 2 dd 4-1-1549, en fol 47v no 201 dd 4-5-1549).
ORA Oirschot (148b fol 271v no 86 dd 5-3-1615) Geraert Roef Haubraecken en Jan Lamberts Goorts (…) verkoopt hierbij de jaarlijkse rente van 6 gulden welke rente Jan zoon wijlen Libberts van Heersel voor schepenen van Den Bosch indertijd had verkocht aan heer Andriessen Coremans ten behoeve van meester Eloij Clementis, priester en kanunnik van de St. Peterskerk te Oirschot, vrij van alle belastingen, steeds vervallend op St. Philips en St. Jacobsdag op onderpand van een akker genoemd de Grooten Ecker, groot ca. 9 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. de gemeenschappelijke straat aldaar genoemd de lopende straat, de gemeijnte, conform een schepenbrief van Den Bosch d.d. 30 april 1540 (…)
ORA Oirschot (148d fol 51v no 117 dd 6-5-1617) Mariken dochter van Pauwels Claessen van der Vleuten weduwe van Willem Willem Alaert Scepens, geassisteerd daarbij door Gerard van Kelst als haar hierbij gekozen voogd, doet hierbij afstand van haar recht van vruchtgebruik inzake een jaarlijkse rente van 6 gulden welke rente Jan zoon wijlen Lijberts van Heersel voor schepenen van de stad Den Bosch eerder had verkocht aan heer Andriessen Coremans, priester en wel ten behoeve van meester Eloij Clements, priester en kanunnik in de St. Peterskerk te Oirschot, vrij van alle lasten, in Oirschot te betalen steeds op St. Philips en St. Jacobsaposteldag, op onderpand van een akker genoemd de Grooten Ecker, ca. 9 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. de gemeenschappelijke straat aldaar, de lopende straat genoemd de gemeijnte, conform de schepenbrief van Den Bosch d.d. 30 april 1540 en als zodanig gezegeld zijnde. (…)
| Huwt voor 1525 |
Familienaam Index 51.585 Vader 51.558 Moeder 51.559
Geboren ca. 1510
Overleden na 1555
ORA Oirschot (137c fol 55v nos 205-6 dd 10-4-1555) Anna dochter van wijlen Joerdens die Brouwere weduwe van Jan Philips van Hersel met haar voogd Roelanden van der Ameijden, doet hierbij afstand van haar recht van vruchtgebruik inzake al het bezit waarin genoemde Jan Philips van Hersel in bestorven is en wel ten behoeve van al haar wettige kinderen verwekt bij genoemde Jan. Anna belooft alle lasten van haar kant af te handelen. (Id. no 206) Joerden, Philips en Jan, broers, verder Aleijt en Jenneken gezusters met Roelanden van der Ameijden als hun gekozen voogd, alle wettige kinderen van wijlen Jan Philips van Hersel hebben samen beloofd om aan Anna dochter van Joerden Brouwers, hun moeder, die voortaan een jaarlijkse rente van 10 gulden te gaan betalen zalang ze leeft, steeds vervallend per half mei en voor de eerste keer per a.s. half mei over een jaar. Verder nog een jaarlijkse pacht van een half mudde rogge, Oirschotse maat steeds vervallend per half oogsttijd en voor de eerste keer per a.s. medio oogsttijd over een jaar, ook gedurende haar leven, op onderpand van een huis, tuin, grond etc. groot ca. 18 lopenzaad, gelegen in herdgang Spoordonck, b.p. heer Goijaert Stevens, Jan Willems van Cuijck, de weduwe van Henrick van den Schoet, de gemeenschappelijke straat. Verder nog op onderpand van al het andere bezit waarvoor hun moeder Anna vandaag afstand van haar recht van vruchtgebruik heeft gedaan. (zie ook Los no 10 dat jaar voor verdeling.)
ORA Oirschot (140b fol 367 no 1 dd 15-1-1567) Jan en Aleijt kinderen van wijlen Jan Philips van Heersel hebben een boedelverdeling gemaakt inzake het bezit dat ze van hun vader en moeder hebben geerfd. Hierbij krijgt Jan een huis, tuin grond etc., groot ca. 7 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonck (…) Verder moet er overpad worden verleend aan het erf van Lijsken dochter van Philips Janssen (…) Bij deze verdeling krijgt Aleijt in aanwezigheid van haar voogd Leenaert Philipsen van Hersel, een schuur met 7 lopenzaad land, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonk (…).
ORA Oirschot (138a fol 76 no 361 dd 4-8-1557) Lodewijk zoon wijlen Lodewijks Timmermans partij ter ener zijde en Peter zoon wijlen Dielis Snellaerts en Philips zoon wijlen Jans van Hersel als partij ter andere zijde, hebben een boedelverdeling gedaan inzake de navolgende bezittingen die hun gemeenschappelijk eigendom zijn. (…Lodewijk) een stuk beemd genoemd de Tregelaer, gelegen in Oirschot herdgang Hedel, b.p. de gemeijnte genoemd het Banisveld, de erfgenamen van Gevaerts van Ostaden en meer naderen, de erfgenamen van Willem Henricks van den Veecken, het erf van genoemde Peter en Lodewijk waarvan het is afgedeeld. (…) Peter en Philips samen een stuk beemd genoemd Tregelaer, gelegen in Oirschot herdgang Hedel, b.p. de gemeijnte genoemd Tbanisveld, Peter Henricks van den Schoet, Jan Henricks van den Ven en meer anderen, Gooris Wouters zoon van Cuijck, genoemde Lodewijk waarvan het is afgedeeld.
Familienaam Index 51.586 Vader 103.172 Moeder 103.173
Overleden voor 1527
ORA Oirschot (Toirkens 137b fol 54 no 248 dd 25-4-1553) Matheeus Schuermans als man van Heijlken van Dooren en Willem van de Laer als man van Fijken van Dooren, wettige dochters van Vranck in Heerbeeck ( = van Dooren), verkopen hun erfdeel en aanspraken waarop ze recht hebben in grond, rentes etc. dat ze hebben geerfd bij de dood van genoemde Vranck in Heerbeeck. Ze verkopen deze aanspraken nu aan de 5 wettige kinderen van wijlen Aert Scepens verwekt bij Lisbeth dochter van Vranck van Dooren alias in Heerbeeck en de verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen. (Idem 249) Aert zoon wijlen Aert Scepens voor hemzelf, verder Marie, Cornelia, Cathalijn en Heijlken wettige dochters van genoemde Aert Scepens, met Goessen Scepens en Eijmken Claes Scepens als aangestelde voogden en Henrick van der Hamsvoort als toeziende voogd van genoemde dochters, hebben als schuldenaars beloofd om aan Matheeusen Schuermans en aan Willem van de Laer die een bedrag van 174 gulden te zullen gaan betalen per a.s. St. Jansdag. Voorwaarde is dat de genoemde kinderen de inboedel die in het sterfhuis van Lisbeth dochter van Vranck in Heerbeeck is aangetroffen, niet zullen mogen verkopen of belasten zonder instemming van genoemde voogden en toeziende voogd totdat deze voogden etc. voor deze betalingsbelofte gevrijwaaard zullen zijn.
Idem (fol 55v no 256 dd 6-5-1553) Marten zoon wijlen Thomaes Martens ( van Beeck ofwel Buckincks) verkoopt hierbij een jaarlijkse rente van 5 en een halve gulden welke rente Aert zoon wijlen Aert Claes Scepens met Marie dochter van genoemde wijlen Aert Claes Scepens met Emmert Claes Scepens als haar voogd eerder hadden beloofd aan Jan Rutgers ten behoeve van Thomaes Martens te Beeck, steeds vervallend op St. Jansdag op onderpand van twee vijfde delen van een akker genoemd de Groot akker, conform een schepenbrief van Oirschot d.d. 20 juni 1551. Genoemde Marten is deze rente toebedeeld geweest en hij verkoopt die nu met de lopende termijn aan Lodewijk zoon Lodewijk Timmermans en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen.
| Huwt |
Familienaam Index 51.587 Vader 103.174 Moeder 103.175
Overleden voor 1553
Familienaam Index 51.592 Vader 103.184 Moeder 103.185
Geboren ca. 1470
Overleden voor 14-2-1530
Niet verwarren met (1) Erf Willem Rutgers (van Oudenhoven); dit is een neef; Zie 103.214
Ook niet verwarren met (2) Ervaert, zoon wijlen Rutger Goijaert Ervaerts en Lijsbeth Gijsbert Quants (zij is hertrouwd met Claes Adriaen Goijaert Smollers, vgl ORA Oirschot 129a fol 192 nos 184ff dd 25-11-1521). Ervaert Rutger Goijaert Ervaerts leeft nog in 1533, in 1521 zijn hij en zijn zus Kathelijn nog onvolwassen en onder voogdij. Rutger Goijaert Ervaerts zal zijn geboren ca. 1470 als de kinderen zijn geboren (QED dus) tussen 1497 en 1509.
ORA Oirschot (Toirkens 129a fol 3 no 19 dd 20-1-1518) Ervaert Rutger Ervaerts verkoopt aan Reijnier Henrick Hoogneven die een huis, tuin etc., gelegen in herdgang Verrenbest, groot ca. 3 lopenzaad, b.p. de gemeijnte, Jan van den Acker, Goijaert de Becker, Wouter van Beerwinkel. Nog verkoopt hij hem een stuk land groot ca. 5 lopenzaad, b.p. de erfgenamen van Gerard van den Melcroth, Jan van den Ecker, Goijaert de Becker. De koper moet hieruit jaarlijks aan de H. Geest van Den Bosch en ook daar te leveren een Bosch mud rogge betalen en nog een Oirschots mud rogge in Oirschot ook te leverem aan een vrouw in Den Bosch, nog aan Andries Meeus 10 lopen rogge, aan Margriet Kuijst 6 lopen, het kapittel van Oirschot een half mud gerst en aan Gielis Lucassen een rente van anderhalve gulden per jaar.
ORA Oirschot (Toirkens 129a fol 115 no 172-5 dd 16-3-1519) Marij Hoerkens weduwe van Everaert Mercelis met haar voogd Jasper van Esch, verder heer Mercelis Mercelis en Everaert Rutger Everaerts die voor henzelf optreden en voor hun mede-erfgenamen, verkopen aan Daniel de Crom, een huis, tuin etc., gelegen in herdgang de Kerkhof, b.p. heer Jan van Hersel dat eerder van meester Jan Balious was, heer Thomas van den Snepschuet, heer Lambrecht Ambroius priester, de gemeenschappelijke straat. Dat huis was eerder eigendom van Evearert Merceliss en Everaert op zijn beurt had het gekocht van Jan Willemns van de Velde. Lasten op het bezit zijn 8 lopen rogge per jaar aan de rector van het St. Brigiden-altaar in de O.L. Vrouwekapel van Oirschot. (…) (Idem 173) Daniel de Cromme belooft aan Marij Hoerkens, weduwe van Everaert Marcelis die de helft van 32 rijnsguldens te betalen, en de andere helft aan heer Marcelies Mercelis, Everaert Rutger Everaerts en hun mede erfgenamen, zonder rente. (Idem 174) Daniel de Cromme belooft aan Marij Hoerkens weduwe van Everaert Mercelis die daarvan het vruchtgebruik krijgt plus de helft ervan qua erfrecht, en waarbij heer Mercelis Mercelis en Everaert Rutger Everaerts en hun mede-erfgenamen daarvan het erfrecht krijgen voor de andere helft, een jaarlijkse rente van 30 stuivers te betalen, steeds op St. Jansdag en voor de eerste keer per a.s. St. Jansdag over een jaar op onderpand van het huis etc. zoals hiervoor is omschreven. (Idem 175) De rente uit de vorige akte is altijd aflosbaar op St. Jansdag tegen betaling van 24 gulden, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd.
ORA Oirschot (Toirkens 130a fol 91 no 128 dd 19-4-1526) Ervaert Rutger Ervaerts heeft beloofd om aan Jan Daniel Scepens die een jaarlijkse rente van 32 stuivers te zullen betalen op onderpand van de helft van een beemd genoemd de Verdonck, gelegen in herdgang Straten, b.p. Dirck Dielissen, de gemeijnte, een andere beemd genoemd de Beemd van Acht.
ORA Oirschot (136b fol 32v no 130 dd 27-2-1549) Jan Erven en Jan Dirck Sijkens hebben zich borg gesteld voor Willem Erven, voor Joirdaen van den Velde, voor Dirck Sijkens, voor Jan Jacops van Lieveld en voor Peter Claessen inzake de betwiste kwestie van het hout die ze hebben lopen tegen Philips Jan Gerits en de zijnen en wel voor zover deze Willem, Joirdaen, Dirck, Jan en Peter veroordeeld zullen worden inzake bepaalde kosten etc. van de procedure.
ORA Oirschot (140a fol 55v no 40 dd 22-1-1566), verkoop door erven wijlen heer en meester Jan Goessens, toen hij nog leefde deken van Oirschot, van een huis, tuin etc. gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, b.p. Michiel Henricks van de Schoet en heer Jans van der Haegen, belast met onder meer 11 lopen rogge per jaar, Oirschotse maat aan de erfgenamen van Evert Rutgers.
ORA Oirschot (Toirkens 130b fol 35v no 126 dd 10-1-1529) Jan Daniel Scepens heeft aan Goesen Claes Scepens ten behoeve van hem en ten behoeve van alle erfgenamen of benoemde erfgenamen in het testament van wijlen Goijart Scepens, Henrick Scepens en Aert Scepens, broers, en hun zuster Elisabeth, die een jaarlijkse rente van 32 stuivers verkocht, welke rente Ervart Rutger Ervaerts genoemde Jan jaarlijks had beloofd te betalen, op onderpand van de helft van een beemd genoemd de Veerdonck, gelegen in herdgang Straten, b.p. Dirck Dielis, de gemeijnte, een beemd genoemd ‘de beemd van Acht’. De rente is niet aflosbaar.
ORA Oirschot (Toirkens 131a fol 45 no 171dd 25-3-1530) Jan Ervaert Rutgers en Peter Joerdens als man van Henrick ook dochter van genoemde Ervaert hebben aan Willem Ervaert Rutgers hun erfdeel verkocht in een stuk land genoemd het Popenbosch, gelegen in herdgang Hedel, b.p. Daniel Loijen, Adriaen Vos, Jan die Verwer, de straat. Het perceel was hen vermaakt overeenkomstig het testament door wijlen Ervaert Rutgers, hun vader zijnde. Peter Joerdens behoudt echter wel zijn jaarlijkse rente die hij uit het perceel ontvangt.
Familienaam in 1535 Van der Vluege (?)
| Huwt voor 1505 |
Familienaam Index 51.593 Vader 103.186 Moeder 103.187
Overleden voor 1534
Familienaam Index 51.594 Vader onbekend Moeder onbekend
Overleden na 11-1-1547, voor 25-12-1550
Alias Custers. Verloor in 1545 zijn huis toen Maarten van Rossum plunderend en brandstichtend door de Beerzen trok.
ORA De Beerzen (Oost- en Middelbeers, transcriptie Toirkens inv.nr. 583 nr 88 fol 33 dd 23-11-1542) Eerder had Jan zoon wijlen Everaert Rutgers voor schepenen te Oirschot aan heer Andries Coremans, priester, ten behoeve van de nalatenschap van wijlen meester Loijen Clementen, priester en kanunnik te Oirschot toen hij leefde, een jaarlijkse rente van 2 karolusgulden beloofd, steeds te betalen op St. Remiusdag op onderpand van zijn huis, tuin etc. te Oirschot, welke rente aflosbaar is met 34 karolusguldens volgens de schepenbrief van Oirschot d.d. 17 oktober 1532 (=1542). Omdat het geld ervan werd ontvangen door Jan Peter Stappels zoals deze hier ook in het openbaar heeft bekend, is deze Jan Peter Stappels hier verschenen en zijn wettige kinderen Jan en Peter, broers, verder Peter van der Vloet als wettige man van Marie, Dirck Loijen als wettige man van Elisabeth, Antonis Dirk Bunnen als wettige man van Margriet en Jan Evaert Rutgers als wettige man van Anna en nog Aecht met haar voogd, zijnde alle wettige dochters van genoemde Jan Stappels en beloven nu aan Jan Stappels zolang hij leeft, deze rente van 2 karolusguldens per jaar aan genoemde uitvoerders van de nalatenschap te zullen gaan betalen of af te lossen volgens de aflossingsbrief en wel zodanig dat Jan Everaerts en zijn bezit daarvoor verder is gevrijwaard. (…)
ORA De Beerzen (Oost- en Middelbeers, transcriptie Toirkens inv.nr. 583 nr 165 fol 62v dd 2-2-1544) Jan Peter Stapels en met hem zijn zoon Peter, verder Peter Janssen Vervloet als man van Marie, Dirck Loijen als man van Lisbeth, voor henzelf handelend en voor Jan Erven als man van Annen en voor Achten, zijnde alle kinderen van genoemde Jan Peters, beloven aan Antonis Dirck Bunnen die een jaarlijkse rente van 2 karolusguldens, elke gulden van 20 stuivers, steeds te betalen op Maria Lichtmisdag, en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar, op onderpand van een huis, tuin etc. gelegen te Oostelbeers, b.p.de straat, de kinderen van Jan Lauwreijssen, Mercelis Peters. Als Jan Erven later weigert om eveneens te beloven zoals zij hierboven hebben gedaan, dan bepaalt Jan als vader hierbij dat hij Jan Erven niet zal laten meeparten in de Biesakker en dat zal hij dan aan zijn andere kinderen vermaken. Verder is afspraak dat genoemde Jan en genoemde kinderen aan genoemde Jan die per a.s. Maria Lichtmisdag over 3 jaar een bedrag van 33 karolusguldens zullen betalen en onderwijl steeds op Maria Lichtmisdag een rente van 2 karolusguldens, waarbij de philipsgulden 25 stuivers waard is, het vuurstaal 3 blanken en ander geld al naar gelang. Met deze belofte zal Antonis aan Willem Vos zodanig betalen dat Jan Peters en zijn kinderen daarvoor zijn gevrijwaard, waarbij Antonis zulks eveneens belooft voor Jan Erven en voor Achten.
ORA De Beerzen (Oost- en Middelbeers, transcriptie Toirkens inv.nr. 583 nr 264 fol 101v dd 26-5-1545) Er is eerder een algemene inval geweest in Brabant door Maarten van Rossum en diens aanhangers die in Beerze veel branden hebben gesticht en daarbij heeft Jan Peters Stapels zijn gehele huis etc. bij een brand verloren. Om Jan in staat te stellen zijn huis etc. weer op te bouwen, hadden zijn kinderen hem hierbij toegestaan om daarvoor geld op te mogen nemen, zoals Jan ook daadwerkelijk en te goedertrouw heeft gedaan en zoals ons is gebleken. Want hij heeft van zijn zwager een rente opgenomen van 2 guldens per jaar en dochter Aecht met haar voogd is daarbij zelf niet aanwezig geweest, hoewel ze de transactie wel heeft goedgekeurd. Daarom is nu hier verschenen Jan Erven als man van Anna dochter van genoemde Jan en stemt toe in de rente die van zijn zwager Thonis werd opgenomen en dochter Aecht gaat ook akkoord met hetgeen er met deze rente is gebeurd ten behoeve van de herbouw van het huis etc. en dat ook samen met haar voogd Daniel Peters van der Hamsvoort.
ORA De Beerzen (Oost- en Middelbeers, transcriptie Toirkens inv.nr. 583 nr 308 fol 119 dd 1547) Jan Peter Stappels als man van Marie verkoopt aan Jan Joerden Brouwers en aan Wouter Jan Toirkens het door hem geerfde bezit afkomstig van Jacop de Brouwer en van diens vrouw Josien waar dat bezit zich ook mag bevinden. De verkoper belooft alle lasten af te handelen.
ORA De Beerzen (Oost- en Middelbeers, transcriptie Toirkens inv.nr. 583 nr 389 fol 148v dd 11-1-1547) De kinderen van Jan Peter Stappels zouden graag geld opnemen van Loij LoijenTimmermans en wel 100 karolusguldens, elke gulden van 20 stuivers en daarvoor jaarlijks een rente betalen van 6 karolusguldens. Omdat hun vader Jan Peter Stappels nog zijn recht van vruchtgebruik heeft over zijn bezit, is daarom hier deze Jan als
vader van zijn kinderen verschenen en doet nu afstand van zijn recht van vruchtgebruik inzake alle bezit dat zijn kinderen toebehoort en wel tot aan een bedrag toe van 100 karolusguldens en voor niet meer dan als zodanig. Hij geeft zijn kinderen hierbij ook machtiging om dat geld in Den Bosch op te mogen nemen alsof hij daarbij zelf aanwezig zou zijn geweest.
ORA De Beerzen (Oost- en Middelbeers, transcriptie Toirkens inv.nr. 583 nrs 708-11 fol 252 dd dag na Epiphaniadag 1551) Dirck Gerard Loijen als man van Lisbeth dochter van wijlen Jan Peter Stappels verkoopt met alle brieven ervan aan Antonis Dirck Bunnen die het door hem geerfde bezit dat Dirck als echtgenoot van Lisbeth heeft geerfd van zijn schoonouders, waar dat bezit zich ook mag bevinden. (…) (Idem 709) Aecht dochter van wijlen Jan Peter Stappels met haar voogd Wouter Henricks verkoopt aan Antonis Dirck Bunnen het door haar geerfde deel van bezit afkomstig van haar ouders, waar dat bezit zich ook mag bevinden. (…) (Idem 710) Antonis Dirck Bunnen belooft aan Wouter Henricks als voogd over Aecht dochter van wijlen Jan Peter Stappels ten behoeve van Aecht die een jaarlijkse rente van 4 karolusgulden en een stuiver te gaan betalen, elke gulden van 20 stuivers, steeds op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag over twee jaar, op onderpand van een aangelage met het huis erop, gelegen te Oostelbeers, b.p.de gemeenschappelijke straat, Marcelis Goijaerts, Gerit Jan Gerits, Servaes Michiels. (…) (Idem 711) De rente uit de vorige akte is aflosbaar op Maria Lichtmisdag mits er een half jaar vooraf is opgezegd, tegen betaling van 66 karolusguldens, elke gulden van 20 stuivers tegen de koers van het geld zoals die dan zal gelden voor erfelijke rentes.
ORA De Beerzen (Oost- en Middelbeers, transcriptie Toirkens inv.nr. 583 nrs 726-730 fol 255v dd dinsdag na Kerst 1550) Peter en Aecht met haar voogd Wouter Henricks, verder Peter Janssen van der Vloet als man van Marie, Antonis Dirck Bunnen als man van Margriet, Dirck Gerit Loijen als man van Lisbeth waarvoor genoemd Antonis optreedt, verder Jan Ervaert Willems (sic) als man van Anna, zijnde alle wettige kinderen van Jan Peters Stapels, hebben een deling gemaakt van het bezit dat ze hebben geerfd na de dood van hun ouders. Bij deze deling krijgt Peter Janssen van de Vloet de helft van een stuk land genoemd de Backshoef, gelegen te Oostelbeers, b.p. het erf dat ervan is afgedeeld, Dirck Aerts en zijn kinderen, Gerit Jan Gerits, de Backstraat daar. Nog krijgt hij een stuk erf genoemd de Biesakker ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, b.p. Tonis Bunnen dat ervan is afgedeeld, Peter Jan Stapels dat ervan is afgedeeld, de kinderen van Joerden Sbrouwers, de Akkerstraat daar. Uit de Biesakker moet hij jaarlijks een halve stuivers grondchijns betalen, uit de Backshoeve een jaarlijkse rente van 2 karolusguldens aan Willem de Dekker aflosbaar volgens de brieven, nog 2 lopen gerst per jaar aan het kapittel van Oirschot. Genoemde Peter Jan Peter Stapels krijgt de helft van een stuk erf genoemd de Backshove gelegen te Oostelbeers, b.p. het erf dat ervan is afgedeeld, de erfgenamen van Aert Joerdens, Gerit Jan Gerits, de Backstraat daar. Nog krijgt hij een stuk erf genoemd de Biesakker, ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, b.p. het erf dat ervan wordt afgedeeld, de kinderen van Joerden Brouwers, de kinderen van Joerden en Aert Neckers, de Akkerstraat daar. Uit de Biesakker moet hij jaarlijks een halve stuiver als grondchijns betalen, uit de Backshove een lopen gerst per jaar aan het kapittel van Oirschot, nog 2 karolusgulden en 6 stuivers aan Peter Janssen van der Vloet volgens de brieven ervan. (…) (Idem 727) Jan Ervaert Willems als man van Anna dochter van wijlen Jan Peter Stapels verkoopt aan Antonis zoon Dirck Bunnen het door hem geerfde bezit als echtgenoot van zijn vrouw afkomstig van zijn [schoon]vader en moeder, maar daarin slechts wat betreft het erfrecht, waar dat bezit zich ook bevindt. (…) (Idem 728) Antonis Dirck Bunnen belooft aan Jan Ervaert Willems die per a.s. Maria Lichtmisdag een bedrag van 43 karolusguldens te zullen betalen, elke gulden van 20 stuivers tegen de geldende geldkoers dan. (…) (Idem 730) Vandaag hebben de kinderen en erfgenamen van Jan Peter Stapels onder hen een deling gemaakt. Bij deze deling heeft Antonius Bunnen met de zijnen aangenomen om een half mud rogge aan de rector van het altaar van O.L. Vrouw in de kerk van Oostelbeers te gaan betalen, nog een lopen rogge aan de persoonschap van Oostelbeers en dat half mud rogge is op onderpand van de Backshoeve, welk bezit in handen is van Peter Jans Vervloet en van Peter Jan Stapels die het bezit samen was toebedeeld. Voor ons is verschenen genoemde Antonis Dirck Bunnen en belooft aan Peter Jans Vervloet dat hij dat half mud rogge en het lopen rogge voortaan zelf zo zal betalen dat Peter Jans Vervloet en Peter Jan Peters en hun erfgenamen daarvoor altijd zullen zijn gevrijwaard.
Idem (fol 260 no 740, vervolg efdeling) Peter en Aecht met haar voogd Wouter Henricks, nog Peter Janssen van der Vloet als man van Marie, Antonis Dirck Bunnen als man van Margriet, Dirck Loijen als man van Lisbeth waarvoor Antonis optreedt, Jan Erven als man van Anna, zijnde alle wettige kinderen en erfgenamen van Jan Peters Stapels, hebben een deling gemaakt van het bezit dat ze samen van hun ouders hebben geerfd. Genoemde Antonis, Jan Erven, Aecht en Dirck Loijen krijgen samen een erf genoemd de Heijhoeve gelegen te Oostelbeers, b.p. de erfgenamen van Willem Gerits van Hoef, verder rondom in de gemeijnte. Nog krijgen ze een stuk erf ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, b.p. Antonis Bunnen, Marcelis Goerts, de gemeenschappelijke straat. Op dat perceel staat een huis, schuur, schop etc., maar die huizen blijven onverdeeld. Nog krijgen ze samen een perceel van 31 roedes in een erf genoemd de Biesakker, b.p. het erf van Tongerloo, het erf dat ervan is afgedeeld, de Ekkerstraat, de kinderen van Joerden Sbrouwers. Hieruit moeten ze jaarlijks een halve stuiver als grondchijns uit hun deel van de Biesakker betalen, nog 3 karolusguldens aan Joesten weduwe van Willem Vervloet en haar kinderen welke rente aflosbaar is, nog 2 gulden per jaar aan de uitvoerders van de nalatenschap van meester Loijwig te weten aan heer Andries Coremans die ook aflosbaar is, nog een rente van 12 en een halve stuiver aan kerk van Middelbeers die aflosbaar is, nog 12 en een halve stuiver aan Jan Goijaerts die aflosbaar is, nog 2 gulden en 4 stuivers aan Margriet weduwe van Margriet Janssen Vervloet en haar kinderen die aflosbaar is, nog een halve oude grote uit de Heijhoeve, nog een half blank als chijns aan de hertog uit het erf waar het huis op staat, nog een half mud rogge per jaar aan de rector van het altaar van O.L. Vrouw in de kerk van Oostelbeers, nog een lopen rogge aan de persoonschap van Oostelbeers, nog een stuiver en een moortje als gebuurchijns voor de ´Haech´ of Bladel. Nog krijgen ze een stuk erf genoemd de Corttenbocht, ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, b.p. het erf van Tongerloo, Pauqwels van de Vloge, de straat. (…)
ORA De Beerzen (Oost- en Middelbeers, transcriptie Toirkens inv.nr. 583 nr 780 fol 273v dd St Katharina 1551) Peter Janssen van der Vloet als man van Marie, Jan Erven als man van Anna, nog Peter en Aecht met Wouter Henricks al haar voogd daarin, zijnde alle wettige kinderen van Jan Peter Stapels, verkopen aan Antonis Dirck Bunnen een huis met schuur en schaapskooi, van de grond af te breken want de grond is eigendom van Tonis. Dat huis etc. had Jan Peters Stapels met hulp van diens kinderen getimmerd.
ORA Oirschot 1544 (Toirkens 135a fol 12v no 150 dd St Jansdag 1544): Willem Janssen van Ham en Ariken de zuster van deze Willem, verkopen aan Aernden Rutger Leonaerts een huis met tuin, grond etc. gelegen in Oirschot herdgang Hedel, (en) een weilandje genoemd de Horst, (…) belast met o.a. 3 en een halve stuiver per jaar aan heer Jan die Custer. Een Jan Custer wordt in een ORA akte van 1568 genoemd als belender in 1465 (!) van een stuk land.
| Huwt |
Familienaam Index 51.595 Vader 103.190 Moeder 103.191
Overleden voor 1542
Familienaam Index 51.596 Vader 103.192 Moeder 103.193
Overleden na 1538, voor 4-5-1539
Vermeld ORA Oirschot 1526 als voogd van Heijlken weduwe van Jan van den Rijt.
ORA Oirschot (Toirkens 126 fol 5 no 12-14 dd 22-1-1500) Jan, Henrick en Willem, broers en kinderen van wijlen Lambrecht van de Hofstad, verder Rutger Peter Beckers als man van Baeten dochter van Henrick van den Dijck, verder Aert Nulaets als man van Eva dochter van Dirck van der Rijt, nog Jan Dircks van der Rijt en Gijsbrecht Gijsbrechts van Binchom als man van Heilwich, zijnde ook een dochter van Dirck van der Rijt, ze verkopen nu aan Jan Goijaerts van der Stappen een beemd zoals de verkopers en koper samen hebben geerfd van Willem van der Rijt. De beemd is genoemd de Bavelsstert, gelegen in Oirschot tussen herdgang Spoordonk en Hedel, b.p. het erf dat eerder van Jacop van Dormalen was, de gemeijnte. Hieruit moet jaarlijks de grondchijns worden betaald van 3 blanken of een stoter. (…) (Idem 13) Genoemde verkoprs uit de vorige akte en Jan als koper verkopen nu aan Rutger Peter Beckers die een stuk land genoemd de Wege Waterlaat, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof, eerder eigendom van Willem van der Rijt, b.p. Henrick Lambrechts, de straat, Marie Ansems of haar kinderen. Nog verkopen ze hem een stuk land groot ca. 1 lopenzaad genoemd de Papenhof gelegen onder Boterwijk hier, b.p. Heijl Wouters met meer anderen, de straat. Hieruit aan Margriet Willem Rutgers jaarlijks 3 lopen rogge en anderhalve stuiver te betalen, aan Dirck de Moller van Roij een half mud en een vierdevat rogge per jaar, nog 3 lopen gerst per jaar aan de H. Geest van Oirschot en 3 en een halve Vlaamsche aan heer Sebrecht te Beek. (Idem 14) Rutger uit de vorige akte belooft aan de verkopers die per a.s. Maria Lichtmisdag over 1 jaar 7 en een halve peter te gaan betalen, elke peter tegen 18 stuivers.
ORA Oirschot (Toirkens 127a fol 135 no 2 dd 1-1-1506) Peter Antonis van der Ameijden geeft hierbij machtiging aan zijn vader Antonis en aan Rutger Peter Beckers om namens hem al zijn vorderingen, pachten etc. te innen en indien nodig ook met rechtsmiddelen in te vorderen.
ORA Oirschot (Toirkens 130a fol 33 no 60 dd 12-2-1526) Cornelis Jans van der Rijt heeft beloofd om aan Rutger die Becker die een jaarlijkse rente van 20 stuivers te gaan betalen op onderpand van een huis, tuin etc. groot een zesterzaad, gelegen in herdgang de Kerkhof, b.p. heer Thomas van den Snepscheut, Wouter van Hoeve, de rector van het St. Barbara altaar, de kinderen van Claes Scepens, de gemeenschappelijke straat ( de Nieuwstraat).
ORA Oirschot (Toirkens 130a fol 332 no 166 dd 24-4-1527) Peter Antonis van der Ameijden heeft verklaard dat hij vroeger machtiging had gegeven aan Rutger den Becker om zijn zaken en kwesties te behartigen, zijn rentes en vorderingen te innen en dergelijke zoals in die machtiging stond vermeld, onder restrictie van bepaalde voorwaardes. Hij herroept deze machtiging nu inzake een enkel artikel, en wil dat de machtiging niet meer geldt voor hetgeen Jan Bollen hem schuldig is. Verder blijft de oorspronkelijke machtiging van kracht voor de andere zaken. Om zijn vordering op Jan Bollen te verhalen en te incasseren en de procedures daarin te vervolgen voor welke rechtbank dan ook, machtigt Peter hierbij zijn broer Willem Antonis van der Ameijden om namens hem hierin op te treden.
ORA Oirschot (Toirkens 131c fol 26 no 89 dd 19-2-1533) Rutger Janssen van Dormalen heeft beloofd aan Rutger de Becker ten behoeve van Peter Thonis Roelofs van der Ameijden die voortaan een jaarlijkse rente van 3 gouden Karolusguldens te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag, op onderpand van een huis, tuin, grond etc., groot groot ca. 10 lopenzaad gelegen in Oirschot herdgang de Notel, b.p. de kinderen van meester Aert van der Ameijden, Henrick Heijligen zoals hij zei. Rutger belooft als schuldenaar om het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de rente. Rutger de Becker staat toe dat de rente altijd in gedeeltes mag worden afgelost op Maria Lichtmisdag, per gulden rente tegen een kapitaal van 18 gouden Karolusguldens.
ORA Oirschot (Toirkens 132a fol 107 no 334 dd (4)-12-1534) Andries Henricks van Ginhoven die men ook de Lubber noemt, heeft aan Rutger de Becker die een stuk land verkocht, genoemd die Moest, gelegen in Oirschot herdgang de Kerkhof aan de Hovel daar, b.p. Corsten Hanssen, het erf genoemd de Moesten eigendom van de erfgenamen van Dirck van der Rijt, de gemeijnte, het erf van het gasthuis te Oirschot. Dat stuk erf had Andries gekocht van Heijlwich weduwe van Jan van der Rijth met haar voogd heer Henrick Stockelmans en van Cornelis en van Jan, broers en kinderen van wijlen genoemde Jan van der Rijt en van Heijlwich en van meer anderen conform de schepenbrief ervan. Hij verkoopt het perceel nu en belooft alle lasten van zijn kant af te handelen, maar er moet door Rutger wel overpad aan de percelen worden verleend aande erven van Corstiaen Hansen en Frans van Esch die daar in de buurt liggen.
| Huwt voor 1483 |
Familienaam Index 51.597 Vader 103.194 Moeder 103.195
Overleden voor 1539
(Maar ‘de weduwe’ wordt nog vermeld 1552) Alias Van de Dijck, van Eijck (BP 1480/1: Willem Goossens Sbruijnen zoen man van Beatrijs Henrick van Eijck)
ORA Oirschot (Toirkens 133b fol 162 no 490 dd 4-5-1539) Henrick en Matheeus gebroeders, verder Henrick Jan Mathijssen als wettige man van Elisabeth, Jan zoon wijlen Jan Ansems als wettige man van Peterken, gezusters en allen wettige kinderen van wijlen Rutger Sbeckers verwekt door deze Rutger bij diens vrouw Baten van der Rijt, waarbij genoemde Matheeus en Henrick Jan Thijs als voogd optreden over de minderjarige kinderen van genoemde Henrick (Sbeckers) uit diens eerste huwelijk, hebben hier een deling gemaakt van het bezit dat ze hebben geerfd bij de dood van hun ouders.
Bij deze verdeling krijgt Henrick (Sbeckers), wat betreft vruchtgebruik en diens kinderen wat betreft erfrecht, het oude huis met tuin, grond etc., waarvan de beide schuren zullen worden afgebroken, groot ca. 3 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonk, b.p. Henrick Gevarts van Ostaden, de gemeenschappelijke straat, Henrick Philips. Hieruit jaarlijks 7 lopen rogge te betalen aan Everarden Dirck Vos en verder een blank als rente per jaar en een stuiver als chijns aan de hertog.
Genoemde Matheeus krijgt een beemd genoemd Daerschot met recht van overpad over het erf van Willem van Heesterbeeck, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonk, b.p. Goessen Scepens, Gijsbrecht Pels.Verder krijgt hij een stuk akkerland, genoemd de Bocht, groot ca. 3 lopenzaad met recht van overpad over het erf van Willem van Kuijck, gelegen in herdgang de Kerkhof, b.p. Jan van Kuijck, Henrick Jan Mathijssen waarvan is afgedeeld, Willem van Kuijck, Joirden van de Velde. Hieruit jaarlijks 14 stuivers rente te betalen aan de kinderen van Gevarts van Ostaijen en de grondchijns te Beek (Hilvarenbeek).
Henrick Jan Mathijssen krijgt een akker genoemd de Papenhof, groot ca. een lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonk, b.p. Gerart Goossens, de gemeenschappelijke straat, Willem Erven. Verder krijgt hij een stuk akkerland genoemd de Bocht, groot ca. 3 lopenzaad, gelegen in herdgang de Kerkhof, b.p. Elisabeth weduwe van Willem Vos en haar kinderen, genoemde Matheeus waarvan is afgedeeld, de gemeenschappelijke straat, Joirden van de Velde. Nog krijgt hij een weiland genoemd de Moest, groot ca. 4 lopenzaad, gelegen in Oirschot, b.p. Wouter Gooris van Kuijck, de gemeenschappelijke Moest, Corsten Hanssen, het Bersveld. Hieruit jaarlijks een half mud gerst te betalen aan de tafel van de H. Geest te Oirschot, nog een blank als chijns aan het kapittel te Oirschot. (marge: Te geven aan Antonis Willem Sgraets die het gekocht heeft.)
Jan zoon wijlen Jan Ansems krijgt een huis, grond etc., samen ca. 3 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Spoordonk, b.p. Henrick Gevarts van Ostaden, de Hoelstraat daar, Henrick Gevarts, Jan Alaerts. Nog krijgt hij een weiland genoemd de Moest, groot ca. 4 lopenzaad, gelegen in Oirschot, b.p. het gasthuis van Oirschot, de gemeenschappelijke Moest daar, het Bersveld, Corsten Hanssen. Hieruit jaarlijks aan de fabriek van Beerze (Vorsten Berse) een half mud rogge per jaar te betalen. Verder moet er overpad worden verleend.
| Zij huwt (1) |
Willem Goossen BRUIJNEN
Geboren voor 1437
Overleden na 1-9-1480, voor 1-5-1481
ORA Oirschot (Toirkens 124BA no 371 fol 387 dd St Barbara 1483) Komen is Rutger Peter Beckers als man van Beatrijs dochter van wijlen Henrick van de Dijck eerder weduwe van Willem Goessen Bruijnen en met hem ook genoemde Beatrijs en verkoopt al het bezit dat ze heeft geerfd na de dood van genoemde Willem nu aan Peter Jan Gruijters ten behoeve van Goessen natuurlijke zoon van wijlen Willem Bruijnen die hij had verwekt bij Margriet dochter van Willem Goijen Deenen. De verkoper belooft alle lasten af te handelen, behalve alle achterstalligheid die er vandaag de dag op drukt en het kind zal die lasten zodanig betalen dat Beatrijs daarvoor verder gevrijwaard is.
ORA Oirschot (Toirkens 124b fol 422 no 233 dd 11 weimaand 1484) Komen is Rutger Peter Beckers en met hem zijn wettige vrouw Beatrijs dochter van Henrick van de Dijck en verkopen aan Gevaert van Onstaden een jaarlijkse rente van 2 pond paijment, steeds op Maria Lichtmisdag op onderpand van een stuk land genoemd de Waterlaet, gelegen in herdgang de Kerkhof, b.p. Henrick van Cuijck, het erf eerder van Willem van der Rijt, Zeeben van Cuijck, Joerden Gijben. Nog op onderpand van een huis, tuin etc. gelegen onder Boterwijk hier, b.p. Jan Daniel Timmermans, Peter Jacops van Esch, de gemeenschappelijke straat, de kinderen van Willem Rutgers.
Familienaam Index 51.598 Vader 103.196 Moeder 103.197
Overleden voor 1534
Kwartier ook ontleend aan Genealogie Penninx (oorspronkelijk Anton Neggers).
ORA Oirschot (Toirkens 130b fol 94v no 325 dd 7-12-1529) Dirck Jan Pennincks heeft beloofd om aan Henrick Jan Aert Scellekens die voortaan een jaarlijkse rente van 18 stuivers te gaan betalen, op onderpand van een huis, tuin etc., groot 9 lopenzaad, gelegen in herdgang de Notel, b.p. Alart Lippen, Willem Jan Sbrouwers, de gemeenschappelijke straat. (…) De rente is aflosbaar, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 14 gouden Karolusguldens en 8 stuivers.
ORA Oirschot (131c fol 91v no 301 dd 4-11-1533) Henrick Gijsbrechts van der After verwekt door deze Gijsbrecht bij diens vrouw wijlen Marie dochter van Henrick Wouters van der Heijden, voor hemzelf handelend en voor zijn Lambert en Aert, broers en kinderen van wijlen Jan Gijsbrechts van der After en voor Henrick, Jan, Dirck en Frans, broers en voor Marie, Elisabeth en Dingen, zijnde allen wettige kinderen van wijlen Dirck Pennincks verwekt door deze Dirck bij diens vrouw Elisabeth Gijsbrechts van der After, verkopen hierbij met een schepenbrief van Den Bosch aan Henrick zoon wijlen Henrick van der Heijden hun derde deel van de helft van een bunder broekland, dat 'rijdend' is en ze hebben geerfd van wijlen Henrick Wouters van der Heijden. Genoemde Henrick had de helft ervan verkregen van Marten en Marie, beide kinderen van wijlen Jacop Leijten genoemd Tiekwever en het perceel is gelegen in de gemeente Oisterwijk, ter plaatse genoemd Wippenhout, confom de schepenbrief ervan. De verkopers beloven alle lasten hierin van hun kant af te handelen.
ORA Oirschot (Toirkens 132a fol 41v no 147 dd 13-3-1534) Frans zoon wijlen Dirck Pennincks, verder Elisabeth, Marie en Dingen, gezusters en wettige dochters van wijlen deze Dirck Pennincks, hebben samen en hoofdelijk machtiging gegeven aan hun broer Jan die de opdracht accepteert, om namens hen hun vordering te incasseren en kwijting te geven. Dat betreft hun vordering op Jan van Grueningen die in Den Bosch woont die hen een geldbedrag had beloofd vanwege bepaald bezit dat ze hadden geerfd bij de dood van Jenneken Gelaesmakers zoals ze zeiden en aan deze Jan van Grueningen was verkocht. De gemachtigde mag eventueel de vordering met rechtsmiddelen invorderen en moet daarin alles doen wat nodig is en dat ze zelf ook gedaan zouden hebben als opdrachtgevers.
Idem (fol 85 nos 276-7 dd 3-9-1534) Elisabeth dochter van Gijsbrechts van der Achter weduwe van Dirck Pennincks met haar voogd Cornelis Smeets, doet hierbij afstand van haar recht van vruchtgebruik inzake een huis, tuin, grond etc., gelegen in Oirschot herdgang de Notel, b.p. Alart Lippen, Willem Sbrouwers, de gemeenschappelijke straat. Ook nog inzake een weilans ter zelfder plaatse gelegen, b.p. Willem Zutericks, Dirck Groet Jans, Alart Lippen, Jan die Verwer, de gemeenschappelijke straat. Ze doet er afstand van ten behoeve van al haar wettige kinderen verwekt bij genoemde Dirck zodat die daarop van Iken weduwe van Thomas van de Ven en haar zoon Aerden een rente van een Karolusgulden op kunnen nemen en niet meer dan als zodanig. (Idem 277) Henrick, Jan, Dirck en Frans, broers, verder Marieken, Elisabeth en Dingen gezusters, de laatsten met hun broer Dirck als hun voogd, allen kinderen van wijlen Dirck Pennincks verwekt bij Elisabeth Gijsbrechts van der Achter, hebben beloofd om voortaan aan Ijken weduwe van Thomas van de Ven, die daarvan het vruchtgebruik krijgt en haar wettige zoon Aerden daarvan het erfrecht die voortaan een jaarlijkse rente van een gouden Karolusgulden te gaan betalen, steeds op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag, op onderpand van het bezit uit de vorige akte. De schuldenaars beloven het onderpand in voldoende goede staat te houden voor de betaling van de rente. De rente is aflosbaar op Maria Lichtmisdag, tegen betaling van 16 gouden Karolusguldens.
ORA Oirschot (Toirkens 133a fol 41v no 80 dd 1-4-1538) Ijken weduwe van wijlen Thomas van de Ven met haar voogd heer Thomas van de Ven, doet hierbij afstand van haar recht van vruchtgebruik inzake een rente van 20 stuivers per jaar, welke rente Henrick, Jan, Dirck en Frans, broers en nog hun zusters Marieken, Elisabeth en Dingen, met hun broer Dirck als hun voogd, zijnde allen wettige kinderen van wijlen Dirck Pennincks, eerder aan genoemde Iken hadden beloofd, die daarvan het vruchtgebruik kreeg en haar wettige zoon Aerden daarvan het erfrecht, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin etc. gelegen in Oirschot herdgang de Notel, b.p. Alaert Lippen. Nog op onderpand van een weiland ter zelfder plaatse gelegen, conform een schepenbrief van Oirschot d.d. 3 september 1534. Ze doet er nu afstand van ten behoeve van haar wettige zoon Aerden.
ORA Oirschot (Toirkens 135b fol 11 no 66 dd 3-2-1545) Voor ons zijn verschenen Henrick, Dirck, Frans, Lisbeth met haar broer Dirck als haar voogd, nog Dingen met haar voogd zijnde haar broer Dirck die afstand van haar recht van vruchtgebruik heeft gedaan en verder Peter van der Ameijden als voogd van haar minderjarige kind, zijnde allen wettige kinderen van Dirck Pennincks ook nog met hun zuster Marie met haar voogd Willem Gijsbrechts, verkopen nu een huis, tuin, grond etc., gelegen in Oirschot herdgang de Notel, b.p. Alaert Lippen, de gemeenschappelijke straat, Dirck Joerdens. Het wordt nu verkocht aan hun broer Jan (…). (Idem no 67) Jan Dirck Penninks uit de vorige akte heeft beloofd om aan zijn zuster Dingen die daarvan het vruchtgebruik krijgt en Peter van der Ameijden ten behoeve van het minderjarige kind Beatricks daarvan het erfrecht, die een jaarlijkse rente van 22 en een halve stuiver te gaan betalen (afgelost 12 februari 1624). (Idem 68) Idem heeft deze Jan beloofd om aan Henrick Dirck Pennincks ook een jaarlijkse rente van 22 en een halve stuiver te gaan betalen. (Idem 69) Idem heeft Jan beloofd om aan zijn broer Henrick een jaarlijkse rente van 22 en een halve stuiver te gaan betalen (afgeketst). (Idem 70) Genoemde Peter uit de vorige akte staat toe samen met alle andere broers dat Jan Dirck Pennincks deze rentes altijd mag aflossen op Maria Lichtmisdag van elk jaar, voor elke 22 en een halve stuiver rente, tegen betaling van 18 gulden samen met de onbetaalde termijnen, mits er met Kerstmis daaraan voorafgaand is opgezegd.
ORA Oirschot (135b fol 8v no 44 dd 27-1-1546) Voor ons is verschenen Henrik, Frans en Dirck gebroeders en wettige kinderen van Dirck Pennincks, verder Willem Gijsbrechts als man van Marie, ook een dochter van genoemde Dirck en verder nog Lijsken en Digna ook dochters van genoemde Dirck Pennincks samen met hun voogd Dirck Dirck Pennincks voor genoemde Elisabeth en Digna met haar voogd ( Jan Ansems is doorgestreept ) Peter van der Ameijden, en verkopen nu aan Jan Dirck Pennincks een stuk beemd deels hei gelegen in Oirschot herdgang de Notel, b.p. Jan Wouters, Alart Lippen, de straat, Willem Suetricks. (…) (idem 45) Voor ons is verschenen genoemde Jan Dirck Pennincks en heeft beloofd om aan Digna Dirck Pennincks die daarvan het vruchtgebruik krijgt en haar wettige kinderen daarvan het erfrecht, die voortaan een jaarlijkse rente van 5 stuivers te gaan betalen op onderpand van de beemd uit de voorgaande akte ( geen datum en geen getuigen vermeld).( marge :Met instemming van Jan mede als echtgenoot van Betarice, verder namens Dimphna en Dirck doorgehaald.) (Idem 46) Pauwels Henrik Beckerszoon heeft beloofd om voortaan aan Digna Dirck Pennincks, die daarvan het vruchtgebruik krijgt en haar wettige kinderen het erfrecht, die een jaarlijkse rente van 10 stuivers te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag op onderpand van het huis, tuin etc. gelegen in Oirschot onder Boterwijk, b.p. Gielen Verhagen, Henrick Gevaerts, Willem Erven, de straat.
ORA Oirschot (Toirkens 138a fol 53v no 252 dd 10-5-1557) Wij, etc., schepenen in Oirschot verklaren hierbij plechtig dat wij een schepenbrief van Oirschot hebben gelezen die gezegeld is en de volgende letterlijke inhoud bevat. Wij, Beertram Janssoen van den Spijker, Aelbert van den Maerselaer, Gijsbert die Cremer, Mathijs Gerart Mathijssen, Goijaert van Tulden, Andries Loijen en Ansem Jacop Ansems schepenen in Oirschot verklaren dat voor ons is verschenen Dirck Jan Pennincks (vader Jan Pennincks was gehuwd met Willemke Henrick Toirkens) en deze heeft beloofd om voortaan aan Jan Aert Schellekens (Jan was gehuwd met Bela Henrick Toirkens) een mudde rogge per jaar te gaan betalen, Oirschotse maat en nog twee peters van elk 18 stuivers, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag op onderpand van een huis, tuin etc. groot ca. 9 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang de Notel, b.p. Jan Mol, Alaert Lippen Gerartszoon, Jan die Brouwer, de gemeenschappelijke straat. Ook nog op onderpand van een stuk land gelegen in de Notel, b.p. Jan Mol, de erfgenamen van Wouters die Verwer, heer Henricks van Esch priester, de erfgenamen van Peter Heijmericks, de gemeenschappelijke dijk. Datum 2 augustus 1516. Wij als schepenen hebben deze brief gelezen en bevestigd op verzoek van Joost Geerits als voogd van Hilleken weduwe van Henrick Jan Schellekens vanwege de genoemde pacht.
| Huwt |
Familienaam Index 51.599 Vader 103.198 Moeder 103.199
Overleden na 1534, voor 1542
Kwartier ontleend aan Genealogie Penninx (oorspronkelijk Anton Neggers)
Familienaam Index 51.600 Vader 103.200 Moeder 103.201
Geboren ca. 1470
Overleden na 22-10-1541, voor 1565
Alias Dirck Jan Speecks, een van de bewoners van Verrenbest die 6-9-1500 een machtiging uitgeven een rente op te halen.
ORA Oirschot (Toirkens 127a fol 13 no 81 dd 9-4-1504) Jan Jan Colen verkoopt aan Dirck Jan Speecks en aan diens zwager Joest, een pacht van een half lopen rogge per jaar, uit een pacht van 2 vaten, welke pacht Katarijn weduwe van Henrick Dircks van der Hoeven in een testament had vermaakt aan genoemde Jan Jan Colen, uit een pacht van een half mud per jaar, welke pacht Jan Speecks steeds aan Katarijn heeft betaald.
ORA Oirschot (134b fol 120 no 373 dd 22-10-1541): boedelverdeling erven Henrick Rutger Belaerts, hieronder een rente van 5 lopen rogge per jaar te ontvangen van Dirck Hanscoemakers die men ook wel Speecks noemt.
Vermeld ORA Oirschot als getuige (Dirck Speecks) in 1539, dan ca. 70 jaar oud.
ORA Oirschot (To